logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_10
The Wolf Banes ...

Gov’t Mule

Gov’T Mule: authentieke stevige ‘no bullshit’ rock rules …

Geschreven door

Tussen de resem ‘Greatest hits’ en ‘Best of’s die traditioneel het eindejaar aankondigen, verschijnt er gelukkig ook nog wat interressant nieuw werk. Zoals ‘By a thread’, de jongste studio CD van het fijne gezelschap Gov’T Mule. Ondertussen reeds hun 9de studio album, en het mag gezegd, één van hun beste. Potige heavy blues rock zonder veel franjes, zoals het hoort ! Ter promotie hiervan zijn ze momenteel op de hort in Europa en deden ze zaterdag ll. de Trix in Antwerpen op zijn grondvesten daveren. Voor wie ze niet kent : Gov’t Mule is de band van gitarist Warren Haynes, in thuisland VS immens populair, maar slechts sporadisch in Europa te bewonderen (vanwege hier niet zo ‘immens populair’). Slide gitarist extra-ordinaire Haynes’ roots liggen in de ‘Southern Rock’, want sinds begin jaren ’90 is hij gitarist van de legendarische Allman Brothers Band. In 1994 richt hij samen met Allman Bros maatje Allen Woody (bas) en Matt Abts (drums) Gov’t Mule op, waarmee meteen ook het (typisch Amerikaanse) verschijnsel ‘Jam Band’ in het leven wordt geroepen. ‘The Mule’ is immers op zijn best live : Authentieke stevige ‘no bullshit’ rock met lange uitgesponnen jams, doordrenkt van smeuige blues, swingende jazz en alle denkbare andere stijlen tussenin.

En zo was het zaterdag ook in Borgerhout : Na een gezapige start met ‘Hammer and nails’ en ‘Million miles from yesterday’ schakelden Haynes, Abts, Danny Louis (keyboards) en nieuwe bassist Jorgen Carlsson meteen een tandje bij met een spetterend “Rocking horse” gevolgd door het slepende, dreigende “Temporary saint”, beiden van hun debuut CD uit ’94. Na de obligate ballad “Soulshine”, een Haynes compositie nog daterend uit zijn pre-Mule Allman Brothers tijd, volgde een tenenkrommende uitvoering van “Broke down on the brazos”, het prijsbeest op de nieuwe CD en een absolute Mule klassieker in wording ! Op de CD met een glansrol voor special guest ZZ TOP’s Billy Gibbons (doet ons al uitkijken naar de nieuwe CD van de ‘little ol’ band from Texas’ zelf ), hier in A’pen weliswaar zonder Gibbons, maar toch meteen goed voor een eerste hoogtepunt van de nog prille (alhoewel al een klein uur bezig!) avond.
Nog 2 nieuwe nummers volgen: het zeer Southern klinkende ‘Railroad boy’ en ‘Monday morning meltdown’, alvorens deel 1 van de set af te sluiten met het jazzy (en een een dik kwartier durende) “Sco Mule”, oorspronkelijk een nummer uit de ‘The Deep End’ CD van 2001, waarin Haynes bijgestaan - of uitgedaagd - werd door jazz gitarist John Scofield. Naast zijn bezigheden met Gov’t Mule, The Allman Brothers en ook nog als vaste gitarist bij ‘The Dead’ (zijnde de herrezen Grateful Dead, na de dood van frontman Jerry Garcia), is Warren Haynes immers een vrij bezig baasje, getuige de legio samenwerkingen met andere artiesten van allerlei pluimage. Zo was hij te gast op platen van ondermeer Blues Traveler, Atomic Bitchwax, Bottle Rockets, Mountain, Corrosion of Conformity, ....  En voor wat hoort wat : op diverse Gov’t Mule CD’s waren o.a. reeds te gast : Flea (Peppers), Jack Bruce (Cream), Les Claypool (Primus), Billy Cox (Hendrix’ Band of Gypsys), Jason Newsted & James Hetfield (een of ander metalbandje), P-funk legende Bootsy Collins, John Entwistle (The Who),  etc...
Na de pauze haalde Danny Louis zijn trompetje tevoorschijn voor “The shape I’m in”, opener van deel 2 en een track uit het ‘dub & reggae’ experiment ‘Mighty High’ uit 2007 (waarop Spearhead’s Michael Franti als special guest). Een krachtig “Monkey hill” (terug uit de debuut CD) volgt, waarna even gas terug genomen wordt met de oude blues standard “Need your love so bad”, gespeeld volgens het Peter Green (Fleetwood Mac) recept, zonder onder te doen voor deze blues grootmeester zelf (alhoewel ik sterk betwijfel of Green deze classic zelf nog met dergelijke overtuiging kan brengen). Na dit rustpunt wordt terug voluit gegaan met het licht fantastische, lang uitgesponnen swingend jazzy meesterwerk “Devil likes it slow”. Drummer Matt Abts mag vervolgens een staaltje van zijn kunnen ten gehore brengen – 10 minuutjes drumsolo, voor velen tijd voor een plaspauze – gevolgd door “About to rage” en een schitterend “Steppin ligtly” uit de nieuwe CD.
Deel 2 (de avond is ondertussen een kleine 3 uur gevorderd) wordt afgesloten met een daverende versie van terug een absolute Mule klassieker “Blind man in the dark” uit de 2e studio CD ‘Dose’ (1998), misschien wel de ultieme Gov’t Mule song : de perfecte samensmelting van door merg en been gaande gitaren, een dreigend basritme en de immer doorleefde soulvolle bluesy stem van Haynes.
Gebist wordt er ook nog : “Nothing but the blues” met Robert Johnson’s “Come on in my kitchen” (Haynes solo) en een stevige uitvoering van de Elmore James classic “Look on yonder wall”, samen terug goed voor een 20 minuten durende finale !

De derde doortocht van Gov’t Mule in ons Belgenland (voorheen te zien in Rivierenhof 2005 en Peer BRBF 2007) was dus weerom uiterst genietbaar voor de liefhebber van een stevige lap (= 3 uur ! Altijd waar voor je geld bij Gov’t Mule) ‘no nonsense’ rock & roll ! Voor wie er niet bij was : Naast de 9 studio albums kunnen vooral de vele live albums wat soelaas bieden ! Sterk aanbevolen zijn : ‘Live at Roseland Ballroom’ (1996) en ‘Live ... with a little help from our friends’ (1999). Check it out !

Organisatie: Trix, Antwerpen


Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - vrijdag 6 november 2009
We konden nog net twee nummers van Two Door Cinema Club meepikken, en die konden ons overtuigen met hun dansbare UK indie rock in de stijl van Friendly Fires of Maximo Park.

De tweede act van de avond, Lissy Trullie, kon ons minder overtuigen. Lizzie McChesney is een model en singer-songwriter uit New York die een Ep’tje uit heeft, waarin ze zwaar naar de eighties refereert. Haar indierock bleef niet echt hangen, enkel een leuke cover van Hot Chip’s “Ready for the floor’ bleef ons bij. Modellen of actrices die ook beginnen zingen, meestal is het geen geslaagde combinatie (zie ook Juliette and The Licks of Scarlett Johansson).

Hoogtepunt van de tweedaagse was zeker en vast Florence And The Machine. Florence Welch haar debuutalbum, ‘Lungs’, mag zeker tot een van de belangrijkste van 2009 gerekend worden, een jaar waren jonge vrouwelijke popartiesten de toon aangegeven hebben (La Roux, Bat for Lashes, maar waarom ook niet Lady Gaga).
Op Pukkelpop waren we met moeite de Club ingeraakt en hadden we maar een kort stukje kunnen meepikken, zo populair is Florence And The Machine al op korte tijd geworden, dus we waren benieuwd hoe ze het er in een volledige set zou vanaf brengen. Florence had opnieuw haar kenmerkende zwarte cape en ditto korte broekje aan, maar deze keer stond er geen gigantische ventilator op het podium, dus wapperende knalrode haren zouden we vanavond moeten missen. Een harp hadden The Machine wel meegebracht, en hierop werd dan ook “Between 2 lungs” ingezet. Het was lang geleden dat we nog zo een Stem met een grote S gehoord hadden,  ergens tussen Heather Nova en Sharon Den Adel van Within Temptation in. Waar Heather Nova echter een totaal gebrek aan podium présence heeft, en Within Temptation aan de verkeerde kant van theatraal zit, heeft Florence and The Machine nu nét die présence, en weet ze perfect op het randje van de theatraliteit te balanceren. Een stem met een enorme soepelheid en ongelooflijk bereik. Nummers die we absoluut onthielden waren “Drumming”, “Dog days are over”en“If I had a heart”. Tijdens één van deze nummers moesten we zelfs aan Robert Plant denken, wat toch wel bewijst hoe uniek de stem van Florence is. Het Franse publiek was superenthousiast, zodat de set stomend afgesloten werd met de disco-klassieker “U got the love” (cover van Candi Station) en finaal natuurlijk “Rabbit Heart”.

Na Florence and The Machine zou Passion Pit het moeilijk krijgen om beter te doen. Dit vijftal uit Massachussets brengt elektropop a la Hot Chip of Friendly Fires, heel dansbaar en inventief dus. Passion Pit was zeker niet slecht, maar wat voor mij het optreden een beetje de das omdeed was de falset stem van zanger Michael Angelakos, die ook veel te dicht tegen Mika aanschuurde. Het publiek was ook niet echt overtuigd, het was maar naar het einde van de set dat kopjes goedkeurend op en neer gingen. Afgesloten werd met “The reeling”.

Al bij al was deze editie van Les Inrocks opnieuw zeer geslaagd, met bands uit heel verschillende genres, waarbij Florence And The Machine met vlag en wimpel boven de rest uitstak.

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Aéronef, Lille

Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - donderdag 5 november 2009
Wegens het vroege aanvangsuur pikten we maar in tijdens Amanda Blank. Amanda Blank is een Amerikaanse rapster uit Philadelphia die al sinds 2005 actief is met o.m. samenwerkingen met Spank Rock, Santigold en M.I.A. Op haar debuut ‘Ilove you’ kreeg ze hulp van onder meer Spank Rock, Diplo en David Sitek (van TV on the Radio) Een Dj zou ons eerst vijftien minuten opwarmen, met een elektrische set met veel jaren tachtig invloeden, old school hiphop, Madonna en Italo-disco, maar ook met vuile hedendaagse electro in de stijl van Crookers. Het was duidelijk dat niet iedereen in het publiek hier op zat te wachten, maar ook bij de oudere rockfans werd de aandacht gewekt toen Amanda Blank tenslotte op het podium verscheen: zeker toen ze haar boksercape afgooide en er een mooi stel benen en billen tevoorschijn kwamen. De link naar Lady Gaga was duidelijk gelegd, niet alleen in de uitdagende verschijning, maar ook in de stijl van de nummers die elektropop met hiphop vermengden. Natuurlijk kwam er een song ‘for the ladies in the house’, en daarnaast kregen we nog een ode aan de vuilbekkende eighties rappers van 2 Live Crew (herinner u “Me so horny”), maar de meest memorabele song was toch “Might like you better”.

Na Amanda Blank, kregen we direct een complete stijlbreuk met Black Lips, een garage rock groep uit Atlanta. In 2009 werd deze groep opgepikt in het alternatieve circuit met hun vijfde album, ‘200 Million Thousand’. We kregen een heel afwisselende set, waarin de ritmesectie een bepalende rol speelde. We hoorden en zagen heel veel sixties invloeden (de vloeistofdiaprojecties op de achtergrond), en ze deden ons met momenten heel erg denken aan de vroege Beatles (in hun Hamburg periode), ook al omdat de zanger een basgitaar bespeelde die wel heel erg op die van Paul McCartney leek. Naast die sixties-invloeden, refereerden Black Lips ook naar The Clash en The White Stripes. Black Lips waren op hun best wanneer ze mid-tempo songs speelden, omdat dan de melodieuze kracht van de nummers de overhand haalde.

Ebony Bones!, een Engels zevental rond zangeres Ebony Thomas, mocht de donderdagavond afsluiten. We keken onze ogen uit toen deze groep het podium betrad: het leek wel of de Antwerpse modeacademie zijn afstuderende ontwerpers een forum gaf: we zagen een Egyptische farao of het kan ook een Perzische prins geweest zijn op gitaar, op keyboards een rastafari met een Zorro-masker, de drumster had zwarte lipstick op, er waren twee danseresjes met blauwe en paarse pruikjes, en het fantastische middelpunt was Ebony Thomas, een kop blond kroeshaar aka Kelis, met een roodgroen ballonjurkje en een legging waarvoor ze wellicht een aantal van de 101 dalmatiers gevild hadden. De muziek dan: een feestige mix van indie-rock, electronica, en punkfunk met soulinvloeden. Ebony Thomas kreeg het Franse publiek op handen, en slaagde er zelfs in ditzelfde publiek tot zijwaartse danspasjes te verleiden. Een geslaagde afsluiter van de eerste dag, ook al omdat afgesloten werd met een leuke versie van Iggy’s “I wanna be your dog”.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille

Editors

Editors slaagt in examen om bij de grote jongens te horen

Geschreven door

Editors zijn zo stilaan een topact aan het worden, hun vorige passages in België passeerden nog via de AB en de Vooruit, nu moet Vorst Nationaal er al aan geloven, en ze zijn er klaar voor.

De nieuwe plaat ‘In this light and on this evening’ blijkt een zegen voor de band, de koerswijziging die ze ermee hebben aangegaan wordt ook doorgetrokken in hun live act en net dit zorgt voor een aangename variatie in hun live set. De koele synthesizers van het nieuwe album wisselen mooi af met de meer gitaargerichte songs van de eerste twee platen. Het geheel baadt meer dan ooit in een eighties sfeer die afwisselend naar Joy Division, Depeche Mode, The Cult en The Sound lonkt. Songs van hun drie platen wisselen elkaar vlot af en zo wordt de drive en de schwung er gans de tijd ingehouden. Want Editors mogen dan al een donker geluid tevoorschijn toveren, hun muziek klinkt nooit echt depressief als bij grote voorbeelden Joy Division. Door een eerder opgewekte sound begint Editors zo stilaan ook van dat Joy Division etiket af te geraken. Een andere sterkte is de warme krachtige stem van Tom Smith die de vaak donkere songs mooi verteerbaar maakt. Met sterke nummers als “Racing rats”, “Blood”, “Munich”, “Lights” en “Smokers outside the hospital door” is de herkenbaarheidsfactor hoog en hangt het volk aan hun voeten. Het nieuwe materiaal stoot bij het publiek nog op wat onwennigheid, maar wij vinden dat een beetje onterecht want “Eat raw meat = blood droll”, “In this light and on this evening” (indrukwekkende opener) en “Bricks and mortar” zijn uitstekende songs. Het ultieme toetje, de kraker van het moment “Papillon” wordt gespaard tot helemaal op het einde en brengt Vorst in volle extase, ook al wordt naar onze mening de song een beetje te rap en te zenuwachtig afgehaspeld. Doch, laat dit een zweempje van detailkritiek zijn, want we gaan niet morren, Editors bewijzen hier wel degelijk bij de grote jongens te horen.

De band heeft duidelijk een eigen smoel gekregen en speelt zonder scrupules op een overtuigende manier een zaal als Vorst Nationaal plat. En, reken maar, volgende zomer ook Rock Werchter, en ’t zal niet onderaan de affiche zijn.

Organisatie: Live Nation

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 3 -

Geschreven door

Dag 3 bracht weer een hoop volk op de been. Eerst wat staan luisteren naar de jonge auteurs die onder de titel ‘Print is Dead’ een gezamenlijk verhalenbundel hebben uitgebracht. Literair jong grut en dat moet ook de conclusie zijn : er is nog veel werk aan de winkel.

Customs bracht donkere rechttoe-rechtaan rock die de mosterd bij Editors of dan weer hun voorgangers uit de jaren tachtig haalde en ze deden dat goed. Er moet misschien nog hier en daar aan de identiteit van de songs geschaafd worden, maar wat ze als nieuwe band brachten, was knap. Ze moeten alleen beseffen dat het een risico is om een wereldsong als “Shine On” van de House of Love te coveren als die moet contrasteren met het eigen werk.
Daarvoor hadden we al Tom Lanoye en Tom Naegels bezig gehoord. Aardige en bij momenten grappige teksten, maar niet meer dan dat, en ze moeten beiden echt iets aan hun schabouwelijke dictie doen.
Wat veel beter beviel was het Kiteman’s Hiphop Orkest, dat een keur aan (wereld)-muziek door de gehaktmolen haalde en daar met onverwachts goede resultaten uitkomt. Het zijn allemaal erg professionele muzikanten en het samenspel loopt gesmeerd. Moeiteloos springen ze van reggae naar hiphop naar iets wat op free jazz lijkt. De eerste keer dat het publiek in de Rote Bühne zo enthousiast was. Een feestje was geboren.
De documentaire We Call It Techno, was er een waar ik erg naar had uitgezien. Ze ging over het ontstaan van de techno in Duitsland in de vroege jaren negentig. Daaruit bleek dat het beestje een naam moet hebben, want wat ze in Frankfurt techno noemden was bij ons gewoon new beat. Erg boeiend oud filmmateriaal gezien, en dan valt het op dat de mode toch wel vreselijk was toen. Maar goed, techno is ook in Duitsland een massafenomeen geweest, wat tot excessen en commercialisering wel haast moest lijden, wat de idealisten van het eerste uur wel moesten betreuren. Het gebeurt altijd opnieuw. Muzikaal vraag ik me wel af wat er van het hardste materiaal op termijn zal overblijven, toch zeker vergeleken met het etherischer werk uit Detroit uit die periode, maar het zal ooit wel weer ontdekt worden. Ik schat nog vijf jaar.

Toen was het plots zowat drie uur, en als je dan uit een filmzaal komt zou ik denken dat het om films van bedenkelijk allooi gaat. Nu ja het is eens iets anders. Afgesloten hebben we met Riders on the Storm van The Doors, niet je alledaagse afsluiter op een evenement als De Nachten, maar het was goed geweest. Volgend jaar weer present.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

Buena Vista Social Club

BVSC presents Eliades Ochoa: Todo por la grande familia

Geschreven door

Buena Vista Social Club presents Eliades Ochoa. Dat was de affiche. Dat was de afspraak voor wie een zwak heeft voor Cuba en zijn muziek, of nostalgisch de film van 1999 eens live wou beleven. Het werd in de Antwerpse Arenberg una noche om je vingers van af te likken.

Buena Vista Social Club is een groep Cubaanse muzikanten die samen met twee Amerikaanse musici eind jaren negentig een band vormde en meteen een wereldhype werden, vooral door Ry Cooder die ook mee speelde en door de film die in 1999 ingeblikt werd.
Allemaal oude knarren waren het toen al. Met vergeten muzikanten als Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo, Ruben Gonzalez, Compay Segundo, werd Cuba en zijn muziek plots op een andere manier op de wereldkaart gezet.  Eliades Ochoa was de jongste (geboren in 1946) en intussen de laatste overlevende vocalist van toen.
Ochoa  stond er vrijdag in Antwerpen en blonk in zijn 63-jarig vel. De vurig verdediger van de traditionele Cubaanse muziek (son, guaracha, bolero, afros) wordt ook wel eens de ‘Cubaanse Johnny Cash’ genoemd en hij deed die naam en faam in de Arenberg alle eer aan.
Nog voor hij zijn mond had open gedaan, had hij de zaal al mee. La grande familia, noemde hij het aanwezige publiek herhaaldelijk. ,My English not good’, dus richtte hij zich maar in het sappige Cubaanse Spaans tot de zaal. En je hoefde geen Castillano te kennen om te voelen wat hij bedoelde. Een ode aan ‘zijn’ muziek en land, was wat hij bracht, de man met de cowboyhoed die zijn zeven companeros in een grijs werkuniform had gestopt. Zelf betokkelde hij zijn hoog opgehouden gitaar met verbluffend vingerwerk en zette de Arenberg met zwepende canciones in beweging.
Vooral in deel 2 (,Men heeft me gezegd dat jullie allemaal een copa de vino gaan drinken, dus moet ik wel pauzeren’) ging het warmbloedpubliek stelselmatig rechtstaan en heupwiegen.

Een Cubaanse avond in een druilerige Antwerpse binnenstad. Muchas gracias, grande padre de la familia !

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Wilco

Wilco verzorgt ultieme herfstsoundtrack in bomvolle AB

Geschreven door

“Tijd heelt alle wonden” ... het zou het levensmotto van Wilco opperhoofd Jeff Tweedy kunnen zijn. Tweedy’s getormenteerde levensverhalen ten tijde van het opus magnum ‘Yankee Hotel Foxtrot’ (’02) maakten op daaropvolgende platen beetje bij beetje plaats voor gemoedsrust en sereniteit, en op het recentste Wilco album is er zelfs sprake van humor en speelplezier. Of hoe anders moeten we de titel van hun jongste worp, ‘Wilco (The Album)’, en het openingsnummer “Wilco (The Song)” interpreteren? Tweedy heeft zijn persoonlijke demonen vertaald in muzikaal vakmanschap, en bewijst met de George Harrison pastiche “You Never Know” en het verstilde duet “You And I” met de Canadese Feist dat Wilco eigenlijk veel meer is dan de alt.country groep waarvoor ze wel eens wordt versleten. Op de bloedhete openingsdag van Pukkelpop kregen we reeds een voorsmaakje van de nieuwe tour, maar dat Wilco een groep is die je bovenal in zaal moet zien bewezen ze afgelopen vrijdag opnieuw in een tot de nok gevulde AB.

Sinds een paar jaar kent Wilco een vaste bezetting die live schijnbaar moeiteloos overschakelt van feelgood pop naar intieme americana, en van akoestische eenvoud naar gedoseerd experiment. Zo ging “Bull Black Nova”, wat ons betreft het manische hoogtepunt van Wilco’s jongste schijf, naadloos over in het overstuurde en aritmische “I Am Trying To Break Your Heart”. Dit fabuleuze openingsnummer uit ‘Yankee Hotel Foxtrot’ botste brutaal op een wall of noise waarbij gitarist Nels Cline zich heel even extra groepslid van Sonic Youth mocht wanen. De voormalige gitarist van The Geraldine Fibbers kreeg ook in andere nummers een ruime vrijgeleide; rond “Handshake Drugs” werd door Cline vakkundig een sonische geluidsmuur opgetrokken, en tijdens “Impossible Germany” werkte deze Josh Homme lookalike langzaam maar zeker naar een solo climax toe die eindigde in een ware gitaarelektrocutie.
Maar geen nood voor de verstilde americana fans, zowel tempo als decibels werden meermaals naar beneden gehaald door Tweedy & co. Tijdens de intro van het nieuwe “One Wing” kon je werkelijk een speld horen vallen, en “Reservations” zou niet misstaan op de ultieme herfstsoundtrack. Heel zelden werden echte oudjes uit de Wilco catalogus opgevist zoals het luchtige “Misunderstood” uit doorbraakplaat ‘Being There’ (’96). De eerder introverte Tweedy ontdooide langzaam maar zeker naarmate het optreden vorderde en probeerde, zij het wat onhandig, contact te zoeken met een aantal drinkebroers op de eerste rijen. De frontman beseft echter maar al te goed dat hij geen groot volksmenner is en dat Wilco’s grootste podiumkwaliteiten te vinden zijn in de muzikale interacties tussen de groepsleden die stuk voor stuk klassemuzikanten zijn. Ze bewezen dit nog eens met verve tijdens “Spiders (Kidsmoke)”, net zoals op ‘A Ghost Is Born’ (’04) goed voor een ruim tien minuten durende spanningsboog die het eerste deel van de set met grandeur afsloot.
Het hoogtepunt van de avond moest dan eigenlijk nog komen. Tijdens het eerste bisnummer nodigde Tweedy het publiek uit om het breekbare “Jesus, etc” mee te lippen, en tot diens eigen grote verbazing bleek een groot deel van de zaal de tekst van begin tot einde te kennen als betrof het een ‘onze vader’. Zichtbaar tevreden en voldaan gooide de groep er nog een handvol songs bovenop zoals het hippe “Heavy Metal Drummer”, en met “Hate It Here” en “Walken” werden ook twee blijvertjes uit het ‘Sky Blue Sky’ album geserveerd.

Met een stevig “I’m The One Who Loves You” besloot een gelouterde Tweedy een alweer memorabele doortocht van Wilco op Belgische bodem. Wedden dat, wanneer binnenkort albumlijstjes van het voorbije muzikale decennium her en der worden samengesteld, onze Amerikaanse vrienden tot één van de meest toonaangevende en productieve bands zullen worden gerekend?

Organisatie: Live Nation

Orchestre International du Vetex

Orchestre International du Vetex: Feestelijk aanschuiven aan de Balkan Banquets

Geschreven door

De Kortrijkse Schouwburg donderdagavond 5 november 2009 zat lekker vol en schoof graag aan voor de Balkan Banquets van het Orchestre International du Vetex, een zootje ongeregeld dat ooit begon als een fanfare van buurtmuzikanten, maar intussen uitgroeit tot een muzikaal knap ensemble dat telkens meer dan twintig man op de bühne brengt.

Een speciale avond, luidde het aankondigingwoordje. Speciaal omdat Vetext sowieso al een speciale groep is. Speciaal omdat het concert met de steun van de Doornikse regionale zender Notélé voor een latere tv-release en een DVD-box werden ingeblikt, wat voor een deel van het publiek wel storend was.  Maar het is voor het nageslacht (en de commerce). Want Vetex wordt groot(s). ‘Balkan Banquets’ wordt immers georganiseerd binnen het kader van het grensoverschrijdende Interreg IV-project Vis-a-Vis en wordt ondersteund als Internationaal Project door de Vlaamse Gemeenschap.
Een mooie beloning en bekroning voor het Orchestre International du Vetex dat intussen vijf jaar bestaat en had als eerste bedoeling muzikanten uit West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk samen te brengen om tot een leuke kleurrijke buurtfanfare te versmelten. En wie de Vetex de eerste jaren aan het werk zag wist dat het feest was. Altijd één groot feest. Met een eigen geluid en dat legden ze vast op Le Beau Bazar (2005) en Flamoek Fantasy (2007).
Van de buurtfeesten en festivals in Zuid-West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk  trok de groep intussen steeds verder het buitenland in en – het viel niet te verwonderen – vooral richting Oostblok dan waar onder andere Praag, Sarajevo, Jelenia Gora werden aangedaan. Al die trips brachten Vetex niet enkel in contact met de muziek van de Balkan, maar ook met de mensen.
Het gevolg is dus: ‘Balkan Banquets’, een wok-feestje van het eigen oeuvre van Vetex aangekruid met Balkanspecerijen die accordeonist Ivica Vucelja, de Bosnische zangeres Jelena Milusic en zanger-trompettist Ivan Susac kwistig rondspreidden. Adela Jusic, geboren in Sarajevo, zorgde voor de visuals, een eigenzinnige projectie van authentieke Oostblok-beelden op de achtergrond.
De week voordien zagen we nog Shantel & Bucovina aan het werk in de AB van Brussel en dat was één groot vuurwerk. De Balkan Banquets van Vetex kwamen bij momenten tot aan de feestenkels van Shantel, maar waren verder vooral inniger, diepgaander. Geen botsing, maar een ontluistering van Westerse door Oosterse clichés. En omgekeerd. Muzikaal minstens even hoogstaand.
Jelena Milusic omschreef het pakkend: ,Haast alle songs lijken mij over liefde te gaan. Maar als je de tekst niet verstaat, maak daar geen probleem van. Laat de muziek je meevoeren en geniet van het spel van seduction.’ En de zwarte diva met het korte haar uit het voormalige Joegoslavië weet trouwens hoe te verleiden. Zowel trompettist Susac, accordeonist Vucelja  als klarinetman Michiel Deblauwe speelden on stage meermaals een verfijnd muzikaal spelletje met haar. Telkens voerend naar een hoogtepunt, zij het in ambiance of ontroering.
Wat onthouden we naast een sfeerrijke avond? Het liefdeslied Mostarski Ducani met Vucelja aan de micro. Een schitterend intiem accordeonduo op Valse du Dentiste, het eerste bisnummer, met op de achtergrond een koppeltje dansers tegen een draaiende parasol. Djelem Djelem, de movende on the roadsong met Milusic. En vooral: het zootje ongeregeld dus dat zich kostelijk amuseerde en bij momenten echt uit zijn dak ging.

Nee, geen podiumkruipers of stagedivers zoals in de AB een week eerder bij Shantel, al nodigde en daagde Milusic bij de bisnummers het publiek nadrukkelijk en herhaaldelijk daartoe uit. Toch ging de Kortrijkse Schouwburg wel rechtstaande meeshaken op het slotakkoord Cajorije Sukarije.

Playlist  1. Baski Cocek 2. Mostarski Ducani 3. Slava Istocni 4. Jovano 5. Sta Ces Da Mi Das 6. Etna part II (Lights of Catania) 7. Tarentelle n° 2 8. Nesanica 9. Black Hat 10. Stockholm 11. Sailor’s Song 12. Tango 13. Balkan Cocek 14. Verdomme Veerboot 15. Stare Mesto 16. Djelem Djelem
Bisnummers
17. Valse du Dentiste  18. Moj Dilbere 19. Cajorije Sukarije

Organisatie: Cultuurcentrum, Kortrijk

Motörhead

Motörhead: vertrouwd, maar oppermachtig

Geschreven door

“We are Motorhead and we play rock’n’roll”, al zo een dertig jaar begint Lemmy zijn optredens met deze inmiddels legendarische woorden. Wat er steevast op volgt is een salvo van potige hard-rock songs, steeds hard, luid en altijd rechtdoor. Geen overbodige lichtshows, geen mega videoschermen, geen opblaaspoppen, geen vuurwerk, geen toeters en bellen. Niets van dat, gewoon straight forward luide rock’n’roll. De hondstrouwe fans die naar een Motorhead concert gaan, weten wat ze mogen verwachten, ze worden nooit ontgoocheld door Lemmy en co en gaan steeds opgewekt naar buiten.

Ook in Vorst Nationaal was dit niet anders. We stellen vast dat er nog geen sleet zit op de unieke Motorhead formule, ook al is het allemaal zo voorspelbaar als wat. Motorhead stond ook hier weer enorm fel en verbeten zichzelf te zijn, ze ramden er een interessante setlist door met werk van de laatste cd ‘Motorizer’ tussen de klassiekers door.
We onthouden brutale mokerslagen als “Iron fist”, “Killed by death”, “Over the top”, “Rock out with your cock out” (subtiel!), ”Going to Brazil”, “Metropolis” en “Bomber”.
Ook de finale was er weer patat op met eerst een zeldzame adempauze met “Whorehouse blues” (Motorhead zowaar akoestisch, je moet het gezien hebben om het te geloven), daarna een loeiend “Ace of spades” en helemaal op het einde de ultieme explosie “Overkill” (natuurlijk een hoofdrol voor ‘The best drummer in the World’ Mikkey Dee).

Jaja, we wisten dat allemaal op voorhand, maar we gingen weer volledig voor de bijl, want Motorhead was oppermachtig, levende legende Lemmy (‘the coolest guy on earth’) zijn hese strot klonk als geen ander (leve de whiskey) en onze oren piepen dat het niet meer mooi is. Iedereen content!

Organisatie: Live Nation

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 2 -

Geschreven door

Tweede nacht van De Nachten en dus voor vandaag geen Worstclub, maar Mieke Maaikes Obscene Kapsalon. Nu ja, U moet zelf maar eens fantaseren wat het zou kunnen zijn. Er was in ieder geval al veel meer volk dan op donderdag en dat was wel net zo aangenaam. Op voorhand een programma uitgestippeld, waar ik me niet altijd consciëntieus aan gehouden heb, maar dat hoort er denk ik bij.

In de Kino kwam ik terecht bij Madensuyu die erg stevige instrumentale gitaarmuziek maken die ergens tussen instrumentale Big Black en Wire in ligt, en dit laten begeleiden door ik zal maar zeggen avant-garde-film. Best te pruimen, maar ook luid.
Efterklang was een band waar ik erg naar uitgekeken had en they delivered the goods. Op plaat kabbelt het soms net iets te rustig, maar live hadden ze er echt wel in zin blijkbaar. Hun prachtige emo kwam in een mooie zaal als de Rote Bühne heel mooi tot haar recht. Een rustmoment en echt een prachtig concert.
De formule van De Nachten is ook uitermate geschikt om wat te zappen tussen het aanbod en dat is ook een beetje het gevaar. Veel mensen doen dit wat de sfeer niet altijd ten goede komt. Met name in de Tanz Club zorgt dit er toch voor dat er eigenlijk weinig sfeer was. De DJ’s horen goed te zijn en wat ik in flarden van Kissogram en DJ Polska Root gehoord heb, was op zich wel goed, maar gedanst werd er dus niet, en zelfs trainspotters waren er amper, als ik mezelf even niet mee reken. Maar zoals gezegd de tafeltjes aan de helling of de heerlijk ligzakken in de Konditorei waren ook wel interessante plekken om te vertoeven en cultureel correct je theorieën te verkondigen over het concept van De Nachten en de richting die cultuur in de toekomst hoort uit te gaan. Wat ondergetekende bij momenten dan ook gedaan heeft.

Afgesloten met Pitchtuner en een stuk Apparat, toch een van de redenen waarom ik naar De Nachten wou komen, en als je abstractie van de wat afwezige sfeer maakt, was het muzikaal zeker in orde. Bij Pitchtuner wat abstracter, dan een Apparat dat dacht ik geen eigen nummers gespeeld heeft, maar hun selectie was klasse. Jammer van de toeslaande vermoeidheid.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

Pagina 855 van 963