logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...

Randy Newman

Een avondje geriatrische satire met Randy Newman

Geschreven door

Zijn onafscheidelijke bril laat het niet onmiddellijk vermoeden, maar de Amerikaanse componist, zanger en pianist Randy Newman is wel degelijk een man met vele gezichten. De wereld maakt voor het eerst kennis met het unieke talent Newman in de jaren ’60 als hitleverancier voor o.a. Gene Pitney, Alan Price en Manfred Mann. Bovendien wil de ironie dat ’s mans eigen versies van “Mama Told Me Not To Come” en “You Can Leave Your Hat On” geen potten breken, maar in de handen van respectievelijk Three Dog Night en Joe Cocker prompt in hitparade goud veranderen. De jongste decennia ontpopt Newman zich steeds nadrukkelijker als arrangeur en componist van soundtracks, en stelde hij zijn pensioentje veilig door o.a. songs aan te leveren voor de animatiekaskrakers ‘Toy Story’ en ‘Monsters, Inc.’.
Maar als we zelf mogen kiezen appreciëren we Newman uiteraard het meest als onvolprezen koning van de zelfspot, als genadeloze kritikaster van de American Dream of als satirische en ietwat onbeholpen romanticus die vooral in de 70ies een aantal essentiële albums heeft afgeleverd. Net als generatiegenoot Leonard Cohen ligt de inmiddels 66-jarige Amerikaan nog steeds goed in de markt, getuige de snelheid waarmee de tickets voor zijn Belgische mini-tournee in no-time de deur uitvlogen. Met nog optredens in Brussel en Turnhout in het verschiet kwam Newman zich afgelopen donderdag alvast opwarmen (nu ja, met dit weer...) in de fraaie Schouwburg van cc De Spil in Roeselare.

Het typeert de immer cynische Newman om zijn solo set te openen met “It’s Money That I Love”, een mislukte single uit zijn veruit meest verguisde album ‘Born Again’ (’79). Spijtig genoeg kregen we een behoorlijk slordige versie van dit nummer te horen, en ook op het up-tempo “Mama Told Me Not To Come” verloor de wat zenuwachtig ogende Amerikaan bij momenten de pedalen van zijn zwarte vleugelpiano. Newman is echter de eerste om de spot met zichzelf te drijven en gaf ruiterlijk toe dat hij zijn start had gemist. Hij schakelde prompt een versnelling lager en vanaf het ontroerende “Living Without You” uit zijn titelloze debuut en het tijdloze tweeluik “Birmingham” en “Marie” vanop ‘Good Old Boys’ (‘74) leek alles opeens in de juiste plooi te vallen. Tussen de nummers door ontpopte Newman zich gaandeweg tot volleerd entertainer en gunde het publiek een persoonlijke inkijk in de ontstaansgeschiedenis van sommige van zijn songs. Zo biedt het grappige “The Girls In My Life (part 1)” een mooi chronologisch overzicht van Newman’s romantische escapades, beschrijft het titelnummer uit het meest recente album ‘Harps And Angels’ de eindigheid in het menselijke tranendal en werd 400 jaar beschaving samengevat in het bijzonder actuele “The Great Nations Of Europe”.
Tussendoor plaagde hij het West-Vlaamse publiek met een sneer naar de BHV kwestie, maar keerde al snel terug naar zijn zo geliefkoosde terrein van de zelfspot. Samen met Mick Jagger beschouwt Newman zichzelf als één van de vaandeldragers van de zogenaamde geriatrische rock, een titel die hij zeker verdient op grond van “I’m Dead (But I Don’t Know It)”. Dankzij de enthousiaste publieksparticipatie groeide dit autobiografische nummer zowaar uit tot één van de hoogtepunten van de eerste concerthelft. Newman nam vervolgens wat graag ook zijn eigen regering op de korrel in “Political Science” en verdween daarna een eerste keer achter de gordijnen.
Ook na de pauze bleef het hoogtepunten regenen uit Newman’s indrukwekkende back catalogue die terug gaat tot 1968. Uit dat jaar dateert “Love Story” dat anno 2010 nog steeds uitblinkt in oprechte meligheid. Op latere albums drongen vervolgens ook satire en karikaturale schetsen binnen in Newman’s muzikale universum, en niet zelden zijn deze geïnspireerd door historische feiten en figuren. Het op Hitler’s jonge jaren gebaseerde sarcastische kortverhaal “In Germany Before The War” of de ronduit geestige inleving in de Amerikaanse Southern mentaliteit op “Rednecks” kunnen wat dat betreft wel tellen. Als tegengewicht voor de soms wat moeilijk verteerbare thema’s in zijn nummers houdt Newman muzikaal alles wel luchtig door het integreren van dixie en ragtime elementen. De kranige zestiger was zelfs niet te beroerd om het eerder banale hitje “You’ve Got A Friend In Me” uit de ‘Toy Story’ soundtrack te plukken, of om het publiek zelf verzoeknummers te laten kiezen. Met een knipoog naar het kwakkelende Belgische lenteweer besloot Newman met “I Think It’s Going To Rain Today” zijn set en strompelde voor de tweede keer het podium af.

De eigenzinnige Newman koos als encores niet voor het evidente “Rider In The Rain” of “It’s Money That Matters”, maar wel voor meer obscuur albummateriaal uit de soundtrack van ‘Parenthood’ (“I Love To See You Smile”) en het conceptalbum ‘Randy Newman’s Faust’ (“Feels Like Home”).
Het typeert de Amerikaan ten voeten uit: de zachtaardige chroniqueur met de vitriolen pen die de maatschappij en zichzelf een geweten schopt, en daarmee zonder het zelf te beseffen een stek heeft veroverd in de gallerij van de belangrijkste songwriters uit de jongste halve eeuw.

Organisatie: CC De Spil, Roeselare

Labadoux 2010: vrijdag 7 mei 2010

Geschreven door

We zijn alweer aan de 22ste editie van het Labadouxfestival toe! Met The Levellers voor de tweede maal als top of the bill. En die blazen evenveel kaarsjes uit! … Dit jaar wil Labadoux samen met chefkok Frank Fol de bezoekers gezonde eetgewoonten bijbrengen… Zondag is mayovrije dag! Een nobel streven, maar het jonge volkje hoorden wij toch morren om hun portie vettigheid op de frieten…
De muziek viel iedereen in de smaak. Er was dan ook voor elk wat wils: oldies uit de sixties of folk uit een ver verleden, funk uit Motown of reggae uit de Caraïben. Elke dag waren er ook de onvervalste West-Vlaamse klanken. Zowel inboorlingen als ‘anderstaligen’ kunnen dit sappige taaltje smaken! Net als een gezond sausje van Fol moet je er wat aan wennen…

Dit jaar was het dikketruiendag! Het vroor nog niet zoals dat jaar met gitarist Snowy White (wanneer was dat ook alweer), maar het was zeker nog geen terrasjesweer. De organisatoren zullen dat ook wel gevoeld hebben aan de opkomst. Op het plein was de gezellige drukte van vorig jaar soms ver te zoeken. Maar de tenten boden onderdak aan alle koukleumen.

Lode et La Cactusse
Zoals beloofd bracht Lode Buscan met zijn Ieperse folkband dansbare balfolkmuziek. Na enkele Bourrées, walsen en mazurka’s sloeg de vlam in de pan een origineel arrangement van “Poezeminneke” van Rum, maar dan gezongen in het Westvlaams (“Ratten en muuzen moeten verhuuzen…”) gevolgd door het reuzenlied dat we allen leerden op de kleuterschool. Het was een gezellig optreden en de groep liet zich niet ontmoedigen door de 20 toeschouwers die de weg naar de tent gevonden hadden op de vroege uur. Ze sloten dan ook af met enkele honderden luisteraars en … jawel: dansers!

Roland & Band
Als een heer van stand kwam Roland op het podium met een witte sjaal, witte schoenen, een lange zwarte jas en bijpassend hoofddeksel dat op het eerste zicht wat weg had van een hoge hoed. Bij nader inzien leek het eerder een oosterse oorsprong te hebben.
Wie dacht dat dit heerschap ons zou bedienen van oude onvervalste Blues, kwam bedrogen uit. Roland is met zijn tijd mee. Dat is het minste wat kan gezegd worden. Met Roland op steelguitar en Steven de Bruyn (El Fish - The Rhythm Junks – kijk zeker ook eens naar http://www.youtube.com/watch?v=4yE7uloFG_Y ) op harmonica kregen we van bij het eerste nummer “Chicken Massa” een psychedelisch geluidstapijt de zaal in gerold. Tien minuten lang wisselde hij ritmische melodielijnen af met zweverig aangehouden klanken die ons deden denken aan Ry Cooder uit de tijd van Paris-Texas. Met zijn slagwerk speelde Georges Triantafylou (inderdaad van Griekse origine) perfect in op de freewheelende frontmannen.
Voor het tweede nummer werd dit trio vervolledigd door Allan Gevaert op bas. Steven versterkte het geluid van zijn harmonica’s met zijn jaren’50 micro en net als de eerste stoomtrein (175 jaar na dato) denderden ze doorheen een nummer waarin Roland ons een verhaal opdiste over de cultuurschok tussen een vrijgevochten Europeaan en de Amerikaanse Immigration Officer: “Officer kiss me please!”
Adepten van de klassieke blues werden dan toch op hun wenken bediend met “I had my fun”. Een echte blueskraker, traag en vettig, zoals ze die in de Mississippidelta lusten. Daarna herrees de oude El Fish uit zijn as met “Best Kept Secret”. Steven zong met zijn falset afwisselend in beide micro’s en demonstreerde en passant het gebruik van de neusfluit. Daarbij toverde Roland zowaar een Hammondorgel uit zijn gitaar. De set werd afgesloten met het nummer “King Kong” (with his big Ding Dong). Het was veel te snel gedaan. En dat beaamden de groepsleden achteraf ook. Maar op een festival moet de klok in de gaten gehouden worden!
Roland signeerde achteraf een oude LP uit onze privéverzameling. Hij was aangenaam verrast en drukte ons op het hart dat het intussen een collectoritem geworden is. “Zeker weten!”

Piv Huvluv
In de club-tent zagen we met Piv Huvluv één van de pioniers van de stand-up comedy in Vlaanderen.  Het was lang geleden dat we nog eens een stand-up zagen die ook geschikt was voor kinderen. Daarmee zeggen we niet dat het een kinderachtig optreden was. Jong en oud genoot met volle teugen van zijn filosofische kijk op de jeugd van tegenwoordig en op zijn eigen jeugd. De foto’s op het scherm waren een toegevoegde waarde. We mochten jong Pivke bewonderen op een oude klasfoto.
Het jonge volkje in de zaal mocht ook mee de show maken. Toen Piv ons ervan wou overtuigen dat er in tegenstelling met nu, vroeger tenminste nog aan poëzie gedaan werd vroeg hij lukraak aan een meisje wanneer ze de laatste keer een gedicht had moeten van buiten leren. Het antwoord was grappiger dan hij het bedoeld had: “Ik volg voordrachtschool”… De leukste moppen zijn niet gepland!

No Crows
No Crows, voor velen een aangename verrassing, brachten met Steve Wickham ( de legendarische fiddler van The Waterboys) en Oleg Ponomarev een tandem violen die de hele tent uit het wiel reden! Een afwisseling van weemoedige zigeunerklanken en opzwepende Ierse gigs en reels bracht het publiek in vervoering.
Even kwam Django Rheinhardt om het hoekje kijken. De geest van wijlen Stéphane Grappelli werd opgewekt in die 2 violen. Beide virtuozen leken met hun strijkstokken soms de degens te kruisen. Het was genieten van hun grappen en grollen. In het laatste nummer hoorde je bv. de kraaien echt krassen. Dit was echte ‘wereldmuziek’ een festival zoals Labadoux waardig. No Crows: een naam om te onthouden… Ze verlieten het podium om plaats te maken voor hun eigen gastgroep:

Ishtar
Zangeres Soetkin Baptist werd begin dit jaar vervangen door twee zangeressen: Hannelore Muyllaert en Isabelle Dekeyser. Het was een lust voor het oor en … jawel, ook voor het oog! Dat vonden beide violisten van No Crows ook. Nadat het publiek werd vergast op zowel de bekende hits als enkele nieuwe nummers van Ishtar, kwamen de gastheren opnieuw het podium opgedarteld om met hun violen de zangeressen te charmeren. Een unieke combinatie die we hopelijk nog zullen zien!
In deze nieuwe bezetting is de Ishtar zeker een nieuw leven beschoren. We horen er zeker nog van.

The Levellers
Net zoals Labadoux blazen The Levellers in 2010 hun 22ste kaarsje uit! Opnieuw maakten ze hun reputatie als live band helemaal waar. De zaal zat –nee, stónd- afgeladen vol voor de muzikanten uit Brighton. De snoeiharde songs volgden elkaar op in een moordend tempo dat menig punkband jaloers zou maken. Na ruim twee decennia op het podium is Mark Chadwick nog steeds uitstekend bij stem. Jeremy Cunningham op bas, steelt de show, pogoënd met zijn meterslange dreads. Jon Sevink zorgt met zijn viool voor de folktune in de rockmuziek van de groep.
Wie hen voor de eerste keer zag, beleefde halfweg hun optreden plots een verrassing toen uit het niets een didgeridoospeler opdook. Stephen Boakes, (zie http://home.swipnet.se/~w-26367/boakes.htm), met een wit geschminkt gezicht en rode haren, lijkt zo uit Australië weggelopen. Met het 2 meter lange instrument op de grond rustend zien we een soort Engelse Aboriginal staan. Maar als hij de buis naar het tentzeil omhoog richt, lijkt alsof een voorhistorische mammoet zich klaar maakt om te chargeren. Indrukwekkend!
Vijf jaar geleden zetten de Levellers Labadoux al in vuur en vlam. We konden exclusief een kijkje nemen in het gastenboek en stelden vast dat de heren zich beide keren kostelijk geamuseerd hebben. The Levellers werden een hoogtepunt op de eerste avond van het 22ste Labadouxfestival…

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

De Kreuners

De Kreuners – Andes – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
Andes
Enkele behoorlijk jonge gasten op het podium die vrijwillig hun nummers in het Nederlands brengen, je moet het maar doen in deze tijd waar het Engels de hoofdtaal is.
Toch kunnen ze hun mannetje staan, de nummers die ze brengen hebben veel inhoud en zijn boeiend om naar te luisteren. Een mengeling van rock en pop laat de groep tot zijn recht komen. Het is niet gemakkelijk om voor een band als de Kreuners te spelen, maar toch hebben ze zich niet laten doen en hebben ze het publiek goed warm gekregen. Er waren behoorlijk wat mensen onder de indruk, en ze hebben mij ook kunnen overtuigen!

De Kreuners
De Kreuners kwamen naar het Depot om hun nieuwe cd voor te stellen. Toegegeven, de nieuwe cd is misschien minder sterk dan het vroegere werk. En toch staan er enkele nummers op die kunnen uitgroeien naar Kreuners ‘klassiekers’.
In het begin kwam de klemtoon op het nieuwe werk, afgewisseld met enkele oudere nummers.
In het tweede deel van het concert kwamen de classics naar boven: “Victoria”, “Layla”, “Ik dans wel met mezelf”, …
Ze speelden een goeie 20 nummers en stuurden iedereen tevreden naar huis. Het was de eerste keer dat ik ze zag … ik ging er naar toe om de nostalgische sfeer op te snuiven van toen ik jong was en leerde hen kennen via cd’s in de auto. De nostalgische sfeer leek eerder zoek, maar we zagen een erg levendige, actieve band!

Organisatie: Depot, Leuven

Grails

The Quest of the Holy Grails – Grails – een boeiende queeste

Geschreven door

De ongeïnspireerde start die Creature with the Atom Brain nam beloofde weinig goeds. Terwijl hun concerten in het verleden opgefleurd werden door het show-element dat ze middels hun opvallende outfits teweegbrachten, was er in Leuven geen afleiding voor de nogal flets gebrachte muziek te bespeuren. Al te vaak hoorden we clichématige seventies-rock die de spirit miste die we in het verleden wel al konden ontwaren tijdens hun live-sets. Slechts in de twee laatste songs hoorden we een lekkere groove maar toen was het kalf eigenlijk al lang verdronken. Het laatste nummer dat veelbelovend begon werd trouwens iets te lang gerekt om de spanningsboog strak te kunnen houden.

Na een verkwikkende pauze was het de beurt aan Grails, een groep die indruk maakte met hun eerste twee full-cd’s (‘The Burder of Hope’ en ‘Red Light’) die een mooie mengeling brachten van postrock en americana. De voorbije jaren wordt hun muziek gelardeerd met meer exotische, psychedelische en jazzy invloeden. Hun gevarieerde werk maakt het moeilijk om een voorbeeld te geven van een typische Grails-song, maar wij Belgen (althans tot nader order) verwijzen geïnteresseerden graag door naar “Belgian Wake-up Drill” zoals terug te vinden op de op plaat en CD gebundelde EP’s Black Tar Prophecies Vol's 1,2,&3’. Niet dat we ook maar enige clue hebben of we dat lied als een eerbetoon mogen beschouwen, maar bon, het is de dag van vandaag altijd troostrijk om te weten dat buitenlanders Belgen ooit nog voldoende de moeite waard beschouwden om in hun songtitels te vermelden.

De eerste minuten van hetgeen Grails woensdagavond bracht, deden erg denken aan Pink Floyd terwijl we ook af en toe wat Dire Straits hoorden doorklinken. Vanaf men echter gelijkenissen met deze of gene groep denkt te herkennen, gooien de vijf Amerikanen het over een andere boeg. Deze groep slaat graag vele zijpaden in, het muzikaal nieuwsgierige publiek wordt dus permanent op zijn wenken bediend want in tegenstelling tot vele andere postrock-bands is Grails allesbehalve vastgeroest in één strak afgebakend genre. Een gevarieerd doch subtiel opgebouwd nummer klonk alsof The Besnard Lakes neergestreken waren in de Labozaal van het Stuk. Ook Arcade Fire flitste even door ons hoofd toen men plots een intro door de boksen joeg die klonk als het pijporgel dat op ‘Neon Bible’ te horen valt. De te korte set (zo’n 40 minuten) werd besloten met een drumsolo waarbij de stevig aangeslagen cimbalen zowaar de basgitaar beroerden. Pure freejazz die beklemtoonde dat Grails niet vies is van een portie improvisatie.

Tot onze opluchting werden we getrakteerd op een bisronde maar ook die was niet van lange duur. Nadat er op piano en akoestische gitaar een soort interlude ingelast werd, gaf de volledige groep er nog een laatste keer een stevige lap op. Meteen een mooie afsluiter van een simpelweg degelijk optreden. Deze erg interessante groep zal nooit stadions doen vollopen maar in een kleine zaal verdienen ze zeker hun plaats. In uw platencollectie ook trouwens.

Organisatie: Stuk, Leuven

Nice Nice

Extra Wow

Geschreven door

 

Na Animal Collectieve, Fuck Buttons, Shy Child en Archie Bronson Outfit  is er nu uit Portland, Oregon Nice Nice, gecentraliseerd rond het duo Jason Buehler en Mark Shirazi. Ze brachten al enkele platen uit die onopgemerkt bleven, maar door de huidige instroom van de psyche rock / elektronica kunnen we niet meer om hen heen. Integendeel, deze stijl beleeft hoogdagen en het duo stelt ons op de proef met hun ‘post-everything’ geluid: postrock, psychedelica, noise, Indiase world, knetterende gitaren en repetitief opbouwende, intrigerende melodielijnen en bezwerende, opzwepende ritmes.
Het geheel klinkt heerlijk en geflipt door de elektronica, effectpedals en percussie. De band haalt invloeden aan van Pink Floyd, Spacemen 3 ( we mogen de cd’s van Sonic Boom Pete Kember en Jason Pierce terug van onder het stof halen), Spiritualised, Sonic Youth en de Indiase world van Eno – Byrne, Paul Weller en Afro Celt Soundsystem.
Al meteen zijn we onder de indruk van de opener “Set & setting”. En we fronsen de wenkbrauwen op de broeierige, rauwe noise elektronica van “One hit”. Een heerlijk, bedwelmende, zalvende, vettige, onverwoestbare en ziedende sound brengen de heren. Belletjes vliegen om de oren op de bezwerende trips van “A way we glow” en “Big Bounce” en op songs als “See waves” en “A vibration” zouden Eno - Byrne en Spacemen 3 jaloers op zijn.
Ook de finalereeks is er één om U tegen te zeggen … “A little love” – “Double head” – “Make it gold”, door z’n zalvende, relaxte, dromerige, bezwerende aanpak die ons in een ‘andere’, ‘betere’, ‘nieuwe’ wereld brengt en niet vies is van geestesverruimende middelen.
Je leest het, dit is eenvoudig weg een prachtplaat met talrijke variaties en behoorlijk uniek in z’n genre…

 

Massive Attack

Heligoland

Geschreven door

Samen met Portishead was het Britse Massive Attack één van de trendsetters midden de jaren ’90 van de triphopscène. De groep liet een tijdje op zich wachten om nieuw materiaal uit te brengen; ‘100th Window’ dateert al van 2003, maar de band onder spil Robert ‘3D’ Del Naja zat intussen niet stil, want na de tour in 2003-2004, verscheen er een ‘best of’ en waren er optredens op Pukkelpop en op de Lokerse Feesten. In het najaar van 2009 verscheen de EP waarop die sterke groovy tripdubbende song van Horace Andy als vocalist te horen is.
De nieuwe plaat staat bol van de guestvocalisten: Tunde Adebimpe (Tv on the radio), Guy Garvey (Elbow), Martina Topley-Bird (solo nu na Tricky), Hope Sandoval (ex Mazzy Star), Damon Albarn (Blur) en natuurlijk Horace Andy die met de meest zinnenprikkende songs gaan lopen is , want naast ‘Splitting the atom’ hebben we met “Girl I love you” het tweede puike Massive nummer door z’n broeierige intensiteit en opbouw.
De songs hebben een eigen unieke triphopstemming en zijn mooi uitgekiend en uitgebalanceerd in die duistere multigelaagde sound. “Paradise circus” klinkt zalvend door de pianoloops en strijkers en het uitgesponnen “Atlas Air” graaft als vanouds in het vertrouwde Massive Attack landschap van diep repetitief bezwerende, hitsige en stuwende gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. Tot slot keerde ook Daddy G naar het Massive front terug , wat we maar konden toejuichen.

Shy Child

Liquid Love

Geschreven door

Het NYse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums), kwamen drie jaar terug in de belangstelling met de cd ‘Noise won’t stop’, een avontuurlijk synth geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica.
De groep wordt alvast gegeerd binnen de Klaxons, The Rapture en Friendly Fires- middens, en nestelen zich naast een Late of the pier en Metronomy.
Het duo trekt de kaart van de toegankelijkheid op de opvolger en kan een doorbraak forceren naar een breder publiek en naar de ‘dansminded persons’. ‘Put your danceshoes on’ op de frisse, aanstekelijke deuntjes en beats van hun indie synth- en electropop; de zweverige duo zanglijnen maken het geheel nog wat leuker en aangenamer.
’Liquid Love’ is een vermakelijk plaatje waarbij de eerste songs “Disconnected“ en de titelsong de pijlers zijn voor de rest van de cd; de nummers overlappen elkaar een beetje en bieden weinig variëteit. Lekker in het gehoor liggend, met een referentie naar de ‘80’s electropop van Propaganda en kitsch van Erasure. Enkel de sfeervolle, dromerige afsluiter “Dark destiny” en het meer dan 7 min durende “Criss cross”, een opbouwende, bezwerende trip, tonen aan dat het duo veel meer in huis kan hebben en voldoende afwisseling bieden in z’n synthpop. Het is dan ook het prijsbeestje van de cd.
’Liquid Love’ is een goed plaatje, maar verrast niet, m.a.w. wat meer muzikale diversiteit en inventiviteit was op z’n plaats.

Winding Stairs

Everything

Geschreven door

De laatste jaren werd de alternatieve markt overspoeld met kwaliteitsplaten uit Scandinavië, ook al lag het accent eerder op electro en –synthpop.
Het debuutalbum van het duo Winding Stairs tapt echter uit een volledig ander vaatje.
Het zwaartepunt van deze release ligt echter op de schitterende stemkwaliteit van zangeres Lina Wedin die het best is te omschrijven als een perfecte kruising tussen Beth Gibbons (Portishead) en Harriet Wheeler (herinner u de heerlijke Sundays).
Als je deze plaat toch iets kan verwijten dan is het misschien alsof het lijkt dat deze groep twijfelt welke muzikale richting het uit wil.
Soms hoor je wat trip-hop (“Alibi”), soms ontegensprekelijke pop zoals alleen de Zweden het kunnen (“Shadow Stripes”) of op andere momenten neigt de neo-klassieke sfeer naar het vroegere werk van Tori Amos. Als het accent echter louter op Lina’s stem ligt dan zorgt Martin Wahlqvist (de andere helft van het duo) voor een minimalistische sfeer (gaande van een accordeondeuntje in de verte of een verloren Miles Davis-trompetje).
Het is dus inderdaad zo’n plaat geworden waarbij de details meer en meer bij elke luisterbeurt komen bovendrijven.
Het moet gezegd worden, deze Winding Stairs is ongetwijfeld een groep die op zoek is naar een eigen geluid, maar de kwaliteit is er ontegensprekelijk.

Surfer Blood

Astro Coast

Geschreven door

Een beetje te veel groepen willen naar onze goesting vandaag op Vampire Weekend lijken, maar voor Surfer Blood willen wij toch een beetje tijd vrijmaken. Omdat zij ook naar Pavement, The Modern Lovers, The Pixies, Weezer, My Morning Jacket en Band of Horses geluisterd hebben. En omdat zij puntige en frisse songs ineengeknutseld hebben. Daarom.
Elders zal men u misschien vertellen dat zij de mosterd zijn gaan halen bij The Beach Boys, maar laat u vooral niks wijsmaken, daar is nauwelijks iets van aan. Hun naam, afkomst en hun zomerse sound verwijzen natuurlijk wel naar de zonnige Californische stranden, maar Beach Boys it ain’t, gelukkig maar.
Dit is een avontuurlijk, optimistisch en fijn plaatje met exotische uitstapjes (Vampire Weekend, weet u wel) en hier en daar wat stekelige gitaartjes a la Pavement en soms zelf een beetje SonicYouth. Dit werkt aanstekelijk en smaakt naar meer.
Beloftevolle jonge band, zeg maar.

Fanshaw

Dark Eyes

Geschreven door

Gelukkig voor u en mij heeft de Canadese zangeres Olivia Fetherstonhaugh (spreek dat uit en hou dat in uw geheugen!) besloten om onder de artiestennaam Fanshaw de muziekwereld in te duiken.
Het heeft vijf jaar geduurd maar eindelijk is de cd klaar en het is misschien nog wat te vroeg om het woord ‘erkenning’ in de mond te nemen maar dit mag gerust geplaatst worden naast het beste wat de vrouwelijke pop tot nu toe dit jaar te bieden had, lees Lonelady en Polly Scattergood.
Vanaf de opener “Diana” smijt Fanshaw alle registers open en op bijna geheel akoestische wijze overtuigt ze de luisteraar van haar kunnen. Dit talent wordt verder ontplooit in prachtige sprookjespop (“Dark Eyes” herinnerde ons zo mooie aan het beste van Stina Nordenstamm), croonercountry (“Vegas” zou even goed van Tammy Wynette kunnen geweest zijn) of zelfs een beetje avant-garde is ook mogelijk want zo verwijst “O Sailor” overduidelijk naar de wereld van Kurt Weill.
Hoogtepunt is echter “Strong Hips”, een sterk synthpopdeuntje dat maar niet uit je hoofd te slaan is.
Dat Fanshaw zal moeten opboksen tegen de huidige zware concurrentie is een feit, of ze door haar talent zal worden opgemerkt is zoals bij zovele muzikanten de grote vraag maar wie 40 minuten wil genieten van iets zuiver moois kunnen we ‘Dark Eyes’ alleen maar aanraden.

Pagina 829 van 963