logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_18
The Wolf Banes ...

Bon Jovi

Bon Jovi Beach: strandfeestje met een sputterende hitjukebox

Geschreven door

Bon Jovi Beach: strandfeestje met een sputterende hitjukebox
Bon Jovi supports by Billy The Kill & Arid
Zo’n 30.000 fans (velen al Bon Jovi fan van het eerste uur) vonden op weliswaar een kille maar vooral mooie en droge zomeravond de weg naar het strand van Zeebrugge voor het exclusieve concert van Bon Jovi voor de Benelux en Frankrijk. De organisatoren hadden al een ganse week gewerkt aan de opstelling van het reusachtige podium waarbij tegen eventuele stormschade men ook een dam van zo’n 400 meter moest aanleggen. Het strand waar vroeger de befaamde Beach Festivals plaatsvonden, werd voor die ene avond omgedoopt tot Bon Jovi Beach.
Bon Jovi verkocht wereldwijd al meer dan 120 miljoen albums en is ook vandaag nog steeds een grote band. Volgens Billboard magazine was hun ‘The Circle’ tour van vorig jaar dé tour die wereldwijd het meest opbracht. Financieel is de band dus zeker nog niet op zijn retour, muzikaal zeer zeker wel. Hun doortocht in ons land gebeurde dan ook zonder echt veel glans en met een te hoge voorspelbaarheidsgraad.

De band zat nog in hun privé-vliegtuig toen de eerste band al het publiek mocht opwarmen. De luisteraars van radiozender MNM kozen voor Billy The Kill, een jonge band uit het Waasland. Deze powerrock band stond al eerder in het voorprogramma van o.a. Channel Zero en mocht dus nu voor een commerciëler publiek spelen. Aardig waren hun nieuwe single “Go On” en een sterke coverversie van “Shine” ‘original by Collective Soul’.

Ruim voor op schema (zo rond 18:30) mocht dan ook nog Arid het hardrockminnende publiek toespelen. Het is niet de eerste keer dat Jasper Steverlinck en de zijnen mochten openen voor Bon Jovi. Vele toeschouwers hadden dan ook zoiets van….weeral Arid, waarom niet eens een stevige (hard)rockband?!. Een vrij ondankbare job want veel meer dan een beleefdheidsapplaus konden ze van het ongeïnteresseerde publiek niet krijgen.

Stipt op tijd begon rond 20 uur de Amerikaanse rockmachine Bon Jovi aan hun show. Wat onverwacht werd er geopend met “Happy Now” uit hun recentste album (2009) ‘The Circle’. Niet meteen een song om meteen het publiek bij de keel te grijpen. Het daaropvolgende “You Give Love A Bad Name” deed dit echter wel. Een song van in de tijd toen Lady Gaga gewoon nog Madonna was, grapte Jon. “Blood On Blood” & “We Weren’t Born To Follow” bouwden de energie verder op maar nadien sputterde de jukebox wat. Grote hits werden afgewisseld met niemendalletjes wat meer dan eens de vaart uit de set haalde. Het vaste viertal Jon Bon Jovi, Richie Sambora, David Bryan & Tico Torres werden live bijgestaan door bassist Hugh McDonald (al sinds 1994 bij de band) en een extra gitarist: Bobbie Bandiera.
Die extra gitarist bleek geen overbodige luxe want soms klonk de gitaarsound iets te dun ook al gaf mister Sambora opnieuw het beste van zichzelf. Eerder begin mei moest Richie Sambora omwille van gezondheidsredenen al eens de tour verlaten. Dat Sambora eigenlijk onmisbaar is voor deze band bewees hij tijdens “I’ll Be There For You” en even later in de finale met een verbluffende versie van “Wanted Dead Or Alive”.
Verder gebeurde er op het podium veel te weinig. De band die ook wel faam verwierf omwille van zijn gigantische stadionrockshows vol spektakel blijkt anno 2011 vooral een band die het moet hebben van zijn songs. De kolossale videoconstructie met zijn 500 videoschermen bleek het enige showelement te zijn. Bovendien konden we pas laat op de avond van de mooie videomuur genieten omwille van het lange daglicht tijdens de show. Verder had de band ook weer van die belachelijke afdakjes geplaatst op het podium om te kunnen schuilen tegen de regen (die niet kwam).
Nee, qua showgehalte is Bon Jovi zeker niet meer wat ze ooit geweest zijn. Er werd vandaag erg statisch gespeeld waarbij men slechts een fractie van het podium durfde te gebruiken. Muzikaal konden we zeker niet klagen want hoewel de set wat op en af ging, was het geluid over het ganse strand erg goed. Jon was vrij goed bij stem, de band speelde strak en het publiek maakte er toch een echt feest van. Doch na zo’n twee uur en een mooie ‘encore’ ronde met o.a. het verrassende “Never Say Goodbye” hielden de heren uit New Jersey het voor bekeken.

Tijdens het optreden in het Koning Boudewijnstadion van 2008 vertoonde de band al wat ouderdomsverschijnselen. Anno 2011 kunnen we stellen dat het ouderdomsproces zich verder heeft ontwikkeld. De band mist duidelijk frisheid! De meest gehoorde kritieken na het optreden variëren van leuk, aardig tot teleurstellend. Doch de wat sputterende Bon Jovi hitmachine gecombineerd met een grote dosis nostalgie en een mooie bloedrode ondergaande zon maakten er toch een geslaagd strandfeestje van! Meer moet dat (soms) niet zijn …

Setlist: *Happy Now  *You Give Love A Bad Name  *Blood On Blood  *We Weren't Born To Follow  *Lost Highway  *Whole Lot Of Leavin'  *It's My Life  *The More Things Change  *Raise Your Hands  *Captain Crash & The Beauty Queen From Mars  *Bad Medicine (/ Hot Legs)  *Bed Of Roses  *I'll Be There For You  *Who Says You Can't Go Home  *I'll Sleep When I'm Dead  *Garageland  *Have A Nice Day  *Keep The Faith
*Wild Is The Wind  *Never Say Goodbye  *Wanted Dead Or Alive  *Livin' On A Prayer

Neem gerust een kijkje naar de pics (onder pics festivals - Zeebruges Beach 2011)

Organisatie: Greenhouse Talent

Liza Minnelli

Liza Minnelli It’s still Liza with a Z

Geschreven door

Het Kursaal, kwart over 8: la Minnelli komt als een echte diva het podium op. Meteen krijgt ze een eerste staande ovatie waar ze zichtbaar van geniet.

Liza gaf veel aan haar publiek en dat publiek gaf maar wat graag veel terug.
Een contrabassist, een pianist en drie blazers, allemaal zoals het hoort strak in het witte pak, vergezelden Minnelli als een doorwinterde band op een cruiseschip.
Met de opener, “Alexanders Ragtime Band”, hadden ze het publiek meteen op hun hand. Hier en daar een eerste knipoog naar “New York, New York” en  Liza die zich aan een danspasje waagt, meer moest dat niet zijn om het publiek uit de bol te laten gaan.
“Our love is here to stay” klonk als een belofte, net als de inleiding ervan: “Tonight, you, me, the guys and nobody else exists”. Het was maar één van de vele bindteksten die afgezien van veel vleierij ook een welgekomen rustpauze waren voor onze diva. De zwierigheid en de kracht is er op haar 65ste wat vanaf, maar de innemende présence is er nog steeds. Het tempo van “Say Liza” lag dan ook iets lager, maar de schreeuw “Liza Minnelli eveybody!” was nog steeds even overtuigend. Naar het einde toe versnelde ze even als toemaatje, al moest ze daarna uitpuffen met – naar eigen zeggen – roze gatorade.
Liza nam ook de tijd om ons wat meer over het ontstaan van enkele nummers te vertellen. Zo kregen we “My own best friend” uit de musical ‘Chicago’ en het van Charles Aznavour ontleende “What makes a man”. Dat laatste nummer gaat over een tijd waarin een man niet zomaar uiting kon geven aan zijn seksuele geaardheid zonder risico op lijf en leden. Bevreemdend hoe de actualiteit een extra - onbedoelde – weemoedige bijklank aan dit nummer gaf. Die weemoed werd ook nog versterkt door de prachtige solo van de sopraansax.
“Maybe this time” vormde een rustpunt voor het nummer waar er velen speciaal naar Oostende waren gekomen: “Cabaret”. Dat leverde fraaie taferelen op met een dansende Liza en een publiek dat haar pret niet op kon: “life is but a cabaret, old chum!”
Na dit hoogtepunt was het tijd voor een aantal nummers van haar laatste plaat. “Confession”, “You fascinate me so”, “He’s a tramp” en “I must have that man” klonken heel innemend. Liza Minnelli voelt zich duidelijk comfortabeler bij deze nummers die lager, ingetogener en rijper zijn. De nummers van ‘Confession’ passen beter bij haar stem zoals die nu is.
Bij “No moon at all” was er een glansrol weggelegd voor Billy Stritch, de pianist en zanger die Minnelli al 20 jaar bijstaat. “Time flies when you’re having fun”, zei Minnelli over de samenwerking en niemand die daaraan twijfelde.
Voor je het goed en wel besefte, leek de tijd ook vervlogen, want daar was al snel “New York, New York”. Frank Sinatra leende dit nummer ooit van Minnelli, maar dat het wel degelijk haar song is, was zeer duidelijk.

Een korte, maar intieme bisronde maakte een einde aan een nostalgische avond. Liza Minnelli pakte haar publiek in met “Everytime we say goodbye” en “I’ll be seeing you”, nam nog even een doos chocolaatjes en een bos bloemen in ontvangst en verliet met de brede glimlach van een echte diva het toneel.

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Dinosaur Jr.

Dinosaur Jr.: moeten er nog decibels zijn?

Geschreven door

We waren dinsdag getuige van een oorverdovend magistraal optreden van cultband Dinosaur Jr. in het prachtige openluchttheater in Deurne. In originele bezetting kwamen ze integraal hun indie-parel ‘Bug’ uit 1988 spelen.

Ideale opener voor deze gelegenheid was het Gentse Drums Are For Parades. Collega’s van Dinosaur Jr. wat betreft het aan de laars lappen van dB-begrenzing! Het drietal deelde een reeks rake klappen uit waarvan een groot gedeelte van het publiek nooit tijdig recupereerde. We volgen ze al een tijdje en kunnen alleen maar vaststellen dat dit trio – zoals goede wijn - beter wordt met de jaren. Een krachtige set met een razende zanger/drummer (Piet Dierickx), een bezeten gitarist/zanger (Wim Reygaert) en de nieuwe gitarist David Dumont (vervanger van Geert Reygaert, broer van…), die zijn gitaar alle hoeken van het podium liet zien. Check hun meesterlijke debuutplaat ‘Master’ en je zult begrijpen wat we bedoelen. Skygazer Music met het hoofd omhoog en een neiging tot uitdelen van kopstoten. We like it a lot.

Wie dacht dat Dinosaur Jr. (opgericht in 1983) na meer dan een kwarteeuw als Dinosaur Sr. zou klinken, was eraan voor de moeite. Je kunt er namelijk nog altijd gif op innemen dat dit trio de naald op de analoge dB-meter nooit uit de rode gevarenzone haalt of het moest tussen twee songs door zijn. Opener “Little Fury Things” werd gebruikt om de instrumenten in te smeren en de versterkers nog even beter af te stellen (lees: op volume 11 te zetten) en kwam hierdoor ietwat chaotisch over. Maar het daarop volgende “The Wagon” was er knal op! Het trio kwam op kruissnelheid en de decibels waaiden rond en in onze oren op orkaankracht. De vogels in Rivierenhof trokken vervroegd op wintertrek en de knaagdieren trokken zich diep terug in hun holen bij zoveel natuurgeweld.

Na deze opwarmers kondigde zanger/gitarist J. Mascis kurkdroog aan dat ze ‘kant A’ van ‘Bug’ zouden aanvatten. Communicatie en Dinosaur Jr. : het zal nooit goed komen. Maar wat trekken we ons daarvan aan. Wat telt zijn de songs! Zoals “Freak Scene” en “No Bones”: beide overdonderend oorverdovend en compromisloos op het publiek losgelaten. Murph sloeg letterlijk een drumstick aan diggelen en moest na het tweede nummer zelf zijn cimbaalstandaard terug in originele stand zetten om in galop de hoofdrol op te eisen in “They always come”. Loeihard werd dit nummer onze gehoorgang ingeduwd. Maar toen je dacht dat deze overload aan decibels wel genoeg was, vond bassist Lou Barlow het nodig om nog wat te prutsen aan zijn Marshall-versterkers om ze bij wijze van spreken op 12 te krijgen (wat zelfs Spinal Tap-gewijs een verloren zaak is). En tot onze verbazing kreeg hij dit nog voor elkaar ook, the decibel-bastard! Op een gezapig tempo maar met een kracht waar de oerknal bij verbleekt werd “Yeah we know” over het amfitheater in het Rivierenhof gekatapulteerd. Laconiek was de daaropvolgende sarcastische verontschuldiging van Barlow: “Voor ons is dit een moeilijk concert: we hebben een dB-limiet vanavond”.

Dinosaur Jr. zoals we ze kennen van in hun hoogdagen (denk maar aan hun verpletterende doortocht in 1987 op het Futurama-festival in Deinze, waar ondergetekende na al die jaren nog van ondersteboven is). We zagen ze ook al eens met deze originele bezetting in 2008 het verbouwereerde publiek op het Cactusfestival in Brugge wegblazen. Barlow werd in 1988 op staande voet ontslagen door opperhoofd Mascis, waarna de heren jarenlang op voet van oorlog leefden. Barlow richtte zijn pijlen op zijn nieuwe projecten Sebadoh, Sentridog en The Folk Implosion, terwijl Mascis rustig doorging met Dinosaur Jr. in een andere bezetting. Ondertussen is alles terug bijgelegd en klinkt Dinosaur Jr. in oerbezetting krachtiger, intenser en luider dan ooit.
Daarvan waren we getuige toen een meesterlijke versie van “Let it ride”, opener van ‘kant B’ van ‘Bug’ onze T-shirt bijna veranderde in een ‘Marcelleke’. Murph drumde zijn drumkit bijna aan diggelen, Barlow pompte zijn bassnaren tot in de gevarenzone op en Mascis’ gitaarsnaren spuwden vuur tot ver over de eerste rijen van het publiek.
“Los gehen” zoals alleen dit drietal dit op magistrale wijze kan. Klasse! Virtuoos gitaarspel door Mascis in het daaropvolgende “Pond Song”, een retestrak “Budge” en loodzwaar “The Pond” volgden.
Een gemengd publiek (jong en oud gezamenlijk headbangend naast elkaar) zag en hoorde dat het goed was. Afsluiter "Don’t” werd vettig en geforceerd en extreem luid onze strot ingeramd (we kregen er spontaan een ‘foie gras’ van). Barlow schreeuwde ons en vooral Mascis “Why don’t you like me?” toe. Een eruptie aan decibels waaide het Rivierenhof in en de bladeren werden bijna letterlijk van de zomerse en in bloei zijnde takken van de zwangere bomen geblazen. Eventjes dachten we dat we in een lokale herfststorm beland waren. Na deze oorverdovende finale sloegen onze oren een zucht van verlichting. Een groot uur overwerk van hamer en aambeeld zorgde voor overspannen trommelvliezen.
Maar het overgrote gedeelte van het publiek had nog honger naar meer decibels en het trio werd terug het podium opgeschreeuwd. Barlow had voor deze gelegenheid zijn schoenen aangetrokken. Daarvoor liep hij letterlijk op kousenvoeten over het podium (twee ‘Pippi Langkousen’ in afwijkende kleuren nota bene).
Ze brachten er als bissen nog de klassiekers “Out There” en “Feel The Pain”. Bij dit laatste nummer ontstond er zowaar een wervelwind juist voor het podium. Het jeugdige gedeelte van het publiek vond het namelijk de juiste tijd om een moshpit in het leven te roepen. “Feel the pain” was toepasselijk de volgende ochtend, toen we terug beseften wat onze effectieve fysieke leeftijd was (nekpijn na zoveel headbangen) en onze oren de overtollige decibels van de vorige avond hadden opgeslagen in het Read Only Memory gedeelte van de hersenen  (tinnitus met een permanent klokkengeluid van kathedralen als fantoombeeld). Het was goed geweest en we kunnen niet wachten tot we Dinosaur Jr. nog eens live aan het werk kunnen zien. Decibelverslaving heet dat!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Journey

Clash of the Melodic Rock titans: Journey – Foreigner: 0-2

Geschreven door

Clash of the Melodic Rock titans: Journey – Foreigner: 0-2
Journey & Foreigner
Vele tientallen jaren wachtte ik om mijn lievelingsband Journey live aan het werk te zien. In 2006 werd het lange wachten beloond en zag ik Journey voor het eerst op het Arrow Rock Festival, toen nog met Steve Augeri ‘on vocals’,..….een legendarisch optreden! Sindsdien vliegt Journey bijna elk jaar naar onze contreien voor een Europese tour. Ditmaal bracht Journey die andere grote Amerikaanse Melodic Rock Arena band Foreigner mee voor een dubbele headliner tour. Twee toppers in het genre samen op één podium.

Beide bands vertonen trouwens naast hun voorkeur voor gesofistikeerde rock nog meer gelijkenissen. Ze worstelden doorheen hun groepsgeschiedenis met het verlies van hun originele zangers.
Terwijl Foreigner in 2005 zanger Lou Gramm succesvol verving door ex-Hurricane zanger Kelly Hansen blijft het Journey kamp toch met een impasse zitten rond het vertrek van zanger Steve Perry, die toch al in 1998 definitief de band verliet. Eind 2007 vond men in de Filippino Arnel Pineda een zanger voor de nieuwe Journey generatie maar het vertrek van Steve Perry hebben vele fans tot op vandaag nog niet kunnen verteren.
Na Journey & Foreigner te hebben gezien op het Rock The Nation Festival besloten we om deze fantastische duo-bill nog een tweede keer te gaan bekijken.
Journey begon alvast met een 0-1 achterstand na een geroutineerd, matig optreden op het Duitse tweedaagse festival. De terugmatch werd in Esch/Alzette, Luxemburg gespeeld: een nieuwe Clash der titanen tussen de twee Melodic Rock bands Journey & Foreigner.

Er kwam maar weinig volk opdagen voor deze topaffiche. De grote, moderne en leuke Rockhal werd zo omgevormd tot Rockhal Box. Omwille van organisatorische redenen werd het concert in laatste instantie een dag vroeger gehouden waardoor waarschijnlijk niet iedereen aanwezig kon zijn. De Rockhal op de industriële site van Belval kan zo’n 6500 bezoekers aan, die avond waren er amper een kleine 1000.

De Luxemburgse cultband Chris Birch Band werd nog aan de affiche toegevoegd en bracht een halfuurtje rauwe Bluesrock, in tegenstelling tot de gesofistikeerde arenarock die volgde.

Na de Jean Michel Jarre intro mocht Foreigner de aftrap geven en de band deed dit net zoals in Duitsland met het stuwende “Double Vision”. Met een indrukwekkende heldere sound en een perfect aantal gedoseerde decibels overtuigden deze heren van bij de start. Zanger Kelly Hansen vloog er meteen in als een jonge Steve Tyler (hij heeft ook een beetje de looks van Aerosmith’ frontman) en liet de aanwezige fotografen alle hoeken van het podium zien. “Head Games” en “Cold As Ice” overtuigden ook de sceptici om er een uitbundig feestje van te maken. “Can’t Slow Down” was jammer genoeg het enige nieuwe nummer uit de gelijknamige plaat van 2010. Alsof ze zichzelf tegenspraken volgde hierna de wondermooie ballade “Waiting For A Girl Like You”, volgens mij de beste popsong die de band ooit heeft geschreven. Tijdens “Starrider” en “Urgent” mocht Thom Gimbel zijn kwaliteiten laten zien. De saxofoonsolo tijdens “Urgent” was fenomenaal! Af en toe mocht origineel bandlid Mick Jones bewijzen dat hij nog steeds een weergaloze riff uit z’n gitaar kan toveren. Klasse als je dit nog kan op de leeftijd van 66!
Verder was de set identiek als op Rock The Nation (enkel “That Was Yesterday” werd helaas weggelaten) en dus kwam er ook nu een knallende finale met “Hot Blooded” en “Juke Box Hero”. Foreigner bracht ook nu een wervelende rockshow waarin veel A.O.R. lekkernijen zaten.

Journey mocht de tweede speelhelft voor hun rekening nemen. Na een wat tegenvallende koele show in Duitsland vreesde ik voor het ergste. Ook nu verscheen de band (zonder intro) wat nonchalant op het podium om te openen met publiekslieveling: “Separate Ways”. Van meet af aan was het duidelijk dat de band het deze keer iets hartelijker en minder koel wou aanpakken. De bandleden wisselden van bij de start onderling enkele vriendelijke blikken uit zonder hierin fundamenteel te overdrijven. Licht- en geluidsbalans waren keurig afgeregeld zodat we toch een veel beter optreden kregen.
Journey speelde voor 90 procent net dezelfde set als in Duitsland (Rock The Nation) maar met massa’s meer overtuiging. Enkel “Open Arms” werd geschrapt en vervangen door het mindere “Tantra” uit het nieuwe album.
Met slechts 75 min. speeltijd moet je natuurlijk keuzes maken en hierdoor kun je de vier nieuwe songs uit het net verschenen album ‘Eclipse’ in de set best moedig noemen. Toegevoegd aan de set waren de ‘Guitar Segway’ en ‘Key Segway’ solospots, om nog maar eens duidelijk te maken dat Neal Schon en Jonathan Cain nog steeds de plak zwaaien in deze band. Drummer Deen Castronovo deed ook nu zijn werk schitterend, alleen jammer dat we deze keer niet van zijn lead vocalen mochten proeven.
Die leadvocalen waren allemaal voor mister Pineda die dit vol overgave en overtuiging deed. Alleen klonk z’n stem soms wat hees en duidelijk vermoeid van het lange toeren. Bovendien moet men toch eens wat minder effect op zijn stem loslaten want ook nu bleek deze oversturing van zijn stem af en toe echt irritant waardoor de polemiek en discussie rond Journey’s (nieuwe) zanger opnieuw werd gevoed. De dynamiek in de set zat goed en het publiek genoot van die vele classic rock hits met “Don’t Stop Believin’” terug als hoogtepunt van de avond.
Journey deed wat het moest doen en pakte toch een beetje revanche al werd de band uit San Francisco ook nu weer geklopt op klasse en vooral op speelenthousiasme door hun vrienden uit New York. Maar in deze terugmatch waren de twee Melodic Rock giganten elkaar evenwaardig. We beleefden alvast een schitterende rockavond!

Setlist Foreigner: *Double Vision  *Head Games  *Cold As Ice  *Can't Slow Down  *Waiting For A Girl Like You  *Starrider  *Feels Like The First Time  *Urgent  *I Want To Know What Love Is  *Hot Blooded
*Juke Box Hero

Setlist Journey: *Separate Ways (Worlds Apart)  *Ask The Lonely  *City Of Hope / (Guitar Segway) *Stone In Love  *Edge Of The Moment  *Lights / (Key Segway) *Tantra *Chain Of Love  *Escape  *Wheel In The Sky  *Be Good To Yourself  *Faithfully  *Don't Stop Believin'
*Any Way You Want It

Neem gerust een kijkje naar de pics

Video Youtube Playlist Journey/Foreigner (Part 1 – Part 3): http://www.youtube.com/playlist?list=PL602E1FC7B15F799A

Organisatie: Rockhal, Luxemburg

Manu Chao

Manu Chao: more more more

Geschreven door

3 minuten … zo veel tijd was er nodig om het concert van Manu Chao in het Rivierenhof uit te verkopen. Hoge verwachtingen dus, en allemaal werden ze ingelost. Na zeer goede kritieken van hun optreden vorige week in Frankrijk (2,5 uur non stop show) was het ook hier van dat …

1 noot duurde het voor iedereen letterlijk op de banken stond, en ze zijn er niet meer afgekomen tot de laatste noot, du jamais vu. Indrukwekkend hoe het ganse publiek simultaan meesprong op de tonen van de drums. Het zeer divers publiek (van jong tot oud, tot nog iets ouder) reageerde op dezelfde manier, er staat duidelijk geen leeftijd op de muziek van Manu Chao.
Hoe uiteenlopend de verschillende bandleden ook zijn, des te beter passen ze bij elkaar en maken hun muziek tot een oase van genot. Niemand die hier op stil kan blijven staan.
Steeds hetzelfde recept, traag om in de sfeer te komen, en dan in overdrive om uit de bol te gaan. Springen, pogoën, crowd surfen, alles was toegelaten. Dit vervangt zeker mijn wekelijks rondje lopen in ’t park, en mag het voor mijn part elke week vervangen.
Anderhalf uur duurde het feest, 4 keer terug komen, maar dan viel jammer genoeg het doek. Te vroeg voor iedereen, ook voor hen leek het. Mochten ze niet meer, wie zal het zeggen, maar jammer was het wel, ze mochten nog zeker nog een uurtje doorgaan, en zelfs langer.

O ja, in het voorprogramma stond de groep Swan, een Antwerps viertal dat probeerde het publiek in vuur en vlam te zetten. Verdienstelijk, maar onfortuinlijk als iedereen zit te wachten op een groep als Manu Chao. Ze hadden mijn aandacht toen ze al stok kloppend op het podium kwamen, ze behielden die toen hun bevallige  zangeres inzette, maar ze verloren ze even snel toen ik plots ‘fuck the strangers’ hoorde. Er zijn er al voor minder geëxecuteerd. Maar wat zou het, want toen was het tijd voor …

Kleine voetnoot toch aan de organisatie, doe iets tegen de verkoop op de zwarte markt. Velen wilden er bij zijn, maar konden niet aan kaarten geraken door enkelingen die het zelfs niet nodig vonden om zich verscholen op te stellen, maar doodleuk voor de ingang van het OLT pakken tickets en geld in hun handen hadden om tegen woekerprijzen te verkopen. Iedereen doet zoveel moeite om de concertprijzen democratisch  te houden, maar dergelijke individuen brengen dit in gevaar. We moeten hier een halt toe roepen!

Desalniettemin heb ik maar 3 woorden voor het optreden van Manu Chao: more more more

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Michael Bolton

De grote Michael Bolton show: popidool voor vrouwen van middelbare leeftijd

Geschreven door

Michael Bolton, geboren als Michael Bolotin was ooit een van de (hard)rock iconen waar ik enorm naar op keek. Zijn eerste albums liggen bij mij nog regelmatig op de draaitafel. Vooral zijn vijfde album ‘The Hunger’ uit 1987 sloeg in het A.O.R. wereldje in als een bom en is tot op heden een klassieker in het genre, niet toevallig een plaat waaraan Journey leden Jonathan Cain & Neal Schon aan meewerkten. Vele rockfans haakten af toen Bolton in 1989 met het album ‘Soul Provider’ een andere koers ging varen en definitief koos voor lichtere werk. Deze slimme en vooral financieel succesvolle carrièrezet, maakte van hem een superster en sekssymbool. Hij werkte samen met alle groten der aarde zoals o.a. Van Morisson, Bob Dylan, Luciano Pavarotti tot jawel… Lady Gaga.
De meeste albums (en ook zijn grootste hits) van Michael Bolton staan boordevol covers net zoals het nieuwe pas verschenen album ‘Gems’. Een collectie duetten van monsterhits zoals o.a.: ”Pride” van U2  tot “Fields Of Gold” van Sting.

Om dit album te promoten plaatste Greenhouse Talent Bolton in de mooie sfeervolle Koningin Elisabethzaal. Een beetje onzeker (-na een weekend stevig rocken op Rock The Nation-) begaf ik me tussen het keurig uitgedoste volkje en maakte ik een wat vreemde show mee waarin Michael Bolton werkelijk alle aspecten en stijlen uit zijn oeuvre naar voren bracht. Niet goed wetende wat ik kon verwachten van de grote Michael Bolton show keerde ik vooral met ‘mixed emotions’ terug huiswaarts.
Geen voorprogramma dat Bolton mocht opwarmen maar wel een keurig op tijd startend spektakel. Met de nodige bombast knalden de eerste tonen van “Go The Distance” als intro uit de boxen. De zevenkoppige begeleidingsband nam deze openingshymne over waarna megaster Bolton ten tonele verscheen.
De Elisabethzaal liep slechts halfvol maar toch zat de sfeer er al goed in toen Bolton opende met het nieuwe “Love Is Everything”, een song die hij samen schreef met het populaire Amerikaanse countrypop trio Rascal Flatts.
“To Love Somebody” en vooral “(Sittin’On) The Dock Of The Bay”, lieten Bolton’s countertenor stem in alle glorie aanhoren. Tijdens “You Don’t Know Me” mocht de Deense saxofonist Michael Lington zich in de kijker spelen en dat deed hij tijdens verschillende solospots doorheen de show meermaals over. Voor “Sweet Home Chicago” deed Michael zijn jasje uit, wat op veel bijval kon rekenen bij de vrouwelijke fans. Michael corrigeerde al even vlug een grapte: “It’s not that kind of show, it’s just for the guitar”; het leverde echter wel een zeer mooie gitaarsolo op! Met “Summertime” en het vooral van Sinatra bekende “That’s Life” werden we ondergedompeld in een jazzy/bigband sfeertje. Professioneel gebracht maar niet mijn favoriet deel van de show.
Tussendoor had Michael even het podium verlaten om in uitgedost maatpak te verschijnen voor het machtige en aan Pavarotti opgedragen “Nessun Dorma”. Die verkleedpartij namen we er graag bij want voor de uitvoering van deze aria uit Puccini’s opera ‘Turandot’ kreeg Bolton een eerste staande ovatie. Hierna verliet Bolton alweer het podium en mocht alweer saxofonist Michael Lington uitpakken met zijn nummer 1 hit “You And I”, een Christopher Cross aanvoelende ‘instrumental’.
Na de verdwijntruc en jawel een nieuwe broekswissel mochten de dames in rij staan om Bolton de hand te drukken en een foto te nemen tijdens “When A Man Loves A Woman”. Hiervoor liet hij zich bewonderen in het midden van de zaal, en toegegeven, zelfs van zo dichtbij ziet deze 58 jarige megaster (een ware Ken (Barbie) op leeftijd!) er best nog sexy uit! Eindelijk nog eens up-tempo met “How Can We Be Lovers” & “Time, Love & Tenderness” om nadien alweer het tempo naar beneden te halen met “Hallelujah” en “How Am I Supposed To Live Without You”. Die eerste gaf ons een wat ongepast kerstgevoel, terwijl de tweede song, dé Michael Bolton smartlap bij uitstek, door de ganse zaal werd meegezongen. Tweemaal kwam Bolton terug. Met een mooie maar niets toevoegende versie van U2’s “Pride” en het samen met Bob Dylan geschreven “Steel Bars”. Nog even wuiven naar de fans van op de brug en weg was hij.

De enorme afwisseling en setlist keuze zorgden voor een vrij onsamenhangend geheel waardoor het ware concertgevoel vaak afwezig was. Daarentegen kregen we een wat afgelikte show met hoog Disney gehalte waarbij Bolton zich liet bewonderen als een statische megaster. Gelukkig bleek Michael’s zeer uniek stemgeluid nog steeds de grootste troef van de avond en daarvoor waren wij uiteindelijk toch gekomen.

Setlist:  *Love Is Everything *To Love Somebody *(Sittin’On) The Dock Of The Bay *Said I Loved You...But I Lied *You Don't Know Me *Sweet Home Chicago *Summertime *That’s Life *Nessun Dorma *(You And I) / Michael  *When A Man Loves A Woman *How Can We Be Lovers *Time, Love & Tenderness *Georgia On My Mind *Hallelujah *How Am I Supposed To Live Without You
*Pride (In The Name Of Love) *Steel Bars

Video Youtube: http://youtu.be/Ht7QRN_E3WA

Organisatie: Greenhouse Talent

The Godfathers

The Godfathers en De Brassers – En toen was de punk(rock) er weer

Geschreven door

Toen vanaf de tweede helft van de jaren ’70 de punk als muziekstroming en sociaal verschijnsel ook zijn sedimenten achterliet op de Limburgse alluviale vlakten, zagen De  Brassers daarin de geschikte voedingsbodem om er vanuit Hamont muzikaal mee aan de slag te gaan. Ze lieten zich niet enkel beïnvloeden door groepen als de Sex Pistols, The Damned of The Clash maar vonden eveneens inspiratie bij Joy Division, PIL, Cabaret Voltaire en Fad Gadget. Mede hierdoor vermengden ze hun geluid met new- en coldwave, combineerden dit met een grote dosis anarchistische ingesteldheid en dit alles leidde ertoe dat zowel de teksten als de klank even rauw als gitzwart kleurden als de schachten van de in die periode reeds tanende koolmijnen.
Amper drie jaar, van 1979 tot 1982, bestond deze Belgische groep. Onder meer een reeks problemen naar aanleiding van verdovende middelen lagen aan de basis van de split. Niettemin volstond die korte periode om enkele ondergrondse classics op hun naam te schrijven met wellicht als bekendste resultaat “En Toen Was Er Niets Meer” (1980).
Jarenlang vertoonde de groep geen teken van leven meer maar na ruim vijftien jaar waren de Brassers opnieuw her en der op een podium te bespeuren. En hun aanhang is zeker nog even trouw getuige het feit dat de eind vorig jaar op het lovenswaardige platenlabel OnderStroom Records uitgebrachte gelimiteerde vinylcompilatie ‘De Brassers 1979-1982’, reeds helemaal uitverkocht is. De Balzaal van de Vooruit liep afgelopen vrijdag niet vol maar deels had dit natuurlijk ook te maken dat de groep begin deze maand in de AB het voorprogramma mocht vervullen van één van voormelde inspiratiebronnen, namelijk P.I.L., en dat niet iedereen nu nogmaals de verplaatsing richting Gent maakte.
De Brassers lieten het niet aan hun hart komen en speelden als vertrouwd met naar eigen zeggen de ingesteldheid dat ‘de hunker naar de vibe van het spelen groter is dan de hunker naar erkenning’. Oudgedienden Willy Dirkx (gitaar), Marc Haesendonckx (basgitaar) en de nog steeds hyperkinetische zanger Marc Poukens die heden ten dage worden bijgestaan door Erwin Jans (ex-Struggler) op drums, Joachim Cohen (o.m. Infernal Beauty) op keyboards en Willy’s zoon Jules op gitaar, slaagden er op een intense en doordringende wijze in om het publiek via pakweg het reeds vermeldde “En Toen Was Er Niets Meer” en het al even sterke “Kontrole” mee te nemen op een retrotrip zonder gedateerde bijwerkingen.

Al even sterk geënt op de punk als de Brassers zijn de in 1985 opgerichte The Godfathers. Deze Engelse groep met in de rangen de twee broers Peter (zang) en Chris (basgitaar en zang) Coyne ontstond uit de as van het cultgroepje Sid Presley Experience en leverde in de jaren ’80 met ‘Hit By Hit’ (1986) , ‘Birth, School, Work, Death’ (1988) en ‘More Songs About Love And Hate’ (1989) drie uitstekende albums op een rij af. Ook het daaropvolgende ‘Unreal World’ (1991) was van even hoogstaande makelij hoewel sommige puristen de afgelijnde productie laakten.
Van dan af verliep het heel wat moeilijker. Er werden personeelswissels doorgevoerd en ook het succes bleef wat uit. Maar in 2008 maakten The Godfathers evenwel van de gelegenheid gebruik om naar aanleiding van de heruitgave van hun debuut ‘Hit By Hit’ in originele line-up een reeks concerten te geven die hen onder meer ook naar de Gentse Handelsbeurs brachten. Lang duurde de hereniging niet want amper een jaar later verlieten gitaristen Kris Dollimore en Mike Gibson alsook drummer George Mazur opnieuw de groep en hun plaats werd ingenomen door De Bartle (gitaar, zang en ex-lid van de Sid Presley Experience) en nieuwkomer Grant Nicholas (drums, percussie en zang). En in die opstelling traden ze in de Vooruit ook aan.

Vanaf het begin van de set werd duidelijk dat The Godfathers noch hun oorsprong noch hun voorbeelden zouden verloochenen. Zo lieten ze meteen de Sid Presley Experience als een feniks verrijzen via het instrumentale openingsnummer “Public Enemy Number One” (ook “Hup Two Three Four” zou de revue passeren) en tijdens “When Am I Coming Down” werden flarden tekst van onder meer “Strawberry Fields Forever” (The Beatles) en “Lazy Sunday” (Small Faces) binnengesmokkeld. Het tot dusver enkel op de liveplaat ‘Shot Live At The 100 Club’ (2010) terug te vinden “I Can’t Sleep Tonight” vertoonde dan weer niet enkel de kenmerken van maar werd zelfs geheel opgedragen aan de Ramones (wiens “Blitzkrieg Pop” The Godfathers trouwens ook nog eens door de luidsprekers lieten schallen vooraleer aan hun concert te beginnen).
De punk(rock) verpakt in drieminutensongs, primeerde. Ruimte voor lang uitgesponnen nummers werd nauwelijks gecreëerd. “Cause I Said So”, “Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t Mean To Say They’re Not Going To Get You!” en “This Damn Nation” waren puntig en bij momenten snediger dan een goed geslepen keukenmes. Maar ook de nummers “Back Into The Future” en “The Outsider” die zullen prijken op een album dat mag verwacht worden in de loop van de maand september, vertoonden dezelfde tekenen van rauwheid.
Toen de groep toch eens een zijstapje waagde naar bijvoorbeeld rockabilly leidde dit meteen tot hoogtepunten, zoals bij de publiekslieveling 3Walking Talking Johnny Cash Blues” (waarbij meteen ook duidelijk is aan wie deze ode gericht is) en bij “Brand New Cadillac” (een cover van Vince Taylor en tevens bekend in de versie van The Clash).
Ook “She Gives Me Love” voorzien van een mooi gitaarrifje, wat tamboerijn en samenzang en “If I Only Had Time” met een combinatie van hardere rock en melodieuze vocalen klonken fraai.
Net voor de toegiften stond het onvermijdelijke en uitmuntende “Birth, School, Work Death” (voorzien van een valse start omdat tot groot jolijt van de groepsleden Chris Coyne een verkeerde noot aansloeg) geprogrammeerd en een in hogere versnelling gespeelde versie van John Lennon’s “Cold Turkey” fungeerde als gebalde afsluiter.
Net zoals vijfentwintig jaar geleden waren de donkere maatpakken – die door de paar kilootjes extra die ze anno 2011 moeten torsen, strakker dan ooit oogden - nog steeds het handelsmerk van de groep waarmee een nadrukkelijk contrast werd beoogd met het ongeborstelde van de muziek.
Ook de nuchterheid bleek nog even intact te zijn gebleven. Zo werd enkele malen “Unreal World” als verzoeknummer aangevraagd waarop Peter Coyne met de woorden “We Don’t Play What You Want But What You Need” kordaat liet verstaan hier niet te willen op ingaan om zich vervolgens toch te verontschuldigen voor de botte houding. Waarmee nog eens onderstreept werd dat punk(rock) spelen bij The Godfathers geen synoniem is om zich aldus ook zo te gedragen.

De eindbalans van het voor België exclusieve concert van The Godfathers is zeker positief te noemen maar het geheel liet niet een even onuitwisbare indruk na als tijdens hun eerste passage in ons land, namelijk op het Futurama festival in Deinze. En dit is alweer van 31 oktober 1987 geleden.

Setlist
Public Enemy Number One, I Want Everything, Cause I Said So, I Can’t Sleep Tonight, Love Is Dead, Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t mean To Say They’re Not Going To Get You!, Strange About Today, She Gives Me Love, When Am I Coming Down, This Is War, Lonely Man, Back Into The Future, Walking Talking Johnny Cash Blues, How Low Is Low, Hup Two Three Four, This Damn Nation, Birth, School, Work, Death
The Outsider, If I Only Had Time, Brand New Cadillac, Cold Turkey

Organisatie: Amusez-Vous
(New-Wave-Classix)

Tindersticks

Tindersticks - Het horen en zien waard! – Brussels Film Festival

Geschreven door

Het Paleis voor Schone Kunsten gooide de deuren open voor een uniek optreden in het kader van het Brussels Film Festival. Het Britse Tindersticks bracht live de muziek die ze de voorbije jaren componeerden voor maar liefst zes films van de Franse regisseuse Claire Denis. De indrukwekkende Henry Le Boeufzaal was verre van uitverkocht hetgeen eigenlijk zonde is want zowel liefhebbers van de betere hedendaagse muziek (die Tindersticks ontegensprekelijk brengt) als liefhebbers van klassiek en cinefielen kwamen er donderdag uitgebreid aan hun trekken.

De acht muzikanten namen plaats voor een gigantisch scherm waarop de ganse avond een knap gemonteerde selectie getoond werd van de  bewuste films. Er was slechts zelden gelegenheid tot applaus – laat staan gejuich - aangezien men tussen de muzikale stukken door beelden met dialogen liet verderlopen.
Pas na een half uurtje mochten de handen voor een eerste keer op elkaar nadat Stuart A. Staples - tot opluchting van ’s mans fans - eindelijk zijn stem had laten horen. Een tweede applaus-pauze werd ingelast na “Trouble every day”, het pareltje dat als titelnummer prijkt op de soundtrack bij de gelijknamige film.
Meteen erna verdween de gelukzalige glimlach op het gezicht van een groot deel van het publiek want het toen getoonde fragment maakte duidelijk dat de huidige Twilight-franchise in de verste verte niet kan tippen aan de standaard die Claire Denis tien jaar geleden stelde voor de hedendaagse vampierenfilms. Koude rillingen liepen over de rug bij het aanschouwen van de huiveringwekkende beelden ondersteund door de trouwens perfect uitgevoerde muziek.
Na een zoveelste bloedmooi klassiek stuk (waarvan we u helaas de titel schuldig moeten blijven want de onlangs in een 5 CD-box gebundelde soundtracks zijn ons totnogtoe te weinig bekend om op alles een naam te kunnen plakken) bedankte Staples het publiek voor de jarenlange steun en inspiratie alvorens het immer aangrijpende “Tiny tears” aan te heffen. Deze Tindersticks-klassieker prijkt op de tracklist van hun tweede titelloze album vlak na “My sister” en het is net dat laatste nummer dat Claire Denis ertoe bracht om de uitmuntende samenwerking aan te vatten. De cirkel was dus rond en na een laatste instrumentaal nummer viel dan ook het doek over een geslaagde avond.
Af en toe verliet een enkeling vroegtijdig de zaal, waarschijnlijk omdat ze zich aan een regulier Tindersticks-concert (en dan vooral het karakteristieke gebrom van hun frontman) verwacht hadden. Quod non! Niet dat deze groep zich normaliter beperkt tot het voor rockgroepen gebruikelijke instrumentarium (gitaar, bas en drum). Zowel op plaat als live lassen ze steeds sfeervolle intermezzo’s in waardoor hun werk altijd al als filmisch omschreven werd.

Meer dan ooit maakten ze donderdagavond echter duidelijk dat ze vooral om hun merites als componisten en muzikanten gewaardeerd willen worden. Vibrafoon, cello, viool, trompet en saxofoon kregen hierbij een erg prominente rol toebedeeld. Samen met de beklijvende beelden leidden ze tot een optreden waar we nog lang van zullen nagenieten…..of toch minstens tot we binnenkort diep in de modder van één of andere festivalweide gezakt zijn. Het moet immers niet alle dagen een statig decor zijn, nietwaar?

Organisatie: Bozar, Brussel (ikv Brussels Film Festival)

Pagina 295 van 386