logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic

Judas Priest

Judas Priest + UFO - Metal Gods

Geschreven door

Hoewel Judas Priest de metal hoegenaamd niet zelf heeft uitgevonden (die eer valt volledig te beurt aan Black Sabbath) moeten ze toch als een niet te onderschatten invloed worden beschouwd in de verdere evolutie van het genre. Op vandaag is de muziek van Judas Priest al lang niet meer extreem, maar destijds (we hebben het hier over einde van de seventies en begin eighties) ging de band zo geweldig tekeer dat ze gerust mogen gezien worden als mede grondleggers van speed- en trashmetal. Bands als Metallica, Megadeth en Slayer zijn meer schatplichtig aan Priest dan ze ooit zullen durven toegeven.

Dat Judas Priest vandaag niet meer zo hip is leek wel duidelijk in een Vorst Nationaal dat omwille van de sobere opkomst tot een heuse clubzaal was ingeperkt, en die was dan nog gevuld met overwegend ‘oudere’ metalheads. Nu goed, die transformatie van Vorst Nationaal kwam de klank en de sfeer alleen maar ten goede. Geen spoor vanavond van de gevreesde Vorst-bunkergalm, wel van een enthousiast publiek bestaande uit hondstrouwe fans die hun helden in vol ornaat konden bewonderen. Die fans werden op hun wenken bediend met een splijtende set grotendeels gevuld met klassiekers en oudjes. Priest had hier weliswaar een nieuw album ‘Redeemer Of Soul’ te promoten maar haalde daar amper drie tracks uit die, met alle respect, toch maar moeilijk de concurrentie konden aangaan met de oude krakers.
Vooral de kaskraker “British Steel” werd hier in de bloemetjes gezet met “Metal Gods”, “The Rage” en natuurlijke de luid meegekeelde hits “Breaking The Law” en “Living After Midnight”.
De Priest machine was nog even geolied als vroeger, de heren stonden op scherp, de sound was heavy as hell, de gitaren duelleerden dat het een lust was, de grondvesten van de metal bleken nog steeds onwrikbaar. Natuurlijk grensde het allemaal een beetje aan het karikaturale, die leather looks, die spreidstand gitaren, die gierende macho-solo’s, die Harley-Davidson waarmee Halford voor “Hell Bent For Leather” het podium kwam opgereden,… we namen het er met de glimlach bij. Priest heeft die cliché’s voor een deel mee uitgevonden, dus zij mogen dat. Frontman Robert Halford, die een standbeeld verdient om zich te outen in deze wereld van zware jongens, maakte er een heuse metal-modeshow van, quasi na elke song verdween hij achter de coulissen om een andere leather- of denim jacket aan te trekken. Doch zijn meer dan geslaagde performance was voor het grootste deel nog altijd te danken aan die superbe vaak angstaanjagende vocals die naar de hemel reikten (of de hel als u wil, dit is tenslotte een metal-groep). Hoedje af voor de manier waarop hij zich doorheen de splinterbom “Screaming For Vengeance” krijste (wat een agressie in die song, zelfs Slayer deinst hiervoor achteruit), of hoe hij op het einde van het nog steeds fantastisch klinkende metal epos “Victim Of Changes” (uit 1976!, en nog steeds stiekem onze Priest favoriet) naar de ijle bergtoppen reek. Nog zo een prachtige ouderling was het wonderlijke “Beyond The Realms Of Death” en als ultieme explosie kon een striemend “Painkiller” ook wel tellen.
Met deze briesende set bewees Judas Priest dat zij op hun oudere dag nog steeds hun mannetje kunnen staan in de metalwereld en dat vele jonge bandjes hier een poepje kunnen aan ruiken.

Na al dat moois zou een mens haast vergeten dat er vanavond met UFO nog zo een legendarische Britse hardrock band op het podium stond. Dat deze groep hier als zogenaamde support act een vol uur mocht aantreden betekende dat dit niet zomaar een opwarmertje was. Ook het publiek was meer dan opgetogen met de set van deze Priest-generatiegenoten. UFO heeft met ‘A Conspiracy Of Stars’ een nieuw album uit maar natuurlijk zat daar geen mens op te wachten, qua songs waren het hier ook de oudjes die voor vuurwerk zorgden. De sound van UFO heeft altijd al meer oog gehad voor melodie en is ook een stuk minder heavy dan Priest, maar ook de zwaarste metalfanaat heeft hun vloeiende sound altijd kunnen smaken. Hun meesterwerk is nog steeds die dubbele live plaat ‘Strangers In The Night’, en dat wisten de heren ook wel, maar liefst zes schitterende songs speelden ze daaruit. Die moesten in niets onderdoen voor de fenomenale ‘Strangers In The Night’ versies, temeer omdat zanger Phil Mogg er nog een aardig eindje mee overweg kon. Er mag dan al geen haar meer op zijn hoofd staan, zijn stem is intact gebleven. De toenmalige gitaarvirtuoos Michael Schenker misten we al evenmin, en dat omdat de al even begaafde Vinnie Moore hier perfect die rol inloste. Vooral het lang uitgesponnen “Rock Bottom” was om duimen en vingers bij af te likken, maar ook bij “Lights Out”, “Only You Can Rock Me” en natuurlijk “Doctor Doctor” ging onze nostalgiemeter aanzienlijk in het rood.

Wij zijn hier naar toe getrokken voor een stuk uit jeugdnostalgie, en we zijn teruggekomen met een ferm en schitterend dubbeloptreden op onze concertteller. We denken er aan om onszelf terug tot hardrocker te bekeren.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/judas-priest-16-12-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/ufo-16-12-2015/

Organisatie: Live Nation

Rocket From The Tombs

Rocket from the tombs - Legendarisch of mytisch?

Geschreven door

Tussen juni ’74 en augustus ’75 moest je voor de gevaarlijkste groep ter wereld afzakken naar de post-industriële achterbuurten van Cleveland, Ohio.  Veertien maanden: langer duurde de rise and fall van de lokale sensatie Rocket From The Tombs niet, maar het bleek lang genoeg om uit de agressie van MC5 en The Stooges en de gekte van Beefheart en Zappa een nieuw genre te puren. Avant-garde punk was geboren, maar het gezelschap bleek uiteindelijk te licht ontvlambaar om een langere houdbaarheidsdatum te garanderen, en baarde met het avantgardistische Pere Ubu en de straightforward punk van Dead Boys al snel twee andere legendarische bands.

Sinds de release van de spraakmakende verzameling opgekuiste demo’s en live opnames ‘The Day The Earth Met The Rocket From The Tombs’ in 2002 duiken de overblijvende leden op onregelmatige basis nog eens in een (echte) opnamestudio. En kijk, met het onlangs verschenen ‘Black Record’ doet RFTT ook anno 2015 nog menig oldskool punk hart wat sneller slaan.
Ze waren weliswaar goed vermomd, maar punkers op leeftijd waren er dinsdagavond bij de vleet in de 4AD te Diksmuide. Ook aan de bezetting van RFTT heeft de tand des tijds trouwens al flink geknaagd, en het mag eigenlijk een wonder heten dat er met Pere Ubu opperhoofd David ‘Crocus Behemoth’ Thomas en bassist Craig ‘Darwin Layne’ Bell nog twee oerleden van de band rondlopen. Geruggesteund door drie jongere kompanen waarvan al snel bleek dat ze allen uit het juiste punkhout gesneden waren , vloog de groep meteen uit de startblokken met een venijnige interpretatie van de 60ies nugget “Shape Of Things To Come”. Het bleek uiteindelijk één van de zeldzame momenten waarbij de 62-jarige Thomas, weliswaar met steun van een wandelstok, een song al rechtstaand zou declameren. De rest van de set zou de excentrieke frontman met het onafscheidelijke deukhoedje als een druk jesticulerende bompa lawijt met half dichtgeknepen ogen op een stoel doorbrengen. Niemand maalde er om, want met een flesje rood binnen handbereik verzekerde Thomas zich van het ideale smeermiddel voor zijn typische ‘high pitched’ strot.
De groep raasde met een rotvaart door hun jongste opus ‘Black Record’ en haalde er met “Hawk Full Of Soul”,“I Keep A File On You”, “Coopy (Schrödinger’s Refrigerator)” en “Welcome To The New Dark Ages” de lekkerste adrenaline uppercuts uit. Een paar keer ging RFTT toch lichtjes op de rem staan, en dat leverde met het naar Pere Ubu lonkende “Spooky” één van de absolute hoogtepunten op dankzij de psychedelische tierlantijntjes van Whiskey Daredevils gitarist Gary Siperko. Maar even goed kwamen Thomas & co tijdens de rustige momenten nauwelijks boven de middenmoot uit, zoals tijdens de niemendalletjes “Butcherhouse 4” en “Six And Two” uit de weinig opzienbarende comeback schijf ‘Barfly’ (’11).
Dé bestaansreden van RFTT anno 2015 heeft het gezelschap natuurlijk te danken aan die trits protopunk classics die tijdens die beruchte 14 maanden in ’74-75’ werden ingeblikt en sindsdien het etiket ‘onverslijtbaar’ dragen. Uit die holy grail van de punk nam de behoorlijk vitale oerbassist Bell al vroeg in de set “Muckraker” voor eigen rekening. Verdienstelijk, dat wel, maar de man kwam duidelijk niet in de buurt van Thomas als begenadigd performer. Die laatste slaagde er dan weer wel in om het arty nihilisme van “30 Seconds Over Tokyo”, “What Love Is”, “So Cold” en “Amphetamine” ruim 40 jaar na datum geen geweld aan te doen. Eén keer waagde Thomas zich zowaar aan een poging tot provocatie tijdens het controversiële “Waiting For The Snow”, waarin de extravagante Amerikaan weinig verhullend ‘white men’ en ‘muslims’ in twee vijandelijke kampen leek in te delen.

Nog meer legendarisch venijn zat weggestopt in de encores. Überclassics “Final Solution” en “Sonic Reducer” werden netjes opgespaard als apotheose van een prettig weerzien of (in ons geval) verbluffende kennismaking met een absolute cultgroep wiens erfenis zelfs nazindert  tot in het repetitiehok van de jongste generatie eigenzinnige bandjes als Ought en Viet Cong. De immer gevatte Thomas is zich terdege bewust van zijn status als cult legende, maar heeft allesbehalve last van valse bescheidenheid getuige dé quote van de avond ‘People say I’m legendary, well I’m not legendary, I’m mythical, that’s what I am. Mythical.’ En weg was de overjaarse punkpoëet, langzaam strompelend richting coulissen in zwarte velcroschoenen die zijn moeder hem kado deed.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Mikal Cronin

MCIII

Geschreven door

Voor wie houdt van heerlijk aangename rockende indiepop , zal z’n gading vinden op de nieuwe cd van Mikal Cronin. Hij houdt het boeiend met dromerige, zwierige ritmes en kenmerkende (lichte) explosies die bij het genre gepaard gaan , geïnjecteerd van folk en psychedelica. Strijkers en blazers vullen aan , om de sound wat breder te maken .
De nieuwe cd vormt eigenlijk twee EPs , het tweede deel (van “Alone” tot “Circle”)  is eigenlijk een concept van twintig minuten , een autobiografisch verhaal van de zanger, omgezet in een reeks prachtige afwisselende composities die alle windrichtingen uitgaan. Samen met Ty Segall een bepalende figuur! Mooi.

Built To Spill

Untethered moon

Geschreven door

Als we Built To Spill checken, dan maken we onmiddellijk de link naar de indiepop . Jawel, deze band met Doug Martsch als spil , is samen met Galaxie 500 één van de pijlers van de ‘independant’ indierock eind’80’s. In die twintigjarige muzikale carrière horen we stekelige, dromerige songs met hemels zalvende , slepende en verbeten gitaarpartijen en mans bezwerende  melancholische zang.
De sympathieke band zweert aan Neil Young’s Crazy Horse en The Feelies  en biedt ruimte voor enkel soli , wat we horen in de tien lekkere , gruizige songs op de plaat. Al meteen worden we in deze wereld ondergedompeld met “All our songs” en “Living zoo” , die meteen het unieke, sterke van het genre beklemtonen . Verderop nog een magistrale “C.R.E.B.” en “When I’m blind” om te concluderen dan Martsch en C° opnieuw een schitterende plaat uithebben . Ontegensprekelijk respect voor zo’n band!

Django Django

Born under saturn

Geschreven door

De Britse Schotten Django Django namen de tijd te werken aan de opvolger van hun titelloos debuut . Drie jaar zelfs … Intussen hadden ze een uitgebreide tour achter de rug en namen sommigen ruimte voor allerhande projecten . Ook waren ze wel overdonderd van het debuut, die met de single “Default” een klassieker opleverde.
De opvolger ligt eenvoudigweg in het verlengde van het debuut met zijn hobbelige , stekelige en percussieve ritmiek , de gezellig meepruttelende sequencers en de meerstemmige zangpartijen, die een ‘Beach Boys surfin’ gevoel ademen. Catchy materiaal binnen de indie/synthpop .
De opborrelende aangename, sfeervolle en dansbare grooves en beats zorgen voor een speelse, broeierige, opwindende en ontspannende aanpak . 13 nummers is misschien wel een beetje teveel van het goede en eenvormigheid beschaduwt het geheel , zeker ook als we er de eerste plaat bijrekenen . Maar met “Shake & tremble”, “First light” en “Reflections” hebben we alvast een paar mooie overtuigende pareltjes …

METZ

II

Geschreven door

Het Canadese rocktrio bijt sterk van zich op hun plaatwerk . Deze ‘II’ is een logisch vervolg op hun debuut ‘I’ , en we horen hier simpelweg ‘straight in your face’ grungy punkrock! , die het nauwst leunt aan Big Black van Steve Albini , het oude Nirvana en vindt geestesgenoten in bands als Cloud nothings.
Korte , felle songs onder een aanhoudende spanning, stormachtig, vol opgekropte woede,  die durven los te barsten ; meteen sterk met “Acetate” en “The swimmer” om dan volledig loos te gaan op het opbouwende “Spit your out” en het weergaloze “Kicking a can of worms”, die de cd besluit met heel wat noisy effects . Het gaspedaal mag dan af en toe wat losgelaten worden, de sound is hevig en de verwoestende (schreeuw) vocals van Alex Edkins gaan de vrije loop. 10 nummers in een halfuur , het kan niet anders dat het trio snoeihard, messcherp klinkt en er een strak tempo op nahoudt! , waar we verweesd achtergalaten worden . Live een must-to-see!

Joanna Gruesome

Peanut butter

Geschreven door

Na ‘Weird sister’ van vorig jaar is hier de opvolger ‘Peanut butter’ . Het kwintet  rond Alanna McArdle is afkomstig uit Cardiff, Wales en brengt tien songs in 21 minuten . We krijgen rauwe, furieuze als broeierige, aanstekelijke, dromerige indiegrunge met fraaie dromerige refreinen .
Een heerlijk pittig plaatje beklemtoond door de even dromerig lieflijke zang . De eerste songs (“Last year”, “Jamie luvver”) zijn snedig , daarna zakt het tempo wat met sfeervoller werk (“There is no function Stacy”, “Crayon”) , dan opnieuw gaat het tempo omhoog met “Jerome liar”, “Psykick espionage”, om dan tot slot met het integere “Hey I wanna be your best friend” te besluiten . Joanna Gruesome overtuigt met hun gevoelige rammelrock!

Protection Patrol Pinkerton

Good music beautiful people

Geschreven door

Die van PPP uit Tielt hebben al talrijke prijzen weggekaapt . Een ‘Westtalent’ dat zelfs in 2012 de Beloften won en nu al toe is aan hun tweede plaat . Op het titelloze debuut hadden we al drie heerlijke nummers  als “Future =our home” die gebruikt werd als tune voor enkele series , en verder “This time” en “Can’t decide” . Veelbelovend dus wat het combo presteert en twinkelende, frisse melodieën als armslag heeft .
Ook op de nieuwe wordt er eerst fors tegen aan gegaan met die sprankelende bubbels als “Right from the start”, “Forget” en de single “Don’t wreck this”. De speelsheid van Vampire Weekend en Los Campesinos is hier aardig meegenomen. Dan wordt er plaats gemaakt voor een meer intens broeierige, dromerige sfeervolle aanpak , waar ergens een Balthazar opduikt , waaronder “Backseat” en “One of these days” .
Het geheel is leuk , leutig als spannend , innemend.  Die plaat van PPP is dus knap ingenieus boeiend!

Trailers

Sway With The Season EP

Geschreven door

‘Sway With The Seasons’ van Trailers is het soort plaatje van een groepje die te vroeg en zonder deftige bagage van het repetitiehok naar de studio is getrokken. Ze hebben wel enkele vaardigheden onder de knie maar er hangt weinig of geen vlees aan de songs, die passeren dan ook zonder dat er iets gebeurt. Het is muziek die nergens blijft hangen, tenzij tussen de spinnenwebben in de koele berging.
Als dooddoener klasseren ze hun eigen sound dan ook nog onder de noemer ‘powerpoprock’. En dan zijn ze verwonderd dat critici hen neersabelen, terwijl wij enkel maar hun perfecte voorzet moeten binnenkoppen. Voor zover wij weten kennen we immers geen enkele band die zelf uitpakt met zo een bekakt genre. Powerpoprock begot, het klinkt een beetje als sarma-blues of tupperware-metal.
Bij nader inzien is het eigenlijk nog zo stom niet en vatten ze er ongewild hun plaatje mee samen, dit is immers mossel noch vis, het wil rocken maar mag niet van de schoonmoeder, men wil de bloemetjes buitenzetten maar moet voor het donker thuis zijn.
Als u het echt niet kan laten kan je dit bandje checken op www.trailersband.com of www.facebook.com/trailersband

Blues Karloff

Light And Shade

Geschreven door

Blues Karloff is een stel ouwe bluesratten uit Vilvoorde die zichzelf oriënteren richting Britse bluesboom van eind jaren zestig. Daar is veel van aan, ze gaan voluit voor gespierde bluesrock met hete riffs en dito solo’s. Daar gaan ze natuurlijk de prijs voor originaliteit niet mee winnen en we gaan hen ook zeker niet vrijspreken van overmatig cliché gebruik, maar het moet gezegd dat hier guts, power en adrenaline uit stroomt.
Hun voornaamste betrachting is het neerzetten van vinnige en potige bluesmuziek, en daar zijn ze heel bedreven in. Alfie Falckenbach heeft die rauwe bluesstem die het genre vereist en geregeld legt hij een gekscherend tintje in zijn vocals waarmee hij in de buurt komt van de geniale Alex Harvey. De flitsende gitaartandem van Paul ‘Shorty’ Van Camp (in een vroeger leven nog actief bij Belgische metalpioniers Acid) en Thomas Vanhaute zet daar een stel felle gitaarpartijen tegenover. Niet verwonderlijk dus dat die gitaren al eens durven neigen naar Gary Moore (nu die gast al een tijdje onder de zoden ligt moet er toch iemand de draad opnemen) of Pat Travers.
Volgens de aloude gewoontes eigen aan het genre graait Blues Karloff gretig in de grote bluescoverbak, maar ’t is niet altijd prijs. “Take These Chains” is slappe kost en “It’s All Over Now” is al zo veel gecoverd dat niemand daar nog iets zinnigs kan mee aanvangen, Blues Karloff duidelijk ook niet. Ook het akoestische Stones afleggertje “Looking Tired” heeft weinig of niks te bieden. De poweruitvoeringen van de Willie Dixon songs “Superstitious” en “Evil” zijn dan wel zeer te pruimen, vooral die laatste is even sterk als de gloeiende versie die wij kennen van de Amerikaanse oer-hardrockers Cactus.
Een covertje minder had dus wel gemogen, zeker als we merken dat deze groep zelf een span stevige bluessong op poten kan zetten. De eigen composities komen er immers verdomd sterk uit (nu ja, eigen composities, dit is bluesrock, alles is wel ergens gejat). Het is stevig rollebolllen met “Blackout Blues” en “I’m A Bluesman”, en we mogen lekker languit chillen (whiskeytje binnen handbereik) op de bluessleper “Don’t Lie To Me”. De ouwe rotten kennen dus best wel de knepen van het vak.
Natuurlijk staat deze plaat bol van de macho bluesrock en bijna plat gespeelde bluespatronen, maar eigenlijk stoort dat niet want Blues Karloff doet het met grenzeloze schwung, kracht en gedrevenheid. Dit is sowieso een genre waarin je onmogelijk nog origineel voor de dag kan komen, je kan dan meer beter een gortige portie grinta in je bluesrock steken.
Hadden we nu een Harley Davidson staan in onze garage, we waren er al lang opgesprongen om met onverantwoorde snelheid het ganse land te doorkruisen.

Pagina 505 van 964