Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Stereolab

Don Caballero

Punkgasm

Geschreven door

Het Amerikaanse Don Cabellero is al van ‘93 bezig, maar onderging een ‘tabula rasa’ na 2000, waarbij enkel de virtuoze drummer Damon Che overbleef; hij hield de touwtjes in handen. De andere spil, gitarist Ian Williams, maakt momenteel het mooie weer bij Battles.
De groep klonk toen innoverend met hun ‘mathrock’, gegroeid uit bands als Slint, van hoekige, complexe of aanstekelijke, groovende en subtiel in elkaar gestoken ritmes; de goed op elkaar ingespeelde band bracht instrumentale songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen.
Don Caballero kronkelde tussen een Jane’s Addiction, Barkmarket, Tool, Porno for Pyros, Battles en oudjes The Fall en PIL.
De groep heeft onder de vernieuwde bezetting een tweede cd uit, ‘Punkgasm’ die regelmatig refereert aan het oude werk, (waaronder de sterke opener “Loudest shop vac in the world” die overgaat in “The irrespective dick area”, “Bulk eye”, “Pour you into the rug” en “Who’s a puppy cat”).
Er is sprake van een rustiger en meer licht verteerbaar geluid, waarbij de songs hun rauwe toon en donkere inslag behouden binnen een postrock landschap (“Slaughbaughs’ ought not own dog data”, “Awe man that’s jive skip” en “Why is the couch always wet?”).
Op een paar songs werkt Don Caballero zelfs met stemmen: “Celestial dusty groove”, “Dirty looks” en de titelsong, wat een half geslaagd resultaat oplevert.
De groep onderscheidt zich nog steeds in z’n instrumentale avantgarde sound, maar klinkt braver. En … ze zijn nog steeds geniaal in het vinden van songtitels.

Lonely Drifter Karen

Grass is singing

Geschreven door

’Grass is singing’ is een tof plaatje om een ‘hard working day’ te beëindigen. De sfeervolle, dromerige semi-akoestische songs van deze Oostenrijkse Tanja Frinta geven een frisse, vrolijke, relaxte indruk. Haar inspiratie haalt ze als ze aan de afwas begint of gaan fietsen is. Na talrijke Europese omzwervingen streek deze beloftevolle singer/songschrijfster neer te Barcelona, en vormde daar een band met pianist Marc Meloa Sobrevias en drummer Giorgio Menossi..
Haar romantische pop is gedrenkt in ‘50’s vaudeville, musical en cabaret; luister maar naar “This world is crazy”, “Salvation” en “The angels sigh”, waarop Balkan te horen is. Ze houdt het sober en intiem op “Casablanca” en “Giselle”. Ze fietst letterlijk naar een droomwereld (met talrijke tierlantijntjes en fluitjes) op “Climb” en “Professor Dragon” en tenslotte scoort ze met “Passengers of the night” de grootste hitpotentie. Lichtvoetig, vrolijk en ontspannend plaatje.

Cry For Silence

The Glorious Dead

Geschreven door

Met ‘The Glorious Dead’ levert het Britse Cry For Silence zijn langverwachte debuut. Want na twee EP’s kreeg de band de nodige aandacht en interesse van muziekliefhebbers.
What the fuck? Dat was de eerste gedachte die bij me opkwam toen ik “Nightmare”, het eerste nummer beluisterde. Adam Pettit schreeuwt namelijk zijn longen uit elkaar tijdens de verse van dit nummer. Maar dan komt het plotseling heel melodisch en krijgen we zelf een soort van dramatisch refrein. Zoveel variatie, en dit in slechts één nummer. Dit kon wel eens een heel interessante plaat gaan worden…
Cry For Silence lijkt voortdurend over te stappen van brute hardcore naar melodische Heavy Metal met harmonic lead passages die de muziek toch iets extra’s meegeven. Het thema van oorlog en conflicten keert voortdurend terug op dit album, vooral in nummers als titeltrack “The Glorious Dead”, wat een prachtig nummer is vol epische passages, agressie en veel melodische solo’s. De lead guitar op dit album doet me soms zelf denken aan groepen als Iced Earth.
Ik zal hier niet elk nummer apart beginnen te bespreken, daarvoor is dit album te complex.
Cry For Silence heeft met ‘The Glorious Dead’ een prima debuutalbum afgeleverd dat zo afwisselend is dat zowel hardorefans als fans van melodische Metal hier aan hun trekken zullen komen.
Doe zo verder Cry For Silence!

The Legacy

Beyond Hurt, Beyond Hell

Geschreven door

The Legacy is een Brits gezelschap wiens doel het is snelle, intense harcore te maken met een wat melodie en passie er doorheen. Na de goed onthaalde mini-cd ‘Solitude’ is het tijd voor een volwaardig album, getiteld ‘Beyond Hurt, Beyond Hell’.
’Beyond Hurt, Beyond Hell’ start met “Alpha”, een soort van melodische intro. Maar na melodie volgt agressie, moet men gedacht hebben. Want “Ill Fated” is werkelijk topvoer voor een moshpit.
Na enkele wat langere nummers wordt het me duidelijk dat The Legacy meer in huis heeft dan gewoon agressie en bruutheid. In de nummers is er duidelijk plaats voor melodie en een dramatische sfeer waar je nou niet direct vrolijk van wordt.
Kijk, ik ben geen liefhebber van hardcore, maar met dit soort muziek heb ik geen problemen.
Hier zit duidelijk wat diepgang in de nummers, er is over nagedacht. Er is ook voor voldoende afwisseling gezorgd. Waar het ene nummer wat meer de nadruk legt op agressie, legt het ander meer de nadruk op melodie en sfeer. Soms zijn er zelf enkele momenten die doen denken aan het laatste werk van Primordial. Vooral het nummer “Ashes To Ashes” geeft die trieste dramatiek goed weer. Net als deze plaat ingeleid werd met “Alpha”, wordt ze logischer wijs afgesloten met “Omega”.
Hier vallen niet veel woorden meer aan vuil te maken. Met ‘Beyond Hurt, Beyond Hell’ heeft The Legacy prima werk geleverd waarmee ze ongetwijfeld veel nieuwe zieltjes zullen winnen.

Conor Oberst

Conor Oberst

Geschreven door

Een talentrijk songwriter is Conor Oberst uit Nebraska. De man is al van z’n vijftiende bezig en heeft een paar sterke platen onder het pseudoniem Bright Eyes weten uit te brengen. Met de laatste cd ‘Casadaga’ bereikte hij een breder publiek en stond hij op het punt door te breken. Maar hij nam samen met enkele vrienden onder The Mystic Valley Band een ‘on the road/kampvuur’ plaat op van emotievolle, dromerige ‘70’s retrorock, americana/countrypop. De Hammond toetsen en Oberst’s gitaarspel nemen een prominente rol in op deze titelloze plaat, wat refereert aan het oude Green On Red (met Chris Cacavas), het oude Wilco en het songwriterschap van een Dylan en Will Johnson (South San Gabriel/Centro-Matic).
Een gevarieerd plaatje dat fris, zwierig, meespelend ingetogen en sober klinkt, én waarbij Oberst de andere groepsleden de kans biedt in de spotlights te staan. “Sausolito”, “Get-well-cards”, “Lenders in the temple”, “Danny Callaghan”, “Moab” en “Souled out” zijn het toonbeeld van deze overtuigende plaat; met “I don’t want to die in a hospital” kan Oberst een grootse hit op zak hebben, wat hem gegund zou zijn. Volgend project graag!

Mogwai

De filmische melancholie en uitspattingen van het Schotse Mogwai

Was het Belgische weertje in de zomer (alweer) niet te vet, het avondje superieure postrock van Motek en Mogwai in combinatie met de charmante locatie in het Openluchttheater Rivierenhof te Deurne was de perfecte afsluiter van een zomervakantie.

Het Vlaamse Motek opende de avond met “Combi Collina” uit hun nieuwe ‘Port Sunshine’ album. Al vlug werd het duidelijk waar Motek voor stond: dromerige, zwevende en rustige nummers nu en dan afgewisseld met turbulerende gitaaruitbarstingen, pittig gekruid met feedback, delay en stereosounds.
We hoorden dat Motek een audio-visuele groep kan zijn. Wel deze keer was hun set van voornamelijk nieuwe songs, sterk genoeg om het publiek te vervoeren zonder de visuele steun. Alles telde om het publiek te doen dromen en ze namen er hun tijd voor: “Risist”, “Epoxy”, “Another seamans song
“, “Tryer” en “Immer Blei” volgden.
Rustige, opbouwende lange nummer, intensiteit creëren om dan later uit te spatten, of net weer niet. Motek’s zoektocht tijdens de set om emoties om te zetten in muziek was positief. Als afsluiter brachten ze uit hun vorige plaat het weemoedige, sentimentele “I am your son”.
De atmosferische vibe die Motek bracht, werd geaccentueerd door de locatie in open lucht, waar het publiek omringd was door de bomen van het park Rivierenhof en de zitplaatsen van het
Colosseum-achtige Openluchttheater. Indrukwekkend rustgevend. Iedereen tevreden … en opgewarmd voor Mogwai.

Na 13 jaar is en blijft Mogwai één van de boegbeelden van het postrock genre. Van Mogwai krijgen we nooit genoeg; hun laatste optreden dateert al van het Cactusfestival vorig jaar … Een kanjer van een setlist (14 (lange) nummers) nam ons mee doorheen de eenvoudige, maar toch verfijnde denkwereld van het Schotse vijftal.
Uit het binnenkort te verschijnen ‘Hawk is Howling’ trokken ze met “The Precipice” het anderhalf uur durend gitarengordijn (3 gitaren, bas en drum) open; wij werden spontaan uitgenodigd om mee te zweven. Reden voor velen om de zitplaats te ruilen voor een staanplaats om zo dicht mogelijk de postrock pioneers te bewonderen; dan pas werd het duidelijk dat het concert uitverkocht was. Een terecht nokvol Openluchttheater!

Per nummer veranderde er wel iets aan de bezetting: de gitaar werd ingeruild voor keyboard of omgekeerd en gitarist en bassist ruilden af en toe van plaats. Een kwestie om de klankkleur zoveel mogelijk schakeringen te geven, vermoeden we. Drum en bas zorgden voor een constante “steady beat” die als maagdelijke witte canvas diende, waardoor gitaren en keyboard doorspekt met effecten rijkelijk over de ritmesectie heen schilderden.
Na een goeie tien minuten in de set liep het even fout met de gitarist die plots zijn klank kwijt was. De gitaarroadie rende een halve marathon om alle kabels en verbindingen te checken, maar het probleem kon echter maar verholpen worden bij aanvang van het volgende nummer. Bij vele bands zou zulk een voorval een nummer ten gronde kunnen brengen, maar niet bij Mogwai. Het nummer bleef overeind door een perfecte volume afregeling; een pluim voor de roadie en de PA man trouwens, perfecte volumeafregeling.
Vijf nummers uit het nieuwe ‘Hawk is Howling’ verspreidden ze over de set (“The Precipice”, “Scotland’s Shame”, “I’m Jim Morrisson”, “Batcat” en “Space Expert”), afgewisseld met nummers uit het vroegere repertoire: “Friend of the night” en “We are no here” uit ‘Mr Beast’ van 2006, en oud werk, waaronder “Like Harod”, “Cody”, “2 Rights Make One Wrong” en “Helicon”. Trouwens, ze besloten met een magnifiek uitgesponnen “We’re No Here”, overstelpt van feedbackgeraas, noise, delays en andere effecten.

Mooie set dus van filmische melancholie, ergens tussen ingehouden emoties en oncontroleerbare uitspattingen en soms monotoon repetitief. Niet echt iets nieuws, tenzij dat er af en toe met cleane brave stem werd gezongen.
Mogwai zocht naar sfeerschepping en verwezenlijkte het als geen ander. De nieuwe nummers zijn een stuk rustiger dan de zwaardere oudere, die soms apocalyptische uitspattingen bevatten. Maar de naadloze overgangen tussen oud en nieuw zorgde voor een boeiend Mogwai avontuur! … Een geslaagd postrock zomeravondje.

Organisatie: OLT, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

Fleet Foxes

Fleet Foxes

Geschreven door

Band voor de toekomst is het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle . Met de deur in huis vallen heet zoiets. De band combineert dromerige indiepop, psychedelica americana, folk en ‘60’s pop onder een meerstemmige zang: fijne gitaarakkoorden, psychedelicatoetsen en een zalvende percussie, bepaald door de warme, hemelse vocale pracht van songschrijver van Robin Pecknold.
Na de EP ‘Sun Giant’ onderscheidt de band zich met de naar hun vernoemde plaat.
”White Winter Hymnal”, “Ragged Woods”, “Tiger Mountain Peasant Song”, “Your protector” en “Blue Rige Mountains” zijn subtiel uitgewerkte songs, die tekenen voor een prachtig zorgeloos ‘laidback’ weekendgevoel. Knipoog naar bands als The Shins, My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian en Beach Boys.

Tindersticks

The Hungry Saw

Geschreven door

Het Britse Tindersticks stond vijf jaar op non actief. De solo uitstap ‘Leaving Songs’ van zanger/songschrijver Stuart Staples met leden Neil Fraser en David Boulter was een half geslaagd succes. Een reünie met deze twee kon niet uitblijven.
Resultaat is een homogene plaat van heerlijke, adembenemende romantische pop, in smachtende soul en retro gedrenkt, onder die typische ‘crooner’ zang (grauwe baritonzang) van Staples. De luisteraar wordt ondergedompeld in die zalvende melancholie van fijnzinnig en zorgvuldig uitgekiend materiaal, als ”Yesterdays tomorrow”, “The other side of the world” en “The turns we took”, ondersteund door toetsen, blazers en strijkers. De plaat heeft drie instrumentale tussendoortjes (“Introduction”, “E-Type” en “The organist entertains”).
”Boobar come back to me” en de titelsong hebben de sterkste hitpotentie en behoren tot het sterkste wat Tindersticks maar kon uitbrengen. ‘The Hungry Saw’ was het wachten waard.

The Fall

Imperial Wax Solvent

Geschreven door

Het Britse The Fall uit Manchester is al zo’n 32 jaar bezig en heeft al een reeks platen uit die niet meer bij te houden zijn. De band van Mark E Smith, in wisselende bezetting, heeft een briljante nieuwe cd uit; het zijn overwegend repetitief opbouwende, slepende en dreunende avontuurlijke (indie)popsongs, die onverwachtse wendingen ondergaan en gedragen worden door de (herkenbare) neurotische praatzang van Smith. Luister maar naar “I’ ve been duped”, “Strange town”, “Tommy shooter” en “Latch key kid”.
Ook zijn er een paar heerlijke retrorockers terug te vinden: “Wolf kidult man” en de afsluitende “Senior twilight stock replacer” en “Exploding chimney”. Op “Is this new” lijkt Meatloaf herboren. Tenslotte is het elf minuten durende autobiografische “50 year old man” het hoogtepunt van de cd. Wat een muzikale samenvatting van Smiths leven en sound …
’Imperial Wax Solvent’ bevat kwalitatief sterk materiaal waarbij de groep balanceert tussen de ‘alternative’ bands als David Thomas’ Pere Ubu, Alan Vega’s Suicide, de ‘70’s rock van Iggy en Meatloaf en de huidige rits indie. The Fall’s liedje is verre van uitgeschreven. Pluim voor deze grillige band!

Judas Priest

Nostradamus

Geschreven door

Maar liefst drie jaar heeft Judas Priest zitten broeden op hun nieuwe album, een conceptalbum rond Nostradamus. En door deze dubbelaar is Judas Priest erg in mijn achting gestegen. Want ze hebben bewezen dat ze ook nog iets anders kunnen  dan simpele ‘gay metal’. Zelf Rob Halford zingt beter dan ooit. Ik erger me zelf bijna niet meer aan zijn anders zo ééndimensionele stem.

Na de intro krijgen we een heavy riff te horen die het begin inluidt van wat mij betreft het beste nummer van de eerste cd. “Prophecy” is niet gewoon een lekker nummer in de typische Priest traditie, maar toch net iets meer dan dat. I am Nostradamus, do you believe?
Revelations” laat ons voor het eerst kennis maken met de leuke combinatie van Heavy Metal riffs en een strijkersorkest. Alleen de zang kan me niet helemaal overtuigen in dit nummer.
Met “War” beginnen we aan het vierluik rond de vier ruiters, waar er overigens een prachtig stukje artwork van gemaakt werd. Het nummer begint kalm als een soort stilte voor de storm. Na de gezongen inleiding mogen we genieten van een orkestraal stukje dat plots overslaat in pure dreiging. Je ziet als het ware de vier ruiters rijden door een brandend landschap waar ze dood en verderf zaaien.
”Pestilence & Plague” is alweer een topper die vooral blijft hangen dankzij zijn Italiaans refrein.
”Death” is wat kalmer, duisterder en dreigender. Je voelt de kilte van de dood hangen. Hier laat Rob Halford door enkele hoge uithalen horen dat hij het hoge zingen nog niet verleerd is.
Op cd toch niet, tenminste. Het vierluik wordt afgesloten door “Conquest”, een nummer dat begint met een veelbelovende intro. Alweer een lekker nummer dat blijft hangen. Priest is goed bezig!
Na het rustige “Lost Love” worden we nog getrakteerd op een lekkere Heavy Metal song in de vorm van “Persecution. Under the hand of persecution. Defy the institution”. Dit wordt een klassieker!

De tweede cd vind ik persoonlijk wat minder dan de eerste cd. Het gaat er ook allemaal een stuk kalmer aan toe. Oké, het is allemaal wel sfeervol en er is voldoende diepgang.
Het tweede deel van dit conceptalbum begint met een sombere toon. Het ietwat melancholische “Exiled” vertelt over de verbanning van Nostradamus. Normaal dat het geen vrolijke rocker is.
”Alone” begint met een akoestische intro die later in het lied nog terugkeert. Dit is toch wel één van de hoogtepunten van de plaat. Het refrein is er één die duidelijk blijft hangen. En zo hebben we het graag natuurlijk.
Na “Visions” en “New Beginnings” krijgen we hét hoogtepunt van Nostradamus, namelijk het titelnummer. Na de bombastische opera intro krijgen we een heerlijk nummer dat wat doet denken aan Painkiller. Nostradamus is avenged! “Future Of Mankind” vind ik een overbodig nummer, of op zijn minst een nummer dat niet op het einde van het album gestaan mocht hebben.
Tot zo ver het meesterwerk van Judas Priest. Ik was diep onder de indruk, want dit werkje dit mijn metalen hart  sneller kloppen. Voor de mensen die niet genoeg hebben aan muziek alleen, kan ik gerust de luxe-edition aanraden. Het is een boekje met harde kaft en een verzameling aan artwork om je vingers bij af te likken. Hier is duidelijk over nagedacht!

Pagina 906 van 963