Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...

Foster The People

Torches

Geschreven door

Net als Peter, Bjorn & John (single – “Young Folks”), een paar jaar terug , floten we nu ook moeiteloos “Pumped up kicks” mee van de Californische band rond Mark Foster. Fris en lekker in het gehoor liggende pop die door de toegevoegde elektronica en percussie gewichtiger klinkt. De groep refereert deels aan het toegankelijke materiaal van MGMT en Phoenix en houdt van ‘80s elektronica .
Opener “Helena beat” beantwoordt al meteen  aan de muzikale ingrediënten van de band. “Pumped up kids” volgt, maar ook “Call I what you want” tekent voor lichtvoetig, hitgevoelig werk, gekenmerkt van een lichte swing. En we houden  van “I would anything for you” en “Houdini”, verderop de cd. De percussie knalt op “Miss you”; “Don’t stop” en “Warrant” zijn hitsend en dynamisch .
Foster The People heeft alvast een leuk ontspannend, twinkelend, bruisend en zeemzoeterig plaatje uit … Eentje om van te snoepen!

Gavin Friday

catholic

Geschreven door

U zegt Gavin Friday (Fionan Hanvey…)? … In de jaren ’80  was hij het boegbeeld van de Ierse The Virgin Prunes die postpunk, coldwave, industrial en cabaret in elkaar deden vloeien. In de begindagen was er nog een connectie met Paul Hewson ( Bono van U2) , die nog steeds een goede vriend is van Friday. De band hield van experimentele performances, testten de grenzen van de ‘goede smaak’ en ontwikkelden een eigen kijk op de esthetiek (schoonheid en puurheid) met platen ‘A new form of beauty’ en ‘If I die I die’ ( met “Pagan lovesong” en “Baby turns blue” als singles) .
Na ’86 hield het avontuur op en Friday legde zich toe op het chanson. Drie cd’s bracht hij al uit, “Each man kills the thing he loves” (met The Man Seezer), ‘Adam & Eve”, die vooral piano, akoestische gitaar en de stem beklemtoonden, en het breder georkestreerde ‘Shag tobacco’. Op de soloplaten horen we politieke en persoonlijke bloedmooie songs met een donker, destructief randje .
Intussen 51 geworden , en zestien jaar later, brengt hij een nieuwe cd uit , een emotionele, persoonlijke plaat , niet meer scherp of confronterend , maar gemoedelijk tussen bittere tranen, troost en hoop. In een licht elektronisch decor horen we een stemmige, filmische plaat, die een surrealistisch , droomachtig decor opbouwt met cello, akoestische en elektrische gitaar, piano en veel violen. Zijn  krakende fluisterstem en backing vocals  zorgen voor de pastelkleuren . De dood zal - net als bij Robin Proper-Sheppard (Sophia) - de rode draad blijven vormen .
We luisteren naar fijn materiaal  toon gegeven door opener “Able” en “Land on the moon”; de plaat eindigt met “Lord I’m comin’” , samen met ex-Clannad folkzangeres Maya Brennan. ‘catholic’ (met kleine c ) is opnieuw een machtig mooi album geworden ...

Polar Bear Club

Clash Battle Guilt Pride

Geschreven door

Om maar meteen met de deur in huis te vallen,  we komen werkelijk superlatieven tekort om deze plaat te bewieroken!  ‘Clash Battle Guilt Pride’ is het derde album van Polar Bear Club, een band uit Rouchester (New York) die een mix brengt  van post-hardcore, punk- en indierock in navolging van een formatie als Hot Water Music.  Hun vorige album ‘Chasing Hamburg’ uit 2009 hebben we letterlijk grijsgedraaid en dat zal met deze cd  niet anders zijn.  ‘Clash Battle Guilt Pride’ bevat elf tracks die je van begin tot einde bij je nekvel grijpen. De muziek van Polar Bear Club is ingenieus opgebouwd, kent verschillende tempowisselingen en klinkt ongelooflijk catchy.  Het gitaarwerk is ronduit schitterend maar het is vooral de vocale prestatie van Jimmy Stadt die dit album zo geweldig maakt. Eerlijk, oprecht… het zijn slechts twee van de vele adjectieven die ons te binnen schieten als we luisteren naar de stem van Stadt.
Openingstrack  “Pawner” start met kalme gitaarakkoorden die geleidelijk opbouwen onder invloed van  de krachtige stem van Jimmy Stad’ts en voor je het weet, schiet “Killin It” uit de startblokken en kun je niet anders dan luid meezingen met Polar Bear Club… Tot op heden hoorden we in 2011  geen enkele release die met twee dergelijke kopstoten van start gaat.  Wat volgt zijn nog negen lekkere songs waarvan er geen enkel vullertje tussen zit.  “Scream In Caves” en “My Best Days” zijn  stevige tracks die we van PBC al voordien kenden, terwijl “Bottled Wind” en “Religion On The Radio” een nieuw en meer catchy kant van de ijsberen laat horen.   “I’ll Never Leave New York” die zeer rustig start om uit te monden in een stevige climax is dan weer  onze absolute favoriet.
Dit is een ronduit indrukwekkende plaat van een band die groot, heel groot zal worden.

Killed by 9v Batteries

The Crux

Geschreven door

Oude tijden doen herleven, het lijkt dé bestaansreden van de Oostenrijkers van Killed By 9 Batteries. De naam doet vermoeden dat het hier gaat om een of ander metalcollectief maar niks is minder waar.
Killed By 9 Batteries is een indierockband die zo uit begin jaren negentig lijkt weggeplukt en zwaar beïnvloed is door rockiconen als Thurston Moore en Lou Barlow.  Deze Oostenrijkers zijn alleszins veelschrijvers want sinds de oprichting in 2002 volgden verschillende split-cd’s en drie full albums (inclusief deze ‘The Crux’).   Wie op zoek gaat naar een band met een eigen smoel of een uniek geluid is er met dit trio aan voor de moeite.  Deze muziek is voorheen  al gedaan door honderden gelijkaardige bandjes, laat staan dat deze Killed By 9 Batteries  in de buurt komen van Sonic Youth, Dinosaur JR of Sebadoh.
Toch is ‘The Crux’ een degelijk album met een paar leuke songs (dit geldt vooral voor single “Worst Of Total Anarchy” en opener “Need More New Wrecks”). De verschillende nummers klinken ook vrij poppy wat volgens ons veel te maken heeft met de figuur van producer Patrick Pulsinger (die bijvoorbeeld ook het laatste album van Hercules and Love Affair opnam).
‘The Crux’ is zeker een verdienstelijk werkstuk maar we vrezen dat het plaatje  niet echt zal opvallen binnen het genre.

Sonic City Festival 2011 curated by Liars - Melvins laten de Kreun in puin achter

Geschreven door

Sonic City Festival 2011 curated by Liars - Melvins laten de Kreun in puin achter
2011-10-28 t/m 2011-10-30
Het Sonic City Festival is een jaarlijks terugkerend festival, georganiseerd door de Kreun, waarvan de programmatie telkens samengesteld wordt door een curator. Op de 4de editie viel de groep Liars deze eer te beurt. Bij vorige edities waren Millionaire, Dälek en Deerhoof de curatoren van dienst.
dag 1 – vrijdag 28 oktober 2011
Het festival startte dit jaar in het Kunstencentrum Buda, waar op vrijdagavond de documentaire ‘KARP LIVES’ , een documentaire over de 90-ies underground band KARP (Kill All Redneck Pricks), werd voorgesteld. Een uiterst gesmaakte documentaire trouwens, met hart en ziel gemaakt door William Badgley, een streekgenoot van de in Washington residerende band. We zagen hoe een stelletje “highschool” vrienden erin slaagden om een groep uit de grond te stampen, die in zijn hoogdagen qua intensiteit niet moest onderdoen voor Melvins, zonder als een kopie te klinken.
De keerzijde van de medaille kwam ook uitvoerig ter sprake: de heroïne-verslaving van gitarist Chris ‘Slayer’ Smith en de in een bootongeval overleden drummer Scott Jernigan. Enig lichtpunt en happy end van de documentaire was de samensmelting van Big Business (de latere groep van bassist Jared Warren) met oergroep Melvins. Een samenstelling waaronder Melvins de laatste jaren toert [1 gitarist, 1 bassist en 2 (twee!) schitterende drummers]. Mooie documentaire die ons al deed watertanden naar de op zondag geprogrammeerde hoofdact.

dag 2 – zaterdag 29 oktober 2011
Zaterdagnamiddag startte ludiek met Kapaikos, een bende losgelaten Duitsers uit Berlijn, die o.a. gewapend met 4 versterkte banjo’s, ons Balkanmuziek brachten met een vette knipoog naar The Pogues. Het publiek (waaronder ook Geoffrey Burton en Sarah Zeebroek van Hong Kong Dong) lustte deze opgewekte muziek wel op deze vroege namiddag.
Een groot contrast met het levenloze, ongeïnspireerde optreden van Legendary Pink Dots vlak erna. We maken hier verder geen woorden aan vuil. Voor het optreden van Oneida daarentegen komen we woorden tekort. Wat een ervaring was dit zeg! Een psychedelische trip van de eerste tot de laatste noot en opgebouwd rond hun album Preteen Weaponry van 2008. Songs die allemaal refereren naar Oosterse ninja-gevechtsinstrumenten. Dit was ongetwijfeld het hoogtepunt van de zaterdag!
Setlist Oneida: 1. Nunchucks 2. Butterfly Knives 3. Throwing Stars 4. Sheets of Easter).
Chris & Cosey (van het legendarische Throbbing Gristle) zaten lekker gezapig achter een tafeltje, waar ze via hun Apple laptops hun ontoegankelijke songs op het publiek loslieten. Beiden genoten er duidelijk van. Maar het was verdomd luid! Vooral de baslijnen sloegen onze ingewanden bijna letterlijk aan stukken. Geen slechte performance, maar we waren vooral blij toen het afgelopen was wegens fysieke ongemakken.
Het Londense Factory Floor was dan weer verfrissend. Met een aparte invalshoek op de jaren 80. We hoorden flarden van A Certain Ratio, Gang of Four en Joy Division met een persoonlijke twist. Maar ook hier stond de volumeknop op elf waardoor de decibelmeter constant de Schauvliege-begrenzing overschreed. Dit hoefde echt niet en deed afbreuk aan hun songs.
Hetzelfde probleem deed zich voor bij curator Liars, de hoofdact van de eerste dag. Iets te luid, waardoor de finesse van sommige songs teveel verloren ging in een muur van geluid. We kregen een gevarieerde set voorgeschoteld met één voor één ontketende muzikanten. Niet slecht maar ook niet dat de rillingen je van de rug liepen. Laten we het houden op een goed optreden.
Setlist Liars: 1. Beach 2. Broken Witch 3. Kingdom 4. There’s Always Room On The Broom 5. LA 6. Scissor 7. Clear Island 8. I Still Can See An Outside World 9. Scarecrows On A Killer Slant 10. No Barrier Fun 11. Plaster Casts Of Everything 12. Proud Evolution).

dag 3 – zondag 30 oktober 2011
Voor Standish & Carlyon waren we (ondanks de overschakeling naar het winteruur) op zondag iets te laat. Maar we waren blijkbaar niet alleen, want de zaal was maar matig gevuld toen Tannhäuser, Sterben und das Tod hun set rond 16h00 startte. Het Berlijnse duo bestaat uit bassist Gerald Mandler en een zéér getalenteerde geluidsmanipulator Thomas Mahmoud. Soms maken de Duitsers live gebruik van twee drummers, maar dit was zondag niet het geval. We kregen een groot half uur bevreemdend verwevende klanktapijten uit een grootstad in onze oren geschoven. Hun muzikale taal bevat naast stukken ambient & dub, ook uit flarden industrial, kraut en postrock. Een mooi begin van de tweede festivaldag.
Het uit Australië afkomstige HTRK (voormalig Hate Rock Trio) gebruikt sinds 2007 London als uitvalsbasis. Het trio werd teruggebracht naar een duo door de zelfmoord van bassist Sean Steward in 2010. Dit deed echter niets af van de prachtige electrogaze die ze ons in de vooravond voorschotelden. Getuige hun onlangs uitgebrachte album ‘Work (work, work)’. Misschien niet echt het juiste tijdstip voor deze soort muziek – iets later op de avond ware meer toepasselijk geweest.
Bij Washed Out liep de zaal na een tijdje bijna letterlijk leeg. Veel te braaf, te licht, te clean en we vragen ons af wat Liars bezielde om deze band op de affiche te zetten. Vlug vergeten, deze valse noot.
Sightings brachten terug leven in de brouwerij. Ze bleken de ideale opener voor Melvins. Het trio had er zin in en bracht noiserock zoals we ze altijd zouden willen horen: fris, spontaan en ontdaan van alle tierlantijntjes. Dit sloeg ook over op het publiek dat terug in groten getale in de zaal aanwezig was. Het liet zich gewillig onderdompelen in een powernoisebad om U tegen te zeggen.
Iedereen was goed opgewarmd voor de hoofdschotel van de avond en van het weekend: Melvins! En waar we al bijna de ganse namiddag op onze honger bleven zitten qua intensiteit, kwam nu alles in één keer als één grote brok graniet in onze oren, ons lijf en onze beenderstelsel gedonderd! Melvins overtroffen zichzelf (we zagen ze al ettelijke keren aan het werk) en brachten een dijk van een set. Rauw, compromisloos en je naar adem doen happend. Geen oeverloos gelul tussen de songs door.
Met de kracht van een op hol geslagen bulldozer raasde Melvins door de Kreunzaal. We werden getrakteerd op het volledige Lysol-album uit 1992 (later veranderd naar ‘Melvins’ wegens problemen met de fabrikant van Lysol, een merknaam van een desinfecteermiddel voor in het huishouden) aangevuld met enkele klassiekers. In een overvolle zaal gaven de centraal gepositioneerde drummers Dale Crover en Coady Willis ons een lesje in synchroon drummen, terwijl Jared Warren zijn bassnaren trachtte om te krullen als werden ze een gedeelte van zijn typische haartooi. De krullenbol had er duidelijk zin in. Wie er ook geen gras over liet groeien was gitarist en boegbeeld van de band: Buzz Osborne. Wat die allemaal uit zijn gitaar haalde, houd je bijna niet voor mogelijk. Hij bleek constant in trance en had dan ook nauwelijks contact met het publiek, tenzij de enkele keren dat hij zijn ogen opende tijdens dit 90 minuten durende concert om duimen en vingers bij af te likken. Dan was het opperhoofd plots verdwenen om niet meer terug te keren. Geen bisnummers dus: op is op!
We zagen ze deze zomer al schitteren op Hellfest, maar wat deze heren zondag brachten was nog een trapje hoger. Melvins in de overtreffende trap: we krijgen er nooit genoeg van!

Organisatie: Kreun, Kortrijk – Sonic City Festival

Atari Teenage Riot

Een ‘riot' met Atari Teenage Riot

Geschreven door

Waar is de tijd dat het muzieklandschap doormidden werd gekliefd van genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. Digital Hardcore … Yeah! Atari Teenage Riot blies alvast die ‘breakcore’ nieuw leven in, midden de jaren ’90, met platen als ‘Delete Yrself’ en ‘The future of war’. Spil was Alec Empire, een Berliner hardcore dissident.  De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps; we worden letterlijk meegezogen in een electro ‘onder’ wereld van pompende, zuigende beats, gabber, house, jungle, industrial, metal, overstuurde electro en screamo’s, gekrijs, gegil en gemurmel. Een elektronische mallemolen door de salvo’s, het gefreak en de vurige vocals, een concept computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar! Geschift!

Noodgedwongen moest Alec Empire na 1999 een adempauze inlasten, maar kijk als trio zijn de ‘riot-ters’ er terug bij. Ze spreken een nieuwe generatie aan van ‘Elements’ freaks die houden van electro, breakcore, dubstep, punk en alles wat er mee verwant houdt . Ook de oude ‘electronic body movers’ en ‘gothic/wave-rs’ lusten er papa van . Op die manier hadden we in de Club van de Aéronef een beetje  van  alle soorten en alle leeftijden.
Anno 2011 heeft Empire met ATR een nieuwe cd uit ‘Is this hyperreal?’ Hyperkinetisch klinkt het nog steeds met de op hol geslagen electrosounds. De vuisten gaan de hoogte in en het trio schreeuwt en briest aanhoudende woede en sloganisme van ‘ons  fxx system’ . Aan zeggingskracht hebben ze alvast niet ingeboet …
We werden al goed opgewarmd door hiphopbeats van o.m. NWA en Public Enemy … “Are yo ready to testify?” dreunde het … Als volksmenner had hij meteen ZIJN publiek mee want al na geen 20 seconden waren de eerste rijen aan het diven op die bonkende beats , die de geluidsgrenzen openrekten !Alex en C° overdonderden meteen  … Witte flashlights en stroboscoops injecteerden de riot, die met nieuwe schurende  nummers als “Activate” en “The only slight glimmer of hope” insloegen als een bom. De nieuwe cd plaatsten ze voorop.  Vooraan was iedereen gewoon losgeslagen; een ‘world of computerwars’, - ‘nerds’ en een golf van chaos daalde over de zaal neer. Feest dus . Bands als Prodigy, Nitzer Ebb, Front 242 en de huidige electro van Bloody Beetroots en Justice konden hier een puntje aan zuigen . Ze namen wat gas terug met “Black Flags”, maar wat daarna volgde, was ondergaan op eigen risico … Een ‘Duracell konijnen bulldozer’ sound , een strak en hoog gehouden tempo, onnavolgbare  rollin’& scratchings van meer dan 120BPM  hoorden we op songs “Into the death”, “Too dead for”  en “Sick to death” . De oerkreten van hun “ATR” song was in dit geheel nog het meest toegankelijk. Soms had Empire een megafoon bij zich om het noise en ruisgehalte te vergroten. Explosief, inderdaad … Pokkeherrie op z’n best gezegd! “Codebreaker” en de titelsong  van de nieuwe cd ‘Hyperreal” waren mokerslagen en hadden iets griezeligs over zich op deze Halloween …Een Bollock Brothers “Last supper” on speed!

ATR = Mitrailleursalvo’s! De vuist kon nog een keer de hoogte in met “Blood in your eyes” en “Speed”, refreinen en oerkreten werden gebruld . Als een wervelwind ging ATR tekeer … Verslagen werden we achtergelaten . . Wat een energie en intensiteit !

Het Franse Tang  hield het bij emocore en had veel geluisterd naar het onvolprezen & het (te vroeg) ter ziel gegane The Spirit That Guides Us . Snedig, spannend en stevig gitaarmateriaal speelde het kwartet , gekenmerkt van verrassende wendingen, ze lieten  ruimte voor hun instrumenten en de wisselende samenzang, al of niet met de nodige screamo’s, gaf elan. Tang overtuigde …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie : Aéronef, Lille

dEUS

dEUS - blijft met voorsprong de beste Belgische band ooit

Toen we de ondergrondse parking van Euralille binnenreden, wisten we het al, dit zou een thuismatch voor dEUS worden, overal stonden wagens met Belgische nummerplaten geparkeerd.

Net vóór de zomer zagen we dEUS een try-out spelen op Les Nuits Botanique, en toen lieten ze al enkele nieuwe nummers van hun zesde album ’Keep you close’ horen. Dat album is ondertussen uit, en wij vinden hem een stuk beter dan ‘Vantage point’, maar toch nog net iets minder dan ‘Pocket Revolution’: er staan een stuk of vijf nummers op die een verrijking zijn voor de indrukwekkende back catalogue die Barman en Co.  in de laatste twintig jaar bijeen gepend hebben, maar ook vier nummers die echt niet blijven hangen, hoeveel je de nieuwe plaat ook oplegt. Een goeie jaargang 2011 voor dEUS dus, maar geen ‘Grand-Cru’.

Op zondagavond vangen alle concerten in de Aéronef vroeger aan dan op een weekdag, dus net na achten namen Barman, Pawlovski en co een vliegende start: de vierde of vijfde reïncarnatie van dEUS, met Pawlovski, Misseghers, Gevaert en overlever Janzoons, is een geoliede strakke rockmachine. Waar in de jaren negentig dEUS live soms compleet de mist in ging, hebben ze anno 2011 hun livesets volledig onder controle: Mauro Pawlovski is de strakke orkestleider op de achtergrond, die in een dienende rol er voor zorgt dat alles netjes op zijn pootjes valt. Het enige minpunt daarvan is dat dEUS live meer en meer richting mainstraim rock opgeschoven is en ze minder verrassen dan vroeger: meer The National en Elbow en minder Tom Waits, zou je kunnen zeggen.
Het geluid tijdens de eerste drie nummers zat overvol, veel power tijdens “Slow”, het niet echt memorabele “The Final Blast” en het zoals gewoonlijk visueel stroboscopisch ingevulde “Architect”. De voorlopende single “Constant now”  ging op het zelfde strakke elan verder, maar was toonde ook een rijkheid en complexiteit zelfs zonder de blazers van de albumversie: de baslijnen van Alain Gevaert kwamen er prominent in naar voor.
Maar eigenlijk schoot het concert pas echt uit de startblokken vanaf “Instant street”, vreemd genoeg omdat er gas terug genomen werd en het totaalgeluid minder vol en vooral minder druk was: het eerste deel van “Instant street” steunt op de akoestische gitaar van Barman, en je kreeg veel meer dynamiek: in de break wisselt Barman zijn akoestische gitaar in voor een elektrisch exemplaar, waar op dit nummer echt tot een uitbarsting komt. ”Instant street” is keer op keer een van de hoogtepunten in de live sets van dEUS, en dat was het ook vanavond.
Na deze eerste climax, was het tijd voor een rustpunt, met “If you don’t get what you want”, waarna het de beurt was aan de beste song van ‘Keep you close’: “Dark sets in”, wat Barman aankondigde als een nummer over jaloezie. Misseghers ontketende een drumpatroon dat wel iets weg heeft van “Would?” van Alice in Chains, Pawlovski smokkelde een gesaboteerde gitaarriff in het nummer en zowel Gevaert, Pawlovski en Misseghers namen een deel van de zanglijnen over. “Dark sets in” kan gerust wedijveren met het beste wat Afghan Whigs ooit in de jaren negentig maakten, en vormde voor mij een tweede hoogtepunt van de avond. Nu we het toch over Afghan Whigs hebben, Pawlovski nam als een perfecte kameleon de tweede zanglijn van Greg Dulli over in “Twice”: de emotie zat juist, het nummer handelt over relatieproblemen, en je geloofde wat Pawlosvski zong.
“Magdalena”, met zijn mineur-akkoorden, was vervolgens het tweede rustpunt van de avond, gevolgd door het parlando in “Ghost” waarin Janzoons zich op zijn keyboard kon uitleven. Het titelnummer “Keep you close”, werd net zoals op de plaat heel orkestraal ingevuld, en contrasteerde fel met de eenvoud van “Sister Dew”. Toen was het tijd voor het derde hoogtepunt van de avond: Pawlovski mocht zijn duivels ontbinden op “Bad timing”, het publiek ging dan ook volledig uit de bol.

Bissen deed dEUS met de ondertussen twintig jaar oude klassiekers “Worst Case Scenario”, “Morticiachair”, dat Pawlovski zich helemaal tot zijn eigen nummer weet om te vormen, het overbodige “Easy” en afsluiter “Hotellounge”, waarop de leden van Balthazar kwamen meedoen.

dEUS blijft met voorsprong de beste Belgische band ooit, maar overtuigt toch vooral met zijn oudere nummers, alhoewel “Dark sets in” vanavond die klassiekers meer dan evenaarde.

Setlist dEUS:
Slow, The final blast, The Architect, Constant now, Second nature, Instant street, If you don’t get what you want, Dark sets in, Twice (we survive), Magdalena, Ghost, Keep you close, Sister dew, Bad timing
Worst Case scenario, Morticiachair, Easy, Hotellounge

Opener was Balthazar , die samen met Intergalactic Lovers op de festivals Belgisch grondgebied uitgegroeid zijn tot publiekslievelingen. Naast de vele Vlamingen, lusten ook onze Franse vrienden pap van deze beloftevolle band uit (het nabije) Kortrijk wel! Ze speelden een intens broeierige set, waarin
naast een puike samenzang  vooral de zweverige, diepgrauwe  zegzang van Maarten Devoldere opviel. De band ging er duidelijk voor. Spelplezier en enthousiasme sierden de gevarieerde set van o.m. singles “The boatman”, “I’ll stay here”, “Fifteen floors” en de snedige rocker “Hunger at the door”; huiveringwekkend klonk het afsluitende “Blood like wine”, die eindigde in een kippenvel acapella outtro …  Balthazar, te koesteren, ook in Frankrijk!

Organisatie: Aéronef, Lille

Sinner’s Day Festival 2011- the kings of new wave & punk all together – derde editie!

Geschreven door

Sinner’s Day Festival 2011- the kings of new wave & punk all together – derde editie!

Sinner’s Day mocht afgelopen zondag al drie kaarsjes uitblazen, en lijkt dus langzaam maar zeker een vaste stek te verwerven op de najaarskalender van menige nostalgische ziel die vooral zwart in de kleerkast of dressing heeft hangen. Zoals elk festival in het nostalgiecircuit kampt ook Sinner’s Day regelmatig met laattijdige exits van een paar sterkhouders op de affiche. Soit, ook zonder de eerder aangekondigde The Psychedelic Furs en John Foxx vonden ruim 8000 oudere jongeren met of zonder zwarte eyeliner de weg naar de Ethias Arena, waar alternerend op twee podia gothrock, punk, electropop, industrial, electronic body music en avant-garde elkaar in een ijl tempo afwisselden. Een korte impressie...

We geven maar wat graag toe dat we geen kenner zijn van het industrial metal genre, maar elk gezelschap die voor een ongeoefend oor klinkt als een met samples beladen kruising tussen Guano Apes en Rammstein kan je bezwaarlijk relevant noemen. Net als voorgenoemde bands komt ook KMFDM (*), oftewel Kein Mehrheit Für Die Mitleid, uit Duitsland overgewaaid. Hun zogenaamde ‘ultra-heavy beat’, een brutale krachtexplosie van krijsende vocals, logge industrial en achterhaalde cross-over leek enkel in de voorste gelederen enige potten te breken, maar werd door de rest van het publiek op zijn zachts gezegd apathisch onthaald. Later die avond zou een landgenoot van KMFDM met een pak meer muziekgeschiedenis op zijn naam gelukkig nog de meubels redden voor de Heimat.

Alan Wilder verdiende tussen ’82 en ’95 een ferme boterham als vervanger van Vince Clarke bij Depeche Mode, maar eigenlijk bediend deze Engelse keyboard wizard, meesterproducer en gevierd remixer liever alle knopjes zelf binnen de contouren van zijn experimentele solo project RECOIL (***). Nu is een DJ set niet onmiddellijk iets waar het typische Sinner’s Day publiek zit op te wachten, maar door een knappe combinatie van electronische soundscapes, donkere triphop en knappe visuals wisten Wilder en zijn kompaan toch onverwachts een groot deel van het publiek te boeien. In hun intrigerende mix herkenden we ondermeer Recoil’s debuutsingle “Faith Healer”, een hoogst eigenzinnige interpretatie van de Sensational Alex Harvey Band classic ingezongen door Nitzer Ebb’s Douglas McCarthy, en een erg trippy “Jezebel”. Wilder zat bovendien niet verlegen om een cynische knipoog naar zijn verleden bij Depeche Mode en verwerkte doodleuk flarden van “Never Let Me Down Again” en “Personal Jesus” in de ellenlange mix die het optreden eigenlijk was.

In vergelijking met de vorige editie kwamen punks dit jaar maar weinig aan hun trekken op Sinner’s Day. Met THE EXPLOITED (***) had de organisatie weliswaar een monument uit de tweede punkgolf naar Hasselt gehaald. De vervaarlijk ogende Wattie Buchan is anno 2011 nog het enig overgebleven lid uit de gloriejaren ’80-’82 van deze Schotse voortrekkers van de Oi! beweging, maar ondanks zijn 51 lentes oogt en klinkt deze voormalige soldaat met de rode mohawk nog heel strijdvaardig. Zonder dat presentator Luc Janssen ook maar één woord kon uitbrengen namen Buchan en zijn jonge kompanen stormenderhand het podium in voor een stomende set streetpunk, waarop het publiek in de frontlinie prompt antwoordde met een kolkend pogo feestje. Van de vermeende nazi sympathieën van The Exploited viel trouwens niets te merken, wel van het feit dat anthems als “Troops Of Tomorrow”, “Punk’s Not Dead” en “Sex And Violence” na drie decennia nog niets aan street credibility lijken te hebben ingeboet. We hadden wat graag onze stembanden ook eens gesmeerd tijdens “Exploited Barmy Army”, maar voor we het goed en wel doorhadden was het feestje al gedaan. Volgend jaar Buzzcocks op Sinner’s Day? Yes please!

Geen hond wist van tevoren wat precies te verwachten van VISAGE (**), het gereanimeerde studio project rond de extravagante Steve Strange dat mee verantwoordelijk was voor de lancering van de New Romantic beweging in het Engeland van begin jaren ’80. Aanvankelijk hadden Strange en zijn vier fout gecaste collega’s er opvallend veel zin in en kon de catchy tongue-in-cheek electropop van “Night Train”, “Visage” en “Diary of A Madman” nog wedijveren met het beste van generatiegenoten Heaven 17 en Blancmange. Nu is de in een blits maatpak verborgen Strange in zijn thuisland redelijk wat publieksaandacht gewend, maar op Sinner’s Day veel dat echter dik tegen en begon de frontman uit pure frustratie zowaar de draak te steken met Exploited fans. Op het moment dat de meesten het uitblijven van Visage’s voornaamste wapenfeit “Fade To Grey” intussen meer dan beu waren probeerde de groep tot overmaat van ramp en trouwens zonder veel succes nog een geheel overbodig nieuw nummer uit. Strange & co besloten dan maar wijselijk om de set voortijdig te beëindigen met een slordig en apathisch “Fade To Grey”. Deze reïncarnatie van Visage concentreert zich voortaan misschien beter op modeshows waar de spreekwoordelijke verpakking belangrijker lijkt dan de inhoud.

Reeds tijdens de vorige editie van Sinner’s Day werd de komst van THE MISSION (***) met de nodige toeters en bellen aangekondigd, voor de Belgische fans werden het dus 12 lange maanden vooraleer ze hun gothrock helden recht in de ogen konden kijken. In de tweede helft van de 80ies bereikte de populariteit van deze groep ongekende hoogtes in thuisland England, daarbuiten wordt deze afsplitsing van Sisters Of Mercy eerder als een cult band aanzien. Met een strak “Hands Across The Ocean” en zowaar een gothic versie van Neil Young’s “Like A Hurricane” bewezen de vier heren al meteen dat ze zonder veel gezichtsverlies hun zilveren jubileum kunnen vieren. Bovendien lijkt het ego van frontman Wayne Hussey in al die jaren enkel maar te zijn toegenomen, wie anders raakt immers weg met een aankondiging als “This is probably the best song you’ll hear all day”. De song in kwestie, “Butterfly On A Wheel”, behoort dan nog niet eens tot de absolute klassiekers van de band. De netjes tot op het eind opgespaarde “Wasteland” en “Tower Of Strength” behoren dan weer wel tot het cultureel erfgoed van de gothrock. Tijdens de lang uitgesponnen versie van dit laatste nummer ging Hussey als een volleerde Bono het publiek frontstage nog wat ophitsen, waarmee hij meteen het eerste orgelpunt van de dag scoorde.

Met PATTI SMITH & BAND (*****) haalde Sinner’s Day één van de laatste nog levende dinosauriërs uit de Amerikaanse new wave geschiedenis naar Hasselt. Smith wordt eind volgende maand 65 en mag dus voortaan gratis op bus en tram, maar voor het zover is wil ze haar nieuwe verzamelaar ‘Outside Society’ wereldwijd promoten. Wat ons betreft overigens een totaal overbodige aanschaf, want iedereen met het rock’n’roll hart op de juiste plaats heeft op z’n minst de eerste vier albums die Patti Smith tussen ’75 en ’79 op de nietsvermoedende wereld losliet op de plank staan. Net die eerste platen vormden het centrale thema van de indrukwekkende set die Smith en haar drie metgezellen in petto hadden. Een meer treffende openingszin dan Jesus died for somebody’s sins, but not mine” uit “Gloria” kon Sinner’s Day zich niet wensen. We zagen en hoorden een Smith in grote doen: de ene keer prevelend en moraliserend, de andere keer gemeen om zich heen schoppend bevangen door een wilde mimiek. Ook haar trouwe luitenanten Lenny Kaye (gitaar/zang), Tony Shanahan (bas/keyboards) en Jay Daugherty (drums) maakten een opvallend rauwe beurt en wisselden moeiteloos tempo’s tussen de lome rock’n’reggae van “Redondo Beach”, het punky “Free Money” of het lang uitgesponnen “Ain’t It Strange” waar Smith een schaduwgevecht aanging met de meesterlijke Kaye. Ondanks alle uitspattingen bleef Smith ongemeen alert en hield ze regelmatig contact met alle saints & sinners in het publiek. Zo werd “Pissing In A River” opgedragen aan iedereen die haar eerste optreden op Belgische bodem nu inmiddels 35 jaar geleden zonder blijvende mentale letsels heeft overleefd. Met een furieus “Rock’n’roll Nigger” trok la grande dame van de new wave in extremis nog de laatste twijfelaars over de streep: de actieve vergrijzing is niet te stoppen.

Op het eerste zicht leek KARL BARTOS (****) misschien wel dé nobele onbekende van deze Sinner’s Day editie. We namen echter al snel onze hoed af voor deze 59-jarige Duitser eens we in diens bio lazen dat de man tussen ’75 en ’90 op de loonlijst stond van electropioniers Kraftwerk waar hij de electronische percussie voor zijn rekening nam. Naar het voorbeeld van zijn voormalige spitsbroeders brengt Bartos als ‘live’ artiest een voorgeprogrammeerde set waarin beeld en geluid uiterst ingenieus door elkaar vloeien. Ook wat zijn songkeuze betrof deed de kranige electropionier helemaal geen moeite om te verbergen dat hij ooit deel uitmaakte van de Kraftwerk Mannschaft. “The Robots”, “Pocket Calculator”, “Tour de France” en “Neon Lights” werden gründlich door de mangel gehaald en kregen hier en daar een goed gedoseerde techno injectie mee waardoor de Duitser zich behoorlijk eigentijds en vooruitstrevend profileerde. Een optreden van Bartos staat echter niet enkel garant voor een live remix show van Kraftwerk classics, ook eigen nummers zoals “15 Minutes Of Fame (2000)” en “Ultraviolet” uit zijn enige solo album ‘Communication’ (‘03) bewezen dat Herr Karl ook als solo-artiest een zeker bestaansrecht heeft.

Wat kunnen we nog kwijt over THE CULT (****) na hun wervelende optredens van de jongste jaren in de AB? Wel, misschien de voorspelling dat we vertrokken zijn voor een relaxte set compromisloze powerrock wanneer de charismatische frontman Ian Astbury goedlachs en zonder zijn geliefde sunglasses het podium komt opgewandeld. Powerrock, u leest het goed, want The Cult is al lang niet meer dat door spinnewebben gefascineerde gothic bandje ten tijde van “Spiritwalker” en “One Horse Nation”, de twee oudste nummers op de setlist van Sinner’s Day. De uitgesproken voorliefde van meestergitarist Billy Duffy voor monsterriffs in de beste traditie van Rolling Stones, Led Zeppelin en AC/DC hebben van The Cult uiteindelijk een wereldgroep gemaakt. Het blijft telkens weer verdomd moeilijk om die fameuze luchtgitaar niet boven te halen op “Lil’ Devil”, “Wild Flower” en “Love Removal Machine”, allen nummers die even goed aan het brein van Keith Richards, Jimmy Page of Angus Young zouden kunnen ontsproten zijn. De echte reden waarom Sinner’s Day een band als The Cult naar hun festival haalt is en blijft natuurlijk de gothrock classic ‘Love’. Na stomende versies van “Nirvana” en “Rain” uit dat monumentale album restte Duffy enkel nog het ritueel dat hij ongetwijfeld reeds een paar honderd keer heeft beleefd: alle spotlights gericht op zijn parelwitte Gretsch die de onwaarschijnlijke intro van “She Sells Sanctuary” onverbiddelijk richting brein en buik stuurt. Tot volgend jaar dan maar hé Ian, zonder zonnebril en als het even kan met een treffelijke nieuwe plaat?

Ruim na middernacht mocht Luc Janssen voor het laatst één van zijn befaamde one-liners bovenhalen: “De volgende band had graag een bescheiden aankondiging. Graag dus jullie aandacht voor de meest invloedrijke Belgische groep ever”: FRONT 242 (****). Van Underworld over The Prodigy tot Ministry, allen geven ze grif toe dat hun back catalogue er een stuk anders zou uitzien zonder deze uitvinders van de electronic body music. De groep kwam op Sinner’s Day dertig kaarsjes uitblazen en kreeg dus de gepaste eer om het festival af te sluiten. De hamvraag was echter of de stronteigenwijze heren hun eigen verjaardagsfeestje niet gingen saboteren met het soort grillige set zoals we die de laatste jaren meer en meer van hen gewend zijn. De twijfel bleek al vlug onterecht. Net als Karl Bartos had ook Front 242 gekozen voor een intrigerende mix van beeld en geluid, hier en daar aangevuld met een moraliserende noot. Projecties van citaten uit de lijst der universele rechten van de mens terwijl Jean-Luc De Meyer zich de longen uit het lijf schreeuwde tijdens de veelbelovende opener “Shout Out Loud”: het werkte wonderwel. En ja hoor, schoorvoetend begonnen de vijf heren daarna toch een soort feestje der herkenning te bouwen. Vaderlandse gloriemomenten als “Body To Body”, “Moldavia”, “No Shuffle”, “Headhunter” en “U-Men” kregen weliswaar een industrial getinte upgrade, maar de pulserende beats in elk van deze nummers vinden nog steeds feilloos hun weg naar de dansspieren. Het publiek was moe maar danste moedig verder, ook toen Front 242 tijdens de bisnummers met “Tragedy For You” een laatste salvo loste.

Sinner’s Day 2011 heeft onze hunkering naar de gitzwarte 80ies terug een beetje bevredigd. Wel, voor even toch, want de organisatie kondigt voor de volgende editie een pak meer bijna vergeten Belgen aan op de affiche. De managers van o.a. De Brassers, Aroma Di Amore en Luna Twist weten dus de komende maanden wat hen te doen staat, het publiek van haar kant mag die arafat sjaal en zwarte eyeliner terug een jaartje opbergen.

Neem gerust eenkijkje naar de pics (rubriek live foto’s – festivals)

Organisatie
: Sinner’s Day Festival (More-Entertainment)  

Jack Oblivian

Limes + Harlan T. Bobo + Jack Oblivian - drie-in-één pakket

Geschreven door

Men kan niet zeggen dat het bijster goed gaat met de rock-'n-roll als zelfs een cultlegende als Jack Oblivian voor zijn Europese tour aan fundraising moet doen om de vliegtuigtickets te bekostigen. Blijkbaar schraapte hij het geld dan toch bijeen en zakte af voor een 40 dagen durende tour. Het concept bleef ongewijzigd, vergeleken met de vorige keer : een totaalpakket van drie bands uit Memphis, met dien verstande dat John Paul Keith deze keer vervangen werd door Limes. Drie groepen is eigenlijk wat veel gezegd : het betrof hier telkens één man aangevuld met een gitarist en een drummer, met zijn vijven in totaal dus waarbij er telkens één aan de kant bleef.

Dit bonte gezelschap hield ook halt in Den Haag, meer bepaald in de SuperMarkt (wat een ellendige naam). Het betrof hier een behoorlijk mooi pand op de gezellige Grote Markt, een ruim café annex (zonder scheiding) een al even ruime zaal met zelfs langs drie zijden een balkon. Ondanks die mooie zaal duurde het behoorlijk lang eer er wat meer volk opdaagde en bleef de sfeer een beetje uit.

Limes trapten af (het voorziene Nederlandse voorprogramma mocht achteraf spelen gezien het waanzinnige tourschema voorzag dat Jack en co nog een tweede optreden die nacht dienden af te haspelen) met Harlan op bas en Jack op drums. Zanger-gitarist Shawn Cripps gromde zich met veel enthousiasme door zijn lome, verhakkelde garagerocksongs. Na enkele nummers vervoegde extra gitarist J.D. Mark (Wiley and the Checkmates en tevens tourgitarist van LCD Soundsystem!) de bende. Het eerste nummer speelde hij al zittend mee, gitaar plat op zijn schoot en zijn aansteker als slide gebruikend. A poor man's lap steel... De heren vonder er ondanks de weinige aanwezigen er steeds meer hun schik in. Shawn Cripps klonk een beetje als Monsieur Jeffrey Evans en de verrukkelijke gitaren leken voortdurend over elkaar te gaan struikelen. Kortom, het soort weirdness waar ze alleen in Memphis een patent op hebben.

Voor het optreden van Harlan T. Bobo verliet Cripps het podium, nam Dustin Crops de drums voor zijn rekening en speelde de multi-inzetbare Jack Oblivian op bas. Harlan, nu met gitaar, koos voor zijn meest rockende nummers zodat de stijlbreuk met Limes niet te groot werd. De man had net die dag zijn eerste tatoeage laten zetten en kon het niet laten ze te tonen. Het bleek niets spectaculairs (hartje met pijl) en ik vermoed dat de enkele vol getatoeëerde aanwezigen eens de wenkbrauwen zullen optrokken hebben. Maar Harlan was bijzonder goed geluimd en dat kwam zijn ‘lovesongs’ zeker ten goede.

Zo waren we voldoende opgewarmd voor de grote Jack Olivian maar dit keer bleef het verwachte vuurwerk wat sputteren. Natuurlijk klonken zijn in soul, country en rock-'n-roll gedrenkte songs meer dan degelijk en zorgde J.D. Mark op gitaar voor een sublieme meerwaarde (vooral tijdens het grandioze "Make your mind up"). We hoorden vooral oude, vertrouwde nummers terwijl de nieuwe plaat verrassend zo goed als helemaal genegeerd werd. En toch bleef het wat stroef. Zo moest hij een nummer (Sweet Thang?) na nog geen minuut afbreken omdat het niet goed zat. Uit ervaring weet ik dat Jack op zijn best is als hij ontspannen is en wat glazen achter de kiezen heeft. Was hij hier gestresseerd door de wetenschap dat ze direct na het optreden in zeven haasten moesten vertrekken naar Eindhoven waar ze om 2u30 nog eens het podium op moesten?
Het zal alleszins ook niet bevorderlijk geweest zijn dat Shawn Cripps regelmatig kwam zeggen hoelang ze nog mochten doorgaan. Zelfs tijdens de eerste van de twee obligate Oblivians-songs zat het tegen toen Harlan een snaar brak terwijl ze met zijn drieën op gitaar ramden. Die werd uiteraard niet meer vervangen. Het was absoluut niet slecht geweest maar toch had ik een knorrend gevoel in de maag die me zei dat er meer in zat.

Simple Songs

The end of things you wished would last forever

Geschreven door

Ken Veerman is het alterego van SimpleSongs . Na een EP en titelloos debuut , is het vervolgverhaal klaar, ‘The end of things you wished would last forever’. Het eind-van-de- wereld thema intrigeert, een rode draad, gepaard gaande met verhalen over jeugd en ouderdom, wijsheid en verlies. Ingetogen, integere, sfeervolle songs die een trippopsfeer ademen door de toevoeging van elektronica. De zes songs kabbelen in een (droeve) droomwereld , luister maar eens naar “Cruelty from a heart of gold”, “A sentence for life”, “Underground” en “Contact/impact”, die een brokje ‘80s wave niet schuwt. “Lovesong” en “We’re hiding it well” zijn uitermate broos .
Vakman in z’n genre!

Info http://www.simplesongs.be

Pagina 745 van 963