Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_20

We Were Promised Jetpacks

The last place you’ll look (Mini LP)

Geschreven door

Vorig jaar kwam het Schotse viertal We Were Promised Jetpacks helemaal uit het niets met hun overdonderende album ‘These Four Walls’ waaruit “Quiet little voices” een bescheiden indiehitje werd. De combinatie van de traditionele geluidsmuur, het grappige Schotse accent van zanger Adam Thompson, pakkende songs met diepgang en een uniek geluid veroorzaakten bij de pers over de Noordzee wederom een hype maar dit keer was het niet omdat ze niks anders hadden om over te schrijven maar wel omdat het hier om kwaliteit ging.
De muzikanten uit Edinburgh verdedigden deze commotie met een schitterende livereputatie , zo ook hier bij ons trouwens. Het grote probleem bij een fantastisch debuut is natuurlijk bewijzen dat je kwaliteiten niet beperkt blijven tot een tiental songs en daarom was het dan ook de grote vraag of ze hun magistraal geluid op deze mini-lp konden evenaren. Het antwoord hoor je vanaf de eerste tonen van opener “A far cry”.
We Were Promised Jetpacks klinken niet alleen meteen volwassener maar het deed ons meteen doen wegzwijmen zoals enkel de orkestrale pracht van Sophia dat kan.
Dit niveau wordt gedurende vijf songs lang volgehouden en dat doet ons enkel maar uitkijken naar de volgende full cd. Het is een cliché maar zo gaat het nu eenmaal: dit is een naam om te onthouden!

Holly Golightly & The Brokeoffs

Medicine County

Geschreven door

De naam Holly Golightly mag misschien als één of ander Tim Burton-karakter klinken maar deze Britse muzikante is in het muzikantenmilieu een klinkende naam.
Ze was al eerder te horen op platen van Billy Childish en natuurlijk The White Stripes maar met haar derde album ‘Medicine county’ trekt ze weer alle aandacht naar zich toe.
Als er zoiets bestaat als tijdsloze muziek dan behoort Holly Golighty zeker tot die lichting want reeds meteen bij opener “Forget it” wordt je door een wulpse divastem meegevoerd naar één of andere scene uit een donkere David Lynch-film.
Donker is wel het gepaste woord want bij meerdere nummers heb je het gevoel dat je in rokerigere bar beland bent waar ongure figuren je van kop tot teen bekijken.
Niet dat het allemaal zo serieus is want “I can’t lose” is een billenkletser van jewelste die neigt naar Dolly Parton, maar net als het allemaal teveel wordt krijg je een nummer als “Blood on the saddle” te horen (ja qua titelkeuzes kunnen ze er weg mee) dat herinneringen oproept aan het mooiste wat ooit Lee Hazzlewood en Nancy Sinatra hebben gedaan.
’Medicine county’ is zo’n klein pareltje dat je als ware muziekliefhebber eigenlijk eens zou moeten gehoord hebben ook al is de kans klein dat deze prachtplaat ooit de Belgische radioprogramma’s bereikt. Een aanrader voor al wie van niet alledaagse kwaliteitsmuziek houdt.

Polock

Getting down from the trees

Geschreven door

Indierock uit Spanje? Toegegeven, het klinkt niet echt als muziek in de oren maar sinds kort is er toch het een en ander aan het gebeuren in het zonnige Zuiden.
Niet in het minst door het nieuwe label Mushroom Pillow die met bands als We Are Standard (geproduceerd door Andy Gill van Gang Of Four) of  Delorean  (opgemerkt door The XX) het beste onder hun hoede hebben. Sinds kort mogen ze daar ook Polock (met 1 “l” want anders kom je bij een experimentele kunstenaar terecht) aan toevoegen.
De band wordt vaak in één adem genoemd met Two Door Cinema Club en Phoenix en dat is niet eens zo slecht bekeken. Polock maakt dansbare indiepop die duidelijk zijn mosterd gehaald heeft bij het latere New Order-materiaal en zulke invloeden werken altijd meer dan aanstekelijk. Op deze debuutcd krijg je 9 vrolijke tracks die een funky post-punkgeluid bezitten en het zou ons niets verbazen moest deze band, mits natuurlijk de nodige airplay op de radio, het nog gaan maken ook.
Inderdaad, indierock uit Spanje en het is nog goed ook!

Lize Accoe

Me Versatile Me

Geschreven door

Het bleek verdacht stil na haar zangcarrière met Delavega, maar de beloftevolle soulzangeres Lize Accoe nam de tijd te werken aan haar soloplaat ‘Me Versatile Me’. Het is een gevarieerde plaat geworden van sfeervolle broeierige soulpopsongs, die soms een flinke scheut funk’n’groove opgegoten krijgen, onder haar warme, bezwerende en emotievolle heldere vocals.
Ze werkte samen met Peter Revalk (remember Wizards Of Ooze) en mixer Steve Greenwell uit New-York. Ze verzamelde een weldegelijke band rond haar en bracht een uiterst evenwichtige plaat uit. Een breed instrumentarium, kleur gegeven door piano-toetsen, blazers en een indringende bas.
Fris aanstekelijk en dansbaar klinken “Don,’t believe” en “Reminisce”, die door de huppelende ritmes, ‘70’s toetsen en funkende swing op de dansspieren werken; “Bolder” krijgt een G Love & Special Sauce tempo/swing mee of ze geeft nummers meer ademruimte, als “Need some sleep” en “I will”, die rijk, subtiel en broeierig zijn.
Zij toont alvast solo aan een soulfenomeen in spé te zijn, die onderhuids Mary J. Blige, Macy Gray, Erykah Badu, Lauren Hill en Leela James naar de kroon steekt, met haar afwisselend materiaal, die de gedroomde doorbraak moet betekenen naar een breder publiek.
We waren onder de indruk van haar performance met uitgebreide band en backing vocalistes als support van Joss Stone, want ze maakte er een party & cocktailfeestje van !
”Enjoying music/life to its fullest”, voegt ze er aan toe  … dat is bij deze genoteerd …

Info op http://www.myspace.com/lizeaccoe

Muffler Men

EP

Geschreven door

Muffler Men is een kwartet uit Oost-Vlaanderen, die het houdt op de ‘90’s melodieuze grungerock van bands als Stone Temple Pilots, Alice In Chains en de subtiliteit toevoegen van een Foo Fighters, The Posies en QOSA. De drie songs op de EP “Every piece of you”, “Shiver” en “Killer on the loose” zijn leuke, broeierige snedige rockers, die oog hebben voor finesse en een broeierige spanning.
MM heeft wat in z’n mars en beschikt over heel wat rockcapaciteit.Bijgevolg smaakt dit duidelijk naar meer. Nu nog dat tikkeltje eigenheid en de spotlight kan terecht op hen worden geplaatst.

Info op http://www.myspace.com/mufflermen

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation – weerklank is groot, groter, grotesk …

Geschreven door

Het Ierse General Fiasco kreeg de rol van opwarmer opgeplakt, maar in hoeverre is dat nodig bij BBR... Het moet gezegd dat het trio zich enorm goed van z'n taak kweet en dat de indierock een frisse volwassen sound de zaal injoeg.Toen op het einde van hun set de zanger “First impression” aankondigde konden we besluiten dat de eerste kennismaking met hen voor herhaling vatbaar was.

De volgepakte Vooruit zweette en kreunde reeds van bij het startschot toen het Brusselse tweemansorkest Blackbox Revelation z'n eerste noten inzette. Openers “Run wild”, “Where has all this mess begun” en “Gravity blues” maakten meteen duidelijk dat dit een gewonnen match was. Het geluid stond hard maar goed en het uitzinnige publiek antwoordde met zo'n geestdrift dat Jan en Dries direct op hun élan verder gingen. De nieuwe plaat wordt volledig gespeeld afgewisseld met hun oudere nummers. De catchyness druipt eraf bij “High on a wire” maar even later wordt gas teruggenomen met “Sleep while moving” en “Our town has changed for years now”, een zeldzaam weloverwogen rustpunt in de set maar van korte duur...
Even later wordt het 'blik you songs' opengetrokken: “I think i like you”, “Do i know you” en “I don't want you” met daarbovenop “Set your head on fire”, stomende vettige bluesrock op Dilbeekse wijze met groeten aan de chefs.
Het enthousiasme en meezingen van Dries achter z'n drumkit en de inzet en gedrevenheid van Jan maken deze band zo uniek en sterk, maar ook door de eenvoud en hun naturelle flair.

In de bisronde werd gekozen voor “Love is on my mind”, “Never alone” en “Here comes the kick”, wederom diversiteit ten top van een band die nog steeds groeit en door hun komende buitenlandse opdrachten nog meer weerklank zullen krijgen buiten België en dat is gezien hun kunnen en ingesteldheid enkel toe te juichen!

Setlist: Run Wild, Where Has All This Mess Begun, Gravity Blues
High On A Wire, 5 O'Clock Turn Back The Time, Our Town Has Changed For Years Now, You Better Get In Touch With The Devil, You Gotta Me On My Knees, Sleep While Moving
Love Licks, I Think I Like You, Do I Know You, I Don't Want It, Set Your Head On Fire
Bis: Love, love is on my mind, Never Alone / Always Together, Here Come The Kick

Organisatie: Democrazy, Gent

Arid

Arid: ruwe bolster in een 'me & my melody' - verpakking

Geschreven door

Arid liet in 2008 terug van zich horen met ‘All things come in waves’. Na de eerder break, de solo uitstap van Jasper en het langdurig herstel van toxoplasmose, waren ze ‘alive & kicking’, behielden hun Vlaamse fans en wonnen zelfs zieltjes in Wallonië en Frankrijk.
De opvolger ’Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat het rockende aspect van de comeback in 2008 werd doorgezet. De melodieus emotievolle poprock en de weemoedige ballads kregen een flinke scheut venijnigheid en klonken rauwer en steviger; de toetsen namen een prominente rol in, zonder aan de melodielijn in te boeten en tot slot werden Jaspers vocale capriolen tot een minimum herleid. zijn. Er wordt zelfs meer de kaart getrokken van dubbele zanglijnen, wat een duidelijke meerwaarde is.

Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere, wordt live aangevuld door een bassist en een toetsenist en net als op plaat krijgen we een stevig eerste half uur, een puur rockende band, die z’n instrumenten laat spreken, “Something brighter”, “Broken dancer” en de single “Come on”. Ook “Tied to the hands” klinkt directer dan op plaat.
Steverlinck betrok de eerste rijen bij de nummers en leek het icoon van de ideale schoonzoon wat te zijn ontgroeid. Dan hadden we een Arid als vanouds met het gekende recept van een afwisselende, gevarieerde aanpak en emotionaliteit, de aanzwellende partijen van “All will wait” en de intens broeierige, spannende ‘emohitwonders’ “Too late tonight”, “You are” en “Believer”, die het hemelse, hoge en heldere stremgeluid van Jasper in de spotlight plaatste. De melodieuze finesse kwam centraal en was de aanzet om nog sfeervoller en intiemer te klinken met “Mindless”, waarin Jsper deels experimenteerde met pas opgenomen vocals als tweede stem, “Seven odd days”, die kleur kreeg door het pianospel, een sfeervolle “Little things of venom” door een diepe basstune en een bezwerende percussie, en tot slot een dromerig opbouwende “All that’s here”. De vaart was ietwat uit het optreden, maar liet ons lekker wegdromen in hun gevoelswereld … en deed de vrouwenhartjes sneller slaan. Jawel, Arid blijft nog steeds gegeerd door het vrouwendeel en werden hoedanook warm onthaald.
Na het ingetogen middendeel sleutelden de heren aan de volumeknop, wat een snedige “Customs of gold” en “Why do you run” opleverde. Avontuurlijker ging het eraan toe met “When it’s over” en “Life”, die elan had door Du Pré’s steelpedal en eindigde in een gitaarbrij. Arid liet z’n tanden zien waarbij de poprockende melodie verrassende en onverwachtse wendingen kon ondergaan.
De dromerige, broeierige opbouw, de subtiliteit en de onderhuidse spanning hoorden we in de veelzijdigheid van de bis met een sfeervolle “Me & my melodie”, “Words” en “If you go”, die telkens naar een mooie climax gingen. Tot slot speelde Jasper een ingehouden, sobere, breekbare “Lock & chain” op akoestische gitaar.

Arid is bezig aan een heuse clubtour, na de twee succesvolle optredens in de AB. Ze slagen in een goede act en présence, hebben een ruwe muzikale bolster en zorgen voor variatie in hun rock en balladvoer, waardoor ze de fans van het eerste uur niet verliezen, rockfanaten winnen en jongeren aantrekken.

Het Limburgse Roadburg en The Galacticos zijn muzikale broertjes van elkaar in die zin dat twee leden deel uitmaken van beide bands, zanger Siegfried Smeets van Roadburg speelt toetsen bij The Galacticos en zanger Thibaut Vaninbroukx van The Galacticos speelt gitaar bij Roadburg.
Roadburg stelt dromerige indiepop centraal en is bijgevolg eerder het donkere broertje. Live moest Roadburg eerst nog wat dreef komen, want de eerste songs waaronder de mooie psychedelische “Plenty of peace left” en “Peel me” gingen wat de mist in door de zwaar aangezette partijen en de ruwere (rommelig aandoende) aanpak. Vanaf “Heaven’s trash” klonk het kwintet evenwichtiger en kwamen de meeslepende, zweverige, sfeervol opbouwende indie kenmerken naar boven, met puike versies van “Don’t lose your luster” en “Instant flowers”, die het enthousiasme en de muzikale tristesse versmolten.
De band speelde leuke opwindende, catchy rock, maar moest af en toe iets bijstellen om de ganse tijd te boeien!

Organisatie: Democrazy, Gent

Editors

Editors - De best of setlist van Editors

Geschreven door

Wie de Britse Editors zijn dient geen verdere uitleg meer. Inmiddels is de band rond Tom Smith wereldbekend en werden ze reeds vergeleken met de groten uit de vorige eeuw. In het tweede luik van hun Europese tour deed Editors ook Luxemburg (Esch/Alzette) aan, en stelde de band er in de gezellige en van goede en kwalitatieve klankkast voorziene Rockhal hun derde ‘In This Light And On This Evening’ (2009) voor.

De titeltrack en plaatopener was meteen ook de openingssong van het concert. De subtiele bassound in de vocals die het nummer op de plaat een extra duistere en bombastische toets geeft, ging hier live jammer genoeg een beetje verloren, wat het nummer breekbaarder, en naar mijn indruk minder geslaagd maakte. Aansluitend werden “Lights” en “An End Has A Start” uit de gelijknamige plaat ingezet en de duizendtal fans, die zich uit alle hoeken van de naburige landen voor dit concert verzameld hadden, onthaalden de band met enthousiast handgeklap. Met hun laatste single “You Don’t Know Love” toonde Editors dat de nieuwe songs ook live tussen de meer gitaarrockende nummers uit de vorige platen stand hielden. Hun typerende melodieuze reverbsound hield het geheel bij mekaar en gitarist Chris Urbanowicz verwisselde tijdens de song moeiteloos zijn hoog gierende Rickenbacker gitaar (The Beatles!) met de vintage en moderne elektronica.
Editors verweef hun drie platen in een best of setlist en vuurde een pompend “Eat Raw Meat = Blood Drool”, “Blood”, “Escape The Nest”, een minder strak “Bullets”, “The Racing Rats” en “Munich” als een geoliede band op het publiek af. Na het fantastische “Smokers Outside The Hospital Doors” plande de band een gekunstelde break in, om na vijftal minuutjes het enthousiaste publiek hun honger naar meer te stillen. Smith begeleidde zichzelf op piano in de ballad “No Sound But The Wind” en bewees, met de ogen gesloten, wat voor een verbluffende zanger hij wel is.
De set bereikte naar het einde toe zijn hoogtepunt met “Bricks And Mortar” en de hitsingle “Papillon” waarbij Smith het publiek ongeveer letterlijk uit zijn handen liet eten. En omdat de songs uit de eerst plaat misschien live nog het best werken, stak de band als slotact zijn “Fingers In The Factories”, al dan niet die van de chocoladefabriek.

Muzikaal stond de band op scherp,de bandleden leken zich goed te vermaken, en ondanks de intieme warmte die de relatief kleine zaal bezat, gaf de band door het snelle tempo waarop de nummers werden losgelaten en het,buiten enkele merci beaucoup’s,weinige verbale contact dat Smith naar het publiek toeliet, de indruk dat ze na dit concert nog snel ergens moesten zijn. De contactarmoede van Smith straalde bij de hoogtepunten over naar de band die daardoor wat koel overkwam, maar dit buiten beschouwing gelaten stond Editors er in de Rockhal als een paal boven water, in ‘this light and on this evening’.

Als support bracht Editors het Britse Airship en I Like Trains mee. Het jonge Airship bracht catchy indierock songs die dicht in de buurt van bands als Snow Patrol kwamen, en bevatten alle elementen van een mogelijks grote band in wording.
Contrasterend met wat de avond te bieden had brachtende postrockers I Like Trains rust in het event met hun opbouwende, dromerige en gitaartokkelende nummers.

Setlist: In This Light And On This Evening – Lights – An End Has A Start – You Don’t Know Love – Bones – A Life As A Ghost – Eat Raw Meat = Blood Drool – Blood – Escape The Nest – Last Day – Bullets -  The Big Exit – The Racing Rats – Munich – Smokers Outside The Hospital Doors – Encore: No Sound But The Wind – Bricks And Mortar – Papillon – Fingers In The Factories

Organisatie: Rockhal, Luxemburg

Groezrock 2010 - Punk Rock Hardcore Festival

Ieder laatste weekend van april is Meerhout het walhalla voor iedere hardcore en punkrockfanaat. Het 2 daags Limburgs festival mocht opnieuw spreken van een topeditie want maar liefst meer dan 30000 toeschouwers vonden de weg naar dit gebeuren.Opvallend was de enorme aanwezigheid van buitenlandse festivalgangers die massaal de weg vonden naar de stoffige weide.

… het Groezrockweekend vanuit het beleven van Lode Vanneste …
Het meest gezellige podium waar misschien ook  het meest te beleven viel, was dit jaar de etnies-stage. Een band die er heel vroeg optrad, was In Fear and Faith uit San Diego, Californië. Deze zeskoppige emocore-formatie bracht vorig jaar met ‘Your world on fire’ een zeer straffe plaat uit en is vooral in de VS ongelooflijk populair. In juni 2010 komen ze met hun twee full album ‘Imperial’ op de proppen en ze zijn nu al een ellenlange tour bezig die ze deze zomer ook naar ‘The Vans Warped-tour’ brengt. De band lijkt hier nog niet zo bekend want de tent zat zeker niet vol en ook de reacties bij het publiek waren vrij lauw.
In Fear and Faith bracht sterke uitvoeringen van nummers als “Pirates.. the sequel”, “Your world on fire” en “The road to hell is paved with good intentions” maar ging hopeloos de mist in bij “Gangsta Paradise”, de cover van de Amerikaanse rapper Coolio. Dit laatste had veel te maken met de prestatie van zanger Scott Barnes die werkelijk zo vals als een kat zong. Toch is dit een band die we zeker in de gaten moeten houden.

Een van de absolute hoogtepunten van Groezrock 2010 was zonder twijfel het optreden van Defeater. Toen we deze band vorig jaar op het Dourfestival zagen, waren ze nog volstrekt onbekend. In een jaar tijd en na de release van een briljante EP (voor ondergetekende nu al met voorsprong dé schijf van 2010) is dat nu wel anders. Defeater speelt zeer een moderne en emotionele versie van hardcore en bouwt hun gelaagde muziek zeer vakkundig op. Het vijftal uit Boston startte de set met “The Red White and Blues” en meteen stond de hele tent in lichterlaaie. De vele fans zongen luidkeels alle teksten mee en het aantal stage divers was niet op twee handen te tellen. Daarna passeerden o.a. nog “Blessed Burden”, “All went Quiet” en “Cowardice” de revue. Opvallend was dat zanger Derek amper zelf zong en vooral de fans liet meezingen. Een gesprekje met hem na de show leerde ons dat hij dit bewust doet, de man is nl een zware astma-lijder en hij probeerde zijn stem wat te sparen voor de rest van de Europese tournee.
Toen Defeater het podium na een halfuurtje verliet, scandeerden de fans ‘one more song’, waarna de band terugkeerde, aan een nieuw nummer begon en de versterkers het plots begaven...  Een onwaarschijnlijk einde van een onwaarschijnlijke show.  We zijn benieuwd hoe groot Defeater de volgende keer al zal zijn wanneer ze terugkeren ...

De jonge honden van Steak Number Eight waren ook van de partij op Groezrock. St8 was op dit festival met hun rauwe postcore een beetje een vreemde eend in de bijt en dat verklaarde misschien de geringe opkomst die er was tijdens hun show. De West-Vlamingen trapten zoals steeds af met het indrukwekkende “The Sea is Dying” waarna nog een viertal songs uit hun debuutalbum ‘When the Candle dies out’ volgden. De groep bracht ook nog twee nieuwe nummers waaronder “The Perpetual” die het beste laten vermoeden voor het nieuwe album. Die cd is normaal voorzien  rond deze zomer, maar zanger Brent Vanneste liet ons weten dat de release ervan waarschijnlijk iets later zal zijn.

Een volgende Vlaamse band was Rise and Fall uit Gent. Met enkele nummers uit hun laatste ijzersterke cd ‘The Circle is Vicious’ en oudere songs als “The Noose” en “Bottom Feeder” raasden ze als een tornado doorheen de etnies-tent. Zowat alle toeschouwers gingen compleet uit hun dak en de vele stage divers zorgden voor een waar slagveld, het ging zelfs zover dat er voor onze ogen een jonge fan na een ongelukkige val knock out ging en z’n Groezrock afgesloten zag op de brancard van het Rode Kruis. Verder viel op dat zanger Bjorn Dossche een ongelooflijke strot heeft maar een echt charismatische persoonlijkheid kun je hem bezwaarlijk noemen.  Slechts heel zelden liet hij de vele kids meezingen in z’n micro. Een enkeling kreeg het zelfs zo op zijn heupen dat hij de micro dan maar uit de handen van de zanger trok, een hardhandige verwijdering door een viertal krachtpatsers van de security was zijn deel...

Een absoluut hoogtepunt voor de vele metalcorefans was ongetwijfeld het optreden van Born From Pain. Met Igor Wouters (ex-Backfire!) als nieuwe drummer zorgde de band  voor een ongelooflijk hardcorefestijn. De vele fans  zongen uit volle borst mee tijdens hits als ‘Sound of Survival’, “The New Hate”, “Sons of a Dying World”, “Stop at Nothing”en “Rise or Die”. Zanger Rob Franssen zweepte het publiek voortdurend op en vroeg meerdere keren om een circle pit te vormen, een verzoek waar de meeste aanwezigen gretig op ingingen. Born From Pain kwam, zag en overwon!

… vanuit het beleven van John Van De Putte - zaterdag 24 april 2010
Wij gingen de zaterdag op pad en checkten in de namiddag her en der wat nieuwe acts uit om even later ons vooropgestelde lijstje te volgen.
Eerste serieus aangestipte band was het Gentse Rise And Fall. Dit combo rond frontman Bjorn Dossche mag gezien worden als één van de vaandeldragers van de huidige nationale hardcorescène. Dat was ook te merken aan de belangstelling want de Etnies stage zat bomvol. De energieke band opende meteen furieus en zou slechts af en toe wat gas terug nemen. Met inmiddels 3 albums op de teller timmert dit kwartet ook in het buitenland naarstig aan hun weg.
Hun recentste album ‘Our circle is vicious’ kreeg alweer lovende comments en resulteerde in tournees van de States tot Australië. Opvallend veel aanhangers kenden de teksten en dat resulteerde in massa's sfeer, singalongs en stagedivers. Afsluiters “Clawing” en “ Forkued tongs” waren de apotheose van een moddervette set.

Slechts voor de 3de maal ooit stond het Canadese Sum 41 op Belgische grond en het was reeds een tijdje stil rond hen, meteen een ideale reden om hen eens aan de tand te voelen. Met hits “Hell song” en “Over my head” braken deze poppunkers wereldwijd door een 10 tal jaar geleden. Maar het ging ook snel bergaf en na enkele personeelswissels en andere interesses van de bandleden bleef de band de laatste jaren maar wat aanmodderen. Maar nu er deze zomer een nieuwe schijf uitkomt, lijken ze helemaal terug en hun energieke performance hier op de mainstage was alvast een aardig voorsmaakje al werden maar enkele nieuws tracks uitgetest. Het publiek kon het wel smaken en zong luidkeels mee op “Into deep” en “Motivation”, er was misschien wel iets te veel interactie met het publiek en de Stones cover “Paint it black” was niet direct de beste keuze maar globaal gezien was deze doortocht enorm geslaagd te noemen.
Afsluiter en lijflied “ Fat lip” zorgde voor dolle taferelen rond de mainstage en zanger Derrich Whipley bewees nog steeds een eersteklas entertainer te zijn

In de middelgrote 'Eastpak stage' tent verscheen The Bronx ten tonele. De trashrockcore doorspekt met 70's punk van deze 'oude rockers' staat live als een huis met een hoofdrol voor schreeuwerige frontman Matt Caughtran. Het geluid stond opeens hard, heel hard, je werd bijna letterlijk van je sokken geblazen. Na hun laatste experimentele langspeler die met gemengde gevoelens werd onthaald was dit weer de oude getrouwe band die we willen aan het werk horen.

Op het hoofdpodium werd AFI aangekondigd. Dit Amerikaans gezeldschap is reeds zo'n 20 jaar on the road en hebben de verschillende stijlwisselingen in de punkrock/hardcore opgenomen in hun huidige sound die vooral oldskool klinkt. Met reeds 8 albums op hun palmares is de veelzijdigheid tijdens hun show dan ook alom tegenwoordig, soms hard dan ingetogen maar vooral veel rock’n’roll en spelvreugde siert deze band die altijd waar voor z'n geld geeft. Favorieten “Miss murder” en “ Girl's not grey” worden goed onthaald en een aardig volgelopen tent kan het wel smaken, toch loopt de tent naderhand leeg want …

op de Eastpak stage start één van de populairste bands van het moment aan hun set: Parkway Drive. Doorheen de dag konden we al aan de enorme hoeveelheid rode shirts zien voor welke band een groot deel van het publiek gekomen was. De Aussies die de voorbije jaren reeds een goede beurt maakten op Graspop, IeperFest en Groezrock hadden er zin in en hun enthousiasme sloeg meteen over op de volledige tent. Mosh- en circlepits waren schering en inslag en frontman Winston Mccall was de ideale 'dirigent' om alle festiviteiten in 'goede' banen te leiden. De heavy metalcore klonk meedogenloos hard en een resem tracks uit hun albums “Killing with a smile” en “Horizons” passeerden de revue, ook enkele nieuwe nummers kregen een plaatstje in de setlist.Na een uur konden we dan ook besluiten dat dit één van de hoogtepunten was van de dag.

Pennywise hoeft weinig introductie... Of toch... want vorig jaar verliet originele frontman Jim Lindberg de band, Jim tot dan reeds 20 jaar lang de zanger van de band werd vervangen door niet zomaar de éérste de beste: Zoli Teglas van die andere topband Ignite nam de mic over. Benieuwd zoals vele anderen stroomt de tent bomvol om te zien hoe ' new look' Pennywise zal klinken. De Westcoast punkrockers wisselen van meet af aan oudere klassiekers af met singles uit hun recentere cd's: “Homesick”, “Peaceful day” en “Fuck authority” zijn slechts enkele tracks die massaal meegezongen worden. Zoli zingt alsof z'n leven ervanaf hangt en we moeten eerlijk concluderen dit klinkt enorm... Pennywise!
De snelle punkrock met melodische zang die sinds 1988 door hen gebracht wordt is tijdloos en levert hen al jaren een plaatsjes bij de groten van het genre op. Bij “Bro Hymn” gaat het dak eraf en besluiten we dat dit Groezrock af was zowel qua affiche als organisatorisch!Meer van dat!

Organisatie: Groezrock, Meerhout

Crystal Castles

Crystal Castles: weirde en wilde electroclash!

Geschreven door

Wat een gekte en show zagen en hoorden we van het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike) uit Toronto. Crystal Castles klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt. Maar we mogen op de nieuwe plaat uitstapjes verwachten naar dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop à la Vive la Fête.
Het duo, niet zozeer de meest sociaal actieve, kwam met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples. Energieke livesets op Pukkelpop, Dour en in de AB Club deed het duo onderscheiden, die live aangevuld worden door een drummer.

Live werden we letterlijk meegezogen in de electro ‘onder’wereld van het trio. Pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screams en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal ergens bleef hangen bij een Rolo Tomassi. De zang moest opboksen tegen de instrumenten, die beiden schreeuwden en beukten om het hardst, in een hallucinant decor van stroboscoops en sobere spotlights. Kortom, het trio haalde alles uit de kas om het door de elektronische mallemolen te draaien. En frontdame Alicia gaf de indruk haar weekenddagje vrij te hebben van een verblijf in de plaatselijke ontwenningskliniek, er eens voor het volle pond te gaan en in het publiek te zweven.
Het publiek ging totaal loos op de elektronicasalvo’s en -gefreak. De nieuwe songs gaven een beetje meer kleur tav hun doorgeslagen tsunami-electrovoer. De eerste nummers, de nieuwe “Fainting spell” en “Baptism”, toonden meteen die bredere elektronicalaag en waren de warming up voor wat volgde. Op “Courtship dating” werd het tempo verhoogd en was het hek helemaal van de dam. De zangeres hotste heen en weer en sprong op de drums om dan tot slot te eindigen in het publiek. In de chaotische brij bleven we eventjes verdwaasd achter. “Insecta” en “Doe deer” sloten goed aan. “Celestica” begon met dromerige, zalvende beats, maar ontspoorde algauw door de krachtige elektrobeats en noise erupties. “Crime wave” en “Reckless” waren binnen dit weirde concept nog de meest toegankelijke en zorgden voor wat ademruimte. Soms deden ze me hier zelfs denken aan het tien jaar oude “Blue” single succes van Eiffel.
Maar daarna was het bloem-klatsch-patat. Iedereen werd wild van “Air war” en de instant klassieker “Alice practise”. Tot slot drongen de dreunende, repeterende beats van “Intimate” en “Black panther” in elke zenuwbaan. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar. Zelfs de PA man was niet meer te houden …

De nummers volgden elkaar in een onnavolgbaar tempo op. Ondanks het feit dat vele songs meer-van-hetzelfde zijn, en eigenlijk 1 concept vormen , probeert het Canadese duo, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Velen beleefden hun dansavondje sinds jaren, anderen hadden het nakijken. Verbluffend! Mooi meegenomen dus!

Het Franse Team Ghost leunde aan de shoegaze en dromerige slowcore van Slowdive, Pale Saints, Loop, Ride, het dromerige Cocteau Twins, My Bloody Valentine en de early indie van Galaxie 500 en Kitchens Of Distinction.
De eerste songs konden ons nog niet meteen boeien, maar het tweede deel had nét dat broeierige karakter, repeterend opbouwende gitaarlagen en aanzwellend krachtiger voer. Niet voor niks had de zanger een t-shirt van ‘shoegazer’.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 831 van 963