logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Deadletter-2026...

White Rabbits

It’s frightening

Geschreven door

Het NYse White Rabbits verrast aangenaam met de tweede cd ‘It’s frightening’, opvolger van ‘Fort Nightly’. We zijn onder de indruk van de geraffineerde, fijne en frisse indierock van het sextet; de songs hebben stuwende, smaakvolle en dromerig relaxte ritmes. De cd bevat tien evenwichtige songs die leuke wendingen ondergaan en op die manier telkens boeiend en inspirerend klinken. De songs winnen per beluistering aan zeggingskracht. ‘It’s frightening’ werd trouwens geproduceerd door Spoonlid Britt Daniel.
Ze overtuigen meteen met “Percussion gun” en “Rudie fails”. Eigenlijk vinden we geen enkel zwak nummer terug, want één voor één zijn het broeierige composities, die soms wat krachtiger zijn en een fris tintelende indruk nalaten, waaronder “They done wrong/we done wrong”, “Right where they left” en “The lady vanishes”. “Company I keep”, “The salesman tramp life” en “Midnight and I” klinken intenser. “Leave it at the door” besluit op erg intieme wijze de leuke plaat. Tav geestesgenoten Yeasayer en Vampire Weekend hebben ze nog geen cultstatus ontwikkeld; ze laten het multiculturele achterwege en streven een eenvoudig verrassend popgevoel na.

Blood Red Shoes

Fire like this

Geschreven door

Het sympathieke man- meisje duo Blood Red Shoes, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar) trekken de veters op de tweede cd ‘Fire like this’, opvolger van het schitterende debuut ‘Box of secrets’ (btw op 2 in m’n persoonlijke top in 2008!), nog strakker toe. Ze doen verder waar ze al goed in waren, nl. op speels, ongedwongen wijze uiterst genietbare, onstuimige, opwindende en gecontroleerd, harmonieus beklijvende gitaarsongs toveren. Het is aangenaam luisteren, genieten, dansen en springen op de snedig, gebalde riffs en opzwepende drums. Blood Red Shoes heeft hun nummers de energie, de hooks en power en de ritmes huppelen en dartelen om je heen, bouwen de song op en exploderen, onstuimig, beheerst en doordacht.
De songs klinken wel iets breder en hebben meer diepgang; “When we wake” (glansrol voor Laura-May) en “Count me out” zijn sterke voorbeelden hiervan. We zijn alvast vol lof en bewondering van wat het duo uit de kas haalt met hun aanstekelijke songs; de eerste songs zijn al van een prima klasse, “Don’t ask”, “Light it up” en “It’s happening again”. En ook in het tweede deel van de cd houden ze het tempo hoog met hevige, vaardige en snelle nummers als “Heartsink”. Een full-on rockband heet zoiets. Enkel “Follow the lines” en ten dele “One more empty chair” vallen binnen de BRS dynamiek wat uit de boot. Maar niet getreurd, met het zeven minuten durende “Colours fade” besluiten ze en bieden ze een schitterende ‘closing final’, waarin live nog eens alle duivels worden ontbonden … een heerlijke wind feedbackgeraas waait over.
’Fire like this’ is opnieuw een prima plaatje met tien voltreffers. Jawel bij Blood Red Shoes kunnen gerust The Pretenders, Magnapop en The Breeders aan tafel schuiven voor een leuk rock’n’roll onderonsje …

Tunng

… And then we saw the land

Geschreven door

Als er toch zoiets zou bestaan als een ultiem lenteplaatje dan zou het best kunnen dat deze dit jaar overhandigd wordt aan de Britse band Tunng. Niet dat alles zomaar van een leien dakje liep want toen één van de sleutelfiguren (Sam Genders) besloot om de groep te verlaten, bleef het lang onzeker of deze folktronicahelden dit ooit nog zouden te boven komen.
Niet getreurd echter, want met hun vierde wapenfeit komen ze sterker uit de hoek dan de meeste fans verwacht hadden, ook al zullen sommige zich misschien storen aan het hoog poppy-gehalte van deze plaat.
Tunng was geruime tijd met Tinariwen op toer en zij lieten zich daar dan ook behoorlijk door inspireren, niet dat deze ‘...And then we saw the land’ een plaat met wereldmuziek is geworden maar de term folktronica is niet meer op zijn plaats, dus houden we het maar op indie. Je zou deze aangename plaat het best kunnen omschrijven als een hippieversie van Belle & Sebastian.
Alles is zeemzoet tot op het bot, ook al zitten onze Britse vrienden er niet om verlegen om nogal wat ongewone geluidjes (een voorbij wandelende toerist, een blazersectie die je alleen bij klassieke componisten verwacht, ...) in hun indiefolkriedeltjes op te nemen.
Het resultaat is een meer dan geslaagde plaat die je misschien niet vooraan in je collectie zal plaatsen maar het is wel...tja...een zeer fijn lenteplaatje!

Solex

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie

Geschreven door

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie
Solex vs Cristina Martinez + Jon Spencer
Dat Jon Spencer een bezige bij is wisten we al langer dan vandaag. De man heeft nog maar net een Europese toer met Heavy Trash achter de rug en hij komt al op de proppen met nieuw werk. De inspirator van dienst was deze keer Solex aka Elisabeth Esselink.
Het indiesprookje van het meisje uit Delft dat in haar platenwinkel oude verloren geluiden via een 8 track-recorder omtoverde in geniale electropopdeuntjes met een experimentele inslag is je ondertussen misschien al bekend. Jon Spencer (Pussy Galore, The Jon Spencer Blues Explosion, recent Heavy Trash) hoeven we niemand meer voor te stellen. De wondermooie Cristina Martinez is niet alleen in het dagelijkse leven mevrouw Jon Spencer, maar ze is ook de frontvrouw van die andere indierocklegende Boss Hog.
Op dezelfde manier zoals ze zelf haar eigen muziekjes samenstelde, realiseerde Solex in een aanzienlijke periode van een paar jaar dit klein meesterwerkje. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat artiesten die blijkbaar niks met elkaar te maken hebben besluiten om samen te werken. Het verrassende aan dit samenwerkingsverband is dat deze CD geen verzameling geworden is van oersaaie overbodige remixes. Integendeel. Jon Spencer is een artiest die van veel markten thuis is, maar door de innoverende inbreng van Solex blijkt er alweer een nieuwe dimensie in de rijke carrière van de man te zijn aangebroken.
De luisteraar hoeft niet te vrezen dat de bezieler van de ‘Bloo-ze Explosion’ verloren dreigt te lopen in een verzameling van elektronische beats, want eigenlijk kun je deze CD het best linken aan de sfeer van B-films uit de jaren ‘50. Soms zou je verwachten dat er elk moment een weerwolfgedrocht uit je speakers kan kruipen, maar de luisteraar kan gerust zijn: het is Jon Spencer maar, al lijkt het erop dat hij al zijn innerlijke duivels loslaat. Het vrouwelijke gezelschap van Elizabeth en Cristina staat Jon geenszins slecht want terwijl de bluesrocklegende klinkt als een monsterachtige bariton, is het net alsof de vrouwtjes de opdracht hebben gekregen om de engeltjes van dienst te zijn.
’Amsterdam Throw Down King Street Showdown’ (leer dat van buiten!) is een zeer gevarieerde CD geworden. Ook al klinkt opener “Bon Bon” als een rommelig nummertje dat verdomd veel lijkt op een verloren gewaand Blues Explosion-nummertje, dan wordt de luisteraar al vlug verwend met een nummer als “Galaxy Man” dat zowaar de sfeer bezit van een psychedelisch Hawkwind-nummer. “R is for R-ding” zou kunnen doorgaan als een Air-bewerking, terwijl een song als “The Uppercut” lekker ouderwets klinkt omwille van de Moog. Dan heb je nog zoiets als “Appie” waarop Jon verduiveld veel lijkt op het evenbeeld van Mark E. Smith (hopelijk voor hem alleen vocaal) terwijl de meisjes als een reïncarnatie van The Supremes klinken. Het absolute hoogtepunt van deze CD is echter “Don’t hold back” dat niet zou misstaan op de soundtrack van Vampiros Lesbos.
Wie dacht dat het liedje van Jon Spencer reeds lang uitgezongen was, heeft duidelijk geen rekening gehouden met de plannen van Solex! Een tip? Wat dacht je?

The 11 th Hour

Burden Of Grief

Geschreven door

Na het passende opzoekingswerk kwam ik te weten dat de 11th Hour het soloproject is van Ed Warby, een Nederlander die we kennen van bands als Gorefest en Hail Of Bullets. Deze heer heeft het debuutalbum van dit project de naam ‘Burden Of Grief’ meegegeven.
Ja, deze Ed Warby heeft duidelijk genoeg werk gestoken in zijn album. Enerzijds heeft hij zo’n beetje alle instrumenten ingespeeld, behalve de grunts die soms eens passeren. Deze zijn verzorgd door een zekere Rogga Johnnson (bekend van o.a. Edge Of Sanity, Paganizer, Demiurg). Anderszijds is hij er in geslaagd om zes pakkende Doom songs af te leveren.
Er is gekozen voor een zwaar en donker geluid, wat toch wel een must is bij dit soort muziek.
De cleane zang van Ed Warby wordt op passende wijze afgewisseld door de grunts van Rogga Johnnson, al heb ik toch de voorkeur voor deze laatste. Ik vind de zang van Warby nu niet bepaald super, maar dit kan in smaken liggen.
Over de muziek zelf heb ik niet zo veel te zeggen. Het zijn stuk voor stuk prima Doom Metalnummers die zeker in de smaak zullen vallen bij de gemiddelde liefhebber van dit genre. Verwacht niets baanbrekends, maar verwacht ook geen slechte ‘Wannabe’ Doom Metalplaat. Voor mij is dit een meer dan geslaagd album waar ik met genoegen naar geluisterd heb, ik verwacht van andere Doom Metalliefhebbers hetzelfde.

John Hiatt

The open road

Geschreven door

Met de regelmaat van de klok maakt goeie ouwe songsmid John Hiatt (58 is ie ondertussen al) zo om de twee jaar een nieuwe plaat. De laatste jaren waren zijn werkstukjes zeer degelijk, doch niet onvergetelijk. Voor de betere Hiatt platen moeten we toch al terug naar de periode 1983 tot 1993 (‘Riding with the king’ tot ‘Perfectly good guitar’ en alles wat daar tussenin zat), maar zijn nieuwe komt weer aardig in de buurt.
Met ‘The open road’ betreedt hij geregeld de paden van de blues en dat ligt hem. Het levert een werkelijk schitterende bluessong als “Like a freigth train” op, een nummer waarop hij de eenzame hoogten haalt van het absolute meesterwerk ‘Bring the family’.
Met Doug Lancio heeft Hiatt een knappe gitarist in huis die aardig overweg kan met de slide gitaar en hiermee behoorlijk zijn stempel drukt op de hele plaat. Fijne rockers als “My baby” en “What kind of man” worden op die manier door een bedrijvige Lancio lekker voort gestuwd.
Rustiger gaat het er aan toe in de onvermijdelijke typische Hiatt ballads “Homeland” en “Fireball roberts”, zeer herkenbaar maar ook heel mooi.
‘The Open Road’ is gewoon een oerdegelijk John Hiatt album geworden , wat wil zeggen dat er aan de hoge verwachtingen voldaan is en dat springerige Arctic Monkeys of Yeah Yeah Yeahs fans het ding niet echt zullen aanschaffen. John Hiatt is immers zo hip als een baal stro.

Titus Andronicus

Monitor

Geschreven door

Als Bruce Springsteen wat meer aan de Guinness zou zitten en zijn inmiddels seniele E Street Band zou vervangen door een bende jonge punks, dan zou het resultaat waarschijnlijk klinken als deze nieuwe plaat van Titus Andronicus. De band zit mee in het clubje van The Hold Steady en The Gaslight Anthem, ook twee frisse rockgroepen die de energie van Springsteen overgenomen hebben maar niet de pathos.
Daar waar de debuutplaat ‘The airing of grievances’ nog een rauwe punk kopstoot was, is ‘Monitor’ een stuk breder en ambitieuzer opgevat. Die gasten hebben er geen probleem mee om strijkers, blazers, fiddles, een piano en zelfs een doedelzak (jawel, een doedelzak!) in hun powervolle sound binnen te loodsen (The Pogues en Flogging Molly hangen geregeld in de buurt) en de nummers stijgen in een viertal gevallen boven de zeven minuten uit. Afsluiter “The battle of Hampton Roads” steekt hierin met zijn volle 14 minuten de hoofdvogel af, en ’t is een verdomde motherfucker van een song. Vaak wordt het geweer in één en dezelfde song van schouder gewisseld, in “A pot in which to piss” en “Four score and seven” (allebei kanjers van meer dan zeven minuten) levert dit telkens een knap staaltje strijdlustige, gebalde en emotievolle rock op. Punk en dramatiek gaan hand in hand bij Titus Andronicus, en dat is maar weinig bands gegeven. We vinden er toch wel eentje, The Replacements, de vergelijkingen met Paul Westerberg’s groep zijn dan ook niet uit de lucht gegrepen.
Qua strijdvaardige punk menen wij ook een snuif Stiff Little Fingers te herkennen. U merkt het, ’t zijn alleen maar goeie dingen die ons voor de geest komen. Geweldige plaat.

Arid

Under the cold street lights

Geschreven door

Het Gentse Arid gaf in 2008 nieuw teken van leven met de cd ‘All things come in waves’. Na de succesvolle eerste twee platen ‘Little things of Venom’ (’99) en ‘All is quiet now’ (‘02) nam de band een break, maakte Jasper een solo uitstap, maar werd ook genekt en moest langdurig herstellen van toxoplasmose.
Ondanks het feit dat de vorige cd weinig nieuws onder de zon bracht en een goede afwisseling bood van poprock en ballads, gedragen door Jasper’s vocale capriolen, behielden ze de Vlaamse fans en wonnen zieltjes in Wallonië en Frankrijk. De band werd in ieders armen gesloten; het werd een happy return aan het muzikale front dus.
Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere verbaast nu toch wel met hun vierde plaat. ‘Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat hun derde cd een handig tussendoortje werd. Inderdaad het is een meesterlijke nieuwe plaat, een forse stap voorwaarts in hun oeuvre, zoals het al eerder moest zijn. De sound is steviger, venijniger, smeriger en grauwer, zonder aan melodie in te boeten; de songs hebben een onderhuidse spanning, zijn intens broeierig, slepend, gedreven en het ballad gehalte is tot een minimum herleid. Ook de toetsen krijgen een prominente rol en de dubbele zanglijnen betekenen een meerwaarde. Opener “Flood” zet meteen de nieuwe toon van Arid; “Come on”, “All that’s here is all that’s left” en “Custom gold” zijn snedige rockers. “Seven odd years” en “Mindless” zijn Aridsongs als vanouds. En op “Broken dancer” hoor je Arid in z’n meest alternatieve vorm. Variatie en veelzijdigheid troef dus, wat zorgt dat het een erg overtuigende cd is geworden.

The Sonics

The Sonics: rock’n’roll spirit op pensioengerechtigde leeftijd!

Geschreven door

Openen voor The Sonics, het zal een droom blijven voor menig garagebandje. Die eer viel te beurt aan The Wrong, een soort Gentse supergroep met leden die hun sporen verdienden bij o.a. Soapstone, 50 Ft Combo en Secret Agent Men. Met zijn zessen produceerden ze een perfecte sixtiessound, gedomineerd door het Farfisa-orgeltje van Francis Wildemeersch. Het klonk nogal braaf, zeker in vergelijking met The Sonics later, maar het hoeft niet altijd even wild te zijn. Maar de boel evenwel werd serieus verkloot door de zangers Tom en Stef Derie, die zichzelf oneindig grappig vonden, en door hun geëmmer de vaart er volledig uithaalden. Tijdens de Gentse Feesten zullen deze heren zonder twijfel menig café op stelten weten te zetten, hier bleek het toch een gemiste kans.

Het belang van The Sonics kan moeilijk overschat worden. De groep uit Tacoma, Washington wordt door talloze bands, zoals The Stooges, The Cramps, Nirvana en The White Stripes op handen gedragen en een fuif met een beetje rock-'n’-roll spirit heeft nog steeds "Psycho" op de playlist staan. Toch blijft het verhaal van The Sonics nogal bizar. In hun korte bestaan, tussen '63 en '67, maakten ze twee prachtige LP's, maar het succes bleef uit. De tijd was toen duidelijk nog niet rijp voor dergelijke rauwe garagerock. Daarna volgde de grote stilte, een eenmalige reünie in '72 niet te na gesproken, tot ze in 2007 gevraagd worden op Cavestomp!, een garagerockfestival in New York. Sindsdien is de groep opnieuw bij elkaar met nog drie originele leden : Gerry Roslie (orgel, piano en lead vocals), Larry Parypa (gitaar) en Rob Lind (sax), die intussen allen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Samen met Ricky Johnson (drums) en Freddie Dennis (bas) lukt nu wel wat in de jaren '60 niet kon : optreden in New York en toeren door Europa, wat hen in 2008 al eens naar België (Sjock Gierle) bracht.

Men kan veel aanmerken op het concert van The Sonics in de Handelsbeurs. Zo duurde het een tijdje vooraleer de klank een beetje goed zat, de eerste twee nummers moesten we het zelfs stellen zonder de cruciale sax. Gitarist Larry Parypa bleef op een gegeven moment minuten lang prutsen om zijn gitaar gestemd te krijgen. De paar nieuwe songs waren immense draken en op een fout meer of minder werd niet gekeken (maar dat laatste hoeft niet noodzakelijk een nadeel te zijn in de garagerock).
Ondanks dat alles zagen we toch een spetterende show die weer dagen zal blijven nazinderen. Het blijft verbazen hoe snedig deze gepensioneerden nog klinken. The Sonics scheurden als een bende jonge honden door een rits tijdloze nummers als "Cinderella", "Have love will travel", "Boss Hoss", "Strychnine", "Psycho" of "The Witch" en slaagden er zelfs in om het doodgecoverde "Louie Louie" nieuw leven in te blazen. De nieuwe bassist, die door mijn buurman niet onbegrijpelijk verward werd met Susan Boyle, bleek een echte aanwinst. Met een stem die nog een stuk rauwer leek dan die van Little Richard, huilde hij zich door een handvol pure rock-'n’-roll songs waaronder "Lucille".


Misschien hing er wat minder magie in de lucht dan twee jaar geleden in Gierle, toch kan ik nu al met zekerheid zeggen dat dit één van de hoogtepunten van 2010 zal zijn. En stelt het me enigszins gerust dat het leven na je 65ste niet noodzakelijk hoeft te stoppen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Admiral Freebee

10 Jaar Admiral Freebee - Gretig spelende Admiralen overtuigen!

Geschreven door

Admiraal Tom Van Laere blaast de eerste kaarsen uit, want de vierde cd ‘The honey & the knife’ tekent voor 10 jaar Admiral Freebee. Bij onze vriend staan stadsimpressies centraal en horen we grauwe, doorleefde, poppy, sfeervolle rock/americana/bluesrock.
Ook vanavond hield hij er net als op de laatste plaat tegenstellingen op na, want de sound ging van heerlijk opwindend, strak, stevig naar ingetogenheid, intimiteit, melancholie, en van beroering tot ontroering, onder z’n warme stem en verbeten expressieve zegzang.
We kunnen na de set maar besluiten dat de Admiraal op de huidige toer beschikt over een goed geoliede, puike begeleidingsband, die btw bestaat uit Bjorn Eriksson (was al bij den Admiraal tijdens de vorige tour en ontpopte zich als een belangrijke toegevoegde waarde), Flip Kowlier op bas (ooit was hij basmuzikant) en vrienden van het eerste uur Tim Coene (gitarist/toetsenist) en Jules Lemmens op drums.
Het alterego Admiral Freebee brengt Rolling Stones, The Crazy Horse, The Replacements, Cowboy Junkies, Lambchop, dEUS en Grinderman samen en draagt de songschrijvers Young, Dylan, Bowie, Jagger/Richards, Beck en Cave een warm hart toe.

De nieuwe plaat werd zo goed als helemaal voorgesteld, aangevuld met enkele fijne oudjes, zonder weliswaar over te stappen naar een ‘greatest of’. Ferme AF hits vielen vanavond uit de boot: “Rags’n’run”, “Ever present”, “Einstein brain”, “Oh darkness”, “Recipe for disaster”, “Coming of the knight”en “Perfect town”. Maar er waren nog voldoende van die pittig gekruide songs om te overtuigen.
Als backing vocaliste trok hij deze maal Karolien Van Ransbeeck aan die de fakkel overnam van Nina Babet, Sandrine en Nathalie Delcroix.
De Admiraal bende trok meteen de aandacht met de snedig rauwe retro van “Blues from a hypochondrial”. Het tweede nummer “Last song about you” klonk fel en stevig. In het popgroovende “Always on the run” zat een gevarieerde swing en toonde aan hoe gemotiveerd de heren wel waren door de meerstemmige zang in de refreinen, door het opboksende gitaarspel Van Laere – Eriksson en het opzwepende van de dubbele percussie. Het kwam live de melodie zeker ten goede.
De Admiraal bood ademruimte door enkele sfeervolle ballads: het intimistische “Look at what love has done” op piano en akoestische gitaar en een ingehouden slepende “The longing never stops”. We voelden een sfeer van ‘the city never sleeps’ aan door verdwaalde gitaargetokkel en mondharmonica.
Vanaf dan freewheelde de band graag in het materiaal. “My hippie ain’t hip” klonk anders door de 2 basses – 2 drums, in het mooi uitgesponnen oudje “Admiral for president” kreeg het publiek de ruimte het refrein te scanderen en klonk de stemvervorming van de resonantie door en “Bad year for rock’n’roll” vulde de rustige hymne aan z’n grootvader, “fools like us” aan. Kleurrijke songs werden het van verschillende impressies en belevingen, van stevig – zacht én van traag – slepend - stomend door de heerlijke opbouw, verrassende wendingen en de portie durf en avontuur. De nummers zaten mooi tussen de dromerige, zalvende pianoballad “Carry on” en de luchtige, zwierige en speelse pop van “All thru the night” en “Living in the weekend”. Hiermee onderstreepte Admiral Freebee het afwisselende sfeertimbre!
We hoorden een schitterende ‘closing final’ en een jam in “Get out of town” en “Hymns for demons/Home”, die ruig, smerig, grimmig als broos, breekbaar en gevoelig klonken. Op het eind ontspoorde de sound in een noisy gecontroleerd gefreak. Spijtig genoeg kwamen hier de backing vocals van Karolien onvoldoende door. Het intens meeslepende “The art of walking away” breidde er nog een leuk staartje aan met stomende Young/ Crazy Horse en Lou Reed riffs. Een gevoel creëerden ze van een miezerig, mistig nachtje in hometown Brussels…

En na deze bezwerende finalereeks floepten de lichten aan. Over & Out nu iedereen goed op dreef was gekomen … en dan zit je nét met dat hongergevoel van ‘nog iets meer’ … ‘dat iets meer’ kan er gerust nog komen met de komende clubtour. Duidelijk was dat we een gretig spelende band aan het werk zagen, die je gewoonweg moet gezien hebben!

Tom Van Laere heeft lovende woorden over Few Bits aka Karolien Van Ransbeeck. De frêle jonge dame had een fluwelen stem en speelde enkele dromerige, intieme nummers op akoestische gitaar. Ze moest nog wennen aan de grote zaal, maar bleef voldoende overeind om de aandacht te trekken. Een ruiker bloemen op het laatste nummer zal alvast een hart onder de riem zijn op de komende clubtour met Admiraal Freebee.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 835 van 963