logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...

Ashes Of Pompeii

Places

Geschreven door

Via distributiemaatschappij Sonic Rendez Vous kregen we deze maand een meer dan interessante plaat binnen van een voorlopig onbekende Duitse band.  Wat research leerde ons dat Ashes Of Pompeii een viertal is uit het stadje Marburg dat met ‘Places’ toe is aan een derde full album.
Op deze schijf staan acht atmosferische, heavy composities die  ons van begin tot eind strak bij ons nekvel houden.. Het is niet zo simpel om Ashes Of Pompeii in een vakje te plaatsen want het geluid van de band houdt ergens het midden tussen posthardcore, alternatieve rock en indierock. 
Wie houdt van posthardcorebands als Polar Bear Club of I Am The Avalanche zal (gezien het korrelige stemgeluid van zanger Tobi Mosch) zeker zijn gading vinden bij deze Duitsers maar ook liefhebbers van meer alternatieve rock komen aan hun trekken. 
Dit viertal doet ons bij momenten denken aan Bush,  The Afghan Wighs en The Sheila Divine (een Amerikaanse rockband die vooral in ons land zeer populair was).  Zoals reeds neergepend vinden we alle acht songs meer dan goed maar we hebben toch een lichte voorkeur voor het explosieve  en aan Helmet refererende “Lighteater”  en “Gukanjima”, een dromerige track voorzien van enkele fraaie soundscapes!  Muzikale fijnproevers vinden meer info op ashesofpompeii.com  of facebook.com/ashesofpompeii  .

Death By Stereo

Black Sheep Of The American Dream

Geschreven door

14 jaar al zijn de hardcoreveteranen van Death By Stereo actief….  Wie luistert naar dit zesde full album zou echter zweren dat het hier gaat om een bende jonge, losgelaten honden die hun  debuutalbum op de wereld loslaten ....
‘Black Sheep Of The American Dream’ is een frisse, catchy plaat waar heel veel van de jongere bands een puntje kunnen aanzuigen.  Death By Stereo serveert gedurende 10 songs  een lekkere mix van hardcore en punkrock doorspekt met de nodige  breakdowns en stevige solo’s.  Voeg daarbij nog de magistrale stem van  Efrem Schulz (die bij momenten flink doet denken  aan de stembanden van ondermeer Mike Patton en Serj Tankian) en je hebt een uiterst meezingbaar geheel.  “Growing Numb”, “Get British”, “Depression Expression” en “Something’s Changing” behoren tot de beste tracks die we in 2012 al hoorden.
‘Black Sheep Of The American Dream’ is absoluut verplicht luistervoer voor fans van H2O, CIV en Comeback Kid en onderstreept de status van Death By Stereo!  Het wordt likkebaardend uitkijken naar de doortocht van deze Amerikanen in augustus op Ieperfest...

The Black Box Revelation

Black Box Revelation – Jim Jones Review - De gitaren doen het nog

Geschreven door

Jim Jones Revue - Ondergetekende had het immense geluk om  vorige week in Londen in The Venue JJR te mogen hebben doorstaan. Het vijftal, dat zijn naam ontleent aan de obscure sekteleider die begin jaren zeventig een dikke negen honderd volgelingen de cyanidedood injoeg, trakteerde ons op een stomende set waarbij er niet meer of minder blues en rockabilly à la Datsuns en Stooges wordt gespeeld. Noteer hierbij dat er in Londen nog geen Schauvlieghes rondlopen en JJR zich dus geen reet hoefde aan te trekken van het aantal decibels. U begrijpt nu al dat superlatieven zullen te kort schieten.
Bovendien beloofde de zanger dit netjes te zullen overdoen in Brussel. Daarin zijn  Jim Jones Review toch niet voor de volle pond in geslaagd. Reden: Hun set moest korter en stiller, waardoor de  volle ontploffing niet kon komen, en het publiek zat eerder te wachten op de thuismatch van Black Box.

Black Box Revelation: Stipt om negen uur stak BBR de AB in brand met het voor de hand liggende “Set your head on fire”. Wat meteen opviel (naast de muziek dan) was de subliem eenvoudige maar geniale decor en belichting. Met onder andere  “High on a wire”, “Gravity blues”, “Rattle my heart” zat het vuur goed in de lont en konden we met volle teugen genieten van het nieuwe Crazy White Man.
Ook dit is volgens hun gekend recept geschreven: een handvol akkoorden (maximum 4), een doorgedreven drum, een de-octaver voor de bas en enkele loops bouwen alles gelaagd op en Paternoster krast er een paar krijsende solo’s tussen.  
Je kan misschien likkebaardend de gitarist, die er duidelijk zin in had, bewonderen, ikzelf ben ervan overtuigd dat het de drummer is die alles rechthoudt. Achter de PA stond manager Jan Theys als een strenge maar goede huisvader goedkeurend te knikken.
Maar toch begon halverwege de geoliede machine eventjes te sputteren. Hun pogingen om ons van ons sokken te blazen zijn wel meer dan verdienstelijk, hun concept en uitvoering niet bijster origineel en er zijn bandjes genoeg die hetzelfde helaas iets beter doen. Dit zal hun definitieve doorbraak in het buitenland en andere continenten afremmen. Bovendien heeft  Jan Paternoster als gitarist net dat iets tekort om zich te meten met de grote helden, te beginnen met onze binnenlandse Mauro’s, Blocks en Clarysses. Bewijze hiervan het laatste en tevens langste nummer van de set “Sealed With Thorns”. Een overigens prachtig nummer volgens het hierboven beschreven klassieke BBR-recept, maar met in de lange solo mij toch iets te veel schoonheidsfoutjes.  

Een mooie thuismatch, geen hattrick. 

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel  + Live Nation

Dunk!festival 2012 – zondag 8 april 2012 – klassieker binnen het post - …genre

Geschreven door

 

Dunk!festival 2012 – zondag 8 april 2012 – klassieker binnen het post - …genre

Zondag kwamen we pas in de namiddag toe, maar nog net op tijd om Terraformer het beste van zichzelf te zien geven.
Niet op het podium deze keer maar gewoon tussen het publiek. Het was toen reeds de derde dag van dit 'zware muzieken' festival maar dat lieten de reeds aanwezige fans zeker niet aan hun hart komen. Een geslaagde passage van deze Belgische metalband.

Op deze Paaszondag stonden er wat meer klassieke rockbands (zang, gitaar, bass, drum en keyboard) op het programma, bands die live weleens een microfoon durven te hanteren en meer kiezen voor de traditionele songstructuur zonder de riffs, uitgesponnen solo's en gelaagde muziek uit het oog te verliezen natuurlijk .
Dit werd meteen duidelijk tijdens de shows van de Deense bands Sky Architects en Late Nite Venture. Die eerste band was wat mij betreft de ontdekking van dit festival. Qua sound deed deze band me soms denken aan Kings of Leon in hun beginperiode. De stemmen pasten goed bij de energieke songs vol luide gitaren, vette bass sound en loepzuivere drums, die op het einde van de nummers steeds weer leken te gaan ontsporen, maar door de bandleden toch netjes binnen de lijntjes werden gehouden. Knappe set van deze jonge Deense band die er zelf duidelijk ook heel wat plezier in had.
Late Nite Venture heeft al wat meer jaren op de teller staan en klinkt misschien iets minder explosief dan hun jongere landgenoten maar ook zij speelden een set vol goeie, steeds dreigender groeiende songs. Bovendien heeft deze bands al wat klassiekers op z'n naam staan waar ze live dan ook volop gebruik van maken. Geslaagde Deense doortocht op het Dunk!festival.

Daarna bleven we nog even in Scandinavië met de Noorse band The Samuel Jackson Five, een show waar ik al sinds vrijdag naar uitkeek, al was het maar voor de zalig gekozen groepsnaam. Net als z'n Deense halfbroers speelt ook deze band meer een vorm van klassiekere rock, mij deden ze soms zelfs aan Grandaddy denken. Er was veel aandacht voor de drums, percussie en de multi-instrumentalisten lieten zich op het podium volledig gaan. De band bracht hun experimentele stijl met veel verve en nam op die manier de hele zaal mee op een drukke maar meer dan geslaagde krachttour!

Dan was het de beurt aan Atlantis. Deze Nederlandse band is eigenlijk meer een one man project maar live komt de groep toch stevig en strak voor de dag. Ook deze band vormt hun songs laag na laag op om langzaam maar zeker tot een symbiotisch hoogtepunt te komen. Misschien toch wat meer voor de fans van het hardere genre die tijdens de optredens van de vorige bands wat op hun honger waren blijven zitten.

Dunk!festival liep stilaan ten einde, maar gaf er eerst toch nog eens een ferme lap op. De Australische band SleepMakesWaves stond voor het eerst op een Europees podium en was er dan ook op uit om een goede indruk te maken, onder meer door z’n bindteksten in het Nederlands te brengen.
De band was duidelijk blij met de mooie plek op de affiche, het aanwezige publiek en de organisatie van het festival. Op mij maakte deze band nu niet meteen een onuitwisbare indruk maar dat kan meer gelegen hebben aan een teveel aan luide gitaren, reverb en soundscapes dan aan de band zelf.

Afsluiter van Dunk!festival editie 2012 was een grote naam in het genre: 65daysofstatic. De band speelt al meer dan tien jaar zware instrumentele post rock waar vooral de live drums, beats en live sampling een belangrijke rol spelen. De band is misschien wat veel gehypt de laatste jaren maar bracht de zaal in Zottegem toch in vervoering. Het publiek trok zich van de wat commerciële houding van de band weinig aan en ging nog een laatste keer uit de bol. De band bedankte met een extra lange set en zorgde op deze manier voor een uitstekende afsluiter van deze driedaagse gitaarmarathon.

Besluit
Over het festival zelf vallen heel wat goeie dingen te zeggen. Het niveau van de bands die op het podium stonden was straf. Sterke muzikanten die er vaak volledig voor gingen en zelf ook helemaal opgeslorpt werden door hun muziek.
Bands die oprecht blij waren met de opkomst, de sound en de kans het Europese publiek live te bekeren.
Er was drie dagen lang gratis koffie, gratis camping, voldoende publiek en parking en echt steengoede muziek. Waarschijnlijk wel de belangrijkste waardemeter voor een festival. Misschien kan er nog wat vooruitgang worden geboekt qua catering en voorzieningen voor de fans die vaak ook uit onze buurlanden naar Zottegem kwamen afgezakt.
De geluidskwaliteit was echt heel goed, ook al staat er met de beperking van de decibels die voor de deur staat, een moeilijke periode te wachten voor de luidere muziekgenres. Misschien toch nog eens herbekijken die wetgeving…
Dunk!festival heeft terecht zijn plaats binnen de post-rock scène afgedwongen en zorgt hopelijk ook de komende jaren nog voor een pak hoogstaand gitaargeweld.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dunk-festival-2012/

Organisatie: Dunk!festival, Zottegem

 

Dunk!festival 2012 – zaterdag 7 april 2012 – de Dag van ‘Ontdekkingen’

Geschreven door

Dunk!festival 2012 – zaterdag 7 april 2012 –  de Dag van ‘Ontdekkingen’
Dunk!festival startte in 2005 met slechts drie bands op de affiche, als support voor de lokale basketclub. Nogal een contrast met nu, waarbij in drie dagen tijd maar liefst 23 bands uit 11 verschillende landen het podium op mochten. Op 6, 7 en 8 april haalde VZW Lootgenot dus met Dunk!festival opnieuw heel wat klinkende namen in de postrockscene naar Zottegem.

dag 2 - zaterdag 7 april 2012
We kwamen net op tijd om nog het laatste nummer van het Duitse Kasan mee te maken. Wat we hoorden, klonk niet vernieuwend maar allesbehalve slecht. Hun nieuwe album is trouwens uit op Dunk!Records (waar we het later over zullen hebben).

Daarna was het de beurt aan Lento. Deze Italiaanse band opende met een stevig en energiek nummer, maar kon niet overtuigen. Het duurde even voor we doorhadden wat er precies schorde, maar dan werd het duidelijk dat de muziek noch structuur noch melodie bevatte. Akkoord, er zijn weinig conventies in het postrockgenre, maar wanneer een nummer té chaotisch wordt , dan is het gewoon niet aangenaam luisteren meer. De eer voor meest energieke podiumprésence ging alvast wél naar Lento, maar helaas vielen ze voor de rest een beetje uit de boot.

Na de doortocht van deze Italianen, was het de beurt aan een ander Zuiders land: het Portugese The Allstar Project had van ons een stuk hoger mogen staan in de line-up. De drie gitaren en een bas zorgen voor de verschillende lagen in de muziek, maar opmerkelijk hier was vooral de visuals die gesynchroniseerd liepen met de muziek. Deze waren overigens sterk politiek getint, met onder andere beelden van Amerikaanse staatshoofden, Afghaanse terroristen, armoede in de Derde Wereld, en ga maar door. Deze lijn werd doorgetrokken door in het begin van “Not All A Dream” een sample te gebruiken waarin een tekst van Lord Byron voorgelezen werd. Hier deed zowel de setting van het nummer als de muziek ons denken aan Explosions in the Sky, een van de grootheden binnen het genre. The Allstar Project brengt dezelfde uitgekiende composities zonder in herhaling te vallen, en speelde bovenal een heel strakke set.

Helemaal anders was Vessels. Deze heren uit Leeds (GB) laten zich niet gemakkelijk in een vakje steken. Op het podium zagen we naast enkele gitaren ook een oude Korg synth en twee recentere versies. Uitstekend om de gekende soundscapes te creëren, maar de meerwaarde van deze instrumenten werd pas echt duidelijk tijdens een cover van Nathan Fake. Voor iemand “Blasfemie!” roept: het vijftal bracht een uitstekende versie van “The Sky was Pink”. Het hoeft dan ook niet gezegd dat deze groep veel genres aan kan.
Na praktisch ieder nummer werden instrumenten doorgegeven, maar Vessels overtuigde vooral met het stevigere gitaar- en drumwerk, zonder toevoegingen van allerhande elektronica.

Beware of Safety deed hun naam alle eer aan, toen de elektriciteit in de volledige zaal uitviel tijdens het opbouwen. Het duurde even voor het euvel verholpen was, maar het was het wachten waard.
Van een fragiele melodie, vaak bestaande uit niet meer dan 3-4 noten, begint zich langzaam een volledig nummer te ontspinnen. Hoogtepunt is dan een erg donkere en melancholisch klinkende wervelstorm van overstuurde gitaren. Bassist Tad Piecka kwam bij de groep nadat ze hun eerste EP reeds uit hadden gebracht, maar past inmiddels volledig in het plaatje. Het was ook hij die even een nummer voorzag van tekst, met een schorre stem die van heel ver leek te komen. We hoorden dan ook duidelijk hardcore- en metalinvloeden in de muziek van Beware of Safety.

Het Mylene Sheath-label (bekend van oa. Caspian) stuurde naast bovenstaande groep nog een afvaardiging naar Zottegem, en wat voor een. If These Trees Could Talk werd door vele aanwezigen beschouwd als de kers op de taart op zaterdag. Red Forests, het nieuwste album, kwam begin 2012 uit en deze Amerikanen speelden voor de eerste maal in Europa.
ITTCT begrijpt heel goed wat de essentie van muziek is, zowel voor band als voor publiek. No-nonsense-gewijs speelden ze een dijk van een set, die overigens heerlijk lang duurde. Veel woorden zijn aan deze groep niet vuil te maken: wie geen emotie voelde bij de set op zaterdag, zat niet op zijn plaats.

De dag werd afgesloten door jong Belgisch geweld: Steak Number Eight trok alle registers open. Durfden enkelen het tijdens de namiddag nog aan om te zeggen dat deze groep eigenlijk buiten de categorie postrock valt (overigens, Pelican stond er ook op vrijdag…), dan bleef er van deze kritische geesten niet veel meer over na de doortocht van deze hoop razernij. Openen werd gedaan met een van de hitjes van het eerste album: “The Sea is Dying”. Gedurende de hele set maakte kunstenaar Kris Vandenberge kleine schilderijen met aquarelverf, en dit hele proces werd op de achtergrond geprojecteerd. Bijzonder sterk hoe grafische kunst de muziek in dit geval aanvulde.
Steak Number Eight heeft natuurlijk veel in de schoot geworpen gekregen via hun overwinning om Humo’s Rock Rally in 2008, maar daar teren ze al lang niet meer op. Met hun lange set op het einde van de tweede dag van Dunk!festival bewezen de West-Vlamingen dat ze kunnen blijven vernieuwen, en dat ze vooral het podium niet afgaan vooraleer ze elk drie liter zweet kwijt zijn.
Het nog aanwezige publiek smaakte Steak Number Eight zo goed, dat ze een dubbele bisronde moesten geven (en zelfs dan probeerde nog een enkeling hen opnieuw het podium op te krijgen).

Zaterdag was vooral een dag van ontdekkingen, zonder “grote” namen zoals Pelican op vrijdag en 65daysofstatic op zondag. Niettemin zat de sfeer en de muziek helemaal juist.

Voor wie niet kan wachten tot de editie van 2013 is er goed nieuws.
De organisatie plant op regelmatige basis kleinere shows in Zottegem, onder de naam Dunk!Lite. De eerste editie ging door in maart, hou de website in de gaten voor meer informatie en volgende shows. Daarnaast is er ook het record label, Dunk!Records, die albums van binnen- en buitenlandse bands in het genre uitbrengt. Daarnaast zorgen ze ook voor distributie van ander materiaal in België.
Alsof dat nog niet genoeg is, is er ook de jaarlijkse Dunk!Cinema, waarbij bands aantreden die ondersteund worden door visueel materiaal. Om op te volgen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dunk-festival-2012/

Organisatie: Dunk!festival, Zottegem


Isbells

Isbells – sfeervolle, catchy ‘mijmer’ songs

Geschreven door

De sympathieke bende van Isbells koelde de oververhitte kasseistroken van Paris-Roubaix af. Na de feestvreugde van zo’n helse rit voor onze Tom Boonen, konden we vanavond rustig  in een donker decor nagenieten. Stilletjes uitblazen met kaarslicht, een stukje kaas , een glaasje wijn én de muziek van Isbells op de achtergrond .

Isbells dwarrelt graag in de muzikale leefwereld van Crosby, Stills & Nash ; Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez. En te situeren, ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes; zijn ze toe aan de tweede cd , ‘Stoalin’ , die enerzijds akoestisch ingehouden klinkt, maar anderzijds net als Bon Iver durft elektrischer, frisser, krachtiger te gaan , en breder is gearrangeerd, ondersteund van een zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse zang, aangevuld met ‘Duyster’-dame Chantal Acda .
Een herfstig klanken palet  en een haard/kampvuur gevoel blijft behouden door de dromerige, innemende, beklijvende songs. De elektrische gitaar, mandoline, steelpedal ( allemaal btw van Gianni Marzo!)  en een uitwaaierende blazer trekken op “Elation” en “Erasure & death” , niet toevallig op het eind van de set te horen, met dubbele percussie, een intens, stevig geluid open. Pakkende melodieën in rijk geschakeerde arrangementen .
Intussen ondergingen we de heerlijke pracht en sprookjesachtige sound van de tweede cd, van de  titelsong “Stoalin’” en “Falling in & out” , die ons lieten meedeinen op de golven van de zee, naar een broeierige “Heading for the newborn” en “Heart attack” , die elan kregen door de subtiele betoverende geluidjes op piano, vibrafoon om uiteindelijk te stranden op de single “Illusion”.  Alles kwam op z’n plaats hier en de gitaarslides en de blazer scherpten het aan.
Het kon nog warmer door de footticks op het podium , “Baskin’” die ze breiden aan “As long as it takes” . ‘Campfiresongs’ die zelfs geen versterking meer dulden .
Op de laatste songs haalden ze nog een krachttoer uit met de leden van Renée, die het samenhorigheidsgevoel onderling én met het publiek versterkte.

Op die manier waren “Reunite” en “Time is ticking” goede afsluiters, want de tijd tikte zachtjes voorbij met de aantrekkelijke, aangename , sfeervolle , catchy ’mijmer’ songs van Isbells ...

Ook de support Renée intrigeerde .Ze moet nog wat onwennigheid overwinnen als ze haar gitaar stemt, maar haar sing/songwriter popsongs zijn om U tegen te zeggen: intieme, breekbare ‘lofi’fluisterpop, met een zachte fluwelen , indringende stem . Songs die vanavond kleur kregen door een heuse band met cello, piano en drums .
Renée Sys heeft de kunst van het songschrijven onder de knie en brengt fijn gearrangeerde composities als “Elegant elephante” en “Belly dancer” . Avondlijke beelden en zachtjes tokkelende regendruppels tegen een zolderraam worden opgeroepen en de huppelende melodietjes op “Tik à tak” en “Dum dum dum” (die ze natuurlijk tot op het eind bewaarde) zorgden voor afwisseling …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/isbells-08-04-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/renee-08-04-2012/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

 

Loreena Mckennitt

Loreena McKennitt – Betoverend mystieke engel

Geschreven door

 

Jaren geleden - het zijn zelfs decennia - sleurde een stem van een Sirene ons de grote tent op Dranouter binnen. Het aanblik was - zo mogelijk - nog puurder dan de klank: een hoogblonde engel en een harp onder een fel witte spot. We waren verleid, verloren én gewonnen. Tot zover de herinnering die ons dwong om de Canadese Loreena McKennitt in het Koninklijk Circus voor een tweede keer te gaan aanbidden want voor het eerst in vier jaar (in 2008 was ze ook al op Dranouter) kwam ze terug naar België en Europa bij uitbreiding. Herinnering en belevenis, dat hadden wij en dat brengt McKennitt ook zelf: herinnering aan en herbeleving van een mystiek verleden op een manier waarin emotie en perfectie samenvloeien.

Het is meesterlijk wat ze doet. Zowat alles wat ze doet. Ze is zangeres, componiste, muzikante en zakenvrouw, want nadat ze in 1985 haar eerste album (‘Elemental’) ineen vouwde, volgde een carrière die de hoogte van haar stem nog overtrof. McKennitt is een van de meest succesvolle onafhankelijke muzikanten in Canada. Ze richtte snel haar eigen platenlabel Quinlan Road (1985) op en verkocht intussen haast 15 miljoen cd’s, met ‘The Visit’ (1991) als grootste slokop. Met haar jongste ‘The Wind that shakes the Barley’ keert ze terug naar de essentie van haar eerste album dat ze toen nog in cafés, clubs en op straat verkocht.
Het lijkt een sprookje, net als haar muziek, dat eerder ‘muzaïek’ benoemd kan worden. Ze put uit de Keltische traditie waar ze gedichten als een mozaïek met haar muziek in elkaar legt en oude teksten nieuw leven inblaast. Ze is een gigant in haar genre, al is dat genre moeilijk te labelen. Folk ja – en toentertijd stond ze perfect op het toen nog Folkfestival Dranouter – maar er schuilt zoveel meer in haar muziek. Invloeden en restanten van verschillende stijlen en culturen, zelfs Middeleeuwse en klassieke en mystieke snuifjes, al blijft de Ierse (en Schotse) ondertoon wel de leidraad. De Canadese heeft haar eigen roots ook in de highlands en trok er meermaals naartoe, zo vertelde ze glunderend in de Cirque Royal.
Melancholie is haar handelsmerk in dit alles.  Met de ‘Celtic Footprints Tour’, keert ze effectief terug naar de Keltische muziek van Ierland, Schotland en Engeland. Het valt ook op hoe verschillend haar publiek is, al is de doorsnee fan wel de veertig voorbij, zo stelden we vast begin april.
Haar achtkoppige orkest - onder wie gitarist Brian Hughes, violinist Hugh Marsh en de blootvoetse celliste Caroline Lavelle, de drie ‘vasten’ die mooi naast haar stonden opgesteld net voor de rest van de live band - opende met “Spered Hollvedel”, zonder Loreena zelf, die wat later on stage kwam en zich achter haar grote harp installeerde voor “Morrison’s Jig”.  De heel intieme sfeer werd meteen gecreëerd, mede door de sobere setting met occasioneel een sterrenhemel achter de band en vier kaarslichtbronnen – ook al uit een ver verleden maar met elektrische ‘kaarsen’ ­boven het podium. De lichtshow was minimaal, maar even gefocust als de sterke muzikanten.
La Loreena, die zich zelf grondig verdiept in haar songs, deelde haar historische kennis en betekenissen af en toe met haar Brussels publiek, ook in de vorm van levensanekdotes die zelfs grappig waren. Haar praatstem is trouwens al even breekbaar als haar sopraan zangstem en die blijft verbazend helder.

Zoals in een traditioneel theaterstuk splitste ze haar gig op in twee delen. In deel 1 spreidde ze al haar gamma uit van heel intriest (“The Emigration Tunes”) tot direct erna vrolijk opgewekt (“As I Roved Out”), zelf aan de accordeon meedansend. Net voor “The Bonny Swans” dat het eerste deel afsloot en een indrukwekkend duel was tussen de elektrische gitaar en de viool, stelde ze haar rist topmuzikanten voor.
Het tweede deel sloeg ze aan met de titelsong van haar laatste album “The Wind That Shakes the Barley”, heel intimistisch net als het daaropvolgende “Raglan Road”. Ze trok verder in het spoor van de Kelten en kwam uit in “Santiago” (De Compostella) waarin Hugh Marsh een indrukwekkend overrompelend stukje vioolvirtuositeit opvoerde.

Muzikale poëzie, dat is het wat McKennitt brengt en dat is zelfs letterlijk te nemen, want “Down by the Sally Gardens” en het ontroerende ‘Stolen Child’ zijn effectief gedichten van de Ierse poëet W.B. Yeats die uitvoerig gesitueerd werd. Tot driemaal toe kreeg ze van het Koninklijk Circus een staande ovatie. En wij stonden met plezier mee recht, maar dat had U wellicht al door. Betover(en)d, zo heet dat dan.

Setlist Deel 1: 1. Spered Hollvedel 2.
Morrison's Jig 3. Bonny Portmore 4. The Star of the County Down 5. The Highwayman 6. The Emigration Tunes 7. As I Roved Out 8. Down by the Sally Gardens 9. The Bonny Swans
Deel 2: 10. The Wind That Shakes the Barley 11. Raglan Road 12. All Souls Night 13. Santiago 14. Stolen Child 15. The Lady of Shalott 16. The Mummers' Dance 17. The Old Ways
Bis: 18. Never-ending Road (Amhrán Duit) 19. The Parting Glass 20. Huron 'Beltane' Fire Dance


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/loreena-mckennit-07-04-2012/

Organisatie: Live Nation

 

Dunk!festival 2012 – vrijdag 6 april 2012 - Gitaargeweld op het 8ste Dunk!festival

Geschreven door

 

Dunk!festival 2012 – vrijdag 6 april 2012 - Gitaargeweld op het 8ste Dunk!festival

Reeds voor de 8ste keer was Zottegem tijdens het paasweekend ‘the place to be’ voor postrock fans aller landen. In tegenstelling tot andere festivals die eerder voor een gevarieerd aanbod gaan kiest Dunk!festival resoluut voor postrock en de aangrenzende subgenres. Met paasmaandag voor de deur kan je er drie dagen aan een stuk terecht voor binnenlands maar vooral ook buitenlands rock talent. Het genre kan rekenen op een stevige schare fans met een groot deel van het publiek dat zelfs uit de buurlanden naar Zottegem komt afgezakt. Dit heeft Dunk!festival vooral te danken aan de sterke internationale uitstraling van de affiche met als hoogtepunt zelfs enkele exclusieve shows op het Europese vasteland.

Het lokale Stories From The Lost was niet meteen een geslaagde opener. Met misschien wat te weinig ervaring op grote podia miste de band vooral kracht en precisie om een goede indruk te maken. Maar leuk van de organisatie om lokaal talent deze internationale affiche te laten aanvoeren.
Daarna was het de beurt aan Mosquito. Dit Leuvense duo bestaande uit een gitarist en een zanger/drummer liet een stevige indruk na. De jongens speelden goed samen en amuseerden zich rot op het podium. Snedige vette gitaarriffs en dito drumwerk zorgden voor een krachtige sound die toch met de nodige finesse werd gebracht. En meer dan geslaagde passage van deze jonge groep!

Een mooi Belgisch visitekaartje want de rest van de avond was internationaal gekleurd met op kop de Duitse band Omega Massif. De band speelt stevige instrumentale downtempo rock die wat mij betrof toch niet helemaal kon overtuigen. De band heeft weliswaar een pak ervaring en bouwt de set mooi op naar een hoogtepunt maar onderweg werden toch te veel schoonheidsfoutjes genoteerd die vooral in de tragere stukken en tempowisselingen naar boven kwamen.

This Will Destroy You was de band die het meeste fans op de been bracht op vrijdagavond. Deze groep uit Texas brengt een mix van ambient en experimentele trash en behoort al enkele jaren tot de top binnen zijn genre. De nummers bouwen zich mooi op van trage dynamische intro's over simpele, mooie melodieën tot heuse 'wall of noise'-achtige proporties. De opbouw van de show was goed en na ruim een uur was de band zeker en vast enkele fans rijker, mezelf inbegrepen. Misschien wat minder ruw en luid dan de andere namen op de affiche en met een eigen orgel-sound en digitale sample box overstijgt deze band het post-rock etiket en zorgde voor hét optreden van deze eerste festivaldag in Zottegem.

Afsluiter op deze eerste avond was de Amerikaanse band Pelican. Deze post-metal band uit Chicago speelt al geruime tijd samen en speelde live een instrumentale mix van oude hits en nieuw materiaal dat niet enkel de fans van het genre kon bekoren.
Het talrijk opgekomen publiek was ook met deze band helemaal mee en zorgde voor alweer een steengoed optreden op het mooie podium van het Dunk!festival.
Een mooie afsluiter van de eerste, kwalitatief hoogstaande avond op het Dunk!festival …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dunk-festival-2012/

Organisatie: Dunk!festival, Zottegem

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part Two - EBM

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part Two - EBM
Op dag 2 van het Rewind Easter Festival stelde de organisatie voor een sterk gevulde Vooruit   de EBM in al z’n aspecten centraal.

Al meteen werden we in de excentrieke wereld ondergedompeld van Sigue Sigue Sputnik . Tja? De new wave heeft ook z’n leuke kanten gekend, als de elektro hier de bovenhand kreeg. De single “Love Missile F1-11” is in het geheugen gegrift , en werd ook als soundtrack voor de film van ‘Ferris Bueller’s Day Off’ gebruikt, en door Giorgio Moroder geproduceerd. In de SSS -elektrosound is disco en kitsch verweven; een glamour & glitter show , die zanger Martin Degville (nu wel niet echt de beste zanger btw!)  in de spotlight plaatste. Als een ware Divine’s “Shoot your shot” heeft hij allerlei pluimage aan, met tijgerpakje en Lesley-Ann Poppe borsten . Als een fiere haan op het podium vuurde hij met de drie andere leden een rits aanstekelijke songs af , “Seks Bomb Boogie”, “Hey Jayne Mansfield” en natuurlijk “Love Missile F1-11”, die de eerste rijen tot pogoën bewoog . De sound’n’beats en de trancy, schurende ritmes waren alvast de moeite.

Het Belgische duo Absolute Body Control (Ivens – Van Wonterghem) verraste aangenaam en kon rekenen op een sterke respons . Terecht, want hun synth’n’grooves  en ritmisch opbouwende , pulserende elektronica zette aan tot een danspas . Een aanstekelijke, opborrelende stijl die moeiteloos gelinkt kon worden aan Neon Judgement , fris ademend, maar minder duister . Vertrouwd, maar creatief, want ze staken voldoende variatie in hun minimal EBM/industrial . Sinds de heroprichting in 2007 en de nieuwe plaat ‘Shatterd illusion’ gaat het duo een tweede jeugd tegemoet en overtuigde o.m. met “Melting away”, “Sorrow”, “Into the light” en “Give me your hands”. En dan nog te weten dat ze zoet zijn met andere projecten als The Klinik , Dive en Sonar.

Een paar jaar terug was er het unieke optreden van de Amerikaanse Crash Course In Science, die zich totdantoe nog niet op het Europese vasteland hadden gericht. Het trio verweeft hun elektronische muziek met industrial, punk en rock en brengt een ‘arty’ performance op het podium . Ondanks de summiere releases zorgen ze ervoor dat hun sound , die niet vies is van ontregelde geluiden en een experimentje meer of minder, de ideale soundtrack vormt voor de ‘Day after’ door de slepende, dreigende, dreunende tunes, die  draaglijker worden door de fijne act en de fluoriserende lichtjes en attributen die de zangeres/keyboards bij zich had. Ze zou zelfs niet misstaan op het Lichtfestival in Gent ll. Van deze kunstzinnige en visuele  muzikanten konden nummers als “Cardboard lamb”, “Kitchen motors” en “Flying turns” niet ontbreken. De beperkte man/vrouw zang namen we er maar bij 

Een van onze trotsen Dirk Da Davo (3D) en TB Frank beleven met The Neon Judgement de ‘time of their life’. Hun elektronische sound was inspirerend voor industrial, elektrowave en new beat en liet in een volgende fase country elementen toe . Het duo is samen met Front 242 opnieuw immens populair in de Rewinds  en dan kan je niet omheen knallers als “The fashion party”, “TV treated” en “Tomorrow in the papers”, die de ganse zaal in een fijne wavedans bracht. Ze grossierden in het rijkelijk gevulde oeuvre en lieten latere songs als “Miss Brown” en “Chinese black” toe, die de creatieve geest van het duo onderstreept . De liveset werd enorm sterk ontvangen  . Een dolenthousiast publiek geeft hen ook een onvergetelijke avond. De dertig jaren dat het duo al actief is zal hen deugd doen!

Ook de ‘late nineties’ elektronica van het Zweedse Covenant werd sterk ontvangen . Het trio was z’n fans enorm dankbaar voor het sterke onthaal en de respons . Een boeiende set van toegankelijke Hitech dance/elektronica . Ze hebben een nieuwe plaat uit, ‘The modern ruin’, die ze voorstelden met o.m. “Judge of my domain”, “Dynamo clock”, “Kairos”, “The beauty & the grace” en de titelsong . De bariton zang was donker, indringend en helder en deed denken aan Matt Berninger van The National . De broeierige, bezwerende , opzwepende en pompende beats , niet vies van een vleugje house en techno , ratelden om ons heen en leverde verder nog pareltjes op als “Stalker” , “The passion game“ en “We stand alone” . ‘They shared the passion with the public’ . Professioneel klasse in het genre en meer dan af!

Die dartelende EBM sound kon worden verdergezet met de closing act DAF (Deutsch-Amerikanische Freundschaft) van de muzikale autodidact Gabi Delgado- Lopez. De ‘Neue Deutsche Welle’ kreeg elan en DAF was erg invloedrijk voor latere bands op dancegebied, ‘Alles ist gut’, ‘Gold und liebe’ en ‘Für immer allen’ , beginjaren ’80 , zijn begrippen. DAF, met de ontketende zanger , die als een duracell konijn heen en weer hotste en de afkoeling van plastic flessen water letterlijk over zich goot . De muziek was op tape vastgelegd en drummer Görl vulde aan . DAF heeft ups en downs gekend , maar is sinds 2009 terug een onafgebroken duo.
Meteen werden we overdonderd met “Verschwende deine jugend”, “Ich und die Wirklichkeit” en “Der Mussolini”. De zweetparels en de adrenaline droop letterlijk van het lijf van Gabo . Een dansend, pogoënd publiek ging er volledig in op . Middenin de set werd wat gas terug genomen en klonk het minder strak en ophitsend . “All gegen alle” gaf opnieuw vaart en de integere “Der Räuber & die Prinz” en  “Sato-sato” kregen verbeten muzikale trekjes.  DAF is ook na dertig jaar niet afgeschreven en zorgde voor de nodige dynamiek en opwinding.
Mooi om op die manier een leuke nostalgische tweede Rewind dag te besluiten …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rewind-easter-fest-2012/

Organisatie: New-Wave Classix (Amusez-Vous)

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part One

 

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part One

Na drie succesvolle edities van het Gentse Rewind-mini-Fest werd de muziekliefhebber die ‘wave’ en ‘electronic music’ in alle diversiteit een warm en vooral ook donker hart toedraagt dit jaar nog meer op de wenken bediend. De organisatoren beslisten namelijk het festival te voorzien van een dubbele uitbreiding. Niet alleen werd geopteerd om qua locatie een interne verhuis door te voeren waarbij de Balzaal van de Gentse Vooruit ingeruild werd voor de ruimere Concertzaal maar ook werd het programma nu verspreid over twee avonden met telkens niet minder dan acht groepen. Op 6 en 7 april jongstleden mochten groepen als respectievelijk Chameleons Vox, Clan Of Xymox, Project Pitchfork en The Neon Judgement, Covenant en D.A.F. als publiekstrekker fungeren.     
Of er afgelopen weekend niet enkel paaseieren maar ook boeiende concerten te rapen vielen, verneemt u via onze korte beschouwingen van de tweedaagse, met hierbij alvast een terugblik op dag 1.

dag 1 – vrijdag 6 april 2012
Erato
De Belgische formatie Erato werd in 1993 opgericht in Schepdaal en zij hebben inmiddels vier albums op hun actief, zijnde ‘A Killed God’ (1996), ‘The Irreplaceable One’ (2001), ‘III’ (2002) en ‘NAiVe’ (2009). Na reeds het podium te hebben gedeeld met onder andere The Sisters Of Mercy, Skeletal Family en het Australische Ikon mochten ze de eerste dag van Rewind-easter-Fest openen. Zij brachten een mix van hedendaagse donkere rock en gothic en new wave uit de jaren ’80.

Schmutz
De Belgische groep Schmutz mocht vorig jaar 30 verjaardagskaarsjes uitblazen. Slechts één volledig album (‘Lipservice’) (1985) brachten de Limburgers uit met daarop nummers als “Straight From The Heart”, “Turn The Pages”, “Hold Me” en hun onvervalste klassieker “Love Games” die anno 2012 nog wel eens op de radio te horen valt. Tanend succes deed de groep naar de achtergrond verdwijnen en een vervolgverhaal op de debuutplaat bleef uit. Heel sporadisch werd er opgetreden maar het vertrek van diverse groepsleden en de dood van toetsenist Carlo Peeters in 2006, deden de fundamenten verder afbrokkelen. Er vond uiteindelijk toch een renovatie plaats waarbij Schmutz terug in originele bezetting op enkele revivalfestivals te bespeuren viel en exact vijf jaar nadat Peeters het leven liet bij een motorongeluk, werd zelfs nog een nieuwe single “On The Edge” uitgebracht.
Hun concert afgelopen vrijdag werd aangevangen met “Turn The Pages” en ook “Very Clearly”, “Straight From The Heart” en “Grab You” uit ‘Lipservice’ passeerden de revue maar wat opviel was dat het indertijd kenmerkende geluid van de groep, met name het veelvuldig gebruik van echo op zowel gitaar als toetsen, live minder sterk uit de verf kwam en bij “Love Games” klonken de synthesizerklanken veel te vlak om te beklijven. Wel mooi om horen was dat er nog plaats was voor het gitaargetinte oudje “Life Is A Merry Go Round” (1982).
Een set vol pit, overgave en enthousiasme en een gewoon fijn weerzien met Schmutz. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

Department S
Ooit gestart als een punk/ska combo (Guns For Hire) onderstreepte de Engelse formatie Department S met een strakke en snedige set veel
meer potentieel te hebben als dat ene nummer “Is Vic There?” (1980) - hun debuut overigens - dat steevast op de beter New Wave compilaties te vinden is en in de jaren '80 op Belgische Thé Dansants (voor de jonge lezers: zo werden de fuiven toen meestal genoemd) samen met “I Can't Live In A living Room” (Red Zebra), “Love Will Tear Us Apart” (Joy Division), “The Magnificent Seven” (The Clash), “A Forest” (The Cure) en “Temple Of Love” (Sisters Of Mercy) , één van zeldzame alternatieve momenten waarop de pogo aan de orde kon komen.
Een kort bestaan (1980-1982), perikelen met een platenfirma waarbij hun debuutalbum ‘Sub-Stance’ tot in 2003 letterlijk in de kast bleef liggen en het vroegtijdig (1991) aan aids overlijden van zanger en frontman Vaughan Toulouse nekten het voortbestaan van de uit Leeds afkomstige groep die pas in 2007 weer een teken van leven gaf. Toetsenist Eddie Roxy transformeerde zich tot zanger en net als twee jaar terug tijdens Sinner’s Day in Hasselt kweet hij zich ook in Gent vocaal uitstekend van zijn taak als vervanger. Met onder meer straffe versies van “Going Left Right”, “Age Concern” en “I Want” en enkele nieuwe nummers zagen we een oerdegelijke, overtuigende en broeierige set van het kwintet waarbij ze via een cover van Pink Floyd’s “Lucifer Sam” ook nog eens onderstreepten niet vies te zijn van wat psychedelische rock.

Cassandra Complex
We herinneren ons nog levendig de hyperkinetische set van de Cassandra Complex in de Brielpoort in Deinze tijdens het Futurama festival in 1987. Inderhaast opgeroepen als hoofdact ter vervanging van het in allerlaatste instantie annuleren van P.I.L. probeerden ze met alle voorhanden zijnde middelen de ontgoocheling weg te spelen bij het publiek dat massaal was gekomen voor Lydon en kompanen. Het merendeel van de aanwezigen droop niettemin af en de weinigen die bleven, hoorden de drummachines ratelen en knetteren met een snelheid en geluidssterkte die zelfs afgetrainde trommelvliezen vervaarlijk deden buigen.
Intussen zijn we een kwarteeuw verder en gaat het er bij de Cassandra Complex veel gemoedelijker aan toe. Er worden al eens wat boeken en columns geschreven door medeoprichter Rodney Orpheus en concerten zijn op enkele handen te tellen. Ook dit jaar zullen ze niet meer te zien zijn op een podium en hun aantreden op het Rewind-easter-Fest vormde een uitzondering. Voor de fans is het goede nieuws dan weer dat de reden moet gezocht worden in het feit dat er gewerkt wordt aan een nieuw album. Ook mogen zij zich verwachten aan geremasterde heruitgaven van ouder, intrigerend werk als ‘Grenade’ (1986) en ‘Theomania’ (1988).
Wie vreesde dat het bezoek van de Cassandra Complex aan de Arteveldestad herleid zou worden tot een gezondheidswandeling, werd meteen ‘gerust’gesteld via nummers als “Datakill”, “Voices” en vooral “The War Against Sleep”. Ook het overige materiaal klonk speels en onbezonnen en vertoonde nog heel wat positieve weerhaken om hun combinatie van goth-rock-wave-electropunk spannend te houden. Young Gods, Borghesia en Suicide (wiens paranoia instant klassieker “Frankie Teardrop” adembenemend op het einde van hun set werd gecoverd) loerden steevast om de hoek.
Wellicht werd de tijdsindeling door de sympathieke lui van de Cassandra Complex niet secuur in de gaten gehouden maar “Moscow Idaho” bleef tot ieders verbazing (noodgedwongen) in de coulissen achter.    

The Beauty Of Gemina
The Beauty Of Gemina brachten begin dit jaar ‘Iscariot Blues’ uit, hun vierde studioalbum. Daarop balanceert deze Zwitserse formatie nog steeds tussen dark rock en wave, industrial en gothic rock. Een opvallende rol is telkens ook weggelegd voor de mooie, donkere stem van zanger, gitarist en keyboardspeler Michael Sele die vocaal op bepaalde ogenblikken ook wat doet denken aan Andrew Eldritch. Niet zelden is hij bepalend voor de nummers en tilt hij ze zelfs naar een hoger niveau. En nu net daar schortte het bij hun concert. Omdat de stem van Sele niet goed afgemixt was en wat verloren ging onder de drums van Mac Vincens, de basgitaar van David Vetsch en de gitaar van Dennis Mungo, boette de set heel wat aan impact in. Dit was bijvoorbeeld het geval bij “Voices Of Winter” en “Haddon Hall”, allebei afkomstig van het nieuwe album.
Pas halfweg de set werd dit bijgesteld en kon er genoten worden van fraaie versies van “Dark Revolution” (met een vleugje blues), een dreigend “Suicide Landscape” en “The Lonesome Death Of A Goth DJ” (dat raakvlakken vertoonde met Moby en Nitzer Ebb). Afsluiter “Rumours” deed ons tenslotte vergeten dat de synthesizerklanken soms iets te veel neigden naar jaren ’90 eurodance.
The Beauty Of Gemina is creatief in het genre maar ze overtuigden niet zoals vorig jaar op het Kortrijkse Shadowplay festival. 

Chameleons Vox

In hun thuisstad Manchester behoorden The Chameleons midden de jaren ’80 tot de meest bepalende groepen en deden de toen vermaarde Hacienda club louter op basis van mond tot mond reclame in een mum van tijd uitverkopen. Maar buiten die grenzen bleven ze een vrij goed bewaard geheim en dienden ze het te stellen met een cultstatus. Ook al brachten ze met 'Script Of The Bridge' (1983), 'What Does Anything Mean?' (1985) en 'Strange Times' (1986) drie prachtige, door critici lovend onthaalde albums uit, ze konden de kwaliteit niet verzilveren in een globaal commercieel succes. Een vergelijking met de bevriende formatie The Sound ligt voor de hand. Ook zij hadden groot moeten worden maar werden het niet, en dit terwijl hedendaagse groepen als Editors of White Lies volop in de door hun voorbeelden aangelegde vijver aan het vissen zijn en met hun vangst wél op de grootste podia staan te prijken.
Gelukkig kon Mark Burgess, frontman van The Chameleons, het grillige van de muzieksector relativeren en is hij in tegenstelling tot de betreurde zanger van The Sound, Adrian Borland (die in 1999 zelfmoord pleegde), solo dan wel via een (zij)project blijven musiceren. In die zin speelt hij sinds 2009 onder de naam Chameleons Vox met enkele andere muzikanten waaronder een tweede origineel lid van The Chameleons, drummer John Lever, live de nummers van The Chameleons.
En hoe! Vanaf opener “Swamp Thing” volgde vrijdagavond het ene hoogtepunt na het andere zich op. De warme, in melancholie gedrenkte stem van Burgess is nog steeds intact (wat hij via enkele hoge uithalen mocht demonstreren tijdens “In Answer”) en de postpunk werd bezield, afwisselend atmosferisch en snedig maar bij momenten ook uitgesponnen op uitstekende wijze gebracht. Niet enkel de gitaren waren hiervoor verantwoordelijk maar ook de drumslagen waren geregeld sturend zoals tijdens “A Person Isn't Safe Anywhere These Days”, “Soul In Isolation” (met die onmiskenbare intro) en bij de absolute climax “Second Skin”.
Daarbij bleken noch de muziek noch de vaak poëtische teksten aan waarde, actualiteit of intensiteit te hebben ingeboet en had het concert - ook al werd het vrijdag in een Rewind-format gegoten - niks nostalgisch in zich. Of misschien toch een beetje, namelijk toen flarden tekst uit “Transmission” van Joy Division doorheen “Singing Rule Britannia” verweven werden.     
Jammer dat “Up Down The Escalator” de setlist niet haalde maar we hopen dat dit wordt goedgemaakt als Chameleons Vox nog eens ons land mogen aandoen voor een volwaardige set. Bij deze richten we een vriendelijk verzoek aan alle programmatoren want het concert van Chameleons Vox was vrijdag voorbij vooraleer men het goed en wel besefte.

A Clan Of Xymox
Wie er wel in slaagde om hun plaatselijke thuisstad te ontgroeien en wereldwijd succes te scoren is het in 1984 te Nijmegen opgerichte Clan Of Xymox (dat ook een tijdje onder de noemer 'Xymox' door het leven ging).
Door enkele contacten en voorprogramma’s met Dead Can Dance konden ze hun eerste twee albums ‘Clan Of Xymox’ en ‘Medusa’ op het vermaarde 4AD label uitbrengen. Opener van hun concert in Gent “Stranger” en ook “A Day” etaleerden meteen deze gerechtvaardigde keuze want in beide gevallen gaat het om darkwave van prima kwaliteit die repetitief en opbouwend van structuur is.
Op Rewind-easter-Fest trad het als gothic geschminkte A Clan Of Xymox als trio op, zijnde oprichter Ronny Moorings (zang en gitaar), Mario Usai (gitaar) and Sean Göbel die sinds vorig jaar de toetsen en de computer is komen bedienen. Bassiste en vriendin van Moorings, Mojca Zugna, was er niet bij omwille van de geboorte van hun dochtertje vorig jaar. 
Net zoals tijdens de carrière van de groep waarbij in de hoop om het commercieel succes aan te houden ook uitstapjes richting acid beat en met rock vermengde eurohouse ondernomen werden, was ook de set in die zin gevarieerd en dynamisch. Persoonlijk opteren we nog steeds voor de eerste twee platen maar “Jasmine And Rose” uit ‘Creatures (1999) en “Love Got Lost”, “In Love We Trust” en “Emily” uit ‘In Love We Trust’ (2009) bekoorden evenzeer. Dit in schril contrast met hun versie van ‘Heroes’ van David Bowie die we liever met de zwarte mantel der liefde zouden willen bedekken. Maar ook dit liet de trouwe aanhang vlot aan zich voorbijgaan en de Nederlanders werden op een stevig en verdiend applaus getrakteerd.

Project Pitchfork
Als afsluiter van de eerste dag fungeerden het uit Hamburg afkomstige Project Pitchfork die met hun combinatie van ruwe, industrieel getinte elektronische muziek vermengd met techno en electronic body music - zie bijvoorbeeld ‘Alpha Omega’ uit het gelijknamige album (1995) waarbij het leek of Front 242 hun opwachting hadden gemaakt om de groep te begeleiden - de Concertzaal bij momenten omtoverden in een undergroundclub.
Tijdens pakweg “Conjure” uit ‘Lam-‘Bras’ (1992) en “Steelrose” uit ‘Eon:Eon’ (1998) was erg duidelijk te merken dat de groep heel goed geluisterd heeft naar Skinny Puppy (check bijvoorbeeld maar eens hun absolute klassieker ‘Assimilate’ uit 1985). Net als bij hun grote voorbeelden is ook bij Project Pitchfork de donkere diepe zang een van de sterke wapens waarmee uitgepakt wordt en kan men niet om de theatrale podiumprésence van de charismatische frontman Peter Spilles heen.
Van het vorig jaar verschenen album 'Quantum Mechanics' hoorden we “Lament”, “Run For Cover” en “The Queen Of Time And Space” maar het was toch vooral de als toegift gebrachte  splinterbom “Fire And Ice” uit het debuut ‘Dhyani’ (1991) die ons al deed uitkijken naar dag 2 van het Rewind-easter-Fest editie 2012.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rewind-easter-fest-2012/

Organisatie: New-Wave Classix (Amusez-Vous)

 

 

Pagina 717 van 963