Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Suede 12-03-26

Mad Caddies

Punk Rock

Geschreven door

De Mad Caddies hebben een coveralbum gemaakt. Doorgaans brengen deze Caddies een mix van ska en punkrock, maar nu kozen ze consequent voor reggae/ska/rocksteady-versies van punkrocksongs van andere bands. Op zich een leuk concept, maar het is jammer dat ze niet ook hun reggae/ska/rocksteady-inspiratiebronnen meegenomen hebben. Of het zou moeten zijn dat hun volgende (cover)album er een is met punkrockversies van reggae-songs.

Het bekendste nummer dat de Mad Caddies aangepakt hebben, is “Sorrow” van Bad Religion. Nog bekende bands van wie ze een track geleend hebben, zijn o.m. Green Day, Rancid, NOFX en de Misfits van Glenn Danzig. Ze duiken ook dieper de underground in met Propagandhi, No Use For A Name, Bracket, Against Me! en Snuff.

De wel heel brave versie van “Sorrow” is een goede graadmeter voor het hele album: de tracks gaan van lome reggae naar laid-back rocksteady en ska waar elke angel uitgetrokken is. De aanhoudende ongevaarlijkheid doet heel wat van de door politiek en maatschappijkritiek gedreven punksongs onrecht aan. Terwijl reggae-held Bob Marley en voorts o.m. de Britse ska-stroming 2Tone ons geleerd hebben dat er best wat vuur in reggae, ska en rocksteady kan zitten. Dat vuur werd door de Caddies ingeruild voor een zoutloze mellow sound, als waren de Mad Caddies een op dollars belust bandje dat snel een sappige zomerhit wil scoren. Aan de keuze van de tracks en lyrics ligt het nochtans niet, maar deze versies worden met weinig passie gebracht. Misschien mikten ze bij de Caddies op een soort tongue-in-cheeck-humor, maar dat komt er dan toch ook niet helemaal uit. Daarvoor hebben ze te hard gedaan om het muzikaal zo perfect mogelijk te brengen.

Er zijn een paar uitzonderingen waarin het recept van de Caddies voor dit album wel doelpunten weet te scoren. “Sleep Long” van Rancid heeft in de versie van de Caddies nog iets opruiends, zoals Manu Chao dat deed bij Mano Negra. “… And We Thought That Nation States Were A Bad Idea” van Propagandhi en “Sink, Florida, Sink” kunnen er dankzij de Studio One-saus nog net mee door, omdat die Studio One ook vrolijkheid combineerde met een kritische boodschap. “She’s Gone” heeft een creepy ondertoon, zoals Ghost Town van The Specials, maar dat had nog wat dikker in de verf gemogen. Pas naar het einde toe laat deze track echt zijn tanden zien. Deze cover is van NOFX, de band van labelbaas en albumproducer Fat Mike. Hetzelfde geldt voor “Some Kinda Hate” van de Misfits: een creepy orgeltje en pas beginnen grommen bij de finale. Het past niet helemaal bij wat je in gedachten hebt voor een nummer van Glenn Danzig, maar het heeft wel iets.

Evengoed gaan ze de mist in met “She” van Green Day, waarmee ze uitkomen bij de kauwgumballenreggae van Culture Club, of met de kampvuur-versie van “AM” van No Use For A Name.

De te brave covers van “Jean Is Dead” van de Descendents en “Take Me Home (Piss Off)” van Snuff willen we nog met de mantel der liefde bedekken.

Een leuk concept levert dus niet altijd een leuk album op.

Fotocrime

Principle Of Pain

Geschreven door

Fotocrime is het nieuwe project van Ryan Patterson van Coliseum. Die band evolueerde in de twaalf jaar dat ze bestonden van hardcore naar postpunk. Het is op die postpunk dat Patterson voortbouwt met Fotocrime op het debuutalbum ‘Principle Of Pain’. Postpunk is soms maar een paar stappen verwijderd van wat we vroeger, in de jaren ’80 van vorige eeuw, nog gewoon new wave noemden. Vandaag noemt dat dark rock of gothic rock en ligt het veel verder van de mainstream dan indertijd.

De bands die muzikaal naar die periode teruggrijpen, doen dat vaak heel plichtsbewust en met veel aandacht voor het juiste geluid. In de teksten en de emoties die ze willen oproepen slaan ze de bal echter vaak mis. De muziek van de jaren ’80 was gedrenkt in een wereldbeeld van economische crisis, paranoia, politieke terreur en de dreiging van de Koude Oorlog. Die elementen zijn inmiddels achterhaald door een reeks van nieuwe wereldbeelden, die doorgaans veel moeilijker te vatten zijn in muziek.

Patterson slaagt er met het eerste volledige album van Fotocrime toch in om zowel muzikaal als inhoudelijk de juiste snaren te raken. Het groepsgeluid zit boordevol referenties aan de sound van Echo & The Bunnymen, the Cure en Sisters of Mercy, zonder dat je kan zeggen dat het ‘gepikt’ is. Om te zeggen dat ze een heel eigen geluid hebben, is dan misschien ook weer een brug te ver. De gitaren huilen en janken net als in de donkere en koude jaren ’80, terwijl de synths een heel stuk warmer klinken. Dat doen wel meer nieuwe bands die in dat straatje zitten. Hetzelfde geldt voor de baslijnen; die zitten tegenwoordig ook iets meer verstopt  in de geluidsmix dan vroeger. Terwijl die vroeger vaak de dansbaarheid nog wat extra in de verf zetten.

De stem van Patterson is een moeilijke. Op de meeste nummers houdt hij het op een monotoon en schijnbaar onbewogen klagen zoals Andrew Eldritch bij de Sisters deed op de niet-singles. Het wordt nochtans pas echt interessant als Patterson een kleine dosis emotie toevoegt, zoals op “Nadia” en “Enduring Chill” en een beetje op “Don’t Pity The Young”. Had Patterson een paar keer goed gedoseerd vocaal uitgehaald, zou dit album nog beter scoren. Een heldere vrouwenstem had ook voor wat tegengewicht kunnen zorgen.

“The Rose And The Thorn” is het meest dansbare nummer, toch voor vleermuizen. Hier krijgen we dan toch wat vrouwelijke vocale inbreng, maar je moet al goed luisteren om het echt op te merken. “Autonoir” doet wat denken aan het gezamenlijke album van TB Frank & Baustein. “Gods In The Dark” heeft wat van een trage Front 242-track. “Infinite Hunger For Love” opent met een baslijn van The Cure en laat die referentie nog een paar keer opduiken, maar krijgt ondertussen wel een eigen Fotocrime-gezicht. “Confusing World” is een bloedmooie eighties-track, een beetje in de richting van The Sound. Zo hadden er wel meer mogen staan op ‘Principle Of Pain’.  

 

Jonezy

The Searching Man (single)

Geschreven door

Jonezy is het soloproject van Jonas Desmet afkomstig uit het West- Vlaamse Sint-Denijs (Zwevegem). Voorheen maakte hij o.a. deel uit van Mickey Doyle (de voorloper van Mooneye). Hij maakte twee songs in 2017 waarmee hij op tour trok. In begin 2018 won hij een plaatsje op de affiche van Tour De Chauffe en zag hij zich genoodzaakt om een band rond zich te verzamelen. Ze speelden in die bezetting een tiental optredens waaronder ook de finale van de Student Rock Rally (Charlatan, Gent) en de finale van Tommorowband (Jc Brielkant, Deinze). Deze single werd in Februari in muziekcentrum Track te Kortrijk opgenomen. Rien Coorevits deed de drums en percussie, Michiel Libberecht (Mooneye) speelde de baspartijen in, Lowie Clapéron deed de keys en Jonas zelf was verantwoordelijk voor de gitaar en zang. De mixing werd grotendeels zelf gedaan.

‘The Searching Man’ is een indie/singer songwriter- nummer dat mooi en traditioneel opgebouwd is. Een beetje in dezelfde stijl als zijn muzikale broeder Mooneye. De zang klinkt catchy en soulvol. Een warm en zomers nummertje die ons doet uitkijken naar meer van Jonezy.

 

The Smashing Pumpkins

Solara (single)

Geschreven door

De legendarische Amerikaanse grungerockband Smashing Pumpkins is terug. Billy Corgan doekte de band op in 2000 en blies hem nieuw leven in in 2005. Voor het volgende album, dat uitkomt bij Napalm Records, neemt Corgan de oorspronkelijke mede-oprichters James Iha (gitaar) en Jimmy Chamberlain (drums) opnieuw aan boord. Gitarist Jeff Schroerder, sinds 2007 de vervanger van Iha, is eveneens van de partij en producer Rick Rubin zat achter de knoppen bij de opnames van het nieuwe album. In afwachting van dat album is er de single “Solara”.

De single keert niet enkel in de bezetting maar ook inzake geluid helemaal terug naar de glorieperiode van de band, met het typische grunge-geluid van begin jaren ’90. Vooral aan Corgan’s stem valt te horen dat we intussen enkele decennia verder zijn. Of deze terugkeer naar het oergeluid van de band genoeg is om alle vroegere fans terug te winnen, valt te betwijfelen, maar velen zullen toch gecharmeerd zijn met deze stap terug in de tijd. 

 

Sendwood

Fist Leaf

Geschreven door

De schuilnamen Kriss W. Wood en Alex McWood klinken heel Amerikaans, maar het zijn gewoon twee Fransen met een voorliefde voor de luide gitaren van de jaren ’90. Eén van de twee speelt bij  Harmonic Generator. Als Sendwood brachten ze eerder reeds een EP uit, maar nu is er het album ‘Fist Leaf’.

Het is allemaal heel basic bij Sendwood: een drum en een gitaar en ze wisselen elkaar af achter de microfoon. Ze trekken zich vooral weinig aan van wat hoort. Aan de grenzen van genres hebben ze al helemaal geen boodschap. De nummers twijfelen tussen rock, stoner, metal en grunge. De referenties voor ‘Fist Leaf’ komen duidelijk uit de jaren ’90: Rage Against The Machine, Soundgarden, Nirvana, Monster Magnet en Faith No More. Zelf zetten ze daar nog Royal Blood bij, maar behalve dat ze als duo luide muziek maken, zijn er niet zo veel overeenkomsten.

Er zijn momenteel wel meer Europese bands die de Amerikaanse grungemetalsound uit de nineties najagen, maar bij Sendwood lukt dat verbazend goed, ondanks de beperkingen van een duo en ondanks dat de productie nog een heel stuk vetter kon. Je hebt zeker niet het volle geluid van een Royal Blood of White Stripes en ook niet de uit vele laagjes opgebouwde ninties-sound. Wood en McWood houden hun band zo wel dicht bij de essentie: niet te veel poespas, maar gewoon gaan. Inzake teksten komen ze niet in de buurt van een Zach de la Rocha of Mike Patton, maar het is ook niet onverdienstelijk. Vooral de muziek en de vibe tellen, en dat doen ze heel goed.

De nummers op ‘Fist Leaf’ die helemaal raak zijn, zijn ‘Gotham’, ‘Leash’ en ‘Penny’.

 

Fred Abong

Homeless EP

Geschreven door

De naam Fred Abong zal slechts bij weinigen een belletje doen rinkelen. De man speelde bas bij Throwing Muses en Belly. Hij brengt al een hele tijd ook solo-materiaal uit, waarbij reeds een samenwerking met Tanya Donelly, en zopas werd die solo-reeks aangevuld met de EP ‘Homeless’.
Het solo-materiaal van Fred Abong mag je ook letterlijk als solomateriaal beschouwen. Je hoort enkel Abong’s stem en zijn akoestische gitaar. Op zijn beste momenten klinkt Abong als de akoestische versie van Buffalo Tom, The Lemonheads of Vic Chesnutt. Dat is het geval op “Rattler”, “Cannery” en “Hi Avalon”. Vooral “Rattler” is een nog ongeslepen diamant. De track “Homeless” begint sterk, maar bloeit niet open en kabbelt gewoon voort.
Fred Abong valt niet door de mand als songschrijver, maar in hun akoestische versie zijn de zes tracks van ‘Homeless’ toch iets te mager om te kunnen boeien. Abong is bovendien geen geboren zanger. Met een volledige band en opgenomen in een ‘echte’ studio zal dit materiaal waarschijnlijk beter tot zijn recht komen.

Black Honey

I Only Hurt The Ones I Love (single)

Geschreven door

Black Honey is al enkele jaren één van de grote beloftes van de Britse rock-scene. In Nederland hebben ze al een paar mooie liveshows kunnen doen, maar België is nog zo goed als onontgonnen terrein voor de band van zangeres Izzy B Philips.
De single “I Only Hurt The Ones I Love” is de voorbode van het album dat in september verschijnt. Die klinkt een beetje als Garbage, maar dan zonder de vette 90’s-productie van Butch Vig. Er zit een beetje een surf-twang in de gitaarpartijen, wat deze song een beetje in de richting duwt van Lana Del Rey (die Brits-onderhuidse wellust) en de soundtrack van Twin Peaks.
Deze single is een beetje te veel doorsnee, te veel Kim Wilde en The Sundays en te weinig Blondie en Skunk Anansie voor pakweg Studio Brussel. Maar dan blijven er nog genoeg andere radiostations en media over die dit wel kunnen oppikken. Want Black Honey heeft wel iets. Je kan er niet meteen de vinger opleggen, maar iets vertelt me dat deze Britpoppers meer in hun mars hebben dan deze single prijsgeeft.

Cocoa Futures

Circus (single)

Geschreven door

Greg Sanderson, de Brit achter Cocoa Futures, heeft een nieuwe, bescheiden hit uitgebracht. Als Cocoa Futures heeft hij reeds een EP en een in maart uitgebrachte single (“Sink In The Water”) op zijn conto. Die laatste was funky, brave radiovriendelijke pop in de lijn van Hot Chip en Grizzly Bear.

De nieuwe single “Circus” roept herinneringen op aan “Something In The Air Tonight” van Phil Collins. Al zijn ook Massage, Beach House en Bear’s Den goede vergelijkingen. De nieuwe single is opnieuw heel smooth, een knappe ingetogen productie met Sanderson’s stem en lyrics die netjes centraal staan.

“Circus” is minder funky dan “Sink In The Water” en doet vooral denken aan de zeemzoete Amerikaanse synthpop van eind jaren ’80. Als dit vandaag in ons land op de nationale radio geraakt, zal het er niet meer weg te branden zijn. Als dat niet gebeurt, vindt u Cocoa Futures vast wel op Spotify en de andere streamingdiensten.

 

Dirk Da Davo

Moods

Geschreven door

Dirk Da Davo brengt een compilatie van zijn laatste EP’s uit op cd. Goed nieuws want die EP’s waren meer dan de moeite waard en tot nu toe enkel digitaal verkrijgbaar. Het betreft dus o. de ‘Protest’- EP ( zie review: http://www.musiczine.net/nl/nl/decouvertes/dirk-da-davo/protest-ep/). Daarvan schreven we dat er met ‘Protest’ aangetoond werd dat er wel degelijk leven na The Neon Judgement is.
Ook aanwezig op ‘Moods’ is de ‘3DFLY’-EP wat een samenwerking met Make Makena was (zie: http://www.musiczine.net/nl/nl/cdreviews/3dfly/3dfly-ep/). Een frisse en dansbare EP.
Tenslotte staat hier ook de ‘Dddjmx’ EP op het album; wat een samenwerking met Jean Marie Aerts was (zie: http://www.musiczine.net/nl/nl/cdreviews/dirk-da-davo/dddjmx-ep/ ). Een samenwerking die  de nodige muzikale vonken gaf en zeker voor herhaling vatbaar is.
Daarnaast staan er nog twee ghosttracks op dit album zodat je in totaal 14 tracks met elektronische muziek van hoog niveau te horen krijgt. Elektronische muziek waar gezocht wordt naar onbetreden paden met de nodige weerhaakjes binnen vrij radiovriendelijke songstructuren. Voor die naamloze ghost-tracks moet je na “Madness” verder blijven luisteren. Na een tweetal minuten stilte krijgen we de eerste track dat vrij duister en ‘weg van de wereld’ klinkt. De tweede track is zowaar nog wat experimenteler en het verst weg van een doorsnee track. Een lange repetitieve en industrieel aandoende intro opent de rest van de song. Een vrij hypnotiserend nummer dat doorbroken wordt door een af en toe voorbij wandelende gitaarriff. De outro is, net als de intro, lang uitgestreken. De ghost-tracks zie ik vooral als oefeningen door Dirk Da Davo en een wandeling  in zijn muzikale brein. Fans gaan er in elk geval van smullen.

Daarnaast is Simi Nah verantwoordelijk voor het artwork. Op het inlegboekje wat uitleg over elke EP die hier opstaan samen met de originele cover. Maar het voornaamste is dat liefhebbers van de Belgische electro scene weer weten wat gekocht.

Uma Chine

Screens (single)

Geschreven door

Uma Chine (ofwel Human Machine) heeft zopas zijn debuutsingle uitgebracht bij Starman Records. Uma Chine is het geesteskind van Nele De Gussem. Die kan je nog kennen van Future Old People Are Wizards, Billie King, Kales Guitar Quartet of Maya’s Moving Castle. Voorts bestaat de band o.m. uit twee zusjes van de band Binti, Simon Raman van de band Raman, Nils Vermeulen van de Laughing Bastards en Koen Quintyn van St Grandson.

Als Uma Chine brengen De Gussem en de rest van de band zomerse, psychedelische elektronoisepop met tientallen laagjes bovenop elkaar. Dat is misschien een lange definitie, maar elk van die elementen zit in “Screens”. Deze single is onbeschaamd dromerig en vrolijk, licht dansbaar en licht psychedelisch, maar dan op een elektro-vibe. Er zit ook wat tegendraadse 4AD-pop uit de jaren ’90 in, denk daarbij aan This Mortal Coil, en wat Beach House, Pauwel De Meyer en Nova Flares.

De band werkt momenteel aan het debuutalbum, dat begin volgend jaar zou moeten uitkomen. Daar kijken wij alvast hard naar uit, maar intussen staat deze “Screens” al op repeat voor onze soundtrack van de zomer.

 

Pagina 377 van 964