logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Epica - 18/01/2...

DDDJMX

Pray For The Rain -single-

Geschreven door

We schreven al over de eerste single (“All Is Said”) van het binnenkort te verschijnen album ‘Oceaned’; een samenwerking tussen Dirk Da Davo en Jean Marie Aerts. Nu laten ze een tweede single op ons los om ons warm te maken voor het album: “Pray For The Rain”. Hier krijgen we een pulserende beat en bass met een catchy ‘Na, na, na…’ erbovenop. De bass van JMX is samen met de elektronische beats en klanken van Da Davo de basis waarop JMX wat gitaarklanken en DDD zijn meezingbare vocals plaatst. Samen met de eerste single “All Is Said” kunnen we nu al stellen dat het terug een aangenaam, dansbaar en modern underground album lijkt te worden.
Alles werd opgenomen in de Fuerte Sound Station. In april wordt ‘Oceaned’ uitgebracht.

Dance/Elektro
Pray For The Rain -single-

Equal Idiots

Adolescence Blues Community

Geschreven door

Je zou het niet zeggen maar het is intussen bijna drie jaar dat het debuut van Equal Idiots uitkwam. Het is sindsdien hard gegaan en het is ook nooit gestopt. Ze vulden de AB, zanger Thibault zat in allerlei tv-programma’s en presenteert momenteel op StuBru een radioprogramma op zondagavond. Toch was er gelukkig nog tijd voor muziek. Op hun tweede album wilden ze zichzelf niet heruitvinden maar wel een andere kant tonen. Benieuwd of die andere kant veel verschilt met vroeger.
De opener “Run” (en het was tevens hun eerste single) is meteen raak en klinkt helemaal Equal Idiots: puntig, een catchy refrein en met veel bravoure gespeeld. Anders? Nee, maar wel goed. Ook de productie is af. Alles klinkt haarfijn. Veel songs zitten in dit straatje en ik denk dan aan o.m. “Comfortable Home” of “Alphabet Aerobics”, maar we horen ook enkele minder energieke maar daarom niet minder intense songs zoals “Dogs”. Een song die ergens naar Iggy Pop in zijn vroege jaren ruikt. Interessante track.
Als we over een andere kant van Equal Idiots willen spreken dan is dat het geval met “Cowboy Mambo’s Desert Dream”. Het begint met een countryachtig gitaartje en neigt verder in de song soms naar rock and roll en garagerock uit de sixties. Heel geslaagd uitstapje zonder al te ver van hun geluid weg te gaan. “Knife & Gun” heeft met zijn strak gitaartje wat gelijkenissen met The Hives. “16” kennen we al van op de radio. Het klinkt iets minder fris en wat voorspelbaarder dan “Run”, maar het blijft wel een degelijke song. “Wrong” mist wat inventiviteit en is eerder heel premature punkrock met veel herhaling in de lyrics. Op “Time” gaan ze de melancholische toer op. Het blijkt te werken want het is een warm liedje geworden. Afsluiter “Adolescence Blues” is ook de moeite waard en steekt slim in elkaar.
Zeggen dat we een heel andere kant van de band horen is zeker niet waar. Maar ze hebben wel hier en daar andere elementen verwerkt in hun muziek zonder hun typische spirit te verliezen. Dat zoeken naar andere kanten in enkele songs werkt overigens goed want die behoren bij hun betere songs van dit album. Een heel fijne opvolger van hun debuut.

Freak Injection

Daddy Is The Devil

Geschreven door

De band Freak Injection doet in Vlaanderen nog niet meteen een belletje rinkelen. Daar zou verandering in kunnen komen met ‘Daddy Is The Devil’, het eerste album van deze Franse bende elektrorockers. Er zijn heel wat gelijkenissen met populaire Belgische bands als Lords Of Acid en Vive La Fête, terwijl ze zelf zeggen dat ze de mosterd haalden bij o.m. David Bowie, the Prodigy, Nine Inch Nails, Nina Hagen, Madonna, Die Antwoord en Marilyn Manson. Dan zit je met Lords Of Acid, Vive La Fête, Diane Grace, Misery Loves Co-meets-No Doubt en nog Army Of Lovers juister.
Net als Lords Of Acid en Army Of Lovers flirt Freak Injection met alles wat kinky is, zowel in de look van de band als in de lyrics. Toch blijft het allemaal heel braaf, toch in vergelijking met de band van Maurice Engelen. Songtitels als “Sex Me” en “Sex Voodoo” laten uiteraard weinig aan de verbeelding over, maar dat wordt gecompenseerd door het ontbreken van vlot meezingbare refreinen en door lyrics die niet altijd vlot te volgen zijn (en die steevast eindigen in een langgerekt ‘ooohohoooh’). Dat de onderwerpen een beetje stereotiep zijn voor dit soort bands nemen we deze Fransen niet eens kwalijk. De elektrorock van Freak Injection is niet meteen de meest originele. In de jaren ’90 zouden ze hier vet mee scoren, vandaag klinken sommige beats en melodielijnen toch wat gedateerd en doorsnee.
De beste songs op ‘Daddy Is The Devil’ zijn “Evil Raccoon Party” en “Sex Me”. Live zal deze Freak Injection vast vlotter kunnen overtuigen dan op dit album, misschien in het voorprogramma van Vive La Fête of Lords Of Acid.

Dance/Elektro
Daddy Is The Devil
 

Gauss

Heartbeat

Geschreven door

De ‘moeilijke tweede plaat’ wordt weleens beweerd maar dat lijkt niet op te gaan voor Gauss. Het helpt misschien wel als je weet wat je wil en je je daar door niets rondom je heen laat vanaf brengen. Het feit dat bands dezer dagen veel meer in eigen handen hebben in vergelijking met vroeger waar de grote platenlabels beslisten welke producer en songs er moesten komen op je album zal er ook wel voor iets tussen zitten.
In elk geval gaat het duo van Gauss gewoon verder van waar ze stopten met hun eerste album: het maken van elektronisch sfeervolle maar alternatieve muziek. Muziek met meerdere lagen en met een heel eigen smoel. Getuige van de eenheidsworst die radiostations dezer dagen uitzenden , zijn we dan ook blij met een streepje originele muziek. En dat is bij Gauss wel het geval. De stem van Mati Le Dee is begeesterend en feeëriek.
Het doet mij soms een beetje aan SX denken. De synths van Emile Sertyn zijn groots, tegendraads, sfeerrijk… Je hoort heel veel variatie en toch vormt het geheel een mooie homogene sound. Opener “Dance” trapt Portishead-gewijs af (vooral inzake ritmiek) en is vrij introvert. De vervormde mannenstem past heel goed tussen dit grootstad geluid. “Heartbeat” drijft op een sound dat aan een hartslag/monitor refereert. Een song als “A Walk” klinkt de eerste maal wat gek en moeilijk maar zit heel clever in elkaar. De bas, de percussie en de eigenzinnige zang (Björk?!) geven een vreemde sfeer aan de song. Maar wel een topnummertje.
Tien van deze eigengereide nummers staan er op “Heartbeat”. Heerlijke songs die de middelmaat met gemak overstijgen. Ik was al mee met hun debuut en met deze tweede lijken ze nog beter geworden te zijn. In plaats van Hooverphonic naar Eurosong te sturen met een vrij onopvallend liedje hadden ze beter Gauss gestuurd. Ze zouden zeker opvallen en een resem verschillende meningen oproepen. In elk geval klinkt alles goed en zal je met elke beluistering nog nieuwe dingen ontdekken. Super plaatje!

John Blek

The Embers

Geschreven door

John Blek is een Ierse folkartiest en singer-songwriter die al menig jaren zijn sporen heeft verdiend binnen deze muziekstijl. In 2018 werd hij zelfs genomineerd voor de beste song op de Internationale Folk Music Awards voor “Salt In The Water”. Het betekende zijn doorbraak in 2019. Dit dankzij het album 'Thistle & Thorn'. Met 'The Embers' brengt John Blek zijn ondertussen vijfde plaat uit. Boeiende songs, waar de man zich profileert als een troubadour en klasseverteller.
Breekbare songs verpakt in een sound die je naar adem doet happen, worden door die bijzonder warme stem van John toegedekt met een deken tegen koude nachten. Dat is de rode draad op deze gezapige plaat, die eigenlijk wat diezelfde lijn uitgaat maar geen seconde verveelt doordat John Blek je hart vanaf de eerste tot de laatste noot letterlijk omarmt. Vanaf “Empty Pockets” voel je dan ook een intense gloed over jou neerdalen. Met de ogen gesloten wanen we ons in een toestand van complete 'zen' even weg van de harde realiteit rondom ons. Nee, de man doet niet aan scherp uithalen of geluidsmuren omver werpen., noch meningen door de strot rammen of heilige huisjes omver stampen.  Maar op een eenvoudige en sobere wijze die gevoelige snaar raken. Telkens opnieuw en opnieuw. Dat doet John Blek wel keer op keer. In die lijn gaat het dus ook uit bij “Death & His Daughter”, “Ciara Waiting” en andere “Old Hand”. Elke song opnieuw doet hij je naar adem happen, waardoor de pijn in je hart verzacht. Een opvallend mooi moment krijgen we bij “Revived”. De Ierse singer-songwriter Mick Flannery zingt met Blek een mooi duet. Flannery zijn diepe stem past perfect bij de zachte stem van John. Het zorgt voor nog een magie die de haren op je armen doet rechtkomen. Die bedwelmende sfeer keert terug tot het einde met een kers op de taart in de vorm van “Walls”.
John Blek doet je op deze 'The Embers' voortdurend naar adem happen met zijn toch wel zeer bijzondere warme stem. De dromerige en bedwelmend mooie songs op deze plaat zijn één voor één verslavend. Eens onder hypnose gebracht, pink je een traan weg door de emotionele impact van dat wondermooie en het zeer unieke stembereik dat John Blek tentoon spreidt. Het mooiste echter is dat de klasseverteller in alle eenvoud je hart doet bloeden, zonder je pijn te doen. Eerder doet hij een warme gloed over jou neerdalen, waaruit ontsnappen onmogelijk blijkt.

Schoolboy Q

Schoolboy Q - Steengoed Hiphopfeestje in de AB

Geschreven door

Toen Schoolboy Q in 2009 bij Top Dawg Entertainment (TDE) tekende , kwam hij met het idee om een hip hop groep te vormen met enkele artiesten binnen datzelfde label. Black Hippy was geboren en moest de horizonten van de man zijn mogelijkheden verder exploreren. “The new N.W.A.” zoals sommigen het noemen wordt naast Schoolboy Q nog altijd bezet door Jay Rock, Ab-Soul en Kendrick Lamar himself. Dat grote geweld resulteerde nog niet in een album, maar het viertal was doorheen de jaren nooit te beroerd om vooral elkaars solo carrière tot een hoger niveau te tillen.

In dat opzicht was het niet meer dan logisch dat Schoolboy Q één van die homies meenam naar Brussel. Met een klepper als Jay Rock mochten de hiphop fans zich dan ook meermaals in de handen wrijven en dus was je er maar beter vroeg bij in een uitverkochte Ancienne Belgique.
Al na één nummer werd duidelijk dat er van een voorprogramma eigenlijk geen sprake was. Met "Knock It Off" zette Jay Rock de tent meteen in lichterlaaie en dat hield hij meer dan een dozijn aan nummers vol. Qua show gehalte hield de man het dan weer kurkdroog, want met enkel een licht bezopen beatmaker achter zich moest het publiek het vooral hebben van Jay Rock's vuur en dat was er gelukkig in overvloed. Nummers als "The Bloodiest", "Tap Out", "King's Dead" of"Vice City" deden de tongen twisten en de heupen dansen en dat op een maandagavond nog wel. Het boefje uit L.A. is uitgegroeid tot een graadmeter als we het hebben over hiphop en met die status mocht de man al eens een kleine speech houden over het alom gekende cliché dat je je dromen moet volgen. Voor één keer namen we het er bij. Jay Rock in één woord beschrijven wordt moeilijk, maar in drie woorden lukt nog net 'WIN WIN WIN'.

Een ander straatboefje kreeg de eer om zijn voorganger te overtreffen. Op papier misschien een lastige klus, maar daar trok Schoolboy Q zich maar weinig van aan. Wat in de man zijn voordeel speelde was dat Jay Rock het publiek meer dan alleen ontdooide en daar kon zijn maatje de vruchten van plukken. Een opener als "Gang Gang" deed wat we hadden verwacht, want die schijf hitste het publiek alleen maar meer op. Het gevolg was dat Q's hiphop en stevige trap beats voor een kolkende massa zorgden die we vroeger al eens tegenkwamen bij een stevige hardcoreshow. De grote kracht die van Schoolboy Q een straf artiest maakt was zijn overtuiging en onvermoeibaarheid, waarmee hij zelf de zitplaatsen omtoverde tot een swingende staantribune. En wanneer het bij bijvoorbeeld "CHopstix" al eens wankelde, wel dan was het diezelfde overtuiging die ons een oogje deed dichtknijpen. Nummers als "Floathing", That Part", "Man of the Year"" en "5200" kwamen wel heel stevig binnen, waarbij het publiek tussendoor wat ademruimte nodig had en kreeg in de vorm van "Dangerous" en een acapella versie van "Numb Numb Juice".

Schoolboy Q stak net als Jay Rock de keet moeiteloos in brand en deed daar een schepje bovenop wanneer hij ons nog dit jaar een nieuwe plaat beloofde. Hoera, Schoolboy Q is nog lang niet uitgezongen en dat werd ook in de Ancienne Belgique duidelijk. Wie fan is van
steengoeie hiphop moest in de Ancienne Belgique zijn en wie de trein had gemist zal hem in de nabije toekomst nog wel ergens tegenkomen op één of ander belangrijk festival. En zo werd het vanavond een Top Dawg Entertainment (TDE) feest, die we met veel plezier nog eens willen over doen, maar dan in het weekend a.u.b.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Schoolboy Q
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/schoolboy-q-03-02-2020.html
Jay Rock
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/jay-rock-03-02-2020.html

Organisatie: Greenhouse Talent ism Ancienne Belgique, Brussel

And Then Came Fall

Should We -single-

Geschreven door

And Then Came Fall was op hun debuutalbum nog wat moeilijk te plaatsen. We bleven toen wat hangen in termen als ‘loungy’ en ‘herfstig’. Op hun nieuwe single “Should We” is hun bandgeluid nog wat puurder, maar zeker niet makkelijker te definiëren. Ergens tussen Blue Blot en SX in op deze track, beetje dansbare blues, beetje introspectieve singer-songwriter, … De urban-feel is deze keer wat verder weg dan op het vorige album en ingeruild voor een sound waarin de hele band aanwezig is. De lyrics en emoties staan iets meer centraal. Puike single. Misschien toch eerder Radio 1 dan Radio 2.

https://www.youtube.com/watch?v=NIjF9aNbmvg

Sabaton

Sabaton - The Great Show

Geschreven door

Hoewel de jongens van Sabaton quasi ieder jaar wel ergens op een Belgisch podium te vinden zijn, is de band populairder dan ooit. Bewijs hiervan is het feit dat het concert dat eerst in de Lotto Arena geprogrammeerd stond al snel verplaatst werd naar grotere broer het Sportpaleis. Met een tourtitel als ‘The Great Tour’ (n.a.v. het kakelverse album ‘The Great War’ (2019)) en een resem bombastische shows op het palmares waren de verwachtingen hoog. Opwarmers van dienst waren Amaranthe en Apocalyptica.

Toen we een gezellig gevuld Sportpaleis betraden had Amaranthe net zijn set afgewerkt. De landgenoten van Sabaton deden klaarblijkelijk wat van hen verwacht werd want de sfeer bij het publiek zat er al aardig in.

Apocalyptica mocht verder het vuur aan de lont steken. De band die bestaat uit 3 cellospelers en een drummer, kennen we als gevestigde ambassadeurs van de ‘classical metal’. De Finnen brachten een korte, doch gevarieerde set waarbij Elize Ryd van Amaranthe enkele nummers van zang mocht voorzien. Hoewel Apocalyptica over een lijvig repertoire eigen nummers beschikt, waren het toch vooral de coverversies van Metallica die het meeste bijval oogstten. Niet moeilijk als je weet dat hun eerste album ‘Plays Metallica By Four Cellos’ (1996) zorgde voor hun grote doorbraak.

Omstreeks twintig na negen werd de aandacht van het publiek getrokken door de tonen van ‘In Flanders Fields’. Geen koor deze keer, enkel een zwart doek met het logo van Sabaton. De klassieke opener was ook nu weer “Ghost Division” waarbij de pyrotechnische kraan onmiddellijk aardig opengedraaid werd. Langs alle kanten ontplofte wel iets toen het Zweedse metalcommando na het vallen van het doek tevoorschijn kwam. In een artificieel geschapen niemandsland vol prikkeldraad en zandzakken overzag drummer Hannes van Dahl vanop zijn tank het geheel en liet zanger en volksmenner Joakim Brodén begaan. Laatstgenoemde, zoals steeds gehuld in gemetalliseerde debardeur en met typerende zonnebril, had er klaarblijkelijk zin in en liet het publiek al snel uit zijn hand eten.

Ook nu weer kregen we een show te zien waarbij kosten noch moeite gespaard werden. Zo leek tijdens “Great War” de zaal haast letterlijk in vuur en vlam te staan, vuurde Brodén een bazooka af op de tank, waren er kostuumwissels en kregen we uiteraard begeleidende projecties op de reusachtige ledwand te zien. Hoewel al deze elementen zeker extra smaak gaven aan het optreden, was hoegenaamd niet alles even geslaagd te noemen. Zo werd er voor de start van “The Red Baron” een Hammondorgeltje in de vorm van de gekende rode tweedekker op het podium gerold en kon Brodén het niet laten om wat introdeuntjes van bekende klassiekers (“Jump” van Van Halen en “Thunderstruck” van AC/DC) te spelen. Deze goedkope zet werd gelukkig snel vergeten toen enkele nummers later de vrienden van Apocalyptica op het podium verschenen om een stuk van de set te begeleiden. De synergie die hierbij ontstond was een streling voor het oog en oor.
Op de setlist stonden uiteraard veel nummers uit ‘The Great War’ (2019) waarbij vooral “Great War” en “The Attack of the Dead Men” bijbleven, maar het waren toch vooral de afsluiters “Primo Victoria”, “Swedish Pagans” en “To Hell and Back” die enige seismologische activiteit veroorzaakten.

Sabaton imponeerde met de welgekende formule en bewees wederom dat het thema oorlog paradoxaal genoeg ook voor vreugde en verbondenheid zorgt. Tot deze zomer?

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/sabaton-02-02-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/apocalyptica-02-02-2020.html

Organisatie: Biebob

Freya Ridings

Freya Ridings - Op de rand van de Grote Doorbraak …

Geschreven door

Jack Cullen is de eer te beurt om het publiek in de stemming te brengen en dat doet hij met verve. De jonge blonde god met Brits-Ierse roots is een voormalig rugbyspeler, zijn professionele sportcarrière kon hij wel vergeten na teveel blessureleed & toen hij tevens zijn 'girlfriend' aan den einder zag verdwijnen, was dat reden te over om zijn verdriet in muziek om te zetten. Hij vult het podium in zijn ééntje samen met zijn 2 gitaren en het publiek geniet van de songs en de enthousiaste zanger. Bij “I don't know much better” maakt hij nog een leuk zijsprongetje naar “Get down on it” en na nog wat promo voor zijn merchandising verdwijnt hij na een 7-tal songs achter de coulissen.

Dat de Orangerie te klein zou zijn wisten we wel, het concert was al zo goed als uitverkocht van bij zijn aankondiging en vélen zochten tevergeefs nog naar tickets, althans volgens de berichtgevingen op TicketSwap. Wij waren erbij en maar goed ook ! Op de klanken van de cello en wat licht gedrum wisten we dat het startsein gegeven was. En zowaar daar was ze Freya Ridings, in een ietwat bombastische met gouddraad doorstikte gobelin minijurk, ze gleed achter de piano en stak van wal.
Van de eerste noot zat het raak en bracht ze de zaal in vervoering samen met haar muzikanten. Wat een dijk van een stem, een tril, bibber of timbre, noem het zoals je wilt, het geeft emotie en power aan haar songs. “You mean the world to me”, we geloven het graag. Haar foute keuze in mannen resulteert in de 'gebroken/verbroken' liefdesballads die ze aan mekaar rijgt en welke ze ons onder begeleiding van de piano één na één voorschotelt. Halfweg de set krijgen we het wondermooie “Castles” , ‘I'm gonna build castles from the rubble of your love' hoeveel hartzeer kan een vrouw hebben vraag je je af, maar we moeten toegeven dat de muziek gebouwd op het puin van Freya's woelige liefdesleven opmerkelijke songs teweeg brengt. De vergelijking met Adele en ook met Florence Welch , die lazen we wel al vaker, maar in mijn ogen is Freya gewoon Freya.
Samen met haar band brengt ze steengoede muziek met een hoog rockgehalte. Aangezien ze al 10 jaar dagelijks een dagboek bijhoudt, een geheim welk ze ons verklapte, zal ze nog niet gauw zonder onderwerp vallen. “Unconditional” is één van de weinige happy love songs die ze brengt en naast de piano is Freya ook de gitaar meester, geleerd van papa Ridings.
Het einde nadert en als toemaatje krijgen we nog “Lost without you” en vervolgens een streepje gospel met “Holly Water”. Dat laatste maakt dat we met een goed gevoel de zaal verlaten.
In 2017 maakte Freya een passage in de Rotonde, nu is het de Orangerie, waar ze de volgende keer haar tenten optrekt zal geheid nog een maatje groter zijn van locatie. Maar misschien eerst heel even van Tinder af, Freya ? We houden de concertagenda in de gaten en zien je graag snel weer terug. Thank you for the music !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/freya-ridings-01-02-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/jack-cullen-01-02-2020.html

Organisatie: Botanique, Brussel

Editors

Editors - Voor elk wat hits

Geschreven door

Eind vorig jaar bracht Editors ‘Black Gold’ uit, een best of album met hits uit hun zes studioplaten, voor koopgrage fans aangevuld met een drietal nieuwe nummers. Lag dit album onder jouw kerstboom, dan is de kans groot dat je er gisteravond ook bij was in Antwerpen. De band kwam er hun ‘best of’ live brengen in een ruim op voorhand uitverkocht Sportpaleis. Zeker in België en Nederland zijn de Britten uitgegroeid tot een stadionband met een hele schare trouwe fans. Een status die ze in eigen land nooit hebben verworven.

Wie die status in eigen land wel aan het verwerven is, is het Limburgse vijftal van Whispering Sons. Toch wel dé Belgische postpunkband van het moment. Dat zij door Editors zijn uitverkoren tot voorprogramma voor de volledige ‘Black Gold’ tour spreekt boekdelen. Een naar eigen zeggen zeer vereerde Fenne Kuppens gooide zich dan ook voluit. Wie denkt dat het Sportpaleis enkele maatjes te groot was voor de jonge Vlamingen, had het mis.
Whispering Sons bedwong moeiteloos de Antwerpse evenemententempel met hun onheilspellende, aan The Sisters of Mercy schatplichtige sound. De diepdonkergevooisde frontvrouw, opvallend gekleed in lang wit, flaneerde onbevreesd over het grote podium terwijl de rest van de band, onopvallend gekleed in bescheiden zwart, eventjes liet horen waaraan ze die stevige livereputatie danken. Vooral met snedige versies van “Alone” en “Hollow” toonden ze zichzelf een meer dan waardige opener voor Editors. Kuppens’ oerkreet aan het einde van “Waste” ging door merg en been en was voor Tom Smith, Russell Leetch, Ed Lay, Justin Lockey en Elliot Williams zelfs het signaal dat ze dadelijk uit hun pijp zouden mogen komen.

Dat liep niet meteen van een leien dakje. Editors opende met “An End Has A Start”, maar het bleek een beetje een valse start. Het geluid zat niet onmiddellijk goed, en dat lag niet alleen aan de legendarische slechte akoestiek van het Sportpaleis.
Het duurde toch een liedje of vier vooraleer de band de juiste sound te pakken kreeg. Dat vonden we jammer, want zo passeerden een aantal zwakke versies van sterke nummers uit hun eerste twee platen. Maar niet getreurd. Vanaf “Magazine” gingen de rode podiumlichtjes aan en daarmee vond de band precies ook de schakelaar van de goeie klank. Qua intensiteit ging het concert nu in stijgende lijn, met frontman Tom Smith die zich bijna letterlijk als een showrunner in het zweet liep en van de ene  naar de andere kant van het podium sprong, sloop en kroop. Zijn handdoekje was al snel uitwringbaar.
Helaas zat het met de intensiteit nu en dan beter dan met de kwaliteit van de songs. Zoals te verwachten viel, zagen we twee gezichten van Editors: enerzijds de spannende band die samen met The Killers en Interpol rond 2005 de postpunkrevival inluidde en anderzijds de bij momenten nogal flauwe band die na het vertrek van gitarist Chris Urbanowicz in 2012 een richting insloeg waarin we ze met de beste wil van de wereld niet helemaal konden volgen. Getuige het nummer “Violence”. Met hoeveel overtuiging ze het ook brachten, geweldig is het geenszins. Het blijft een op flauwe beats getrokken stukje pathetiek voor huismoeders en -vaders. Of de nieuwe single “Frankenstein”: een makkelijke meestamper met veel ‘oe-oe’ maar geen aha-erlebnis.
Op zich getuigt het van moed en innovatiedrang dat de band omstreeks 2012 een meer dansbare elektronische weg insloeg. Alleen postpunkpuristen houden wél van Joy Division en niét van New Order. Maar Editors is New Order niet. De band slaagt er niet in om met elektronica dezelfde spanning op te wekken als met snerpende gitaren. De elektronica komt helaas te dikwijls uit dezelfde synthesizerklankenwinkel waar ook David Guetta en co klant zijn. Nu, een groot deel van het Sportpaleis was gekomen om ook die liedjes te horen en ze kregen waar voor hun geld. “Papillon”, de op een Tiësto-remix geënte megahit van de band, kon wel bekoren. Het nummer blijft aanstekelijk als een malariamug. Het kreeg de zaal voor het eerst van voor tot achter aan het dansen.
Met een akoestische versie van “The Weight Of The World” deed Tom Smith, helemaal in zijn eentje midden op het podium, het gestamp even vergeten. Verademend. Het vormde een mooi opstapje naar “Spiders”, dat met hetzelfde akoestische gitaartje aanving om vervolgens uit te groeien tot een klein meesterwerkje van ingetogen melancholie. Waarna de band weer alle registers opentrok met “A Ton Of Love”, maar dan wel die registers die we ze graag zien opentrekken: die van gejaagde gitaren en loeiende lyrics. Lockey die zijn snaren geselt en Smith die half over het podium kruipend de woorden van diep uit zijn onderbuik uit zijn strot perst: ‘Desire! Desire!’ Het zal wel zijn.
Met “Eat Raw Meat = Blood Drool” wist de band de teneur van het concert in één strofe te vatten: ‘I give a little to you, I give a little to him, I give a little to her’. Voor elk wat wils dus. Voor de fans van de matige meestampers, de fans van de melancholische meezingers en zeker ook de fans van het prille postpunkwerk. De Britten waren gekomen om werkelijk iedereen tevreden te stellen. Ze gooiden er als tegengewicht voor de commerciële krakers een handvol songs ‘from the early days’ tegenaan en bedankten het publiek met een wellicht op de Brexit alluderende ‘Thanks for spending your Saturday night with us British bastards’.
Het hoogtepunt van de avond bewaarden ze voor een straffe bisronde met magistrale versies van “Munich” en “Smokers Outside The Hospital Doors”. Dat laatste nummer leek alles van een finale te hebben. We konden ons niet voorstellen dat het erna nog meer crescendo kon gaan. Dat deed het ook niet, maar terwijl de rest van de band triomfantelijk het podium verliet, gordde Smith toch de akoestische gitaar weer om. En wel om in zijn eentje het tot gevaarlijke temperaturen verhitte volk even opnieuw af te koelen met een liedje dat hij naar eigen zeggen speciaal had bewaard voor het Belgische publiek: “No Sound But The Wind”, of wat dacht je? ‘Our little secret’, noemde Smith het. Het werd een magisch Mia-moment, compleet met smartphonelichtjes.
Our little secret… Wat een sympathieke frontman, toch. Je vergeeft ‘m met plezier de valse start en ook de stinkers in de set van een over het algemeen sterk concert vol fun en hits voor iedereen. Ook voor kniesoren zoals ondergetekende. Live staat de band nog altijd als een huis. Dat er enkele lelijke bakstenen in de muren zitten, nemen we er dan maar bij.

Setlist: An End Has A Start - Bullets - Bones - Escape The Nest - Magazine - Sugar - Upside Down - Violence - Frankenstein - Papillon - Ocean of Night - The Weight Of The World - Spiders - A Ton Of Love - Formaldehyde - Eat Raw Meat = Blood Drool - Blood - Fingers In The Factories - Walk The Fleet Road - You Are Fading - Distance - The Racing Rats - Munich - Smokers Outside The Hospital Doors - No Sound But The Wind

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be  

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/editors-01-02-2020.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/whispering-sons-01-02-2020.html
Organisatie: Live Nation

Pagina 283 van 964