logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Kreator - 25/03...

Dourfestival Dour 2008: donderdag 17 juli 2008

Het Dourfestival was toe aan z’n twintigste editie, een jubileum. Het festival was voor de tweede keer net op tijd volledig uitverkocht. De avontuurlijke muzikale ontdekkingstocht en de sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt nog steeds erg geapprecieerd: een uitgelezen kans om een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken.
Het derde grote festival slaagde erin ruim 200 acts over zes podia op tijd en vlekkeloos te laten spelen. Puik werk!
In totaal waren er ongeveer 144000 mensen, waarvan dagelijks 32000 bezoekers. En op de camping werd het publiek op de vooravond al getrakteerd met een optreden van Björn Again.

Uw verslaggeving ter plaatse: Frank Verwee, Johan Meurisse en onze fotograaf Sébastien Leclercq.

dag 1: donderdag 17 juli 2008

Het parcours op donderdag startte in de vooravond met het beloftevolle Britse Foals (the last arena). Op Polsslag waren zij één van de groepjes die zich in de kijker speelden; op Dour deden zij het een tweede keer. Ze stonden zijdelings opgesteld als in een repetitieruimte. Na een ietwat rommelige start kon het publiek genieten van hun frisse, aanstekelijke, groovy songs, die hoekige, strakke ritmes en een vleugje ‘80’s wave hadden, wat inwerkte op de dansspieren; eigenzinnig, aangenaam en best leuk in de druilerige regenbui. De leden speelden een fijn setje, alsof hun leven er van af hing. Afsluiter “Two steps twice” eindigde op een stevige portie fuzz en distortion.

De enige soulact dit jaar tijdens het Dourfestival was Eli"Paperboy"Reed and The True Loves (club circuit marquee). De 24 jarige man uit Houston, USA, die hier nog een nobele onbekende is, bracht een stomende set met vooral nummers uit zijn tweede album ‘Roll with you’. We herkenden "Satisfier", "Its' easier", "I'm gonna getcha back", "Am I wasting my time?" en zelfs een funky versie van "Ace of spades" van Motorhead (jawel). Zijn stem had wel wat weg van Sam Cooke en (de jonge) James Brown, vooral die oerschreeuw. Twee saxofonisten en een trompettist zorgden voor de extra opzwepende en groovy ritmes. Dit was feelgoodmusic van de bovenste plank waarop menig dansje werd geplaatst. Gezelligheid troef!

Het Britse Mystery Jets (eastpak core stage) zagen we al als support van Kate Nash. Het jonge bandje bracht melodieuze, dromerige gitaarBritpop met een stevig randje. De galmende sound en de soms tegenstrijdige (samen)zang namen de subtiliteit van sommige nummers af. De singles “The boy who ran away” en “Young love” konden rekenen op herkenningapplaus, maar de rest was net niet boeiend genoeg.

Rijzende ster binnen de elektronische muziek is Maxime Firket, Comphuphonic (dance hall). In de beste traditie van de ‘Dubnology’ reeks , medio de jaren ’90, verraste hij met trancegerichte, pulserende beats, en gooide er nog een “Everything counts” van Depeche Mode tegenaan.

The Hoosiers (the last arena) zijn één van de Britse upcoming bands. Hun melodieus toegankelijke, vrolijke stadionpop was een aangename verfrissing binnen het alternatieve aanbod. Een enthousiaste band, fijne gitaarpop en een handvol singles als “Cops & Robbers” en “Goodbye Mr A” passeerden de revue.

Het uit New York afkomstige Dub Trio (club circuit marquee) liet horen dat instrumentale muziek niet perse saai, voorspelbaar en 'moeilijk' hoeft te zijn. Hun vrij unieke mix van rock, metal, dub en elektronica was één van de hoogtepunten op de eerste festivaldag. De muzikanten die vooral in de hiphopwereld hun strepen verdiend hebben bij o.a. The Fugees, 50 Cent, Common en Macy Gray, brachten vooral tracks van hun laatste twee albums, ‘Another sound is dying’ en ‘The new heavy’. Mogwai, Sonic Youth, Bad Brains, King Tubby en Lee ‘Scratch’ Perry zijn zowat de belangrijkste invloeden in hun sound. De wisselwerking van heavy gitaarriffs, knetterende baslijnen en inventieve drumpatronen waren een voltreffer. Een band om de komende jaren in de gaten te houden!

De dromerige, sfeervolle indiepop van Erlend Oye’s The Whitest Boy Alive (eastpak core stage) onderging een gedaantewisseling; de nummers klonken gelaagd en hadden meer vaart, ritme en swing. Binnen die fijne pop vormde publiekslieveling “Burning” en de verwevenheid van “Show me love” en “Gypsy woman” een apotheose. Oye was onder de indruk van de respons en trakteerde zelfs op een nieuwe song, “Courage”. Na twee jaar opnieuw een geslaagd en vermakelijk optreden.

De Britse popdiva Goldfrapp (the last arena), - in wit gewaad op het podium-, had af te rekenen met een grote plensbui, wat het sprookjeskader en de intensiteit van haar bezwerende, etherische songs van het debuut ‘Felt mountain’ en ‘Seventh tree’, “Utopia”, “A&E” en “Little bird”, onder haar hoge, hemelse, breekbare stem, deed verloren gaan. In het tweede deel van set hoorden we de zwoele, hardere disco/electro groove van “Black cherry”, “Supernature”, “Ooh lala”, “Train” en “Strict machine”. Een goed afwisselend, geslaagd optreden, doch spelbreker in dit geheel waren de regenbuien.

De nacht was ondertussen gevallen, de aanzet van beats, beats, trance, dance en DJ sets:
Het Franse Birdy nam nam, gegroeid uit de hiphoppers van Alliance Etnik en Triptik, leken wel de onvervalste mainstream Coldcut DJ set aan de draaitafels, met beats, scratches en grooves. Tiga op z’n beurt ontgoochelde, hij liet de meeste eigen nummers thuis en speelde een makke, routineuze, dreunende set. De man heeft al sterker gespeeld…Foei.
Tenslotte Alter Ego mocht en verve de eerste nacht op Dour besluiten met hun mix van ‘80’s electro, elektronicableeps, neurotisch vervormde beats, trance en Kraftwerk invloeden. We hoorden aangename en verrassende wendingen binnen hun ingenieus, creatieve elektronica. Ophitsend, dansbaar en bezwerend.

Organisatie: Dourfestival, Dour

Gent Jazz Festival 2008: The Neville Brothers, Marcus Miller en Brazaville

Geschreven door

De jonge en beloftevolle zeskoppige opener Brazaville won in 2007 de wedstrijd Jong Jazztalent in Gent. Zopas verscheen hun debuutalbum ‘Days of thunder, days of grace’ op het label Evil Penguin Jazz Records. De band mengt op aanstekelijke wijze jazz, funk en afrobeats. Stuk voor stuk zagen we goede, zelfs heel goede muzikanten aan het werk. Maar de composities van baritonsaxofonist Vincent Brijs kwamen helaas in het begin niet goed tot hun recht. De nervositeit en onzekerheid was duidelijk voelbaar. Belgen zijn nu eenmaal te weinig chauvinistisch. Maar gedurende het concert hebben ze dit ruimschoots goedgemaakt en belandden we uiteindelijk in een opwindende, stomende en pletwalsgewijze set. Vooral gitarist Hellings bewees dat hij zijn zessnaar perfect beheerste. Ze mogen gerust naast hun grote voorbeelden Herbie Hancock, Wayne Shorter, The Headhunters, Miles Davis tot Tony Allen, Fela Kuti en The Meters staan. We horen nog wel van Brazaville, maar dan wel op internationaal niveau.
Line-up: Vincent Brijs (baritonsaxofoon), Andrew Claes (tenorsaxofoon), Nicolas Rombouts (bas), Jan Willems (keyboards), Geert Hellings (gitaar), Maarten Moesen (drums).

Marcus Miller is ongetwijfeld een van de meest geniale en virtuoze multi-instrumentalisten, maar vooral een bassist met legio effecten. Naast zijn special guest DJ Logic had hij een hele resem andere effecten mee. We hoorden veel getrek, geslap en getab op zijn bas, de sax, drums en eender welk ander instrument werd door de effectenkast gejaagd, maar we hoorden geen bezieling. Marcus gaf ons vaak de indruk 'band' werk te leveren, maar dan niet in de muzikale zin van het woord. Tussen het bassen door stond hij soms doodleuk in zijn neus te peuteren. Gelukkig sloeg deze uiterlijke ongeïnteresseerdheid niet over op het publiek.
De set begon nochtans veelbelovend met een Indisch klinkende intro (toetsenist Gonzales Pena speelde op een  Moog), gevolgd door een schitterend Higher Ground van Stevie Wonder. Probeer de Marcus maar eens te volgen als medemuzikant. Maar toch laat hij nog ruimte voor hen.
Het vervolg werd er zowat aangebreid en ik kreeg de indruk eerder een coverband te horen die hun ding stond te doen (slechts één eigen nummer “Tanned”) Na een funky einde kregen we als bisronde nog maar eens een ode aan Miles in de strot geramd. Sorry, folks, maar ik had echt meer verwacht van dat genie.
Line-up: Marcus Miller (basgitaar, basklarinet), Alex Han (saxofoon), Fédérico Gonzales Pena (keyboards), Jason "JT" Thomas (drums), DJ Logic (turntables).

Gelukkig waren er nog The Neville Brothers, ook wel The First Family of Funk genoemd, en uitgegroeid tot één van de boegbeelden van de rijke muziekgeschiedenis van New Orleans en inspiratiebron voor talrijke bands. En deze reputatie maakten ze volledig waar. De kippenvelmomenten waren niet meer bij te houden en in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Bootsie Collins , die vorige week nog in Cactus een typisch Amerikaans geforceerd do-you feel-allright-an-wanna-funk-sfeertje trachtte neer te poten, deden Art Neville, aka Poppa Funk, en zijn broers waarvoor ze gekomen waren: muziek spelen. Die pipo's ademen gewoon al vijftig jaar funk. En ze hadden ook nog The Funky Meters mee.
Het meest grappige was dat de zanger, een getatoeëerde kleerkast van 150 kg, zingt met een falsetstem. Gelukkig had de percussionist een misthoorn van een stem. We hoorden ondermeer beklijvende versies van “Fever” en “Ain't no sunshine” van Bill Withers (dat overvloeide in heuse reggae). Eindigen deden de broeders met een totaal overbodige “Amazing Grace” (waarom moest dat nou?) en een stomende “One Heart” van Bob Marley.
De aankondiging '50.00 watts of  pure funk' klopte als een bus, jammer dat het publiek bij momenten eerden ingetogen enthousiast reageerde.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Madrugada

BoomBox 2008: Madrugada: stevig eerbetoon aan Robert Buras

Geschreven door

De Noorse band Madrugada heeft niet echt zo’n rooskleurige periode achter de rug. De nieuwe en overigens uitstekende plaat was nog maar net op band gezet toen gitarist Robert S. Buras het leven liet. Madrugada moest dus met een noodoplossing en vooral met een bitter gevoel op toernee. Het is maar zeer de vraag of de groep zal blijven bestaan, maar inmiddels brengen ze het best mogelijke eerbetoon aan hun overleden gitarist, namelijk een reeks van splijtende concerten neerzetten.

Zo ook in Gent, waar de band tekeer ging alsof ze nog eens alles willen geven voor hun jammerlijk overleden makker. De band klonk hard, strak en gedreven. Ze speelden een bezielde set die met een flink pak nieuwe songs was gevuld. Van bij de opener “Whatever happened to you” (ook de beginsong op de nieuwe plaat) zat het goed, wat volgde waren levendige songs van een band in bloedvorm, meestal stevig en hevig zoals in “Ready” en “Hour of the wolf”, maar ook bij momenten ingehouden en heel mooi, zoals in prachtsongs als “Honey bee”, “Majesty” en “Valley of deception”. De diepe stem van Sivert Hoyem is, samen met de melancholische sound, nog steeds het voornaamste handelsmerk van deze band en doet ons vaak aan Nick Cave denken, even warm maar ook even bezeten. Het onsterfelijke “Black Mambo” , met zijn dreigende bas in een donker sfeer gehuld, was een absoluut hoogtepunt, samen met het immer mooie “Vocal”, uit hun eerste plaat nota bene (inmiddels alweer 9 jaar geleden), een song waar wij nog steeds kippenvel van krijgen. Deze song was meteen ook de afsluiter van een sterk en bijzonder  gedreven concert. Een mooi eerbetoon aan Robert Buras.

Het voorprogramma Barbie Bangkok, thuisspelers op de Gentse Feesten, krijgen van ons het plaatje ‘verdienstelijk’ mee omwille van een bruisend en gezond muzikaal enthousiasme maar helaas een tekort aan onvergetelijke songs. De Gentenaars zijn duidelijk nog op zoek naar de juiste richting, ze spelen bijwijlen wel funky en soms behoorlijk rockend, maar niets blijft echt hangen, of ’t is een cover, want Paul Mc Cartney’s“Coming up” klonk wel snedig en swingend. We geven hen voorlopig het voordeel van de twijfel.

Organisatie: BoomBox, Gent ism Democrazy, Gent

Gent Jazz Festival 2008: thema-avond Cuba y musica

Geschreven door

De vrijdagavond had het Gent Jazzfestival een volwaardige Cubaanse avond gepland. Vele vrienden-jazzfanaten fronsten hun wenkbrauwen bij voorbaat en stelden zich hierbij niet meer voor dan een ordinaire salsa-avond. De hoofdact van de avond, de Buena Vista Social ClubÒ verraste niet echt, maar kon anderzijds wel de verwachtingen inlossen met een show met een hoge spektakelwaarde. Toch waren er ook enkele aangename ontdekkingen te doen ...

Gelukkig ging de avond meteen van start met een jong Cubaans talent Roberto Fonseca. Hoewel deze pianist is grootgebracht in ware Buena Vista-traditie, brengt hij vele nieuwe accenten aan in zijn muziek en is zijn stijl veel meer jazzy dan verwacht. We kunnen zelfs zeggen dat Fonseca van vele markten thuis is. We vinden zowel Afrikaanse, klassieke, jazzy als disco-elementen terug in zijn veelzijdige pianospel. In het tweede nummer Congo Arabe klonken zelfs Arabische invloeden door. Dit pianotalent gaf een staalkaart van zijn in 2007 uitgebrachte CD ‘Zamazu’. En hoewel het publiek wat traag op gang kwam, bleek na afloop van het concert dat ze zijn composities wel konden smaken. In het derde nummer “Llego Cachaito” kwam Fonseca helemaal op dreef tijdens zijn pianosolo, enkel begeleid door de contrabas. Hij liet zich volledig meeslepen en toonde zich daarbij tevens als een klassiek geschoolde pianist. De Cubaan ging zodanig op in zijn spel en ging alsmaar meer achterover leunen op zijn pianokruk. Zodanig dat de vrouw achter mij zich bezorgd begon af te vragen of hij van zijn kruk zou donderen. Naar het einde toe ontroerde het nummer opgedragen aan Ibrahim Ferrer, voornamelijk door het subtiele klarinetspel van klarinetist/saxofonist/fluitist Omar Gonzalez. De warme, zachte ondertoon van de klarinet kon moeiteloos de herinnering aan de zachtaardige Ferrer weer levendig maken. Als afsluiter schakelde Fonseca even over van zijn piano naar een keyboard en toverde funky en disco-achtige tonen te voorschijn in “Zamazamazu”. Het publiek bleek helemaal opgewarmd voor de rest van de avond.

Omara Portuondo staat bekend als de Cubaanse Edith Piaf. Een oma in een oranje soepjurk verscheen ten tonele. Maar wat een presence ...! Omringd door een orkest van jonge, knappe mannen gaf ze het beste van haarzelf. Haar leeftijd – Portuondo is al 78 – speelde haar soms wel parten: af en toe ging ze erbij zitten en ook haar liedjesteksten moest ze enkele keren raadplegen. Dit deed echter niks af van de muzikaliteit en de theatraliteit van deze “grand old lady”. Wel jammer dat in het tweede nummer de geluidsinstallatie kuren kreeg. Zowel up-tempo nummers als getormenteerde liefdesliederen passeerden de revue. Haar stem bereikte fantastisch mooie hoogtes en laagtes en ze liet zich graag gaan in uitgebreide vibrato’s, waar het publiek helemaal wild van werd. De Buena Vista-liedjes, waaronder “Dos Gardenias”, konden op de meeste bijval rekenen. Wat er toch op wijst dat het publiek ook uiteindelijk was gekomen om de Buena Vista Social ClubÒ te bewonderen.

De Buena Vista Social ClubÒ moet het tegenwoordig stellen zonder Ibrahim Ferrer, Compay Segundo en Ruben Gonzalez. Vers Cubaans bloed speelde samen met enkele oudgedienden, zoals Orlando ‘Cachaito’ Lopez (contrabas), Manuel ‘Guajiro’ Mirabal (trompet), Jesus ‘Aguaje’ Ramos (trombone) en Manuel Galban (gitaar). De zanger, Carlos Calunga, beschikt over een engelenstem, maar heeft toch niet de uitstraling van Ferrer of Segundo, ondanks zijn jeugdigheid. De zangeres, Idania Valdes, kon wel boeien met haar zwoele stem én uitstraling. Maar vooral pianist Rolando Luna bleek een zeer goede aanwinst voor de ploeg te zijn. In een nummer opgedragen aan wijlen Ruben Gonzalez kon hij zich dan ook een waardige opvolger tonen van deze legende. De groep is voornamelijk een goed geoliede machine die een mooi spektakel opvoert. Het valt echter op dat er weinig tot geen ruimte voor spontaneïteit is en dat maakt het allemaal nogal voorspelbaar op muzikaal vlak. Er kwamen enkele kunstjes aan te pas met de Laud, enkele gekke danspasjes en het publiek werd aangepord om mee te zingen en te klappen. De Belgische zomer werd even vergeten.

Kortom, de avond was geen kolfje naar de hand van jazz-puristen, maar ging er in als zoete koek bij levensgenieters allerhande. Roberto Fonseca was de revelatie van de avond en toonde zich de meest veelzijdige muzikant.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoschoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: Erykah Badu

Geschreven door

Een overvolle tent … misschien ook vanwege het druilerige weer en … de terrasjes waren bijna zo goed als leeg. Erykah zelf had een half uur vertraging … ‘technical problems’.
De band zette in met een DJ en hoewel de muziek opzwepend was, was ik bang dat dit de toon van het concert zou zetten ( makkelijk werk). Na 2 nummers werd de platenboer verwezen naar de achtergrond, waar hij nog steeds puik werk leverde. De band (met 2 sexy backing vocalistes) kwam nu volledig tot zijn recht, wat door de komst van Erykah nog iets later, werd bevestigd.
Maar wat voor een verschijning … een Nubian Queen die met haar stem kon uithalen en wiens lichaamsbeweging zo gracieus was; zoiets mocht ik nog maar weinig aanschouwen.

Wat volgde was een concert met heel veel enthousiasme en een publiek dat daar volledig in mee ging. Wat me opviel, was dat het publiek hier jonger was. De sowieso al puike en vlekkeloze organisatie had dit heel goed bekeken. Zo konden de jongere snaken ook proeven van de roots en fusion jazz van dame Erykah!

Al bij al een toffe ontdekking en een sterke set van een wijf met kloten, die een voortreffelijke mix van soul, hiphop en r&b bracht. Maar ondergetekende als ‘oudere’ zak kende haar net iets te weinig om écht te beklijven. Toch sliep ik héél goed. Laat me zeggen dat ik haar in het begin het einde vond….

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info: http://www.gentjazz.com
fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Lou Reed

Lou Reed: thank you for having us

Geschreven door

Lou Reed heeft in de Bozar te Brussel een meesterlijk concert gegeven. En daarvoor zijn er verschillende redenen.
Ten eerste, Zijne Knorpot had er duidelijk veel zin in. Hij heeft tweemaal een glimlach getoond, eenmaal het publiek begroet en heeft zowaar slechts één keer met zijn rug naar het publiek gespeeld. Naar Lou Reed-normen kunnen we spreken van een heuse euforie.
Zelf kan Zijn Gegroefdheid nog steeds niet spelen, laat staan deftig en juist gefraseerd zingen, maar weet zich weer te omringen met topmuzikanten: Baswonder Fernando Saunders, de schitterende leadgitarist Mike Rathke en de legendarische Steve Hunter die we nog kennen van de fameuse intro op “Sweet Jane” uit ‘Rock 'n Roll Animal’. Drummer Bruce mept er ook niet bepaald naast en dan hebben we nog naast de band een blazersectie en een heus Londens kinderkoor. Dat ze van die enge blauwe soepjurken aan hadden weze hen vergeven.

De derde reden is natuurlijk de inhoud. We wisten dat we een integrale uitvoering gingen meemaken van de destijds zo verguisde en nu zo erkende rockopera 'Berlin'. (Voor de playlist, neem nog eens de elpee of cd vast, en mocht u die niet hebben: shame on you). En wat voor een uitvoeringen kregen we! Ok, onze New Yorkse Autist strompelt over het podium, zucht en gromt zijn teksten, maar naast de nodige zelfbevlekking en zelftriomf laat hij ook nog heel wat ruimte voor zijn muzikanten. De kippenvelmomenten waren dan ook legio, ook mede dank zij de schitterende projecties op de achtergrond die het verhaal van Caroline en Jim
dikker in de verf zetten. Als je weet dat de originele uitvoering 46 minuten duurt en deze ruim anderhalf uur, dan weet je ook dat de intro's en outro's vaak langer waren dan de nummers zelf. Maar vreemd genoeg stoorde dit niet.
Ten vierde, Zijne Retestrakheid slaagde er ook nog in ons gewoon omver te blazen met een bisronde van jewelste. Zoals het een echte grootmeester betaamt, schotelde hij ons bloedstollende versies voor van “Sattelite of Love”, “Walk on The Wild Site”, “Rock’n Roll” die naadloos overliep in “Hanging on” (Jawel, zowaar een cover) en “The Power of The Heart”.

Ondergetekende had voorheen al een stuk of zes keer Ome Lou gezien, en al even veel keer ontgoocheld geweest. Maar wat gisteren op het podium stond, was kortom magnifiek. Na een ellenlange staande ovatie ronde Zijne Ongeschiktheid Voor Comedy Casino de avond perfect af met een kurkdroge arrogante 'Thank you for having us'.

Organisatie: Live Nation

The Butthole Surfers

The Butthole Surfers: heersers van de oernoise

Geschreven door

Het Antwerpse Creature Of The Atom Brain was de perfecte opener aan deze vooravond van de beruchte Gentse Feesten. Hun korte set klonk gestroomlijnd, meeslepend en bombastisch, bij momenten wat te braaf, maar met “I Am The Golden Gate Bridge” speelden ze vooral rocksongs gemaakt naar de regels van de kunst. COTAB toonde met het aanstekelijk catchy klinkende “Is That Lady Sniff” zich goed thuis te voelen in zowel de toegankelijke rock, als in het stevige “Crawl Like A Dog”, met een pompend Kyuss meets Shellac riffje.
Ze hebben goed naar The Butthole Surfers geluisterd en het leek dan ook alsof ze voorbestemd waren om deze punk-noise avond te openen. COTAB was met frontman Aldo Struyf (Millionaire) duidelijk niet aan hun proefstuk toe en gebruikte hun ervaring om een variërende, opbouwende en samenhangende show te brengen. Meer van dat!

The Paul Green School Of Rock is, zoals de naam het zegt, een Amerikaanse muziekschool voor jongeren tussen 14 en 18 jaar. Gibby Ganes (Butthole Surfers) zag hen aan het werk en was zodanig onder de indruk dat hij een samenwerking wenste.
Live opende deze formatie elke BHS show, en smeedde banden met de grootheden, door de BHS bij te staan in hun set. The School Of Rock bracht een repertoire van klassieke rocknummers en toonden hun kunnen met covers van o.a. Lenny Kravitz, Iron Maiden en Devo. Na elk nummer wisselde de band van muzikanten waardoor het geheel wat rommelig en onafgewerkt was. Deze jonge helden in spé hebben nog heel wat te leren.
Door een gebrek aan welgemeende passie en een overgewicht aan overexposure lukte het de band niet om het publiek te bespelen. Techniek was hen duidelijk goed aangeleerd. De vraag rees echter of ze op deze School ooit nog een buikgevoel aangeleerd kregen.

De Texaanse Butthole Surfers, opgericht in 1981, gaven een enig concert op Belgische bodem in één van de zaaltjes van de vernieuwde Gentse Democrazy. En dan nog wel in de originele line-up! Gibby Ganes (zang), Paul Leary (gitaar), Jeff Pinkus (bas) en King Coffey (drums) waren sinds 1989 niet meer samen op het podium te zien.
Deze reünie was als geen een te vergelijken met de tegenwoordige trend: The Butthole Surfers stonden er, alsof 1981 gisteren was. Gibby Hanes en de zijnen waren dan ook in bloedvorm!
Als ouwe rotten in het vak deden de BHS psychedelische punk-rock-noise herleven als ware het de muziek van de toekomst. Hun typische jaren ’80 sound raasde door de speakers en liet niemand onberoerd. Met zwetende lijven, ontblote mannelijke torsos, liters bier en een chaotisch kolkende moshpit herbeleefden overjaarse punkers en hippies met dit concert hun tweede (derde?) jeugd. BHS bespeelden moeiteloos het publiek op een magistrale wijze en met een aangeboren ‘fuck you’ attitude.
Met de logge flying-V bass sound op disto zat de sfeer er met “22 going on 23” onmiddellijk goed in. Noise, samples, rook, bliksemende stroboscopen en de typische BHS weirdo videobeelden, gaande van industriële kippen tot aerobic dansende strippers, pasten als een rebus in mekaar.
BHS klonk als King Kong op acid. Bij “Suicide” van hun debuut EP (’83) brak de hel los. Zowel het recentere “100 Million People Dead” als het oudere “Cherub”, “Cowboy Bob”, “Sweat Loof” en “Graveyard” passeerden de revue.
De BHS toverden als volleerde goochelaars het publiek naar een andere wereld. The Paul Green School Of Rock stak hierbij een handje toe en zorgde als virtueel orkest voor een ware verjongingskuur. Veel leden waren niet eens geboren toen de band hun nummers schreef. Hun inbreng tijdens de show was een aangename constante. Ze gaven bij aanvang extra cachet aan het drumwerk, om te eindigen in volle chaos waarbij op het podium bij momenten wel vier gitaristen, twee bassisten en vijf frivole zangeresjes te shaken stonden. Het visuele beeld met het jonge volk van The School Of Rock stond haaks op de diepe wall of noise die de BHS voortbrachten vanuit de donkerste gedrochten, en paste net daarom uitermate goed in het geheel. Deze succesformule zorgde voor een geslaagd feestje.

Met dit concert bewezen The Butthole Surfers dat hun kaars lang nog niet uitgedoofd is. Als uitvinders van de oernoise is dit een dikke fuck you naar wie trendy en gemaakt stoer probeert te doen. The BHS doen niet, ze zijn! Wie erbij was in de uitverkochte Democrazy zal zich deze show nog lang herinneren. Dit smaakte verdomd lekker!

Organisatie: Democrazy, Gent

The B-52’s

Funplex

Geschreven door

Ze werden omschreven als ’The world’s greatest party band’ sinds de plaat ‘Cosmic thing’ uit ’89, met singles als “Love shack” en “Channel Z”. Begin jaren ‘80 waren zij met “Planet claire”, “Rock lobster” en “Private Idaho” één van de voortrekkers van de dansbare wave .
Na 15 jaar brachten Fred Schneider en z’n twee vocalistes Cindy Wilson en Kate Pierson (de dames met hun suikerspinkapsels!) een nieuwe plaat ‘Funplex’ uit; het plezier blijft een voornaam gegeven , want de groep wenst en wil een party gevoel behouden, maar slaagt er met deze nieuwe plaat maar ten dele in. De eerste songs zitten alvast goed in elkaar en hebben de juiste versnelling van pop, wave en funk, opbouwend, aanstekelijk en een ‘shaking’ feeling: “Pump”, “Hot corner”, “Ultraviolet” en de titelsong.
Naarmate de cd vordert , lijkt de begeestering van hun groovende rock verdwenen, en is er sprake van ordinaire fletsige popdance: “Juliet of the spirits”, “Eyes wide open” en “Deviant ingredient”.
Hun ‘doowop’ is enkel nog te horen op de afsluitende track “Keep this party going”.
‘Funplex’ is niet de plaat waarop we hebben gewacht en is maar een half geslaagde comeback van deze Amerikaanse bommenwerpers …

Syb Van Der Ploeg

Heilig Vuur/Hillich Fjoer

Geschreven door

Syb Van der Ploeg kennen we als de zanger van De Kast. Deze populaire Nederpopband hield er mee op in 2002 (al zijn er nu sporadisch toch terug enkele optredens met De Kast). Syb koos muzikaal een andere richting en bracht met Spanner stevige gitaarrock in het Engels. Spanner kende echter weinig succes in eigen land waardoor de band nooit echt van de grond kwam.
Syb zat ondertussen niet stil. Naast het coverproject Hotel Westcoast speelde de man ook in enkele bekende musicals (‘Rembrandt’/‘Nostradamus’) en was hij een graag geziene gast in talrijke TV shows. Sinds begin dit jaar ligt Syb’s solodebuut in de winkel.
Syb werkte twee jaar aan dit album en bracht het album uit in twee talen: het Fries en het Nederlands. ‘Hilich Fjoer – Heilig Vuur’ is dus een dubbelalbum met dezelfde songs in een andere taal. Op aanraden van Syb zelf kocht ik de dubbelaar met de songs in beide talen. De songs in het Fries doen me echter weinig. Hoewel het Fries een zeer grappige, beeldige taal is verkies ik toch de songs te horen in het Nederlands. De meeste songs schreef Syb samen met gitarist Jeff Zwart, Maarten Peters, Gordon Groothedde & Han Kooreneef. Het zijn twaalf persoonlijke songs geworden uit de hand van een echte rasartiest. Opener en tweede single “Heilig Vuur” klinkt erg stevig. Deze song is ook de titelsong geworden van een spannende familiefilm (‘Snuf De Hond In Oorlogstijd’). “Als Ik Jou Zie”, een meezinger van formaat, deed het erg goed als eerste single in de hitlijsten. Het melodramatische “Tussen Land En Sterren” had zo op een De Kast album kunnen staan, net zoals het fraaie “Oogverblindend”, dat een erg mooi mondharmonica-arrangement heeft. Ja, Syb kan het dus ook zonder De Kast! Song nummer acht is de meest excentrieke song van het album. “8 Baan” is een wervelend epos (georkestreerd door het Metropole Orkest) dat precies 8 minuten en 88 seconden duurt. Filmisch, bombastisch en vooral erg verrassend van begin tot eind. Een mix van Kayak & Robbie Valentine. De ode aan zijn pa: “Wind In De Zeilen” is dan weer zeer ontroerend, terwijl ik de mooie melancholische ballade “De Tijd Staat Even Stil” ook tot mijn persoonlijke favorieten mag rekenen.
“Heilig Vuur” is een sterke popplaat in je eigen moedertaal. Onze sympathieke krullenbol is helemaal terug en zal ongetwijfeld opnieuw menig vrouwenhart doen smelten….want dit ‘Heilig Vuur’ is er eentje met een bijzonder hoog rendement!

Sigur Rós

Med Sud I Eyrum Vid Spilum Endalaust

Geschreven door

Sigur Ros is een unieke band uit IJsland en heeft na enkele uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast een toegankelijke, lieflijke poppy plaat uit; een sferisch klanktapijt onder de ijle, meeslepende, snerpende ( soms onverstaanbare) zang van Jon Por Birgisson. Subtiele kunst wordt het wel eens omschreven.
De orkestraties worden afgewisseld met ingetogen, pakkend materiaal, enkel begeleid door piano of akoestische gitaar, percussie en soundscapes.
Wat een prestatie met hun sprookjeachtige sound op songs als “Inni mer syngur …”, Vio spilum endalaust” en “Festival”. Enkel opener “Gobbledigook” en het afsluitende “All allright” gaan een andere wending uit: hoempapa, fanfare en Engelstalige intieme pop.
Sterke plaat opnieuw van deze ongrijpbare IJslandse band!
PS: hun cd hoes van jonge mensen die naakt door het bos dartelen is er ook eentje …

Pagina 911 van 963