logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Hooverphonic

Foals

Foals – Muzikale splinterbommen

Geschreven door

Het uit Oxford afkomstige Foals brak in het voorjaar definitief door met de single “My number” uit de derde cd ‘Holy Fire’ . Geen goed bewaard muzikaal geheim meer van een band die indie, postpunk en punkfunk  evenwichtig samenbrengt en – balt.

Loon naar werk dus, waarbij het kwintet rond podiumbeest Yannis Philippakis een spannend broeierige rock set neerpoot en houdt van aantrekkelijke , opzwepende synthritmes en gitaarriedels .  De nummers sprankelen, bruisen , zijn bezwerend, werken aanstekelijk op de dansspieren en blijven boeien door de melodieuze  wendingen .
Foals laat songs aanzwellen , opbouwen , exploderen , uit de bocht gaan en weeft er sfeervolle, rustige passages aan , zonder aan emotie en intensiteit in te boeten .
Een mooie catalogue kregen we van hun drie verschenen cd’s totnutoe , een afwisseling van dartelend en dromerig materiaal, met een zanger die graag dichtbij z’n publiek is, zich ten volle laat gaan en geniet van de felle aanmoedigingen; hij was dan ook met gitaar in zijn publiek te vinden .
Het is dan ook niet verwonderlijk dat enkele stekelige nummers als “Spanish Sahara”, “Red sox pugie” en “Inhaler” beheerst werden uitgediept, stroomstoten kregen , en waar nodig durfden te gieren om dan in alle intimiteit uit te deinen ; ze behoorden tot het beste van de avond, samen met die optimistische prachtsingle “My number”  , het vitaal volle “Providence”  en natuurlijk prijsbeest “Two steps twice” in de bis, dat nog steeds (heerlijk overtuigend) nazindert.
De charismatische Yannis hield zijn publiek bij de leest . De instrumentale opener “Prelude” van de recente cd  bracht ons meteen in de juiste stemming door z’n effects , de gitraargrooves en de wisselende ritmiek . Gretig ging het kwintet verder te werk , met intrigerende versies van oudjes “French open” en “Olympic airways” . Een interessante lijst aan nummers dus.
Een extravert dynamisch  geluid , waarbij af en toe eens wat vaart kon worden terug genomen als bij het dampend funkende “Miami” , het slepende “Milk & black spiders” en het etherische “Late night”. Toegegeven hier mocht de recente single “Out of the woods “ nog worden toegevoegd , want de song paste zeker in dat rijtje door z’n finesse en subtiliteit .

Bij deze belangvolle Britse band viel vanavond ‘opnieuw’ alles op z’n plaats . Foals houdt van muzikale splinterbommen en brengt een sterke live présence , dartelend , twinkelend , ergens strak , ergens dromerig en pakkend. En eerlijk gezegd , van hen hebben we in al die jaren nog geen zwak optreden gezien . Foals - Te koesteren band dus!

We waren minder te vinden voor de artrock van Everything Everything . Tja , ergens is er  de mosterdsmaakje van een Foals te proeven door die broeierige , stekelige opbouw met z’n  energieke opstootjes , maar boeien en verrassen deed het allesbehalve. Daarnaast irriteerde de  bevreemdende falset zang en theatrale bewegingen van de zanger .
Everything Everything - Mager Beestje!

Organisatie: Live Nation

Bob Dylan

Bob Dylan - Tamme Dylan

Geschreven door

Omdat wij tonnen respect hebben voor het fenomeen Dylan, omdat de meester een heuse shitload aan schitterende songs en briljante albums heeft gemaakt tijdens zijn indrukwekkende carrière, omdat het (Lou Reed in gedachten) omwille van zijn gezegende leeftijd van 72 wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we de legende live aan het werk konden zien. Daarom, beste mensen, zijn wij zondag naar Vorst getrokken. Wisten wij veel dat we van een kale reis zouden terugkeren.

Na vanavond vinden wij het toch een beetje eigenaardig dat Dylan steeds verkondigt dat optreden zijn leven is en dat hij er mee zal doorgaan tot op het bittere eind, gewoon omdat dat hetgeen is wat hij het best kan en het liefst doet. Enige vorm van speelplezier viel alleszins niet af te leiden uit zijn apathische houding op het podium, hij gaf een verveelde indruk en werkte zich routinematig doorheen zijn songs, alsof het een verplicht nummertje was.

Bovendien was hij al stipt om 20.00 hr aan de klus begonnen terwijl het publiek nog volop aan het binnenstromen was. Hoe sneller hij er van af was hoe vroeger hij zijn bed in kon, zo leek het wel. Er waren weinig tekenen van emotie of bezieling te bespeuren bij de eens zo bevlogen rasartiest. De gitaar liet hij volledig links liggen en maar sporadisch haalde hij de mondharmonica boven.
Hij nam vrijwel de ganse set plaats achter zijn keyboard en ging af en toe stokstijf voor de microfoon staan.
Ook vocaal zat hij met een hardnekkige kikker in de keel, zijn stem bleek geëvolueerd van die typische nasale en begeesterde reutel naar een eentonige baritongrom waarin nog weinig animo weerklonk. Onsterfelijke songs als “Blowin’ in the Wind” en “Simple twist of Fate” werden ondermeer door die rochelstem de nek omgewrongen. Op de koop toe had hij kennelijk ook nog zijn groep aan banden gelegd, de ongetwijfeld zeer bedreven muzikanten speelden de ganse avond met de handrem op.
Door de sobere opzet van het podium en een zeer povere verlichting viel er visueel weinig te beleven, Dylan was ook letterlijk een schim. Nu, een heuse lichtshow hadden we niet verwacht of gehoopt bij Dylan, hier zou de muziek op zich overtuigend genoeg moeten zijn. Let wel, soms was dit ook zo, maar de begeesterde momenten waren te schaars, toch zeker voor een artiest van dit kaliber. Aangename opflakkeringen in deel één waren het lekker rollende “Duquesne Whistle”, een zinderend “Pay in Blood” en een boeiend “Love Sick” waarmee de ouwe eindelijk op dreef leek te komen. Dan toch, dachten we, maar onze vernieuwde hoop werd algauw terug in de kiem gesmoord toen Bob doodleuk een pauze aankondigde. Pauzes worden wel vaker ingelast bij dergelijke oudjes, maar het blijven dooddoeners voor ieder concert.
Na de koffie (bij dergelijke concerten lijkt een koffiepauze ons meer toepasselijk dan een stormloop op de biertoog, Dylan is al lang geen rock’n’roll meer) waren er enkele bekoorlijke momenten met “Forgetful Heart” en “Scarlet Town”, mooie ballads waarin plots wel een krop emotie kwam bovendrijven. Ook de onvervalste blues “Early Roman Kings” was nog een hartverwarmend hoogtepunt, maar dat was het dan zo een beetje. Het viel ons trouwens op dat Dylan op zijn scherpst klonk in zijn meest recente songs uit ‘Tempest’, een album dat wij nochtans geen hoogvlieger vonden. Het waren dan ook de enige songs die er live beter uitkwamen dan hun studioversie. Over de rest konden we kort zijn : de plaat is beter.

Dylan liet zijn publiek achter met een zweem van vertwijfeling en we merkten in de wandelgangen dan ook weinig enthousiaste reacties op. Doch niemand durfde het echt aan om zich helemaal negatief uit te drukken. De verbouwereerde fans hadden het hier immers over de ontzagwekkende Bob Dylan, en die zou wel eens vanachter hun schouder kunnen meeluisteren om hen vervolgens een genadeloos nekschot toe te dienen. Sommigen vonden het jammer dat Dylan zijn bekendste songs in de kast liet. Daar hadden wij dan weer geen probleem mee, het maakte ons niet uit wat hij speelde (excellente songs genoeg), als hij er maar genoeg geestdrift en passie in zou leggen. Maar daar wrong nu juist het schoentje vanavond, er zat te weinig ziel of begeestering in, het was allemaal een beetje vlak, we zouden zelfs voorzichtig het woord saai in de mond durven nemen.

Geen goed rapport dus, en zeker niet voor iemand die de naam Dylan draagt. Pensioen is een optie.

Organisatie: Gracia Live

I Love Techno 2013 - Breathe to the Beat

Geschreven door

I Love Techno 2013 - Breathe to the Beat
ILT 2013 - Parking op, koffer open, muziek aan. Wie de start van de negentiende editie van I Love Techno 2013 gemist heeft, zat waarschijnlijk nog met een drankje in zijn hand op één van de vele minifeestjes op de parking. I Love Techno heeft een reputatie tot over de grenzen van ons Belgenland, en dat zag en hoorde je meteen bij aankomst. Als je internationale feestvierders vraagt waarom ze speciaal tot hier komen, bekijken ze je aan alsof je een vraag hebt gesteld waarvan je de enige bent die het antwoord niet weet: „voor de goede affiche, natuurlijk!

Helmut Lotti op I Love Techno? We hebben het lang niet geloofd tot we de bewijzen zwart op wit zagen. De Compact Disk Dummies mochten het indoorfestival aftrappen en stuntten met een Belgische topper. Misschien heeft Helmut wat inspiratie opgedaan voor een nieuwe Lotti goes - reeks, het publiek kon zijn komst wel smaken.

Wij waagden onze eerste danspasjes op de set van Bakermat. De Nederlandse dj was begin dit jaar bekend geworden bij het grote publiek met zijn brave hit „Vandaag”. We vreesden aanvankelijk een beetje voor teveel braafheid, maar hij kon ons toch verrassen met veel variatie. Hij sloot zijn set af met zijn bekendste plaat en iedereen haalde enthousiast zijn denkbeeldige saxofoon boven.

Daarna bleven we even in de zaal, want wie het Britse duo Disclosure aan het werk wou zien, was maar beter vroeg aanwezig. Veel volk kwam opdagen en de toegangspoort van de Green Room werd al snel toegeschoven. 2013 kon voor deze Britten niet meer stuk. Hun debuutalbum ‘Settle’ werd goed onthaald, mede dankzij het catchy „White Noise” en het prachtige „Latch”. Bij het horen van deze nummers werd het publiek uitzinnig, maar van begin tot einde brachten de broers een set  van jewelste en de sfeer was fantastisch. Ongetwijfeld één van de toppers van de avond.

Van de Green Room gingen we naar de Red Room, waar we hoopten te smullen van een beetje girl power van Nina Kraviz. We misten echter wat power, ze kon ons niet boeien. Als je vòòr Mister Deejay Laurent Garnier komt te staan, zijn de verwachtingen natuurlijk een stuk hoger. Laurent Garnier is een vaste waarde op het festival en hij leunt qua stijl nog altijd het dichtst bij de kern van het festival, namelijk techno. Deze meneer dwingt respect af, vanaf de eerste beat die hij door de boxen laat knallen. Toch konden wij het niet opbrengen om de set volledig uit te doen.

Martin Garrix stond namelijk ook op ons verlanglijstje, dus het was tijd om ons naar de Blue Room te begeven. Dillon Francis was er nog de dirigent van een serieus feestje, het publiek was zichtbaar aan het genieten. Garrix nam over met een compleet andere stijl, maar met evenveel zin om er stevig in te vliegen. Voor de tweede keer deze avond voelden we dat het écht goed was. Als je op je zeventiende op hetzelfde tijdstip mag draaien als toppers zoals Laurent Garnier en The Bloody Beetroots, ben je volgens ons toch al héél goed bezig. Het lichtspektakel versterkte de sfeer in de zaal en op Animals werd er g-e-f-e-e-s-t!

Nieuwsgierigheid leidde ons tot bij Baauer. Heel wat minder volk in de zaal voor de Amerikaan, maar zijn fans benutten hun extra dansruimte volop. Hiphop gemixt met dancebeats, het is de ideale formule om je dansenergie kwijt te raken. Harlem Shake-gewijs mag je gerust wild gaan, alles kan en alles mag. Nadien twijfelden we even tussen Booka Shade en Digitalism. Jammer genoeg vonden we bij geen enkele van de twee écht onze gading. Hét moment dus om ons oog ook eens wat te entertainen.

Als je groovy danspasjes je in de steek lieten, kon je nog altijd proberen om te scoren met je outfit. Wie naar I Love Techno gaat, trekt niet zomaar een outfit aan. Bovendien moet je om op te vallen tussen 30.000 bezoekers toch wat meer moeite doen dan alleen een flashy zonnebril op je neus. Pruiken, maskers, fluo t-shirts, fluo leggings (voor mannen!), vikinghelmen, paardekoppen en berenmutsen (warm!). Als je het helemaal af wilde maken, koos je gewoon voor één volledige outfit. Prinses, Batman, wandelend skelet, indiaan, hert, koe, konijn, of zelfs een Romeins keizer. Werkelijk iedereen kon je daar tegenkomen. Wie niet was voorbereid op zoveel carnavalspektakel, kon nog altijd beroep doen op de make up- & hairstand op het festival zelf. Leuke ontspanning tussen twee optredens door.

Nog steeds geen tijd om naar huis te gaan, want er stond nog Goose (Live) te wachten. Goose sleepte diezelfde avond nog de Red Bull Elektropedia Award binnen voor Beste Live Act. Die prijs was zeker geheel terecht. Ook Yellow Claw trad volledig live op, en sloot de Orange Room af. Yellow Claw had dit jaar een hit met die andere bekende Hollanders van The Opposites „Thunder”. Deze hit brachten ze in ware slowstijl, inclusief aanstekers, maar de ontploffing in de zaal bleef uit. We houden er wel van als een MC zijn publiek opjut, maar daardoor kwam er nooit echt tempo in de set. De vermoeidheid speelde ons natuurlijk parten. Niet alleen wij waren vermoeid, ook de andere feestvierders waren zichtbaar uitgeput. Sommigen lagen uitgeteld op de grond, waar een Chill Out Room allemaal niet goed voor is…

Stemmen gaan op dat I Love Techno te ver weggaat van zijn kernconcept, namelijk techno. Dat ze met hun brede aanbod dancemuziek te commercieel worden en de echte technofanaten daardoor wegblijven. Wat ons betreft mag het indoorfestival deze koers blijven volgen en vele aanwezigen zullen dat bevestigen.
Volgend jaar de twintigste verjaardag op 8 november 2014, plan het alvast in je agenda!

Organisatie: I Love Techno - Live Nation

Arctic Monkeys

Arctic Monkeys – Put on your dancing shoes…

Geschreven door

We vertrokken naar het concert als twee overjaarse pubers, om onze favoriete band te zien. Eenmaal daar aangekomen werd echter al snel duidelijk, dat we niet de enige waren. We kwamen toe in een overvol Vorst Nationaal …

The Strypes (talentvolle jonge gasten tussen de 16 – 18 jaar) waren door Arctic Monkeys zelf gevraagd om hun support act te verzorgen. Alex Turner wist ook als snel dat dit een vinnig en veelbelovend groepje is.
De piepjonge lefgozers lieten een handvol simpele maar uiterst bruisende rockers door de boxen knallen, dodelijke efficiënte rock’n’roll songs die er met vaak gierende gitaarsolo’s én met de energie van The Ramones werden doorgejaagd. Een extreem opwindend groepje met liters rock’n’roll adrenaline in hun jonge lijf. Dit moet nog meer spetteren in een met bier overgoten klein concertzaaltje! (dank aan Sam De Rijcke)

Toen kwam het langverwachte moment waarop de security het startschot gaf, voor wat een ware marathonloop zou worden naar het podium. We duwden en we trokken, als kleine kinderen, om ons plaatsje vooraan te verzekeren. Aan al de rest die hier niet in slaagden, suck it and see! Nu was het wachten geblazen, stilte voor de storm…

Toen was het moment eindelijk aangebroken, The Arctic Monkeys werden door het publiek onthaald als jonge goden. Ze openden de show dan ook meteen met de eerste single van hun nieuwe cd “Do I wanna know”. De sfeer in de parterre zat meteen goed, het feestje kon beginnen. Alex bespeelde het publiek, zoals hij nog nooit van te voor gedaan had.
Vroeger kenden we hem als een eerder introverte, mysterieuze zanger. Vandaag is hij nog steeds mysterieus, maar zeker niet meer introvert, en dan nog eens gecombineerd met een vleugje gepermitteerde arrogantie. Zijn nieuwe look als moderne cowboy met een vetkuif bijna net zo strak als die van Alex Callier, vervolledigden het plaatje.
De volgende drie nummers, zowel nieuw als oud, deden de temperatuur in de zaal nog meer stijgen. Al gauw vlogen t-shirts, en van de vrouwen andere pikante onderstukken, in het rond. Het was duidelijk dat wie zijn dancing shoes niet mee had, niet kon meedoen aan het feestje. Alex dartelde doorheen het concert over het podium, inclusief swingende heupen en niet-originele, doch omdat het Alex is , coole dansmoves. Af en toe werd zijn gitaar zelfs even aan de kant gezet om zijn danskunsten nog meer tentoon te stellen. Dit werd echter meer dan ingehaald op de momenten dat Alex zijn solo’s zelf, en op meesterlijke wijze speelde. 
Het concert werd op dezelfde manier opgebouwd als hun cd’s, uptempo nummers wisselden tragere/akoestische nummers af.
Oudere nummers werden nog steeds op luid gejoel ontvangen, maar werden gespeeld met een cool zoals terug te vinden op hun meest recente cd. Zo kwam het concert dan ook over als een samenhangend, harmonieus geheel. Zelf konden wij de hardere, strakkere nummers zoals “Dancing Shoes”, “Crying Lightning”, “Old Yellow Bricks”, “Arabella” en “I Bet you look good on the Dancefloor”, het meest pruimen. De rustige, akoestische nummers, gekenmerkt door hun sublieme teksten, waren mooi. Toch snakte de zaal duidelijk meer naar een feestje.
De band sloot af met drie bisnummers. Als laatste zei Alex “I’m all yours”, wat een mooie overgang was naar de vraag van de avond: “R U Mine?” En het antwoord hierop was zoals jullie wel kunnen raden volmondig ja!

Setlist:
1. Do I wanna Know 2. I Want It All 3. Brianstorm 4. Dancing Shoes 5. Don’t Sit Down ‘Cause I’ve Moved Your Chair 6. Crying Lightning 7. One for the Road 8. Fireside 9. Old Yellow Bricks 10. Why’d You Only Call Me When You’re High? 11. Arabella 12. Pretty Visitors 13. I Bet You Look Good on the Dancefloor 14. Cornerstone 15. No. 1 Party Anthem 16. Piledriver Waltz 17. Fluorescent Adolescent 18. I Wanna Be Yours 19. Snap Out of It 20. Mardy Bum 21.R U Mine

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4296

Organisatie: Live Nation

 

Zappa plays Zappa

Zappa plays Zappa - Het bovennatuurlijke Zappa vakmanschap

Geschreven door

De Gentse Vooruit was behoorlijk volgelopen voor Zappa Plays Zappa, het gezelschap waarmee Dweezil nu al een paar decennia lang de ronduit fenomenale muziek van vaderlief Frank laat verder leven.
Meer dan de helft van de aanwezigen waren uiteraard de gebruikelijke Zappa freaks (Zappa heeft geen fans, Zappa heeft freaks!), lui die bij elke noot die aangeslagen wordt meteen weten welke song het is, uit welk album dat komt en wie de muzikanten waren die er op meespeelden. Het soort gasten die, tot groot ongenoegen van hun vrouw, thuis een ganse kamer in beslag hebben genomen met hun Zappa collectie en memorabilia (geen idee hoe het komt, maar Zappatitis is in 99 % van de gevallen een mannelijke aandoening, vrouwen die aan het virus lijden zijn even onvindbaar als kleurlingen op een Vlaams Belang congres).

Een mens kan zich afvragen waarom een briljant gitarist als Dweezil nu al een derde van zijn leven de wereld rondtrekt met enkel en alleen het -weliswaar zeer omvangrijke- repertoire van zijn vader. Wij proberen het u uit te leggen. De geniale Frank Zappa (straks in december 20 jaar dood, en sedert kort een robbertje aan het vechten met nieuwkomer Lou Reed die op zijn zachtst gezegd geen ‘freak’ was) was een meesterlijk songschrijver, een begaafd componist, een wonderbaarlijke humorist, een excellente tekstschrijver en een fenomenaal gitarist. Te veel talenten om in één spermalading door te geven aan zijn nageslacht, zo bleek. De fortuinlijke Dweezil heeft het gitaartalent meegekregen, en dat is al heel wat. Aan goede songs schrijven heeft hij een broertje dood. Waarom zou hij ook, als er gewoon een immense berg uitmuntend songmateriaal in zijn erfeniskast ligt. Om de royalty’s hoeft hij zich geen zorgen te maken, hoe meer platen uit de onmetelijke backcatalogue van Frank worden verkocht, hoe beter Dweezil er van wordt.

Voor de laatste tournee had Dweezil zich, samen met zijn uitstekende muzikanten, verdiept in ‘Roxy & Elsewhere’, één van de zovele vijfsterren platen van vader. Bij wijze van opwarming koos men eerst nog voor het instrumentale “The Gumbo Variations” uit het superbe ‘Hot Rats’, dit om snel even aan te tonen welke bedreven muzikanten hier op het podium stonden. Zowaar geen prutsers, zeg ik u. Een glansrol was hier weggelegd voor de geweldige saxofoniste Sheila Gonzalez, en Dweezil toverde al bij wijze van inleiding een eerste indrukwekkende solo uit zijn mouw.
Vervolgens  was de integrale vertolking van ‘Roxy & Elsewhere’ nagenoeg perfect, de muzikanten haalden stuk voor stuk ongekende hoogtes en ook de humor van de plaat werd vakkundig en lichtjes theatraal meegegeven (“Dummy Up” en “Cheepnis”).
‘Roxy & Elsewhere’ bevat wel meerdere moeilijke en ingewikkelde passages (welke Zappa plaat eigenlijk niet ?), de band wist hier knap raad mee en maakte het geheel uiterst vermakelijk en verteerbaar. “Echidna’s Arf of you” en “Don’t you ever was thing” liepen over van muzikale virtuositeit en Dweezil’s gitaarvernuft kwam wondermooi naar boven in het overheerlijke “Son of Orange County” en in het schitterende “More trouble everyday”. Om de plaat op jolige manier af te sluiten mocht in het behoorlijk geschifte “Be-Bop Tango (of the old Jazzman’s church)”  het publiek bij wijze van enkele knotsgekke danspasjes even deelnemen in de zotte Zappa capriolen.

Na een korte pauze was het tijd om vooral de virtuositeit van gitarist Dweezil nog wat meer in de verf te zetten. Hij soleerde met de genialiteit van de meester zelve in een betoverend “The torture never stops”, een bewogen “Florentine Pogen” en een prettig gestoord “I come from nowhere”. Als u geen liefhebber bent van virtuoze en lange gitaarsolo’s, dan zat u hier serieus uw tijd te verdoen. Als u zelf gitarist bent, dan ging u met een joekel van een minderwaardigheidscomplex naar huis (zo ook mijn jonge neef die tot voor vanavond nog dacht dat hij een aardig potje gitaar kon spelen).
De ganse band was, volledig overmand door die typische Zappa gekte, bijzonder goed op dreef in “Teen age wind”, “Teenage Prostitute” en “Wonderful Wino” (met een briesende roadie als overtuigende guest vocalist). En dan hebben we het nog niet over het werkelijk memorabele ‘Sheik Yerbouti’-  tweeluik dat de band in petto had met het razend knappe en buitengewoon geestige “Flakes” (waarin Sheila Gonzalez op bijzonder amusante wijze de fijne Dylan persiflage voor zich nam) en het gutsende “Broken hearts are for assholes”.
Omdat Zappa freaks er maar nooit genoeg van krijgen trakteerde Dweezil ons na ruim twee en een half uur hoogstaand amusement op nog twee absolute klassiekers. De band ging een laatste keer voluit op “Cosmik Debris” en de onvermijdelijke eeuwige rocker met die onsterfelijke gitaariff  “Muffin Man” als kers op de taart.

Dit was alweer een volle avond (drie uur, alstublief) puur Zappa vertier. De hemel voor de freaks, maar hier zou eigenlijk iedere muziekliefhebber moeten van snoepen. Onze vierde ontmoeting met Zappa Plays Zappa (the real thing hebben we gelukkig ook twee keer mogen meemaken), maar zeker niet onze laatste.
We kijken al vol verwachting uit naar de volgende ZPZ passage. En naar de setlist, natuurlijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4284
Organisatie: Democrazy, Gent

Volbeat

Volbeat - Wake Up Baby And Taste The Dirt

Geschreven door

Volbeat - Wake Up Baby And Taste The Dirt
Teenage Bottlerocket, Iced Earth en Volbeat
Vorst Nationaal
Brussel

Volbeat - Zanger Michael Poulssen zag in 2001 het licht toen hij zijn death-metalband Dominus opdoekte en teruggreep naar zijn voorliefde voor rockabilly. Wij zagen vanavond het licht dankzij deze verfrissende combinatie van metal met rockabilly, maar toch vooral door de grootse pyrotechnics-show.

Teenage Bottlerocket is een band die veel beter is dan Volbeat. Althans dit is wat Volbeat zelf beweerde in het cd-boekje van ‘Above Heaven/Beyond Hell’ boven de songtekst van “Thanks”. En wie op het podium verschijnt in een t-shirt van The Ramones, toont inderdaad al direct aan dat hij van goeden huize is. De kleine groep gelukkigen die niet getart werden door de ellendige avondspits werd immers getrakteerd op een energieke en recht uit het hart komende sneltrein van melodieuze pop-punk nummers. Spijtig genoeg bleken maar weinigen het Volbeat-advies uit 2010 opgevolgd te hebben, want ondanks de beleefde vraag van Brandon om lekker mee te pogo-en bleef het ondraaglijk apathisch op het middenplein. Nochtans zijn songs als “Skate or die”, “Headbanger” en “Fatszo goes nutzoid” absoluut geen stoelplakkers. Wel miste ik “Radio”, “Repeat offender”, “Gave you my heart” en “Mini skirt” om het feestje compleet te maken. Als afsluiter kregen we dan wel weer de vette knipoog zelfrelativering tijdens het nummer “Bigger than kiss” terwijl er pinhead-gewijs een gemaskerde skater het podium kwam opdraven met een bord waarop “Thank you” geschreven stond.

Op het tweede ingrediënt van de Volbeat-cocktail was het niet lang wachten. De power-metal uit Florida mocht immers plaats nemen voor de witte doeken aan de linkerkant van het podium op een strook van 2m diepte. Iced Earth opende met het krachtige “Plagues of Babylon” niet toevallig ook de naam van deze Europese toernee. Na de steeds geslaagde passages op Graspop (2008/2011 en 2013) stelden zij vanavond ook weer niet teleur en is dit een goede opwarmer voor de show in Antwerpen samen met Warbringer in januari volgend jaar. Hopelijk word ik dan wel minder afgeleid door de vele sms’en waarin gevraagd werd of ik ook op optreden Volbeat zat en waardoor ik toch een aantal elementen gemist heb. En ook de traditionele lange wachttijden aan de bar om een pint te gaan halen, zijn nu niet echt bevorderend voor een bewust bijwonen van een optreden. Juist op tijd terug voor de zelf-getitelde song “Iced Earth” waarmee de show dan ook onherroepelijk afgesloten werd en er letterlijk een doek viel voor Iced Earth.

Op dat doek pronkte een reuze afbeelding van de Volbeat-skull met een cowboy hoed en een tri-colore bandietenmasker. Kwestie van in de sfeer van het vijfde studio-album te blijven zullen ze in Denemarken gedacht hebben. “Outlaw gentlemen and shady ladies” barst dan ook niet voor niets uit in het bezingen van de meest legendarische wild-west-figuren als Doc Holiday, Lola Montez, Pearl Hart en Black Bart.   

Rond 21u verscheen er voor dat zelfde doek een cowboy met banjo die de openingstune inzette van wat een geslaagd optreden zou worden. Toen bij het eerste akkoord van “Doc Holiday” het doek wegviel, waande iedereen zich dan ook direct in een typisch cowboy-mijnstadje compleet met galgen, grafzerken en  ijzeren tralies. De toon was gezet!
Wat volgde was voor mij als fan van het eerste uur geen verrassing. Het beukende “Hallelujah Goat”, het zalige “Radio girl” en de titelsong van het derde album “Guitar gangsters and cadillac blood” werden naadloos en vrij automatisch aan elkaar geregen. Het flirten met “The ring of fire” van bad-ass country-legende Johnny Cash zet zoals altijd “Sad man’s tongue” in wat dan ook steevast uitbarst in één deinende mensenmassa met boven de hoofden de obligate crowdsurfers. Om niemand een uitvlucht te gunnen om zich niet helemaal te smijten, werd “Lola Montez” maar direct aansluitend op de setlist geplaatst. Het publiek brulde lekker mee en we voelden inderdaad het vuur bij het langskomen van deze sensuele dame. Letterlijk en figuurlijk vuurwerk zowel op als voor het podium.
En dan komt er toch dat gevoel de kop opsteken dat zich afvraagt waar het echte authentieke en passionele is gebleven bij Michael. Soms lijkt het me alsof hij het meer voor zichzelf doet dan voor de fans. Iets wat ik tot voor de StuBru-hype nooit gemerkt had en hoop dat ik me hierin vergis. Maar hij draagt dan ook de sheriff-ster op het podium en tijdens het akoestische inleidend stukje van “The garden’s tale” vraag ik me toch stilletjes af of dat niet aan de oorzaak ligt van het vertrek van Thomas Bredahl…
Nochtans doet ex-Anthrax gitarist (en producer) Rob Caggiano zijn uiterste best om zich volledig te geven op het podium. Plezier schijnt hij er alleszins aan te beleven, want de prijs voor de breedste grijns haalt hij zonder veel moeite binnen. Bovendien zorgt deze Amerikaanse alliantie mogelijks tot een nog groter worden in de USA, een ambitie die Volbeat nooit onder stoelen of banken gestoken heeft en mede mogelijk gemaakt door het touren met Metallica.
Voor het eerst dweepte Volbeat  echter niet met een snippet van James en Lars, maar wel eentje van de Engelse metal-goden Iron Maiden. Zouden we ons mogen verwachten aan een Maiden-tour samen met Volbeat? Of zou het een eerste hint zijn dat ze volgende zomer in de Desselse achtertuin van Harris en Dickinson komen spelen?
Vuur was er alleszins wel letterlijk op het podium, want tijdens de volgende nummers (waaronder “A moment forever” en  “Fallen” ) zorgden de pyrotechnics  voor een prachtig visueel spektakel. Neem hier de tot crowdsurfen aangespoorde dames bij tijdens het nummer “my body” en we kwamen ogen tekort.

Vrij abrupt kwam er met “Still counting” een einde aan de show en niet met “Thanks” het door de sound van hun openers  geïnspireerde nummer waarmee Volbeat ons vroeger bedankte. Inderdaad, ik blijf mezelf toch fan noemen tot wanneer ik wakker schiet en in het vuil zal bijten mocht blijken dat mijn vertrouwen werd geschonden door een op rockster-status beluste posse.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Iced Earth - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4286
Volbeat - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4287

Organisatie: Live Nation

Night Of The Proms 2013 – Latinofeestje

Night Of The Proms 2013 – Latinofeestje
Night Of The Proms 2013
Sportpaleis
Antwerpen

Night Of The Proms - De 29ste editie begon door files voor vele aanwezigen moeilijker dan verwacht (het was ook de organisatie en presentator Carl Huybrechts niet ontgaan) …

R. Groslot en Il Novecento en Fine Fleur openden met “Love me again” gevolgd door “Tritsch tratsch polka”. De 34 jarige Japanse pianiste en componiste Hiromi (Uehara), was de blikvanger van de avond die aldus Carl Huybrechts de goedkeuring van Chick Corea wegdraagt en dat zegt al bijzonder veel. Zij bracht om te beginnen “the Tom and Jerry show”.

Een adaptatie van het TV-programma ‘De Slimste Mens’ en meer bepaald een onderdeel hiervan, zijnde ‘De Galerij’ bracht het publiek via enkele rebussen tot het antwoord op de vraag wie dit jaar als special guest mocht fungeren. Al snel bleek dit Bent Van Looy te zijn. Het antwoord vinden bleek gemakkelijker te gaan dan dat het publiek hem figuurlijk in de armen sloot. Hoewel zijn soms wel broze stem goed het volume van het orkest Il Novecento kon weerstaan, bleek zijn set minder gemakkelijk aan te slaan. Nochtans vonden wij dat door de orkestrale inbreng “The Game” extra cachet en dimensie kreeg. Zijn bijna misstap op de catwalk leek een voorbode te zijn. Jammer, hij verdiende meer maar een NOTP-publiek zit doorgaans meer op meezingers te wachten en dit bleek ook dit jaar het geval te zijn.

2013 is het Verdi jaar- 200 jaar geleden werd één van de bekendste componisten ooit geboren, Giuseppe Verdi. Op zijn begrafenis werd Nabucco (Slavenkoor) gezongen en het publiek werd door C. Huybrechts  verzocht om ook van jetje te geven maar deze liet het massaal afweten. Van meezingen was geen sprake.

The battle tussen Fine Fleur en Il Novecento – 2 jaar terug voor de eerste maal ingevoerd (battle tussen il Novcento en Discobar A Moeder) (vorig jaar was het tussen Il novecento en Naturally 7). Dit jaar ging het tussen Il Novecento en Fine Fleur en opnieuw bleek dit een schot in de roos met een reeks hits die de revue passeerden zoals :

·         Otto Knows – Million Voices

·         Queen –Bohemian Rhapsody

·         Land of Hope And Glory

·         The Wiz – Brand New Day

·         Bastille- Pompeii (piano versie)

·         Lady Gaga – Bad Romance

·         Lady Gaga – Pokerface

·         Avicii – Wake Me Up

·         Coldplay – Viva La vida

John Miles bracht een flauwe te gladde versie van ‘Feeling Good’ (geschreven door de Engelse singer-songwriters Anthony Newley en Leslie Bricusse voor de 1964 musical ‘The Roar Of the Greasepaint’ – ‘The Smell Of The Crowd’. Hij probeerde er een extra cabaret lading aan te geven maar kroop nooit onder de huid (zeker niet als je de versie van Nina Simone ooit gehoord hebt). Dit was in schril contrast met de uitstekende vertolking van Hiromi van Rhapsody in Blue (G. Gerswin).

Amy Macdonald volgens Carl Huybrechts : combinatie van uiterste gevoeligheid met een stem als een klok. “This is the life” miste het folky van het origineel door de extra muzikale omlijsting van het orkest. Dit paste beter bij haar vertolking van “Dancing in the Dark” van Bruce Springsteen en de emotie kon volledig spelen bij de uitstekende versie van “What Happiness Means to Me” dat de zaal stil kreeg .

Wyclef Jean in wit pak en witte hoed kwam zittend aan een piano via een lift naar boven geschoven. Een klein showelement en dat geldt voor de hele set. Show primeerde op het vocale. “I Wanna Hear You Scream” en “Make Some Noise” kwamen meermaals aan bod. Daar stonden zwakke vocalen tegenover bij zijn medley van “Killing Me Softly”, “Ready Or Not”, “No Woman No Cry”, “Guantanamera” en “Hips don’t Lie”. Voordeel was dat de drie achtergrondzangeressen, Hille Bemelmans, Marjolein Cneut en Liv Van Aelst de rol van Lauren Hill en Shakira op zich mochten nemen en dit uitstekend deden (en ons inziens de set kwalitatief rechthielden). Het nummer “Ne Me Quite Pas” van J. Brel in het Frans gezongen overigens, was mooi als eerbetoon aan het Belgische publiek maar was eerlijk gezegd ontstellend zwak en zelfs bij momenten tenenkrullend. Het fraaie pianospel van Hiromi kon hier niets aan verhelpen. Het publiek oordeelde er helemaal anders over. Men zat duidelijk al een tijdje te wachten om te kunnen dansen en vanaf de eerste tonen van Wyclef Jean bleek dat hij voor dat de juiste man op het juiste moment was. Hij werd meteen de publiekslieveling en toen hij tot hilariteit alom een oudere heer uit het publiek van zijn stoel plukte om een dansje te wagen, werd dit fel gesmaakt. Alleen het scanderen van “Waar is dat feestje, hier is dat feestje” ontbrak er nog aan. “I’ve Got The Rhythm” door Hiromi met een flard Flintstones er doorheen was uitstekend.

Lieven Verstraete (VRT) mocht via een vooraf opgenomen filmpje met Carl Huybrechts over het nieuwe fenomeen ‘Light of the Proms’, via een app de smartphone laten opkleuren – vervangt tot allerhande commotie (check maar facebook) het alomgekende lampje – het sloeg niet aan want het aantal smartphones die de download hebben gedaan was erg weinig en brachten niet de verhoopte sfeer in de zaal als vroeger. Blijkbaar is niet iedereen klaar om deze digitale overstap te maken, of was het uit protest?  Lieven Verstraete mocht ‘Music Maestro’ zeggen en John Miles (Mister Proms) bracht zijn onverwoestbare klassieker “Music” met verve.

56 is ze maar nog steeds een frisse verschijning : de in Cuba geboren Gloria Estefan. Ook haar zangkwaliteiten zijn niet aangetast. Mocht zelfs –het afsluitende nummer incluis – 8 nummers brengen. Naar de normen van NOTP bijzonder veel. Startte veelbelovend met “Rhythm is gonna get you” (waarbij een man met ontbloot bovenlijf uit het publiek gehesen werd en dacht dat hij het woord “Rythm” kon vervangen door zijn voornaam – op catwalk flirtend dansen met Estefan die zich net niet van de wijs liet brengen. En meteen zorgde voor het meest spontane , onverwachte moment van de avond). Maar toen leek de set als een pudding in elkaar te zakken met “Smile” en “What A Wonderful World”, twee nummers uit ‘The Standards’ (een album met vertolkingen die haar na aan het hart liggen – 2 maand geleden uitgebracht). Kon niet wedijveren met de versies van Nat King Cole en Michael Jackson (“Smile”) of Louis Armstrong (“What A Wonderful World”). Gelukkig kon er nadien wél genoten en vooral gefeest worden met enkele van haar klassiekers zoals “Mi tierra”, “Don’ t wanne lose you now”, “Turn the beat around”, “Conga”. Bijzonder jammer was wel dat “Dr. Beat” niet de oversteek had gemaakt tot in Antwerpen.

Het afsluitende nummer met alle artiesten was niet “Land of hope and glory” of een nummer van The Beatles maar wel “Let’s get loud” , in 2000 een bijzonder grote hit voor Jennifer Lopez maar meegeschreven door jawel, Gloria Estefan.

Conclusie: niet tot de beste uit de reeks, was lang wachten op enig feestfgedruis en daar blijft het toch om draaien bij NOTP: het publiek laten proeven van klassieke muziek maar er ook voor zorgen dat het niet te stevig op de maag blijft liggen. Het moet luchtig en vooral uitbundig zijn en plaats voor meezingers. We geven het graag als tip mee voor de jubileumeditie van volgend jaar. NOTP nog tot 17 november.

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Deafheaven

Deafheaven – Oorverdovende schoonheid

Geschreven door

Deafheaven leverde dit jaar met ‘Sunbather’ een beest van een plaat af. De verschroeiende blackmetal met invloeden uit de postrock en shoegaze bekoorde een breder publiek dan verwacht, en kreeg overal uitstekende recensies. Echte black metal puristen haakten wellicht al af bij het zien van de roze hoes, maar Deafheaven bewees met ‘Sunbather’ wel dat de muziek van tegenwoordig niet meer in vakjes te steken is.

In De Kreun kregen we eerst de shoegazers van Weekend voorgeschoteld. Ondanks de noisy aanpak kwamen de melodieën steeds goed uit de verf, en zaten de nummers simpelweg uitstekend in elkaar. Helaas was de muziek verre van origineel,  en musiceerde de band wel heel erg volgens het boekje.

Bij Deafheaven werd het geluid nog wat meer opgeschroefd. Zoals het hoort, want de muziek van de band klinkt nog monumentaler met de volumeknop op 10. De groep opende net als op hun laatste plaat met “Dream House”, een kathedraal van een nummer vol met blastbeats en indrukwekkende gitaarmuren. Zanger George Clark oogde nogal theatraal, maar met zijn hysterische geschreeuw bezorgde hij vanaf de eerste minuut het publiek torenhoog kippenvel. Ondanks dat de nummers van Deafheaven zo overweldigend zijn en veel black metal invloeden bevatten, was het toch heerlijk wegdromen op de melodieën. Zo was het fenomenaal hoe de band in “Dream House” haast achteloos met de dynamiek speelde en de luisteraar overspoelde met tempowisselingen en een vloedgolf aan emoties.  Met de laatste twee nummers geraakte het optreden - ondanks de fenomenale start – nog in een extra stroomversnelling. “Vertigo” en “The Pecan Tree” waren twee muzikale splinterbommen die een ongekende intensiteit bevatten. Van breekbare postrock schakelde de band over naar wervelende postmetal, en weer terug. De oerkreten van Clark gingen door merg en been en lieten je verdwaald en verdwaasd achter, ergens tussen wanhoop, woede, euforie en melancholie.

Deafheaven leverde een pracht van een optreden af, dat nog lang in ons geheugen gegrift zal blijven staan. De intensiteit lag live nog hoger dan op plaat, en na een uurtje waren wij zowel fysiek als mentaal helemaal op. De emotionele zeggingskracht van de band zorgde voor de nodige uppercuts en slokte ons helemaal op. Een optreden om nooit meer te vergeten.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

The Dodos

The Dodos - En toen waren ze met drie

Geschreven door

Voorprogramma: Minou is een Frans drietal (1 vrouw, 2 mannen) die het op zijn Frans doet, namelijk in hun moedertaal. We krijgen een staaltje electropop voorgeschoteld die heel vlot in het oor kruipt en een stuk beter klinkt dan het fragment dat op de website stond. Na een eerste en tweede luisterbeurt was ik niet echt overtuigd. Maar live brengen ze het er een stuk beter van af. Blij om nog eens te horen wat voor goeds er allemaal in Frankrijk leeft. Ook het sappige Frans dat wordt gezongen doet goed. Mag bij ons ook wat meer op de voorgrond komen, want ‘nous sommes quand même tous des Européennes’. Ze bedienen zich van een elektronische drum, keyboards, basgitaar en elektronische gitaar, en dan vergeten we nog de samples. Ze zijn op hun best wanneer ze gitaren en drum bovenhalen, maar dat kan ook met persoonlijke smaak te maken hebben. Een aangename verrassing. Wanneer de gitarist enkele catchy riffs bovenhaalt gaan de handen op elkaar. Het publiek knikt instemmend mee.

The Dodos hebben al een stevige live reputatie opgebouwd, zij het dan wel in een zeer kleine nichemarkt. Toch was de prachtige zaal (een boot in het centrum van Lille) uitverkocht. The Dodos zag ik in een ver verleden al eens schitteren op Pukkelpop.
En aan het recept van toen is wel wat veranderd. Zo zijn ze niet langer met twee, maar is er een bandlid bijgekomen. Indierock blijft het evenwel. Het donkere van de begindagen is wel wat weg. Wat we nu krijgen is een stuk dansbaarder dan voorheen. We krijgen wat meer tijd om naar adem te happen. Maar het blijft wel stevig.
Het extra bandlid speelt geen bas, zoals initieel gedacht, maar haalt meestal een gitaar boven. Daardoor klinkt alles een stuk voller dan voorheen. Het lyrische stemgeluid breekt de stevigere stukken van de set en geeft ons de nodige ademruimte.
Wanneer het tempo wat naar beneden gaat, vult de stem het geheel aan. En wanneer de rest van de groep meezingt drijven we echt weg naar hogere sferen. De drummer zorgt, bij gebrek aan basgitaar, in zijn eentje voor het nodige ritme die de muziek voort stuwt en die blijkbaar aanstekelijk werkt op de heupen en het hoofd.
De speelse blikken, de lachjes en de knikjes die de bandleden onderling uitwisselen tonen aan dat ze met volle overtuiging spelen. En dat enthousiasme straalt ook af op het publiek.
De zanger behelpt zich in het Frans, wat zowel op jolijt als respect wordt onthaald door het publiek. Een mooie poging om het publiek voor hen te winnen, maar met de muziek alleen ging dit ook wel gelukt zijn. Maar het is een leuk toemaatje.
Waarom deze band door de mazen van het commerciële net glipt is voor mij de grote vraag. Zeker als je hoort welke andere bands wel een podium krijgen aangeboden om hun inspiratieloze muziek ten berde te brengen. Bij deze dus een oproep aan alle programmatoren: geef ook deze band eens een kans.
Bij het laatste nummer keren The Dodos terug naar de basis : 1 gitaar en 1 drum, om nog even iedereen eraan te herinneren hoe het vroeger klonk. Laat ons zeggen: minstens even goed.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

 

Parov Stelar

Parov Stelar Band - ‘Astrix en de Belgen’

Geschreven door

Een uitverkocht Koninklijk Circus stond paraat voor Parov Stelar, het alter ego van de Oostenrijker  Marcus Füreder.  Eerder dit jaar stond hij al op Pukkelpop, waar hij na zijn concert de hemel werd ingeprezen.  De man in kwestie had met zijn vorige plaat ‘Coco’ al vele heupen weten slijten en kwam in 2012 met een waardige opvolger: ‘The Princess’. Parov Stelar wist met zijn muziek een stempel te drukken op de ‘electroswing ‘en mag zelfs een pionier genoemd worden binnen het genre.

Het publiek  werd opgewarmd door Alex Ryba, de persoonlijke tour-dj van ‘The Parov Stelar Band’. Met fijne swingende beats zorgde hij ervoor dat de mensen zichzelf konden  betrappen op een lichaamsdeel dat meebewoog met zijn muziek. Helaas brandde tijdens het voorprogramma de grote verlichting nog op en de muziek stond relatief zacht. Hierdoor kreeg het voorprogramma meer de vorm van een receptie dan van een echte show. Het was duidelijk: de echte dansmoves moesten gespaard worden voor het hoofdprogramma!

Lichten uit, spots aan! We verwachtten een band die opkomt, maar werden verrast met een klein filmfragment waarin The Princess wazig in beeld kwam. Het retrokantje van deze projectie schiep direct een ‘Oh Yeah’-sfeer bij het publiek. Symbolisch want dit was ook het nummer waarmee ze het concert openden.  Één voor één verschenen de bandleden op het podium met als laatste Parov Stelar. Een stevige beat opende het evenement en de zangeres, Cleo Panther, riep het publiek toe. Alle handen gingen de lucht in en toen de vierde maat sloeg, kregen we een explosie van live-sounds. De bassist, drummer, saxofonist en een schuiftrompettist  gaven direct van katoen en de toon was gezet! De blazers waren samen met de zangers de grote showelementen van het gebeuren. De blazers daagden elkaar regelmatig uit voor jam-battles  en de zangers wist de show aan elkaar te praten. Dit gebeurde helaas ten koste van de drummer en de bassist die ik graag wat meer had horen soleren.  

De sfeer op en naast het podium was top. Het publiek was mee, danste voluit en onthaalde ieder nummer met veel enthousiasme. De hoogtepunten kwamen vanzelfsprekend bij toppers als “Catgroove”, “Homesick, Jimmy’s Gang”, “Mojo Radio” en “The Phantom 1930 version”, waarbij de band niet te stoppen was.
Éénmaal nam de master himself het woord. Voor hij dit deed, nam hij een grote slok van zijn blikje Jupiler en zei: "Thank you all very much for this crazy evening!
I normally don’t prepare myself in a special way for a concert, but for you guys I’ve red a book. You know which? Asterix en de Belgen."

Parov Stelar live zien is echt wel een meerwaarde, vooral dankzij de live muzikanten die continu improviseren en de kleine extra’s die zijn toegevoegd aan de nummers. Zo kreeg het instrumentale nummer “Catgroove” een vocal. Ik hou liever van het originele, maar het publiek leek het wel te pruimen.

Setlist:
Oh Yeah, Booty Swing, Libella Swing, Sally’s Dance, Catgroove, Homesick, Fleur de Lille, The Phantom 1930 Version, Baska Brother, Jimmy’s Gang, Invisible Girl, Mojo Radio Gang, La Fete, All Night.
Bis: Golden Boy, Mathilda, Monster

Organisatie: Live Nation

Pagina 612 van 966