logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...

Lenny Kravitz

Lenny Kravitz – prima gig van onze vredesduif

Geschreven door

Lenny Kravitz - De dolle 45 plusser heeft al een rijkelijk gevulde carrière achter de rug … Een icoon binnen de hedendaagse rock en pop . Stoere, strakke retrorock’n’roll wordt afgewisseld met broeierige rocksongs en gevoelige ballads, die verleidelijke soul en funk integreren. Na de eerste succesvolle platen , werden we midden de jaren ’90 geconfronteerd met een muzikale dip door songs die onvoldoende raakten . Ondanks het feit dat hij muzikaal minder boeiend en scherp klinkt, heeft hij de laatste jaren enkele schitterende singles uit, die het plaatwerk sieren: meeslepende melodieën, ruimte voor typerende gitaarriffs, blazers en ‘70s toetsen . Liefde en verdraagzaamheid zijn in het muzikaal concept de centrale thema’s … ‘A Love Revolution’, met een vredesboodschap… Deze vredesduif draagt men op handen in Frankrijk. Het concert was al een tijdje uitverkocht. Of het te maken had met z’n relatie met Vanessa Paradis toen, laten we in het midden.

Twee uur lang hield hij ZIJN publiek in de ban, en waakte hij als een herder over zijn schapen, die houden van zijn muziek en zijn boodschap. Hij bezorgde hen een onvergetelijk avond, knielde, was midden zijn fans te zien, schudde handjes en dweepte hen op!  “Love, Peace, Understanding, respect en samenhorigheid”, ik heb het vanavond goed gehoord en het is in m’n geheugen gegrift!
Tja, dit was een festival in een gesloten ruimte . En Lenny beschikt over genoeg songs om een ‘Bestof’ recept te prepareren; en liet ruimte voor een handvol songs van de nieuwe cd ‘Black & White America, een hulde aan zijn ouders en die de groei van de artiest onder de loep nam. De songs kruiste hij met talrijke liefdevolle ‘thx’- woordjes, die de applausmeter in het rood sloeg. Ok, dit gegeven terzijde hoorden we een opwindende, frisse, emotievolle set ... Rasmuzikanten gaven de ‘Lenny rock’n’roll’ elan. Vooral gitarist Craig Ross pijnigde als een herboren Slash z’n gitaar, en de blazerssectie vulde mooi aan.  Goed gevonden waren ook de projecties die Lenny en z’n band in de spotlight plaatsten, met familieportretten, de groei naar volwassenheid en enkele psychedelica dia’s.
Al meteen kregen we een paar stevige rockers te horen, “Come on , get it” van de recente cd, “Always on the run” en de Guess Who- cover “American Woman”. De muzikanten benutten alle ruimte voor hun instrument. Op die manier konden de songs wel eens uitlopen, maar de broeierige spanning behielden ze . Ademruimte kregen we met het sfeervolle “It ain’t over til it’s over”; dan stapten ze terug over naar een rockende “Mr cab driver”  en een meeslepende “Black & White America”; die de blazers voorop plaatste!
We hoorden een dolle muzikale rit van een resem  hits; de soul en funk droop op “Fields of joy” en “Stand by your woman”, die perfect aan elkaar werden geweven; de positieve vibe van “Believe” en de huidige melodieus rockende single “Stand” volgden. Het tempo werd strakker met de rock’n’roll knallers “Rock’n’roll is dead”, “Rock star city life” en “Where are we running”, die een prachtige outro toegemeten kreeg van sax en piano. Op “Fly away” en “Are you gonna go my way” ontplofte de boel; die de rock’n’roll party compleet maakten … Even leek het erop dat een nieuwe Christus was opgestaan in Noord-Frankrijk …
En Lenny houdt van z’n publiek … een jonge dame van dertig beleefde op haar verjaardag de ‘time of her life’, gezien “I belong to you” aan haar werd opgedragen: akoestisch aan de rand van het podium met Craig Ross én met één van de blazers, een ‘campfire song’ dicht bij de fans. Na een ietwat (overdreven) uitvoerige voorstelling van de band kon Kravitz niet omheen z’n absolute klassieker “Let love rule”, die té lang duurde voor de doorwinterde muziekliefhebber, maar voor de fan eeuwig en drie dagen mocht duren. Hij was hier in het publiek te vinden en liet elke muzikant zijn ding doen … Ondanks alles, een meezinger van formaat, dat was overduidelijk! Jimi’s “All along the watchtower”, een ‘alltime’ klassieker van Lenny begeleidde ons naar buiten …

Als rockartiest is hij helemaal ‘back to business’; hij kent de kneepjes van het vak en haalt muzikaal alles uit de kast om z’n publiek een wondermooie avond te bezorgen. Hij draagt z’n fans een warm hart toe en wortelt ons vast met z’n vredesboodschap . Lenny biedt geen verrassingen, maar hier speelde een evenwichtige rockartiest een prima gig!

Neem gerust een kijkje  naar de pics

Organisatie : Vérone Productions, Lille

Apparat Band

Apparat Band - Duitse DJ gooit zijn laptop weg en gaat op zoek naar emotionele diepgang in het speelveld van Radiohead en Jonsi

Geschreven door

Sascha Ring, de Berlijnse DJ die onder de nom-de-plume Apparat, sinds 1996 een van de voornaamste DJs in de Berlijnse minimal en techno scene is, zag het even niet meer zitten: de harde beats konden hem maar matig interesseren, en na zijn sublieme samenwerkingen met Ellen Allien  (‘Orchestra of bubbles’, 2006, uit op Bpitch control) en Modeselektor (‘Moderat’,2009, ook op Bpitch control) was de inspiratie even opgedroogd. Ring besloot zijn zinnen dan maar even te verzetten door een bijzonder geslaagde compilatie uit te brengen  in de Dj-Kicks reeks van het! K7-label, waarin hij zijn eigen nummers paarde aan nummers van onder meer Burial, Joy Orbison, Thom Yorke en Scorn. Eigen nieuwe nummers schrijven lukte maar moeizaam, dus volgde Ring maar het advies  van de grote New Yorkse poëet James Murphy:
“I hear you're buying a synthesizer and an arpeggiator and are throwing your computer out the window because you want to make something real. You want to make a Yaz record.
I hear that you and your band have sold your guitars and bought turntables.
I hear that you and your band have sold your turntables and bought guitars” (uit Losing my edge).


Het resultaat is het nieuwe album ‘Devil’s walk’ en de geboorte van de nieuwe Apparat Band. (niet te verwarren met Apparat Organ Quartet, de IJslandse band van onder meer Johann Johannsson). Die nieuwe plaat hadden we nog niet gehoord, en wellicht zijn we niet alleen, maar verbazingwekkend genoeg was de grote zaal van de AB toch bijna uitverkocht voor de Belgische passage in Ring’s Europese tour.
Eerste verrassing was de bezetting van de Apparat band: Ring links op gitaar, rechts een drummer, in het midden een keyboard, maar geen laptops of turntables in zicht. De tweede verrassing: Ring die met een ijle falsetstem een Teutoonse imitatie van Thom Yorke neerzet: voor een DJ getuigd het van ongelooflijk veel moed om de veilige positie achter een draaitafel op te geven en in plaats het meest naakte instrument te gebruiken waarover iedere muzikant beschikt, namelijk de eigen fragiele stem. Bij wijlen had het veel mee van The Notwist, of andere vroege jaren negentig releases op het MORR-label.
Af en toe was het nog wat zoeken, je hoorde duidelijk een elektronica artiest aan het werk die nog aan het worstelen was om een rock instrumentarium onder de knie te krijgen, maar al bij al was dit een zeer geslaagd optreden voor een niet-Engelse artiest: echte Duyster-muziek, die nog niet op het hoge niveau van de Engelse of IJslandse voorbeelden als Four Tet, de late Radiohead, een Jonsi of Johann Johannsson staat, maar daar niet ver meer vanaf staat.
De lugubere pracht van de Moderat klassieker “Rusty Nails” bracht een eerste schokgolf in de AB te weeg, en van af ging het enkel crescendo: een strijkersduo vervoegde het podium: viool en cello tilden de songs naar nieuwe onbekende terreinen, en Ring verruilde zijn gitaar voor subtiel xylofoon-spel. De pure techno-freak bleef vanavond op zijn honger, maar net zoals James Blake post-dubstep brengt, vindt Apparat zichzelf opnieuw uit en brengt hij iets dat je emotionele post-minimal of post-ambient kan noemen. Helemaal op punt stond het nog niet, de Apparat Band had een duidelijke mission statement:  op zoek naar emotie, maar de uitvoering mistte nog wat puur vakmanschap: de harde Duitse klanken van de bindteksten bijvoorbeeld vloekten met de sfeer die de band wou oproepen. Het publiek had daarechter absoluut geen probleem mee, getuige het enthousiasme tijdens de bisnummers.

Apparat band is de metamorfose van een DJ die het na vijftien jaar wel eens over een andere boeg wil gooien, de aanzet klinkt goed, alhoewel het nog een beetje aarzelend is, we kijken al uit naar de volgende stappen van Herr Sascha Ring.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Ozark Henry

Ozark Henry plays Ozark Henry 4 Hands – knus, gezellig, emotievol

Geschreven door

Na een reeks succesvolle platen van subtiel uitgekiende, cleane, radiovriendelijke songs, orkestraal of met soundscapes aangevuld, neemt Piet Goddaer even de tijd om het over een andere boeg te gooien … De sing/songwriter herbront en slaat een nieuwe invalsweg in om gekende en minder gekende Ozark Henry songs intimistisch, puur, sober en emotievol op klavieren te spelen . Hij heeft pianist Didier Deruytter als soulmate , plaatst twee witte vleugelpiano’s tegenover elkaar, speelt ‘vier handen’ en brengt voldoende variaties aan z’n zacht, innemende, heldere stem.
De twee heren gaan langs theaters en culturele centra’s om de  ingetogenheid van de hartverwarmende poprock en lovermateriaal te benadrukken. Goddaer, met enkel een weifelende merci op de tong,  kan rekenen op heel wat bijval; we hoorden soms geen evidente songkeuze, maar smolten hoe de twee elkaar aanvoelden en op elkaar ingespeeld waren. Ze gaven het innemende, dromerige  materiaal een handige vingertoets en ritme. Op die manier creëerden de twee een broeierige spanning, hielden het uitermate boeiend en zakte het anderhalf uur durende concert niet in. De sobere spotlights sierden de  twee witte vleugelpiano’s van de fijn uitgedoste heren in het zwart.
In het eerste deel hoorden we “Vespertine”, “Godspeed” en werd oud materiaal van o.m. ‘This last warm solitude (’98)’ opgerakeld, van “Radio” en “This hole is the whole” naar “To walk again”, “See the lions”, “Jailbird” en “Sundance”. De sfeervolle, dromerige, melancholische songs bezorgden ons kippenvel en konden krachtig en bedreven zijn. “Me & My Sister” klonk creatief en was inspiratievol door de percussie van handen op de knieën. De song deinde uit naar het ingetogen “Memento”.
In het tweede deel steeg de herkenbaarheidsfactor, maar de popbubbels van “These days”, “Word up” en “Sweet instigator” werden soms grondig vertimmerd: Ze dwongen, in de voetsporen van Jef Neve, respect af. Het afsluitende “Inhaling” was gewaagd en boeide door de onverwachtse wendingen en de fluister-/zegzang van Goddaer.
Een emotievolle set speelden ze. Twee maal kwamen ze terug; het haardvuur knetterde  op “This one’s for you” en ‘Hvelreki’, titelsong van de recentste cd. . Spelplezier hadden ze nog op een filmisch, beeldrijk Bolero aandoende “Out of this world”.

De 4 Hands Theater Tour van Ozark Henry songs is er eentje om gezellig en knus de donkere dagen te inspireren. Maar mag het concept nog lief en leuker zijn in een soort ‘DuoInABox’, midden de zaal, zoals Zita Swoon hen vooraf ging ...

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Envy

Envy - een Japans warm bad in een tot SentM omgebouwde Kreunzaal

Geschreven door

Het was Oathbreaker dat vorige zaterdag het ijs mocht breken in de Kreun. De Belgische band - met Gent als uitvalsbasis - bestaat uit 3 leden van het ter ziele gegane No Recess, aangevuld met een nieuwe drummer en werd midden 2008 opgericht. Ze brachten onlangs hun eerste full album ‘Mælstrøm’ uit op het prestigieuze Deathwish Inc.-label van niemand minder dan Converge zanger Jacob Bannon. En het moet gezegd: het is een dijk van een album geworden! Het werd een perfecte mix van metal, punk en hardcore. De vooruitgang die de band sinds hun debuut-EP ‘Oathbreaker’ maakt, spat ervan af. Ook live was het vuurwerk! Het gemene en venijnige stemgeluid van zangeres Caro is het ziekste geluid dat we ooit van vrouwelijke stembanden te horen kregen. In combinatie met het schitterende gitaarwerk van Lennart en de donderende ritmesectie (Gilles op bas en Ivo op drums) gaf dit een nieuwe definitie aan de term ‘brutaal’. Vooral in “Hierophant” waar de grenzen van brutaliteit werden afgetast, kwam deze krijsende, krassende stem ten volle tot haar recht. Voeg daar de headbangende, over de microstandaard gedrapeerde, lange haardos van Caro aan toe en je kreeg zin om zelf iets brutaals te doen. Na een groot half uur was het ijs niet alleen gebroken, maar volledig gesmolten!
Oorzaak: een ontketende locomotief die De Kreunzaal volledig onder stoom zette net voor het hoofdprogramma. Grote klasse van eigen bodem! (*)

Envy, de in 1992 opgerichte Japanse hardcoreband, schakelde in de loop der jaren geleidelijk over van pure hardcore en screamo naar post-hardcore en post-rock. Het vijftal uit het land van de rijzende zon is live één grote belevenis. Zanger Tetsuya Fukagawa zingt met zoveel overgave dat de koude rillingen je constant over de rug lopen. En dit in een nochtans broeierige zaal. Wie doet hem dat na? De overige 4 leden van de band (gitaristen Nobukata Kawai en Masahiro Tobita en ritmesectie Manabu Nakagawa – bas – en Dairoku Seki – drums) zijn één voor één rasmuzikanten die hun instrumenten binnenste buiten keren.
We kregen een schitterende versie van “Worn Heels And The Hands We Hold” uit hun laatste album “Recitation”. Een song die ingetogen startte en openbloeide als een Japanse kerselaar in hardere hardcore- en zachtere postrockvertakkingen.
Of de post-rock parel “A Breath Clad In Happiness” van hetzelfde album waar Fukagawa zijn keelgat zodanig openzet dat we spontaan een inkijk kregen van ’s mans trillende longen. “A Warm Room” was heel toepasselijk voor de conditie waarin de Kreunzaal zich op dat moment bevond. Een song die je onderdompelde in een warm bad waar je jezelf volledig in verloor en werd overgelaten aan één van de mooiste natuurelementen, verder drijvend op niets dan gelukkige gedachten. De song overmeestert je en de subtiele opbouw kan je best vergelijken met de manier waarop de Japanners aan ‘ikebana’ doen. Alles valt in zijn plooi en alle stukjes passen perfect in het geheel. Pure Japanse klasse.
Het met militair drumgeroffel van Seki onderbouwde “As Serenity Calls Your Name” is nog een dergelijk meesterwerk: geen schuingemarcheer maar een ontluikende song die moeiteloos uitgroeit tot een protestmars met een oerschreeuwende Fukagawa om daarna in alle sereniteit uit te monden in een bijna klassieke finale.
Buitenbeentje bij dit alles werd uitsmijter “Farewell To Words” uit hun overgangsalbum '’All the Footprints You've Ever Left and the Fear Expecting Ahead’  uit 2001, met nog wel de hardcore-elementen van vroeger maar al meer richting hun latere post-hardcore en post-rock getinte muziek. Een mooi einde van een geslaagd concert. En daarmee is alles gezegd.

(*) Setlist Oathbreaker
[1] Glimpse Of The Unseen [2] Origin [3] Downfall [4] Black Sun [5] Ashes [6] Hierophant [7] Agartha [8] Shelter
Hier kan je zelf zien en horen hoe Oathbreaker live klinkt: http://www.youtube.com/watch?v=fxM708FdWVk .
De video werd trouwens gefilmd en gemonteerd door niemand minder dan Mathieu Vandekerckhove (gitarist van Amenra en Syndrome).

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

Roger McGuinn

(An evening with) Roger McGuinn en de kunst van de autobiografie

Geschreven door

Laat ons even een lans breken voor de vergrijzing. Iedereen zeikt maar door dat dit fenomeen ons handenvol geld kost, maar geen mens die zich schijnt af te vragen wat we daar voor in de plaats krijgen. Afgelopen week deed Bob Dylan met zijn 70 lentes een verdienstelijke poging om die vraag te beantwoorden in het Antwerps Sportpaleis, maar het meest overtuigende bewijs dat er wel degelijk sprake is van enige ‘return on investment’ moeten we deze week toch op het conto van Roger McGuinn schrijven. Met de knus klinkende aankondiging ‘An evening with ...’ deed dit Amerikaanse icoon de Gentse Handelsbeurs afgelopen zaterdag aardig vollopen voor een niet te missen afspraak met de folk- en countryrock geschiedenis.

De 69-jarige McGuinn mag dan al ruim vijf decennia in het vak zitten, toch blijven vooral zijn jaren als frontman van The Byrds van pakweg 1965 tot 1971 tot de collectieve verbeelding spreken. De Amerikaan speelt dus misschien wat op veilig door het gros van zijn set vol te stoppen met Byrds klassiekers, maar de manier waarop hij omspringt met dit cultureel erfgoed levert hem niettemin nog steeds tonnen respect op. Vanuit de coulissen zette een zichtbaar relaxte McGuinn “My Back Pages” in, zoals gewoonlijk vergezeld van zijn trouwste ‘compagnon de route’: een diep oranje Rickenbacker met het uit duizenden herkenbare jingle jangle geluid. Het is en blijft een fantastisch schouwspel hoe dit 12-snarige wonder van gitaartechniek op z’n eentje bijna een halve band op het podium kan toveren. Ook McGuinn raakte tijdens zijn set maar niet uitverteld over zijn onafscheidelijke sidekick die hij zich trouwens voor het eerst aanschafte na het bekijken van de Beatles film ‘A Hard Day’s Night’. Ook zijn Martin HD-7, een eigen ontwerp van een akoustische folkgitaar waar de eigenzinnige zestiger zowaar een zevende snaar heeft aan toegevoegd, kreeg een hoofdrol toebedeeld op het sober aangeklede Ha’ podium.
McGuinn is echter niet enkel een meesterlijk gitarist, zoals hij ten overvloede demonstreerde tijdens het van Woody Guthrie geleende “Pretty Boy Floyd”, bovendien beheerst hij ook de kunst van het ‘storytelling’. Wie plannen heeft om in een biografie van The Byrds of Roger McGuinn’s te duiken kan zich dus veel beter naar een optreden van de man zelf begeven. De persoonlijke anekdotes en muzikale faits divers vliegen je namelijk om de oren, boeiender dan dit wordt om het even welk boek echter nooit.
Tussen de desbetreffende songs vertelt de kwieke zestiger honderduit over de soms heel banale ontstaansgeschiedenis van Byrds klassiekers als “Mr. Tambourine Man”, “Eight Miles High” en “Ballad Of Easy Rider”, zijn fascinatie voor metafysica en ruimtevaart ter inleiding van respectievelijk “5D (Fifth Dimension)” en “Mr. Spaceman”, of de vele oneliners van Dylan. Op het podium is McGuinn tegenwoordig trouwens in zowat alles de tegenpool van generatiegenoot Dylan: goedlachs, mondig en virtuoos.
Een mens zou bijna vergeten dat er voor McGuinn ook nog een leven was in de post-Byrds jaren. Zo haalde hij na de pauze zijn succesvolste solo album uit de 70ies ‘Cardiff Rose’ (‘76) van onder het stof bij wijze van het folky “Jolly Roger” en “Dreamland”, en eerder citeerde hij ook al een jammerlijk ingekort “King Of The Hill” uit zijn onwaarschijnlijke come-back exploot ‘Back From Rio’ (‘91). Het catchy wegwerpdeuntje “Don’t You Write Her Off” dat McGuinn samen met voormalige Byrds kompanen Gene Clark en Chris Hillman in ’79 zowaar een top 40 hit opleverde hoefde dan weer niet echt. Gelukkig volgde al snel een hemels “Turn, Turn, Turn” dat het grotendeels 50+ publiek op het eind van de set zowaar deed recht veren uit de knusse rode zeteltjes.

McGuinn hield met “So You Want To Be A Rock’N’Roll Star” en “Chimes Of Freedom” nog twee Byrds classics achter de hand voor de bisronde, en sloot definitief af met het profetische “May The Road Rise To Meet You” wat hem voor de tweede keer een staande ovatie opleverde. Vermoedelijk ging de gemoedelijke Amerikaan hierna nog een bescheiden feestje bouwen met vrouwlief Camilla die uitgerekend zaterdag zestig lentes jong werd. Dylan deed ons nog twijfelen, maar McGuinn zette de puntjes op de i: de actieve vergrijzing is niet te stoppen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pat Travers

De rock’n’roll blues in Pat Travers’ normen

Geschreven door

We keken er al een tijdje naar uit : Pat Travers in zaal ‘Splendid’ in Lille ! Ik hoor het U al zeggen : Pat ‘who the fckng hell‘ Travers ?!?!? ...... Ok dus, tijd voor een korte introductie ! Wat voorafging : We schrijven ergens midden jaren 70 : Een jonge Canadees trekt naar Londen in de hoop daar een carrière als rockster uit de grond te stampen. Aanvankelijk lukt hem dat ook en met de UK als uitvalsbasis slingert ie een 3-tal swingende, stomende bluesy hard rock LP’s de wereld in.  Stuk voor stuk klassiekers in het genre, waarop Travers zich reeds met een typische eigen stijl profileert, getekend door zijn krachtige stem en vooral zijn unieke mix van bijtend heavy, maar tevens bluesy en funky gitaarspel.  Platen die hoog aanzien genieten in de Britse 70’s hard rock scene, getuige daarvan de gastrollen door grootheden als Deep Purple’s Glenn Hughes of Thin Lizzy gitaristen Brian Robertson & Scott Gorham (ook huidig Maiden drummer Nicko McBrain maakte toen deel uit van zijn band). Eind jaren 70 trekt ie - een pak ervaring rijker – terug naar de nieuwe wereld, en van de hernieuwde Pat Travers Band verschijnt in 1979 ‘Go For What You Know’,  simpelweg één van de beste heavy rock live albums uit de ‘glorious seventies’!

Fast forward 32 jaar ... naar de ‘Splendid’ in Lille : Zaaltje voor de helft gevuld met naar schatting een paar honderd vooral grijzende, kalende mannen, al dan niet met bierbuik, waarvan ik vermoed dat de meesten inderdaad die fantastische live plaat destijds grijs gedraaid hebben.
Opwarmer van dienst was de Franse Lynyrd Skynyrd tribute band ‘Swamp’. Te laat om de volledige set mee te pikken –wij komen immers van ’t buitenland- maar wat we nog hoorden en zagen smaakte wel naar meer. Een stel eveneens grijzende (maar bijlange niet kalende) veertigers en vijftigers die hun idolen alle eer aandeden : “Gimme Back My Bullets” stond als een huis, gevolgd door een pakkende versie van “That Smell” (een persoonlijke LS favoriet !). De set werd –hoe kon het ook anders- afgesloten met een daverend “Free Bird”, waarin de drie lead gitaristen om beurt compleet loos mochten gaan, zoals het hoort !! Swamp : een waardig Europees alternatief voor de nog steeds actieve echte Skynyrd, die zich hier amper nog laten zien, en die op zich eigenlijk ook al een soort veredelde tribute band is!

Pat Travers dan : Meteen met de toon zettend met opener “Life in London” gevolgd door het slepende “Crash and Burn” en een sterk “Heat in the Street”, die laatsten beiden titelsongs van enkele van zijn jaren 70 LP’s. Na een 2-tal songs uit de laatste CD ‘Fidelis’ -degelijk, maar niet de klasse van zijn vroegere werk- trakteert Travers ons op een schitterende uitvoering van “I La La La Love You”, uit de vroege eighties plaat ‘Black Pearl’. Niet meteen de beste song van die plaat, maar live wint de song wel degelijk aan kracht.
Voor zijn huidige incarnatie van de PT band, heeft Travers ook Sandy Gennaro terug opgevist, drummer op enkele vroege jaren 80 platen (Gennaro toerde recenter ook met niemand minder dan legende Bo Diddley, tot kort voor diens dood in 2008). Sinds enkele jaren ook een vaste waarde in de de PT band is gitarist Kirk McKim, die naast frontman Travers excelleerde in een hemels “Stevie” en in de vlammende up-tempo bluesrocker “Rock & Roll Susie” (2 top-tracks van die prachtplaat ‘Makin’ Magic’ uit 1977).
In de jaren 90 stortte onze man zich, net als geestesgenoot wijlen Gary Moore, met veel passie op de blues. Dit uitte zich vanavond in een sublieme versie van “Red House”, waarin ook de uit Texas afkomstige McKim vrij spel kreeg en bewees niet te hoeven onderdoen voor zijn huidige werkgever.  Nog een ferme lap blues – met PT op slide gitaar - in een stampend “If I had Possession over Judgement Day”,  een Robert Johnson blues classic uit 1935 (!). Hoogtepunt van de avond dachten we, maar dan hadden we het verpletterende “Snortin’ Whiskey” en vaste afsluiter “Boom Boom (Out Go the Lights)” nog te goed. Die laatste is oorspronkelijk een Little Walter blues standard uit 1957,  die PT zich als het ware toegeëigend heeft en die sinds zijn debuut in ‘75 onmisbaar is in elke live-set ..... en terecht !
Na amper één bisnummer hield de band het voor bekeken, maar wat voor één : Knal erop met alweer een up-tempo blues klassieker in een heavy PT jasje : “Statesboro Blues”, ronduit schitterend !!

Een uiterst gesmaakt weerzien dus met de ondertussen 57-jarige gitaarheld, EN een geslaagde kennismaking voor die (enkele) jonge gasten in het publiek die doorhebben dat de ‘seventies’ garant stonden voor veel van de beste rock muziek ooit.
 Eén kritische noot -als die dan toch moet-  : Het mocht gerust wat langer ! Maar dit werd na het concert –voor wie er nog was- ruimschoots gecompenseerd door een handtekeningetje, een fotootje en de kans voor een persoonlijk complimentje aan de man zelf ! ‘Great show, Mr. Travers !’

Setlist : Life in London – Crash and burn – Heat in the street – Josephine – Ask me baby – I la la la love you – Stevie – Rock and roll Susie – Red house – If I had possession over judgement day – Snortin’ whiskey – Boom boom (out go the lights) – Statesboro blues.

Organisatie: Vérone Productions, Lille

Band of Skulls

Band Of Skulls - Strak, bluesy en vettig

Geschreven door

Het nieuwe album van Band Of Skulls zit er aan te komen en voortgaande op hun meer dan geslaagde doortocht in de Botanique belooft het een voltreffer te worden.
Hun huidige reeks concertjes dienen we immers als een soort ‘try-out’ te zien voor het nieuwe materiaal dat zal uitgebracht worden begin volgend jaar, met daaropvolgend een nieuwe tournee ondermeer in het voorprogramma van The Black Keys. En we mogen in ons handjes wrijven, want ze zouden ons landje niet links laten liggen.

Band Of Skulls openen hun set al meteen met enkele nieuwe kleppers als “Sweet sour” en “Got it going on” en we merken dat de spirit van hun debuutplaat onaangeroerd is gebleven, rauwe indie bluesy rock met snedig en spetterend gitaarwerk verpakt in zweterige rocksongs. Ook de moddervette nieuwe single “The devil takes care of his own” kan als rake adrenalinestoot wel tellen.
Het is ons meteen duidelijk dat de nieuwe plaat gaat vlammen. Het trio weet hun invloeden (Black Keys, White Stripes, Blood Red Shoes, Led Zeppelin) goed te verwerken, Russel Marsden laat zijn gitaar flink schreeuwen, kraken en barsten, doch hij gaat nooit over de rooie. Hij soleert bij momenten bedrijvig door, maar minutenlange instrumentale intermezzo’s zijn niet aan Band Of Skulls besteed, de sound is steeds hitsig en altijd ‘to the point’ en de songs staan fier op hun poten.
Natuurlijk komen er ook een handvol geweldige songs uit ‘Baby Darling Doll Face Honey’ de boel opvrolijken, want laten we niet vergeten dat het debuutalbum, dat inmiddels alweer dateert van 2009, een ferme kopstoot van een plaat was.
“Light of the morning”, “Patterns” en “Death by diamons and pearls” razen over de Botanique en publiekslieveling “I know what I am” is uiteraard een hoogtepunt.
In de bissen gaat het er nog een stuk steviger aan toe, “Hollywood bowl” ontpopt zich als een ijzersterke song en vooral “Impossible” bezorgt ons het nodige kippenvel.
Russell Marsden mag dan al de belangrijkste pion zijn in deze groep, zijn kompane Emma Richardson op bass, en geregeld ook op vocals, is een bijzondere meerwaarde voor het geluid van de band. Het geheel doet dankzij haar inbreng een beetje denken aan Blood Red Shoes, The Kills en The White Stripes, allemaal bands waar de combinatie man/vrouw resulteert in een buitengewone chemische reactie. Het strakke drumwerk van Matt Hayward doet de rest en zorgt voor een hechte en compacte totaalsound.
Vooral een lekker vettige sound, zeg maar, beetje retro, maar toch steeds met beide voeten in het heden.

Beetje voorbarig misschien, maar mogen wij nu al een warme oproep doen naar de concertorganisatoren voor de volgende festivalzomer. Zet dit opwindend bandje op de affiche, het zal u niet beklagen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Bruno Mars

Bruno Mars – The Hooligans European Tour – van alle markten thuis

Geschreven door

Peter Gene Hernandez alias Bruno Mars kon tijdens de zomer op Rock Werchter maar een korte set spelen van amper 40 minuten. Dit smaakte naar meer … de jonge sing/songwriter en producer, amper 26 jaar, wordt gegeerd door een jong publiek, wat duidelijk was met een uitverkocht FN. We waren uitermate benieuwd tot wat hij in staat was …
Wat we al wisten , is dat zijn debuut ‘Doo-Wops & Hooligans’ hoge toppen scheerde, een perfecte plaat met een subtiele mix van genres en een aantal sterke hits, “Grenade”, “Just The Way You Are”, “The Lazy Song” en “Easy come, easy go”. Het gaat hard voor Bruno Mars. En de beloningen volgen elkaar maar op (MTV Awards, Grammy Awards,…).

Mars kan alvast rekenen op een uitgebreide band: een achtkoppig gezelschap van blazers, synths, gitaristen , drummer en een rapper ; samen maakten ze er, ruim anderhalf uur lang, een dans- en zangfeest van! De vele tienermeisjes in het publiek zongen, riepen, tierden en gilden. Even waanden we ons terug bij Tokio Hotel …
Hij is opgegroeid in een muzikale familie en dat hoorden we duidelijk vanavond; hij beheerst op z’n jonge leeftijd een smeltkroes van grooves’n’slows van rock, funk, r&b, soul, ska reggae, gospel en doowop. Hij is intussen een status aan het opbouwen als de nieuwe Michael Jackson. Hij heeft een zachte, dromerige, hemelse stem, varieert, en gaat spontaan, goedgemutst swingend en dansend door de songs, met zelfs een perfect uitgevoerde ‘MJ moonwalk’. Een klassebak zonder meer, die probleemloos van gitaar, ukelele en piano wisselde.
Een goed op elkaar ingespeelde en gemotiveerde band  gaf kleur en elan aan het concert. De leden kregen voldoende ruimte wat de  song en het geheel ten goede kwam. En de dirigent en entertainer was … Bruno Mars natuurlijk … die letterlijk vonken schoot in het publiek …
Het debuut werd volledig gespeeld, aangevuld met een drietal nieuwe nummers, waaronder één met zangeres Skylar Grey, die eerder als support optrad.

… Een uiterst geslaagd concert voor de tieners en een mooi meegenomen concert voor de ouders ... Toen we huiswaarts reden, zongen dochter en vader in de auto de melodieën van “Just the way you are", "Grenade" en "Mary you". Zo hoor je maar hoe de beloftevolle artiest z’n doelpubliek verbreedde.

Het voorprogramma Skylar Grey had veel bombast en poeha om zich,  maar kon enkel maar boeien bij covers van Coldplay en Rihanna!

Organisatie: Live Nation

Pagina 291 van 386