logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_01
dEUS - 19/03/20...

Milow

Milow: de ideaal zalvende smeltablet

Geschreven door

De charismatische teddybeer Jonathan Vandenbroeck aka Milow werkt aan een nieuwe plaat, die de succesvolle ‘Coming of age’ moet opvolgen. We hoorden er alvast enkele van; de plaat zelf zal pas uit zijn begin 2011.
Vorig jaar was hij enkel te zien op Folkdranouter en vanavond bracht hij de Nederlandstalige en de Franse vrienden samen in een tot de nok gevulde KC … of hoe mooi het is om ons landje zo verenigd te zien in de dromerige, radiovriendelijke pop van Jonathan; hij beschikt over een rits sterke muzikanten en wordt vocaal bijgestaan door Nina Babet. En als je dacht dat hij ondertussen lekker zat te niksen, ben je eraan voor de moeite. Hij heeft er met de band een tournee opzitten in Frankrijk, Duitsland en Spanje en ondernam ook een korte tournee in Canada.
In de zes jaar is hij een groots artiest geworden. Na het in 2006 verschenen debuut ‘The bigger picture’ volgde de doorbraak. We zien nog de solo optredens en de jaren plaatselijke clubs voor ogen. In 2004 haalde hij de finale van Humo’s Rock Rally en was in één adem te noemen met artiesten als Tom Helsen, Sioen en Venus In Flames. In het sing/songwritermilieu komt er met The bear that wasn’t en Jasper Erkens een sterke opvolging.

Hij spreekt vanuit het hart en z’n bescheidenheid siert hem. Hij deed menig vrouwenhartje sneller slaan en bracht een horde jonge (verliefde) koppels op de been; ruim anderhalf uur lang konden we genieten van de sfeervolle, innemende, intimistische en luchtige ‘Milow’ pop, onder z’n zalvende stem en de warme zang van Babet.
Iedereen was op z’n paasbest om er een warme, gezellige en fijne avond van te maken. In de gevarieerde set was Milow als artiest én band uiterst gemotiveerd. De eerste twee songs “The kingdom” en “Stephanie” klonken krachtig, hadden een vollere instrumentatie en onderstreepten hoe sterk de band op elkaar was ingespeeld. In de nummers was er ruimte voor kleurrijke toetsen en intens begeesterende gitaarpartijen. Een zorgvuldig uitgekiende, vaardige, frisse en gevoelige aanzet, wat voor de ganse set kon worden gezegd. En ze hielden van de amicale, familiale sfeer in Brussel … het semi-akoestische “Until the morning comes” en het prachtige opbouwende, sprankelende en ontroerende “Canada” volgden, songs die terugblikten hoe hij z’n carrière begon en ervoor zorgden dat hij beide voeten op de grond hield. Terecht kwam hier de gitarist in de spotlights. Hij kreeg zelfs ruimte om iets verderop drie schlagers, afhankelijk van het land waarin ze vertoefden tijdens de tour, in elkaar te laten overgaan. Leuk en origineel btw! En Nina trok een glansrol naar zich toe op de emotievolle “Darkness ahead & behind”.
De melodieuze, hapklare droompop was om van te snoepen, refreinen werden moeiteloos meegezongen en er werden enkele obligate “oohoohs” geneuried. “The ride”, “You don’t know” en “Born in the eighties” waren de ideale opwarmers naar de apotheose van het mooi gearrangeerde “Ayo technology” (van 50 Cent), de definitieve doorbraak naar het grote publiek. Handclaps gaven elan en gsm’s kleurden het decor … Milow met een Joost Zweegers gehalte. De factor emotionaliteit ging de hoogte in en de instrumentatie sprak voor zich! Intussen kregen we met “Building bridges” één van de nieuwe songs, haalden ze met een akoestisch duet “Out of my hands” sterk uit en was er een eerste ‘campfire’ met “The priest”; ze speelden hier handig in op het publiek en de samenzang en de afwisselende zangpartijen overtuigden.
Op het solo ingezette “Little in the middle” wijzigde hij de tekst en maakte Brussel plots de ‘favorite town to be’. En ook de uiterst sober gehouden “One of it” en “Dreamers & renegades” kregen een handige draai.
Tot slot stonden de leden dicht bij elkaar opgesteld, bouwden het KC om tot een groots kampvuur en jamden erop los met gemoedelijk gehouden, bezwerende aangepakte songs.

Een knieval voor een dolenthousiast publiek deed de temperatuur nog stijgen … Wat was iedereen onder de indruk van de fijne, gevarieerde set. Milow was de smeltablet om de stresserende werkweek achter ons te laten. Hij staat al neergepend voor de volgende gig met de nieuwe plaat.

Organisatie: Live Nation

Soap&Skin

Soap & Skin Ensemble: adembenemende, huiverende performance

Geschreven door

We waren aan de grond genageld van de adembenemende, intrigerende en huiveringwekkende en niet-van deze- wereld gig van de 20 jarige Oostenrijkse Anja Plasch, die haar optreden in het najaar van 2009 noodgedwongen moest annuleren door stemproblemen.
Het getalenteerde, schuchtere, maar geëmotioneerde wonderkind is een perfectionist. Ze kwam in de AB bikkelhard terug met een strijkerensemble. Zelf legde ze zich toe op haar intense pianospel en laptopgeluiden van donkere, dreigende soundscapes en logge, lome synthbeats; verder vulden violen, cello, trompet, contrabas en een backing vocaliste aan.

Op Pukkelpop zagen we haar nog solo, was iedereen muisstil en liet ze ons helemaal verdwaasd achter in de kleine tent; we hadden enkele minuten nodig om terug tot dit aardse bestaan te komen. En ook vanavond, moesten we na de set even bekomen. De jonge deerne, behaalde vorig jaar talrijke prijzen met haar debuut ‘Lovetune for Vacuum’/ ‘Marche Funèbre EP’, sfeervolle, donkere, onheilspellende songs, doordrenkt van melancholie en tristesse en gedragen door haar indringende, soms hoog uithalende en schreeuwerige stem.
Het op klassieke leest repertoire greep bij het nekvel, deed filmisch aan en kon door merg en been gaan. Soms ontbond ze duivelse demonen en hadden ‘living deads’ de wereld veroverd. Op die manier versmolten de hemelse onbevangenheid van Elisabeth Frazer, Hope Sandoval en Kate Bush met de magie van Sigur Ros en de helse gothic van Nico((ex) V.U.), Jarboe (ex Swans) en de doom & drone/ apocalyptica van Sunn O ))). De verschillende sfeerscheppingen kwamen aan bod; een ijzige, kille, gitzwarte sfeer en pijnlijk, kwetsbare momenten wisselden elkaar af tot een claustrofobisch mooi geheel. Een veld van melodieuze schoonheid, dreigende spanning en apocalyptische taferelen …
Ze was totaal uit haar lood van het warme onthaal en de belangstelling, want de AB was zo goed als uitverkocht; ze prevelde zelfs of ze nog wel een tweede kans zou verdienen om haar songs te spelen, want deze vond ze soms niet sterk genoeg gespeeld. Ze barstte bijna in tranen uit… De jongedame is soms niet te vatten waar ze mee worstelt, maar OK we willen geen verkeerde linken leggen hoe in het leven te staan …
Duidelijk was dat iedereen overspoeld werd van de wondere, bevreemdende muzikale (leef)wereld. Op een soundscape van gekeelde varkens kwam ze onwennig het podium op. We hoorden heerlijke, fijnzinnige en breekbare composities als “Cynthia”, “The gaunt pt 1000”, “Cry wolf”, “Brothers of sleep” en het instrumentale “Turbine womb”, bepaald door het begeesterende virtuoze, intieme en zwaarmoedige pianospel, de laptopsounds, de subtiel gedoseerde klankkleur van het strijkerensemble en de golvende, hemelse backing vocals … stukken die kippenvel bezorgden en die door haar stem en piano beklijfden.
En op andere nummers haalde de onderwereld het van het aardse bestaan door de onheilspellende, dreigende elektronica-soundscapes en experimentjes. Plasch kon vocaal erg hoog uithalen, schreeuwde en spuwde letterlijk gif in de donkere, duistere en gruizige nummers. “Sleep” en “Fall foliage” waren inleidende triggers naar de duivelse huiver van “Thanatos”, “Surrounded” en “O Tannenbaum (?)”, die vertwijfeling, onzekerheid, angst, bevreemding en chaos boden. Alsof dit nog niet genoeg was, kwelden de demonen op de synths van “Marche Funèbre” en “Ddmmyyy” haar zo erg, dat ze die op alle mogelijke manieren trachtte van zich af te schudden en te verdrijven. En in de bis overtrof ze met de holocaust hymne “Zog nit keynmol”, een jiddisch partisanenlied. Enkel een dimmende spotlight zagen we op het podium, waardoor we een makkelijke prooi waren van de angstaanjagende sound.

Soap & Skin verlegde grenzen, liet de kwelling afdruipen en ging soms naar de tegendraadse grilligheid en complexiteiten van Aphex Twin. Wat een adembenemende performance …

Ook de support Nils Frahm verbaasde en overtuigde. Hij kreeg ruim 45 minuten toebedeeld en ging in z’n instrumentale pianostukken van zachte, ingetogen en dromerige naar hevige, verbeten stukken. Het boeiende, gevarieerde spel straalde een soundtracksfeertje uit. De 25 jarige Duitser gaf een pianoles en bracht lange bezwerende songs, die een aandachtig publiek lokten. Ook hier kon je een speld horen vallen …
Wat een AB- avondje …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel 

Megafaun

Gather, Form & Fly

Geschreven door
De bebaarde mountainhakkers van Megafaun van de broers Cook en Joe Westerlund zijn goede vrienden van Bon Iver. Zij bleven achter om in North Carolina te werken aan de eigen specifieke variant van de americana van de tweede plaat ‘Gather, Form & Fly’. Megafaun tuimelt naar de periode van Crosby, Still en Nash en The Band met hun sfeervolle, dromerige en ingetogen pop.
In de eerste helft van de plaat horen we een voller geluid en klinkt de instrumentatie van mandoline, banjo en viool door, aangevuld met  een bezwerende percussie, handclaps en de meerstemmige zang, toch wel het handelsmerk van het trio; “Kaufman’s ballad”, “The fade”, “The process” en “Solid ground” zijn mooie voorbeelden. Live geven ze de nummers een solide dosis schwung en pit en klinken ze intens broeierig en hitsig. Het zijn elegante, frisse uitvoeringen.
Het gevoel voor drama en intimiteit horen we dan in “Columns”, “The longest day” en de titelsong, misschien op zich niet steeds goede composities, maar wel songs die piekfijn zijn uitgewerkt en een doordachte subtiliteit hebben. Dat ze het experiment niet schuwen en houden van half instrumentale nummers is te horen aan “Impressions of the past” en “Darkest hour”. En ze sluiten en verve af met de finesse van “Tides” en “Guns”, een sfeervol opbouwende sterke song, die elan krijgt door de dreunende soundscapes.
Spannend plaatje die varianten biedt in die typische americana …
Toch even meegeven dat Megafaun past in het plaatje van de freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, C, S & Nash, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons.
Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

The Scene

Liefde op doorreis

Geschreven door

In 2007 kwam de Nederlandse The Scene, onder de tandem The Lau en Emilie Blom-Van Assendelft, terug samen. Ze brachten toen een soort doorstart album uit van vnl. herbewerkingen van bekende nummers en ondernamen een heuse club en festival tour. Drie jaar later krijgt hun Nederlandstalige pop nu z’n eerste volwaardig vervolg, ‘Liefde op doorreis’, binnen het vertrouwde recept van poprockers en ballads, onder de doorleefde, gevoelige, emotievolle stem van The Lau.
Krakers als in de begindagen horen we o.a. met “Mijn land”, “Atlanta” en “Straat” die een stuwende opbouw hebben. Maar de heren en de dame van The Scene zijn al een jaartje ouder en de intimiteit sijpelt door, wat een pak sfeervolle pop, fijnzinnig van aard en mooi uitgewerkt, oplevert. Ze krijgen kleur door piano en toetsen, waaronder “Vrouw”, “Breek de ban”, “Vier seizoenen” en “Paradijs”. De laatste twee songs, “Tijd” en “Sterven op de planken” (xtra track!) zijn bloedmooi, broos en breekbaar.
De teksten zijn opnieuw poëtisch, beeldend en surrealistisch, wat het geheel van de cd sterkt en ervoor zorgt dat we na achttien jaar spreken van ‘The Scene staat opnieuw op de planken’ en ze een harmonieus homogene eenheid vormen.

Hot Chip

One life stand

Geschreven door

Het Britse kwintet Hot Chip, onder de tandem Alexis Taylor en Joe Goddard, hebben al een handvol leuke singles uit hun vorige platen waaronder “And I was a boy from school”, “Over & over”, “Ready for the floor” en “Hold on”. Binnen hun dancepop/elektronica houden ze van variatie en originaliteit, waardoor invloeden te horen zijn van ‘70’s psychedelica, ‘80’s wave, drum’n’ bass, postpunk, dwarrelende geluidjes en bleeps. Misschien niet altijd even geslaagd, maar ingenieus, gewaagd en leuk. Hot Chip heeft al de nodige credits opgebouwd.
Al van op de vorige cd ‘Made in the dark’ hielden ze van een dromerige aanpak en sfeervolle, zalvende melodielijnen, een lijn die ze op de huidige cd verder zetten, zij het iets minder donker, maar relaxt en luchtig.
’One life stand’ valt op door de poppy koers en biedt linken met disco, soul, house en psychedelica. Het is een vernuftige, consistente plaat, zeemzoeterig, melancholiek en dansbaar en onderstreept het credo van ‘happiness is what we all want’!
Hot Chip vaart zo z’n eigen koers en dat maakt de band uniek binnen de dancepop. De band bouwt gestaag verder aan een compleet eigen universum. De afwisseling biedt een paar uitschieters als “Hand me down your love”, “I feel better”, “Brothers”, “Slush”, “We have love”, “Take it in” en natuurlijk de titelsong van de cd.

Tom McRae

The alphabet of hurricanes

Geschreven door

Plaatjes van Tom Mc Rae, vrolijk gaan we er nooit van worden. Den Tom weet het zelf ook wel en geeft het grif toe in interviews, hoezeer hij ook probeert om optimistische dingen uit zijn pen te schudden, toch komt hij altijd bij iets droevigs uit. Het is tegelijkertijd zijn sterkte, want zo klinken zijn songs altijd eerlijk en oprecht. Zijn droefgeestige debuutplaat uit 2000 met heel integere en breekbare liedjes blijven wij koesteren, het is een pareltje die hij met de drie opvolgers niet meer heeft kunnen evenaren, ook al waren dit knappe werkjes. ‘The Alphabet of hurricanes’ zullen we mogen bij die drie indelen, menen wij. Weer staan er prachtige mijmeringen en mooie songs op, maar het niveau van het onvolprezen debuut wordt (net) niet gehaald.
La tristesse nestelt zich deze keer in “Summer of John Wayne”, “American spirit”, “Out of the walls” en “Fifteen miles downriver”, kommer en kwel vertaald in mooie songs met diepe groeven.
Soms gaat het er iets luchtiger aan toe. Een meer opgewekte song als “Please” is zijn oor gaan leggen bij Paul Simon, in “Told my troubles to the river” springt Mc Rae mee op de momenteel hippe trein van groepjes met een folky inslag (Mumford & Sons en allerhande volgelingen) en in het fijne “Won’t lie” schuilt er zelfs een Balkan toets.
Tom Mc Rae is vooral zichzelf op ‘The alphabet of hurricanes’, meer moet hij niet doen.

The Van Jets

Cat Fit Fury!

Geschreven door

Eerste vaststelling: Met die knoert van een Bowie fixatie waar The Van Jets zouden mee zitten valt het reuze mee. Enkel op de laatste song, de knappe ballad “Our heads”, is Bowie prominent aanwezig.
Tweede vaststelling : Bepaalde media die al wel eens een belangrijk tweejaarlijks rockconcours organiseren moeten altijd de door hen ‘ontdekte’ beloftevolle bands volledig de hemel in prijzen, hierbij morsend met de superlatieven dat het geen naam meer heeft. Als u het ons vraagt, hebben bijvoorbeeld de Deus klonen van Mintzkov het talent van een regenworm op sterk water. Toch een beetje relativeren en wat voorzichtig zijn met bepaalde lofbetuigingen, bedoelen wij daarmee.
Met dit in het achterhoofd kunnen we stellen dat The Van Jets een vitaal, consistent en pittig rockplaatje hebben gemaakt maar dat er toch ook wat wisselvalligheid is te bespeuren. Het is op zijn beste momenten allemaal lekker vinnig, maar de ene song blijft toch al wat meer hangen dan de andere. “The future” bijvoorbeeld, die als opener zijn entree niet gemist heeft, en een geweldige kraker als “Givers & takers” doen ons volop naar de luchtgitaar graaien. De puntige gitaarsolo’s op de plaat grijpen ons trouwens evenveel naar het nekvel als die op dat wervelende plaatje van The Soft Pack van begin dit jaar (recensie moet u maar eens nalezen op deze site). De schwung en het hitsige tempo maken van “Dancer”, één van onze favorieten, in het duivels knappe “Comes the crying” huist een flinke streep White Stripes en op “Matador” wordt er gescheurd dat het een lust is.
Dingen als “Onawa” en “Teevee” klinken dan weer zeer matig en zouden zelfs in tweede klasse in de degradatiezone bengelen.
Het venijn zit hem duidelijk in de staart, want de betere songs nestelen zich in de tweede helft van de plaat.
De balans helt echter wel naar de positieve zijde. Overtuigend plaatje dus, met een paar struikelmomenten.

Him (Finland)

Screamworks – Love in theory and practise – chapters 1 - 13

Geschreven door

De Finnen van HIM zijn met ‘Screamworks: Love in theory and practice’ al aan hun zevende album toe. De groep is bij ons vooral bekend omwille van hun cover van Chris Isaak’s hit “Wicked Game”. In 2000 schopten ze het zelfs tot het hoofdpodium van Werchter. De band krijgt nogal vaak het label gothic opgeplakt, de groep zelf beweert eerder een soort ‘love metal’ te maken. In ieder geval klinkt Screamworks meer poppy dan metal en dit heeft ongetwijfeld te maken met producer Matt Squire die vooral bekend staat vanwege zijn werk met Panic! at  the Disco, Katy Perry en Boys like Girls.
Tekstueel ligt Screamworks volledig in het verlengde van de vorige albums want ook nu handelen de 13 nummers  over de thema’s liefde en dood. Muzikaal combineert Him nog steeds snedige en leuk in het gehoor liggende riffs met synths, zeer aanwezige drums en de karakteristieke stem van Ville Vallo.
Uitschieters op de plaat zijn de catchy single “Heartkiller” , “Ode to solitude” (wat een heerlijk  refrein) en het geweldig openende “Like St Valentine”.
Screamworks is een stuk luchtiger dan voorgaand werk maar betekent allerminst een stijlbreuk. Trouwe fans kunnen de plaat dus blind aanschaffen en voor mensen die minder bekend zijn met Him is het misschien het moment om kennis te maken met deze Finnen.

Coeur de Pirate

Vlaanderen mag zich gewonnen geven voor Coeur de Pirate

Geschreven door

Het aantal Vlamingen waren afgelopen dinsdag waarschijnlijk op 1 hand te tellen. Coeur de Pirate aka Béatrice Martin, 21 lentes jong, een getatoeëerde schoonheid met blonde haren, uit Montréal, Quebec/Canada, palmde Frankrijk en onze Franstalige vrienden in met haar gevoelige, kwetsbare, intieme, pakkende en broze pianopop; maar naast haar ingetogen, begeesterende partijen op de grote vleugelpiano, werd ze omringd door vier muzikanten, die de nummers spaarzaam en breder omlijsten, en de dromerige songs een zalvende popkleur gaven.
Coeur de Pirate zingt in het Frans en spreekt alle leeftijden aan; ouders waren er met hun kinderen en jongeren en volwassen luisterden naar één van de nieuwe sensaties, die de Franse pop en chanson wereld verovert. Ze geraakte met “Comme des enfants” in de Franse top, en het werd verkozen tot song van het jaar tijdens het prestigieuze ‘Victoires de la Musique’. Na het optreden kreeg ze nog een gouden plaat overhandigd.

De mooie blondine werd letterlijk het podium opgeroepen en we waren op z’n minst gezegd verbaasd van de respons en de uitzinnige reacties. De refreinen werden zelfs meegezongen door de jongsten. Haar sfeervolle pop klonk meer dan goed, onder haar fluwelen gouden stem. Een immer glimlachende, spontane Martin (ze knoopte losse gesprekjes aan) begon uiterst sober en elegant de set met “Le long du large”, “Fondu du noir” en “La vie est ailleurs”. Op ingehouden wijze vergezelde de band haar bij de drie nummers. “Berceuse” – une chanson très jolie – ging richting melancholie en donkere kroeg door de broeierige ondertoon van akoestische gitaar, viool en contrabas. Forser klonk het ensemble op het ruimer gearrangeerde “Tout reste du pareil au même”, één van de nieuwe songs. De lichtjes van het grote hart, dat als achtergrond geprojecteerd stond, flikkerden nog meer …
Tijd om de liefdesperikelen op een rijtje te zetten … solo hoorden we bloedstollende versies van “Corbeau” en “Playground love” van Air (probleemloos in het Engels gezongen); elke pianotokkel, -tune en haar adembenemende stem bezorgden kippenvel en onderstreepten dat ze heel wat in haar mars had.
Een dosis ‘Coeur de Pirate’- pop hoorden we in de folky swing van “Le primtemps”; ze had intussen haar piano verlaten en zong rechtopstaand. Het was de aanzet van enkele opbouwende songs als “Pour un infidele”, “C’est salement romantique” en de nieuwtjes “Place de la Republique” en “La petite mort”. Af en toe kregen de nummers een verrassende lichte swing en sierlijke viool- en cellopartijen vulden aan.
Ze besloot na een klein uur de harmonieus sfeervolle, dromerige, intieme set. Maar zoals eerder al aangegeven, Béatrice Martin werd op handen gedragen. Ze breidde er nog een aangename bis aan en gaf enkele plaagstootjes om naar die ene grootse Franse elegante hit van haar te gaan, “Comme des enfants” … een poppy versie van Phoenix’ “Lasso” waar het refreintje “Where would you go?” luidkeels werd meegezongen en de folky ballad, “Loin di’ici”. Verder kregen we nog een in elkaar lopende medley van Rihanna’s “Umbrella” vs “Bad romance” van Lady Gaga … Spitsvondig met een leuke, zwierige melodie.

Tot slot maakte iedereen een hartje met de vingers wat het ingetogen “Francis” elan gaf. “Quelles chansons magnifiques”, hoorde ik naast mij fluisteren … Coeur de Pirate brengt daadwerkelijk goede pop waarvoor we gewonnen zijn … na deze gig en een puik concert in de Bota vorig jaar, kunnen we haar nog eens aan het werk zien in het Koninklijk Circus in mei … Vlaanderen mag nu veroverd worden …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Blood Red Shoes

Blood Red Shoes: elektriciteit & vuurwerk

Geschreven door

De twee jonge wolven van Blood Red Shoes leverden twee jaar terug met ‘Box of Secrets’ een schitterend debuut af: een rauw, fris melodieus plaatje met catchy bondige nummers, snedig gebalde riffs, opzwepende drums en afwisselende en mooi in elkaar vloeiende zangpartijen, kortom beklijvend harmonieus materiaal van een full-on rockband, die weet te intrigeren en naar de keel te grijpen. ‘Fire like this’ is de pas verschenen nieuwe, tweede cd en het duo doet waar ze goed in zijn en durven af en toe iets breder te gaan en de songs meer ruimte te bieden. De speelse, ongedwongen stijl en attitude wint het en net als het debuut hebben we een uiterst genietbare plaat, onstuimig en opwindend door die energie, riffs, vaart, hooks en power.

Het sympathieke man-meisje duo, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar), heeft een hele horde jonge fans die samen met het duo er een stomend feestje van maken. Blood Red Shoes kon rekenen op een volle AB Box. Sommige momenten spatten de vonken er van af en gingen de jongeren aan het springen, aan het dansen, maalden niet om een skydive meer of minder en hielden er van op het podium te klauteren en zich te laten vallen op de eerste rijen. Taferelen die herinnerden aan de Magnapop, Nirvana en Urban Dance Squad nineties …
Het was hun ‘biggest show’ dat ze totnutoe in ons landje in zaal speelden. Ze wisselden een oudere met een nieuwe song af, wat de aandacht en intensiteit hoog hield. “Doesn’t matter much”, “It is happening again”, “I wish I was someone better”, “Light it up” en “It’s getting boring by the sea” waren dynamische songs, strak, pittig, gedreven en broeierig.
Steve was vol lof en bewondering over het enthousiaste publiek, die er hun avondje van maakten. Laura-May, de zwarte haren voor de ogen, liet alles wat over zich komen, deed een beetje denken aan een jonge Chrissie Hynde Pretender en toverde felle, soms punky akkoorden … Ongelofelijk wat het duo met maar twee instrumenten presteerde … een huppelend, tintelend ritme, opbouwen en exploderen … Onstuimig, beheerst en doordacht … “Count me out” en “When we wake” (glansrol Laura-May!) boden ademruimte en refereerden aan een Breeders aanpak. En explosies volgden op “This is not for you”. Tot slot schoten alle remmen los, ontbonden alle duivels en raasden over ons heen met stevige, hevige en vaardige, snelle nummers, “Don’t ask” (wat een song!), “Say something, say anything”, “Keeping it close” en “Heartsink”. Blood Red Shoes overrompelde

De nieuwe songs stonden duidelijk naast de aanstekelijke oudjes. Meer van hetzelfde, maar nog altijd voltreffers, die door de fans erg gewaardeerd werden … De bis was er eentje om van te snoepen en om de veters toe te trekken, een strak gespeelde “You bring me down” en een uitgesponnen “Colours fade”, die zelfs een minutenlange, oorverdovende outtro had; Steve grapte met de RHCP, toen hij in ontbloot bovenlijf verder drumde en het publiek indook. Elektriciteit en vuurwerk gaf het …

Support was het uit Leeds afkomstige Pulled Apart By Horses. De wild enthousiaste jonge bende speelde een stevige portie gitaarrock, grunge en noise, de pedaaleffects stevig ingedrukt. De schreeuwerige zang gaf zeggingskracht. Ze speelden een korte, puike set en gingen fel tekeer. Terecht was hun EP’tje in de kortste tijden uitverkocht … Bandje om in het oog te houden …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 839 van 963