Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Gavin Friday - ...

Rory Gallagher

The Beat Club Sessions

Geschreven door

Rory Gallagher, een briljant gitarist die met een bluesvirus in de genen werd geboren, heeft zo een 15 jaar geleden de pijp aan maarten gegeven. De brave man had door overmatig alcoholverbruik zijn eigen lever een beetje te veel op de proef gesteld en zou dat met het leven moeten bekopen toen er complicaties optraden bij een onvermijdelijke levertransplantatie.  Gallagher mocht zo op zijn 47 ste al een potje gaan jammen met Jim Morrison, Keith Moon en Phil Lynnot (yep, de beste bands spelen allemaal op de podia van de eeuwige jachtvelden).
Naar goede Hendrix gewoonte zijn er postuum een hele reeks platen verschenen, de ene al wat interessanter dan de andere en we hebben geluk, want deze hier is duidelijk een van de betere. De opnames dateren van uit het begin van Gallagher’s solo carrière, het betreft live-in-de-studio sessies voor de Duitse Beat Club series die ook in DVD versie te krijgen zijn. Niet toevallig in Duitsland, Gallagher was er immers zeer populair. Duitsers hebben dus toch smaak, … soms.
Voor de fans zal het echter vergeefs zoeken zijn naar nieuwe of ongekende dingen. Het album bevat bijna uitsluitend songs uit de eerste twee solo platen ‘Deuce’ en ‘Rory Gallagher’. Wat de plaat echter wel bijzonder maakt, is dat we Gallagher hier op het toppunt van zijn kunnen treffen. Hij speelt de ziel uit zijn lijf en het soleerwerk is razend knap, puur, energiek en uiterst levendig. De kwaliteit van deze opnames is uitstekend en het live gevoel is constant aanwezig. Bovendien overstijgen nogal wat songs de versies van de studio platen, “Hands up”, “Could’ve had religion”, “Used to be” en het zwaar naar Hendrix ruikende “Should’ve learned my lesson” klinken rauwer en beter dan ooit.
Daarom is dit ook voor de die hard fans een verplichte aanvulling voor hun collectie. Voor de leek is het een prachtige kennismaking met het talent van een briljant blues- en rockmuzikant die veel te vroeg deze aardbol heeft verlaten.

Silver Junkie

Streets & Boulevards

Geschreven door

Silver Junkie zag het licht als het eenmansproject van sing/songwriter en multi- instrumentalist Tino Biddeloo. Een paar jaar geleden debuteerde hij summier met de EP ‘Midtown walk’.
Er is hard gewerkt aan de full cd. Er valt veel te ontdekken op de veelzijdige plaat, sober, ingetogen als breder geïnstrumenteerd, van het intiem gevoelige “Ophelia” en “A thousand words” naar “Forbidden land” (prachtige opener met vocaliste Elise Caluwaerts), “Maria” en  “Berlin”. Of “Perfume”, “Charlie’s Girl” (knipoog naar Waits) … Inderdaad, ontroering met hart en ziel.
De emotievolle songs zijn subtiel uitgewerkt, hebben een herfstige melancholie en tikken aan bij Tindersticks, Cave , Gotan Project, Madredeus, de desolate zuiderse sound van Calexico en de spannende dreiging van onze dez Mona. Pop, rock, blues, chanson kruist flamenco en fado. Viool, cello, bandoneon en blazers vullen gitaar, piano en een ingehouden drums aan. Vocaal dringt Stuart Staples, Leonard Cohen en Neil Diamond door.
Maar er is meer dan de muziek bij Biddeloo. Als invloeden citeert hij Tom Waits, David Lynch en Charles Baudelaire. Film, fotografie, literatuur en beeldende kunst behoren tot mans interessewereld, wat je duidelijk hoort in het genre muziek … Kunst als muziek.
In clubs en theaters komt de sound sterk tot z’n recht, en hij is niet vies de huiskamer te betreden. Een lampedairtje meer op de piano of naast de gitaar zijn de sfeermakers.

Info http://www.silverjunkie.be

Newtown

Newtown EP

Geschreven door

Het Antwerpse collectief Newtown debuteert met een sterk gevarieerd EPtje . . De indie rockende band brengt broeierige, spannende, frisse songs, “Enchaner”, “New Hampshire”, “Kings of the future”, durven te exploderen op opener “A general idea” en “A God”, en overtuigen met een gevoelige, pakkende ballad, “Closer to”.
Ze leunen deels aan bij de indie van Built to Spill en Pavement (terecht als invloed aangehaald), er is een vleugje dEUS en ze ademen de emotievolle sing/songwriterpop van Tom McRae.
Dit smaakt naar meer en we zijn alvast benieuwd wat na dit EPtje komt …

Info op http://www.myspace.com/newtownantwerp of http://www.vi.be/newtown

Buurman

Buurman – Omdat goede ‘buren’ belangrijk zijn

Geschreven door

Limburgers zijn sympathieke, warme, maar vooral ondernemende mensen. Hoe verklaar je anders dat de aardige, verre buren van Buurman bereid waren om helemaal tot in de andere hoek van het ‘land met de afgrond’ af te zakken voor een try-out concert. Ongetwijfeld zullen ook andere belangen hen gelokt hebben naar het verre Dranouter. Waren ze vorig jaar reeds de revelatie van het wereldbefaamde Folkfestival, in 2011 zal deze band van Geert Verdickt ongetwijfeld z’n plaats vinden op het grote podium. Volkomen terecht want deze try-out, als voorbereiding op de nieuwe theatertournee ‘Flou Artistiek’, was er eentje om in te kaderen en getuigde van een zeldzaam geziene klasse en amusement van eigen bodem.

Voor wie Buurman niet kent laat ik even weten dat deze band Nederlandstalige, vaak poëtische songs brengt. Het debuut ‘Rocky’ was vooral een mix van Chanson, Folk, Kleinkunst en lichtvoetige Fanfarepop. De band werd meer dan eens vergeleken met de broeders van Yevgueni. Buurman heeft echter veel meer in huis en laat op het tweede album ‘Mount Everest’ een veel breder en tegelijkertijd toegankelijker geluid horen. ‘Mount Everest’ is veel meer een popplaat geworden zonder het geluid van het debuut helemaal te verloochenen.

De bombastische opener van de nieuwe plaat “In Godsnaam” mocht ook deze try-out in gang schieten. Dat men nog steeds even trots is op de eerste plaat, liet men al vrij vroeg horen in “Rocky”, dat werd gespeeld met vriendschap en liefde voor hun trouwe broeder! Andere vroege hoogtepunten waren ongetwijfeld het filmische “Zweef” en het stevig rockende: “Omarm Mij”. “Bent U er nog? “, vroeg boegbeeld Verdickt naderhand aan het publiek, dat net ervoor van zijn stoel was geblazen. Een publiek dat zichtbaar genoot en de deskundigheid en klasse van de 5 Buurmannen van Geert naar waarde wist te schatten.
Zanger Geert zelf was ‘een beetje ziekskes’, maar gaf desondanks alles wat hij in zich had. Naast een brede waaier aan muzikale sferen en doorleefde emoties, was er ook ruimte voor het wat lichtere werk. Zo kwam de Buurman evergreen “Mooi Weer en Fruitsla” als een welgekomen zachte zomerse regenbui aan de Middellandse Zee. De set zat goed in elkaar en kwam tot een nieuw hoogtepunt toen het publiek actief deelnam aan een feestje met “Seks en Slechte Whisky”. In schril contrast stond deze ludieke publieksparticipatie met het intieme en melancholische “Tot De Zon Weer Voor U Schijnt”; met een breekbare Geert Verdickt aan de piano in een wondermooie ode aan zijn dochtertje.
Tot slot beklom men nog de “Mount Everest” en keerde men terug naar het beginpunt waar het voor de heren allemaal mee begon, de allereerste Buurman single “God, Ik en Marjon”.
Bissen kwam men met “Pruimelaar” en de nieuwe single en Vox hit (Radio 1) “Londen Stansted”. “Sommige Mensen”, geschreven door Lars Van Bambost, liet de kleine zaal nog een allerlaatste keer uit de bol gaan.

Buurman bewees met deze try-out (What’s in a name!....dit was echt wel een volwaardig concert!) klaar te zijn voor de grotere podia en theaters. Eind deze maand is er de aftrap van de nieuwe theatertournee in de Brusselse Ancienne Belgique. Ga ze zien want dit is de allerbeste Nederlandstalige band van het moment. Rocky, Annemie, Marjon en zelfs God…ze zullen er allemaal zijn.

Setlist: *In Godsnaam *Speling Van Het Zonlicht *Rocky *Alles In Zwart-Wit *Zweef *Omarm Mij *Mooi Weer En Fruitsla *Casablanca *Pas 18 *Rockster *Middellandse Zee *Seks En Slechte Whisky *Mount Everest *Tot De Zon Weer Voor U Schijnt *God, Ik En Marjon
*Pruimelaar *London Stansted *Sommige Mensen

Video Live Reports: (Videoplaylist Buurman @ Dranouter 2011: (Part 1 - Part 4)
http://www.youtube.com/view_play_list?p=CD16AFF52ECBFE3C

Photo Slide Show:
http://www.slide.com/r/RF5yIWZ_3D8ks8pmEk9NB1YSg2Wkauso?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Muziekcentrum Dranouter, Dranouter

Sheer Terror

Sheer Terror - onkruid vergaat niet! – ‘Ugly don’t die - exclusive European show’

Geschreven door

Het was meer dan 10 jaar geleden dat we Sheer Terror nog eens live aan het werk konden zien. Ondergetekende was namelijk getuige van het ‘allerlaatste optreden ooit’ – dixit Paul Bearer – in 1998 op het Dour festival. Bearer was toen de ‘vernieuwde, commerciële’ hardcore-scene zodanig beu dat hij zijn ontgoocheling niet onder stoelen of banken kon steken. Hij ventileerde toen zijn woede in een niet misverstane speech na het laatste nummer en ritste zijn ‘bulldog-bomberjack’, zei dat hij het definitief voor bekeken hield en met zijn typische ‘angry face’ gaf hij het publiek nog een laatste maal “The finger”, draaide zich om en was voorgoed weg. En hij meende het maar al te goed. Sheer Terror was niet meer.

In oktober 2004 besliste Sheer Terror om hun NY-fanbase, die nooit de kans kreeg om deftig afscheid te nemen, op 2 final farewellshows te trakteren in de legendarische CBGB’s club. Deze shows waren in een mum van tijd uitverkocht. Beelden van beide shows werden, samen met een documentaire, gebundeld in de ‘
Beaten By The Fists Of God DVD’ in 2005.
Toen de band met een volledig nieuwe bezetting (enkel zanger Bearer is de enige constante) na jaren afwezigheid in augustus 2010 zijn opwachting maakte op het jaarlijkse ‘This is Hardcore’-festival in the Starlight Ballroom in Philadelphia ging dit als een lopend vuurtje via de electronische snelweg de wereld rond. Menig hardcore-minded hart klopte enkele tellen sneller en speculaties over een nakende comeback vulden menig forum op het worldwide web.

Vorige zaterdag werd deze speculatie een feit en konden we getuige zijn van deze al geruime tijd aangekondigde comeback van de in 1984 opgerichte NY-hardcore pioniers. Organisator Heartbreaktunes wist de helden namelijk te strikken voor een éénmalige Europese show in een overvolle Trix in Antwerpen. ‘Die Hard’ fans van het eerste uur kwamen dan ook van heinde en verre om deze unieke kans niet aan zich voorbij te laten gaan. Het internationale publiek bestond naast een overgroot deel landgenoten uit Hollanders, Fransen, Duitsers, Engelsen, Scandinaviërs en last but not least een verdwaalde, dronken Pool. Kortom: een zootje ongeregeld.
Om 22h30 schalde het heroïsche “Also sprach Zarathustra” van Richard Strauss (cf. de openingsscene van “2001, A Space Odyssey “ van Stanley Kubrick) door de boxen. De vernieuwde line-up onder leiding van Reverend Paul Bearer kwam onder luid applaus het podium opgewandeld. Bearer, fles Scotch stevig geklemd in de hand, vroeg hoe het gesteld was met zijn talrijk opgekomen publiek. Hij kreeg enkel enthousiaste positieve bevestigingen. De laatste tonen van de klassieke intro waren nog niet uitgedeind of klassieker “Here to stay” werd op een wild en enthousiast publiek losgelaten, direct gevolgd door “I spoiler” (beide songs uit het ‘Just can’t hate enough’ album uit 1990).
Bearer (half mens – half bulldog) liet er geen gras over groeien en blafte gretig de hardcore lyrics in de gezichten op de eerste rij. Nu en dan duwde hij zijn mic in het gezicht van een ad random fan die de teksten uit volle borst meezong. Het voorste gedeelte van de zaal kolkte van bij de eerste tonen tot de laatste noot. Stagediven, crowdsurfen en lanterfanten in de moshpit waren schering en inslag.
Geruggesteund door een stevige ritmesectie en een gitarist met een ‘serial killer look’, raasde Bearer als een hondsdolle stier het podium af en aan. Ouder werk “Ashes, ashes”, “Walls” en “Twisting and Turning” werd afgewisseld met songs uit latere albums, “Love songs for the unloved’, “Don’t hate me ‘cause I’m beautiful” en “Bulldog”.
Brulboei Bearer zong zijn halsslagader bijna uit zijn vel en met een roodaangelopen hoofd om U tegen te zeggen, brieste hij zodanig dat een kennel pitbulls met de staart tussen hun poten (moesten ze al een staart hebben) de aftocht zouden blazen.
Dit in schril contrast met de ‘reverend’ Bearer tijdens de bindteksten tussen 2 nummers door. Daarin zag je de andere kant van de zanger, die hilarische one-liners op het publiek losliet. Hij bleek een ruwe bolster met een blanke pit, die gespeend van enige zelfkritiek (over de top narcisme) de lachers op zijn hand kreeg. Hij kan gerust een carrière als stand-up comedian ambiëren. Het enige nadeel was dat het concert hierdoor vaart miste (de bindteksten waren soms langer dan de songs zelf). Maar het publiek zag er geen graten in.
Na een groot uur stapten Bearer en co het af, maar dit was maar van korte duur, daar het publiek nog honger had naar meer. Het werd op zijn wenken bediend met nog een 3-tal kopstoten van jewelste: “Everything’s fine” (een cover van de legendarische Australische band The Saints), “Just can’t hate enough” en “Cup ‘O Joe”. Toen was het over en out.

Bearer beloofde spoedig terug te keren naar ons landje met nieuw werk en verdween dan definitief in de coulissen. Sheer Terror toonde (in tegenstelling tot de support acts) hoe een oldskool hardcore gig moet gebracht worden: eerlijk, rauw, beenhard, zonder compromissen en vooral met héél véél energie. We kunnen niet wachten tot er nieuw materiaal op ons losgelaten wordt!
Sheer Terror is terug springlevend of zoals ze het zelf aangeven: “Ugly don’t die”!

Organisatie: Heartbreaktunes i.s.m. Trix, Antwerpen

Hautekiet en De Leeuw

Hautekiet en De Leeuw: twee vrienden op drift

Geschreven door

Hollandse Halve Belgen, het is een diersoort die opvallend goed gedijt op Vlaamse bodem. De zeemzoeterige Beatles rip-off van Joost Zweegers, de lekkere gerechjes van Sergio Herman en de bokkesprongen van Jos Lansink zijn intussen genoegzaam bekend, maar onze favoriete HHB moet met ruime voorsprong toch wel Rick De Leeuw zijn. De voormalige frontman van de vrolijke (punk)rockbende Tröckener Kecks is niet echt sant in eigen land, maar lijkt vooral onder de Moerdijk opvallend veel vrienden te maken. Met één van zijn grootste boezemvrienden, radiopionier en Radio 1 baas Jan Hautekiet, vormt De Leeuw sinds 2004 trouwens een muzikaal gelegenheidsduo dat inmiddels aan haar derde theatershow bezig is.
Tijdens ‘Op Drift!’ gaat het onwaarschijnlijke duo dieper dan voorheen graven in de grote levensvragen, enkel gewapend met een reeks (vooral nieuwe) liedjes, gedichten en verhalen. Elke voorstelling die een ondertitel draagt als ‘Een work-out voor oog, oor, ziel en hart’ prikkelt onze nieuwsgierigheid, dus gaven wij acte de présence op één van de laatste voorstellingen van de ‘Op Drift!’ tournee die afgelopen vrijdag in de statige Brugse Stadsschouwburg halt hield.

Artiesten die vanaf de eerste seconde het publiek op het verkeerde been zetten, we lusten er wel pap van. Het was immers niet de rustige vastheid Hautekiet maar wel de hyperkinetische duivel-doet-al De Leeuw die bij aanvang plaats nam achter de zwarte vleugelpiano om een monotoon en  dreigend riedeltje in te zetten. Pas na enige tijd verscheen ook zijn Vlaamse kompaan voor de microfoon om droogjes een tekstfragment uit “De Koning Der Nederlanden” te debiteren. De rollen werden echter al vlug omgedraaid. Hautekiet heroverde zijn vertrouwd zitje achter de piano, en met bevlogen versies van “Deze Oude Wereld” en “Zoek Niet Langer” trok De Leeuw de set op gang. Net wanneer het publiek denkt een knus avondje kleinkunst voor de boeg te hebben gaat de voorstelling plots een andere kant op. De Leeuw gaat rustig zitten en bevestigt zijn reputatie van meesterlijke verteller tijdens “De Koning en De Dood”, een hedendaags sprookje over de tweestrijd tussen de wil om te leven en de onontkoombare dood. Hautekiet duikt ondertussen in de klankkast van zijn piano en mishandelt er de snaren totdat er een grillige soundtrack bij het verhaal wordt tevoorschijn getoverd. Een eerste hoogtepunt noemen we zoiets.
Tijdens “Dit Is Echt” draaft een overdreven molenwiekende De Leeuw over het podium, en Hautekiet grijpt dit moment meesterlijk aan om zijn Hollandse ‘vriend’ een lesje in zelfrelativering aan te smeren. De Radio 1 baas gaat er weliswaar prat op om geen namen te noemen, maar zijn ironische uithalen naar egotrippende rocksterren zonder inhoud zijn heerlijk precies op het lijf van De Leeuw geschreven. De rijzige Hollander met Vlaamse voorliefde gaat eerst prompt in de tegenaanval, maar laat vervolgens zijn sympathie voor Hautekiet blijken door een vers uitgeschonken Duvel op diens piano neer te planten. Stilaan wordt ook duidelijk waarom de voorstelling nu eigenlijk ‘Op Drift!’ heet. Met dit soort driftige sketches herdefiniëren de twee heren meteen ook het begrip ‘vriendschap’: grondig van mening verschillen en soms discussiëren tot je er bij neervalt, maar op het eind van de dag ga je toch steeds met een handdruk of een knuffel uit elkaar.
De sfeer wordt andermaal omgegooid met een liefdesliedje uit, jawel, de Tröckener Kecks catalogus. Ontdaan van alle studiofranjes klinkt “Ik Denk Nooit Meer Aan Jou” uit het afscheidsalbum ‘TK’ (2000) raker dan ooit. Alweer een hoogtepunt, maar dan verpakt in kippenvel.
Het geamuseerde publiek geniet met volle teugen, ook wanneer Hautekiet na een nieuwe anekdotische woordenwisseling met een Duvel in de hand eerst het podium en tenslotte ook de zaal verlaat. Na een reeks smeekbedes verklaart een te trotse De Leeuw dat niet hij maar iemand uit het publiek de pianist dan maar moet terughalen. Of ene Carla wel of niet deel uitmaakte van het complot laten we hier even in het midden, feit is wel dat deze enthousiaste toeschouwer Hautekiet terug de zaal instuurde voor een zinderende finale. Deze wordt ingezet met vrije interpretaties van Bob Dylan’s “Like A Rolling Stone” en Léo Ferré’s “Thank You Satan”, en als klap op de vuurpijl een magistrale vertaling van “Venus In Furs”. Hautekiet en De Leeuw, even in de huid van het onderkoelde Velvet Underground duo Cale en Reed, deden dit onvolprezen stukje muziekgeschiedenis alle eer aan. Al hoorde je die niet echt, toch bleef de laatste noot ervan nog nazinderen toen de heren het podium inmiddels al hadden verlaten.
Voor de verplichte encore hadden we stiekem gehoopt op de moderne kleinkunst klassieker “Het Leven Is Nog Nooit Zo Mooi Geweest”, maar toen de keuze uiteindelijk op “Wat Telt Is De Liefde” viel konden we daar wel mee leven.
Met het finale “Mijn Vriend” en een klapzoen van Hautekiet aan De Leeuw werd de vriendschap tussen de integere intellectueel en de punkpoëet met piekhaar op passende wijze beklonken.

En zoals het goede vrienden past vervolgen beide heren binnenkort terug hun eigen weg, maar wanneer ze elkaars pad straks opnieuw kruisen komt daar gegarandeerd terug heerlijke muzikale hommeles van. Laat maar komen dus die volgende theatertournee!

Ohja "In geen tijden zo genoten als vandaag" (Uit "Een Dag Zo Mooi" van Tröckener Kecks)

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge, Brugge

Crystal Castles

Crystal Castles

Geschreven door

Het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike), uit Toronto, klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt.
Vooral het begin van de tweede cd overdondert met “Fainting spells”, “Celestica”, “Doe deer”, “Baptism” en “Year of the silence”. We krijgen dan wat meer ademruimte door bezwerende, dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop, o.m. van nummers als “Empathy”, “Suffocation” en “Violent dreams”. De genadeslag dienen ze toe op afsluiters “Intimate” en “I am made of chalk”. “Not in love”, op single met Robert Smith van The Cure,  is een eerbetoon aan de man, en overtuigt door de brede elektronicalaag in die wavepop.
Het Canadese duo probeert, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Ze kwamen met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples.
Live wordt die elektronica wereld omgebouwd, en worden we letterlijk meegezogen in een electro ‘onder’wereld van pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screamo’s en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal leunt aan Rolo Tomassi.
Een elektronische mallemolen dus door de salvo’s, het gefreak en de screamo’s. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar! Met bokshandschoenen aan te pakken dus, me dunkt …

She & Him

Volume Two

Geschreven door

Een zomerzonnetje schuilt achter de tweede plaat van sing/songwriter M Ward (uit Portland) en actrice Zooey Deschanel (uit LA). De veelzijdige artiest, die we kennen van z’n solowerk en met Monsters Of Folk (remember de afwisselende sound van rock, pop, blues, country, folk en retropop), stelt zich gedienstig op als begeleider van de filmster, die ook een zangcarrière nastreeft.
M Ward is de steunpilaar in de songs en laat z’n gitaar alle kanten opgaan, eenvoudig, sober, maar doeltreffend door het gitaargetokkel & de bijhorende slides of steelpedal; hij siert de songs ook van bezwerende pop, retro en psychedelica deuntjes. En zij zweeft vocaal over de nummers heen! Kortom, we horen lichtvoetige ingetogen, dromerige, sfeervolle en uptempo pop & countryliedjes in allerlei standjes en variaties.
Manlief Ben Gibbard (spil van Death cab for cutie) is arrangeur en stond in voor de productie.
Het duo haalt de mosterd bij de Beach Boys, The Carpenters, The Mama’s & Papa’s en plaatst dames als Nancy Sinatra en Dolly Parton op een voetstuk.
Het is echt leuk luisteren naar deze relaxte midsummersongs, zoals “Thieves”, “In the sun”, “Lingering still” als “Me & you”, “I’m gonna make it better” en de cover “Gonna get along without you now” (van o.m. Skeeter Davis) …
Een lentegevoel borrelt op. “Brand new shoes” en “If you can’t sleep” zijn uitermate sober, bieden een vleugje gospel en begeleiden ons naar ons bedje … Mooi om zo de nacht in te gaan!

The Courteeners

Falcon

Geschreven door

Het Britse Courteeners uit Manchester leunt toch wel erg nauw aan de ‘90s Britpop van The Stone Roses, Wedding Present en James en later van Oasis, Pulp en Supergrass. En heeft The Smiths en Morrissey als voornaamste idool en inspiratiebron. Ze zijn toe aan de tweede cd, ‘Falcon’ volgt ‘St Jude’ van 2008 op.
Ze spelen toegankelijke, melodieuze en sfeervolle pop, met een folky ondertoon, soms ondersteund van orkestraties, o.m. op “Take over the world”, “Cross my heart & hope to fly” en “You overdid it doll”. Soberder gaan ze dan te werk op “The rest of the world”, “Cameo brooch” en “Last of ladies”. Pakkend werk dus!
Maar ze blijven niet hangen binnen dit concept en kunnen forser, harder en directer klinken, waaronder “The opener” en de extra tracks op de bonus.
In eigen land zijn ze al redelijk populair. Over de plas moet het vuur nog aangewakkerd worden!

Kiki Dee

Carmelo Luggeri en Kiki Dee, sluitstuk van geslaagde opendeurdag

Geschreven door

Zondag 16 januari was een speciale dag voor de Oostendenaars die door het stadsbestuur getrakteerd werden op een schitterende nieuwjaarsreceptie met muzikale omlijsting, gevolgd door een unieke rondleiding doorheen het Kursaal.Tevens konden zij die wilden, voor een prikje genieten van het Kiki Dee concert, dat plaats vond in de prachtige Delvaux-zaal van het complex.

De Engelse zangeres Kiki Dee (echte naam Pauline Matthews) heeft tijdens haar leven al heel wat watertjes doorzwommen. Haar eerste single (“Why don’t I run always from you”) werd duchtig door de toenmalige zeezenders ( Radio London, Radio Caroline, ...) gedraaid. In 1970 tekende zij als eerste blanke Britse zangeres bij Tamla Motown en haalde bij het Rare Earth-sublabel een Amerikaanse hit met “Love makes the world go round”.
Na aan talloze BBC-sessies te hebben meegewerkt, tekende zij bij Elton John’s ‘Rocket’- label, en meteen bekwam zij een hit met de vertaling van “Amoureuse” van Véronique Sanson. Een successenreeks kwam op gang met “How glad I am” en het over heel de wereld gecoverde “I’ve got the music in me”. Haar grootste hit bekwam zij echter in 1976, toen zij met Elton John het duet “Don’t go breaking my heart” opnam, dat zowel in de States als in Europa nagenoeg overal op nummer één kwam te staan. Daarna werd het kalm rond haar. De laatste jaren verdeelt zij haar tijd door deel te nemen aan allerlei BBC-programma’s en te touren met haar geliefde gitarist-begeleider Carmelo Luggeri en haar vriendin Annabel Lamb.
Wie naar dit optreden kwam met de bedoeling een soort “Greatest Hits”-show mee te maken van een nostalgisch pop-ensemble, was er aan voor de moeite. Immers is het trio Lugerri – Dee – Lamb te catalogeren onder ‘unplugged’, of eerder : vocaal-akoestisch met Aziatisch-Oosterse invloeden.
De hele show is immers opgebouwd rond instrumentalist Luggeri, die qua stijl het midden houdt tussen Michael Chapman en Charles Brutus McClay. Hij beschikt over een batterij aan snaarinstrumenten van diverse oorsprong die, perfect getuned, de begeleiding vormen voor de keurig afgelijnde driestemmigheid van het trio. Zangeres Kiki Dee bleef eerder op de achtergrond, en haar vroegere hits die werden ten gehore gebracht, ondergingen sterk gewijzigde arrangementen, welke steeds de kundigheid van de instrumentale begeleider moesten accentueren. Annabel Lamb, die ooit een U.K.-hit had met een cover van het Doors-nummer “Riders on the storm”, moest enkel het geheel met haar stemgeluid komen verfraaien, wat zij uitstekend deed. Ten andere kenden wij Annabel Lamb reeds jaren van haar uitstekende cover van Lou Reed’s “Sweet Jane” op haar album ‘Brides’.
Het optreden begon met de Tom Petty song “Learning to fly”, waarbij meteen de toon van de avond gezet werd. Er weze opgemerkt dat de eerder sjofele outfit van de artiesten (Kiki Dee droeg b.v. gewone jeans) redelijk contrasteerde met de luxueuze aankleding van de zaal en het feestelijk uitgedoste publiek. Met de komst van de hippie-achtige Annabel Lamb, die vanaf het tweede nummer, “Everybody falls”, het podium vervoegde, werd de sfeer enigszins “sixties”. Kaarslicht was er al (in het VIP-gedeelte), en alleen de geur van patchouli en brandende wierookstokjes ontbraken nog om het back-in-time gevoel compleet te maken. De vertraagde, akoestische versie van “Don’t go breaking my heart” verraste het publiek enigszins, en de spichtige Kiki glansde even bij het hartelijk herkenningsapplaus. “Salty water” (uit de CD ‘Where rivers meet’) klonk heel bekend in de oren, om gevolgd te worden door twee nieuwe nummers, nl. “Curve to your heart” en “Soulman”. De Kate Bush song “Running up that hill” werd opgevolgd door het totaal nieuwe “Sweeter rain”.
Met de 1973-hit “Amoureuse”, werd het tweede deel van het optreden stijlvol ingezet, en de gimmick om even een ‘slowtje’ te wagen met één van de VIP’s tijdens de Leonard Cohen-compositie “Dance me to the end of love”, werd met stevig applaus beloond.
Uit de CD ‘Where rivers meet’, hoorden we verder “Amen and goodbye” en het prachtig vertolkte “Under the night sky” . Interessant was hoe Luggeri demonstreerde hoe hij het ‘tempura’-geluid tijdens de songs deed weerklinken. Het bleek eerder op minidisc te zijn opgenomen. “A very good year”, dat we kennen van onder andere Frank Sinatra, werd goed onthaald, om over te gaan in het subtiele “Till we meet again”, dat even deed denken aan de betreurde Nick Drake. “Forward motion”, een bonzend nummer, met schier eindeloze gitaarimprovisaties en een sterk slot, deed de aanwezigen opveren en was de aanzet tot Kiki Dee’s meest gecoverde wapenfeit “I’ve got the Music in me”, het enige nummer waar gitarist Carmelo Luggeri zich in vergaloppeerde (kon moeilijk het versnellend ritme wegens het meeklappend publiek bijhouden). Met “How can you mend a broken heart” (de bekende Bee Gees-ballade) en “Truelove ways” werd het optreden uiteindelijk besloten.

Wij waren gecharmeerd door het aanhoren van Kiki Dee (haar uiterlijk en stem zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd), en aangenaam verrast door het plotse opdagen van Annabel Lamb. Carmelo Luggeri heeft zijn succes te danken aan ‘anker’ Kiki Dee, die er alles aan doet om hem zoveel als mogelijk de voorgrond in te laten nemen.
Zijn stijl is gedateerd, maar zijn bekwaamheid bovenmaats, en het exclusieve kader van de Delvaux-zaal, met haar uitstekende klanktechnische eigenschappen, maakte samen met de professionaliteit van de aanwezige P.A.-lui, dat dit, kwalitatief gesproken, een avond was om niet licht te vergeten.

Setlist :
Deel 1. Learning to fly/First picture – Everybody Falls – Don’t go breaking my heart – Nobody’s child – Salty water – Curve to your heart – Soulman – Running up that hill – Sweeter rain
Deel 2. Amoureuse - Dance me to the end – Amen and goodbye – Under the night sky – Very good year – Meet again – Forward motion – (I’ve got the) Music in me
Encores : How can you mend a broken heart – Truelove ways

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Pagina 786 van 963