logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Gavin Friday - ...

Hell City

Flesh & Bones

Geschreven door

Heavymetalband Hell City haalt hard uit met het comeback-album ‘Flesh & Bones’. Over de term comeback kan je wat discussiëren, maar deze Limburgers hebben toch een tijdje stilgelegen na het onverwachte overlijden van hun (vorige) bassist. Dat gegeven had de basis kunnen zijn voor een flinke dosis melodrama, maar de band koos ervoor om Michael Konovaloff in de eerste plaats te eren met een sterk album. Een keuze die op zich al ons respect verdient.
Op ‘Flesh & Bones’ is het enthousiasme om muziek te maken bijna tastbaar. In vergelijking met de vorige albums van Hell City is dit een pak zwaarder en agressiever en daar is drummer Tommy Goffin verantwoordelijk voor, die met zijn grunts accenten legt op de cleane vocalen van zangeres Michelle Nivelle. Enkel op de relatief korte anti-Trumptirade “Bogus Potus” zijn de grunts de leadvocalen. Ook de andere bandleden presteren hier bovengemiddeld sterk.
Een aantal tracks steken er bovenuit: de singles “Your Darkest Hour” en “Supernatural”, het vinnige “Me My Enemy” en de epische titeltrack “Flesh & Bones”. Inzake songopbouw, lyrics en speeltechniek moet de vernieuwde bezetting van Hell City geen lessen meer krijgen en met een sterproducer als Dan Swanö kozen band en label voor topkwaliteit.
Met dit album kan Hell City opnieuw meespelen in de Europa League van de heavymetal.  

Blak Juju

Murder Style -single-

Geschreven door

Blak Juju werd in 2015 opgericht door Dirk Jans (drummer bij De Mens en Brasseur), zangeres Sibyl Jacob (Moiano, DJ4T4, Buscemi) en DJ Dirk Swartenbroekx. Later werd de band aangevuld met zanger/rapper TD Rankin (Steve Emmanor en Buscemi) en bassist Ben Brunin (Vive la Fête, Isolde et les Bens). De bandnaam telt één ‘c’ minder dan Black Juju, de song van Alice Cooper en de naam van een Griekse doommetalband.
Blak Juju focust in de eerste plaats op stomende liveshows waarbij dub, reggae, electro en EDM op originele  en exotische wijze  blenden tot een oververhitte dansvloer.
Volgend jaar komt er een volledig album, maar nu is er reeds de single “Murder Style”, met een Buscemi die het groepsgeluid zeker niet overheerst. Het zijn de muzikanten en de zanger en zangeres die hier de show stelen, anders dan op de eerste tracks die op Bandcamp gezet werden. “Murder Style” klinkt alsof het in Jamaica opgenomen werd en is dansbaar van begin tot eind. Positif vibes all the way. Als alle tracks van dat komende album dit niveau halen, zal het inslaan als een bom.
https://www.youtube.com/watch?v=4VveExVYWxc&feature=youtu.be

Sleath

Autumn Skies EP

Geschreven door

Het Gentse label Vuilbak grossiert doorgaans in ambient en experimentele muziek, maar brengt regelmatig ook knappe lo-fi uit. Zopas is er de EP 'Autumn Skies' van singer-songwriter Sleath.
In de goede Vuilbak-traditie krijg je hier ongepolijste 'slaapkamer-opnames' van een artiest die nog zijn weg zoekt, maar die hebben hun charme. Sleath heeft niet veel meer nodig dan zijn stem en een akoestische of elektrische gitaar en met beide weet hij de juiste accenten te leggen. Zodanig dat de percussie op het voorts prachtige “Blue Monochrome” eerder stoort dan iets toevoegt. Op de Red House Painters-cover “Uncle Joe” klopt het plaatje met de percussie wel.
“The Last Twist Of The Knife” heeft een lekker psychedelische gitaar-outro die nog te vroeg afgebroken werd. Het parlando op “Survival Kitten” enerveert meer dan het scoort. Het is vooral op titeltrack “Autumn Skies” dat Sleath een grote onderscheiding haalt, met een outro die doet denken aan REM in hun begindagen.
Deze EP doet in zijn doodeerlijke aanpak een beetje denken aan het Hitchhiker-album van Neil Young, aan de jonge Lou Reed, Fred Abong, Dee Calhoun of – dichter bij huis – Pauwel De Meyer. Als songwriter moet Sleath nog een stuk groeien en nog eelt op de ziel kweken. Er is nog wat schaafwerk aan de lyrics, maar ik kijk uit naar wat deze Sleath zou doen met een volledige band, voldoende studiotijd en de strenge hand van een ervaren producer.

LeWis

Mathilda -single-

Geschreven door

LeWis (Louis De Roo) heeft muzikaal al een lang parcours afgelegd en dat hoor je in zijn nieuwe single "Mathilda". Op het eerste gehoor past hij in het rijtje zoetgevooisde jongemannen waar we eerder Milow, Milo Meskens en Mooneye ondergebracht hebben. Of als we buiten de landsgrenzen gaan kijken: George Ezra en Bastille. Maar er is meer. Deze “Mathilda” is heel matuur in de arrangementen en songopbouw, waardoor alles ook net iets langer blijft hangen. Ook de lyrics getuigen van een combinatie van talent, ervaring en het je laten omringen met de juiste mensen.
Het is bovendien een heel raak gekozen single, want een beetje relationeel drama in een ballad van een knappe jongeman doet het tegenwoordig goed. Er kan maar weinig fout gaan met de carrière van LeWis.
Singles als deze smeken om opgepikt te worden door Radio 1, Radio 2 of zelfs Studio Brussel en ook Spotify zal ongetwijfeld voor de bijl gaan. Is het niet met deze “Mathilda” dan wel met één de volgende singles.
https://www.youtube.com/watch?v=WrlWakXAv6Y

The Black Eyed Peas

The Black Eyed Peas – Geslaagd voor sfeer en gezelligheid

Geschreven door

‘I got a feeling that tonight’s gonna be a good night’. Met die gedachte spoorde ik zaterdag richting Brussel om The Black Eyed Peas na een achtjarige afwezigheid terug aan het werk te zien. Toen ik op de trein nadacht over de songs die ze in het verleden lanceerden, moest ik vaststellen dat een karrenvracht ervan ooit de hitparades sierden. Hun derde album ‘Elephunk’ (2003) heeft hier alles mee te maken: het is niet enkel het eerste album waarbij de band alternatieve hiphop inruilt voor een eerder ‘poppy’ sound, maar ook het debuut van Fergie als zangeres. Wie nog nooit de singles “Where is the Love”, “Shut up” en “Let’s Get it Started” gehoord heeft, moet ofwel onder een steen geleefd hebben, ofwel in volledige ascese trappist gebrouwen hebben.

Het ging hard voor de band, tot in 2011: de leden van de Black Eyed Peas beslisten om een tijdelijke stop in te lassen waarbij ze ver weg van de schijnwerpers aan nieuw materiaal zouden werken. Na enkele ritjes op de geruchtenmolen verliet Fergie vorig jaar echter de band om zich te focussen op haar solocarrière. De overige leden lieten het niet aan hun hart komen en werkten het zevende studio-album, Masters of the Sun Vol. 1,  af dat op 26 oktober van dit jaar boven de doopvont gehouden werd. Een gelijknamige tour, die aangekondigd werd als de wedergeboorte van de Black Eyed Peas, kon uiteraard niet uitblijven. Zaterdag 17 november was ons land dus aan de beurt.

De Belgische DJ Daddy K en opkomend talent India Love mochten het verwachtingsvolle publiek opwarmen. Dat ze daar ruimschoots in slaagden, bewees de mexican wave net voor de Black Eyed Peas het podium betraden.

Black Eyed Peas - De Amerikaanse band opende met – hoe kan het ook anders – “Let’s Get it Started” en de toon was gezet. De vierkoppige liveband en een knappe scenografie die bestond uit een gigantische, verlichte driehoek, ondersteunden de verschijning van een opgewekte Will.iam, Apl.de.ap en Taboo, de drie originele leden van de Black Eyed Peas. Alvorens de enthousiaste fans de kans kregen om op adem te komen, volgden “Imma Be” en “Rock That Body”. Het licht euforische gevoel van herkenning dat ik had, werd al gauw getemperd want hoewel de drie heerschappen blakerden van zelfvertrouwen, zongen ze (te) vaak naast het ritme. Daarenboven kreeg de PA waarschijnlijk bericht om de micro’s luid genoeg te zetten zodat iedereen zonder problemen ieder woord zou horen. Dit benadrukte helaas de vocale tekorten en zorgde bij momenten ook voor een storende galm.
Dat Fergie er niet bij zou zijn, wisten we op voorhand. Het was dan ook nieuwsgierig uitkijken naar wie haar plaats zou innemen. Na een viertal nummers kwam het antwoord:  Jessica Reynoso, een finaliste van The Voice of the Philippines. Een prima zangeres én meerwaarde voor de show, die helaas als een lookalike van Fergie werd neergezet.  Hoewel de zangeres zeker Fergies pumps zou kunnen dragen, zie ik haar nog niet onmiddellijk in haar voetsporen treden, daartoe mist ze simpelweg de x-facor die Fergie heeft. Mij leek het ook alsof ze door de andere bandleden in haar vrijheid beknot werd en niet mocht verwachten dat ze dezelfde aandacht zou genieten als hen.
Ondanks dit alles vliegt het eerste uur voorbij en bouwt Vorst een feestje. De meeste mensen die naar Brussel afgezakt zijn, komen immers niet om muzikaal te degusteren maar om de hitjes mee te brullen. Gaandeweg het midden van de set was er echter een dip in de show. Nieuwe singles als  “Ring The Alarm”, “Constant” en “Big Love” waren duidelijk (nog) niet gekend en leverden dan ook een akelige stilte op in het publiek. Lieve woorden van Will.i.am en Taboos getuigenis over zijn gevecht tegen kanker vier jaar geleden , wakkerden de betrokkenheid van het publiek opnieuw aan. Dankzij enkele Will.i.am hits, die mijns inziens overbodig waren op een Black Eyed Peas concert, steeg de sfeerbarometer zelfs maximaal. De climax werd echter bereikt op het einde, toen “Where is the Love?” en “I Gotta Feeling” Vorst in lichterlaaie zette.

Al bij al was het ‘a good night’ dankzij de vele hits die de Black Eyed Peas in hun repertoire hebben en die ze strategisch op de setlist plaatsten. Gelukkig was de uitvoering ondergeschikt aan de vreugde die de hits teweegbrachten. Om hun achtjarige afwezigheid goed te maken wordt er trouwens nieuw werk verwacht in april én oktober 2019.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/135
Organisatie: Live Nation

The Human League

The Human League - Strak geregisseerde synthpop zonder houdbaarheidsdatum

Geschreven door

Ook zonder écht relevante platen uit te brengen verdient Sheffield’s finest The Human League reeds decennia lang een aardige stuiver in het 80ies revival circuit. Het grootste deel van dat lucratieve pensioenplan heeft het Engelse gezelschap opgebouwd van pakweg ’81 tot ’86 toen hun tussen kunst en kitsch laverende synthpop zowel door new wave adepten als door de commerciële mainstream wereldwijd werd gesmaakt. De drie voornaamste veteranen uit die glorieperiode, frontman Philip Oakey en zangeressen Susan Ann Sulley (‘de blonde’) en Joanne Catherall (‘de zwarte’), horen we niet klagen als zou hun populariteit inmiddels tanende zijn: schijnbaar moeiteloos liepen zowel de AB, het Kursaal en de Roma afgelopen weken vlotjes vol om de hitmachine uit het foutste decennium van de muziekgeschiedenis aan het werk te zien.  

The Human League trekt dit jaar de wereld rond met hun ‘Red tour’, een nostalgische knipoog naar een vroegere gewoonte van de band om hun vinyl singles rood te merken als ze expliciet voor de dansvloer bestemd waren. De designers van de flashy video wall op de achtergrond hadden dat duidelijk goed begrepen: rood was een regelmatig terugkerend kleur in een verknipt decor van muziekclips, video animaties en fluoprojecties dat het publiek in een handomdraai terug naar de 80ies katapulteerde op de strakke synthpop beats van “The Sound Of The Crowd”. Meteen viel op hoe de onderkoelde bariton van de inmiddels 63-jarige Oakey nog steeds akelig perfect klinkt. Was dit het betere lip sync werk ... of toch het resultaat van een popster pur sang die zich gewoon goed soigneert in de herfst van zijn carrière en als een afgetrainde atleet van de ene naar de andere trap holde? We hebben geen bewijzen voor het eerste dus veronderstellen dan maar het tweede.
Dé voornaamste bestaansreden van The Human League anno 2018 zit verpakt in ‘Dare’, dat ene classic album uit ’81 waarop de synthese tussen de elektronische spielerei van Kraftwerk en de space disco van Giorgio Moroder het nieuwe handelsmerk van de groep werd. De klassieke synthpop singles uit dat album zoals “The Things That Dreams Are Made Of”, “Open Your heart” en “Love Action (I Believe in Love)” ontbraken natuurlijk niet in Oostende en lokten prompt een horde dolle vijftigers uit hun comfortable zetel richting frontstage om een danspasje op een halve tegel te wagen. Voeg daarbij andere popparels als “The Lebanon” (yep, ineens werd hier zowaar een gitaar gespot op het podium), de lichtvoetige Motown pastische “Mirror Man” en de enige noemenswaardige 90ies hit “Heart Like A Wheel”, en je hebt het recept voor een onvervalst feestje der herkenning dat gewoonweg niet kón mislukken.
Oakey & co hadden gelukkig ook wat minder evidente songs op het menu staan. Het atmosferische “Seconds”, met voorsprong het beste nummer uit ‘Dare’, werd toendertijd weggemoffeld als B-kantje van “Don’t You Want Me” maar heeft intussen zijn eeuwigheidswaarde bewezen als inspiratiebron voor uiteenlopende acts van Ladytron tot LCD Soundsystem. Ook met de okselfrisse elektropop van “Night People”, een vergeten single uit League’s laatste album ‘Credo’ (’10), overbrugde de Engelse veteranen moeiteloos een aantal generatiekloven. Op haar beurt keek de groep ook eens achterom richting eigen inspiratiebronnen, en kwam wonderwel uit bij Ryuichi Sakamoto’s Yellow Magic Orchestra wiens “Behind The Mask” een glossy en zeer geslaagde makeover kreeg.
De meeste ogen mochten dan al gericht zijn op de drie oorspronkelijke leden, toch verdienen de twee synthspelers en de drummer evenveel krediet om de tot in de puntjes uitgekiende greatest hits show van begin tot eind strak te regiseren. Het gaf Oakey en zijn twee stoïcijns voor zich uitkijkende Griekse godinnen meteen ook de tijd en ruimte om vestimentair uit te pakken en hun voormalige reputatie als stijliconen van de new romantic movement hoog te houden. Oogverblindende glitters, potsierlijke pluimen, halve kilts en doorzichtige regenjassen: you name it en het zat in de verkleedkoffer van Sheffield’s finest.

Tijdens de twee toegiften schetste The Human League mits magistraal gekozen contrasten haar eigen muzikale evolutie van een avant-gardistisch elektro gezelschap (“Being Boiled”) naar een catchy synthpop band met Abba-esque neigingen (“Together in Electric Dreams”, een toenmallige joint venture tussen Oakey en de onvermijdelijke Moroder).
Slotsom: net als bij de recente concertreeksen van Kraftwerk voelde de tot op de milliseconde strakke timing toch wel wat steriel aan, maar evenzeer als hun geestelijke vaders kwam The Human League hier toch vooral bewijzen dat hun muzikale erfenis weinig aan relevantie heeft ingeboet. Kunst - kitsch: 1 - 1.

Organisatie: Live Nation

Uncle Acid & The Deadbeats

Uncle Acid & The Deadbeats - Onversneden garage-metal

Geschreven door

Uncle Acid and The Deadbeats wordt nogal snel bestempeld als een metal band. Een beetje kort door de bocht is dat, vooral voor een band die net iets te graag zelf uit die bocht vliegt. Laat ons aannemen dat het hier gaat over een soort metal die bij voor voorkeur in een gammele schuur is opgenomen in plaats van in een peperdure studio. Metal ontdaan van alle bombast, kapsones, spierballen of lachwekkende haardossen. Uncle Acid houdt het liever rauw en smerig en dompelt de versterkers maar al te graag in een bad van steengruis alvorens ze volledig in het rood te laten gaan. Denk aan Black Sabbath en Blue Oyster Cult die in een vochtige kelder zijn opgesloten, of aan Ty Segall die Kyuss door een versleten vleesmolen draait.

Geen band die de lo-fi metal beter beheerst dan Uncle Acid & The Deadbeats (of het moet Fuzz zijn, niet toevallig weer een hobbyclubje van Ty Segall), getuige de vijf albums die ze inmiddels al bij mekaar gesmeed hebben. ‘Wasteland’ is daarvan de laatste en het is wederom een ferm staaltje grofkorrelige garage-metal. Daaruit zijn de gejaagde en snedige gruisrockers “I See Trough You” en “Shockwave City” blijkbaar al tot publiekslievelingen uitgegroeid, en met het slepende monstertje “No Return” wordt Black Sabbath door een toxisch bad van modder en salpeterzuur gesleurd.
Verder graait Uncle Acid ook nog flink uit hun back catalogue. Krakers als “I’ll Cut You Down”, “Mt Abraxas”, “Waiting For Blood” en een verschroeiend “Death’s Door” doen de stoom uit alle schouwen tegelijk blazen. Het klink ronduit geweldig, sneert als een heuse orkaan door de AB en laat daarbij heel wat vunzige rock’n’roll-smurrie achter.
Live weet Uncle Acid immers dat rauw en gemeen geluid nog een extra dimensie te geven. De onverstaanbare vocals klinken alsof ze uit een ondergronds buizenstelsel komen, maar ze zitten de ongepolijste powersound als gegoten. Zo ook de gitaarsolo’s, dit zijn hoegenaamd geen spreidstand-ego-trips met guitar-hero allures, ze staan daarentegen volledig in dienst van de scheurende songs. Uncle Acid creëert daarmee een sfeertje waarin het publiek wordt opgezogen in een bad van giftige stoner-rock en smerige proto-metal. De voltallige AB Ballroom laat zich er vanavond gewillig in onderdompelen.

Als dit al metal zijn, dan is Uncle Acid & The Deadbeats tenminste een band die de rock’n’roll terug in het genre heeft gebracht. En dat is meer dan welkom.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Parquet Courts

Parquet Courts - Tevredenheid op een koude donderdagavond

Geschreven door

Het is een koude donderdagavond, midden november, wanneer Parquet Courts zijn nieuwe plaat 'Wide Awake' voorstelt in de Botanique.
De New Yorkse groep bracht met deze zevende plaat een accurate beschouwing van de moderne tijd. Met elk nummer, kritiek op een deel van onze hedendaagse samenleving.

Zoals “Total Football”, de opener van de plaat, maar ook van deze avond, dat eindigt met “and fuck Tom Brady”. (Quarterback, populaire jongen en Trump-aanhanger).
“Fuck Donald Trump” schreeuwde iemand nog. “We’re on the same page,” kreeg deze enthousiasteling sarcastisch terug van gitarist en songwriter Andrew Savage.
Wat volgde was een goed gebalanceerde set van 80 minuten. De afwisseling tussen funky 60’s pop ballads als “Freebird II” en knallers als “Almost had to Start a Fight/In And Out of Patience” brachten dynamiek en een verhaal in de set.
Alleen kwam de uitvoering niet echt over. Het leek alsof ze in hun cynische teksten zelf gegroeid zijn (of het tourleven was net iets te hard). Ze hebben bewezen dat ze alle vier goede muzikanten zijn, maar er was lak aan attitude om de boodschap over te brengen.
Het US-radiohitje “Tenderness” werd als de “Smells Like Teen Spirit” of de “Where Is My Mind” van … afgerammeld, terwijl mensen zaten te duwen om bier te halen.
Naar het einde toe begon de band te jammen, vertrekkende vanuit “One Man No City”. In deze uitgerokken trip leken ze het licht terug te zien. Voor het eerst zagen we een band.
Eindigen deden ze wel in stijl met het één minuut lange “Light Up Gold II” en een “We’re Parquet Courts, thank you bye!
Deze laatste was goed genoeg om de mensen met een tevreden ziel naar huis te laten gaan.

Er zijn namelijk niet veel bands als Parquet Courts. We vergeven hun iets zwakkere showdus graag.

Organisatie: Botanique, Brussel

SONS

SONS - Knallen in de ‘Charla’!

SONS - Geen betere plek dan de broeierige 'Charla' om een stevige garagerockband als SONS het beste van zichzelf te laten geven. Want eerlijk, deze rockers in een schouwburg, het zou als een tang op een varken zijn geweest.

SONS raasde als een kanonskogel door een 45 minuten durende set zonder enig rustmoment. En dat het echt oerend hard zou gaan , bewezen ze onmiddellijk in het begin van het optreden. Een nieuw nummer, titel nog niet bekend, ging vooraf. Het werd een typisch SONS-nummer met meer dan genoeg ronkende gitaren.
Daarna gingen we verder met bekender werk zoals “Wanted Dead” en “Concrete Waves”. Die laatste had een coole spacey outro. We kregen al wat handgeklap en de handjes gingen omhoog. Robin, Jens, Arno en Thomas gingen onverminderd door met pompende bassen en knallende drums. Met “I Need a Gun” bewezen de SONS ook hard melodieus uit de hoek te komen. Als een trein ging de band naar het einde van het nummer, waarbij ze het niet konden laten om de versterkers even te laten krioelen.
Ondertussen waren we al over de helft van de set, en vond SONS het tijd voor een covertje. We hoorden een ruige versie van “Lonely Boy” van The Black Keys. Een verkrachting op een goede manier? Het blijkt dus te kunnen. Daarna kregen we “Tube Spit”, dat met enkele rustpauzes zorgde voor nog sterkere bommetjes tijdens de song. En tijdens “Ricochet” zagen we nog een heuse sitdown, zodat ook de mensen achteraan even hallo konden zeggen tegen de band. In het echt klonk de hit natuurlijk nog rauwer dan op de radio. Dat konden we alleen maar toejuichen.
Als bisnummer genoten we nog van “Do They See Me”, waarna we zelfs wat gabbermuziek hoorden om het helemaal strak af te sluiten.

We kregen dus een top optreden. Geen wonder dat deze jonge gasten de Nieuwe Lichting van Studio Brussel wonnen. Het is een unieke band in België, die de garage punkrock helemaal terugbrengt. Het is uitkijken naar de rest van het nieuwe werk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-photo/156
Organisatie: Democrazy, Gent

Cass McCombs

Cass McCombs - Meesterlijke songsmid

Geschreven door

Nadat ik zo'n tien jaar geleden een plaat van Cass McCombs had gekocht verloor ik de man uit het oog maar wanneer De Zwerver, een club die men moeilijk een slechte smaak kan verwijten, hem uitnodigt, vond ik het toch tijd voor een hernieuwde kennismaking. Een wijs besluit want Cass McCombs bleek veel meer dan de timide singer-songwriter die ik in gedachten had.

Eerst mocht zijn toetsenman, Frank LoCrasto, ons wat opwarmen en die deed dat met stijl. Afwisselend op elektrische piano en synthesizer liet hij ons proeven van zachtaardige, betoverende melodieën. Even dacht ik een lo fi Jean-Michel Jarre te horen maar toen hij zijn korte set afsloot met een cover van Les Baxter wist ik uiteindelijk dan toch waar ik deze muziek moest situeren. Toen werd duidelijk dat de man zijn inspiratie vond in de exotica, een genre dat floreerde halfweg de vorige eeuw en een mix was van easy listening en wereldmuziek. LaCrosta liet ons verstaan zelf ook een plaat te zullen uitbrengen, benieuwd wat dat zal geven.

Onmiddellijk daarna verscheen de rest van het gezelschap en kon het concert van Cass McCombs zonder voorafgaande pauze starten. Al vlug werd duidelijk dat hier een echte band op de planken stond. Van LoCrasto wisten we intussen al dat hij iets in de vingers had, hoewel ik niet altijd even gelukkig was met zijn synthesizerklanken, maar ook bassist Dan Horne en drummer Otto Hauser, die al vroeg in de set eens zijn talenten mocht demonstreren, zorgden voor een ruime inbreng.
Tweede vaststelling was dat het bij McCombs duidelijk draait om de songs. Stuk voor stuk ambachtelijke parels met veel oog voor details die soms herinneringen aan Bill Callaghan opriepen. Niet altijd mijn ding -sommige waren iets te zoetsappig van structuur- maar altijd herkende men er de hand van een meester in. Meestal klassiek van snit hoewel de 41-jarige Californiër ook al eens buiten de lijntjes durfde te kleuren. Zoals tijdens dat dreigende nummer toen Horne zijn bas ruilde voor een brass gong die een galmende gitaar kwam bijstaan of met “Rancid girl” dat niet veel meer nodig had dan een aanstekelijke basriff. Soms kwam hij ook al eens stevig rock-‘n-rollend uit de hoek en naar het einde toe breide hij geregeld lange instrumentale outro’s aan zijn songs waarin dan weer duidelijk werd dat hij ook een begenadigd gitarist is. Die jammomenten waren niet te versmaden en deden qua sfeer aan wijlen J.J. Cale denken.

Ten slotte vroeg Cass McCombs ons beleefd wat we wilden horen als bis waarop er nogal wat geroepen werd. Uiteindelijk opteerde hij voor het stevige “Big wheel” en het fijn uitgesponnen “Dreams-come-true-girl” wat voor een mooi slotakkoord zorgde.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 357 van 964