logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Suede 12-03-26

Headbanger’s Balls Fest 2023 - Een affiche die verwachtingen schept en een festival dat elke belofte invult

Geschreven door

Headbanger’s Balls Fest 2023 - Een affiche die verwachtingen schept en een festival dat elke belofte invult
Headbanger’s Balls Fest 2023
De Leest
Izegem
2023-05-06
Filip Van der Linden

Het Vlaamse metalfestivalseizoen wordt traditioneel geopend door Headbanger’s Balls in Izegem. Er zijn nog een paar kleinere organisaties die in ongeveer dezelfde periode iets organiseren, zoals het herboren Gullgems Metal Fest, maar Izegem kan toch beschouwd worden als het sein om opnieuw in groten getale naar metal te gaan luisteren.

Of deze editie zonder (volgens sommigen) ‘zuivere’ metalbands nog wel het etiket metalfestival opgekleefd krijgt, daarover was niet iedereen het eens. Maar in de festivalnaam zit geen ‘metal’, wel ‘headbangen’ en die belofte werd zeker waargemaakt. En als een festival uitverkocht is en als na afloop iedereen tevreden naar huis gaat, dan hebben alle criticasters gewoon ongelijk.
Voor deze tiende editie werd opnieuw heel breed en divers geprogrammeerd, waarbij het duidelijk is dat de organisatie goed de vinger aan de pols houdt van welke bands ‘hot’ of ‘not’ zijn. Misschien had er ook nog een band van de nieuwe Belgische thrash-golf bijgekund en Gnome werd op het festival vaak genoemd als band die daar niet zou misstaan. Wat niet was, kan nog komen.

Openingsact Arson stond collectief met pak, ondervest en das op het podium, iets wat we al eerder zagen bij Triggerfinger, The Godfathers en The Hives. Maar dit Gentse vijftal neemt die aanpak naar een hoger level door ook nog eens het podium heel huiselijk aan te kleden, met ouderwetse lampenkappen, een vloertapijt als backdrop en een houten toog met ober. En die over serveert niet enkel drankjes aan de band, maar ook aan iedereen die op dat vroege uur al voor het podium staat.
Arson mixt hardrock, rock ’n roll, punk, southern rock en hardcore en valt inzake energie te vergelijken met Kvelertak en The Hives.
De band werd opgericht met leden van verschillende Gentse metal- en screamobands. De set in Izegem bestond voor de helft uit tracks van het nieuwe album ‘All In, All Sin’, aangevuld met enkele tracks van de EP ‘Let’s Start A Fire’. Muzikaal en visueel klopt het plaatje: stoere poses, veel contact zoeken met het publiek, loeiende gitaren en bakken, bakken energie.

Vanuit Brussel kwam My Diligence de blijde boodschap verkondigen met zijn moderne doom, met psychedelische toetsen. My Diligence mag later dit jaar nog aantreden op Alcatraz, wat erop wijst dat de organisatoren van Headbanger’s Balls dat goed ingeschat hebben. Zo moeilijk is dat overigens niet als je weet dat die van het superpopulaire Gojira fan zijn van deze drie Brusselaars. Deze band bracht al één EP en drie albums uit met vorig jaar nog het fantastische ‘The Matter, Form And Power’. Dat werd bijna integraal en in de album-volgorde gebracht. Enkel werd op het einde nog “Resentful” van het vorige album (‘Sun Rose’) toegevoegd. De interactie met het publiek bleef beperkt tot een beleefd ‘dankuwel’ na elk enthousiast applaus.

Voor Bear waren we gewaarschuwd. Stilaan begint het buitenland overstag te gaan voor deze Belgische band. Bear-gitarist James Falck kijkt vast met goede herinneringen terug naar de Headbanger’s Balls-editie van 2021 toen hij in Izegem zowat zijn live-debuut maakte met Cobra The Impaler. Voor die band was dat het vuur aan de lont naar een Europese doorbraak. Of dat ook voor Bear lukt, valt nog te bezien.
Muzikaal is Bear moeilijk voor één gat te vangen, maar de invloeden van genres met ‘core’ in de naam zijn sterker aanwezig dan genres met ‘metal’. Bear is explosief en energiek, hyperkinetisch zelfs. De bandleden rennen op het podium alsof ze dringend aan de Rilatine moeten en ze springen overal op en af. James gaat zelfs een stukje gitaar spelen middenin de zaal, maar het publiek duikt eerder weg dan dat ze hem aanvuren. Op het einde van de set slaan de gitarist en bassist met hun eigen instrument het drumstel aan diggelen. Vernielzucht op het podium bestaat al bijna net zo lang als de rock ’n  roll zelve. Daar kijken we niet meer van op. Het is vooral jammer dat net dat hetgene is waar na de set aan de toog van De Leest over gepraat werd, en niet over al die voorzetten die door het publiek niet binnengekopt werden.

Bij de vorige passage van de Belgische postmetalband Psychonaut op Headbanger’s Balls, in 2021, ging het publiek al helemaal uit de bol en dat werd op deze editie nog eens overgedaan met nog meer mensen in de zaal. Meer dan 600 oude en nieuwe fans stonden schouder aan schouder te genieten. Dat maakt van dit trio de eigenlijke hoofdact in Izegem, want dit deed geen van de buitenlandse bands hen nog na die avond. De set in Izegem bestond hoofdzakelijk uit tracks van het nieuwe album ‘Violate Consensus Reality’, aangevuld met enkele oudere tracks en met publiekslieveling “The Fall Of Consciousness” opgespaard voor de finale. Mooi dat een Belgische band dit voor elkaar krijgt. Niemand zal er rouwig om zijn als Psychonaut naar één van de volgende edities van Headbanger’s Balls komt. Na Dyscordia en Thurisaz in de begindagen kan Izegem zo misschien opnieuw aanknopen met de traditie van een ‘huisband’

Na het Belgische luik werd de internationale schotel opgediend. De Zweedse stonerrockband Lowrider is een cultband die maar sporadisch optredens doet. In 2000 brachten deze Zweden hun fel bejubelde debuutalbum ‘Ode To Io’ uit, om bijna meteen daarna de stekker er uit te trekken. Meer dan tien jaar bleef het volledig stil rond de band, waarna een voorzichtige comeback ingezet werd met sporadische concerten. In 2017 stonden ze op Desertfest in Antwerpen. In 2019 verscheen eindelijk het tweede album, ‘Refractions’. Na de coronapauze stond Lowrider in 2022 met een straffe show op Hellfest. Pelle Andersson vulde in Izegem de band aan met zijn Hammond.
Er stond bij Lowrider minder volk voor het podium dan bij Psychonaut, maar op de eerste rijen werd wel net zo enthousiast gereageerd aan het begin en einde van elke track. Heel wat Belgische en een handvol buitenlandse fans waren speciaal voor deze band naar Izegem afgezakt en zij werden beloond met een heel strakke en loepzuiver gespeelde set. In het begin van de set moest er nog wat gemorreld worden aan de mix, maar tegen dat “Into The Wild” ingezet werd, was alles loepzuiver. “Texas” hielden de Zweden eigenlijk achter de hand als mogelijke toegift, maar omdat een tiental mensen in het publiek erom schreeuwde, kreeg die track al in de reguliere set een plek.

De Griekse melodic/gothic blackmetalband Rotting Christ stond in 2018 als headliner op Headbanger’s Balls en dit jaar kwam frontman Sakis Tolis met zijn soloproject. Heel wat Rotting Christ-fans dus op de eerste rijen voor het podium en die werden in de bindteksten uitgebreid bedankt voor hun loyauteit. In de coronaperiode dacht Tolis na over zijn eerderedepressie en op zijn solo-album ‘Among The Fires Of Hell’ leverde dat zowel donkere als hoopgevende gedachten op. Op dat album recycleert hij ook wat riffs en lyrics van Rotting Christ, maar als geheel klinkt dat album veel toegankelijker en melodieuzer dan het werk van Rotting Christ. Op het album speelde Sakis Tolis bijna alles zelf in (gitaar, bas en keyboards). Fotis Benardo van o.m. Septicflesh en Firewind deed de drums en de mix. Voor de liveband van Sakis Tolis heeft Benardo nog twee van zijn bandmaatjes uit SixForNine meegebracht en ondanks dat dit nog maar hun tweede optreden samen was, stond de band goed gedrild op het podium van De Leest. Het Sakis Tolis-album werd integraal gebracht, aangevuld met een cover van Daemonia Nymphe en twee tracks van Rotting Christ. Zowel op het album als live voel je dat dit een soloproject is en niet een band waarin elk lid zijn inbreng heeft. Op 13 mei staat Rotting Christ op het podium van het Durbuy Rock Fest en ik vermoed dat de fans daar nog meer plezier aan zullen beleven. Maar wie weet groeit dit soloproject uit tot een vaste waarde en dan zijn er toch enkele honderden mensen die toch maar mooi kunnen zeggen dat ze het tweede concert ooit van Sakis Tolis hebben bijgewoond.

Headliner King Buffalo was de tweede stonerrockband op de affiche. Voor sommigen een verrassende naam als headliner voor Headbanger’s Balls, maar wel een mooie afsluiter. Izegem vormde voor het Amerikaanse trio de aanloop naar een tournee die deze band ook brengt naar de Desertfesten van Berlijn, Londen en Antwerpen en naar zomerfestivals als Copenhell, Hellfest en Ripplefest. We mogen hopen dat hun geluidsman op die tournee alerter is dan in Izegem, want het leek alsof hij de enige was in De Leest die niet doorhad dat het geluid van de drums niet goed afgesteld stond. Maar zelfs dat went en voor de meeste fans was dat maar een kleine ergernis. De focus ligt bij King Buffalo toch nog iets meer op gitaar en bas.
Hun set in Izegem was een mash-up van hun covid-album-trilogie ‘Acheron’, ‘The Burden Of Restlessness’ en ‘Regenerator’, met nog één oudere track als extraatje (“Centurion” van de EP ‘Repeater’).

Headbanger’s Balls Fest maakte zijn reputatie opnieuw helemaal waar: een affiche die uitdaagt en verwachtingen schept en die elke belofte waarmaakt.

Organisatie: Headbanger’s Balls Fest

Hard-Ons

Hard-Ons - Complete miscast

Geschreven door

Hard-Ons - Complete miscast

Het semi-legendarische Hard-Ons zorgde ervoor dat het Sold Out bordje nog eens triomfantelijk in de lucht gestoken kon worden. Deze veteranen uit Sydney zijn duidelijk nog erg populair in de Pit's maar eerst mochten we nog kennismaken met Roda Lits uit Antwerpen. Gelukkig maar.

De vier van Roda Lits begonnen eraan met een lap heftige punkrock. Later zakte het tempo wat en kregen we vuile garagerock gestut door erg aanstekelijke gitaren. Schatplichtig aan de sixties maar toch met beide voeten in het heden. Dit klonk fris en strak en deed me soms denken aan Kookaburra. Ze smokkelden ook een obscure cover in hun set, wat altijd leuk is. Enig speurwerk leerde me dat het om "I'm in Pittsburgh (and it's raining)" ging, een single uit 1966 van The Outcasts. Niet de Noord-Ierse punkgroep maar een vergeten band uit San Antonio die midden jaren zestig een vijftal singles maakte die in 1995 gebundeld werden op een compilatie. Roda Lits bracht in 2018 het album ‘Common specimen’ uit op Belly Button Records, ik denk dat het tijd is om hier een vervolg aan te breien.

Hard-Ons is al sinds 1982 actief, met een korte onderbreking tussen 1994 en 1997, en heeft in al die jaren een stevige live-reputatie opgebouwd, maar die heeft nu toch een flinke deuk gekregen. En dat had alles te maken met hun nieuwe frontman. Die zag eruit als een verlepte Rod Stewart en klonk als Alex Harvey (die van The Sensational Alex Harvey Band) met acute keelpijn. Ik ga niet beweren dat de man niet kon zingen -ik ben trouwens een grote fan van Alex Harvey- maar zijn stem paste totaal niet bij hetgeen waar de Hard-Ons voor staan en dat is voor mij nog steeds ranzige punkrock.
Zowat twee jaar geleden werd de samenwerking met zanger van het eerste uur, Keish de Silva, beëindigd nadat die laatste beschuldigd werd van seksueel wangedrag. Dat mocht eigenlijk geen al te groot probleem zijn want tussen 2001 en 2016 was hij er ook al niet bij en toen nam gitarist Blackie (Peter Black) de vocals voor zijn rekening. Zo zag ik ze ook tweemaal in de Pit's (2011 en 2014).
Waarom er nu een nieuwe man werd aangetrokken blijft een raadsel, terwijl de keuze voor Tim Rogers een nog groter raadsel is. Rogers was jarenlang (zo'n 30 jaar) en waarschijnlijk nog steeds de frontman van You Am I, een nogal saaie powerpopband, hoewel hun eerste platen, die geproduced werden door Lee Ranaldo, misschien wel enige bestaansreden hebben en ze het schopten tot in het voorprogramma van The Who en The Rolling Stones. Bijna niet te geloven dat hij hier nu in een punkhol als de Pit's stond, molenwiekend als een drenkeling en zijn korte broek telkens net niet afstekend. Met zijn dreinende stem leek hij ook het tempo uit de nummers te halen en liet hij de groep af en toe verzanden in belegen glamrock. Nochtans leken de overige groepsleden even enthousiast als altijd: bassist Ray Ahn die niet kon zwijgen over zijn adoratie voor The Kids, de zich flink in het zweet meppende drummer Murray Ruse en Blackie die me opnieuw wist te bekoren met zijn erg gevarieerde gitaarspel waarmee hij een ganse waaier aan stijlen etaleerde.
Ondanks die pijnlijke aanwezigheid van Tim Rogers vielen er toch nog enkele mooie momenten te noteren, zoals afsluiter "Suck 'n' swallow", maar die waren er toch te schaars om mijn gemoed wat op te beuren.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Avril Lavigne

Avril Lavigne - Het ouder materiaal waren de sterkhouders!

Geschreven door

Avril Lavigne - Het ouder materiaal waren de sterkhouders!

Derde keer goede keer … door de coronapandemie werd het concert telkens uitgesteld. Voor de Canadese Avril Lavigne konden de kaartjes uiteindelijk vanonder het stof worden gehaald. Dat was ook het geval voor de kledij van de aanwezigen, die voor één keer geen spijt kregen dat die netkousen en bijpassende rokjes door de jaren heen onderaan in de kast waren blijven liggen.
Vergis je niet, ook mannen waren aanwezig, misschien een verplicht nummer als chauffeur maar OK, anders kon je haar ook zien als je jeugdliefde.

Avril wist zich begin de jaren 2000 te profileren als meer dan de ideale schoondochter. Al snel werd duidelijk waar deze jonge dame voor stond, ze kon een stevig potje tegen de schenen stampen en de middenvinger werd wel eens opgestoken. Een ‘Bad Reputation’ … wat ze er graag bijnam.
De toon was gezet vanavond. We werden in de mood gebracht met wat filmmateriaal. Na de lange intro, die het eerste nummer bleek te zijn, was ze daar, precies zoals we het ons nog herinnerden van in haar beginperiode, twintig jaar later weliswaar … met die rebelse look.
Ohja, we zouden het vergeten, een nieuw album ‘Love Sux’, het zevende ondertussen, is verschenen, waarbij de titel niet mis te verstaan is. "Bite Me, “I'm a Mess”, “Love it when you hate me” en “Love Sux” zelf, zijn nu niet meteen de songs die horen bij een vlekkeloze relatie. Geen van deze nummers zal het vroegere succes evenaren.
"Complicated” van 2002, was het eerste speerpunt van de set. Wat volgde was een wervelwind, die wat in kracht is afgenomen, maar muzikaal hadden we een plaatselijk onweer die voor storm op zee kon zorgen met golven die konden inslaan; het waren dus de grote hits zoals "Girlfriend” en “Sk8er Boi", die samen met "I'm with you", de derde single uit dat fantastische jaar 2002 voor Avril Lavigne, die live, na twintig jaar, de sterkhouders waren.
Een cover van The Spice Girls, “Wannebe” hoorde hier op z'n zachtst gezegd niet thuis. Daar kon de Amerikaanse Phem, die het voorprogramma verzorgde niets aan veranderen. En drummen, dat is de job van de drummer, als je begrijpt wat ik bedoel.
Met behulp van wat vocale tape bleef Avril Lavigne overeind waarbij we de hoogtepunten onthouden. Het zal de grote hits van vroeger zijn. Ze heeft zich een weg gebaand in de melodieuze poppunk en is in het geheugen geprent als een vrouwelijke punksestatie van de jaren 2000. Weigeren om oud of ouder te worden is niet eens zo slecht idee, denken we dan, "Here's to Never Growing Up" was het laatste nummer van een te korte set die amper 75 minuten duurde.
Het gevoel om twintig jaar terug in de tijd te gaan is soms confronterend maar het is tegelijk een prettig weerzien en horen met wat ons muzikaal pad heeft gekruist. Voor wie het niet echt heeft voor Avril Lavigne, kreeg toch een voelbare schop onder de kont!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Romain Ballez
Avril Lavigne
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4821-avril-lavigne-04-05-2023.html
Phem
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4820-phem-04-05-2023.html

Organisatie: Live Nation

G.U.S.T.

Run ‘Till I Die -single-

Geschreven door

G.U.S.T. heeft een nieuwe single en het is een banger! “Run ‘Till I Die” loopt over van testosteron, jeugdige branie en energie op een net iets te hoog wattage.
Denk aan een mix van Electric Six, The Hives, Cowboys & Aliens en Monster Magnet. Aan de lyrics en het vocale geluid kan misschien nog wat langer gesleuteld worden, maar op zich zijn dit geen belemmeringen voor de catchyness van deze single.
G.U.S.T. zet zich met deze single netjes in de slipstream van andere jonge, rockende beloftes als Ramkot, Black Leather Jacket, Lector. en the Heavy Heavy.  

The Mono Kids

Happy Ending -single-

Geschreven door

Het Nederlandse punkduo The Mono Kids heeft na een eerste EP met drie nummers van enkele maanden geleden alweer een nieuwe track uit.
Dit hitsige nummer klinkt opnieuw ‘lower than fi’: rammelende punkrock met een pittig tempo en een paar kleine weerhaakjes. Inzake dynamiek en lyrics doet dit mij wat denken aan “Alec Eiffel” van de Pixies, maar dan zonder de vette productie die zo kenmerkend was voor de Pixies en zonder de bas van Kim Deal.

Een puike single. The Mono Kids are on a roll!

https://themonokids.bandcamp.com/track/happy-ending

 

 

Various Artists

Just Like Heaven - A Tribute To The Cure

Geschreven door

Cleopatra Records verzamelde 11 van zijn bands om elk een cover op te nemen van the Cure. Een beetje zoals Alfa Matrix dat binnenkort zijn tweede tribute-album uitbrengt voor dezelfde Britse band. Er zijn natuurlijk verschillen. Bij Alfa Matrix komen ook minder bekende Cure-songs aan bod, terwijl Cleopatra kiest voor de bekendste singles.

Wat opvalt bij Cleopatra Records is dat ze niet voor de bekendste bands van het label gegaan zijn, enkel The KVB en Pink Turns Blue deden meteen een belletje rinkelen, maar wel voor bands die nog een duwtje in de rug kunnen gebruiken op hun weg naar succes. Die bands hebben er ook best wat tijd en moeite in gestoken. Ze gaan aan de haal met ritme en melodie, maar het blijft wel telkens herkenbaar.

Als we het kaf van het koren moeten scheiden, dan zetten we Velvet Condom (“Just Like Heaven”), Buzz Kull (“Fascination Street”), The KVB (“Lullaby”), Demob Happy (“Pictures Of You”) en Minuit Machine (“Lovesong”) bij het koren en Soviet Soviet (“In Between Days”) , Pink Turns Blue (“Boys Don’t Cry”) en This Cold Night (“Close To Me”) bij het kaf. Op wat Crying Vessel doet met “Friday I’m In Love zouden gevangenisstraffen moeten staan. De rest zweeft er wat tussenin.

Leuk tribute-album. Een paar goeie nieuwe interpretaties. Maar we onthouden hier vooral: nobody plays the Cure like The Cure.

Just Like Heaven - A Tribute To The Cure
Various Artists
Cleopatra Records

https://cleopatrarecords.bandcamp.com/album/just-like-heaven-a-tribute-to-the-cure-2

Lovelorn Dolls

Lullaby -single-

Geschreven door

Het Belgische gothrockduo Lovelorn Dolls heeft een leuke cover uitgebracht van “Lullaby” van The Cure.
De song krijgt muzikaal een soort van Marilyn Manson-jasje aangemeten, met minder gitaar en met vrouwelijke vocalen die soms tegelijk lieflijk en dreigend zijn. De basis en de algemene vibe van het origineel blijven overeind, hoewel die van Lovelorn Dolls er toch met de vuile voeten door gaan. Fantastisch dat deze band niet bezwijkt onder het vaak eindeloze respect dat veel andere artiesten hebben voor een band als the Cure, waardoor ze maar weinig durven veranderen aan de songs.
Lovelorn Dolls is één van de vele bands op het Alfa Matrix-label en deze cover van “Lullaby” is één van de 27 tracks van het tribute album ‘A Strange Play 2’ van Alfa Matrix en het nieuwe zusterlabel Spleen+. Lovelorn Dolls deed in 2014 overigens ook al mee op ‘A STrange Play 1’ van deze tribute-reeks. Op deel 2 staan voorts nog The Cure-covers door onder meer Star Industry, The Ultimate Dreamers, The Breath Of Life, Armageddon Dildos, Implant, Digital Factor en Lights AM. Dat tribute-album komt uit op 23 juni.

Bij de Lullaby-cover door Lovelorn Dolls hoort een leuke video. Die kan je bekijken via https://spleenplus.bandcamp.com/track/lullaby

Predatory Void

Seven Keys To The Discomfort Of Being

Geschreven door

Predatory Void is het nieuwe project van Lennart Bossu (Amenra, Living Gate, Oathbreaker). Andere bandleden zijn zangeres Lina R. (Cross Bringer), bassist en tweede stem Tim De Gieter (Amenra, Doodseskader), gitarist Thijs De Cloedt (Cobra The Impaler, Aborted) en drummer Vincent Verstrepen (Carnation). Dat is een interessante lijst van usual suspects, maar het is toch vooral Bossu die de grote lijnen uitzet en de anderen die hier en daar bijkleuren.
‘Seven Keys To The Discomfort Of Being’ is hun debuutalbum dat zomaar bij Century Media Records van Sony Music uitgebracht wordt. Dat Predatory Void zo labelgenoot wordt van Arch Enemy en At The Gates duidt erop dat de ambitie hoger ligt dan die van een interessant zijprojectje. Dat de band zijn live-debuut in het buitenland maakte, wijst eveneens in die richting.
Van de ambitie terug naar de muziek. Zangeres Lina is een aangename ontdekking. Niet enkel stem-technisch haalt ze hier een mooi niveau, ze legt er telkens ook een authentieke emotie in. De anderen halen netjes het hoge niveau dat we van hen verwachten.
Muzikaal is dit album moeilijk te duiden. De band en het label geven geen duidelijke genre-refereties en na drie tracks had ik evenveel genres opgeschreven als opnieuw doorstreept: post, atmosferisch, doom, death, black, sludge, extreme, … Het zit er allemaal wel wat in, maar misschien niet genoeg om het er als genre op te kleven.
Inzake structuur en songopbouw heeft het album een paar luisterbeurten nodig om duidelijk te maken wat bij welke track hoort. Vooral inzake structuur is dit album een moeras waarin je wegzinkt. De nummers hebben weinig coherentie of eigen gezicht, hoewel er met veel overgave en op hoog niveau muziek gespeeld wordt. Ook na een paar luisterbeurten lijkt dit nog steeds een collage van ‘interessante’ riffs en muzikale bewegingen.

Eén van de betere tracks van dit album is “The Well Within”: ongecontroleerd furieus aan de start, dan een louterende sludge-passage en de belofte van een gestage opbouw naar een eruptie, die er ook komt, om daarna opnieuw in een leegte te vallen. Knap gedaan. Nog een mooie is “Funerary Vision”.

 

Aan ambitie en inzet geen gebrek. Maar het gaat alle kanten op met deze “Seven Keys …”. Misschien waren 2 of 3 keys al genoeg geweest.

 

 

 

Hooverphonic - Terugblik op hun 30 jarige carrière, met een blik naar het nieuwer werk

Geschreven door

Hooverphonic - Terugblik op hun 30 jarige carrière, met een blik naar het nieuwer werk

Drie avonden lang was Hooverphonic in hun thuishaven Sint-Niklaas om een mooi overzicht van hun muzikaal oeuvre te spelen. Al bijna dertig jaar lang intrigeert onze Belgische trots met een brede sound van filmische triphop , sixties rockabilly swing , Morricone en sfeervolle melancho-popelektronica; ze voegen er nu een Zuiders tintje met een aangename dansbeat aan toe. Volgend jaar komt er een nieuwe plaat.
Tijdens de drie avonden kregen we een rits nummers. Een fijne, afwisselende, genietbare set van het trio Callier-Geerts-Arnaert, die lief en leed optimaal met elkaar delen.


Hooverphonic vinden we nu terug in de meest consistente ‘oude’ bezetting. Muzikaal grossierden ze in hun breed oeuvre, bijna 25 nummers. Met zes op het podium zijn ze, een goed geoliede machine, waarbij Geike zich als een popdiva profileert en moeiteloos de nummers van de vroegere zangeressen die bij het duo waren, kan zingen. De band klinkt cool, warm, innemend, fris als aangenaam, dansbaar . Beredeneerd en elkaar wat ruimte biedend … Een diverse klankkleur dus.
De eerste nummers waren nu niet de makkelijkste . De twee uur durende set werd ingezet met “United states of amnesia”, die refereert aan hun ‘sound spectacular’ van de begindagen, filmisch, met een donker, kil randje in elektronica , verder een diepe bas en indringende, twinkelende gitaarriedels, op gepaste wijze gevolgd door “The last thing I need is you” en “Georgia café”, twee minder gekende opgestofte oudjes, die dus duidelijk passen bij de opener. We houden nog even dit sfeertje aan met een ander opgegraven nummer, “Waves” en het nieuwere “The best day of our life”. Sensueel beweegt Geike zich in deze nummers.
In de beginfase maakt Hooverphonic het zich niet makkelijk met het donkere materiaal, Alex geeft er een uitleg aan en in deze kennismaking omarmt en onthaalt het publiek hen warm.
Het meer gekende materiaal krijgt een opgepoetste versie, het mag wel iets anders klinken, intenser, strakker en groovier. “The night before” en “Anger never dies”, twee die voorheen werden gezongen door Noémie Wolfs, zitten in zo’n jasje en zijn goed gezongen . Geike is vocaal op dreef, “Romantic” (directer) , “Eden” (minder orkestratie, meer elektronica), “Jackie cane” (snedig gitaargetokkel) en een innemend “Vinegar & salt” (enkel stem-piano) zijn uiterst spannend, slepend, emotievol, pakkend.
Splinternieuw zijn de singles “Don’t think”, met een portie funkende groove en het Spaans getinte “Por favor”, knipoog naar Manu Chao, en ideaal met een gekoelde cocktail bij ondergaande zon. Het onderstreept hun diversiteit en het kleurrijk palet. En ze nodigen ons uit tot een heupwieg en een danspas op een clubversie van “One, two three” (erg gevat door vrouwelijke én mannelijke vocals) en “Badaboum”. Ze wisselen het mooi af met het ingetogen poprockende “Someone” en “Mad about you”, die beiden een sfeervolle groove meekrijgen.
Er wordt dus soms diep gegraven in hun oeuvre , doorbraaknummer “2 wicky”, trippop pur sang,  halen ze nog aan, dat tussen poprockers “Amalfi” en hun eurovisie-nummer “The wrong place” zit. Het frisse, vol klinkende “Sometimes” sloot hier een tweede keer af.
Het vroegere materiaal werd meer dan ooit hoog in het vaandel gedragen en kreeg een iets andere insteek, o.m. “One way ride” kreeg tribal ritmes, een exotische touch met dubsounds .”Club montepulciano” wordt er eentje van psychedelica trippop. “Fade is the new dope”, een donker nummer, zal de afsluitende track worden van de komende plaat en naar goede gewoonte willen ze live met de track besluiten van de laatste plaat .

Hooverphonic bracht ons een uiterst interessante, avontuurlijk trip , slalomt doorheen hun rijkelijk gevulde oeuvre,  pint zich graag vast aan oudjes en een rits hits, kleurrijk ingebed en doet uitkijken naar het nieuwere werk, waarvan de drie singles niemand zijn ontgaan .
Een brede muzikale smaak, cool, fris, warm, innemend en aangenaam, trippy, dansbaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics (Labadoux 5 t-m 7 mei 2023) @Filip Gheysen

https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4848-hooverphonic-06-05-2023.html?ltemid=0

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Roots & Roses Festival 2023 - Verscheidenheid in het rootsgenre siert het festival

Geschreven door

Roots & Roses Festival 2023 - Verscheidenheid in het rootsgenre siert het festival
Roots & Roses Festival 2023
Terrain Ancien Chemin d’Ollignies
Lessines
2023-04-30
Nick Nyffels

We openen altijd graag ons festivalseizoen in Lessen, net voorbij Geraardsbergen, op Roots & Roses, een gezellig festival, dat zich richt op liefhebbers van garagerock, Americana, rockabilly, blues, rootsy muziek in het algemeen en dit jaar ook hardrock. Het publiek is divers, je ziet oude punkers, veel mensen met tattoos, bikers en rasta’s maar ook de lokale Lessense mensen zijn aanwezig op hun festival, naast ook veel Vlamingen.
De catering is lokaal, je vindt er geen cola, maar lokale frisdranken, naast de typische Saisonbieren van de streek, en diverse eetstandjes met gerechten uit de hele wereld. Dit jaar stond er maar een muziektent, in een Crammerock-opstelling met alternerende podia. Daardoor werd er gesoundcheckt tijdens de optredens, maar dat was nooit echt storend.
Daarnaast was er voor randanimatie gezorgd, met catchwedstrijden naast de festivaltent.

Ik was aanwezig op één van de twee dagen

We pikten nog net het laatste nummer van Kamikazé (een solo-project van een van de leden van The Experimental Tropic Blues Band) mee, een cover van “Riders on the Storm” van The Doors, maar dan in een Suicide-uitvoering.

Chuck Prophet speelde in de jaren tachtig en negentig bij Green on Red. Vorig jaar moest hij zijn toernee afzeggen omdat er kanker bij hem werd vastgesteld, maar hij is gelukkig hersteld zodat hij samen met zijn band The Mission Express zijn laatste plaat ‘Land that time forgot’ kon voorstellen in Lessen. Op dit vroege uur wist hij met zijn charisma het publiek op te zwepen, en bracht hij gloedvolle all-American rock over thema’s als baseball. De geest van Tom Petty was nooit ver weg.

Kitty, Daisy & Lewis wierpen ons terug naar de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw en de tijd van de 78 toerenplaten: een mix van swing, rockabilly, r&b en soul waarbij de broer en zusjes Durham veelvuldig van instrument wisselden.

De revelatie van de dag kwam uit Montréal, Canada: Les Deuxluxes is een garagerock duo in de stijl van The Kills en The Raveonnettes. Etienne Barry speelde gitaar van achter zijn drumstel, en zangeres/gitariste Anna Frances Meyer blies ons omver door haar podiumpresence. Haar bindteksten waren in het altijd grappige Canadees-Franse accent en hoewel de meeste nummers in het Engels gezongen werden, zat er ook een Franstalig nummer tussen. Opmerkelijk was ook het gebruik van een dwarsfluit, wat je toch niet echt verwacht in deze luide garagerock met blues en soul-invloeden.

De Belgische eer werd hoog gehouden door het Limburgs-Waalse Boogie Beasts. Vorig jaar brachten ze nog een plaat uit vol blues-covers, ‘Blues from Jupiter’, waarin ze hun helden als Howlin’ Wolf, Son House en Muddy Waters eren. Bluesrock op maximum volume kregen we ook in Lessen, met een voorname rol voor de mondharmonica. Ze coverden naast hun blueshelden, ook “Honey  White” van Morphine. Liefhebbers van The Black Keys, ZZ Top en Triggerfinger zullen deze band zeker kunnen pruimen. Enig puntje van kritiek, de sound van de band doet op de lange duur alle nummers wel hetzelfde klinken.

Ron Gallo, de slungelige krullebol uit Philadelphia heeft een gloednieuwe plaat uit, ‘Foreground music’ en kwam die met zijn band voorstellen zo rond een uur of zes. Qua genres ging het veel richtingen uit, met naar het einde toe de nadruk op fuzzrock met vuile gitaarsolo’s.

Jim Jones stond al een paar keer op Roots & Roses met zijn Jim Jones Revue, en kwam nu terug met de Jim Jones All Stars. Dit was feestmuziek, vroege rock ’n roll a la Jerry Lee Lewis, met de gitaren die in interactie gingen met de keyboards. De blazers gaven het ook een soultintje, James Brown was nooit ver weg, en ook The Beatles werden geëerd met een cover van “Everybody’s got something to hide except me and my monkey”. Het publiek was enthousiast en riep de band terug voor een bisronde.

Nick Waterhouse was de eerste headliner van de avond. Echt pakkend vonden we het niet. Hij brengt een vintage sound, op de jaren vijftig en vroege jaren zestig geënt, de staande bas kon dus niet ontbreken, en het had naast rock ’n roll ook wel wat soulinvloeden, maar het bleef te veel luistermuziek, die je op een zondagmorgen oplegt, maar waarvoor je niet perse naar een festival moet gaan. De single die er boven uit stak was voor mij toch wel “LA turnaround”.

Het was van hun debuutplaat geleden dat we The Datsuns nog live gezien hadden in de AB, ondertussen al een goede twintig jaar geleden, en sindsdien waren we ze een beetje uit het oog verloren. Ze spelen nog steeds klassieke hardrock, met al de Spinal Tap clichés, alhoewel er ook een beetje Iron Maiden ingeslopen is.  
Versterkers op 11, solo’s in overvloed, benen gespreid en gitaren in de lucht. De oudjes van het debuut waren nog steeds het best, met onder meer “Sittin pretty”, “Harmonic Generator” en het onvermijdelijke ‘MF from hell” in de bis.

Roots & Roses kende een mooie eerste festivaldag, met een verscheiden line up, prachtig weer, en een zeer aangename sfeer. Laat de rest van de festivalzomer maar komen.

Organisatie: Roots & Roses, Lessines  

Pagina 133 van 963