logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
dEUS - 19/03/20...

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Isobel Campbell & Mark Lanegan op elkaar afgestemd

Geschreven door

De onmogelijk mogelijke samenwerking tussen de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan is al toe aan de derde cd. ’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ gingen ‘Hawk’ vooraf. Ze kregen de stempel van ‘the beauty & the beast’ en de ‘60s icoontjes Nancy Sinatra - Lee Hazelwood en Jane Birkin en Serge Gainsbourg. Allemaal toffe benamingen van de muzikale magie tussen beiden. De songs worden geschreven door Campbell, zijn donker, dreigend of dromerig, sfeervol, worden bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang, die z’n stem ontleent aan de nummers, en Campbell’s frêle, hemelse backing vocal en neurie. De druilerige, bezwerende americana heeft iets van een soort ‘film noir’, in countryblues gedrenkt, en tekent voor een soundtrack van Quentin Tarentino, David Lynch of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

En net als bij platen van Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse, dringt een luchtige, lichtvoetige noot en Willie Nelson-country door, die dan eenvoudig en irritant kan zijn, maar door de variaties ontspanning en relativering biedt van nét die ‘dark, melancholische side’. Kortom, nighttripsongs, die een ochtendzon toelaten …
En ondanks het feit hun tours geconfronteerd worden met ups & downs, zijn ze uiterst geconcentreerd en elkaars steun en toeverlaat, wat toeliet goed op elkaar afgestemd te zijn; vanavond resulteerde het in een evenwichtige onderhouden set. Tja, eerder hadden we al optredens gezien dat de spanning te snijden was en dat ze elkaar geen blik gunden, wat dan ervoor zorgde dat hun duo optreden een verplicht nummertje werd.
Tweede wapenfeit was dat Campbell haar nervositeit en onwennigheid kon laten vallen in de duetten met support Willy Mason en zelfs het publiek aanporde een danspasje te maken.

Een broeierige spanning van weemoed, verlatingangst, alleen op de wereld door een spaarzame begeleiding en een dosis luchtigheid en carrousel hoorden we door een forsere, krachtige aanpak en swingende countrypop.
De klemtoon kwam eerst op het nieuwe materiaal door “We die & see beauty reign”, “You won’t let me down”, “Come on down” en “Snake song”, doortastend en indringend door Lanegan, die de gevoelige backing vocals van Campbell verdrong. Een eerste herkenning met vroeger was er met het broeierige “Who built the road”, het ingetogen “The ballad of broken seas” en een pakkende “The cicrus is leaving town”; het akoestisch gitaargetokkel en de cellopartij van Campbell gaven kippenvel.
Na deze intense songs hoorden we ergens een “Thank you” van Lanegan. Een klein half uurtje verdween hij in de coulissen en liet ruimte voor de duetten Campbell - Mason. Doorsnee (kampvuur) countrypop sfeertje creëerden ze met “Cool water” en “How to say goodbye”. Campbell nam het voortouw op “To hell & back again” en “Saturday’s gone” … Hier loerde Hope Sandoval om de hoek. Ze bleef misschien ietwat verlegen en gaf haar ongemak aan van het continue touren, de vele citytrips en busstops om in de clubs te geraken.
Maar geen betere en treffende vonken zonder Lanegan. Toen hij terug ten tonele verscheen, waren we er volmondig over eens dat in snedige versies van het duistere, sinistere “Back burner” het lichtvoetige “Time of the season” en het frisse “Honey child, what can I do” hij de final touch geeft op het muzikale recept van de samenwerking. “Come on over, turn me on” had de meest ideale, evenwichtige zangpartij en het countryrockende “Get behind me” met opvallende toetsen, besloot na anderhalf uur de set.

De bis zinderde na, want sterk waren de spaarzame “Revolver” en “Do you wanna come back with me”, een indringende “Ramblin’ man” die niet kan ontbreken tijdens de gigs, en een doorleefde “Wedding dress”, gehaald van Lanegans platen.

We houden nog steeds van die aparte stijl van Campbell – Lanegan. Lanegan is net als Arno een soort dolende nachtburgemeester en abonneert op donkere bruine kroegen. Onderhuids komt een meer luchtige toon naar boven en Campbell probeert het Lanegan statement en - sfeertje breekbare en luchtige speldenprikken toe te dienen, wat de slotsom maakt van een fijn concertje …

Sing/songwriter Willy Mason is mee op tournee met het duo, zingt enkele songs mee en krijgt terecht de ruimte eigen materiaal voor te stellen in een klein half uurtje. Intiem dromerige songs die een broeierige spanning hebben. De man stoeit wat met z’n helder indringende vocals en echo’s, die refereren aan het ouder werk van Bruce Springsteen en Bruce Cockburn. Eventjes dachten we dat hij van op een heuvel zong. Muzikaal niet echt iets nieuws, maar raken kon z’n gevoelig innemend materiaal wel …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

of Montreal

False Priest

Geschreven door

Ze noemen zichzelf wel Of Montreal maar in werkelijkheid komt deze bende uit Anthens, Georgia. Wie tot op heden nog niks van ze gehoord heeft zal dat wellicht nooit doen want deze ‘False Priest’ is ondertussen hun 10e cd geworden. Naast muzikant is frontman Kevin Barnes ook schilder en dat hoor je overduidelijk want hier is werkelijk alles toegelaten. Muziek die geen grenzen kent, kan bij momenten uiterst gevaarlijk zijn want het zou niet de eerste groep zijn die zich vergalopeert in een muzikale brij die alleen de artiest nog weet te appreciëren.
Gelukkig ligt dat bij Of Montreal anders, je hoort wel dat ze zich te pletter amuseren waarbij hun psychedelische rock meerdere malen een funky aanpak krijgt die je soms het gevoel geeft dat dit de ‘Sgt Pepper’s Lonely’s Heartclub Band’ van een Prince zou kunnen zijn.
’False priest’ is ongewone meezingpop dat evenveel elementen van Supergrass als van Funkadelic bevat waardoor deze cd het soort ervaring geworden is die ooit Alice in haar Wonderland meemaakte.
Iets geheel anders, en toch geheel toegankelijk. Waar zijn die paddestoelen nu gebleven?

The 4 Skins

The Return

Geschreven door

Niets zo leuk om op je oude dag je punkband van dertig jaar geleden te reïncarneren, moeten de heren van The 4 skins gedacht hebben. De formatie werd oorspronkelijk opgericht door vier skinheads uit East End, Londen die mekaar leerden kennen tijdens de voetbalwedstrijden van West Ham United of tijdens het volgen van bands als Sham 69 en Menace.
The 4 Skins hielden het aanvankelijk vijf jaar vol en maakten drie albums vol degelijke Oi!Punk. In 2007 pikten zanger Gary Hodges en bassist Steve Hammer de draad terug op en samen met twee nieuwe bandleden namen ze een paar songs voor een compilatie-cd op.
In 2008 ging de band verder als Gary Hodges’ 4 Skins waarna ze twee nieuwe nummers opnamen (twee covers van Slade) en een aantal optredens deden.
Nu is er eindelijk een nieuw studio-album onder de originele groepsnaam en het lijkt alsof de klok dertig jaar bleef stilstaan. Op ‘The Return’ vinden we een aantal nieuwe nummers (“The return”, “Take no More” ) maar tevens verschillende oude nummers in een nieuw jasje(“Jealousy, “Evil”, “Sorry”, “One Law for them”). Ook de twee covers van Slade (“Come on feel the Noize” en “Thanks for the memories”) horen we terug op de plaat.
De band klinkt nog steeds zoals in de jaren tachtig en speelt ouderwetse streetpunk vol eenvoudige maar catchy gitaarrifs, rauwe vocalen en trage drums. De echte skinheads die van dit genre houden, moeten niet twijfelen over de aankoop van dit plaatje maar of The 4 skins echt veel nieuwe zieltjes zullen winnen, betwijfelen we ten zeerste..

Pussy Sisster

Pussy Sister

Geschreven door

We waren eerlijk gezegd wat verbaasd toen dit plaatje op onze redactie binnenviel… Blijkbaar bestaan er anno 2010 nog glam metalbands en leveren die af en toe een nieuwe album af.  Zo zijn er de Duitsers van Pussy Sisters die sinds 2002 actief zijn en ongetwijfeld tot de absolute top willen doorstoten.
’Pussy Sister’ is hun derde langspeler en na slechts een handvol luisterbeurten begint dit plaatje ons mateloos te vervelen. De mannen spelen een soort van glammetal in het verlengde van bands als Mötley Crüe, Tisted Sister en Aerosmith. Op geen enkel nummer weten ze ons ook maar even te overtuigen want hoewel ze misschien proberen om een flink potje rock’n’ roll te spelen klinkt alles veel te tam en te voorspelbaar. Over de clichématige ballads waarbij ze ongetwijfeld hun grote helden willen evenaren, willen we het niet eens hebben ... Afvoeren en weg met die handel...

RotoR

4

Geschreven door

Het zijn mooie tijden voor de fans van stevige, psychedelische rock. Het fijne Elektrohasch-label weet hen immers de laatste maanden flink te verwennen met nieuwe releases van ondermeer Josiah, My Sleeping Karma en Hypnos 69. Eén van de paradepaardjes van Elektohasch is zonder twijfel Rotor. Dit drietal uit Berlijn pakt grandioos uit met het nieuwe album ‘4’. Met “Praludium C.V.” start de band opvallend rustig met een pianostukje maar daarna is met “Gnade Dir Gott” de toon gezet voor de hele plaat: furieuze stonerrock waar de adrenaline met beken vanaf druipt met daarbij ruimte voor jazzy en psychedelische tussenstukken.
Zoals op voorgaand werk zijn bijna alle songs instrumentaal. Uitzondering vormen twee nummers. Op “An3R4”, ons favoriete nummer dat swingt van begin tot einde en waarbij Rotor klinkt als een kruising tussen Helmet, de Melvins en Karma To Burn, is het Andre Dietrich van de band Dyse die de vocalen voor zijn rekening neemt. Daarnaast is er “Neatz Brigade”, een cover van The Obsessed die wordt ingezongen door Nico Kozik van Gods of Blitz.
Met of zonder zanger, het maakt ons eerlijk gezegd niet zoveel uit want ‘4’ blijft even leuk om naar te luisteren en het toont alleen maar aan hoe goed de muzikanten van Rotor wel zijn.
 Dit plaatje blijft alleszins nog een heel eind in onze cd-lader steken.

PQ

You’ll Never Find us Here

Geschreven door

Hoewel onze muzikale voorkeur uitgaat naar bands die stevig uit de hoek komen, zijn we toch als een blok gevallen voor het debuutalbum van het Belgische PQ. Het betreft hier een duo (Samir Bekaert en Maarten Vandewalle) dat na een eerste single “Louise on Earth” hun eerste volwaardige cd op de wereld loslaten.
Op ‘You’ll Never Find Us Here’ horen we dertien ingetogen ambientnummers die afwisselend bestaan uit akoestische gitaar, piano, cello, synths en filmische scoundscapes.
Het eerste gedeelte van de plaat start zeer sober met de nadruk op gitaar en piano. Een opvallend nummer is “Louise on Earth” waar we de ijzige stem horen van de amper veertienjarige Louise Raes, dit is trouwens de enige track waar er gezongen wordt.
Geleidelijk aan wordt het tempo van de plaat opgedreven en horen we meer synths en zachte beats. Hoogtepunten voor ons zijn de laatste drie nummers “In Praise” (waar een elektrische gitaar op het toneel verschijnt), “Hidden Track” en “Hold me”.
Hoewel de groep het beste voor het laatste spaart, is ‘You’ll Never Find Us Here’ over de hele lijn een prachtplaat die zich ongetwijfeld ideaal laat beluisteren tijdens donkere dagen.

Tame Impala

Innerspeaker

Geschreven door

Persoonlijk heb ik het nooit echt op pershypes gehad want het lijkt te vaak dat men de bloedarmoede wat wil camoufleren om zo de platenverkoop wat aan te zwengelen maar in het geval van deze Tame Impala maak ik graag een uitzondering.
Niet, dat deze 24 jarige Australiër iets nieuws brengt. Integendeel, als er één groep als voorbeeld moet gebruikt worden dan zijn het The Beatles maar voor eens zijn het de Fab Four die niet zoveel nageaapt zijn nl. die uit de psychedelica-jaren.
Alles klinkt lekker rauw en vuil op deze cd waarbij je meerdere malen zult zitten nadenken of je dit in je collectie zult onderbrengen naast ‘Raw power’ van Iggy & The Stooges of niet.
De muziek van dit project (dit draait allemaal rond ene Kevin Parker) dat vernoemd is naar het diertje werd in een verlaten strandhuis opgenomen en meer dan eens voel je een vleugje melancholie doorheen de vuile rock. Tijdens de recente zomerfestivals heeft Tame Impala ondertussen een stevige livereputatie opgebouwd waarbij zijn set wel eens durft uit te draaien in psychedelisch gefreak maar deze ‘Innerspeaker’ is onderhoudende dirty rock met een psychedelisch tintje. Zou best wel eens in vele eindejaarslijstjes kunnen voorkomen deze hier.

Arquettes

Wave on

Geschreven door

Ook dat clipje gezien waar de Gentse burgemeester Daniel Termont samen met Ivan De Vadder het rockpodium beklimt? Als promotiestunt kan het tellen en het maakt Arquettes misschien wel wat bekender bij het grote publiek maar wie het debuutalbum van Koen Wynant en zijn trawanten hoort, beseft maar al te goed dat deze groep niet lang meer tot de bende der onbekenden zal horen.
Kosten noch moeite werden gespaard want hier werd zowaar de hulp van producer Stéphane Briat (Air, Phoenix) ingeroepen en ook al is ‘Wave on’ een korte plaat geworden, het is er toch één die zijn sporen nalaat.
Single “Gutters” verbindt Ramones met Elastica en een nummer als “Sleep one thousand” lonkt met zijn diep basgeluid verschillende keren naar de coldwave van de 80’s.
Als je Arquettes dan toch met een andere groep zou moeten vergelijken (ook al doe je dat beter niet) dan is Sonic Youth een mooi referentiepunt waarbij de eigen identiteit zelden of nooit verloochend wordt. Arquettes zijn gewoon topklasse!

Peter Case

Wig!

Geschreven door

Peter Case is eind jaren tachtig, na het ontbinden van zijn garage pop groepje The Plimsouls (hun live show van ’81 in ‘The Whisky A Go Go’ in L.A. is begin dit jaar op cd verschenen, een aanrader), als solo artiest heel eventjes een klein beetje hot geweest waardoor hij wat bescheiden media aandacht kreeg, maar lang heeft het niet geduurd en nadien is de singer-songwriter zowat in de vergetelheid geraakt. En dat lag heus niet aan de kwaliteit van zijn platen, want die waren nooit ondermaats, maar zijn liedjes waren nooit trendy of blits genoeg om nog in de mainstream enige rol van betekenis te spelen. Case trok zich niks aan van de trends en is gestaag verder plaatjes blijven maken. Op zijn gemakjes weliswaar, want deze ‘Wig !’ is pas zijn elfde werkje in 25 jaar.
Dat zo iemand vroeg of laat zijn toevlucht zoekt in de blues is helemaal niet verwonderlijk. Op zijn voorlaatste plaat ‘Let us now praise Sleepy John’, een eerbetoon aan folk blues artiest Sleepy John Estes, deed hij dat via naakte akoestische blues- en folkballads die schitterden in al hun eenvoud. Op ‘Wig’ trekt hij de kaart van de ongepolijste rammelblues met krakende en piepende gitaren, een halfgestemde piano en een gemene smoelschuiver. De plaat is niet toevallig uitgebracht op Yep Roc Records, een label die net als Fat Possum niet al te veel geld wil uitgeven aan dure producers of vernuftige technische apparatuur, maar die graag de muziek in zijn ruwste vorm op band zet.
‘Wig’ is een plaat die zich in de richting begeeft van wat Paul Westerberg deed via zijn alter ego Grandpaboy op het ruwe pareltje ‘Dead man shake’ uit 2003 (verschenen op, jawel, Fat Possum).
Peter Case vertolkt zijn blues vuil en gruizig, maar tevens gemeend en gedreven zoals Jeffrey Lee Pierce het ook kon op ‘Lucky Jim’, het laatste wapenfeit van The Gun Club dat eveneens zwaar in de blues gedrenkt was.
Case zijn begeesterende stem zit de songs als gegoten. Als het nu gaat om een vuile tempo rocker (“Aint got no dough”, “House rent jump”, “Look out !”), een tergend traag slepende bluesworm (“My kind of trouble”) of een op de Byrds georiënteerde sixties song (“The words in red”), hij pakt het aan met een authenticiteit die tegelijkertijd oprecht en duivels is. Hij raapt ook nog eens “Old blue car” op die hij in 1986 op zijn debuutplaat zette. Hij sleurt de song eerst door de modder, vervolgens doorheen een vettige garage en maakt er zo een onweerstaanbaar bronstige rocksong van. Van de openingssong “Banks to the river” gaat een zekere onheilsdreiging uit. We weten niet juist wat, maar broeit iets in die song.
Snedige plaat, straight to the bone !

Kid Creole & The Coconuts

Kid Creole & The Coconuts - feestelijk erotiserende cocktailparty

Geschreven door

We beleefden ‘a fine time’ met het immer sympathieke gezelschap Kid Creole rond de oorspronkelijke leden August Darnell (zang/performer)en Bongo Eddi (percussie), die geflankeerd werden door drie tot de verbeelding sprekende dames, The Coconuts, in (Tarzan &) Jane plunje. Darnell is een entertainer eerste klas die als geen ander het publiek naar z’n hand krijgt, weet warm te maken en de menigte aan het dansen brengt.

Op het podium zagen we wel dertien leden, want naast Kid Creole en z’n drie Coconuts, hadden we een toetsenist, gitarist, bassist, een Vlaamse drummer, aangevuld met een blazersectie (sax/trompet/trombone) en Christina Channee, de bevallige backing vocaliste met Indianenbloed.
Beïnvloed door members als Earth, Wind & Fire, James Brown en Chic, droop de funk, disco en clubdance er van af. In ’82 bereikte de band z’n hoogtepunt met de plaat ‘Tropical gangsters’; de latin van salsa, samba, limbo, rumba, merengue, conga, chacha en afro drongen door.
Op die manier genoten we van de feestelijke, erotiserende cocktailparty. De sensuele, exotische synchrone danspassen van de dames riepen een ‘Lekker Live’ gevoel op. Een uiterst leuke, genietbare, zorgeloze en ontspannende avond dus, die wel onreine en onkuise gedachten deed opborrelen …
Op de ophitsende en aanstekelijke tunes van “Caroline was a drop out” kwamen de bandleden één voor één op, Bongo Eddie voorop, zagen we de opmerkelijke aan Prince refererende outfit van Darnell, en klap op de vuurpijl - niet te ontbreken - de drie deernes in schaars geklede tijgerplunje. Wat een onthaal. Wat volgde was een wervelende show van sprankelende, zwoele uitgesponnen versies van “I’m a wonderful thing”, “No fish today” en “Stool pigeon”. Een perfect op elkaar ingespeelde band en een samenhorigheidsgevoel noteerden we. Soms leek het erop dat het OLT Rivierenhof was omgetoverd tot een gospel kerkje, die de zondagmis inleidde …
Het dipje zat middenin de set toen de knappe Indiase – voor de gelegenheid gekleed als een ‘Heidi-aus-Tirol’ schoolkind -, zelf een nummer mocht zingen, “My Boy Lollipop”, die muzikaal nergens naartoe ging. Maar zoals het bij een mis kan horen, waren we vergevingsgezind en kon ze in vrede gaan. Darnell gaf de zegen van “If you don’t love yourself, love someone else”. Wat op z’n beurt “Annie, I’m not your daddy” inleidde, voor alle ‘Annies’ die vanavond nog wilden doorfuiven. Alle mogelijke Zonnige en Zuiderse stijlen werden op een hoopje gegooid, en door de opbouwende, vollere instrumentatie ging het naar een climax; “Welcome to the lifeboat party” was de gelijke die de party nog meer aanwakkerde.
The Coconuts, in vele gedaantes te zien, kwamen tot slot in de spotlights op “Don’t take my Coconut”. De bijhorende, ingestudeerde act van aantrekken en afstoten en de ‘Egyptian walks’ vormden een speelse afsluiter.
We misten kleppers als “Endicott” en “The sex of it” niet echt, want in de anderhalf uur durende set bleef de glimlach behouden, zorgde voor ‘body heats’ en zette aan tot vingertics, handclaps, heupwiegen en dansen.

Leki And The Sweet Minds warmden de party op en dat deden ze meer dan verdienstelijk. De dame knipoogt naar de Motown stal en geeft een groovy tik aan haar soulfunkypop. We hoorden een onweerstaanbare streling voor oog en oor en ze straalde een ‘positive vibe’ uit. Vooraan het podium was er sprake van een familiehappening met huppelende kids, die zich rot amuseerden. De multi-getalenteerde singer/songschrijfster met Kongolese roots heeft ook een boodschap te vertellen en komt op voor de zwaksten door ‘Goede Doel’ projecten. Niet alle nummers waren sterk, maar wat ze met haar band speelde, was meer dan de moeite waard!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg) 

Pagina 809 van 963