logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Epica - 18/01/2...

The Postmarks

Memoirs at the end of the World

Geschreven door

’Memoirs at the end of the world’ is het derde album van The Postmarks, een indiepop band uit Florida. De band is hier vooralsnog vrij onbekend, maar misschien komt daar met deze CD verandering in. De hoes van de plaat ziet er nogal retro uit en dat geldt ook voor de muziek: The Postmarks halen duidelijk hun mosterd uit de jaren zestig en zeventig. Ze combineren die sound met elektronische arrangementen en een orkestrale invulling waardoor alles toch vrij eigentijds klinkt. De songs van The Postmarks stralen dromerigheid, melancholie en drama uit en doen daardoor ook zeer filmisch aan, niet zo verwonderlijk als je weet dat twee van de drie muzikanten regelmatig filmmuziek maken. Verder valt de warme stem van zangeres Tim Yehezkely op. Al deze ingrediënten samen doen je denken  aan bands als Hooverphonic, The Cardigans, Air en Portishead. Wie houdt van bovengenoemde bands moet dit plaatje zeker een kans geven.

Eels

End Times

Geschreven door

Mark Oliver Everett, alias E van Eels is een van de meest tragische figuren uit de muziekgeschiedenis. Op jonge leeftijd trof hij zijn vader dood aan in bed na een hartstilstand, z’n zus pleegde zelfmoord en z’n moeder overleed aan kanker. Een nicht van E kwam bovendien om in een van de gekaapte vliegtuigen tijdens 9/11. Het is dus niet onlogisch dat dood, verderf, rampspoed en  eenzaamheid de rode draad vormen doorheen de mans teksten.
’End times’ is ondertussen al de achtste plaat en komt  bovendien al uit zeven maanden na de vorige plaat ‘Hombre Lobo’.
Leek de vorige plaat nog enigszins hoopvol en werd die gekenmerkt door ruwe, overstuurde gitaren en een noisy geluid, dan klinkt ‘End Times’ heel wat intiemer en soberder. Niet zo vreemd als je weet dat E de plaat helemaal alleen opnam in de kelder van zijn huis in Californië. De meeste arrangementen beperken zich gitaar, (de zo kenmerkende hese ) stem en hier en daar wat toetsen. De teksten handelen over de stukgelopen relatie van E en de teloorgang van een destructieve wereld. Bevatten die teksten voorheen nog een flinke dosis (zwarte) humor, dan is dat nu veel minder het geval.
E is het geloof in de medemens duidelijk kwijt, dat blijkt uit de openingszin “She locked herself in the bathroom again/so I am pissing in the yard” van de prachtige single “A line in the dirt” dat bol staat van de melancholie en eenzaamheid. Een zeer typerend nummer voor de hele plaat is “Nowadays”, een akoestische track met de tekst “Trouble is a friend of mine, I’d like to leave behind’. Nog een opvallend nummer is “Little Bird” waar E zijn hart uitstort tegen een vogeltje op zijn veranda.
Slechts een paar keer doorbreekt E de rust op deze plaat met een aantal meer uptempo, bluesy nummers  zoals “Gone Man”, “Mansions of Los Feliz” en “Paradise Blues”. Dit zijn echter slechts zeldzame uitzonderingen op een voor de rest zeer donkere, en sombere plaat.
Eels heeft met ‘End Times’ een beklijvende plaat gemaakt die aan je vel blijft hangen en waarbij het bij momenten zeer moeilijk is om er naar te blijven luisteren.

El Gato (USA)

Surrender

Geschreven door

’Surrender is de tweede cd van de lofi rockband El Gato. El Gato komt uit Texas, bestaat al sinds 1995 en na twee EP’s en hun debuutalbum ‘We’re Birds’ is dit hun tweede full Opmerkelijk  is dat de plaat al in 2008 werd gereleased in de VS maar pas nu de redactie van Musiczine bereikt. De plaat kwam vrij onconventioneel tot stand: zanger John Vineyard verhuisde namelijk van Texas naar Californië en componeerde daar verschillende nummers. Die stuurde hij dan door naar de andere bandleden in Texas. Vervolgens kwam Vineyard naar Texas terug om met de band een aantal optredens te doen waarna enkel het sterkste materiaal werd bewaard. De plaat werd door verschillende producers opgenomen waaronder David McConnel (Elliot Smith, Wilco), Stuart Sikes (Modest Mouse) ,Mark Pirro (The Polyphonic Spree) en Sir Williams Paul.
Over naar de muziek zelf en wie fan is van genoemde bands als Wilco, Modest Mouse, Sebadoh, Built To Spill... zal die zeker de moeite waard vinden. Uitschieters op de plaat zijn de stevige opener “Scorpions in you shoes”, “Banging on Doors” met hoekig drumwerk en een heerlijk refrein, het uptempo “Wild Turkey” en het duidelijk aan Nirvana schatplichtige “Have you forgotten”. Nog opvallend zijn de teksten van Vineyard die handelen over (afgesprongen) relaties en bij momenten hoopvol en humoristisch klinken om vervolgens om te slaan in frustratie en wanhoop. Kortom, El Gato is  zeker een band die de moeite waard is om ontdekt te worden!

Nneka

Nneka lokt gypsies naar de AB

Geschreven door

Een plaat van Nneka opzetten is alsof je de zomer met een simpele druk op de knop de huiskamer laat binnentreden. Ze heeft er inmiddels al twee op haar palmares staan (‘Victim of Truth’ uit 2005 en ‘No Longer At Ease’ uit 2008) waar er ondertussen, hoewel dit natuurlijk geen ‘volwaardige’ plaat is, nog een compilatieplaat bovenop is gekomen. Die plaat, ‘Concrete Jungle’ gedoopt, was dan ook de aanleiding voor haar concertenreeks doorheen Europa.

Nneka
Special! Een Nigeriaanse papa en Duitse mama; opgegroeid in Warri, het oliecentrum van Nigeria; maar als tiener dapper op haar eentje naar Hamburg, waar voor het meisje dat altijd al gezongen had ineens ook een consistente muzikale carrière aanbrak” lezen we op haar concertaankondiging van de AB waardoor het duidelijk mag zijn dat deze jongedame van 28 al een bewogen leven achter de rug heeft. Haar muziek straalt dat dan ook uit: haar muziek is niet direct thuis te brengen onder een bepaalde noemer, er zijn invloeden van reggae, wereldmuziek, pop, hiphop en duizend en één andere stijlen maar om dan toch een treffende omschrijving te proberen geven zou het label ‘met emoties en maatschappijkritische lyrics doordrenkte, zwarte, gypsy soulmuziek’ niet misstaan. Bescheiden Europese hits zoals “Heartbeat” en “Africans” beamen dit maar al te zeer.

Voor Nneka het podium op mocht komen dartelen stond eerst nog het collectief Ghostpoet op het (voor) programma. In tegenstelling tot wat de ambitieuze groepsnaam zegt was hun passage op het AB-podium allesbehalve een memorabele poëtische krachttoer. Het drietal wauwelde maar wat af met een streepje gitaar en drums links en een paar synthesizersamples rechts. De halfafgewerkte klanken zweefden verloren in de zaal en de ‘zanger’ was door het chaotisch gejengel nauwelijks verstaanbaar. Uitzitten en wachten op betere tijden dus!

Die betere tijden braken dan uiteindelijk aan want toen het zaallicht terug uitdoofde na de pauze en het plafond van de Ancienne Belgique veranderde in een uit kleine lichtjes bestaande sterrenhemel verscheen Nneka op het podium. Een betere entree kon ze haar waarschijnlijk niet voorstellen want toen ze in het begin van de set de song “The Uncomfortable Truth” inzette, begon het publiek al luidkeels mee te leven. Voor enkele nummers in haar set, zoals ook deze, vertelde de souldiva overigens wat ze precies wilde zeggen met dat nummer en wat het voor haar betekende. Een geslaagde interactie met het publiek dat soms wel tot een minuut of 10 opliep maar voor geen seconde verveelde en meteen had elke bezoeker iets om over na te mijmeren in de auto op weg naar huis.
Maar terug naar de muziek! Topnummers volgden elkaar in sneltempo op zoals “Africans”, “Walking” en “VIP” (die afkorting betekent trouwens in Nneka’s woordenboek niet ‘Very Important Person’ maar ‘Vagabonds In Power’) waar weer een beroep werd gedaan op het publiek om de centrale kreet van dit lied mee te scanderen wat het dan ook gretig deed. Ja, ze waagde zich zelfs aan een cover van The White Stripes hun “Seven Nation Army”.
Naar het einde toe bereikte de set zijn hoogtepunt met het onvermijdelijke maar bloedmooie en ijzersterke “Heartbeat”, wat toch één van haar betere nummers, zo niet het beste, blijft waarmee ze echt bewijst dat ze barst van het de creativiteit en muzikaal talent. Na het gebruikelijke bisapplaus kwam ze nog een fenomeenabele versie van haar ‘Focus’ neerzetten tot ze voorgoed van Brussel afscheid nam. Of is het een ‘tot weerziens’? Ze staat immers (voor het 2e jaar op rij) ook op Couleur Café. Als het van yours truly afhangt: allen daarheen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees: een bom - Lightning Dust: ingetogen pracht

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. BacheloretteThee Oh SeesLightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Lightning Dust

Lightning Dust : ingetogen pracht - Thee Oh Sees : een bom

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. BacheloretteThee Oh SeesLightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Natalie Merchant

Natalie Merchant – Imposant werkstuk – Fascinerende liveset, die emotioneel diep raakte …

Geschreven door

Natalie Merchant maakte in een vroeger leven deel uit van de folkypop van 10000 Maniacs die midden de jaren ’80 opvielen met ‘In my tribe’ en ‘Blind man’s zoo’ (remember de singles “What’s the matter here”, “Like the weather”, “Trouble me, …). Inmiddels gaf de 47 jarige zangeres haar sing/songwriterschap elan met soloplaten als ‘Tigerlily’, ‘Ophelia’, ‘Motherland, en ‘The house carpenter’s daughter’, één voor één sfeervol, emotievol, subtiel in elkaar gestoken materiaal, die grasduinen in de folk, country, soul, reggae en bluegrass. Zeven jaar na die laatste cd komt de getalenteerde en ambitieuze songschrijfster opnieuw in de spotlights met ‘Leave your sleep’, een imposant gedocumenteerd werkstuk en hymne aan talrijke Britse en Amerikaanse dichters. Een cd met 16 songs, en zo was hij bedoeld, een dubbelaar met maar liefst 26 nummers.
De lady vertelde dat het uitgangspunt eerst was wat slaapliedjes voor haar jonge dochter te schrijven en zocht inspiratie over ‘de Kindertijd’. Ze deed opzoekingwerk via het internet, schuimde bibliotheken af, dook de archieven in en geraakte gefascineerd in werken van bekende en onbekende Britse en Amerikaanse dichters en dichteressen van de (Victoriaanse) jaren 1800 tot nu. De bijlagen in de cd spreken voor zich en zijn meer dan de moeite waard eens door te nemen.
Er werkten wel 130 muzikanten mee aan de plaat, van een heus symfonisch orkest tot pure eenvoud en soberheid. Zo hielpen o.a. de gospel zangers The Fairfield Four, de Ierse folkies Lúnasa, het NYse Hazmat Modine, het experimenterende jazzensemble Martin Medeski & Wood, de band van Winston Marsalis en The Klezmatics mee. Een veelheid aan genres, klankkleur en timbres horen we. Een verbluffend luisterwerkstuk die zeker niet aan je neus mag voorbijgaan.

En live … kwam ze het nieuwe materiaal voorstellen met een sobere begeleiding van twee gitaristen (waaronder haar rechterhand Erik Della Penna) en een celliste. Ontdaan van alle franjes viel het me op waar de huidige lichting folky vrouwelijke sing/songwriters de mosterd vandaan haalden.
We kregen na elk nummer een gefundeerde uitleg van de geportretteerde schrijvers met hun dichtbundels en kindercartoons en ze stoffeerde het in slides op een groot scherm. In een uitverkochte AB Flex was iedereen letterlijk aan haar lippen gekluisterd om de levenswandel en de bundels van de schrijvers te horen.
En het was ook negen jaar geleden dat ze nog op een Belgisch podium te zien was. Meer dan ooit was het een happy en aangrijpend weerzien en ze werd dan ook na elke song terecht warm onthaald!
Ruim anderhalf uur grossierde ze in de selectie songs van ‘Leave your sleep’ en stelde ze er enkele voor die de cd nét niet haalden, waaronder de intieme opener “Vain & careless”, die ons terugbracht naar de begindagen van Robert Johnson en Leadbelly, bepaald door akoestisch gitaargetokkel, een verloren gewaande cello en gedragen door haar indringende vocals. Op het dromerige, broze “No one marries me” en de op British geënte folk “The sleepy giant” zette ze enkele tapdanspasjes vooraan het podium. Of ze imponeerde met de jazzyfolkblues van het lieflijk verleidelijke “The janitor’s boy” (van Nathalia Crane).
Boeiend en leuk waren de verhalen van Mother Goose “The man & the wilderness” en Edward Lear’s “Calico pie”. Deze laatste kreeg een zwierige countryswing. Kippenvel bezorgde ze ons van Lydia Huntley Sigourney’s “Indian names”, die door cello werd bepaald en de aanvaarding van de verlieservaring van een kind op het aangrijpende “Spring and fall to a young child” (Gerard Manley Hopkins). Net als Merchant moesten we even diep ademhalen. Ze barstte zelfs in tranen uit! Wat een intens emotioneel moment.
Het sprookjesachtige, feeërieke “The equestrienne” had een helende werking, bood wat luchtigheid en werd uitgeroepen tot single van de cd.
En op die manier wisselde zij de songs mooi af van gevoel, zwaarte en intensiteit. Sommige nummers deden denken aan de muzikale diversiteit die Michelle Shocked aan de dag legde. De kinderparty van “The land of Nod” sloot het stevige pakket af.
Ze speelde nog een uitgebreide bis over haar soloplaten heen. Een pleidooi om Moeder Natuur te vrijwaren van alle ecologische rampen, “Motherland”, “Break your heart” en “Carnival” vulden het muzikaal in; “Cowboy romance” zong ze in duet en op “Tell yourself” gaf ze het publiek de ruimte het refrein zachtjes mee te zingen en te neuriën. Tot slot konden we haar uitwuiven met “Kind & generous” en een acapella versie van Vera Lynn’s klassieker “From the time we say goodbye”.

In deze sobere vorm bleven de songs duidelijk overeind. Met een boek vol kennis ging ze met haar begeleiding ruim twee uur gepassioneerd te werk …Een aandachtig publiek werd moeiteloos ingepalmd … met een lach en een traan. Dit optreden zinderde na …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botaniques 2010: Admiral Freebee – Woodpigeon - Stornoway – Montgomery

Geschreven door

Zoals gewoonlijk te laat arriverend konden we maar 3 nummers van Montgomery meepikken. Maar die waren wel genoeg om ons opgelucht te doen concluderen: er is wel degelijk leven ná Jacques Dutronc en Vanessa Paradis in Frankrijk (hoewel die in gezelschap van een kaasbordje en Frans wijntje ook wel best te pruimen zijn). Aangepookt door 2 drummers experimenteerden deze jongelui uit Rennes er intens en luidruchtig op los zonder het publiek veel aandacht te schenken. Op de beste nummers “Le Ciel” en “Volcan” waren de invloeden van ‘shoegazer’ bands Catherine Wheel en Swervedriver duidelijk hoorbaar en als eerste kennismaking volstond dit ruimschoots.

Het Britse Stornoway was stiekem de band waar we deze editie van Les Nuits Botanique het meest naar uitkeken.Hun debuutalbum ‘Beachcomber’s Windowsill’ ligt pas eind deze maand (op 24 mei 2010) officieel in de rekken. Toch wordt dit kwartet uit Oxford in de Britse kwaliteitskrant The Guardian nu al omschreven als ‘the most marvellous thing we’ve seen in ages… not one song was less then lovely and they immediately became our new favourite band’.
Nu, het zal zeker niet de laatste keer geweest zijn dat een nieuwe groep van Britse bodem de hemel ingeschreven wordt over het Kanaal (om later meestal met evenveel enthousiasme afgekraakt te worden). Maar als getuige van hun allereerste optreden op Belgische bodem kunnen we achteraf toch alleen maar concluderen dat ze er deze keer verdomd niet ver naast zitten. Zelden werden we meer overrompeld door de magische schoonheid van een handvol folksongs die op het podium een soort ongereptheid en weidsheid uitademden die je nog zelden tegenkomt in Vlaanderen, enkele uitzonderingen in de Vlaamse Ardennen niet te na gesproken.
Denk aan Fleet Foxes, maar dan (veel) Britser, of aan het beste van Belle and Sebastian, maar dan Amerikaanser, vooral door de melodieuze stem van zanger Brian Briggs die zelfs af en toe naar John Denver neigde.Geen grootspraak over ‘de teloorgang van de vrijheid’ (zoals bij Admiral Freebee later die avond, zie verder) bij dit viertal met een hoog universiteitsgehalte, eerder oprechte verwondering over op het eerste zicht banale onderwerpen.
“I Saw You Blink” bijvoorbeeld, dat een gemiste treinaansluiting omtoverde tot een te koesteren ervaring: genieten van de zon en een zee van tijd die zich ineens voor je uitstrekt. De frontman bleek trouwens iets met treinen te hebben, want tussendoor moest hij ook nog aan het publiek kwijt dat zijn allereerste reis met de Eurostar van Londen naar Brussel veel minder spannend was dan hij oorspronkelijk gedacht had, wat op het nodige gegrinnik in de zaal onthaald werd. Een andere luchtige anekdote over het van een toren gooien van jonge katjes tijdens het Ieperse Kattenfestival zette de Engelse dames met een maatje meer in het publiek zelfs aan tot uitbundig lachen.
Veel tijd om uit te leggen dat dit géén ‘Belgian joke’ was kregen we niet. Uit het met mandoline begeleidde “We Are The Battery Human” sijpelde een voorliefde voor dronken nachten in Keltische kroegen en het met orgel begeleidde “Fuel up” blikte nostalgisch terug naar een jeugdliefde die voorgoed voorbij is.
Tijdens afsluiter “Zorbing” moesten we ons zelfs heel even vastklampen aan de balustrade van de mengtafel achter ons om niet steil achterover te vallen van zoveel pracht.
Na het optreden vertrouwde drummer Rob Steadman me nog toe dat Stornoway er deze zomer op uit trekt om enkele kleinschalige concerten te geven op de Schotse Western Isles (naar wiens ‘hoofdstad’ de band trouwens genoemd is). Het moet dus waarschijnlijk ergens in die buurt zijn waar deze jongelui hun inspiratie opdoen voor hun magische songs.
Moet het eigenlijk nog gezegd worden dat Stornoway na amper twee dagen nu al dé revelatie is van Les Nuits Botaniques 2010?

Na zoveel moois kon het optreden van het Canadese Woodpigeon alleen maar tegenvallen. En dat deed het helaas ook.De prijs van meest excentrieke band die avond sleepten ze wel moeiteloos in de wacht. Toen frontman Mark Hamilton met dikke rosse baard en lijvige postuur het podium opstapte, dachten we zelfs even dat Tom Van Laere van Admiral Freebee zich van uur vergist had. De bassist was zo mogelijk nog meer behaard in het aangezicht en de bebrilde drummer zagen we eerder ergens een noodplan uitdokteren voor het redden van de euro. Maar de meeste aandacht werd toch wel gestolen door de 2 zotte beezen met licht Aziatische looks en bloemen in het haar om de boel wat op te vrolijken op het podium (en af en toe ook een instrument te bespelen). Met de regelmaat van de klok zetten ze beiden een gesynchroniseerd danspasje in dat je allerminst zou verwachten bij dit genre. Woodpigeon grossiert immers in (licht) melancholische muziek die de mosterd haalt bij Elliot Smith, Sufjan Stevensen en (vooral) Iron and Wine, zonder deze voortreffelijke inspiratiebronnen ooit te overtreffen. Het nieuwe album ‘Die Stadt Muzikanten’ slaat een iets luchtiger en rijker instrumentarium aan, maar live kwam dit nooit echt van de grond. “…And as the Ship went down” deed zijn naam alle eer aan en de meeste overige nummers klonken weinig origineel. “Knock Knock” uit het vorige album ‘Treasury Library Canada’ bracht wat meer vaart in de set en zorgde op die manier voor een bescheiden hoogtepunt. Met het laatste nummer “Drowning Hands” beloofde Mark Hamilton alsnog vuurwerk, maar ook die ging de mist in.
Neen, een prijsduif was Woodpigeon zeker niet die avond in de Botanique.

Het was op zich een moedige zet van de organisatoren om in tijden van communautaire hoogspanning in extremis nog een Vlaamse headliner toe te voegen aan de affiche in de Orangerie. Maar of het optreden van Admiral Freebee die avond aanleiding zal geven tot enige pacificatie aan weerszijden van de taalgrens valt wel héél sterk te betwijfelen.
Aan het einde van de set was de zaal immers zo goed als leeggelopen. Zanger Tom Van Laere stak hiervoor ietwat zuur lachend de schuld op zijn promotor, die beloofd had dat de laatste band sowieso voor een volle zaal zou spelen.Maar volgens ons zou hij toch eens beter werk maken van een intern gewetensonderzoek. Hoe komt het bijvoorbeeld dat de talrijk opgekomen Engelstalige fans van Stornoway en Woodpigeon zich al na enkele nummers richting uitgang begaven? En dat hij in Vlaanderen aardig wat volk op de been kan brengen maar in het epicentrum van het Franstalig clubcircuit, ondanks zijn internationale en toegankelijke sound,amper van de grond komt?
Aan de begeleidingsband die strak en geconcentreerd op het podium stond zal het die avond zeker niet gelegen hebben. Zelfs Flip Kowlier kweet zich voor de verandering helemaal op de achtergrond als bassist meer dan aardig van zijn taak.
We vragen ons wel af waarom frontman Van Laere die groepsleden al uitgebreid begon voor te stellen vóór de helft van het concert verstreken was, een karwei die hij later nog tot tweemaal toe zou herhalen? De ellenlange en vervelende solo’s waarmee deze voorstelling telkens gepaard ging brachten de vaart volledig uit het optreden.
Opener “I’m Always Open For The Worst” klonk nog veelbelovend en ook de prima single “Always On The Run” uit het nieuwe album ‘The Honey And The Knife’ zat al vroeg in de set. Maar daarna ging het snel bergaf.
Niet alleen omdat Tom Van Laere hoe langer hoe meer de onweerstaanbare drang kreeg om te schreeuwen in plaats van de zingen tijdens ieder nummer. Het waren vooral de tenenkrullende lyrics en refreinen die ons incasseringsvermogen nog het meest op de proef stelden. “Look what love has done” klonk ronduit pathetisch en “I’m in love with solitude” ongeloofwaardig. “There’s nothing like romance, only trouble and desire” was er opnieuw vér over en toen hij voor de zoveelste keer zijn 5 reistips (rule number one, you have to travel alone; rule number two, you have to travel slow, enzovoort enzovoort…) uit de doeken deed moesten we zelfs even een lachbui onderdrukken. En klinkt “Get out my life whore, you don’t love me anymore” niet eerder als een Facebook kreet van een gefrustreerde 14-jarigedan als poëzie van een bohémien die openlijk dweept met de ‘Beat Generation’?
Op het eind zaten weinigen nog echt op een bisnummer te wachten, maar Admiral Freebee speelde er toch nog enkele. “Nu gaan ze mij wel van het podium moeten sleuren” sprak Tom Van Laere met duidelijk Antwerps accent, en heel even vreesden wij dat hij het echt meende terwijl hij “Carry On” inzette.
Als «den Admiraal» live niet dringend uit een ander vaatje tapt dreigt hij veel te vroeg een karikatuur van zichzelf te worden. Maar misschien moet hij gewoon eens een goed lief vinden. We wensen hem veel succes tijdens zijn avondexcursies in de Vlaamsesteenweg.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Faithless

Faithless kwam, zag én … genoot

Geschreven door

Grootse groepen willen nog eens voeling houden met hun fans in kleine zaaltjes …onlangs zagen we nog Editors in een zaaltje van zo’n 800 man (Grand Mix, Tourcoing!). Ondanks de uitgekiende, afgewerkte set zorgde hun coole uitstraling ervoor dat de vonk onvoldoende oversloeg. Andere koek was het met Faithless, de Britse band rond rapper Maxi Jazz en elektronicawonders Sister Bliss en Rollo Armstrong. Tijdens hun set in de AB spatten de vonken er vanaf. Tja, dit was de unieke gelegenheid om zo’n grootse band eens niét in de grote concerttempels aan het werk te zien!
Toen het doorbraakalbum ‘Reverence’ in ’95 verscheen, zagen we de lieflijke, charismatische popdance formatie ook in de AB, maar vanaf dan was het clubcircuit gedaan, want de band oversteeg zichzelf en was enkel nog te zien in de grootste concertzalen en sloot de verschillende festivals af, waaronder hun tweede thuisbasis Rock Werchter. Jawel, Faithless groeide uit tot de festivalband en publiekslieveling van de ‘90’s, die peace, love en unity predikte en voor het ideale samenhorigheidsgevoel zorgde.
De twee vorige cd’s ‘No roots’ (‘04) en ‘To all new arrivals’ (’07) zijn eerder gematigd goed, maar hadden net niet dié bepalende tune en synthtoets van lady Sister Bliss om iedereen in extase te brengen of uit z’n dak te doen gaan.

Afgaande op het unieke zaalconcert van Faithless én de pré-release van het komende album ‘The dance’, hadden we een Faithless als in z’n beste dagen! Wat een return to the front! Moeiteloos plaatste het nieuwe materiaal zich naast de eerste drie platen ‘Reverence’, ‘Sunday 8PM’ en ‘Outrospective’. De grote hits zaten mooi verdeeld binnen de bijna twee uur durende set en werden afgewisseld met de sfeervol zalvende, opbouwende songs en het nieuwe materiaal.
Faithless werd meteen sterk onthaald … een triomftocht op voorhand … “This is for you, Brussels”, prevelde Maxi Jazz en met het nieuwe “Happy”, “Sun to me” en “All races” konden we al genieten van de bezwerende trance en het aanstekelijke Faithless –geluid, wat ons reikhalzend doet uitkijken naar de cd; de dubbele percussie, de elektronica en de zacht aandoende beats werkten in op de dansspieren en brachten de nummers naar een climax. Ze waren inderdaad ‘de warm-up’ naar “God is a DJ”, die de ganse zaal tot ontploffing bracht. Explosies die we verderop nog hoorden in de classiscs “Insomia” en “Salva mae”. Ongelofelijk tot wat die songs in staat waren in de ‘(kleine) AB’ … nét die bezwerende opbouw, de zegraps, de doel-treffende, efficiënte mee neuriënde elektronicatoetsen en de zalvende beats deden iedereen meeklappen en dansen. Momenten die in ons geheugen staan gegrift!
Daarnaast hoorden we nieuw materiaal, dat ons sterk onder de indruk bracht, de bezwerende trancepop van “Feel me now”, met een glansrol voor gastzanger Neil Arthur, die vocaal diep kon gaan en hoog kon uithalen, de opbouwende groove van “Tweak” en de huidige single “Not going home”, die de set besloot en ergens zweefde tussen het origineel op de nakende cd en de remix van Eric Prydz, een lang uitgesponnen versie, opgezweept door de steviger wordende ritmes, beats en percussie. Zelfs een vleugje wave en industrial zat erin verwerkt. Af en toe was er een adempauze, loungemomenten, door het sfeervolle “Everything all right” en “Crazy balheads”. Verder was het genieten van het poprockende “Mass destruction”, het hemelse “Bring my family back” en de lichte grooves van “What about love” en “Bombs”. Intrigerend klonk alvast “Drifting away” door de steeds repeterende gitaarloops.
Door de jaren is Faithless zichzelf gebleven en voelen ze zich allesbehalve ‘God – verheven’ boven alles. In de bis was er de finesse en subtiliteit van “Take the long way home” en het directe “Muhammed Ali”. Tot slot kon iedereen nog eens uit de bol gaan op “We come 1”.

Faithless kwam, zag, én … genoot van het luidkeelse, puike onthaal. Minutenlang lieten een vriendelijke Maxi Jazz en Sister Bliss na het optreden het publiek “We come 1” nog scanderen en mee neuriën. Faithless draagt z’n publiek een warm hart toe, met terechte V-vingers in de lucht … Wat een leuk, ontspannend avondje hebben zij ons bezorgd. Het wordt alvast uitkijken naar de nieuwe plaat, die als een bom moet invallen en ons naar de Werchter weide brengt …

Organisatie: Live Nation

Labadoux 2010: zondag 9 mei 2010

Geschreven door

Zondag 9 mei … Moederdag … Nadat we aan de verplichte familiereünies ontsnapt zijn, is op Labadoux de jaren ’60 revival al volop aan de gang. The Move hebben we gemist. Schijnt dat de afwezigen ongelijk hadden… Maar er staat nog meer retro op het programma …

Alan Price Set

Alan Price, één van de twee voormannen van The Animals, maakte furore met zijn legendarische orgelbewerking van “The House of the Rising Sun”. In 1965 verliet Alan Price The Animals om een andere weg in te slaan: The Alan Price Set was meteen geboren. Meerdere pogingen om The Animals opnieuw samen te krijgen mislukken. Toch toert Alan Price al tientallen jaren door de UK. Zo figureert Alan Price met zijn groep als zichzelf in de film "O lucky man" van Lindsay Anderson uit 1973. Het loont de moeite om dit even op YouTube te bekijken. Malcolm McDowall is de rijzende ster in de film en ontdenkt dat hij in proefkonijn in een verschrikkelijk experiment is. (http://www.youtube.com/watch?v=-oL7XP0ROvk) Hij ontsnapt werd bijna aangereden door een minibusje van… jawel ‘The Alan Price Set’ (http://www.youtube.com/watch?v=1w0x-ezfBXA&feature=related) Hij mag mee met het busje en ontmoet de mooie jonge Helen Mirren. Later zoekt hij haar op in haar appartement waar ook de groep repeteert (http://www.youtube.com/watch?v=6WpgRYw1Ye4&NR=1)
Hij treedt ook op met groepen als Manfred Mann, The Searchers en The Hollies. Verder werkt hij samen met verschillende muzikanten zoals Georgie Fame. In de set list van zondag hoorden we dan ook nummers zoals “Lucille” van Little Richard, “The Letter” van The Boxtops ofMoney (That's What I Want)” dat inde jaren’60 gecoverd werd door alles wat naam had.
Zoals altijd weet hij zich omringd door een stel uitstekende muzikanten. Op het einde van de set trad frontman Alan Price even opzij en gaf hen elk hun solomoment.
Achteraf konden we de groep nog even strikken voor een groepsfoto. Maar voor een extra woordje uitleg was hij niet te vermurwen. Hij is dan ook al decennia lang een grote ster…

Yevgueni
We zijn hier nu toch” zingen de mannen van Yevgeni. Wij waren er gelukkig ook bij in de volle tent om Labadoux editie 2010 af te sluiten. Frontman Klaas, de lieveling van de meisjes, bezingt hen in poëtische “jongensteksten” (meisjes netjes gesorteerd van klein naar groot of omgekeerd). Hij weet ons te vertellen dat “Sara komt nooit meer terug” verwijst naar café de Cafard in Leuven …of De Fagot die gelukkig nog bestaat. Ook gevleugelde uitspraken zoals Spijt is wat de geit schijt, maken deel uit van de teksten die Klaas schrijft (in het bijzonder met de benen gespreid). Het is ongelofelijk te horen welk songbook deze jonge groep (ontstaan in 2002), nu al bijeen geschreven heeft. In geen tijd zijn ze uitgegroeid tot een gevestigde waarde in ons muzieklandschap. Het publiek zong ook uit volle borst mee met de nummers van hun derde cd. (Bekijk de UFO op http://www.yevgueni.be/ )
Halfweg de set haalde Klaas een oude beatbox boven. “Nieuwe meisjes” werd ingezet en meezingen was toegelaten. Hij had het toch niet kunnen verbieden. Ook de mannen werden op hun wenken bediend: “Je moet een man zijn” blijkt dus een metafoor te zijn voor de tefalpan. Wie erbij was, begrijpt wat filosoof Klaas hiermee bedoelt. Op het einde testte de zanger nog eens het vakmanschap van zijn groep: zonder enig sein of teken zong hij het begin van het volgende nummer. Elk groepslid viel in op het juiste moment! Meesterschap!
Toen haalde Klaas één van zijn fans uit het publiek: Laura Houthoofd mocht meezingen en beleefde waarschijnlijk reeds haar hoogtepunt van 2010. Met verzoeknummer “Als ze lacht” en nog een boodschap voor de stemplichtigen onder ons “Meer vrouwen aan de macht” werden we naar bed gestuurd. Het is echt waar: ze hebben het perfecte evenwicht gevonden tussen kleinkunst en pop. Dat hoorden maar liefst 3250 man in de concerttent.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Pagina 828 van 963