logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Epica - 18/01/2...

Roedelius

Selbstportrait Vol II

Geschreven door

Bureau B is een kersvers Duits label dat zich specialiseert in het heruitbrengen van talrijke Krautrockreleases. Een lovenswaardig feit daar de meeste van deze platen zo goed als onvindbaar zijn en als je ze al op de kop kan tikken, betaal je er gegarandeerd een klein fortuin voor.
Krautrock is misschien een iewat ongelukkige naam voor deze muziekstroming, maar deze term werd ooit uitgevonden door John Peel waarmee hij al de invloedrijke Duitse groepen uit de jaren '70 onder één noemer wou brengen.
Naast bekende namen als Can of Faust had je ook mindere goden als Hans-Joachim Roedelius, die weliswaar niet meer dan een voetnoot in de muziekencyclopedie is, maar toch ook zijn sporen heeft nagelaten.
Op deze cd die oorspronkelijk werd uitgebracht op Sky hoor je opnames die werden opgenomen tussen 1973 en 1979 en die eerder de experimentele kant van deze mens beogen.
‘Selbstportrait Vol.II’ bevat meestal meeste nummers die kort zijn en een sfeertje proberen te scheppen dat balanceert tussen new age en krautrock.
De een zal dit slaapverwekkend vinden, de andere zal deze minimale pracht verafgoden maar één ieder die de geschiedenis van de muziek omarmt moet ook weten dat Roedelius vooral veel respect verdient.

Please don't blame Mexico

Concorde

Geschreven door

Frankrijk zal altijd wel een land blijven dat tot de verbeelding spreekt als we het over romantiek hebben. Naast de talrijke chansonniers is het land van de Eiffeltoren sinds jaren ook verantwoordelijk voor het leveren van fijne indiepoppareltjes.
Toe te voegen aan het rijtje is deze band met de toch wel merkwaardige naam (Please) Don’t Blame Mexico waarbij we ook geen benul hebben wat een groep bezielt om met zulks een naam voor de dag te komen. Desalnietemin levert deze Franse belofte op deze ‘Concorde’ 11 indiepopsongs af die zweven tussen het frivole van Belle & Sebastian en het melancholische van The Smiths.
Daar deze band het niet onaardig doet bij onze Franse buren, zou de kans wel eens groot kunnen zijn dat je ze binnenkort op één of ander Belgisch podium te zien zult krijgen. U houdt dus maar beter de agenda in het oog.

Lefto

Lefto & Simbad present Worldwide Family

Geschreven door

‘Werelmuziekmoghul’ Gilles Peterson is waarschijnlijk nog wel het meest bekend door zijn Worldwideradioshow op de’ Biebiecie’, en door dat programma heeft hij natuurlijk over heel de wereld vriendjes en twee van die vriendjes, de Fransman Simbad en onze eigenste Lefto, bekend van zijn eclectisch programma op StuBru.
Lefto mag de eerste CD compileren en doet dat met een typisch heel gevarieerde selectie. Nummers die er uitspringen zijn “London Town” van Dela and the Headlesshunters. Fransen, of wat had je met zo’n naam gedacht. Heel laidback en leuke vocoderstemmen ondanks alles, omdat dat dat bij Fransen toch altijd een beetje een afgezaagde gimmick dreigt te worden.
Leuke versie van “Good Life” door Brassroots, heel verrassend, hoewel het origineel nog altijd onklopbaar is. Ook erg mooi is “Same Dream Again”, geschreven door een Belgisch-Turks-Amerikaans samenwerkingsverband of zoiets. De wereld wordt klein. Ze heten 74 Miles Away ft AHU and Miles Bonney. Het is maar dat U het weet. Beste nummer van de CD is voor mij “INT’s Raw Funk”. In tegenstelling tot de titel vond ik het heel atmosferisch. En ze komen van boven de Moerdijk. Al bij al een erg eclectische mix met een aantal uitblinkers.
De CD van Simbad viel me over het algemeen minder goed mee. Te veel blieps en dubstep reverb die te weinig memorabel was, een wat veralgemeend probleem binnen de dubstepgemeenschap, waar te veel kaf tussen het koren zit. Nochtans grote namen lovend horen spreken over Simbad, maar dat zal dat toch nog moeten blijken op 11 maart. Op een of andere manier werkte het niet echt, op een aantal opmerkelijke tracks na. De Zweed Andreas Saag kwam met “Nobody Here” met een heel sterk nummer, dat uit de witte ruis opduikt en dat kan nog meer gezegd worden van het atmosferische “Glow in the Dark” van Ave Blast en Cosmos Lopez, een godbetert Frans-Paraguayaanse samenwerking. Magisch nummer.

In ieder geval al reuze benieuwd naar de releaseparty op 11 maart in de Vooruit in Gent, met o.m. de Space Ape, Code 9 en Tokimonsta. Ik hoop op afwisseling, en niet de hele avond dubstep, maar een aanvaardbare portie mag zeker. Maar met zo’n line-up zullen er zeker leuke dingen te beleven zijn.


Goose

Goose - Verdoken ode aan ‘de oude snaar’?

Geschreven door

Na een meer dan geslaagde ‘try-out’ in Studio Brussels Club 69 draaide Goose op 11 en 12 februari in de Brusselse Ancienne Belgique de volumeknop voor het grote publiek open. Een dubbelconcert, een dubbel feest. ‘Synrise’, de jongste van het Kortrijkse kwartet, mag  dan al op een sound track van een film gaan lijken, Goose staat nog altijd synoniem voor een elektro-dance-party.

Dat ondervond de roodharige krul naast ons aan den lijve. Pas gekochte laarsjes uitproberen op een Goose-concert: een mens zou van minder pijnlijke voeten krijgen. Al vergat ze bij momenten wel dat ze die stekende stiletto’s aan had. De dertien nummers die Goose – met twee MIA’s op zak - op de AB los liet, vormden een goed uitgebouwde set die nieuw (8) en oud (5) combineerden. En ja, het moet gezegd: ‘oud’ is dansbaarder, oud is ‘gitaarder’, oud is aanstekelijker. Maar ‘nieuw’ is daarom niet minder ok.
Met “Synrise” – ook de opener van hun jongste album – pikten ze er de perfecte binnenkomer uit. Een opstarter à la ‘Theme for Great Cities’ van de Simple Minds (maar dan dansbaarder): opbouwend, tekstloos, opwarmend en publiek meetrekkend in de hele gig. “Can’t Stop me now” volgde en was ook meteen raak. De spots die van rechts en links afwisselden om het gezicht van frontman Mickael Karkousse te laten spelen met licht en schaduw, onderschreven het spektakel.
Zonder naad vloeide het over in de elektro sidestep van “Black Gloves” waarin Karkousse bewees dat hij als volksmenner stevig gegroeid is. Hij zou de hele set zijn publiek vast houden en leiden. Niet toevallig greep Dave Martijn op dat ‘oudere’ nummer voor het eerst - en toen nog alleen - naar zijn gitaar. Een teken? Een symbool? In elk geval een – zo zou later blijken - terugkerend gegeven dat de interpretatie open hield en houdt.
“Bring it on” was opnieuw in your face met een drumexplosie van Bert Libeert die onterecht te ferm afgezwakt achteraan het podium ‘moet vullen’. Hij draagt (mee) de elektro van Goose, verdient een hogere opstap en het zou de visualiteit – een elektrogroep eigen – ten goede komen. De lichtshow, die vooral vanaf “Bring it on” in de vorm van zes neergedaalde en tollende lichtbakken aangewend werd, was puik, maar we misten een opvulling van het grote lege ruim achter het viertal. Kleurtjes alleen zijn te min, zeker als je weg wil van de traditionele popstructuren en het ruimere audio-video-sop kiest. Het publiek kreeg trouwens ook behoorlijk veel licht, al wilden de vier mee genieten van de party in de middenbeuk.
Een kwartet van nieuwe nummers volgde: melodieuzer, zachter, telkens wel opnaaiend maar soms een climax missend, nochtans het handelsmerk van de Kortrijkzanen. “After”, “In cars” en “Like you” (met een lichte en leuke New Beat-invloed) en “As good as it gets”, waar de decibelhel weer trancegewijs los brak.
En dan was het weer even grasduinen in ‘oud’, dus met Karkousse en Martijn ook weer aan de gitaar in plaats van achter hun synthesizer: “Low Mode” met twee en “British Mode” met alle drie aan de snoeisnaren en o ja, het kickt als ze die aanslaan. Met “Everyboy” maakten ze het eerste deel – na kop een uur – vol.

Twee bisnummers: “Hunt” als grote ademhap voor hun hit “Words” wat ze heel elektronisch brachten en dan plots afbraken. Einde van de gig? Not ! Eindelijk leefde het podium helemaal op toen ze alle drie opnieuw hun gitaar afbeulden en over de stage en tegen elkaar schuurden en scheurden. Een apocalyps, een orgelpunt, een statement: Martijn de gitaar opstekend, Karkousse roepend: “Dankuwel, tot deze zomer !” Graag, en breng jullie gitaren mee !

Playlist: 1. Synrise 2. Can’t stop me now 3.
Blakc Gloves 4. Bring it on 5. After 6. In cars 7. Like you 8. As goos as it gets 9. Low Mode 10. British Mode 11. Everybody
Bis 12. Hunt 13. Words

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Family Of The Year

Family of the year – All together now - Happy family!

Geschreven door

We houden er wel van, van die lichtvoetige, warme, aanstekelijke semi akoestische freefolky stijl van het uit LA, California afkomstige Family of the year. Na enkele EP-tjes hebben ze hun ‘Songbook’ klaar, ‘feelgood’ music, onthaastingsmateriaal van frisse, onschuldige dromerige, ingetogen en emotievolle songs. Ze nodigen uit naar het vroegere communeleven, het samenhorigheidsgevoel van de sixties, verenigingskampvuren en ‘Up with People’, door de semi-akoestische toonzetting, de meeslepende melodieën, de zonnige, psychedelische klankkleur en de meerstemmige zang, zonder oeverloos ‘ in your mind te blowen’. Ze leunen op die manier aan Devandra Banhart, Cocorosie en Polyphonic Spree, houden wel van de dromerige indiefolk dynamiek van Belle & Sebastian, Los Campesinos, Fanfarlo en Local natives en grijpen terug naar de Beach Boys, The Eagles en de happy family van The Mama’s & de Papa’s en The Carpenters.

Ze stonden met vier op een rij, de drummer achteraan, wat mooi om aan te zien was in de kleine Witloof Bar. We hoorden een gevarieerde aanpak, waarbij we ons helemaal rond de band konden scharen, konden genieten, wegdromen of ons lieten meedrijven, weg van het dagdagelijks verwachtingspatroon. Er was aardig wat volk opgedaagd voor die leuk ontspannende, aangename en goed in het gehoor liggende pop.
Meteen kregen we een paar frisse, broeierige en opwindende tracks, die niet op het debuut terug te vinden zijn. “Stupidland” en het spaarzame “Hero” zorgden voor de eerste herkenbaarheid. Een close harmony en een knetterend kampvuur wakkerden ze aan met hippe ‘60s hippie songs, van snedige rockers “Never enough”, “Psyche or like scope” en “Chugjug” tot de  ingehouden “What a surprise”, “Everytime” en “Summer girl”.
Het kwintet werd warm onthaald en boden  in de bis “Treehouse”, die elan had door het handclap ritme, en een stevige “Let’s go down”, opener van hun debuut.

Blij dat we nog zo’n bandje in de Witloof Bar mochten bewonderen, maar de sterke respons op de indiefolk en de ‘60s revival zullen er gauw voor zorgen dat Family of the year uit de huiskamer geraakt en een breder publiek zal bereiken!

Organisatie: Botanique, Brussel

Frederika Stahl

Frederika Stahl tovert de Grand Mix om in een knusse theaterzaal

Geschreven door

De jonge Zweedse Frederika Stahl kwam in de belangstelling met de Nissan Juke reclamespot “Twinkle twinkle little star”, bepaald door een minimaal gehouden pianospel en haar hemelse stem. De song was de aanzet om haar oeuvre te leren ontdekken. De intussen bijna dertigjarige heeft al een repertoire van drie cd’s ‘A fraction of you’ (2006), ‘Tributaries’ (2008) en het recent verschenen ‘Sweep me away’, die haar in de spotlights en de hitparade bracht met de poppy single “Flying on boy”.

Ze werd geboren in Zweden maar spendeerde het merendeel van haar kindertijd in Frankrijk. Dit verklaart dan ook haar perfecte kennis van het Frans. Ze volgde op jonge leeftijd ballet- en pianolessen, maar zingen bleek al gauw een even grote passie. Het repertoire van de vastberaden singer-songwriter Frederika Stahl bestaat uit elegante, dromerige, pakkende en doorleefde  jazzpop, die fris, onschuldig, speels als volwassen klinkt. Haar stijl heeft een ‘old-fashioned’ timbre , een fifties style, doet de luisteraar terugdenken aan de grote vrouwelijke jazz vocalisten van weleer en plaatst haar naast de huidige Eliza Doolittles en Caro Emeralds. Ook Charlotte Gainsbourg lijkt een interessante link.
De talentrijke dame speelt verschillende instrumenten, akoestische gitaar, toetsen en  piano. Samen met haar begeleidingsband zorgde ze voor een uiterst sfeervolle avond die de Grand Mix omtoverde in een grootse theaterzaal. Er was dan ook veel volk opgedaagd om de naar Frankrijk uitgeweken dame aan het werk te zien.
Een huiskamersfeertje werd gecreëerd door het gezellige ingerichte podium met enkele lampedeires. “Sweep me away”, “Fast moving train”, “Altered lens” en “A drop  in the sea” waren de ingetogen reeks in het begin van de set. Op het intieme “Song of July” hoorde je op de achtergrond de vogeltjes fluiten.
De verleidingsangst van de schattige dame met haar popband werd groter op songs als “In my head”, “Fading away” en “So high”. Onderhuids voelden we de Air spirit en lounge op “Stuck on the stranger” en het Frans gezongen “Pourquoi pas moi?”. Hier speelden piano en toetsen een voorname rol. Pop pur sang serveerde ze met “She & I”, “Rocket trip to Mars” en de afsluitende reeks “Flying on boy”, “M.S.O.W.” en de Jackson 5 cover “Never can’t say goodbye”, die door de Franse tongval een bijzonder tintje kreeg.
Twee keer kwam ze terug, waarbij we niet omheen de doorbraaksingle “Twinkle twinkle …” konden, gevolgd door het groovy “Irreplaceable” en het ingehouden “Try again”, haar eerste nummer ooit!

Frederika Stahl is een charmante, talentrijke dame, die een boeiend broeierig en gevoelig songaanbod presenteerde, gedragen door haar hemelse en even doorleefde vocals. Een dame die veel in haar mars heeft en in ons landje wat meer respons mag verkrijgen …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Broken Records

Broken Records (Sco) en Freelance Whales (Usa) - Geslaagde double bill!

Geschreven door

Een charmante, opwindende, frisse, speelse en emotievolle indiefolkavond stond geprogrammeerd met een fijne double bill Broken Records (Sco) en Freelance Whales (Usa).

Vooral de eerste Broken Records kan een doorbraak forceren, gezien zij de sterkst rakende nummers hadden, het nauwst leunden aan The Arcade Fire en zich met gemak plaatsten naast Noah & The Whales, Sons & Daughters, Frightened rabbit, Wild Beasts en tot slot invloeden haalden van The Waterboys, Belle & Sebastian en The Frames.
Ze zijn een uitgebreid collectief bepaald door de broers Sutherland (zang/gitaar en viool). Zij zijn de muzikale kapstok en geven de intimistische, dynamische en warm opbouwende songs elan, mooi ondersteund en aangevuld van piano/toetsen en een verdwaalde blazer. Het charismatische gezelschap heeft twee cd’s uit, ‘Until the earth begins to …’ en ‘Let me come home’, verhalende songs over ‘vertrekken’ en ‘thuiskomen’. Ze zijn subtiel uitgewerkt, zijn spaarzaam begeleid of ze zwellen aan. Ze boeien door de tempowisselingen en de verrassende soms zwierige wendingen. De leden geven ruimte aan de instrumenten en wisselen dikwijls van instrument, wat wel een beetje typisch is voor dit genre muziek.
Ze herinnerden zich hun vorig optreden nog voor drie man en een paardenkop, maar op anderhalf jaar tijd hebben ze zich sterk gemanifesteerd en van zich afgebeten. Want de Rotonde was aardig volgelopen. Zanger Jamie bedankte z’n publiek en was behoorlijk onder de indruk van het warme onthaal. De vriendelijkheid en de geborgenheid voelden we in het vakkundig variërende songmateriaal als “Wolves”, “Leaving home”, “Lies” (ergens geïnspireerd op J Brel), ”Promise”, “Home”, “Motorcycle boy reigns” en de titelsong van de eerste cd. Bezield en vol overgave gingen ze te werk. Sommige van die nummers werden sober ingezet, zwollen aan om dan helemaal gevoerd te worden door de band. Overtuigend concert en een te koesteren band!

Op het NYse kwintet Freelance Whales was er al wat volk naar de bar getrokken. De band pint zich vast op indierock en kenmerkt zich door de samenzang en een instrumentarium van banjo, mandoline, synths, klokkenspel en een speciaal orgel (half synth – half draailier, een balgorgel lees ik dan). Hier horen we Los Campesinos, Fanfarlo, Le Loup, Belle & Sebastian, Mumford & Sons en Local Natives. Ze debuteren met ‘Weathervanes’ en speelden troeven als “Generator”, “Hannah”, “Enzymes”, “First floor”, “Location” en “We could be friends” … Frisse, leuke, opwindende, broeierige  songs met een gevoelig, dromerig en psychedelisch randje, speels en enthousiast. Vooral de afwisseling van de instrumenten, het klokkenspel en een samenzang uit volle borst van 4 heren en 1 dame onder het commando van Judah  Dadone waren het handelsmerk.
Een goede set, goede songs maar die net niet konden tippen aan de intense opbouw en variatie van Broken Records, die die avond alvast meer zieltjes had gewonnen!

Opener van de avond was de jonge Luikse Belleclose, die alleen in een felrood kleedje met een akoestische gitaar de aandacht opeiste. Ingetogen materiaal en een stem die een rauw randje kon hebben, wat haar bracht tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega, PJ Harvey en de huifige rits vrouwelijke sing/songwriters van het folkgenre. Hier sprong Britney Spears’ “Toxic” er uit! Deze jonge dame zien we zeker nog terug …

Organisatie: Botanique, Brussel

Freelance Whales

Broken Records (Sco) en Freelance Whales (Usa) - Geslaagde double bill!

Geschreven door

Een charmante, opwindende, frisse, speelse en emotievolle indiefolkavond stond geprogrammeerd met een fijne double bill Broken Records (Sco) en Freelance Whales (Usa).

Vooral de eerste Broken Records kan een doorbraak forceren, gezien zij de sterkst rakende nummers hadden, het nauwst leunden aan The Arcade Fire en zich met gemak plaatsten naast Noah & The Whales, Sons & Daughters, Frightened rabbit, Wild Beasts en tot slot invloeden haalden van The Waterboys, Belle & Sebastian en The Frames.
Ze zijn een uitgebreid collectief bepaald door de broers Sutherland (zang/gitaar en viool). Zij zijn de muzikale kapstok en geven de intimistische, dynamische en warm opbouwende songs elan, mooi ondersteund en aangevuld van piano/toetsen en een verdwaalde blazer. Het charismatische gezelschap heeft twee cd’s uit, ‘Until the earth begins to …’ en ‘Let me come home’, verhalende songs over ‘vertrekken’ en ‘thuiskomen’. Ze zijn subtiel uitgewerkt, zijn spaarzaam begeleid of ze zwellen aan. Ze boeien door de tempowisselingen en de verrassende soms zwierige wendingen. De leden geven ruimte aan de instrumenten en wisselen dikwijls van instrument, wat wel een beetje typisch is voor dit genre muziek.
Ze herinnerden zich hun vorig optreden nog voor drie man en een paardenkop, maar op anderhalf jaar tijd hebben ze zich sterk gemanifesteerd en van zich afgebeten. Want de Rotonde was aardig volgelopen. Zanger Jamie bedankte z’n publiek en was behoorlijk onder de indruk van het warme onthaal. De vriendelijkheid en de geborgenheid voelden we in het vakkundig variërende songmateriaal als “Wolves”, “Leaving home”, “Lies” (ergens geïnspireerd op J Brel), ”Promise”, “Home”, “Motorcycle boy reigns” en de titelsong van de eerste cd. Bezield en vol overgave gingen ze te werk. Sommige van die nummers werden sober ingezet, zwollen aan om dan helemaal gevoerd te worden door de band. Overtuigend concert en een te koesteren band!

Op het NYse kwintet Freelance Whales was er al wat volk naar de bar getrokken. De band pint zich vast op indierock en kenmerkt zich door de samenzang en een instrumentarium van banjo, mandoline, synths, klokkenspel en een speciaal orgel (half synth – half draailier, een balgorgel lees ik dan). Hier horen we Los Campesinos, Fanfarlo, Le Loup, Belle & Sebastian, Mumford & Sons en Local Natives. Ze debuteren met ‘Weathervanes’ en speelden troeven als “Generator”, “Hannah”, “Enzymes”, “First floor”, “Location” en “We could be friends” … Frisse, leuke, opwindende, broeierige  songs met een gevoelig, dromerig en psychedelisch randje, speels en enthousiast. Vooral de afwisseling van de instrumenten, het klokkenspel en een samenzang uit volle borst van 4 heren en 1 dame onder het commando van Judah  Dadone waren het handelsmerk.
Een goede set, goede songs maar die net niet konden tippen aan de intense opbouw en variatie van Broken Records, die die avond alvast meer zieltjes had gewonnen!

Opener van de avond was de jonge Luikse Belleclose, die alleen in een felrood kleedje met een akoestische gitaar de aandacht opeiste. Ingetogen materiaal en een stem die een rauw randje kon hebben, wat haar bracht tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega, PJ Harvey en de huifige rits vrouwelijke sing/songwriters van het folkgenre. Hier sprong Britney Spears’ “Toxic” er uit! Deze jonge dame zien we zeker nog terug …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Fuzztones

Preaching to the perverted

Geschreven door

Toen mijn hoofdredacteur mij de nieuwe Fuzztones overhandigde dacht ik eventjes om hem van blijdschap te gaan kussen maar gelukkig voor hem bleef het bij een bescheiden bedankje.
Voor mensen die het nog niet mocht weten, The Fuzztones vernoemden zich ooit naar de gelijknamige gitaarpedaal en sinds 1980 kotst opperhoofd Rudi Protrudi vanuit hoofdkwartier New York zijn rock’n rolldemonen uit op zijn fans die hij vooral op het Europese vasteland lijkt te vinden.
Nou ja, het is weliswaar succes in de underground maar je zal geen enkele garagerockliefhebber tegenkomen die nog nooit van deze legende heeft gehoord, ook al beweerden kwatongen ooit dat deze heren niet meer dan een pubrockbandje waren.
Wij weten echter beter en aan hun ondertussen indrukwekkende discografie kan je sinds kort ook deze ‘Preaching to the perverted’ gaan toevoegen die uitkwam naar aanleiding van hun 30e verjaardag.
Ondanks de bovenstaande euforie vrezen we echter dat de brillantine in hun vetkuiven stilletjes aan verstijfd is geraakt want eigenlijk is deze cd, naar hun normen toch, eerder lauw geworden en dat geeft Rudi op een track als “Old” zelf ruiterlijk toe.
The Fuzztones lijken zowaar hun fuzz te hebben verloren. Maar goed, lauwe soep van een chefkok blijft nog steeds genietbaar.

Triggerfinger

All this dancin’around

Geschreven door

Triggerfinger houdt de snaren strak gespannen. De derde ‘triggert’ in de roos. De drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, pluggen hun instrumenten in en hop, ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrakke power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, een broeierige, slepende intensiteit en een dreigende spanning, onder de doorleefde, grauwe, helse en zwoele stem van Ruben Block.
De carrière van de heren is om U tegen te zeggen, want zeg nu eerlijk, al drie langspeelplaten lang slaagt en overtuigt het trio in potige bezwerende rock’n’roll. Ze konden hun ‘All this dancin’ around’ opnemen in LA , onder de hand van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam. En ze blijven zichzelf en geven zich ten volle. Mooi toch?!
De tijden van rond de kerktoren te staan spelen, zullen definitief voorbij zijn, want Triggerfinger bereikt na Black Box Revelation het brede publiek. Terecht, want de derde cd is een afwisselend plaatje en steekt erg goed in elkaar: rockend, lekker groovy, dansbaar duivels, hitsig, rusteloos, maar ook innemend, spannend en rustig … Knallend, energiek en slepend … van de drie Vlaamse rockmonsters Block - Goossens – Monsieur Paul!
De rock’n’roll goden vuren pistoolschoten af  en dienen mokerslagen toe op “Let it ride” en de titelsong, houden het sfeervol, zwoel en druipend op “All night long” (Ray Charles nummer), “Feed me”  en “Without a sound”. Ze zorgen voor prachtig opbouwend materiaal, die durft te exploderen, als op “Cherry”, “My baby’s got a gun”, “Tuxedo” en “It hasn’t gone away”. Songs om als wolven je wonden af te likken. Straf en aangenaam.
Kortom, ‘All this dancin’ around’ is een meesterlijke derde plaat, mensen!

Pagina 783 van 963