Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Epica - 18/01/2...

Tusmorke

Osloborgerlig Tusmorke: Vardoger Og Utburder Vol.1

Geschreven door

Met dit album, dat ik voor het gemak ‘Vadoger’ zal noemen, zit de  Zweedse band (uit Oslo) aan release nummer 3 dit jaar. In dit trio van releases exploreren ze de lokale historie en mythes van Oslo. Het is terug een conceptalbum geworden. Het is tegelijk een verzameling van curiosa. Daarmee bedoelen ze dat het een verzameling van demo’ s en outtakes is geworden.
Het fijne aan de release is dat ze in het tekstboekje telkens kort toelichten vanwaar de song komt of  wat hij betekent. Zo’n duiding vind je niet veel terug heden ten dage. Telkens staat er ook een vertaling naar het Engels van de lyrics. De zang is wel in hun eigen taal. De openingstrack is een soort van oud-folk of volksmuziek. Zelf vind ik het wat oubollig klinken. Vooral de zang. “Gamle Oslo” is beter en klinkt een stuk donkerder ook. Ook “Kjentmannen” is heel genietbaar en catchy. Het neigt naar folkrock. De afsluiter “Gamle aker Kjerke” is een folknummer dat een progressieve songstructuur heeft. Fluiten, pipes, violen en clavinet worden veelvuldig gebruikt. Daarnaast komen de klassieke instrumenten zoals de gitaar, bas en drum ook aan bod.
Ik word niet meteen wild van dit plaatje. Maar liefhebbers van oude en heemachtig  klinkende folk gaan dit zeker waarderen. Het zit goed ineen en bezit een eigen stijl. Wie zich wil verdiepen in de mythen en sages van Oslo zal hier zijn gading vinden.

The N.O. Train Jazzband

The N.O. Train Jazzband - Vanuit de wortels van waaruit jazz is ontstaan

Geschreven door

Lajos Van Peteghem (trombone), Guido Ros (piano), Danny Verleyen (saxofoon en klarinet), Arnold De Schepper (bas) Marcel Vermeir (banjo), Koen Van Peteghem (drums) en Jan De Coninck (trompet) vormen samen The N.O. Train Jazzband. We kunnen stellen dat hier een legendarisch concept op het podium staat van de Lokerse Jazzklub. We citeren uit de biografie op de website van Jazzklub. "De wortels van de New Orleans Train Jazzband (ontstaan in 1974 en al 37 jaar het huisorkest van de Lokerse Jazzklub liggen in Dendermonde, waar de leider van de band,  trombonist Lajos Van  Peteghem, medestichter was van de Jeggpap New Orleans Jazzband en van  de Honky Tonk Jazzclub. Hij is nu penningmeester van Jazzcentrum Vlaanderen in Dendermonde." Dat is toch heel wat, mede omdat dit concept tot ver in het buitenland gekend is binnen het jazzgebeuren. Een perfect kerstfeest dus, vanuit inderdaad de wortels van waaruit jazz is ontstaan, om een concert- en festivaljaar met een knal af te sluiten.

De Lokerse Jazzklub is niet enkel een begrip in Lokeren, het is een vermaarde jazzclub met allures tot over de taal en andere grenzen. We keren even terug in de tijd. De Lokerse JazzKlub werd opgericht in 1964 en is intussen zowat de oudste muziekclub van het Waasland en zelfs één van de oudste van het land. Klinkende namen binnen de scene als Toots Thielemans, Philippe Catherine en Jef De Neve hebben in de Jazzklub gestaan. Oud-voorzitter Guido Ros - zelf een icoon in Lokeren en omstreken trouwens - leeft letterlijk voor de  jazz en kent enorm veel mensen in die scene. Dat opent natuurlijk veel deuren. Meer nog, mede dankzij stichtend lid Marc De Gryze stond de Jazzklub circa veertig jaar geleden aan de wieg van Lokerse Feesten. Ook dat is een statement om mee uit te pakken toch? De Jazzklub moest in 2014 verhuizen naar een andere locatie. Wie ooit in die locatie in de Gasstraat in Lokeren is geweest, weet dat dit een gezellige zaal was die al even iconisch kan genoemd worden als de club zelf. Het was een beetje afwachten hoe die nieuwe locatie de fans zou bevallen. Het voormalige atletieklokaal van AVLO is echter heel goed gelegen. Er is voldoende parkeerplaats en bij het binnenkomen van de intieme zaal en bar voel je jezelf ondergedompeld worden in een gezellige atmosfeer, die je prompt doet terugdenken aan de tijd van toen. Huidig voorzitter is Iwein van Malderen.  
Missie geslaagd zo blijkt nu, want men vertelde ons bovendien dat men dit jaar zeker niet hoeft te  klagen over de opkomst naar de concerten die daar plaats hebben gegrepen in 2018.

Jazz leeft!
Ook op deze zaterdagavond was het gezellige zaaltje goed volgelopen. Het gerstenat vloeide tierig, de trompet en sax klonken warm en gemoedelijk. En iedereen applaudisseerde met evenveel enthousiasme na weer eens een magische solo. Nergens valt er een speld tussen te krijgen als de blazers instrumenten samenwerken en een wolk over de zaal jagen, die aanvoelt als een warme gloed die je hart binnendringt. Waardoor prompt menig gevoelige snaar wordt geraakt. Echter beland je hierdoor niet in een tranendal, want de sfeer is gemoedelijk en de humor en kwinkslagen vliegen eveneens in het rond. Ondanks de gezegende leeftijd van de bandleden op dat podium, stralen ze trouwens nog steeds een jeugdige spontaniteit uit van jonge wolven in het vak. De soort jazz die ze brengen is de basis waarrond die muziekstijl is ontstaan, maar waaruit ook de moderne free jazz van heden den dage is ontsproten, net door die zin om te improviseren tot in het oneindige tentoon te spreiden.

Nog zo een opvallend gegeven, dat met verstomming slaat: pianist Guido Ros komt iets later aan, terwijl de band er toch al een paar songs heeft opzitten, gaat aan de bar achter een fris potje gerstenat. Hij slaat een babbeltje met mensen in het publiek en gaat met een kwinkslag achter zijn piano zitten om daar plots magie uit te toveren alsof hij al twee uur aan het spelen is. Dat alleen al getuigt van grote klasse. Een soort klasse dat elk van de leden van The N.O. Train Jazzband uitstraalt trouwens. Menige saxofoonsolo van Danny Verleyen of trompetgeschal van Jan De Coninck doen de haren op onze armen recht komen van innerlijk genot. Bovendien blijkt daarbij het drumwerk van Koen Van Peteghem en de verdovende baslijnen van Arnold De Schepper een meerwaarde te zijn binnen het geheel. Om niet te spreken over de zwevende banjo klanken die Marcel Vermeir uit dat instrument tovert. De kers op de taart wordt geleverd door Lajos Van Peteghem die niet alleen een virtuoos is met zijn trombone, maar bovendien een klasse entertainer blijkt te zijn, en geregeld zijn warme jazzstem in de strijd gooit.

Laat echter één ding duidelijk zijn, ook al is elke inbreng apart  indrukwekkend te noemen, net door het feit dat elk van de heren dezelfde kant uitkijken en evenveel spelplezier aan de dag leggen ontstaat het soort magie dat ons terug doet keren naar de hoogdagen van de jazz. Heel, heel lang geleden. The N.O. Train Jazzband bewijst daardoor dat jazz, of toch de soort jazz van bijvoorbeeld de jaren '40, nog steeds springlevend is. De band bestaat trouwens uit topmuzikanten die niets meer moeten bewijzen, als je weet dat de band in zijn circa veertigjarige carrière op jazzfestivals van Dendermonde, Gent, Namur, Breda, Eindhoven, Tilburg, Enkhuizen, Dunkerque (F), Brecon en Llangollen (Wales), Dresden (ex-DDR) en Nürnberg (D) heeft gestaan. Maar ze mochten ook ons land vertegenwoordigen op Expo 98 in Lissabon (Portugal), op Expo 2000 in Hannover (D), Expo 2005 in Aichi (Japan) en in 2008 in Zaragoza (Spanje). Dan hoeven we daar toch geen tekeningetje bij te maken? En toch weigert de band een routineklus af te werken, maar doet ze net door die spontaniteit en het oneindige improviseren eerder een oorgasme ontstaan, waardoor we wegzweven naar verre jazz-oorden. En met een brede glimlach, een traan wegpinken van innerlijk genot. Bij elke sax, trompet of piano aanslag. Tot in het oneindige.

De toekomst van Lokerse Jazzklub
Dat Lokerse Jazzklub ook vooruit kijkt? Dat is een vaststaand feit. Bekijk even het programma voor 2019, en je stelt vast dat deze Jazzklub telkens heden, verleden en toekomst met elkaar verbindt.
INFO: http://www.lokersejazzklub.be/ en of de facebook pagina van De Lokerse Jazzklub: https://www.facebook.com/lokersejazzklub

Organisatie: Lokerse Jazzclub

Novastar

Novastar – Hartverwarmende avond!

Geschreven door

Een magic touch ervaren we als Novastar aan het werk is . Anderhalf uur is het publiek in de band van Joost Zweegers die z’n adhd omzet in een setje van heerlijk genietbaar melodieuze pop . Moeiteloos switcht hij tussen gitaar en piano en behoudt het perfect spelen en zingen . De pop van Novastar heeft een herfstig palet , melancholisch karakter en krijgt een extra impuls door z’n goed op elkaar afgestemde band , waaronder gitarist Reinhard Vanbergen, één van de spilfiguren van Das Pop.

Meteen steekt de sing/songwriter in Joost Zweegers van wal . Solo zet hij drie songs in op gitaar en piano, “The laines” , “Millersan” en “Longtime” . Het nieuwe album ‘In the cold light of Monday’ wordt hier dus in de spotlights geplaatst .
Zweegers neemt steeds de tijd om nummers te schrijven . Ze worden uitgediept , zijn sfeervol, kleurrijk en worden omfloerst door zachte toetsen , heerlijke ritmes en z’n intieme, gevoelige stem. Enkele oudere songs worden op deze plaat aangehaald en krijgen ook live een aangepast aangemeten jasje .
Het valt op hoe  fris en helder de songs klinken en wat een en extraverte push ze meekrijgen. “Where did we go wrong” brengt z’n band bijeen en klinkt snedig . De sympathieke artiest palmt z’n publiek in; een beetje op z’n Luka Blooms , weet hij een uniek sfeertje te creëren. Hij fokt zichzelf op ,  maakt allerhande moves en beweegt z’n gitaar in alle richtingen, die geen afbreuk neemt aan de kwaliteit en zang . Een podiumbeest is hij, die de koude avonden in deze winterperiode warmer maakt …
Vanbergen neemt een prominente rol in om de songs gitaar-gestuurd te houden , de keys zijn zalvend en de drums zorgen voor een twinkelende ritmiek. Een gretig spelende band zien we dus .
Het nieuwe materiaal wordt afgewisseld met z’n hits en andere sterke songs . “Words out”, “Life is all”, “Holly” en de huidige single “Cruel heart” plaatsen zich naast “Tunnelvision” en het gekende “Because”, “Lost & blown away” , “When the lights go down”, “Closer to you” en “Never back down” . Nummers met een verdomd sterk refrein .
We worden dromerig meegevoerd in die melodieuze oorstrelende pop door de opbouw , finesse , emotie en rauwheid, die in elkaar verweven zijn. Wat een backcatalogue krijgen we.
Het warme onthaal doet de band enorm veel deugd .  
Zijn songschrijverstalent en stem zet hij nogmaals in de verf  in een prachtige eindfase . “Tommy K-Tyson” wordt sober op gitaar gespeeld , “Home is not home” , “The best is yet to come” en de definitieve afsluiter “Caramia” zijn vet , die het publiek meesleuren en laat mee neuriën.

Wat had je anders gedacht  …Hier hadden we en set van elegante schoonheid , het nieuwe krijgt de tijd zich een plaatsje toe te eigen in onze gevoelswereld en het oude zet het publiek in vuur en vlam . Novastar had er zin in . Bij de uitvoering is zondermeer ‘keep the flame alive’ het motto in deze de Warmste Week van StuBru.
In het voorjaar van 2019 onderneemt Zweegers en C° met Novastar een heuse clubtournee. Wees erbij voor een hartverwarmende avond!

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Thorium

Thorium

Review Filip - Thorium is de nieuwe band van drie mannen die een tijdlang bij Ostrogoth gespeeld hebben. Op hun debuutalbum schemeren hun roots nog een sterk door, maar hoor je ook een heel degelijke heavymetalband. Vlaanderen kent een opstoot van degelijke bands in dit genre met voorts o.m. Ironborn, Eternal Breath, Hell City en het herrezen Scavenger.
Thorium is schatplichtig aan Iron Maiden, Manowar, Vicious Rumors en Helloween, maar dat geldt eigenlijk voor elke band die zich aan dit genre waagt en die flink wat power in het geluid heeft. Een paar keer gaan ze de moderne toer op en komen ze uit bij Sabaton, zoals op “Powder And Arms”. Nou ja, modern is dat intussen eigenlijk ook niet meer. Je merkt op dit album wel een zekere liefde voor de klassieke heavymetal van de jaren ’80, met wat we dan maar ‘old school’-powermetal en lichte dosissen progelementen zullen noemen. Vernieuwend is het niet, maar je voelt wel de passie van deze muzikanten. En ze kunnen terugvallen op aardig wat jaren ervaring.
“Icons Fall” behoort samen met “Powder And Arms” en “Court Of Blood” tot het beste van dit album. “Icons Fall” ontbeert enkel nog een vlot meezingbaar refrein om een klassieker te kunnen worden. Het vierluik “Four By Number, Four By Fate” omvat vier sterke nummers met op het eerste gehoor weinig muzikale of inhoudelijke samenhang. Afzonderlijk hadden de vier misschien nog meer indruk gemaakt. Door ze te bundelen heb je nu één nummer van een kwartier.
Thorium hinkt op dit album op twee benen. Enerzijds lijkt het alsof de band er nog niet helemaal uit is waar hun sterkste punten liggen. Anderzijds kunnen de sterke composities en de speeltechniek niet verhullen dat dit een band met gerijpt talent is. Een prima debuut.

Review Wim - Drie leden (Dario Frodo, Stripe en Tom Tee) van de legendarische band Ostrogoth waren vol inspiratie en ideeën. Maar niet alles leek in het Ostrogoth plaatje te passen. Na de breuk met Ostrogoth wilden ze alles toch releasen en werd Thorium opgericht. Ze voegden nog drummer Louis Van Der Linden (o.a. 23 acez, Vermillion…) en vocalist David Marcelis (o.a. Lord Volture, Black Knight…) toe aan hun line-up. Daarna werd hun debuut afgewerkt.
Op deze plaat worden elementen uit de klassieke metal, de NWOHBM, speed en trash metal gebruikt in hun muziek. Ook de zang kan je eerder als klassieke metal vocals bestempelen.
Het klinkt stevig, melodieus en goed. Het gitaarwerk doet bij momenten aan Iron Maiden, Iced Earth of Judas Priest denken. De zang is goed. Melodieus en met hoge uithalen. Fans van metal uit de vorige eeuw zullen hier zeker en vast van houden.
Er wordt met een korte, sfeerrijke instrumental “March of the Eastern Tribe” geopend; die dan overvloeit in de tweede song “Ostrogoth”. Het tempo gaat de lucht in en is een echt strijdlied. Met een lijn als “We Are The Ostrogoth” vermoed ik hier toch een kleine sneer naar de oude band waar ze deel van uitmaakten. “Court of Blood” ligt niet zo ver van Saxon. Ook hier duiken ze in de middeleeuwen en de tijd van de ridders en koningen. “Godspeed” opent met een heerlijk  catchy gitaarlijn. Ook de ritmesectie is weer strak. Een mooie song. Dat kunnen we ook van “Godspeed” zeggen. “Powder and Arms” gaat meer richting trash metal. Op “All Manner of Light” beginnen ze de song als een ballad om dan over te gaan naar een Iron Maiden geïnspireerde track. Daarna schakelen ze terug een versnelling hoger met “Return to the Clouds”. Afsluiten doen ze met een stukje progressieve metal (een beetje in de stijl van Dyscordia) van 15 minuten. De intro is een klassiek akoestisch stukje gitaar dat overgaat in klassieke heavy metal. Na een vijftal minuten gaat men terug over naar de akoestische gitaar om daarna een tweede en derde deel aan de song te breien. In deze epische song heeft men alle kenmerken en stijlen van de band gestoken. Een heel fijne song.
Dit debuut van Thorium is ronduit fantastisch. Vernieuwen doen ze niet maar ze waaien een frisse bries doorheen gekende stijlen en genres. Alles samen krijgen we toch een herkenbaar geluid met de nodige eigenheid. Een meer dan geslaagde plaat.

El Yunque

O Hi Mark

Geschreven door

De Limburgse oorspronkelijke vooral noiserock-gerichte band El Yunque ontstond in 2013. Puur muzikaal wordt de band nogal vaak vergeleken met een kruisbestuiving tussen het oorverdovende van Swans en Lighting Bolt. Echter hen in een hokje duwen is anno 2018 deze band enorm tekort doen. Op hun nieuwste schijf 'O Hi Mark' komen avant-garde-invloeden bovendrijven, maar blijft El Yunque, binnen een donkere omkadering, eveneens de ziel beroeren.
Met een langgerekte “Googol” - circa acht minuten en een kwart - zet de band de toon voor de volledige plaat. Geen hapklare hapjes vlees, maar muziek waarvoor de luisteraar een zekere inspanning moet doen. Dreigend, verschroeiend en duister. Dat is wat je voorgeschoteld krijgt. De band houdt duidelijk ook van potjes experimenteren tot in het oneindige. Dat is ook nodig met songs van een duurtijd van rond de zes minuten tot elf minuten. Zoals het wonderlijke “Siri, Please (I,II &III)”.
Het grote verschil met vroeger? De band hoeft geen geluidsmuren meer op te trekken om je murw te slaan. El Yunque doet dit door je op een uiteenlopende wijze gewoon tot waanzin te drijven. De songs hebben ene hypnotiserende invloed op je gemoed en doen je op het puntje van je stoel gespannen zitten luisteren. Waanzin is inderdaad een andere rode draad doorheen dit duister meesterwerk waar grenzen worden verlegd, waar er feitelijk geen grenzen zijn. Op diezelfde elan blijft de band doorgaan op daaropvolgende langgerekte meesterwerken als “Earily” en “Boneyfacio” waar El Yunque net door die enorm dreigende ondertoon angstaanvallen bezorgd.
Absurdistan, daar zijn we aanbeland als we deze plaat enkele stevige luisterbeurten geven. Want inderdaad, de hoofdmoot is absurditeit, waanzin, bevreemdende klanken fabriceren, experimenteren en zichzelf voortdurend heruitvinden. Het zijn de rode draden doorheen 'O Hi Mark'. Song na song zet El Yunque je op het verkeerde been, vaak door traag maar enorm dreigend op je in te hakken. Op geen enkel moment haak je af, net door die enorm hypnotiserende inwerking op je gemoed. Kortom, El Yunque brengt een bijzonder kunstzinnige klasseschijf uit in het verlengde van zijn voorgangers, maar net heel anders. Door avant-garde-invloeden te combineren met noise en porties freejazz, verlegt de band weer eens een nieuwe grens, op momenten waar we dachten dat er geen grens meer was.
Tracklist: Googol 8:46; Sword Beach 5:42; De Milo 6:23; Siri, Please (I, II & III) 10:58; Earily 5:27; Boneyfacio 6:04

Cocaine Piss

My Cake -single-

Geschreven door

Cocaine Piss is inmiddels een gevestigde waarde in noise en smerige punk. Reviewers dachten bij hun debuut dat de nieuwe Sonic Youth was opgestaan. Live zorgen die van Cocaine Piss voor veel ongeleide energie en vervelend wordt het nooit. Het album dat ze opnamen met de legendarische producer Steve Albini krijgt binnenkort een vervolg, met alweer Albini achter de knoppen, maar de vooruitgestuurde single “My Cake” belooft niet veel goeds.
“My Cake” duurt amper 45 seconden en omvat vooral het hysterische geschreeuw van de zangeres dat iedereen van haar cakeje moet blijven en een paar ‘fucks’ als bonus. Niet dat wij moeilijke mensen zijn en wij houden zelfs van stronteigenwijze singlekeuzes, maar het mag toch net iets meer zijn. Heel even dacht ik nog dat dit een verkapte MeToo-boodschap was, maar ik vrees dat dat te mainstream is voor Cocaine Piss en dat ze al zeker niet de moeite zouden nemen om zoiets te verbloemen tot ‘touch my cake’. Bovenop de tekstuele leegte komt nog dat deze track ook muzikaal weinig voorstelt. Intens en overlopend van energie? Of het muzikale equivalent van een vuurpijl afschieten?
B-kantje “Pretty Pissed” is beter. Niet omdat het nummer bijna de anderhalve minuut haalt, maar omdat er muzikaal en inhoudelijk iets gebeurt in dit nummer. Het belangrijkste pluspunt is toch dat we hier wel het gevoel hebben dat we naar een ‘compleet’ nummer luisteren. Toch, Sonic Youth is nog ver weg.
Er is ook goed nieuws. Cocaine Piss heeft de gewoonte om oud werk te laten ‘herinterpreteren’. Wat de Luikse Party Harders gemaakt hebben van “Inner Unicorn”, daar worden wij (zelfs als rabiate gitaarliefhebbers) nu eens meteen vrolijk van. Als dancetrack is dit geheid een floorfiller, met een heel knappe songopbouw. Djohndoe’s remix van “Treehouse” leunt dan weer sterk aan tegen de weerbarstige noise van het origineel, maar in OTON’s remix van “Pinacolalove” worden de dansschoenen opnieuw aangetrokken. Er is dus nog hoop.
Mocht dat nieuwe album van Cocaine Piss niet zo schitterend zijn, kan deze band nog even verder als muze voor de nationale elektro-scene.

Front Line Assembly

Eye On You -single-

Geschreven door

Front Line Assembly was vorige zomer één van de toppers op het W-Festival. Eén van de andere top-acts daar was de Deutsch-Amerikanische Freundschaft (DAF) van Robert Görl. Of de samenwerking in Amougies afgesproken is, dat zouden we eens moeten vragen, maar feit is dat Görl meedoet op “Eye On You”, de nieuwe single van Front Line Assembly.
De single is de voorbode van het album ‘Wake Up The Coma’ dat ergens begin 2019 uitgebracht zal worden. In de album-mix is “Eye On You” vintage Front Line Assembly, ondanks de medewerking van Görl. FLA en DAF liggen overigens muzikaal niet zo gek ver uit elkaar. De gitaren werden in 2012 opgeborgen en het ziet er niet naar uit dat ze voor ‘Wake Up The Coma’ opnieuw bovengehaald zullen worden. Dit is ebm volgens het boekje, lekker old school.
Bij de single horen nog twee remixes, zonder zang, zo gaat dat tegenwoordig. Terence Fixmer gooit er wat extra dansbare beats tegenaan, maar kan het geen zes minuten spannend houden. Orphx neemt het risico om het nummer nog één minuut verder op te rekken en kampt met hetzelfde probleem: dansbaar dat wel, maar ergens halfweg zullen de meesten al afgehaakt hebben.

Gèsman

De Boerdrie Tapes: 1998-2002

Geschreven door

Sinds de doorbraak van Het Zesde Metaal wordt zowat alle pop en rock in het West-Vlaams doodgeknuffeld, maar de bands die eerder (mee) aan de kar gesleurd hebben, worden al eens vergeten.
Gèsman is één van die bands die al lang en nog steeds hun weerbarstige americana aan de man brengen vanuit het Texas van Vlaanderen en in het Kortrijks. Hun eerder dit jaar uitgebrachte album ‘Olput Blues’ was een eerste stap naar eerherstel. Voor hun oudere albums heb je al wat speurwerk nodig, maar Mayway Records maakt het ons alvast gemakkelijk met ‘De Boerdrie Tapes: 1998-2002’, een soort van handleiding of overzichtstentoonstelling van het vroegste werk van Gèsman, van de periode vóór hun eerste officiële release. Deze Boerdrie Tapes worden enkel digitaal uitgebracht, maar dat mag de pret niet drukken.
Het is een verzameling van wat we vroeger demo’s noemden: nog geen definitieve versies, geen perfecte opnames, veelal akoestisch met enkel zang en gitaar. Zo staan er demoversies op van Gèsman-klassiekers als “Mathieu” en “Lattet An U Erte Kom’n” van het debuutalbum ‘Slich Van ’T Eten’ uit 2004. “Buenas Tardes Amigo” van Ween wordt in de versie van Gèsman het droefgeestige “Ei Doa”. “Fucking With My Head” van Beck wordt bij Gèsman het hilarische “Kerstdag In Min Uoft”. Dat laatste is echt helemaal zo’n nummer dat zich voor lange tijd tussen je oren nestelt. Zeg niet dat we U niet gewaarschuwd hebben. En zo weten we bovendien waar deze fijne band de mosterd haalt.
Het is niet al goud wat blinkt op deze ‘Boerdrie Tapes’. Aan “Meiskes” is zowel muzikaal als tekstueel nog wat schaaf- en schuurwerk, net als aan “Zwoare Combinatie”, maar je merkt wel reeds de klasse van deze band. Andere nummers kunnen dan weer meteen op een album, mits de strenge hand van een producer en een degelijke mix. Het vaag naar Gorki ruikende “Indioan’ is er zo een. Of “Mr. Vervaeke”. Of het spacerockende “Ip Boane Ut Space”. Alvast drie parels die we nog eens in hun volle glorie willen horen op een volgend album van Gèsman.
“Spekke” is geen lied, maar een minutenlang aangehouden, hopelijk verzonnen verhaal over de ontstaansgeschiedenis van de band. Die zwarte en toch kwajongensachtige humor, die ook dik aangezet in de andere nummers van deze ‘Boerdrie Tapes’ zit, hebben we een beetje gemist op ‘Olput Blues’.
https://open.spotify.com/album/7ANdIZEE4PzRY8Fd1DGVHb?si=20OeYjYDQpuxR2LSJWgptg

Matches

X

Geschreven door

Matches is een Duitse band die het midden houdt tussen postpunk en fuzzpunk. Het tempo van punk, de fuzz in de overall sound en de weemoed in de teksten. Hoewel je met dit recept doorgaans in de donkere jaren ’80 uitkomt, klinkt Matches op ‘X’ heel erg bij de tijd.
De gitaren klinken als die van Red Zebra, maar dan met nog meer galm en distortion, richting de shoegaze van de Jesus & Mary Chain. De drumritmes duwen deze band dan toch in het vakje van de punk en zelfs posthardcore. Het analoge geluid en de eenvoud van de opnames lijken dan weer uit een genre als garage te komen. Is Matches daarmee dan een poging om van verschillende walletjes tegelijk te eten? Het is maar hoe je het bekijkt. Voor de die-hard-punkfan zijn de nummers op ‘X’ vast te soft. Omgekeerd zal de gemiddelde fuzzrock-liefhebber zijn neus ophalen voor het hoge tempo en zal de doorwinterde postpunkfan het misschien na een paar nummers al opgeven. Het kan met andere woorden alle kanten op.
Wat in dit verhaal wel als een paal boven water staat, is dat deze Duitse band meer kan dan een juiste sound neerzetten. De nummers lijken eenvoudig, maar zijn heel efficiënt in opbouw en timing. Ook de refreinen zijn herkenbaar en meezingbaar. ‘X’ heeft niet echt nummers die erbovenuit steken, maar als je deze band wil ontdekken, begin dan misschien bij “Lost” en “Let Go”.
https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=AorDqKCrQRs

NONN

XVII

Geschreven door

Op ‘XVII’ van NONN zijn de jaren ’80 helemaal terug. Ritmes uit de hoogdagen van de coldwave en de synthpop, zelfs heel herkenbare drumcomputers, diepe baslijnen, die typische songopbouw, de ijle gitaarsound, … het hele plaatje klopt en roept herinneringen op aan de begindagen van Front 242, Neon Judgement en Poésie Noire. Suicide is ook een beetje een referentie. Soms gaat het wat meer in de richting van industrial en drone, maar de geest van de jaren ’80 blijft telkens intact.
Alleen tekstueel mangelt er een en ander bij NONN. Niet zozeer de monotone, zeemzoete fluisterzang is het probleem, wel dat je nergens duidelijk te horen krijgt waar de nummers over gaan. Dat was in de jaren ’80 wel anders. Met die fluisterzang krijg je ook geen refrein of catchfrase die zich echt in je hoofd nestelt.
NONN twijfelt op dit album tussen pop en underground. In pop-nummers als “Pray” en “Believe” zijn ze degelijk, maar ook inwisselbaar met de betere synthpop. Als ze meer naar de underground-sound gaan, zoals op “Beyond”, krijgt NONN ook meer een eigen gezicht.
De beste momenten van deze ‘XVII’ zijn de catchy single “Clear”, de coldwavetrack “Hide” en de industrial-stamper “Where”. “Reach” is heerlijke moderne postpunk die ook op het album van Whispering Sons had kunnen staan, maar mist net als wel meer tracks op dit album een eigen gezicht. Nog wat schaven en schuren en het volgende album van NONN zal er boenk op zijn.

Pagina 351 van 964