Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
dEUS - 19/03/20...

HEALTH

Health - galmende terreurnoise

Geschreven door

Na het concert van Health was het besluit … Muziek als fysieke loutering en beproeving opgevangen door een toffe locatie. Inderdaad, als je er de muziek van het LA afkomstige jonge Health op nahoudt, dan begeven we ons op het (gladde) ijs van de avantgarde scene die beweegt tussen de lijn van Swans, Fugazi, Liars en Wavves. Diverse lagen pop, lofi rock, punk, noise, shoegaze, surf, psychedelica en hardcore vloeien in elkaar over. In die overwaaiende rockende indie is er ruimte voor subtiliteit en finesse door knappe melodielijnen. Die aparte sound is omschreven als ‘nofi’ … experiment, creativiteit en melodie die bij Health omgeven wordt door hemels zweverige vocals.
De locatie dan: Péniche du Pianiste, een mooi gerestaureerde boot aan de muzikale oevers van … in Lille … én een podium, 5m2 … een nauw contact tussen band – publiek en het publiek onderling …
Een intense beleving van 50 minuten … overweldigende, overdonderende brouwsels van songs in een concert dat welgeteld even lang duurde als de rit naar de fijne locatie …

Het kwartet ging volledig op in de zwierig, ontstemd klinkende gitaren en goochelde aan de versterkers, knoppen en pedaaleffects. Over ons heen waaide een golf van distortion, fuzz en galmende stemvervorming, met als rode draad strakke, gortdroge drums en een opzwepend tromgeroffel. De bassist, met de lang wapperende haren, boog diverse keren over de rits effects heen en zwaaide met het ganse lichaam heen en weer … het beeld van een zeeziek man?! …
Het eerste kwartier was totally weird met songs als “In heat”, “Nice girls” en “Death +”; een ontketend kwartet dat een even ontketende, ontspoorde noisy sound bracht op het kleine podium; ze minderden even wat vaart, klonken ietwat gematigder en hadden oog voor de melodieuze ritmiek. Het zweverige geluid van “Die low”, het opbouwende “In violet” en het melodieus rockende “We are water” drongen door en we konden even op adem komen, daarna lieten ze het nog eens des duivels ontbinden en lekker ontaarden in noisy explosies, onverwachtse wendingen en een dosis experimenteerdrift. Met een bis van wegeteld 30 seconden …

Kortom, galmende terreurnoise die je verdwaasd achterliet … Kan Health je gezondheid schaden?!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Fest)

Yeasayer

De muzikale speeltjestuin van Yeasayer

Geschreven door

 

Het is altijd spannend, concerten van bands die experimentele muziek voortbrengen. Het durft wel vaker te gebeuren dat op het podium een kliederboeltje ontstaat, waarin alle gewaagde instrumenten afbreuk doen aan elkaars geluid. Tja, we hebben het hier ook over het Brooklyn, NYse Yeasayer

Maar vanaf het eerste nummer, het vrij bekende maar daarom niet minder goede “Madder Red”, wordt meteen duidelijk dat deze jongens hun mix van indie en psychedelische rock perfect beheersen en instrumentaal van een fantastische harmonie kaas hebben gegeten. Het ontbreekt hen niet aan gedurfde gelaagdheid; hoge en lage stemmen die op het eerste zicht een rare combinatie vormen, voegen een lekker pittig detail toe aan de muziek.
Na hun hit volgen de iets minder gekende pareltjes van hun tweede album, ‘Odd Blood’. Rustige meewiegers zoals “Strange Reunions” en “Grizelda”, die iets meer de folktoer opgaan, krijgen de hele zaal stil. Gelukkig bewijzen ze daarna algauw opnieuw hun veelzedigheid met “Rome”, waarin er duidelijke invloed is geweest van de Talking Heads. Teruggrijpen naar oude helden en er je eigen toets aan toevoegen? Geweldig idee! Ook “Mondegreen”, dat er een stuk harder aan toegaat en de zaal niet minder opzweept, valt zeker in de smaak .
Toch zijn de hoogtepunten zonder meer “O.N.E.”, waarbij een gevoel van nostalgie je omklemt en niet meer loslaat. Er volgt een langgerekte versie, waarbij de woorden stuk voor stuk door alleman wordt meegezongen. Verder is ook “Ambling Alp” een schot in de roos, omdat dit dan weer zorgt voor het vrolijke gevoel waarmee we graag allen naar huis vertrekken.

Het is dan ook fijn als uiteindelijk blijkt dat dit toch niet het laatste nummer is, en we nog toemaatjes krijgen als “The Children”, waarin er gespeeld wordt met stemvervormingen. Dat valt een leuk experimentje te noemen, maar iedereen haalt opgelucht adem als het einde voor “2080” weggelegd is – oef, toch nog een dijk van een lied uit ‘All hour Cymbals’, het eerste album. Het enige minpuntje is de relatief korte duur van het concert, dat een klein uurtje mag genoemd worden. En dat terwijl deze mannen van Brooklyn nog zo’n heerlijk oeuvre hadden om nog eindeloos uit te putten. Ja, jammer dat al dit verrukkelijk geluid ooit moest ophouden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Arno

Arno - Brusselse crevette à la Européenne

Geschreven door

Er zijn van die zekerheden. Neem nu Arno bijvoorbeeld: Oostendenaar, Brusselaar, Europeaan. In taal, in gevoel, in muziek en in boodschap. De zestiger blijft verbazen. Niet meer op een podium, want dat beest laat hij al veertig jaar los. Met zijn jongsteling en themawerk ‘Arnobrusseld’ op een klein label stapte hij alweer een eind verder.

In zijn Brusselse vijfzalentoernee eind oktober die erop volgde transformeerde hij in de Van Rompuy van de muziek. Herman had het moeten zien. En Bart (De Wever) ook.
Ja, Arno is een socialist, in hart en lever. Nee, dat steekt hij niet onder vaten en tafels, maar wat hij in zijn Brusselse tournee (onder de noemer  ‘Allez Allez Circulez’) tussen zijn songs in viertalige (?) intermezzo’s over het publiek uit spoog was duidelijk: ,We zittn in die Scheisse in Belgium’. De hele avond geen jota taalkundig correct, maar o zo communicatief juist.
Maar Arno is vooral muziek. Live muziek. Rauw en hard ooit, steeds meer be- en doorleefd. Muziek en zwans en zever. Een poging tot reconstructie van een innige, doordringende en hilarische balladische rockavond in de Vk* in Molenbeek.
Stipt negen uur. De band, op kop ‘good old friend and chap’ Serge Feys – een man van dezelfde oorlogen als Arno Hintjens himself – zet in. “Zing eens een liedje”, klinkt het in de zaal. Geen gezang. De muzikanten warmen op om ‘de vedette van vanavond’ (sic) zijn Brussel te laten bezingen en bestoefen. Fanfaren, circus, orgel: “Mademoiselle” laat Arno met cimbalen zwaaien en gooien. “’k Ben content dat iedereen betaald èt”. The man in black zwanst en zevert. The man in black is Arno. Zoals Arno is.
Na “God Save” gaat hij zitten. De momenten waarop hij die avond altijd gaat vertellen, soms wauwelen. Op een houten caféstoel. Bij en tussen zijn Brusselaars. Over zijn Brusselaars. En zijn geliefden. Of is dat tweemaal hetzelfde? Nee, over zijn zoon dit keer. Die ooit verliefd was. “Il y a plus de femmes que des Chinois”, waarschuwde hij zijn nageslacht toen. “Mais, il est guéri”.
Het geluidgeweld maakt bij Arno steeds meer plaats voor de schurende intimiteit van de ballades. En zelfs zonder de verkrachtingsklappinge vooraf over de “dikke tettn” van zijn grootmoeder. “Tout les mecs cherchent une femme comme leurs grand-mère. Ik heb veel van haar geleerd”, voegde hij zelfs bijna subtiel eraan toe. “Lola” moet een machtige vrouw geweest zijn als je er zo’n ode over kunt componeren en neerzetten.
Blues bleef erin, net als verhalen van Brusselaars: kleurrijk, soms gevaarlijk, soms liederlijk. “Ca monte” (over de Rus met de frieten, de Berberjohnny in zijn cabrio en de manège die draaide: “Tiens, c’est Bruxelles”)en “Ratata” liepen vrolijk verder tot hij de rockknok opendraaide met “Black Dog Day”, een plaat die vooruit wil en wou en ook gaat en ging.
Zijn tantes betraden - woordelijk dan toch – het podium in “Quelqu’un a touché ma femme”. Een tristesse die Arno als weinig ander op een podium kan uitsmeren. Direct erna naar de zaalverantwoordelijke roepende: “Da trekt hier. Subiet zijn mijn kloten erwtjes”.
“You can fool some people some time, but you cannot fool all the people all the time”. Hoe toepasselijk voor zijn scheisseboodschap over de Belgische politiek, als intro op de knappe cover van Bob Marley. De slapende Belgische politiek moest het ontgelden. Op zijn Arno’s.
”Without you” ging opzwepend verder, voorbereidend op de decibels van “Françoise”, “Je veux nager”, “Olalala” en “Putain”. “Merci Bruxelles, merci les Wallons et les Flamands”, spuwde hij ertussen. De Balkanversie van “Olala” was verrassend, al was hij teasend begonnen. Het trekorgel en de synthesiser doopten het nog universeler. Tijdens “Putain” stelde hij zijn ‘universele’ band voor: Mirko Banovic, Sabrina (met Marokkaanse roots) als Arabische tint, Duitser Philip Weies en de Feys natuurlijk. En daarna ging het nog kort crescendo, eindigend met de Europese hymne.

“Ach, ik spreek geen Latijn. Ik heb Moderne gevolgd. Après nous les mouches, vive les moules! Trekt op met die visbak”. En Feys deed het. Voor de apotheose van de hoofdpla: Brusselse crevette à la Européenne.
“Les yeux de ma mère” was een vlug volgend bis. Niet zo intens als we ooit meemaakten, maar het blijft een pakkend nummer. “Les Filles du Bord du mer” sloot af. En grandeur. Et profondeur. Herman en Bart hadden het moeten zien !

Playlist 1. Brussels 2. Mademoiselle 3. God Save 4. Elle pense quand elle danse 5. Meet the freaks 6. See-Line 7. Lola 8. Ca monte 9. Ratata 10. Black Dog Day 11. Quelqu’un a touché à ma femme 12. Rock Damnout 13. Watch out boy 14. Get up, stand up 15. With You 16. Françoise 17. Je Veux Nager 18. Olalala 19. Putain Putain 20. Dans les yeux de ma Mère 21. Les filles du bord du mer

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Level 42

Een Radio Nostalgisch Level van Level 42

Geschreven door

Op een groot doek in de AB hing ‘Level 42 1980 – 2010 Friends For 30 Years’ met een ganse reeks ‘42’ labels. Het Britse sympathieke vijftal van de tandem Mark King (basvirtuoos/zang) en Mike Lindup (zang /toetsen/synths) vormde de ‘garden party’ of het ideale openlucht aperitief concert door de frisse groove van hun soul/jazz funkende popdance.
Level 42 was een productionele machine die hits hadden die niet op 1 hand te tellen waren. Maar stilletjes aan doofde de kaars, o.m. door het overlijden van één van de bandleden, werden ze voorbij gehold door een nieuwe generatie en geraakten ze op non-actief. Dertig jaar na hun debuut vond Level 42 het tijd om hun kenmerkend geolied funkend geluid van onder het stof te halen … “We’re gonna play the old songs for you, ‘cause we don’t have any new one” … glimlachte King breed. Op die manier wist een goed gevulde AB waarvoor ze kwamen … een avondje Radio Nostalgie …

Op het podium zagen we een imposante reeks synths, toetsen, percussie en fonkelden lichtjes op de arm van de basgitaar van Mark King. Een vleugje glitter misstond dus niet. Aangevuld met een tweede gitarist en een saxofonist tuimelden we in hun dwingende funkende lifestyle music van de 80ies. Meteen was het raak met de trippende, huppelende ritmes en grooves van “Hot water”, één van hun succesvolste dansnummers; op het podium waagden de leden, net als het publiek, zich aan de eerste danspasjes. Het basgetokkel, de twinkelende synths en de opzwepende drums klonken goed door. Daarna volgde de lichte swing van “Dream crazy” en “World machine” die deed mijmeren naar de hightime van het IJslandse Mezzoforte en het Deense Laid Back. Knus konden we wegdromen op het strand in het uiterst sfeervol gehouden “To be with you again”, uit de succesvolle ‘Running in the family’ plaat. Net op tijd waaide het zand op met de aanstekelijke, zwierige titelsong.
Zoals je merkt, hoorden we een gevarieerde set van Level 42; fijne, zachte, dromerige popsongs als “Kansas city milkman” en “It’s over” wisselden ze af met herkenbare golvende danstunes van de stokoude “Almost there” en “Starchild” uit ’81, die gerust met Prince konden gelinkt worden. Naast het doortastende bepalende basspel van King leverde de emotievolle zang van King, aangevuld met de falsetstem van Lindup, een belangvolle bijdrage.
Ze schuwden binnen de hitpotentie enige alternatieve trekjes niet; ze haalden het instrumentale “43” aan, die eerst zalvend klonk, maar dan meer opgefokt werd door elektronische percussie en een drumsolo.
Het kwintet bracht een schitterende finale met treffende (discotheek) klassiekers, het zomerse “Sun goes down” , waarbij het refrein luidkeels werd meegezongen, en een bruisende fusion van hitsende funkende pop en elektronica op “Something about you” en “Lessons in love”. In de bis hoorden we twee uitgesponnen versies van “Heaven in my hands (love games)” en “Chinese ways”, een soort perpetuum mobile, leuk, dynamisch, en dansbaar ...

Level 42 is het speelplezier nog niet verloren, serveerde en entertainde z’n publiek voor wat het gekomen was … een avondje pure nostalgie die de discotheek sfeer van weleer ademde. Mooi toch?!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

The Bees

Every step’s a yes

Geschreven door

Vreemd hoe sommige mensen toch in het verleden kunnen leven. Ieder zijn meug natuurlijk maar het is onmogelijk om de muziek van The Bees ook maar met iets te vergelijken dat van recente makelij is. Akkoord, Fleet Foxes zijn zeker een optie maar ook zij hebben meerdere roots in het verleden.
Hier op het Europese vasteland zijn The Bees weliswaar wat minder bekend maar deze psychedelische folkbende uit Isle Of Wight kon met hun derde album een heleboel Engelse perslui en muziekliefhebbers overtuigen met hun voorganger ‘Octopus’.
De nieuwe ‘Every step’s a yes’ is niet meer dan een logisch vervolg en het moet je geenszins verwonderen dat referenties Tim Buckley, Nick Drake, Simon & Garfunkel of Pink Floyd geworden zijn. Misschien had Dylan The Bees niet in gedachten toen hij ooit zong dat de tijden veranderen…

The Capstan Shafts

Revelation skirts

Geschreven door

Zo’n elf jaar geleden besloot de Amerikaan Dean Wells om in navolging van zijn idolen Guided By Voices om zelf de gitaar ter hand te nemen en muziek te componeren. Op zich is dat niet zo’n wereldschokkend feit want het aantal uitgebrachte cd’s in eigen beheer zijn ondertussen ontelbaar geworden. De ene blijft muziek voor zijn buur of kat maken, terwijl er ook bij zijn die uit het net gevist worden zoals deze Dean bijvoorbeeld.
Hij werd meteen opgepikt door één van de betere indielabels, Rainbow Quartz, en hij zorgde er al gauw voor dat het eenmansproject een volwaardige band werd.  ‘Revelation skirts’ is het resultaat van dit alles en ook al is zijn Amerikaanse collegerock niet slecht, valt het ook niet echt op en verdwijnt het zo met de grijze massa. Aangenaam plaatje dat wel, maar we kunnen er zo honderden bedenken!

Fanfarlo

Reservoirs

Geschreven door

Het charismatische Fanfarlo, thuisbasis Londen, roots in Zweden, brengt smaakvolle, dromerige en fris speelse indiefolkpop. De plaat was al een tijdje uit en met de single “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” wist Simon Balthazar en zijn bende meer airplay te verkrijgen. En terecht, de groep balanceert ergens tussen Arcade Fire, de Zuiderse americana van Calexico en de Balkanpop van Beirut. Zonder ook maar over te hellen in bombast in een druk instrumentarium speelt het collectief hun beheerste en pakkende songs. Het geheel van violen, trompetten, accordeons, mandoline, zingende zaag en melodica’s zorgen voor een fijne sfeervolle opbouw. Een subtiel elegant geluid in het uitgekiende materiaal, dat elan en kleur geeft en een gevoel creëert tussen uitbundigheid en dramatiek. Balthazar is een fervente literatuur verslinder, houdt van markante historische figuren en heeft een voorliefde voor meren. Zijn zang hangt ergens tussen Finn Andrews van The Veils en Alec Ounsworth van CYHSY. Een heerlijk geluid dus, luister maar eens naar “I’m a pilot”, “Ghosts”, “Luna” en het lang uitgesponnen “Comets”; de tempowisselingen live brengt hen zelfs richting Mumford & Sons. Sterk debuut!

Wolf Parade

Expo 86

Geschreven door

Een erg goed op elkaar ingespeelde band en een sing/songschrijverduo ‘pur sang’ zijn Spencer Kruger en Dan Boeckner. Na de platen ‘Apologies to the Queen Mary (‘05) en ‘At Mount Zoomer (‘08) staat Wolf Parade opnieuw garant voor compacte, potige, directe, maar ook emotievol gevoelige, sfeervolle, dromerige ‘alternative’ indierock; de puike afwisseling van krachtig snedig en intens broeierig materiaal, de intrigerende opbouw, de heerlijke tempowisselingen, en de afwisselende vocals en vloeiende samenzang, zorgen voor een boeiende, overtuigende plaat. Aangelegd met een psychedelische synthtoets is het allemaal wel toegankelijk en past alles wel perfect in elkaar. Ze worden in één adem genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill, Arcade Fire en halen ‘70s Television invloeden aan.
De eerste songs “Cloud shadow on the mountain”, “Palm road” en “What did my lover say” zijn ongelofelijk sterk door het gejaagde ritme. Dan zakt het tempo wat en zoekt de band in de nummers wat hun eigen weg; Er best mee weg is het uitgesponnen, avontuurlijke, meeslepende “In the direction of the moon”. Songs als “Little golden age”, “Ghost pressure” en “Yulia”, door Boeckner geschreven, zijn grootser en breder van opzet. Ze zijn minder emotievol en hangen minder aan de ribben dan het fors krachtige, energieke materiaal. Maar al de ingrediënten samen horen we nog eens op het schitterend uitgewerkte “Pobody’s perfect”.
Wolf Parade laat ruimte voor de instrumentatie en houdt de subtiliteit onder controle. Sterke plaat!

Drums Are For Parades

Master

Geschreven door

Vuist in de lucht – Trillingen over het lichaam – Ogen dicht - Hoofdschudden … Huiver alvast maar op de full cd ‘Master’, die de EP ‘Articificial sacrificial darkness in the temple of the damned’ opvolgt van het Gentse trio Drums are for parades. Een energiek apocalyptisch geluid, donker, dreigend, rauw en snoeihard, waarin ruimte is voor intrigerende melodieuze stukken, flarden klassieke muziek en saxofoonstukken.
Het noisecollectief klinkt inderdaad wel gelaagder en verfijnder en gaat iets breder te werk tussen de zware gitaren en psychedelica. Zwaar en hard blijft het weliswaar om hun kwaadheid, frustratie en agitatie te uiten; een opgefokte, gejaagde frisse sound die diverse tempowisselingen ondergaat. Centraal staan de gortdroge drums, de diep dreunende basses en spannende (soms elektronische aandoende) gitaarriffs, soms ondersteund door een vervaarlijke zang en screamo’s.
Het trio grijpt terug naar Black Sabbath, refereert aan de metal van Channel Zero en Mastodon en verankert met de ‘90s van Helmet en Therapy?.
Ze vermorzelen stoner, noise, crossover en diverse hard- en grindcore sounds door de molen. Ze worden op handen gedragen door Chris Goss, en een samenwerking zit in het verschiet. Intussen deed Howie Weinberg z’n best om het DAFP geluid zo goed mogelijk te ‘masteren’. Een dik OK resultaat, luister maar eens naar songs als “The law”, “I’m not who you think we are”, “Boy was in the death room” en “Opium den idiot check”! Dan weet U waarom we de plaat in die eerste zin schreven …

Saint Jude

Diary of a soul fiend

Geschreven door

Saint Jude uit London zijn een beetje de poulains van Ron Wood die overal van de daken gaat roepen dat dit ‘the new revelation of rock’  is. Voor één keertje heeft de Rolling Stone meer aandacht voor de zangeres haar stem dan voor haar tieten en de ontdekking van een nieuw talent is dan ook een feit. De stem is duidelijk de grootste troef van Saint Jude (de tieten hebben we nog niet van dicht mogen aanschouwen). Lynne Jackaman is inderdaad gezegend met een volbloed stem die barst van de soul en doet denken aan BJ Scott, Janis Joplin of aan een jonge Tina Turner toen zij nog regelmatig troef kreeg van Ike en zo wakker genoeg gehouden werd om uit frustratie een portie kwaaie soulsongs uit haar strot te rammen (dus niet die plastieken Tina die op vandaag met slappe tupperware soul overal ter wereld sportpaleizen doet vollopen).
Qua sound mogen we het gaan zoeken bij The Faces (en hun volgelingen Black Crowes), Janis Joplin en The Rolling Stones. Qua kwaliteit van de songs zitten we toch een trapje lager, op deze ‘Diary of a soul fiend’ staan nogal veel middelmatige songs die echter wel naar een hoger niveau getild worden door de krachtige vocals van Jackaman. In combinatie met wat steviger gitaarwerk geeft dit soms vonken (“Soul on fire”, “Southern belle”, “Parallel live”, “Sweet melody”), maar er mag van ons over heel de lijn toch nog wat meer vet en hete lava aan toegevoegd worden om tot een echt stomende plaat te komen. Vooral de ballads zitten een beetje in een cliché keurslijf gewrongen en geven ons de indruk dat hier niet alles is uitgepuurd wat er wel degelijk in zit. Een portie Kick Out The Jams van MC5 zou hen goed doen.
Niettemin, verdienstelijke plaat van een band en vooral een zangeres met potentieel (en misschien ook tetten, we houden u op de hoogte).

Pagina 801 van 963