Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic

The Big Pink

A brief history of love

Geschreven door

Na het beluisteren van dit plaatje van het Londense duo Robbie Furze en Milo Cordell is het me wel duidelijk dat deze The Big Pink een ‘real’ big pink is. ‘A brief history of love’ is een debuutplaat om U tegen te zeggen …broeierig, intens meeslepende shoegazepop. Inderdaad, het zijn goed in elkaar gestoken beheerste popsongs, met gedoseerde industriële beats en gevatte galmende wave; door hun opbouw en invloeden her en der klinken ze uitermate boeiend. De eighties wave, de indiewave van de jaren ‘90 en de psychedelische retrotrips schieten ons rond de oren; en dat betekent dat namen als Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride, Spacemen 3, Curve, BRMC en de huidige rits Horrors meets Black Angels de referenties vormen.
Feit is dat The Big Pink een band is met groeipotentieel; “Dominos” zorgt voor de definitieve doorbraak en biedt de kans om oudere singles als “Too young to love” en “Velvet” terug op te loaden! Aanstekelijk en fris klinkt het allemaal; terecht mag deze band ‘high hip’ worden!
Ze overtuigen sterk door een eigen geluid aan die verschillende stijlinvloeden te geven … Ze hebben alvast héél véél in petto, luister maar eens naar de opener “Crystal visions”, “At war with the sun”, “Golden pendulum”, “Frisk” en “Count backwards from Ten”.
Vorig jaar was er Glasvegas, dit jaar kan de fakkel overgedragen worden aan deze ‘big next thing’, The Big Pink!

Wild Beasts

Two dancers

Geschreven door

Het Britse Wild Beasts uit Leeds, onder de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming, heeft een uiterst sfeervolle plaat uit, met songs die per beluistering steeds beter uit de verf komen. Aanstekelijke doordachte popsongs, die door een fris tintelend gitaarspel en piano/toets dromerig en broeierig zijn, en zelfs richting freefolk overhellen. Daarvoor is de falsetzang van Thorpe verantwoordelijk, een bepalende factor binnen de sfeerschepping, die de band creëert. Hij kan soms hoog uithalen en durft te gillen, maar net op tijd wordt dit opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat net niet verglijdt in een theatraal aandoende Muse.
We horen een vleugje The Veils, Shearwater en Antony (die van the Johnsons) terug. ‘Two dancers’ is een groeiplaatje met enkele overtuigende songs, die zeer zeker een ruime aandacht verdienen: “The fun powder plot”, “Hooting & howling”, “This is our lot” en “The dancers story”. “All the king’s men”, “We still got the taste …” en ook het afsluitende “Empty nest” tonen een bredere stijl aan, en weten door hun meeslepende emotionaliteit en de intrigerende, spannende opbouw als lieflijke rootspop te klinken. ‘Two dancers’ vormt de aanzet tot een geslaagde prachtplaat …

Why ?

Eskimo Snow

Geschreven door

Het Amerikaanse Why?, uit Oakland California, bepaald door de broers Wolf, is al zo’n kleine vijf jaar bezig en hebben met hun vierde plaat, de opvolger van ‘Alopecdia why?’, mét band uit. Ze maakten van hun pseudoniem de groepsnaam Why. We horen op ‘Eskimo Snow’ tien bezwerende, leuke intens opbouwende indie/rootspopamericana songs. Ze zijn soms rijkelijk ondersteund door allerlei instrumenten en geluidjes (piano, toetsen, xylo, blazers, …) en zorgen voor een kleurrijk palet. Op die manier klinkt het geheel broeierig, dromerig en sfeervol. De zegrap van Jonathan ‘Yoni’ Wolf maakt het nog iets specialer. De vroegere hiphopinvloeden zijn duidelijk ondergeschikt geworden, wat ruimte biedt aan de country en folk van de twee andere groepsleden. Pareltjes zijn alvast “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback” en “This blackest purse”.

Waldorf

Twelve seconds to none

Geschreven door

Waldorf is gegroeid rond Wolfgang Vanwymeersch, gitarist bij The Van Jets. Een week vóór de cd verscheen, werden we dagelijks bestookt met een brief waarop 1 woord te vinden was. Eind die week begon de puzzel steeds meer in elkaar te passen. Een zwarte, grijpgrage, boze wolf wil zich meester maken van z’n luisterende prooi, en van het toegevoegde cd’tje hoorden we een soort ‘rewind’ geluid; we waren dus duidelijk nieuwsgierig om wie het hier nu eigenlijk ging. De kat kwam op de koord toen we kort nadien de échte cd ontvingen. Voorzichtiger dan Roodkapje openden we de post …om …hop … de tweede cd van Waldorf in ons handen te krijgen.
We horen potig, bedreven gitaarrock en een stonerwind blaast om de oren. Waldorf is in één adem met Creature with the atom brain en Hulkk op te noemen. “2012”, “Information” en “Good to know” (wat een huiveringwekkende synths op deze song) zijn alvast sterke kanjers. De groep refereert aan de Queens en de Masters Of Reality, maar komt op “It’s you, it’s me” gevaarlijk in de buurt van het oude Screaming Trees en Kyuss door de logge ritmes, rauwe gitaren en een declamerende zang.
Waldorf & Statler van de Muppets mogen vanuit hun loge met respectvolle blik neerkijken op hun kleinzonen …

Info op http://www.abandcalledwaldorf.com

Matt Bioul

Daystripper

Geschreven door

Brusselaar Matthieu Bioul legde zich eerder toe op z’n sing/songwriterschap en maakte eerder al twee Franstalige albums. Voor deze nieuwe plaat paste hij z’n naam wat aan, trok naar Engeland, maakte een Engelstalig album en dompelde z’n nummers onder in typische Britpop. We horen een warme sfeervolle, dromerige, broeierige sound, die veelvuldig omlijst wordt door achtergrondkoortjes. Deze koortjes en orkestraties zijn eigenlijk even goed als slecht … ze duiden enerzijds op een breder geluid, anderzijds voelen ze ietwat kitscherig aan.
Er is aanstekelijke feelgoodmusic op songs als “Mister”, “Back to 5”, “Waiting for the sun”, “Lucy Brown” en de titelsong. “On my own” lijkt zo weg van The Beatles. Naar het eind van de cd gaat Bioul op ingetogen wijze te werk.
Over de hoes zijn we nu niet echt te spreken en proberen we het ego van de man te plaatsen binnen ‘daystripping’, maar laat dit terzijde en geniet van de uiterst sfeervolle plaat, wat nog steeds het uitgangspunt is van onze vriend.

Info op http://www.mattbioul.com

The Drones

The Drones: stomende, broeierige rock’n’roll blues on a monday night

Geschreven door

Het Australische The Drones is al een goede vijf jaar bezig en bevindt zich binnen de zompige broeierige rock’n’roll met een doorleefd bluesy randje. Hun eerste platen en EP’s klonken smerig, gemeen en bedreven. Op het recentste ‘Havilah’ neemt het kwartet wat gas terug en laat de propere subtiliteit van een song horen. Ze halen invloeden aan van landgenoten Beasts Of Bourbon en Cave’s Birthday Party; in de venijnige, slepende, beheerste en bezielde songs horen we Crime & The City Solution, Two Gallants en zelfs Woven Hand!

Live putte de band uit hun verschillende cd’s. Hun broeierige rock’n’roll sound ontspoorde pas op het eind met een muur van distortion, feedback en gitaargeseling. Het sympathieke kwartet begon alvast met twee sterke nieuwe songs, “Nail it down” en “The minotaur”, meteen goed voor ruim tien minuten spannend, bedreven en intens slepende rauwe rock’n’roll, onder een spervuur van teksten. De oudjes van hun debuut uit 2005 ‘Wait long by the river …’, “Freedom in the loot”, “Sitting on the edge” en “Sharkin’ blues” volgden; ze bewezen een frisse aanpak en bezetenheid door boeiende wendingen en mate van subtiliteit. Na een paar beheerste songs werden alle registers opengetrokken en pedaaleffects ingedrukt. Ze klonken rauwer en lieten hun instrumenten spreken door gitaarexplosies en soli, waaronder “She had an abortion that she made me” en de definitieve afsluiter “Millers daughter uit 2006 als absoluut hoogtepunt.

Vier gewone gasten (waaronder een vrouw op bas!) gaven een goed half gevulde Rotonde een uurtje stomende, broeierige rock’n’roll blues on a monday night. De Rotonde was eventjes een rokerig domende kroeg …

Organisatie: Botanique, Brussel

Michael Nyman

Music In Mind 2009: Michael Nyman & Band

Geschreven door

Als je als rockliefhebber naar een klassiek concert gaat, dan voel je je zoals een bierkenner die naar een wijnproefavond gaat: een beetje beschroomd, omdat je de woordenschat van de wijnwereld niet kent. Anderzijds ben je wel onbevooroordeeld , niet gehinderd door enige voorkennis van wat je volgens de kenners goed zou moeten vinden: je weet ook wel wat je lekker vindt, en wat niet, en je kijkt sneller door het elitaire gedoe en de bla-bla heen (bio-dynamische teelt, leisteen en kalkterroirs en andere bullshit-terminologie).

Vanavond waren we dus naar het Concertgebouw afgezakt voor een concert van Michael Nyman & Band in het kader van het Music in Mind festival. Michael Nyman (63 ondertussen) is een Engelse componist, die bij het grote publiek vooral gekend is van zijn filmsoundtracks, waarvan de soundtrack van ‘The Piano’ (Film van Jane Campion met Holly Hunter, Sam Neill en Harvey Keitel, 1993) wellicht de bekendste en meest beklijvende is. Michael Nyman is een echte renaissance man, naast componist van soundtracks, schrijft hij ook opera, stukken voor ballet, en hij is daarnaast ook pianist en bandleader van zijn Michael Nyman Band. Michael Nyman was ook de eerste om als recensent de term minimalisme te lanceren, en in zijn muziek vindt je dat minimale dikwijls terug: korte muzikale thema’s worden dikwijls herhaald, maar  subtiele variaties doorbreken het basisthema en laten het stuk in verschillende richtingen evolueren.
Het publiek en de setting vanavond waren toch iets anders dan op een gemiddeld rockconcert: een iets ouder publiek, tussen de dertig en de zestig, iets chiquer gekleed, een vestiaire, geen bier in plastic bekertjes in de zaal en genummerde plaatsen.

Iets na halfnegen kwam de Michael Nyman Band op het podium: een elftal muzikanten, vooral koperblazers, en een viertal strijkinstrumenten. Als laatste kwam de man zelf op het podium, in een ietwat te groot uitgevallen rokkostuum met veel te lange slippen. De hele avond zou de man met zijn rug naar het publiek zitten aan zijn piano. De band, en dan vooral de koperblazers,  zouden centraal staan vanavond. We waren benieuwd welke stukken gebracht zouden worden, en of de filmmuziek ook zonder beelden zou werken. Het eerste halfuur kregen we up-tempo stukken van vier tot zes minuten, met een ondergeschikte rol voor de strijkers, en Michael Nyman die rudimentair op zijn piano hamerde om zo de baslijnen van de composities te verzorgen. Dit eerste halfuur overtuigde niet echt, het was allemaal heel goed gespeeld, maar het raakte mij niet echt. Door de prominente rol van de klarinet en de andere koperblazers, deed het soms aan achttiende eeuwse klassieke kamermuziek denken, zodat je je ergens op een jachtpartij of een bal in een of ander Engels kasteel waande.
De koperblazers zaten echt wel heel prominent in het geluid, de vier strijkinstrumenten konden niet optornen tegen de 6 blaasinstrumenten. Sommige nummers hadden ook wel iets weg van kubistische jazz, zeker omdat het geluid van de koperblazers absoluut niet traditioneel klonk (de blazers klonken zoals de saxofoon bij “The man with the red face” van Laurent  Garnier.

Na een halfuur mocht de band even pauzeren, en bracht Michael Nyman een aantal solostukken op piano. Hij begon met de eerste drie vier nummers van ‘The Piano’. Zo passeerden onder meer “The Heart asks pleasure first”/ “The Promise” en “Big my secret”, maar ook een heel breekbaar “Wonderland”. Het viel op dat Michael Nyman eigenlijk geen superpianist is, we konden hem zelf op een foutje betrappen. De muziek blijft natuurlijk prachtig, we hadden onmiddellijk zin om nog eens naar ‘The Piano’ te kijken.
Na dit korte intermezzo, kwam de band er weer bij, en zouden we nog een leuk laatste deel van het concert krijgen: de strijkers mochten een prominentere rol spelen en ook de inbreng van de blazers mocht er zijn. Stukken zoals “Chasing sheep is best left to shepherds” (van de soundtrack ‘The Draughtman’s Contract’) en “Miranda” bouwden naar een climax toe en lieten ieder instrument mooi tot zijn recht komen.
Na bijna een uur en een kwartier was het tijd voor de bissen. “Time Lapse” (van ‘Drowning by Numbers’) was een schitterende afsluiter, hoewel die een beetje komiek van start ging met een koperblazer die bijna als een misthoorn klonk. Het publiek trakteerde de volledige band dan ook op een staande ovatie.

Als een niet-kenner hadden we toch wel echt van dit avondje hedendaags klassiek genoten, waarbij we wel moesten wennen aan het feit dat je live een geïntegreerd geluid krijgt van prominente blazers. Als je naar de soundtracks luistert, zij het via een hi-tech hoofdtelefoon, of in een cinemazaal, dan hoor je de afzonderlijke instrumenten links of rechts, zodat de piano en strijkers veel sterker uit de verf komen. Dat is wellicht het onderscheid tussen een soundtrack, waar de compositie de beelden ondersteunt en versterkt, en een live-uitvoering van een soundtrack, waar het totaalgeluid belangrijker is.

Om kort te zijn, deze bier- en rockkenner was blij om eens van hedendaags klassiek te kunnen proeven. Na afloop van het concert hebben we trouwens nog een pintje gedronken.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

 

Massive Attack

Massive Attack: Lekker indrukwekkende trips

Geschreven door

Het trendsettende Britse Massive Attack neemt ruim de tijd voor zijn producties. Ook de concerten van de trippopformatie zijn op 1 hand te tellen. Na de ‘100th Window’ tour (2003-2004) was er nog een ‘Best of’ cd met optredens op Pukkelpop (2006) en de Lokerse Feesten (2008). Een fortcoming album komt begin 2010. Zowel op de Lokerse Feesten als vanavond in Vorst lieten ze met de EP ‘Splitting the atom ‘, die deze maand verscheen, horen dat ze terug diep graven in de triphopscene van midden de jaren ’90 van diep repetitief bezwerende, hitsige gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. De soul die we vooral van het memorabele debuut ‘Blue lines’ haalden, blijkt definitief op het achterplan geraakt.

Sterk nieuw materiaal dus, waar we halsreikend kunnen naar uitkijken van de spil 3d (Robert del Naja) en Daddy G Marshall. De groep ontsluierde een pak nieuwe songs en wisselde ze mooi af met het ouder werk, waarvan de klemtoon kwam op het in ’98 verschenen ‘Mezzanine’. Drie guestvocalisten vulden aan, Deborah Miller voor het ouder werk, Horace Andy voor de kippenvelmomenten en Martina Topley –Bird (voorheen Tricky, nu al twee soloplaten en support van Massive trouwens) wakkerde het triphopvuur aan. Ze werden ondersteund door een heus nest synths, bas, gitaar en twee drums.
Op het podium zagen we een indrukwekkende lichtkrant die refereerde aan de ‘Close Encounters’ …lichteffects en visuals om met elkaar in contact te treden, nieuwsfeiten en kritische wijzers in de Nederlandse en Franse taal.
Meteen werden we ondergedompeld in die triphopsfeer met songs als “Bullet proof love”, “Heartcliff star”, “Babel” en “16 seeter”. Die unieke stijl kreeg een scheutje cognac door de rauwe zegzang van beide heren en Martina’s zang (die vocaal een groot deel van het nieuwe materiaal voor haar rekening nam!). Sommige van deze songs kregen meer groove , een krachtiger intenser gitaarspel en een virtuoze,dreunende bastune…
Na een klein half uur klonk de factor herkenbaarheid met “Rising son” en “Futureproof”. Deze oudere tijdloze klassiekers kregen een ietwat nieuwere bewerking door de prikkelende dreiging en melancholie. Ondanks het feit dat niemand anders dan Elisabeth Frazer “Teardrop” zo sterk kan zingen, was Martina’s interpretatie de moeite waard.
De aandacht verslapte op geen moment in de keuze van het songmateriaal en in de vocale afwisseling: een prettig gestoorde spooky “Mezzanine”, een hemels mooie “Angel” (met Horace Andy) en een betoverende versie van “Safe from Harm” (met Deborah Miller) door een pompende, stuwende beat volgden; een uitgesponnen begeesterende versie van “Inertia creeps” besloot de set.
In deze slepende boeiende trips zagen we op de visuals allerlei citaten en nieuwsfeiten van de dag, waaronder een RIP Jef Nijs’ ‘Jommeke’ en een cancel van Morrissey’s optreden.
De titelsong van de pas verschenen EP ‘Splitting the atom’ huiverde door een kermiscarrousel uit de dertiger jaren . De guestvocalisten van vanavond stonden op één rij, en zongen lichtjes naast 3d en Daddy G. Een closing final hoorden we van “Unfinished sympathy”, “Marakesh” en “Karmacoma”, die de wervelende gig en show compleet maakte. De songs waren indrukwekkend door de spannend verrassende wendingen en maakten een plaatsje vrij in ons geheugencentrum … Om maar te zeggen dat deze charismatische band enthousiast te werk ging en duidelijk in 2010 zal imponeren!

Martina Topley-Bird bracht het er beter van als gastvocaliste bij Massive dan op haar eigen werk. De zaal was veel te groot om haar ingetogen, innemende, donkere (grimmige) songs tot hun recht te laten komen; de sound was te minimaal om net die trippende kick te geven. Naar het eind kwamen verschillende subtiele geluidjes samen en durfde ze venijniger te werk gaan. Een kaart die ze achterna gezien beter eerder trok …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Demis Roussos

Stralend van gelukzaligheid - Demis Roussos

Geschreven door

Demis Roussos is een sympathieke en gevatte zestiger. Dat mochten we in het interview in ‘De Laatste Show’ ondervinden. Op een vraag over zijn stem die erg veranderd is sinds zijn gloriedagen antwoordde hij ontwijkend dat je stem zich automatisch aanpast aan het soort muziek dat je brengt. Wij waren benieuwd of hij de hoge noten nog haalde. Op deze vraag gaf hij toen helemaal geen antwoord.
Demis Roussos werd in 1946 geboren in Alexandrië in Egypte uit Griekse ouders. Hij stond ineens aan de top toen hij in 1968 een reusachtige hit scoorde samen met Vangelis Papatanassiou en Lucas Sideras in de groep ‘Aphrodite’s Child’. “Rain and Tears”, gebaseerd op de bekende Canon van Pachelbel, liet toen de dansvloer vollopen. De song paste in een reeks gelijkaardige popexperimenten uit de tijd. Denk maar aan “A Whiter Shade of Pale” van Procol Harum en “Bourrée” van Jethro Tull. Het gouden trio nam aanvankelijk zijn hits op in Parijs, in dezelfde kwaliteitsstudio waar ook ‘Majority One’ (“Because I Love”) en ‘Jupiter Sunset’ (“Back in the Sun”) hun stek vonden, vandaar een zekere similariteit in de sound van deze nummers.
‘Aphrodite’s Child’ leverde een drietal LP’s af en ze hadden aan aantal hits die zeer te pruimen waren. De hoge stem van Roussos en het muzikale genie van Vangelis vormden een gouden combinatie.
Nadat beiden hun eigen weg gegaan waren in 1971 werd Vangelis wereldberoemd met zijn filmmuziek en indrukwekkende instrumentale werkstukken, terwijl Roussos het op de populaire toer gooide en monsterhits scoorde in Europa en Zuid Amerika. Vanaf 1978 werd het stil rond hem, maar later begon hij toch weer op te treden. Toen bleek dat de fans hem niet vergeten waren. Dat merkte je ook in het Kursaal in Oostende.

Na een bombastische zoeklichtenshow op de tonen van “Also Sprach Zarathustra” van Richard Strauss zette hij “Quand je t’aime” in. De zaal zette het meteen op een gillen.
De stem van Demis klonk indrukwekkend zuiver en sterk. Ook de hoge tonen kwamen er vlotjes uit. Het contrast met het daaropvolgende “Rain and Tears” kon niet groter zijn: het werd gezongen met een zwakke, knarsende stem, die alle hoge noten omzeilde. Maar geen nood: “Forever and Ever” en “We Shall Dance” klonken weer monumentaal. En de hits rolden er uit: “Follow Me”, op de muziek van het Concierto de Aranjuez” van
Joaquín Rodrigo was een muur van geluid. Niet te geloven wat vier muzikanten en één achtergrondzangeres kunnen presteren.
In “Bella Notte” slaagde de zangeres er in op haar eentje het geluid van een heel vrouwenkoor te produceren. De drummer gaf korte breaks met de stokken in de lucht! De fans lieten het niet aan hun hart komen: in de mooie brede zaal van het Kursaal was het mooi om te zien hoe ze rechtop in de handen stonden te klappen met een extatische uitdrukking op het gezicht. Vooraan stond een groep fans met een spandoek met daarop een reuzengroot rood hart in ware adoratie mee te wiegen. Een waar feest! Toen de gitarist er in slaagde tijdens “My Friend the Wind” met een gewone elektrische gitaar het geluid van een bouzouki te reproduceren was het hoog tijd om tijdens de pauze wat te bekomen van al deze technische hoogstandjes.
Daarna vielen wij weer van de ene verbazing in de andere. Na “A Whiter Shade of Pale” ontpopte Demis zich als een ware Italiaanse volkszanger met “Santa Lucia”. Ook opera moest er aan geloven: begeleid door een batterij onzichtbare violen vatte hij “Una Furtiva Lagrima” aan van Donizetti. Ook “Ma Musique” en “Mamy Blue” (bekend van ‘The Pop Tops’) kregen een beurt.
We vroegen ons af waarom er drie geluidstechnici nodig waren voor zes muzikanten. Blijkbaar hadden de stem van de zanger en het geluid dat de muzikanten produceerden heel wat hulp van de moderne technologie van doen. We leven in een tijd van playback- en soundmixtoestanden en daar deed Roussos duidelijk zijn voordeel mee. Ook ‘The Who’ en ‘Pink Floyd’ gebruikten al heel vroeg samples om hun optredens bij te kleuren. Maar dit was van een heel andere orde. Ik hoorde iemand in de buurt spreken van ‘boerenbedrog’.
Tussendoor bewees Demis dat hij echt ‘bezorgd’ is voor zijn publiek door ongeveer twintig keer te vragen of ‘everybody OK’ was en door ons even zoveel keren zijn liefde te verklaren.

Toen hij met “Goodbye My Love, Goodbye” en een slordig gemonteerde potpourri afsloot waren de fans stilaan op het kookpunt gekomen en ze verlieten stralend van gelukzaligheid de zaal. Liefde is blind, zegt men, en dat bleek ook vanavond.

Organisatie: Kursaal Oostende

I Love Techno 2009: lekker opwindend

Geschreven door

Zaterdag 24 oktober 2009…, zachtjes tikt het winteruur tegen … maar de rode loper werd voor de 14e maal uitgerold voor de elektro- en technohoogmis van het jaar. Het megaspektakel van I Love Techno is het grootste in zijn genre. Meer dan 35000 bezoekers verspreid over vijf omgetoverde discotheken en één ‘chill room’. We trokken uiteraard ook onze dansschoenen aan en gingen met de oordopjes bij de hand op het geluid af richting Gent en hadden volgende stopplaatsen
Speedy J
Eén van onze graag geziene noorderburen is Speedy J. Hij kende zijn doorbraak met de hit “Pullover” begin jaren ’90. Hij staat erom bekend een liefhebber te zijn van het hardere technowerk maar is onderhuids beïnvloed door de gouden jaren ’90 retro. Hij mocht twee uur lang de ‘Red Room’ donkerrood kleuren en kon de aandacht naar zich toe trekken; maar heel wat liefhebbers hun kennis over deze DJ ging niet verder dan die ene monsterhit “Pullover”.

Joris Voorn
Na ‘Tommerowland’ afgelopen zomer staat Joris Voorn opnieuw op het podium van een groots elektrofestival. Deze Rotterdammer speelde in zijn jonge jaren vooral viool en gitaar maar vond met de jaren de weg naar de draaitafel. Hij is nu al ruim tien jaar lid van de hedendaagse techno-scene en slaagde er de laatste vijf jaar in om geregeld met eigen werk op de proppen te komen. “Incident”, één van de betere technonummers, kregen we dan ook te horen tussen 23u en 00.30u in de ‘Green Room’. Onvervalste techno, mooi in elkaar geswitcht door Joris Voorn. Een naam voor de toekomst…

Laurent Garnier – The Subs
De vader van de Franse techno en de voorganger van hedendaagse helden als Vitalic en Justice ... Laurent Garnier werd aangekondigd met live-band en dat concept is ons niet vreemd. Vanavond was dat beperkter … de grootmeester zelf achter zijn computer bijgestaan door een saxofonist en trompettist. Zijn mixen van beats en jazzinvloeden zorgen op het ene moment voor een loungy intens gevoel maar dat kan snel omslaan in een hevige uitbarsting van stevige, opzwepende beats.
Ondertussen gingen we even een kijkje nemen bij The Subs om dan het einde van de set niet te missen van Garnier. We gokten er namelijk op dat hij het sterkere (en het bekendste) zou houden tot het einde. En onze voorspelling kwam uit. “The man with the red face” was de overtuigende closing final.
The Subs blijven één van onze paradepaardjes binnen de dance. Ondanks het feit dat we deze clubdancers al voldoende aan het werk zagen, kunnen we er maar niet genoeg van krijgen!
Vanaf de eerste tune en beat ging de hele zaal uit z’n dak. Hun opzwepende mengeling van trance, techno en elektro ging erin als zoete broodjes. De zaal sprong en schreeuwde mee alsof hun leven ervan af ging. Er werden soms niet al te mooie woorden gebruikt maar soit, dat maakt het ‘em nu net ook bij die beats’n’pieces. Een eerste hoogtepunt tussen middernacht en één … De hel brak los in de ‘Blue Room’ en niet toevallig zaten The Subs daar voor iets tussen.

Vitalic
Deze ruim 30-jarige DJ wordt door velen beschouwd als een outsider als het op punten aankomt. Nadat we hem nu aan het werk zagen, kunnen we onze mening grondig bijschaven. Als je van opzwepende techno houdt met diverse tempowisselingen dan sluit hij duidelijk aan bij de doorsnee danceliefhebber. Hij zorgde meteen voor een ‘hot’ temperature. Een grootse, boeiende set! Wat een hoogtepunt!

Boys Noize
De headliner van deze editie was ongetwijfeld Boys Noize. Deze Duitse technoproducent stond voor de vierde opeenvolgende keer achter de draaitafel van I Love Techno, een resident van het event. Zijn nieuwe plaat ‘Power’ is klaar en dat is meteen ook de reden van zijn bezoek. Hij is zonder twijfel de publiekslieveling die in geen tijd de zaal in rep en roer bracht. Van in het begin legde hij er de pees op: harde compromisloze no-nonsense clubmuziek, lomp en zwaar, twee uur lang, de techno van deze jaren !

Dave Clarke
Dave Clarke is één van de tekende figuren van I Love Techno. Zijn passie en gedrevenheid achter de draaitafels, zijn gevoel voor ritme en zijn liefde voor Detroit is verweven in zijn unieke stijl van dj-en. Hij zorgde er letterlijk voor dat de tijd bleef stilstaan en mocht aan het einde van zijn één uur durende set de klok één uurtje terugdraaien…

Fake Blood
Wie nog niet op de tonen van “Mars” gedanst heeft dit jaar, mag zich ernstig vragen beginnen stellen. We hebben het niet over dat snoepje of de planeet maar over de monsterhit van Fake Blood. Tot voor kort was het raden naar de identiteit van deze dj. Even werd zelf gedacht dat de broertjes Dewaele achter dit project zaten. Niets is minder waar. Het gaat hier over de Londense DJ Touché, die al jaren verscheidene namen gebruikt om zijn muziek de wereld in te sturen. Het is alvast het jaartje voor de Londenaar, die een stevige pot elektro en house door de boxen knalde.

Tiga
Nog zo’n publiekstrekker, ‘Tiga live from Montreal’. Even na drieën trad hij aan én dat was spijtig genoeg al voor een halve zaal. Deze ervaren producer en remixer bood een intrigerende mix van techno, house en drum’n’bass. Hij is er dan natuurlijk ook graag bij in zijn tweede thuisland; dat respect is wederzijds. Nog even de laatste energie eruit gehaald om dan richting huis te keren.

I Love Techno 2009 was er weer eentje om te kaderen. Zowel de artiesten als de omgeving zorgden ervoor dat deze editie terug ten top was. Zal de editie van 2010 die van dit jaar overstijgen? We pleiten ervoor, want de organisatie zal feestvieren voor zijn 15e uitgave. Tot op 13 november 2010.

Organisatie: I Love Techno – Live Nation

Pagina 857 van 963