Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Epica - 18/01/2...

Seasick Steve

Heerlijke non nonsens blues met Seasick Steve

Geschreven door

Seasick Steve blijft niet bij de pakken zitten en maakt gretig gebruik van het onverhoopte succes dat hem nu al twee jaar te beurt valt. In februari zagen we hem nog aan het werk in de Brusselse AB in het kader van de promotie van zijn vorig album ‘I started out with nothing and still got most of it left’, een tournee die hem later op het jaar ook naar de grote festivals, waaronder Rock Werchter, zou brengen. Nu is er alweer een nieuwe overigens prima plaat ‘Man from another time’ waarmee Steve terug de hort optrekt.

Blijkbaar is in Frankrijk de hype rond zijn persoontje nog niet zo hoog opgelaaid, te merken aan de eerder matige opkomst in le Grand Mix in Tourcoing. Steve liet het niet aan zijn hart komen, integendeel. Nu hij het gewoon is om voor uitverkochte zalen te spelen, vond hij het toch bijzonder interessant om nog eens als vanouds in een kleinere club, die dan nog maar halfvol was, zijn duivels te ontbinden. Hier kon hij zich tenminste nog eens volledig uitleven en hij maakte dan ook van de gelegenheid gebruik om zich even tussen het publiek te begeven en aldaar een lekker potje boogie te spelen.
Tourcoing ging dan ook volledig door de knieën voor deze onweerstaanbaar sympathieke ouwe man die onwaarschijnlijke klanken haalde uit de meest primitieve gitaren. Nou ja, gitaren, een sigarenkist en een houten plank met maar één snaar zullen we voor ’t gemak ook maar gitaren noemen. Uit dat laatste ding puurde hij trouwens op geniale wijze de uiterst stomende boogie “Diddley Bo”.
Steve had ook twee trouwe vrienden meegebracht. De eerste was een krachtige en bij momenten wilde drummer die de ideale aanvulling was voor diens rauwe sound, de tweede een goeie ouwe fles Jack Daniels. Een mens moet zo zijn vrienden weten te kiezen.
Heerlijk ook hoe Steve zijn bluessongs telkens inleidde met fijne, uit het leven gegrepen, verhalen. Naast een opmerkelijke gitaarspeler (misschien wel beperkt, maar wel uniek) en een begenadigd blueszanger, is hij vooral ook een zeer entertainende storyteller. Zijn verhaal die “Chiggers” aankondigde, een song over ellendige motherfuckers van beestjes die vreselijke jeuk veroorzaken, was verdomd geestig en de song zelf was werkelijk fenomenaal en rolde als de beesten. Ook de boogie krakers “Thunderbird” en “Never go west” rockten als opgefokte dekstieren, maar Steve kwam ook met een paar wondermooie rustpunten op de proppen. Voor het pareltje “Walking man” nodige hij een dame uit om op het podium naast hem van die heerlijke song mee te genieten (de vrouw in kwestie was trouwens speciaal voor Steve helemaal van het verre Newcastle overgekomen) en samen met de wonderlijke verschijning Amy Laverge (ze lurkte eerst even flink aan de whiskey en kwam daarna met een hemelse stem tevoorschijn) speelde hij een bloedmooie versie van de Hank Williams klassieker “I’m so lonesome I could cry”. Prachtig.
Steve eindigde als verwacht zijn set met een spetterend “Dog house boogie” waarbij hij, na een alweer aangrijpend verhaal midden in de song, op het einde gans de zaal aan het zingen kreeg.

Dit was een onvergetelijk concert waarmee een uiterst goedlachse Seasick Steve zich letterlijk terug onder de mensen begaf. Fantastische man.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Zion Train

Het muzikale leven volgens Zion Train …stomend feestje

Geschreven door

Het Britse Zion Train onder de tandem Neil Perch (DJ/bassist/producer/ knoppenfreak) en de zanger Molara, aangevuld met hun vaste twee blazers, zijn al twintig jaar lang de onvervalste pioniers van de dubreggae/dancehall/rave. Ze hebben een eigen herkenbare sound ontwikkeld en zijn een begrip geworden. Om even te situeren het doorgebroken Buraka Som Sistema haalde voor z’n ‘kuduro’ de mosterd bij deze heren, en van de jaren ’90 onthouden we de worldreggae en –ragga van Transglobal Underground, Banco de Gaia, Suns of Arqa, African Headcharge, Loop Guru en de indietabla’s van Asian Dub Foundation, Talvin Singh, Nitin Sawhney en het onlangs her-geformeerde Cornershop. Voor een paar concerten kwam Zion Train langs in ons landje, wat meteen hoog aangestipt werd door elke gerenomeerde reggaefreak.
Op hun live optredens zorgen zij steevast voor een stomend feestje en wordt het soberder en avontuurlijker geluid van op plaat kracht bijgezet, wat ons brengt tot een venijnig groovy, dansbare sound. In hun intrigerende sound klonk de ‘mishmash’ van world, trance, breakbeats, 2step drum’n’ bass, elektronicableeps en techno beats door. De diepe basses op z’n Jah Wobbles en de overdubte rapzang gaven hierbij de toon.
Een kleine twee uur lang werden we in deze unieke dance getrokken en ging een uitverkochte 4ad uit zijn dak. “Jah holds the key”, “Follow like wolves” en “War on Babylon” vormden de finalereeks, nadat de klemtoon kwam te liggen op de remixreeks van hun recente ‘Live as one’, die in 2007 een reggae Gramma Award wegkaapte.

Respect voor deze veertig- vijftigers (?), die naast de doorwinterde reggaeliefhebber de jonge, jeugdige proever naar zich toe wist te trekken!

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Alice In Chains

Alice In Chains: vergane glorie van weleer herleeft

Geschreven door

Zeven jaar na het overlijden van grunge-icoon en frontman Layne Staley en veertien jaar na hun laatste studio-album kwamen de Seattle rockers van Alice in Chains hun 'nieuwe' zanger en comebackalbum 'Black gives way to blue' voorstellen in een uitverkochte Trix. In 2006 werd de nieuwe rekruut, William DuVall (ex-Comes with the Fall), al enthousiast onthaald middels een meer dan degelijke passage op Graspop. De verwachtingen waren dus hooggespannen.

Er werd afgetrapt met het epische"Rain when I die" van doorbraakalbum en meesterwerk 'Dirt'. Meteen werd duidelijk dat het met de vocale prestaties wel in orde was. De power en het bereik van DuVall waren minstens even opzienbarend als zijn voorganger. Het stemgeluid had natuurlijk wat weg van Layne, maar hij was geen karikatuur van de man. Hij behield zijn identiteit. Met het stuwende "Again" en het snedige "Them bones" werd het tempo hoog gehouden. Het publiek was duidelijk onder de indruk van de verrichtingen. DuVall profileerde zich als een volwaardig bandlid en als de meest charismatische figuur op het podium. Hij genoot zichtbaar van de oprechte reacties.
Het bezwerende "Dam that river" en de recente sfeervolle single, "Your decision" volgden. "Check my brain" met killer riff en catchy refrein deden de temperatuur nog wat stijgen. Bassist Mike Inez en drummer Sean Kinney vormden een solide en goed op elkaar ingespeelde ritmesectie. Daarna kwamen twee songs van het debuut 'Facelift' aan de beurt: "Love, hate, love" kreeg een indrukwekkende en intense vertolking en het zwaar groovende "It ain't like that" deed daar niet voor onder. Cantrell liet zijn gitaar zwaar ronken bij het logge en slepende "A looking in view". Hier was Black Sabbath niet ver weg. Niettemin bijzonder straf.
Er werd even gas terug genomen met een akoestisch intermezzo: "Down in a hole", "No excuses" en "Black gives way to blue". De vocale tandem Cantrell-DuVall bleef goed overeind. De prachtige samenzang en harmonieën herinnerden ons aan de MTV-Unplugged sessie uit '96. Voor velen een absoluut hoogtepunt.
Het moddervette en grimmige"God am", het dissonante "Acid bubble", het duistere "Angry chair" en het onverslijtbare "Man in the box" besloten het eerste deel van de set. De aanwezigen hadden merkbaar nog niet genoeg gekregen en schreeuwden om meer.
Dit kregen ze dan ook. De bisronde werd geopend met het midtempo en melodieuze "Lesson learned". De onvermijdbare en tijdloze hymnes "Would?" en "Rooster" deden de zaal nog een laatste keer ontploffen en werden als één stem luidkeels meegezongen. Dit blijven fenomenale nummers die zorgden voor euforische reacties.
Spijtig genoeg was dit ook het einde van een memorabel optreden. Bandleider Jerry Cantrell was zichtbaar onder de indruk van de sterke respons en nam uitgebreid afscheid van het Belgische publiek met de woorden "Thanks, we needed you!". Daar kunnen we volmondig en zonder enige twijfel op antwoorden: "We needed you too!"

Dit was een herboren groep die bewees nog niet afgeschreven te zijn Alice In Chains klonk als een klok, misschien zelfs beter dan voorheen. We hopen dat ze volgend jaar ons Belgenlandje nog eens aandoen. We zullen alvast present zijn!

Setlist:  Rain when I die – Again - Them bones - Dam that river - Your decision - Check my brain - Love, hate, love - It ain't like that - A looking in view - Down in a hole - No excuses –Black gives way to blue – God am - Acid bubble - Angry chair – Man in the box
Bis: Lesson learned - Would? – Rooster

Organisatie: Rocklive (ism Trix, Antwerpen)


Deep Purple

Deep Purple – Monument nog steeds van de sloophamer te vrijwaren

Geschreven door

Nu dat we amper een maand verwijderd zijn van de kerstperiode maken de eerste  muzieklijstjes traditiegetrouw hun opwachting. Of het nu gaat om de geschreven pers dan wel om radio of televisie, elkeen pakt graag uit met een klassement van nummers of albums die naar hun oordeel of dat van hun publiek tot de beste in hun genre worden beschouwd. In de categorie ‘memorabel, onverslijtbaar en tijdloos’ ontbreekt Deep Purple nooit op het appel. Hun onvervalste klassieker “Child In Time” (1970) positioneert zich namelijk steevast in de bovenste regionen, en dit in het gezelschap van andere minutenlange epossen als Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ en Led Zeppelin’s ‘Stairway To Heaven’. Ook “Smoke On The Water”, voorzien van één van de meest efficiënte oerrifs uit de muziekgeschiedenis, dient hiervoor niet onder te doen, zeker omdat op dit nummer nagenoeg iedere rockliefhebber wel eens uit de bol is gegaan, daarbij dansend en/of gitaarspelend (of het daarbij een echte dan wel een luchtgitaar betrof, moet u maar voor uzelf uitmaken).

Wel, dié Deep Purple stond donderdagavond in de Lotto Arena. Opnieuw bleek dat de groep nog steeds mag rekenen op een vaste fanbasis van alle leeftijden. Ook al hield de ‘Rapture Of The Deep’ wereldtournee die in 2006 startte ter promotie van het gelijknamige 18de studioalbum, de voorbije vier jaar telkenmale halt in ons land en hebben ze sinds die plaat geen nieuw werk uitgebracht, dit belette hen niet om de Lotto Arena opnieuw vrijwel helemaal uit te verkopen. Dat in een tijdsspanne van ruim 40 jaar Deep Purple een stevige livereputatie heeft opgebouwd, zal hier niet vreemd aan zijn.
Maar net als zoveel groepen met een lange staat van dienst heeft ook de groep in het verleden met diverse perikelen te kampen gehad. Vooral qua personeelswissels heeft Deep Purple een bewogen carrière achter de rug, in die mate dat de bezetting die in Antwerpen aantrad, al de 8ste in de reeks is.
Het enige lid dat de woelige stormen heeft overleefd en er van het prille begin in 1968 bij was, is drummer Ian Paice. Zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover kwamen pas het jaar nadien over van Episode Six (en verlieten op bepaalde ogenblikken zelfs Deep Purple om nadien terug te keren), terwijl gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey veel recenter de groep kwamen vervoegen. Morse (ex-Kansas, Dixie Dregs en Steve Morse Band) verving in 1994 Ritchie Blackmore, terwijl Airey – die meegewerkt had aan platen van klinkende namen als onder meer Cozy Powell, Gary Moore, Ozzy Osbourne, Judas Priest, Black Sabbath, Jethro Tull, Whitesnake, en Rainbow - in 2002 de plaats innam van Jon Lord die zich op andere projecten wou gaan toeleggen.
In deze vorm blijkt Deep Purple opnieuw een solide en goed op elkaar ingespeelde formatie te zijn. Dit werd meteen duidelijk bij opener “Highway Star” uit ‘Machine Head’ (1972), dat samen met ‘(Deep Purple) In Rock’ wellichte tot hun beste studioalbums mag gerekend worden. De goedgeluimde groep trok meteen alle registers open en Morse en Glover gingen harmonieus aan de haal met hun gitaren.
Natuurlijk volgde de ene na de andere, nog steeds vitale oudjes uit de 70’s. Zo waren er onder meer uitstekende versies van het psychedelisch getinte, door Airey van mooie orgelklanken voorziene “No One Came” en “Fireball” (uit het gelijknamige album uit 1971) en uit ‘Machine Head’ werden ook nog het bluesgetinte “Maybe I’m A Leo”, het opzwepende “Space Truckin'” dat door Glover een extra basintro kreeg aangemeten, en “Smoke On The Water” geput. De teksten van deze laatste zijn gebaseerd op de brand die uitbrak tijdens een concert van Frank Zappa And The Mothers Of Invention en die het casino van Montreux helemaal in vlammen deed opgaan. De geprojecteerde beelden spraken voor zich en beklemtoonden dat het nummer in tegenstelling tot het casino, nog steeds onverwoestbaar is.
Enkel bij het al even straffe “Strange Kind Of Woman” vielen er bij aanvang wat ouderdomstekenen te bespeuren doordat de blootsvoetse Gillan moeite had om alle (hoge) tonen even expressief te halen. Ook klonk het gitaarspel van Morse daarbij iets te afgeborsteld.
Wie dacht dat het concert een opeenstapeling van hun bekendste nummers zou zijn, werd verrast door enkele minder voor de hand liggende momenten. Zo zat helemaal vooraan de set “Things I Never Said” dat een bonus track is op de Japanse versie van ‘Rapture Of The Deep’ en nadien werd ook nog het instrumentale “The Well Dressed Guitar”, een outtake van het ‘Bananas (2003)’ album, gebracht.
Met het jazzy en bluesy “Wring That Neck” (uit ‘
The Book Of Taliesyn’, 1968) werd de toeschouwer zelfs helemaal teruggeslingerd in de tijd want de opname gebeurde nog vooraleer Gillan bij Deep Purple de zang overnam van Rod Evans. Mooi hierbij was het gitaarspel van Morse dat middenin het nummer duelleerde met de orgelklanken van Airey.
Jonger van leeftijd waren het zware, progressief opbouwende
“The Battle Rages On” (uit het gelijknamige album, 1993), het zich via onderliggende Oosterse klanken voortbewegende “Rapture Of The Deep” en de minder beklijvende ballade ‘Wasted Sunsets’ (uit ‘Perfect Strangers’, 1984).
Virtuoos Steve Morse mocht zich vooral in het drieluik “Contact Lost” (een instrumentale track uit ‘Bananas’), het reeds aangehaalde “The Well Dressed Guitar” en “Sometimes I Feel Like Screaming” (uit ‘Purpendicular’, 1996) letterlijk en figuurlijk in de spotlights spelen. Dat Deep Purple met hem een fantastische gitarist in de rangen heeft, daar twijfelt niemand aan maar het gebeurde wel eens dat de grens tussen pracht en overdaad bijzonder nauw werd. Ter compensatie kregen ook de andere
groepsleden hun eigen gloriemoment toebedeeld toen ze solerend hun kunde mochten tonen. Airey bijvoorbeeld mocht duidelijk maken waarom hij een veelgevraagd studiomuzikant is en Lord opvolgde.
Als toegift werden twee covers gespeeld, met name een stukje “Green Onions” (Booker T. & The M.G.’s) dat vlekkeloos overging in “Hush”, het eerste commerciële succes ooit voor Deep Purple. Met dit door Joe South geschreven nummer scoorde Billy Joe Royal in 1967 een bescheiden hitje maar de versie van Deep Purple (het jaar nadien), is veel bekender geworden.
”Black Night” (1970) blijft nog steeds een publiekslieveling en fungeerde als terechte afsluiter van de avond. Een uitgebreide basintro door Glover, goede zang door Gillan, de herkenbare gitaarrif gespeeld door Morse (waarin zelfs een passage te horen viel die bijzonder veel verwantschap toonde met “Love Rollercoaster” van de Ohio Players), het mooi aanvullende orgelgeluid van Airey en dit alles vooruitgestuurd door de rake drumslagen van Paice: het zat er allemaal in vervat en het refrein bleef ook na het 1u45’ durende concert door de gangen van de Lotto Arena nagalmen.

Deep Purple onderstreepte nog maar eens hun grote invloed en bestaansrecht. Bij monde van Gillan lieten ze weten niet van plan te zijn het hierbij te laten. In februari 2010 zou een nieuw studioalbum verschijnen. We zijn benieuwd of ook dan het vijftal op een Belgisch podium te zien zal zijn.

Setlist: Highway Star, Things I Never Said , Maybe I'm a Leo, Strange Kind Of Woman,,Wasted Sunsets, Rapture Of The Deep, Fireball, Contact Lost, The Well Dressed Guitar, Sometimes I Feel Like Screaming, Wring That Neck, No One Came, The Battle Rages On, Space Truckin', Smoke On The Water
Green Onions, Hush ,
Black Night

Organisatie: Live Nation

Buena Vista Social Club

Una noche cubana en Bruselas - Buena Vista Social Club

Geschreven door

Twee weken nadat we in Antwerpen met Eliades Ochoa de laatste levende vocalist aan het sublieme werk zagen, mochten we in de Brusselse AB diens oud-collega’s van het Buena Vista Social Club Orquestra gaan ‘bezichtigen’. Antiek, maar kwiek. Althans, sommigen toch. Dat één van de blazers weg had van Fons Verplaetse (gouverneur van de nationale bank) en de parkingsonstijl-drummer op auteur Jef Geeraerts leek, was louter toevallig, maar (ver)wijst enkel naar de gezegende leeftijd van het deels wassenbeeldengezelschap uit Cuba.

Maar een gezelschap dat muzikaal nog altijd fijntjes brengt waarvoor ze in de eind jaren negentig (toen al hadden ze oude knoken) samengebracht werd door onder andere Ry Cooder: de Cubaanse muziek wereldwijd maken. De son, rumba, bolero en andere salsa’s zetten de heel kleurrijk gemixte AB zacht in beweging. Pas in het laatste halfuur ging het er echt Latijns-Amerikaans swingend aan toe.
Het geraamte (what’s in a word?) van de 14-koppige Buena Vista Social Club ‘nieuwe’ stijl bestond nog altijd uit de mannen van toendertijd. Legenden als  Cachaito Lopez, Guajioro Mirabal, Aguaje Ramos, Manuel Galban en Barbarito Torres zijn nog steeds grote senores. De verjongende opsmuk gebeurde in de vorm van een nieuwe zangeres en een nieuwe cantor die – in tegenstelling tot Ochoa – de performance enkel vocaal droegen. Ze misten de présence die de originelen hadden. Het authentieke, het doorleefde. Rolandito Luna aan de piano was dan weer wél een aanwinst.
Vooral de twee trompettisten – twee druppels Statler en Waldorf alleen al door hun pasjes en grapjes -  stalen nog de show en blazen er zowel nostalgie als schwung in.  Na een opwarmronde, waarin iedereen zijn zegje, slagje of blaasje kreeg, gingen de handen in de AB pas voor het eerst boven de hoofden op elkaar bij El Carretero, het vijfde nummer, waarna de vocaliste voor het eerst zelf het mooie La Rosa Oriental vertolkte. Het deinde op en neer en zelfs een jazzie versie van Scherzada kon bekoren.
Met het onvermijdelijke Chan Chan haalden de Maestro’s hun succeskast open en van dan af zat Cuba in Brusselas. Torres demonstreerde zijn gitaarvirtuoisiteit door na een flauw grappig sketchke even met zijn handen op zijn rug te gaan tokkele. Eén van de gedateerde tormpettisten kroop even in de rol van profesor de baila en legende Mirabal bracht Candela nog tot een hoogtepunt en meteen het einde.

Exact twee uur had de Buena Vista Social Club nodig om la historia de la musica cubana te doorlopen en intussen mee te creëren. Want wie BVSC zegt, zegt Cuba. En omgekeerd. Voorwaar nog altijd een prestatie want de Belgen van hun leeftijd lagen tegen dan al minstens twee uur in hun bed in het rusthuis te veel minder muzikaal ronken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Play list 1. Borderlain Montun 2. Rincon Caliente 3. Cerezo Rosa 4. Bodas De Oro 5. El Carretero 6. La Rosa Oriental 7. De Camino a la Verde 8. El Negro No Quiere 9. Scherezada 10. B.V. En Guaguanco 11. Bodeguero 12. Sr. Trombon 13. Chan Chan 14. Moron 15. Tula
Bisnummers 16. Dos Gardenias 17. Candela

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel/ Jazztronaut

Paolo Nutini

Vrouwentongen spreken …over Paolo Nutini: don’t miss the heartbeats van de jonge Schotse singer/songwriter …

Paolo Nutini … Zijn vader heeft Italiaanse roots, z’n moeder komt van Glasgow en zijn grootvader was de persoon, die hem aanmoedigde om muzikaals iets uit te bouwen …Hij kon Paolo als kind kalmeren met zijn pianomuziek. En tot slot leerde Paolo de knepen van het vak door als roadie met de groep Speedway op tour te gaan. En hoe het allemaal kan gaan … in afwachting dat de groep Sneddon opdaagde, kreeg hij de kans om enkele songs te zingen, en werd daar door een manager in het publiek ontdekt. Zijn carrière ging vroeg van start ( al van de prille, jonge leeftijd van 17 jaar) en hij kon al supports verzorgen van Amy Winehouse en KT Tunstall. In 2006 kon hij zelfs vóór de Rolling Stones zijn ding doen. Hij bracht al de cd’s ‘These streets’, een ‘Live sessions’ en in de zomer van dit jaar ‘Sunny side up’ uit. Invloedrijk zijn ‘big names’ The Beatles, Pink Floyd, David Bowie, Fleetwood Mac, Rod Stewart en U2. Muzikaal treedt hij in de voetsporen van songwriters James Blunt, Damien Rice en houdt hij het op een vleugje Oasis Britpop. Bekende singles in Vlaanderen zijn reeds “Candy” en “Coming up easy”. In Nederland heeft hij met z’n groep al een grotere naambekendheid.
Hij slaagde erin menig meisjeshart sneller te doen bonken; opvallend was hoe hij een breed publiek van ouders en dochterlief wist aan te spreken …
 
Eerst kregen we Kate Walsh, die ondanks haar mooie stem, wat eentonig klonk. Haar spaarzame gitaarsongs bleven wat steken.
Will and the People daarentegen, kon het publiek warmer krijgen door hun jeugdig enthousiasme en eeuwig optimisme in hun reggae-ske popsongs. Het gemengde publiek stond met verwondering te kijken hoe de jonge bandleden overtuigend de verschillende muziekgenres aansneden, iedereen veroverde en in vervoering bracht. De romantische popsongs werden afgewisseld met meer ritmische, die verder richting jazz, country en soul gingen.
Paolo Nutini … In de songs kon hij zonder veel moeite de juiste klemtoon leggen door de wijze waarop hij zijn stem hanteerde van ruig naar zacht; verbazend hoe een jonge kerel als hem over doorleefde vocals beschikte en op die manier gevoel in de songs legde. De jonge Schot zong de ziel uit zijn lijf. Paolo leek net zoals de andere bandleden volledig op te gaan in z’n muziek wat de sound tot een hoger niveau hief. Bijna het hele concert zong hij met de ogen gesloten.
De blaasinstrumenten, basgitaar, drum, gitaar en drums zorgden voor een gevarieerd, veelzijdig geluid en ondersteunden optimaal z’n schorre stem. Ze geloofden en overtuigden in wat ze brachten en beleefden er tevens plezier in!
Ze stonden er als band zonder de attitude van het reeds gemaakt te hebben, dit terwijl menig vrouwvolk wild enthousiast stond te gillen. We kregen die avond het volgende afwisselend op ons bord: “Alloway grove”, “High hopes”, “Loving you”, “Such a night”, “Growing up”, “Candy”, “Chamber Music”, “These streets”, “Worried man”, “Funky cigarette”, “Coming up easy”, “Percit full of lead”, “Mexico”, “Sleepwalking”, “New Shoes”, “No other way”, “Jenny don’t be hasty”, “Tricks of the trade”, “Time to pretend” en niet te vergeten “Last request”. Straight from the heart klonken de nummers: mooi, passioneel, meeslepend, romantisch, warm, ritmisch, opzwepend, gevoelig, ruig, ingetogen, toereikend, vrolijk, harmonieus, sexy en krachtig!
Een schitterende avond werd afgesloten met de woorden: “It was Jean- Claude Van Dammtastic to be here in Belgium!” Meer hadden we niet nodig om ons door deze wonderboy te laten leiden …

Organisatie: Live Nation

Christopher Cross

Geringe opkomst voor popmonument Christopher Cross

Geschreven door

De kans dat je Christopher Cross te pakken krijgt voor een concert in ons land is heel erg klein. Het was immers al van in 1992 geleden dat de man nog in ons land was. Toen stond Cross in Antwerpen samen met o.a. Joe Cocker op het podium tijdens de ‘Night Of The Proms’ shows. De toch wel unieke gelegenheid om deze singer-songwriter aan het werk te zien in de Handelsbeurs grepen we dan ook met open armen.
Christopher Cross, geboren in Texas en ondertussen ook al 58 jaar, schreef geschiedenis in 1981. Zijn titelloos debuutalbum ‘Christopher Cross’ (uit 1980) was toen één van de meest invloedrijkste albums van die tijd en het werd ook bekroond met een Grammy Award voor het beste album van het jaar. Een prijs die hij wegkaapte voor de neus van Pink Floyd’s ‘The Wall’. “Sailing” werd in 1981 ook verkozen tot de beste song van het jaar. Christopher Cross bleef maar prijzen verzamelen doorheen zijn carrière en heeft na 5 Grammy Awards, ook nog een Golden Globe en een Oscar beeldje op zijn schouw staan. Die laatste trofee kreeg hij voor de song “Arthur’s Theme”, die hij schreef voor de film ‘Arthur’, een tragikomedie met Dudley Moore en Liza Minnelli.

In de lente van 2008 nam Christopher Cross een nieuw album op met als titel: ‘The Café Carlyle Sessions’, opgenomen in het legendarische Café van het Carlyle Hotel in New York. Deze kleine setting bleek de ideale plaats om de songcomposities om te toveren in lichte jazzpareltjes, vaak erg verschillend van de originele, traditionele poparrangementen.
Dit concept bracht Cross tot in een mager gevulde Handelsbeurs, waar het publiek zichtbaar genoot van de unieke stem van Christopher Cross, de vele bekende popklassiekers en een erg sterke, gepassioneerde begeleidingsband.
Vanwege de beperkte opkomst (“A Small But Lovin’ Bunch”, aldus Cross ) kreeg dit concert toch wel een uniek, intiem karakter. Het was alsof je op de eerste rij zat in het Carlyle Café. Echt uitbundig werd het nooit maar het publiek vol Cross kenners genoot vooral van een evenwichtige, grandioze set. Christopher Cross liet zich op het podium omringen door een vierkoppige sterke live band vol virtuoze muzikanten. De meeste muzikanten hoefden zich niet meer te bewijzen en verdienden hun sporen al eerder in de jazz scène. In de band o.a. L.A. Jazz pianist Nick Manson, die zich meermaals positief in de kijker speelde. Vooral zijn subtiel, jazzy intro voorafgaand aan de wereldhit “Sailing” maakte enorm veel indruk. Naast Manson was het vooral de Fin Andy Suzuki op saxofoon, dwarsfluit,…die de show stal. Bijna alle nieuwe songarrangementen droegen zijn stempel. Popliefhebbers kwamen gelukkig ook aan hun trekken want nooit werden de vernieuwde jazzarrangementen te confronterend. Klassiek, pop & jazzelementen werden harmonieus versmolten. De songbasis bleef behouden en ook voor niet jazz liefhebbers werd het geheel toegankelijk gehouden. De songs kregen dan wel een nieuw jasje, het was toch vooral de typerende, hoge en kristalheldere stem van Cross die imponeerde. Hoogtepunten volgden elkaar snel op en tussendoor hield Cross contact met zijn publiek. “Think Of Laura”, het eerbetoon aan het vermoorde meisje Laura Carter, was één van de vele hoogtepunten naast de gekende pophits: “Sailing”, “Arthur’s Theme”, “Ride Like The Wind” en “All Right”. Tijdens “In A Red Room” mocht de band eens voluit gaan of zoals Cross het zo treffend zei: “Now It’s Time For The Band To Spread Their Wings And Do Their Thing”.Op de setlist echter ook minder bekende songs zoals “Open Up My Window en “Hunger”. Deze laatste song kwam uit Christopher Cross laatste studioalbum ‘Walking In Avalon’, dat al dateert van 1998. Echt productief is hij als songschrijver de laatste 10 jaar niet geweest. In 2007 bracht Cross wel nog een kerstalbum uit. Ook daaruit kregen we een song, de zelfgeschreven compositie “Does It Feel Like Christmas”. Met het prachtige “Talking in My Sleep” kwam er een einde aan het erg mooie, intieme concert.

Ondanks de matige belangstelling, bedankte Cross zijn promotors. Hij was duidelijk tevreden en relativeerde de zaak door een stuk van de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het was immers veel te lang geleden dat hij nog in België was geweest. Plannen voor een uitgebreide tour in 2010 staan op stapel want dan zou er eindelijk ook een nieuw studioalbum verschijnen. In een kort gesprekje met Christopher Cross na het concert vertelde hij mij dat het nieuwe album totaal anders zal klinken en meer een Crowded House georiënteerde popplaat zal worden. Hopelijk zien we deze zeer getalenteerde en uiterst charmante muzikant dan ook terug in een van onze concertzalen. Warm aanbevolen!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Setlist: *Never Be The Same *Deputy Dan *Open Up My Window *Walking In Avalon *Sailing *Kind Of I Love You *I Really Don’t Know Anymore *Does It Feel Like Christmas *No Time For Talk *Hunger *In The Blink Of An Eye *Think Of Laura *In A Red Room *Swept Away *Arthur’s Theme (Best That You Can Do) *Ride Like The Wind
*All Right *Talkin In My Sleep

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Dodos

The Dodos: als vanouds ontladen …

Geschreven door

The Dodos – Megafaun - de twee Amerikaanse bands kregen in Tourcoing een dezelfde tijdsduur aangemeten in hun avontuurlijk warme sound van freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons. Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun en The Dodos, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Megafaun bracht een spannende gig van frisse, dromerige ‘70’s retro. Het trio, de broers Cook en Joe Westerlund, speelde een uiterst genietbare set door een hitsig, broeierig gitaargetokkel op akoestische gitaar en banjo, de toegevoegde handclaps, de bezwerende percussie en een meerstemmige zang. We hoorden een paar energieke en boeiende solopartijen en ze schuwden het experiment niet in de songstructuur; de songs ondergingen diverse tempowisselingen en deinden op spannende wijze uit, wat schwung en pit gaf. De drummer haalde zelfs een vuilnisemmer boven en klapte met de cymbalen. Het was allemaal, met gevoel voor drama.
Deze bebaarde mountainhouthakkers overtuigden dus en daar zaten zeker de songs van hun tweede plaat ‘Gather, form + fly’ voor iets tussen; we koesterden vooral “Kaufman’s ballad”, “The fade”, het mijmerende “Worried man” en de semi acapella “Darkest hour” tot de puike rockers “Guns” en “Impression of the past”!

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze zijn in ons landje al erg geliefd, maar net over de grens moeten ze nog warm gemaakt worden om hun heerlijk warme subtiliteit te proeven, ondanks het feit dat de huidige cd ‘Time to die’ toegankelijker klinkt. Was de band wat beheerst en sfeervoller tijdens hun optreden in de Bota van september ll, dan waren ze hier als een jaartje terug, - remember de gigs in de VK, Pukkelpop en Dour! De songs kregen een ietwat rauwe, rammelende en zompige inslag, onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long.
We waren terug onder de indruk van het compacte samenspel en de weirde ideetjes in het creatieve, aanstekelijke gitaargetokkel, de –licks en de -slides, de bezwerende, opzwepende drums, het gestoei met de strijkstokken en de subtiele geluidjes op vibrafoon.
Het opbouwende en feller wordende geluid, de broeierige intensiteit en de frisse groove zorgden ervoor dat de songs het publiek bij de kraag vatten. In de set ging het gaandeweg naar een stomend feestje door “Small death” en “Two medicines” te plaatsen naast “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Zelfs de lieflijke, meeslepende intimiteit van sommige nummers kregen een nerveus, gejaagd ritme, iets wat het geheel alvast ten goede komt.
Ze speelden op een los ontspannende manier de pannen van het dak. Wat een ontlading hoorden we op het podium, waarbij het trio niet ten onder ging in de intrinsieke schoonheid en fijnzinnige subtiliteit, waarvoor we eerst vreesden. Integendeel, we ondersteunen hun huidige muzikale strategie en attitude …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Sonic Youth

The Eternal

Geschreven door

Het Amerikaanse Sonic Youth, uit NYC, maakte nu z’n eerste plaat bij het Matador/V2 label. Ze behouden die intens broeierige, bezwerende , spannende en avontuurlijke aanpak van melodieus rauwe dwarrelende gitaarpop, gekruid met het typische SY recept van een gepaste dosis noise en gitaarstormen; op de laatste platen is dit laatste duidelijk gematigder geworden, want de songs hebben een mooie opbouw, klinken hartverwarmend, dromerig en gevoelig en ondergaan soms onverwachtse wendingen; het is een vertrouwd en makkelijk verteerbaar geluid, waarbij toegankelijkheid en experiment hand in hand samengaan … altijd anders, altijd hetzelfde ... lieflijk ontstemd…Goed, eigenzinnig en boeiend!
Het SY kwartet Thurston Moore – Kim Gordon (moeder aller rockchicks, 56jaar btw!), Lee Renaldo en Steve Shelly hebben momenteel Mark Ibold (ex Pavement ) aan de band toegevoegd, om op die manier zelf wat meer ruimte te hebben.
Openers “Sacred trickster” en “Anti-orgasm” trekken meteen de aandacht en mogen samen met “What we know”, “Calming the snake” en de afsluitende reeks “No way”, “Walking blue” en “Message the history” ingelijfd worden tot sterke SY pareltjes. De andere songs kabbelen wat voort binnen het vertrouwde recept, maar dat is hen na bijna dertig jaar meer dan vergeven … Sonic Youth weet ons na al die jaren nog steeds te beklijven. Samen op naar een muzikaal pensioengerechtigde leeftijd?!…

A Place To Bury Strangers

Exploding head

Geschreven door

Alles komt terug. Zo ook de shoegaze, u weet wel, het stofzuigergeluid geboren eind jaren tachtig / begin jaren negentig bij bands als Jesus and The Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. De hedendaagse volgelingen heten BRMC, Amusement Parks On Fire of recenter The Big Pink en deze A Place To Bury Strangers. ‘Exploding heads’ is een hechte en verduiveld sterke plaat. Onder een wall van noise, feedback en distortion zitten uiterst knappe songs verdoken.
De stofzuigers schieten venijnig snel uit de startblokken met “It is nothing”, hiermee is de toon gezet voor een snerpend en stevig album. In “In your heart” is een eighties gitaar geslopen, precies afkomstig van een verdwaalde Bauhaus plaat. “Lost feeling” is een geweldige brok noise en shoegaze, een soort Jesus and The Mary Chain in overdrive. “Deadbeat” opent misleidend met een B 52’s gitaarloopje en gaat dan onherroepelijk aan het scheuren. Het knappe voortrollende “Keep slipping away” had van The Stone Roses kunnen zijn en op het machtige “Ego death” wordt het pad van Jesus And The Mary Chain wel heel nadrukkelijk gevolgd, maar ’t is een duivelse song. “Smile when you smile” begeeft zich ergens tussen Britpop en stonerrock met een gevaarlijk psychedelisch randje, de macho’s van Monster Magnet zouden ook zoiets uit hun mouw durven schudden. Vanaf “Everything always goes wrong” zit A Place To Bury Strangers weer volop in de eighties, alsof Joy Division en Sisters of Mercy hier door de shoegaze mangel worden gedraaid en “Exploding head” is zelfs gebouwd op een Cure basloopje. Het moordende sluitstuk “I lived my life to live in the shadow of your heart” vat alles nog eens goed samen, de song zet furieus en gedreven aan en eindigt in een overweldigende partij noise.
Splijtende plaat. En nu even onze oren laten uitspuiten.

Pagina 853 van 963