logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Gavin Friday - ...

Graspop Metal Meeting 2013 – zaterdag 29 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – zaterdag 29 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

Dag 2 van Graspop werd afgetrapt, en opnieuw was het niet zo’n gezellig weer. In plaats van enkel een T-shirt te dragen had menig man en vrouw ook hun regenjas meegezeuld.

Openen deed ik met Sylosis in de Metal Dome…ook een band die voor mij een verrassing was. Deze bende uit Groot-Brittannië speelt thrash metal met een grote portie industrial aan toegevoegd. Het tempo was retestrak en de melodische uitbarstingen smaakten naar meer. Zoals iedere band vroeg op de dag was enkel een 40-tal minuten weggelegd voor hen en voor mij was dit een positieve eerste kennismaking. Tijdens de trip naar het hoofdpodium stopte ik een tijdje aan de Marquee I om Amaranthe te beluisteren, maar de Zweedse Power metal kon mij niet direct bekoren, in tegenstelling tot hun lekkere frontvrouw.

Ik verliet Marque I dus om de band Rockstar op de mainstage te keuren…Wel, wat kunnen we zeggen over Rockstar? Punt 1: de band bestaat uit 5 gekende rockmuzikanten waarvan de zanger Tim ‘The Ripper’ Owens is, onder meer bekend van zijn korte periode bij Judas Priest, Dio Disciples en Iced Earth, vergezeld van Keri Kelli gekend van zijn werk bij Alice Cooper, James Kottak van Scorpions, bassist Rudy Sarzo die zijn strepen verdiende bij bands als Ozzy, Quiet Riot, Dio en Whitesnake en toetsenist Teddy Andreadis van Guns ‘n Roses . Punt 2: dat deze band nog geen album heeft, maar de setlist bestond uit covers van bands waarvan ze vroeger deel uitmaakte zoals: “Hell Bent for Leather” (Judas Priest), “Lock up the Wolves” (Dio), “Mr. Crowley” (Ozzy) en “Big City Nights” (Scorpions) om er maar enkele te noemen. Leuk om eens toeschouwer te zijn van deze band, maar geef mij toch maar de originele!

In Marquee I stond Tankard geprogrammeerd, en wie die band kent weet dat ze live altijd met volle overgave hun muziek brengen. En ik moet zeggen, Tankard staat bij mij genoteerd als één van de beste bands op Graspop dit jaar door hun show. De strandbal werd in het publiek geschopt en de sfeer zat er meteen in. Tankard staat voor thrash metal waarbij humor, alcohol en party’s centraal staan. Drummer Olaf Zissel stal de show met zijn uitmuntend drumwerk en zanger Gerre danste als een jong veulen en riep sporadisch een jonge deerne op het podium voor een innige danspartij. Met nummers als “Zombie Attack”, meezinger “Stay Thirsty”, “Rules for Fools” en “Rectifier” op de setlist kon je niet anders dan meedoen in het feestgedruis en zeker niet als ze afsluiten met “(Empty) Tankard” waarbij duizenden kelen brullen ‘We’re gonna drink some WHISKEY; We’re gonna drink som BEER’! Geslaagd, fantastisch, geniaal, …kortom gewoonweg super!

De volgende band die op mijn to-do-lijst stond was Steak Number Eight. De jeugdige band die in een ijltempo bekend werd heeft onlangs een nieuw album uitgebracht getiteld ‘The Hutch’, maar stonden oorspronkelijk niet bij de basisbands van Graspop. Wegens het afvallen van Overkill kregen ze de kans om hun kunnen te tonen in Marque I. De muziek die deze mannen creëren is niet voor iedereen weggelegd, want de stonerrock is ook zo’n genre die je al dan niet ligt. Geopend werd er met “Cryogenics” gevolgd door het geweldige “Dickhead”. De melodieën van deze jongens zijn perfect op elkaar afgestemd en de sfeer die ontstaat klinkt lekker log. Andere bekende nummers waren voor mij dan persoonlijk afsluiters “Exile of Our Marrow” en “Pyromaniac”. Maar het meest voorkomendste commentaar dat mij werd toegefluisterd was dat deze muziek na een half uur een beetje te eentonig begint te worden omdat de opbouw van de nummers veelal hetzelfde is. Maar ja, je kunt niet voor iedereen goed doen…

Ik stevende richting Metal Dome want de black/thrash metal van de Noorse band Aura Noir ging beginnen. Persoonlijk heb ik nog geen plaat van hen, maar gelukkig kun je tegenwoordig altijd te rade gaan op het wereldwijde web haha. Wat ik hoorde via youtube en consoorten beviel me, dus voor mij een goede reden om deze band te checken ;-) Sinistere thrash waarbij vliegensvlugge vingers broodnodig zijn, je nekspieren reeds op voorhand tegen een stootje moeten kunnen en de vocalen tergend diep je lichaam binnendringen. Dit is mijn korte samenvatting van deze band, want live klinken ze als een denderende trein!

In Marque II stonden de hardcore-troepen reeds paraat want Agnostic Front had zich geïnstalleerd voor een gezellig familie-uitje. Hitjes als “My Life My Way”, “For My Family” en “Gotta Go” zorgden voor de nodige circlepits (die verplicht waren door ouwe rot Roger Miret) en het niveau ging nog een beetje meer in de lucht toen Philip Anselmo (ex-Pantera – nu Down) zich bij de band samenvoegde om samen het nummer “Crucified” (cover van Iron Cross) te brullen. Eindigen deden ze in schoonheid met de ‘Ramones cover “Blitzkrieg Bop”.

Ik vervoegde mij vooraan bij de die hard fans van Lock Up, de grindband waar vooral zanger Tomas Lindberg (ex At The Gates) en Shane Embury (Napalm Death) de meest bekenden zijn van deze band. Als je deze mannen kent weet je dat hun muziek vonken geeft waarbij de adrenalinestoten je misschien wel een hersenbreuk kunnen toedienen. Met hun recentste album (Necropolis Transparent) op zak waren ze klaar voor de strijd. “Brethren of the Pentragram” onstak de vlam om pas te doven wanneer hun hit “Afterlife in Purgatory” de menigte voor de laatste keer in het zweet zette. Opnieuw zo’ n band waarbij je denkt: miljaar, hoe flikken ze het toch? Dit optreden was een must see voor grindcore fans!!

Helaas had ik nu wel een dilemma, waarop het antwoord altijd slecht is…Down of Hypocrisy in beide Marquee’s op hetzelfde tijdstip? Ik heb gekozen voor Down, maar spijtig genoeg hoorde ik dat Hypocrisy de pannen van het dak speelde, iets wat ik niet direct kan zeggen van Down. Oké, Philip Anselmo is een legende, de meester die menig metalfans de goede richting heeft getoond, maar met dit optreden zal hij niet zoveel nieuwe zieltjes gewonnen hebben vrees ik. Qua setlist geen probleem, uitgezonderd dan dat ik “New Orleans is a Dying Whore” niet gehoord heb, want nummers als “Lifer”, “Witchtripper”, de ode aan wiet “Heal the Leaf”, “Stone the Crow” en afsluiter “Bury me in Smoke” zijn allemaal vette songs. Helaas liet hij het publiek meer brullen en werkte het na een tijdje op mijn systeem dat hij constant met zijn microfoon, tot bloedens toe, op zijn voorhoofd aan het hameren was, iets wat uiteraard gepaard gaat met een constante ‘plofklank’ die boven de muziek uitstijgt. Neen, ik haat keuzes maken!

Okay, kater wegspoelen en naar de ‘eagleshow’ gaan kijken van heavy metal pioniers Saxon. Al vanaf de 1e maal dat ik Saxon mocht aanschouwen vond ik dit er al een oude band uitzien, maar klaarblijkelijk zijn Biff Byford en co niet meer in staat om nog meer te verouderen. Qua spelvreugde en muziekkunde kunnen menig metal artiesten hieraan een puntje zuigen, want zoals traditiegetrouw speelde Saxon een thuismatch. Vocaal gezien één van de zuiverste stemmen die ik ken, en iedereen kan meebrullen met hun nummers, waardoor deze band zo’n grote groep volgers heeft. Zoals bv “Power & the Glory”, “Heavy Metal Thunder”, “Denim and Leather”, “Motorcycle Man” om er zo maar een paar te noemen. En toen zaten we nog maar halfweg, want hits als “Stand up and Fight”, “Strong Arm of the Law” (waarbij een zee aan vuisten te spotten was), de absolute meezinger “Wheels of Steel” en “Crusader” waren als laatste op hun setlist geplaatst. Afsluiten deden ze met “Princess of the Night” waarbij een ganse weide het verhaal van de stalen reus tot het einde mee scandeerde! Saxon toont altijd hoe het moet, en ik ben blij dat ik deze band al jaren volg! Respect!

Ik was nog aan het nagenieten toen Iced Earth of P.O.D. hun troeven op tafel legden in de Marquee’s, maar helaas ben ik niet zo’n fan van P.O.D. (alhoewel ze blijkbaar een deftige show hebben neergezet), alsook niet van Iced Earth zonder Barlow omdat ik vind dat ze zonder hem hun typische bandgeluid kwijt zijn.

Stipt om 23u30 stond het geweld van Slipknot klaar achter de coulissen, om er direct een lap op te geven met de tonen van “Get Behind Me Satan and Push”. Zanger Corey Taylon had 1 vraagje voor zijn volgelingen nl. ‘Are We going to tear this stage down’ en zodoende was de eerste moshpit een feit. Helaas is mijn muziekkennis omtrent Slipknot niet zo breed en ben ik enkel bekend met nummers als “Wait and Bleed”, “Psychosocial” en “Spit it Out” maar vandaag zat de schwung er direct in en was alles duidelijk hoorbaar. Velen zijn tegen Slipknot, en ja, ook ik ben niet direct fan nummer 1, maar telkens geeft ik hen een nieuwe kans. Een kans die ze met beide handen hebben gegrepen, want hun enthousiasme, bruutheid en breaks hadden dit keer zelfs impact op mij. Er was 1 kippenvelmoment toen ze bij “Dead Memories” een eerbetoon hielden aan hun gestorven kompaan Paul Gray door ‘#2’ op het scherm te projecteren. De podiumstukken en aanverwanten van Slipknot zijn altijd leuk om te aanschouwen en deze keer volg ik de meesten die dit een geslaagd optreden vonden. Om het in hun woorden te zeggen, het was (sic)!

Beste bands voor mij op zaterdag 29 juni waren Lock Up, Saxon en stipt op nummer 1: TANKARD

Organisatie: GMM, Dessel   

Graspop Metal Meeting 2013 – vrijdag 28 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – vrijdag 28 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

Zoals jaarlijks en met de nodige blijheid, was ikzelf in naam van Musiczine opnieuw aanwezig op het Belgisch metalfestival van uitstek, Graspop Metal Meeting. Dit jaar was er nog meer randanimatie voorzien, want er waren voor de liefhebbers volgende leuke extraatjes te ontdekken namelijk een stand met enkel maar zware bieren, een restaurant waar je de buik kon vullen met bbq, vliegertjes, boksauto’s en een ‘raging bull’ waarbij je lenigheid van je lichaam kon uittesten.

De organisatie had opnieuw een resem leuke namen op de affiche gezet en hierover kun je nu een verslag lezen: terwijl de ‘metal top 50’ nog in mijn kleren zat, waarbij uiteraard Iron Maiden en Metallica de 1e twee plaatsen hadden bezet, en ik ontwaakte tussen de regendruppels ‘s morgens in mijn tentje was het opmerkelijk stil in vergelijking met vorige jaren. Waarschijnlijk lagen de meesten nog knus en warm ingeduffeld te dromen in hun tentje…soit, mij niet gelaten, maar ik had honger in muziek en tot grote tevredenheid zag ik dat Generation Kill hun opwachting ging maken in de ‘Metal Dome’.

Generation Kill, de band zelf zei mij niet direct wat, maar als je een band aan het werk kunt zien waarbij Rob Dukes medeoprichter is, dan weet een thrash fanaat het wel. De mix van crossover en thrash sloegen niet in als een bom, maar tijdens hun 40 minuten durend optreden vlogen de solo’s je wel om de oren. Zeker een band waar ik wat meer van wil ontdekken om dan een objectieve mening te geven…

Ik trok naar de ‘Mainstage’, waar thrash oudjes Heathen van de USA klaar waren om erin te vliegen met slechts 3 full-length albums op hun conto, waarbij hun laatste langspelers (‘The Evolution of Chaos’) maar liefst 18 jaar op zich liet wachten, en voor mij hun beste album ‘Breaking the Silence’ is. Instrumentaal was aan deze Amerikanen niets op te merken, helaas waren de vocalen van Mr. White niet toonvast en leek het of hij op momenten niet mee was in de flow van de gitaarpartijen. Tijdens een zaalconcert heb ik hem alvast veel beter zien zingen, dus ik zal het maar op het vroege uur steken wanneer ze aan de bak moesten. Neen, ik was een beetje ontgoocheld…

Een klein uurtje later stond ik opnieuw aan mijn favoriete bar die uitkeek richting Mainstage, tevens een bar waar de vrijwilligers een dikke pluim verdienen voor hun sociale vaardigheden en doortastende pogingen om mijn West-Vlaamse taaltje onder de knie te krijgen ;-) Grave Digger stond al paraat en ik moet zeggen, ik ben daar deftig van verschoten. Oké, ik ken de band wel al van horen, maar op plaat was ik niet direct voorstander van deze bende grijsaards die power metal als uithangbord hebben. Maar vooroordelen daar heb ik weinig kaas van gegeten, en achteraf gezien moet ik zeggen dat dit een sterk optreden was, met een goede setlist in mijn ogen waarbij “Clash of the Gods” en “Highland Farewell” mij het meest plezier bezorgden.

Swedish old school Death metal…ja, ik moet er geen tekening mee maken zekers. Unleashed, de enige echte death metal band vandaag op de bandlijst, had al veel volk richting Marquee I gelokt. Logge stukken afgewisseld met meer thrash-georiënteerde gitaarpartijen, gekoppeld aan de brute stem van Johnny Hedlund. Deze Zweden beukten de tent plat en met nummers als “Death Metal Victory” en “Hammer Batallion Unleashed” werden de fans getrakteerd op de passende mokerslagen. Machtige set en uitvoering van deze mannen en de aanwezigen zullen mijn opinie hieromtrent wel goedkeurend bevestigen!

Terug nu naar de mainstage waar de Duitse power/heavy/happy metal van Helloween veel volk naar voren lokte. Vorig jaar had ik die mannen op een ander festival gezien waarbij hun optreden voor mij persoonlijk op niks trok. Gelukkig was het deze keer anders, want zeg nu zelf, met albums als ‘Walls of Jericho’, ‘Keepers of the 7 Keys I, II en III’ en ‘Better then Raw’ kan je volgens mij toch onmogelijk de bal misslaan. Achteraf gezien hebben Mr. Weikath en co hun setlist vooral gebaseerd op oud materiaal want kleppers als opener “Eagle Fly Free”, “Power”, “Dr. Stein”, “I Want Out” en de tophit “Future World” werden aangeboden aan de massa’s fans. De stem van Andi Deris klonk vol en overtuigend en de guitaarsolo’s van Weikath en Grosskopf waren een lust voor het oor. Eindelijk besefte ik opnieuw waarom ik dit vroeger tot één van mijn lievelingsbands rekende…dank u daarvoor!

Een uurtje later, nadat de folk metal van Korpiklaani of de brute metal/deathcore van All That Remains hun acte de présence hadden gedaan, was het kiezen tussen Papa Roach of Entombed. Gelukkig weet ik welke bands live een bom zijn en kon ik zelfs één hardnekkige Papa Roach fan overtuigen om een drie kwartier durend setje death’n roll te aanhoren en beleven. En Entombed deed wat ze moesten doen, namelijk de menige reden te geven om stoom af te laten met nummers als “Out of Hand”, “Revel in Flesh”, “I for an I”, “Left Hand Path” en afsluiter “Wolverine Blues”. Enige domper tijdens dit optreden was de nieuwe hype die ontstaat tijdens moshpits door bendes waar ik geen enkele goed woord voor over heb…uiteraard heb ik het over die bendes die mensen tijdens moshpits ontdoen van hun cash geld door hun portefeuilles te stelen!! Als je niet komt voor de muziek, blijf dan thuis zou ik zo zeggen.

Soit, na de persoonlijke tegenvaller, maar nog vol van fierheid over het aanschouwen van Entombed begaf ik mij naar Prong in Marque II. En voor diegenen die het nog niet wisten, dit zijn gitaarhelden, en in het bijzonder dus frontman Tommy Victor. Opnieuw een band die het mogelijk maakte om veel volk op de been te brengen om hits als “Beg to Differ”, “Unconditional” en “Rude Awakening” luidkeels mee te schreeuwen. Prong zou Prong niet zijn om de agressiviteit in de moshpits nog aan te zwellen met hun klassiekers “Whose Fist is this anyway?” en “Snap Your Fingers, Snap your Neck”, DE liedjes die iedere zelf respecterende metalkenner op plaat heeft! De interactiviteit met het publiek was dik in orde en ze waren op geen enkel foutje te betrappen. Afsluiten deden deze Amerikanen met het vlugge “Power of the Damager”! Puik werk!

Doordat Max Cavalera met zijn compagnie blijkbaar te maken had met transportproblemen (zoals ik heb vernomen), werd in het tijdsschema een kleine aanpassing doorgevoerd. Tis maar te zeggen wat je klein noemt, want ondergetekende was uitermate tevreden dat ze Coal Chamber bereidwillig hadden gevonden om hun plaats naast Kreator af te staan later op de avond. Deze keuze moest ik wat later dus al niet meer nemen haha.

Okay, Coal Chamber dus… blijkbaar vonden Dez Fafara en de zijnen dat het tijd was om de handen opnieuw uit de mouwen te halen met dus als resultaat dat ze opnieuw beschikbaar waren om te touren en dus aanwezig te zijn op Graspop. Wel, Graspop zal het zich alleszins niet beklaagd hebben want de energie die Dez, jonkvrouw Rayna Foss, Mike Cox en Meegs Rascon uitstraalden was niet meer normaal. Drummer Mike sloeg bijna zijn drum aan flarden en bassiste Rayna straalde seks en aanbidding uit. Voeg hieraan nog de voortreffelijke breaks van deze ‘nu-metal’ band aan toe en je weet dat het een feestje was vooraan het podium. Nummers zoals “Loco”, “Big Truck”, “Something Told Me”, “Dark Days” en het übernummer en tevens afsluiter “Sway” behoorden tot de favorieten van het publiek te zien aan hun reacties. Welkom terug Coal Chamber!!!

Mayhem had zijn instrumenten opgesteld in Marque I maar liet een beetje langer dan verwacht op zich wachten…toen opeens toch de duistere keyboards geluid begonnen te produceren. De black metal van deze Noren moet je ofwel haten, ofwel smijt je je met die stijl. Omdat ik redelijk diverse genres kan smaken, kan een goede portie zware black metal mij ook wel smaken. Helaas is Mayhem niet de band die dit kan verwezenlijken voor mij persoonlijk. Zoals enkele jaren terug op Hellfest vond ik opnieuw dat Mayhem onzuiver speelde, te weinig variatie bracht en in feite gewoon op cruise control speelt. Waarschijnlijk zullen de echte fans van deze Noren nu mijn bloed willen drinken, maar na een klein half uurtje had ik al in de mot dat dit geen geweldige show was, waardoor ik maar stapvoets terugkeerde naar het hoofdpodium.

Na het consumeren van een jupiler was de tijd aangebroken voor de oudgedienden van Korn. Ik heb hen al diverse malen gezien en nog geen enkele keer had ik het gevoel dat ze er geen zin in hadden. Dit jaar was geen uitzondering want de mix van groove, hiphop, metal en rock ging erin als zoete pap, en ondanks de regen vlogen de lichamen in het rond tijdens de vele moshpits die Jonathan Davis uitlokte. Opener “Blind” deed meteen de weide daveren, net zoals “Dead Bodies Everywhere”, het strakke “Falling Away from Me” met de machtige breaks in verwerkt, “Coming Undone”, “Shoots and Ladders” waar de doedelzak het ritme inzette gevolgd door “Somebody Someone”. Daarna zakte het enthousiasme van de nummers wat, maar er werd sterk afgesloten met het gekende “Got the Life” en natuurlijk afsluiter “Freak on a Leash”. Opdracht opnieuw volbracht dus van Korn.

En het ging maar door, want doordat Soulfly hun plaats had afgestaan aan Coal Chamber was de keuze snel gemaakt en stond ik te popelen om de lekkere thrash van Kreator te absorberen. Een uur lang was het er bonk op en het ene snelle nummer na het andere werd de oren ingeblazen. Beginnen deden ze met “Phantom Antichrist”, tevens de albumtitel van hun recentste plaat uit 2012, gevolgd door krakers als “Endless Pain” en “Pleasure to Kill” afkomstig van hun 1e twee albums. Met andere woorden, dit was rechtdoor en lekker old school. De vuisten gingen in de lucht tijdens “Hordes of Chaos”, “Death to the World” en “Enemy of God”. Maar als het aankomt op de sterkste nummers van deze avond, dan moet ik concluderen dat “Phobia”, de meebruller “Violent Revolution” en vooral afsluiters en beuker “Flag of Hate” gevolgd door “Tormentor” het neusje van de zalm waren! Thrash will never die, en dat is een statement!

De vrijdag zat er bijna op, maar de organisatie van Graspop had nog één lekker toetje in de aanbieding. Terwijl Twisted Sister vorig jaar tevreden mocht zijn met een plaats op het hoofdpodium, maar niet als afsluiter, werden de gebeden van menig festivalgangers ingewilligd en stonden ze dit jaar terecht op de plaats waar ze behoren nl. numèro uno! Zoals vorig jaar het geval was waren Dee Snider en zijn collega’s (behalve Mark Mendoza wegens knieproblemen) opnieuw van de partij om een leuk feestje in te zetten ondanks de hevige regenval. Met “You Can’t Stop Rock ’n Roll” werd een serieuze vinger gegeven richting moeder natuur, want iedereen stond vreugdevol in de modder mee te stampen op deze tonen. Alle klassiekers werden moeiteloos gespeeld door de band, de stem van Dee Snider heeft nog steeds geen last van ouderdomskwaaltjes en de blije gezichten van de bandleden tonen aan dat ze dit werk nog steeds niet beu zijn.
Een ware hitjescarrousel werd op gang getrokken en dus konden “Stay Hungry”, “Shoot ‘Em Down”, “The Beast”, het liedje op hun lijf geschreven “The Fire Still Burns”, het rustige “The Price” en “Burn in Hell” niet ontbreken.  Bij “I Wanna Rock” werd de hulp ingeschakeld van de leden “Asking Alexandria” en er werd ook een cover gebracht van ‘The Rolling Stones’ getiteld “It’s only Rock ’n Roll”. Tijdens de laatste momenten vond een Nederlander het blijkbaar nodig om zijn vriendin ten huwelijk te vragen op het podium (waarbij waarschijnlijk velen op een negatief antwoord hoopten haha) om er onrechtstreeks toch eventjes de schwung eruit te halen.
Afgesloten werd er met “Come Out and Play” en “S.M.F.”, maar het nummer dat ongetwijfeld met het meeste enthousiasme werd onthaald was opnieuw “We’re Not Gonna Take It”. Oh ja, er werd ook geprobeerd om een heuse lichtrecordpoging te ondernemen met de gsm’s van het publiek die hiervoor een specifieke app moesten downloaden, maar in mijn ogen was dit concept niet geheel geslaagd. Soit, Twisted Sister bewees nog maar eens dat de muziek diep in hun harten zit en dat ze nog niet direct van plan zijn om hiervan af te stappen. Wij kunnen enkel maar respect opbrengen voor zo’n muzikanten en voor mij mogen ze direct geboekt worden voor volgend jaar. Ik  ging hierna nog naar de Metal Dome voor de traditionele Metal Dome After Party waar het feestje werd verdergezet.

Beste bands voor mij op vrijdag 28 juni waren ongetwijfeld Unleashed, Prong, Kreator en Twisted Sister!

Organisatie: GMM, Dessel  

George Thorogood & The Destroyers

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock

Geschreven door

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock
George Thorogood and The Destroyers
OLT Rivierenhof
Deurne

Die goeie ouwe George Thorogood en zijn getrouwe Destroyers staan altijd garant voor een lekker rock’n’roll feestje op zijn Amerikaans. ‘t Is te zeggen, George is de baas, de showman en de entertainer, The Destroyers zijn de onmisbare ruggengraat, rock’n’roll is het recept. Simpel, maar uiterst efficiënt, en dat in The Destroyers hun geval nu al meer dan 35 jaar.

Natuurlijk is een gig van deze gasten voor 100 % voorspelbaar, men weet waar men zich kan aan verwachten, tot de setlist toe, maar men wordt toch altijd overstelpt door zoveel klasse.
Met een pak aangename videoprojecties weet George vanavond zijn show nog wat feller in te kleuren, maar natuurlijk is die heerlijke slide gitaar toch weer de ster van de avond. Thorogood laat het ding snijden en duchtig soleren zoals alleen hij dat kan, de vaart blijft er steeds in zitten en de rock’n’roll spat eruit.
Thorogood eert zijn helden Bo Diddley, John Lee Hooker, Willie Dixon, Johnny Cash en Elmore James met splijtende boogie versies van “Who do you love”, “One bourbon one schotch one beer”, “Seventh Son”, “Cocaine Blues” en “Madison Blues”. Het zijn allen onsterfelijke songs die hier van een extra portie vuur voorzien worden.  Dat is de sterkte van Thorogood, hij laat stokoude rock’n’roll en bluessongs steeds spetteren en zet deze met splijtende versies naar zijn hand. 
Naast al die klassiekers heeft Thorogood in die 35 jaren toch ook enkele eigen songs met poten en oren op de wereld gezet. Twee kanjers die in het OLT niet mogen ontbreken zijn uiteraard “I drink Alone” en het altijd opzwepende lijflied  “Bad to the Bone”, de publiekslieveling die op geen enkel van zijn setlisten overgeslagen wordt.

Met zijn simpele rock’n’roll formule weet Thorogood vanavond alweer het publiek volledig in te palmen en daar kan een plensbui weinig aan veranderen. Voor een portie vettige rock’n’roll laten we ons nog altijd graag nat regenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/george-thorogood-02-06-2013/

Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja

Geschreven door

Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

Het zonnetje scheen zondag vrijgevig boven Brussel en er stond al een flinke wachtrij ongeduldige muziekliefhebbers bij de ingang van het festivalterrein toen wij een beetje voor het openen van de deuren aankwamen. Joelende opgewonden studenten, gepensioneerden, compleet met sandalen en rugzak en gezinnen met jonge kinderen; er waren mensen van alle slag en dat is precies waar de organisatoren met hun jonger en familievriendelijker imago op mikten dit jaar. Dat Couleur Café, dit jaar al weer aan haar 24e editie toe, zich ook wil profileren als een groen en duurzaam festival werd meteen duidelijk bij het betreden van het terrein. Talloze 'Eco Zones', eilandjes van recyclagekliko's, waren verdeeld over het domein en ook de standjes van diverse welzijns- en milieuorganisaties waren present.

Een beetje na vieren mocht de Luikse folkrockband Yew de dag openen op het kleine podium van de Move. Met hun mengeling van elektrische en akoestische gitaren en een viool die de kleur en de sfeer van de muziek bepaalt, smaakten we soms een Waals vleugje Absynthe Minded, maar vaker klonk alles wat chaotisch en waanden we ons op een op hol geslagen gypsy-trouwfeest. Opvallendste figuur op het podium was ongetwijfeld Mathieu Lacrosse, die verkleed als 17e eeuwse boekanier met een enorme krulsnor de mandoline en de bouzouki bespeelde. Ondanks het feit dat er nog niet veel volk was, zorgde Yew wel voor de nodig folk die ze rockend over het publiek rolden. Tijdens de rustige nummers konden we dan weer ontspannen meedrijven op de golvende vioollijnen en deze afwisseling zorgde ervoor dat Yew een aangename opwarmer was voor de dag die nog moest komen.

Eerste gast in de enorme Univers-tent is het Amerikaans-Israëlische Balkan Beat Box. Deze band ging eerst rond de Middelandse Zee deuntjes plukken en brouwde daarmee hun eigen ethische mix, maar aarzelde niet om daar later ook nog Arabische en Mexicaanse aroma's aan toe te voegen. Tomer Yosef en kompanen trokken meteen hun doos met beats open en zorgden in de volle Univers voor een instant jump party. Hopa! Hopa! De opzwepende beats, de hyperkinetische zanger en vooral de twee vette saxofoons die naast hun schetterende klanken ook heel veel party de tent in bliezen, zorgden er voor dat niemand stil kon blijven staan. Helaas werd deze fanfare-rap, hoe aanstekelijk ze in het begin ook was, na een tijdje toch wat teveel van hetzelfde. De marsroffels op de snaredrums waren niet altijd even dansbaar en bij de tiende 'Jump, Jump' is de zin om dat ook werkelijk te doen al een stuk minder. Balkan Beat Box nam ons nog even mee op reis naar Mexico City, wat zeker nog voor een muzikaal opstekertje zorgde, maar wij hielden het toch maar voor bekeken en zo te zien velen met ons.

We zakten opnieuw af naar de Move om daar het ander beginnend Belgisch talent te bewonderen. Voor de Vlaamse band Delvis is Couleur Café, net zoals voor Yew, hun eerste grote festival. De rijke sound van deze Landenaren bevat soul, funk, maar ook jazz en reggae. Wanneer je zanger Niels Delvaux ziet staan, verwacht je je absoluut niet aan de geweldige stem die even later je oren streelt. Deze bebaarde Limburger bezit ongetwijfeld een natuurlijke blaxploitation-flair en doet ons denken aan legendes als Curtis Mayfield, Stevie Wonder en Jamie Lidell, al vertelt Niels ons achteraf dat hij vooral fan is van Aretha Franklin, ook niet mis natuurlijk! Deze straffe zanger heeft tevens een hele vlotte feeling met het publiek en als een ervaren podiumbeest dirigeert hij keurig de rest van de band, die onder andere bestaat uit een draaitafel, synth en een drummer die ook backing vocals verzorgt. Wij konden uitermate genieten van deze relaxte 'sunshine music' en Delvis was voor ons zeker de ontdekking van de dag. Een naam om in de gaten te houden!

Terwijl Raggasonic op het podium van de Titan met hun laatste nummers nog de honger van de reggaefans stilde, schoven wij aan in de broeierig warme Univers voor het optreden van hip-hoplegende Mos Def, die zich liet vergezellen door de Robert Glasper Band. Een ongeduldige zaal begon al snel om Mos Def te roepen – er waren duidelijk veel fans in het publiek – maar moest het eerst met de Robert Glasper Band stellen die openden met een soort slordige jam en een al evenmin geslaagde cover van 'Get Lucky' van Daft Punk. Een experiment of een manier om wat tijd te rekken tot Mos er was? Het was ons niet helemaal duidelijk. De bezetting met Glasper op Rhodes en piano en Casey Benjamin op saxofoon, vocoder en keytar (jawel, ze bestaan nog) leek ons anders wel interessant.
Toen Mos Def uiteindelijk op het podium verscheen, gekleed in een witte djellaba, stoffen pet op het hoofd en met een knalrode old-school mic in de hand, herinnerde hij er ons meteen aan dat hij vanaf nu als Yasiin Bey optreed. What's the point? Vraag het eens aan Mos, euh... Yasiin zelf. Helaas bleef ook met Yasiin erbij het experimentele, kakofonisch jazzy karakter van de muziek behouden, nu wel aangevuld met vaak onverstaanbare en repetitieve rap. Waar wij bij een groep als Us3, de mix van jazz en hip-hop heel erg kunnen smaken, konden we dat hier een stuk minder. Toen Benjamin er op het veel te lang doordravende “What it is” van “Auditorium” ook nog een dwarsfluit bij haalde, waren Mos en zijn maatjes duidelijk mijlen verwijderd van dat waar de meerderheid van het publiek hier voor stond.
Toen na meer dan een half uur uiteindelijk de eerste vette hip-hopbeats door de boxen klonken, voelde je het publiek heropleven, maar helaas verdwenen ze haast even snel als ze gekomen waren en wij verlieten licht geërgerd de tent om nog wat muziek van Rebelution mee te pikken. Hier vonden we gelukkig wat 'Peace of Mind', niet toevallig de titel van Rebelution hun laatste album. Deze vijfkoppige band uit Californië had ook wat minder voor de hand liggende instrumenten bij, maar zij slaagden er wel in om hiermee een aangename blend van reggae, rock en funk te brengen.

Omdat onze maag ondertussen begon te knorren gingen we even rondneuzen in het Palais du bien manger waar voedselstandjes uit verschillende landen onder het goedkeurend oog van een grote gouden Boeddha gerechten van de wereldkeuken verkopen. Bij lekker eten hoort uiteraard goeie achtergrondmuziek en wat kan een mens dan meer wensen dan Calexico. Aangetrokken door de schelle mariachigeluiden begaven we ons richting de Titan, het podium die als een enorme stereoinstallatie was ingekleed. Met hun propere hemdjes en gladgekamde haren zien ze er wat uit als een stel brave huisvaders die het podium opgeduwd zijn, maar muziek maken kunnen ze zeker. Hun mix van Tex-Mex, country, Americana en nog zoveel meer roept in de verbeelding onvermijdelijk beelden uit cowboyfilms op en bood de mogelijkheid om tussen de andere optredens door even wat op adem te komen. Al ontbraken de up-beat nummers zeker niet en met hun trompetten en vlammende gitaren kreeg Calexico het gelukkige publiek op nummers als “Crystal Frontier”, een van de hoogtepunten van het optreden, zeker aan het dansen.

Voor een heuse familiereünie moest je vervolgens in de Univers zijn. Na vijf jaar afwezigheid en diverse soloprojecten is de familie Morgan, beter bekend onder de naam Morgan Heritage terug met een nieuw album 'Here Come The Kings' en een kick-ass optreden op Couleur Café. Deze legendes brengen reggae zoals het hoort en de reggaevlaggen in het publiek konden dan ook met terechte trots wapperen, want zoals hun grote hit “Don't Haffi Dread” zegt, Rasta ben je niet in je dreads, maar in je hart. Met de armen gespreid over het publiek zong zanger Peter Morgan als een ware reggae-Jesus met Rasta, roots in Africa, Jahwe en reggae from the roots het ene cliché na het andere en maar goed ook! Zelf noemen ze hun muziek Rockaz, roots reggae met een rockkantje, maar dat zal de reggaefans in het publiek worst wezen. Zij wiegden vrolijk mee en genoten met volle teugen, getuige de rookwolkjes hier en daar.

Doordat vaste waarde op Couleur Café, Patrice, zijn vlucht had gemist werd er wat met het programma geschoven, waardoor we ook Salif Keita niet zagen optreden. Geen probleem, want dan konden we al gaan aanschuiven voor het optreden waar de meerderheid van de festivalgangers duidelijk al een hele dag op had zitten wachten. Presentatrice Annabel Van Nieuwenhuyse verkondigde aan het begin van de middag al dat er waarschijnlijk niemand was die kon voorspellen waar we ons bij deze band aan mochten verwachten, maar dat het onvergetelijk zou worden, dat wist ze zeker. Annabel had het natuurlijk over de Zuid-Afrikaanse sensatie Die Antwoord. In 2009 werd deze band, bestaande uit Ninja, ¥o-Landi Vi$$er en DJ Hi-Tek, een virale sensatie met de videoclip van het nummer 'Enter The Ninja' en na twee memorabele optredens op Pukkelpop in 2010 en Werchter in 2012 waren de verwachtingen voor Couleur Café dan ook hooggespannen. Niet verwonderlijk dus dat de Univers al van een half uur op voorhand strop zat en dat een kwartier voor de geplande aanvang van het optreden de eerste slow-claps al werden ingezet. Iedere beweging op het nog donkere podium stuurde een golf van gejuich en opwinding door de tent en toen de beeldschermen uiteindelijk opflikkerden en het gezicht van Leon Botha, de kunstenaar en progeriapatient die overleed in 2010 en voorkwam in de clips van Die Antwoord, grijnzend verscheen, barste er bij het publiek een bubbel van oorverdovend lawaai.
Kan dat nog luider? Jawel, want dan verschenen ook de drie protagonisten van het spektakel ten tonele, gehuld in fluo-oranje pakken. Met “Wat Kyk jy?” en “Fok Julie Naaiers” werd de toon voor het hele optreden gezet: een dikke vette muzikale fuck you naar alles en iedereen en teksten als een klap in je gezicht. Die Antwoord opende met wat nummer van hun eerste album '$o$' en frontman Ninja aarzelde niet lang om zijn eerste achterwaartse spong in de deinende massa te wagen. De grote schermen werden gevuld met fascinerende beelden van krioelende maden, beelden uit de videoclips en enkele 'freaks' waar deze band zo voor op komt. Het gaf perfect weer waar de Die Antwoord voor staat. Het is muziek uit een smerig achtersteegje die niet terugdeinst om de imperfectie, vuilheid en banaliteit van de wereld te tonen.
'Fuck the system, we have our own system, we make our own rules!' Daarmee krijg je natuurlijk elke zaal op hol, maar met zangeres Yo-Landi in een strakke gouden legging moet het ook lukken. Stevig met haar billen schuddend op “Rich Bitch” dreef ze de uitzinnige massa richting climax die er na enkele nieuwe nummers kwam met “I Fink U Freeky”. De tent stond stomend heet en toen Die Antwoord hun vunzige muzikale orgie afsloten met “Enter The Ninja” verdween elke werkelijkheid onder een deken van hoge piepstemmetjes die luidkeels meezongen. Toegeven, het is zo fout als het groot is, maar het was een uitzinnig goed optreden waarvan mensen later nog zullen kunnen zeggen, ik was er bij!

Kletsnat van het zweet begaven we ons richting Titan voor het afsluitend optreden van Cee Lo Green terwijl overal rond ons nog koortjes “Ay, ay, I am your butterfly” weerklonken. Aan de hand van een videoclip introduceerde hij zichzelf als 'The Lady Killer'. Cee Lo kwam op vergezeld van vier danseressen en twee stevige backing zangeressen, wat goed was ook, want zelf was hij bijna niet te horen. Muzikaal kende het optreden z'n goede en z'n minder goede momenten, met eigen nummers, maar ook enkele covers zoals David Bowies “Let’s Dance” en “Don’t Cha” van The Pussycat Dolls. Cee Lo is amper een duim groot, spreekt met zijn typisch hoog snaterend stemmetje en is daardoor al een licht komisch zicht, maar het werd er niet beter op toen hij duidelijk worstelde om goeie bindteksten te vinden. Hij zocht dan maar de toevlucht in megalomane zelfpromotie, tot schaamtevervangend jolijt van het publiek. Oneliners als “I am the people”, “you must realize I came all the way from America” en “we are here to celebrate the fine arts” willen we u niet onthouden. Zoals de dames naast mij tussen hun slappe lach door kraaiden “I feel like I'm at Comedy Central”. De hitjes “Smiley Faces”, “Crazy” en “Fuck You” zorgden wel voor enkele goeie momenten, maar in doorsnee was dit toch veel show en poch zonder muzikale ruggengraat.

Hadden we dit geweten waren we naar Wax Tailor gaan kijken die afsloot in de Univers en die, zo hoorden we achteraf, één van de beste optredens van het hele weekend afleverde. Wax Tailor speelde voor een dolenthousiast publiek dat na afloop van het optreden oorverdovend bleef brullen om meer muziek en resoluut weigerde de tent te verlaten, zodat de onfortuinlijke presentator na tien minuten smeken uiteindelijk zelf uit pure armoede zelf kinderliedjes begon te zingen. We hadden duidelijk de verkeerde afsluiter gekozen, maar genoten voor de rest met volle teugen van deze laatste dag Couleur Café, waar enkele kleine namen schitterden en enkele groten een mindere dag hadden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel   

Couleur Café 2013 – zaterdag 29 juni 2013 – Speelplezier en Feest !

Couleur Café 2013 – zaterdag 29 juni 2013 – Speelplezier en Feest !
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

Ook over dag twee van Couleur Café kan de organisatie uitermate tevreden zijn. In de kleurrijke affiche waren een reeks toppers te noteren die een divers, breed en jong publiek voor zich wisten te winnen. Een ontspannend , relaxt gevoel , een goede vibe , samenhorigheid, solidariteit en … feestje bouwen zijn sterke ingrediënten..

Dit hadden we alvast bij de nieuwe hiphopsensatie en de hype van het moment Macklemore & Ryan Lewis en de vertrouwde Matisyahu, maar ook de andere acts moesten niet onderdoen en werden sterk onthaald . Heerlijk genieten en speelplezier. En op de koop toe een spectaculair vuurwerk … Doe het hen maar na …

De tweede dag begon in de vooravond met Tarrus Riley , één van de Jamaïcaanse sterren. Het publiek genoot van de zomerse reggae tunes die relaxt dansbaar waren.

De Univers tent zat goed vol voor de Franse chansonnière Zaz , die onder de indruk was van de belangstelling en van de respons . De zangeres vermengt diverse stijlen als folk , jazz, soul, vaudeville en country in haar chanson , en brengt voldoende variaties aan in haar onschuldige pop van ingenomen, sfeervolle en aanstekelijke nummers. De toevoeging van banjo , accordeon en kazou boden een CC kleurtje. Ook ingenomen ging ze haar weg . Zaz overtuigde en de hitsingles « Je veux » en « Le long de la route » werden gekoesterd .
Wisselbaar met Festival Dranouter , want best past ze er met haar toegankelijke sfeervolle nummers.

Ook namen we iets mee van de Move stage ; we hadden o.m. Ondatropica en Cody Chesnutt.
Ondatropica riep Polé Polé sferen op met hun aangename mix van latin , hiphop, dub , funk en verderop cuban, merengue en conga stijlen . Een tiental muzikanten op het podium , die meteen konden gelinkt worden met de Buena Vista en Afro Cuban , die met plezier een feestje bouwden en het gebaar naar een koele cocktail toonden.
Cody Chesnutt had af te rekenen met het hiphopgeweld van Macklemore & Ryan Lewis, de songwriter die een tijdje terug in de picture kwam met de  plaat ‘The headphone masterpiece’ en de sterke single “The seed” met The Roots. Het multitalent biedt op de nieuwe plaat ‘Landing on a hundred’  heel wat retro & soul  in de beste traditie van Marvin Gaye en Curtis Mayfield . Met legerhelm op en een sterke band achter zich, klonken de songs als « Where is all the money going » en « Don’t wanna go the other way » directer, gebalder en hadden ze een dampend funkrockend karakter . Chesnutt trok de aandacht en entertainde z’n publiek , die ( even)  Macklemore & R Lewis opzij plaatsten geplaatst .

Ook redelijk straf was het Nieuw-Zeelandse collectief Fat Freddy’s Drop die een potpourri soul , jazz, reggae, dubsounds serveerden, in de voetsporen van Dreadzone en Zion Train . ‘Follow the rhythm of your heartbeat’ was  terecht de muzikale noemer van dit uitgebreide combo , die live maar al te graag  improviseerden , met (traag) slepende , dansbare tunes , trance en sferische lounge , zonder de traditie van hun dubreggae  uit het oog te verliezen .

Enorm veel volk was er opgedaagd in de Univers stage voor de Australische neofolky , surfer en ‘one-man’ band Xavier Rudd . Een multi-instrumentalist , die het doet met wel vier instrumenten : een drumstel , didgeridoo, steelpedal , akoestische gitaar en mondharmonica ; en met zijn voeten het een en ander van percussie weet te bedienen. Moeiteloos wisselt hij van instrument en houdt het uitermate spannend met een aanstekelijke groove . Ongelofelijk mooi om te zien .
Iets apart en uniek dus ! Hij hangt door z’n bezwerende zweverige  zangstijl , ergens tussen Eddie Vedder en Sting . Hij beklemtoont de aboriginalsfeer, wat hem trouwens heel nauw aan het hart ligt. Hij kreeg het jong vrouwvolk letterlijk aan zijn voeten en elke tempowisseling werd op gejuich onthaald. Ergens middenin predikte hij het zinnetje “Belgium one love”!. Zelf was hij onder de indruk en op het eind had hij tekstvellen positieve boodschappen : “For the future , we hope peace, balance & harmony » ! . « Fortune teller », « The mother » en een eigen bereid « Buffalo soldier »  waren maar een paar hoogtepunten . Ook hij mag wel eens uitgenodigd worden op het Festival Dranouter

Ook de set van de Kameroense Andy Allo is ons niet ontgaan. Zij bracht ons terug naar de tops van Sly & The Family Stone en Prince . Niet voor niks maakte ze deel uit van de New Power Generation. Haar dampende funk en retrosound werd smaakvol ontvangen . Een aangename ontdekking.

Spijtig genoeg konden we maar een deel van het concert checken van Maceo Parker . Hier sierde ‘Funky Town’ . Hij is één van de belangrijkste exponenten van funk , soul en r&b,  gerespecteerd door James Brown, George Clinton en Prince . Hij werd geruggensteund door een groots combo, die hun instrumenten lieten spreken ; ademruimte was er voor de blazersectie en de altsax van Parker himself . Fris , aanstekelijk en groovy dansbaar klonk het materiaal ; weliswaar voor een halfvolle tent , want een groot deel was intussen naar de main’Titan’stage om Macklemore & Ryan Lewis aan het werk te zien …

Macklemore & Ryan Lewis
… Tja , we kunnen er niet omheen , een overrompeling noteerden we voor deze ‘hippe’ hiphoppers, die al een paar aanstekelijke , twinkelende singles uithebben, « Same love », «  Thrift shop » en « Can’t hold us » door hun rhymes & beats. Eén plaat is al meteen genoeg om het publiek voor zich te winnen . Hun gig op Belgische podia was er eentje van show en feestje bouwen. Het ging erin als zoetenkoek voor een dolenthousiast publiek. Met drie waren ze, soms aangevuld met een tweede vocalist . Ze deden het plein daveren . Ook al wordt er na elk nummer , telkens lang ingeleid, even de vaart uit genomen , het gaat bij hen verder dan ‘bitches , fucks , gin & juice’ , door hun interactie met het publiek , de humor, de show en het entertainment. Met een knipoog naar The Streets ! Op één van de singles deed Lewis  een bontmantel van een fan aan, en komt hij intussen op voor gelijke rechten … Macklemore & Ryan Lewis was een hiphopsensatie met vele gezichten, energiek, levendig en dynamisch, die CC, het eerste zomerfestival, wist te veroveren . Hier ging iedereen uit de bol en dit was het feestje dat niemand vanavond wou missen. Deze set kan maar een boost geven voor hun komend concert in Vorst Nationaal.

Na het vuurwerk kon het dansminnende publiek uitwaaien en
de nacht ingaan op de partygrooves van het Franse Birdy nam nam , vier draaitafelvirtuozen. Ze waren druk in de weer aan de knoppen , met effects en scratches; Een stuwende en pompende potpourri van electro, trance, house en beats hadden we. Yiihaai .

Maar zij die uit hun dak gingen op die beats’n’pieces van Birdy nam nam vergaten de verrassende set van de Joods –Amerikaanse Matisyahu. Hij was eerder al twee keer te zien in een uitverkocht Depot, heeft een sterke fanbase en stond al een paar jaar op de wishlist van de CC organisatie . Zonder baard , krullen en bril kregen we een gevarieerde set van reggae , dub, hiphop en ska  in een religieus kleedje .
Matisyahu moest met z’n band  wat op dreef komen , vandaar een eerste wat makke deel, waarbij de klemtoon kwam op de ‘Matisyahu luistersong’ , maar toen een tweede MC hem kwam vervoegen , werd het tempo hitsend, gedreven, strakker, en kregen we een snedig, dansbaar happy tweede deel van vlotte reggae/hiphop zonder al te veel geëxperimenteer. Kleppers als « Jersualem , « King without a crown » en « One day  zorgden voor het nodige enthousiasme bij publiek en band. Even later hadden we een plotse stagedive van Matisyahu, schudde  hij handjes met de eerste rijen en ervaarden we een ‘unity’ gevoel .
Set van twee gezichten , best geslaagd en op die manier mooi om CC af te sluiten !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel   

Couleur Café 2013 - vrijdag 28 juni 2013 - Regen tempert toch enigszins de sfeer op dag één

Geschreven door

Couleur Café 2013 - vrijdag 28 juni 2013 - Regen tempert toch enigszins de sfeer op dag één
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

De festivalzomer wordt traditioneel  afgetrapt met Couleur Café. De organisatie was uitermate tevreden dat dit weekend ruim 82000 bezoekers waren afgezakt naar Tour & Taxis voor de 24stre editie van Couleur Café. Een absoluut topjaar!
Het wereldmuziekfestival staat al jaren garant voor een sfeervol en kleurrijk multicultureel, meerdaags festival; een mix van muziekgenres uit alle windstreken, een gemoedelijke sfeer, en niet te vergeten fijne randanimatie, dans(workshops), geschminkte kindersnoetjes,  fanfares, verfrissende cocktails en een fantastische ‘Palais du BienManger’ (met meer dan 50 world food keukens) om U tegen te zeggen .

Verder werd echt naar gestreefd om toch zo toch zoveel mogelijk aan moeder Aarde te denken met biologisch afbreekbaar afval.

En op de koop toe een spectaculair vuurwerk … Doe het hen maar na …

In de kleurrijke affiche waren een reeks toppers te noteren , die een diverser, breder en ook jong publiek voor zich wisten te winnen.
Een ontspannend , relaxt gevoel , tropische gezelligheid, een goede vibe, samenhorigheid , solidariteit en de zin voor feestje(s) bouwen zijn sterke ingrediënten.

Veel jongeren kwamen nu de eerste examenstress van zich afschudden. Terwijl wij ons door de vrijdagavondspits werkten, mochten The Congos het hoofdpodium openen. Tegen dat we een parkeerplaats gevonden hadden en op de Tour & Taxis site aangekomen waren, was Trixie Whitley in de Univers tent ook al door de hoofdmoot van haar optreden, we konden nog net inpikken bij “Need your love”. dEUS – bassist Alan Gevaert deed mee vanavond, zij het met een hand gedeeltelijk in de plaaster en Whitley wist te overtuigen met het bereik van haar stem en de stevige gitaarsound: Anna Calvi heeft er een Amerikaans/Belgische tweelingzus bij.

Aloe Blacc, de Californische neo-soulman, is momenteel nog aan zijn derde album aan het schaven, en of hij vanavond veel nieuwe nummers bracht weten we niet, maar dat hij het beste optreden van de eerst festivaldag gaf, dat weten we wel. Zijn begeleidingsband, een bende blanke snuiters, haalde niet het niveau van bijvoorbeeld The Dap Kings , en het geluid op het grote Titanpodium was ook niet altijd perfect, maar de stem en het charisma van Aloe Blacc compenseerden dat ruimschoots. Blacc deed ons het fileleed vergeten met “No traffic jam”, nam ons daarna mee naar “Downtown”, en we konden het alleen maar volmondig beamen toen hij “You make me smile” bracht. Aloe Blacc bracht soul, maar vergat ook zijn hiphopverleden niet. Hij nodigde het publiek uit tot dansen, zoals in het Afro-Amerikaanse tv programma ‘Soultrain’ en zijn band zette een jam in.  Na “Love is the answer” en “Make me young”, was het tijd voor Blacc zijn twee hitsingles: “I need a dollar” werd op een luid herkenningsapplaus onthaald door de jonge meisjes die rond mij stonden, en nodigde iedereen uit om foto’s van zichzelf met Blacc op de achtergrond te nemen, waarna “Loving you is killing me” Amy Winehouse in herinnering bracht. Een topoptreden van deze erfgenaam van Sam & Dave.

Tijdens het optreden van Blacc begon het te druppelen, en de regen zou vanavond alleen maar verergeren, wat toch wel een domper zette op de zomerse sfeer die Couleur Cafe toch nodig heeft. Gelukkig waren er de exotische eetstandjes in de overdekte hal van Tour & Taxis,  die bijna even belangrijk zijn als de bands die Couleur Café presenteert: iedere etnische groep die Brussel rijk is was hier present, culinaire ontdekkingen uit de vier windstreken met standjes uit onder meer Tibet, Congo,Japan, Togo, Kameroen, Colombia of Jamaica, om er maar een paar te noemen.

Nneka, de Duits-Nigeriaanse zangeres, moest ook met de regen afrekenen. We zagen ze in 2010 al eens op Couleur Café, ze was minder militant dan toen, geen aanklacht tegen de corrupte Nigeriaanse politici deze keer, maar wel de gekende mix van hiphop, soul en reggae, met als toetje het hitje “Shining star”. Nneka had een gitaar zonder klankkast mee, in haar akoestische nummers zakte haar set wat in, maar een integere en spirituele dame is ze zeker.

De regen dreef ons terug naar de beschutting van de Univers tent, waar de Fransen van Skip the use de tent in lichterlaaie aan het zetten waren. We begrepen eigenlijk niet goed waarom, de Franse punkrockers rond zanger Mat Bastard, hadden veel présence, maar weinig goeie songs, en brachten een onwaarschijnlijk slechte mix van Amerikaanse punkpop, electro, Bloc Party, en godbetert Boysbandmuzak. Denk Foster the people, maar dan zonder de goeie composities. In Frankrijk slaan ze soms wel eens de bal mis bij het ondersteunen van de locale scene.

Wij dus naar het Move podium, voor La Makina Del Karibe, en dat was stukken beter. Dit Colombiaans zestal speelt Latino muziek die op de heupen mikt, maar meer is dan het behang voor je Caribische cocktailparty. Dus naast de vele papi-kreetjes, kregen we ook een heel interessante mengvorm tussen latino en Afrikaanse rumba: de gitaarloopjes klonken heel Afrikaans, en er zat ook een heel erg hoge en afwijkende fluittoon in de mix, een beetje zoals de electrische satongé, de eensnarige gitaar die ze bij Staff Benda Bilili zaliger gebricoleerd hadden.

Couleur Café programmeert ieder jaar wel een commerciële publiekstrekker, drie jaar geleden was dat Snoop Dogg. Dit jaar kregen we Wyclef Jean, ex-Fugees. De man heeft zich de laatste jaren vooral als presidentskandidaat voor Haïti en als producer geprofileerd, het was al een tijdje geleden dat we nog een noemenswaardig album van hem hoorden passeerden. Onze lage verwachtingen werden spoedig bevestigd: heel vroeg in de set deed Wyclef’s ode aan Bob Marley pijn aan de oren, zijn zangstem is toch wel heel beperkt in “911” meende hij dat het nodig was om Jimi Hendrix gewijs een gitaarsolo achter het hoofd en met de tanden te brengen en verder bracht hij een medley die we van Les Truttes op de Bierfeesten wel kunnen appreciëren omdat die het zo verdomd professioneel kunnen brengen, maar die hier totaal niet in verhouding stond tot de ongetwijfeld stevige gage die Wyclef Jean hier kwam opstrijken voor een medley die Studio Galaxie met veel meer soul en gevoel door de boxen doet spatten: als je op tien minuten een hees “Guantanamera”, een flard  “Fugee La”, “, House of Pain’s “Jump around”, Nirvana’s “Teen spirit” en Shakira’s “Hips dont lie” hoort passeren, en Jeanke hoort beweren dat hij materiaal voor zes uur heeft ipv de zestig minuten die hem maar toebedeeld werd, denk je “Gast, speel eens een volledig nummer”. En van Marley’s “Redemption song” moet je afblijven, ook al kom je uit Haïti.

We hadden veel verwacht van Neneh Cherry & Rocket Numbernine, maar de regen bleek een grote spelbreker. Wij hadden ons geposteerd onder de gaanderij, maar zelfs daar drupte de regen door het geklasseerde dak . Cherry, negenveertig  en  grootmoeder, droeg nog altijd haar baskettrainers zoals in de late jaren tachtig, maar liet vanavond al haar hits liggen: geen “Buffalo stance”, geen “Manchild” of “Seven seconds”, maar wel partituren op een katheder, en een drummer en keyboard speler die vrij donkere triphop meets jazz brachten, waarbij Cherry’s stem in de zachtere passages niet altijd even stevig klonk. Op plaat is het wellicht superspannend, in de trant van Massive Attack, maar de regen die nu met bakken uit de hemel viel, joeg het publiek weg, zodat er op het einde maximaal nog 100 man voor het Move podium stonden.

De eerste avond werd afgesloten met een Faithless DJ-set van Sister Bliss en een over de nummers rappende Maxi Jazz, in Faithless klassiekers als “We come one” was er wel een goeie respons, maar het was toch niet meer de Faithless die ooit kleine aardbevingen veroorzaakte op Werchter. Daarvoor regende het wellicht te hard in de bekers bier of de mojitos en was de Tour & Taxis vlakte in een modderpoel herschapen. Wij waren toe aan droge kleren, gelukkig zou het de rest van het Couleur Café weekend beter weer zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel    

Leonard Cohen

Leonard Cohen –– Een onkreukbare live-reputatie met oude ideeën

Geschreven door

Toen na een afwezigheid van 15 jaar de Canadese zanger-liedjesschrijver, bard, troubadour en poëet Leonard Cohen in 2008 brak met het voornemen om nooit meer op te treden en aankondigde opnieuw te gaan touren, was dit ingegeven door dwingende noodzaak omdat zijn toenmalige manager Kelley Lynch er met zijn fortuin vandoor was en hij aldus zijn pensioenkas diende te spijzen. In tijden van aanhoudende dalende platenverkoop leek het geven van concerten de enige optie op een gegarandeerde positieve return te zijn.

Minder cynisch is Cohen door de penibele omstandigheden niet geworden maar op een of andere manier gaf het zijn populariteit een extra boost. Overal waar hij sindsdien aantreedt, gebeurt dit voor uitverkochte zalen en aan dat succes lijkt vooralsnog geen einde te komen. Zijn vorig jaar verschenen album ‘Old Ideas’ prijkte in heel wat landen op de eerste plaats en de daaraan gekoppelde tournee met telkenmale sets van nooit minder dan drie uur, mocht opnieuw rekenen op alom lovende recensies waarbij de vraag naar tickets het aanbod menigmaal overtrof.

Qua concerten werden de Belgische fans van Cohen de voorbije maanden enorm in de watten gelegd. Zo viel vorige zomer de eer te beurt aan Gent om de première van de ‘Old Ideas World Tour’ te verzorgen. Waar het aanvankelijk de bedoeling was twee openluchtconcerten te laten plaatsvinden in het fraaie kader van het Sint-Pietersplein, werden het er uiteindelijk vijf (!) nadat de tickets voor de eerste twee avonden binnen enkele minuten de deur uitgingen. Wie er bij was, zal het zich nog lang heugen en de mond-op-mond reclame begon zelfs mythische vormen aan te nemen. Gelukkig dus dat amper tien maanden later Cohen tijdens het tweede luik van de tournee ons land opnieuw verblijdde met twee concerten, namelijk in het Antwerpse Sportpaleis (23/06) en Vorst Nationaal (30/06), zodat degenen die toen geen stoeltje in de Arteveldestad konden bemachtigen, niet al te lang dienden te treuren en zelf konden checken  binnen welk niveau de waarheid zich situeerde.
En de honger naar beschikbare tickets bleek nog steeds verre van gestild want ook deze twee avonden waren - enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten - in sneltempo uitverkocht.

Dat het sfeervolle en gezellige Sint-Pietersplein deze keer moest plaatsmaken voor de kille aanblik van betonnen constructies leek op papier een nadeel maar dit voorbehoud verdween afgelopen zondag in Vorst Nationaal onmiddellijk bij het doven van de lichten en bij het inzetten van de opener van de set, « Dance Me To The End Of Love ». Meteen werd duidelijk dat waar het merendeel van de artiesten hun tanden stukbijten op vervelende echo’s en holle klanken in deze muziektempel, dit geen obstakel bleek te zijn voor Cohen en zijn team. Hij beschikt over technici op topniveau want zij slaagden er in om alles loepzuiver te laten klinken. Iedere zucht, iedere aangeslagen gitaarsnaar of ingedrukt klavier van het orgel kon men als toeschouwer onmetelijk gedetailleerd horen alsof men zich op het podium naast de muzikanten bevond. Voorwaar een huzarenstuk.
Maar ook de negen ervaren muzikanten die Cohen sinds enkele jaren in min of meer vaste bezetting begeleiden, lieten zich niet onbetuigd en onderstreepten nogmaals uiterst getalenteerd te zijn. Ze zetten een vlekkeloze, tot in de puntjes verzorgde instrumentatie neer.
Geregeld kregen ze ook de mogelijkheid aangeboden om zich solo in de kijker te spelen en werden ze – ook fysisch - in de schijnwerpers geplaatst (waarbij Cohen zich in alle bescheidenheid terugtrok in een donker plekje op het podium). Gitarist Mitch Watkins mocht aan « The Future » een extra bluesy cachet geven waarbij hij zijn gitaar deed klinken alsof Robert Cray plots was opgedoken. Ook « Bird On A Wire » dompelde hij onder in de blues waarbij de Hammond B3 van Neil Larsen en de vocalen van de zangeressen Sharon Robinson en Charley en Hattis Webb (The Webb Sisters) net als tijdens « Everybody Knows » voor een mooie aanvulling zorgden. Javier Mas voorzag via luit « Who By Fire » van een uitgebreide prachtige Spaanse intro en mede door het verfijnde drum- en baswerk van respectievelijk Rafael Gayol en Roscoe Beck toonde « Darkness » een nauwe verwantschap met het latere werk van Nick Cave die overigens nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat Cohen een belangrijke inspiratiebron voor hem is geweest (zie onder meer hoe hij ooit « Avalanche » naar zijn hand zette op zijn album ‘From Her To Eternity’). De schitterende vioolvirtuoos Alexandru Bublitchi tenslotte slaagde er in om via « Lover, Lover, Lover » (het enige moment trouwens waarop Cohen de indruk gaf te worstelen met het hogere ritme en dito vocalen) een zomerse bries door de zaal te laten waaien.
Hoewel met het verstrijken van de jaren Cohen’s stem grommend en nóg donkerder geworden is en aldus meer en meer geschikt lijkt voor ‘spoken word’ (tijdens zijn voordracht uit het poëtische « A Thousand Kisses Deep », louter met behulp van spaarzame en sferische klanken bijgestaan door Neil Larsen, kon men bijvoorbeeld een speld horen vallen in de zaal) gaf dit nooit aanleiding tot eentonigheid mede omdat Cohen zo uitgekiend is om de vocalen van de drie zangeressen als tegengewicht te gebruiken voor de zijne en dit met elkaar te laten correleren. Bovendien kregen ook de drie vrouwen in het gezelschap hun gloriemomenten toebedeeld. Robinson mocht bij « Alexandra Leaving » de hoofdrol voor haar rekening nemen en The Webb Sisters stuwden « If It Will Be Your Will » met hun engelenstemmen en zichzelf louter begeleidend op akoestische gitaar en harp, tot eenzame hoogte.
Zelden of nooit hebben wij een wereldster met een muzikale erfenis als Cohen trouwens zo uitvoerig zijn muzikanten en crew (inclusief geluids- en lichttechnici, webdesigner, e.d.m.) zien danken. Hij nam meermaals letterlijk en figuurlijk zijn hoedje (een fedora) voor hen af of maakte daarbij een knieval. Ook het aandachtige, respectvolle tot zelfs adorerende publiek werd geregeld in deze dankbetuiging betrokken.
Zoals te verwachten vielen er tijdens het concert geen verrassingen te noteren – of het zou het Franstalige « La Manic », een cover van Georges Dor, moeten zijn.
Cohen heeft nog steeds lak aan voorprogramma’s of speciale effecten. Meer dan een gordijn op de achtergrond en twee beeldschermen aan de zijkant van het podium waren er in dat opzicht niet te bespeuren. Het spektakel moet van hemzelf en zijn begeleidingsgroep komen.

Verder waren alle vertrouwde ingrediënten aanwezig: Cohen met fedora op het hoofd stak in een onberispelijk grijs pak (net als de rest van de crew); de setlijst bleek in vergelijking met voorbije jaren opnieuw nauwelijks of niet gewijzigd en bevatte een afwisseling tussen klassiekers en nieuwer werk; de inhoud van de bindteksten bleef nog steeds intact en werd op dezelfde momenten uitgesproken (met de woorden “Thank your for climbing so high” verwelkomde hij de toeschouwers in de nok van de zaak, bij de opening van het tweede deel van de set begroette hij het publiek met “Thank you for coming back” en haalde hij tot grote hilariteit bij « Tower Of Song » wat grapjes uit door schijnbaar onbeholpen op de synthesizer te tokkelen). Alles is sinds jaren vooraf duidelijk ingestudeerd en wordt volgens een strak schema uitgevoerd.
Daartegenover staat dan weer dat het gebodene van een zodanige kwaliteit is dat het nooit minder dan prachtig of subliem is. Hoogtepunten opsommen heeft in dit geval dan ook geen nut maar wat ons betreft, gingen de ereprijzen tijdens de twee reguliere delen van de set behalve naar de eerder vermelde  « Who By Fire » en  « Darkness », ook naar « Suzanne », « Sisters Of Mercy » (waarbij Cohen de akoestische gitaar ter hand nam en een verwijzing maakte naar zijn folkverleden) en zijn bewerking van het verzetslied « The Partisan » (dat  ook na ruim vier decennia van een absolute klasse getuigt). « Hallelujah » toonde dan weer aan dat ongeacht de vele coverversies, het patent om een dergelijk nummer te schrijven en componeren louter bij Cohen zelf berust.

Ook de toegiften verdeeld over drie rondes, waren stuk voor stuk om van te smullen.
Het massaal meegezongen « So Long, Marianne » bleek opnieuw dé publiekslieveling (waarbij Cohen de toehoorders dankte met de woorden “Thanks for the help”), het (zelf)relativerende « Going Home » uit het nieuwe album (waarbij God Cohen aanspreekt als een “Lazy bastard living in a suit”) ontpopte zich door mooie samenzang en een extra instrumentale invulling tot mogelijke klassieker in wording terwijl met « First We Take Manhattan » stevig en uptempo werd uitgepakt.
De tweede bisronde met « Famous Blue Raincoat » (Cohen op akoestische gitaar), het eerder vermelde « If It Be Your Will »  en een gezwind en ritmisch « Closing Time », was misschien zelfs nóg beter met drie voltreffers op rij.
Toen hij er nog maar eens een sprintje richting podium uitperste, hadden er al diverse toeschouwers de zaal verlaten om nog tijdig met het openbaar vervoer thuis te kunnen geraken maar de nog aanwezigen konden hun glimlach niet inhouden toen hij de openingswoorden van « I Tried To Leave You » zong (intussen liep de klok namelijk al tegen halftwaalf aan). En nog was het niet voldoende want het sluitstuk van deze avond werd gereserveerd voor het door Doc Pomus en Mort Shuman neergepende « Save The Last Dance For Me » (oorspronkelijk vertolkt door The Drifters in 1960).

Hoewel hij volgende september 79 jaar wordt, oogde Cohen bijzonder fit en vitaal (telkens hij het podium betrad of verliet, ging dit in huppel- of zelfs looppas en hij zong ook diverse nummers op zijn knieën). Of dit dan ook zijn allerlaatste tournee wordt, daar zal moeder natuur nog wel over oordelen maar wij hopen dat hij eindelijk met een voldaan gevoel van zijn welverdiend pensioen kan genieten.
Hoe het ook uitdraait, iedere aanwezige in Vorst Nationaal kon afgelopen zondagavond na een marathonsessie van ruim drie en een half uur (inclusief twintig minuten pauze tussen deel een en twee van de show) terugblikken op een prachtig concert dat ingetogen, geconcentreerd en met oog voor detail werd gebracht.
En dat allemaal ‘dankzij’ een te inhalige ex-manager …

Setlist :
Dance Me To The End Of Love / The Future / Bird On The Wire / Everybody Knows / Who By Fire / The Darkness / Amen / Come Healing / Lover, Lover, Lover / A Thousand Kisses Deep (voordracht) / Anthem
Tower Of Song / Suzanne / Sisters Of Mercy / Heart With No Companion / La Manic / The Partisan / Alexandra Leaving / I’m Your Man / Hallelujah / Take This Waltz
So Long, Marianne / Going Home / First We Take Manhattan
Famous Blue Raincoat / If It Be Your Will / Closing Time
I Tried To Leave You / Save The Last Dance For Me

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/leonard-cohen-30-06-2013/
Organisatie: Greenhouse Talent

Masters Of Reality

Masters Of Reality stoeien met heden en verleden

Geschreven door


Het Amerikaanse los-vast collectief Masters Of Reality rond frontman en gevierd producer Chris Goss wordt in kennerskringen wel eens doodgeknuffeld als peetvaders van de stonerrock, een reputatie die ze in eerste instantie hebben te danken aan hun titelloze debuut uit ’88. Dit album vol heavy bluesrock werd destijds ingeblikt door ene Rick Rubin, en heeft door de jaren heen een soort mythische status verworven. De plaat was zelfs geruime tijd onvindbaar, maar dat euvel is inmiddels verholpen. Dit voorjaar kondigde Goss immers aan dat zijn eersteling een digitale oppoetsbeurt had ondergaan, en om deze langverwachte reissue wat meer kracht bij te zetten doet de groep momenteel een aantal gigs op Europese bodem.

Enkele dagen na hun acte de présence op Pinkpop belandden Masters Of Reality afgelopen vrijdag diep in de West-Vlaamse polders ter hoogte van De Zwerver in Leffinge. De zaal zat allesbehalve afgeladen vol toen de Amerikanen van wal staken met “Always”, “Up In It” en “Absinthe Jim And Me”. Met dit openingstrio uit de recentste plaat 'Pine/Cross Dover'’, intussen ook al zo'n vier jaar oud, zetten Goss en zijn vier metgezellen meteen een bijzonder compact geluid neer. De strakke groove, de psychedelische tierlantijntjes en de diepe gebiedende stem van een in een zwart maatpak gevangen Goss klonken weliswaar meteen vertrouwd in de oren, toch misten we bij aanvang nog dat tikkeltje bezieling.
Wie Masters Of Reality al vaker aan het werk heeft gezien (Leffinge was intussen al onze zesde afspraak met Goss & co) weet echter dat de Amerikanen soms wat traag op gang komen. En kijk, drijvend op een gortdroge riff en heerlijke lalala's kreeg een snedig “Deep In The Hole” vervolgens de nodige beweging in de zaal, en ook de performer in Goss ontdooide na een wat gereserveerde start. De imposante Amerikaan is geen veelprater, maar stond er toch op om “Doraldina's Prophecies” op te dragen aan zijn Belgische vrienden. Deze epische brok bluesrock uit het debuut van de Masters met Goss in de rol van enigmatische storyteller was meteen goed voor één van de eerste hoogtepunten van de avond. Ook “Rabbit One” behoorde tot die laatste categorie. Dit schijnbaar lome funky blues niemendalletje ontaardde in het soort jamsessie die je ook wel eens op een live plaat van Cream of Ten Years After met open mond en trillende trommelvliezen kan aanhoren.

Net als tijdens vorige passages werd ook nu midden in de set een akoestisch intermezzo ingelast. Het publiek mocht even op adem komen, en Goss kon bewijzen over wat voor een fantastisch strot hij beschikt. Enkel vergezeld van oudgediende John Leamy, die zijn drumkit eventjes inruilde voor een akoestische gitaar of een soort speelgoedorgeltje, waagde Goss  zich met succes aan de fraaie kampvuurliedjes “Lookin' To Get Rite”, “Hey Diana” en “Jody Sings”.
Het publiek had intussen door dat er niet onmiddellijk nieuw werk zat aan te komen, maar nam genoegen met de 'best of' selectie die Goss zorgvuldig had samengesteld. Daar hoorden uiteraard ook klassieke album tracks als “Third Man On The Moon”, “100 Years (Of Tears On The Wind)” en “It's Shit” bij, maar allen verzonken ze in het niets toen het alles overtreffende “The Blue Garden” verrees uit de psychedelische gitaarbrij die Goss en diens sidekick Dave Catching even tevoren uit hun mouwen hadden geschud.
Na een welverdiende nicotineshot kwamen Goss en zijn maats tijdens de encores op de proppen met nog meer fraais. De brombeer in kwestie zal het misschien niet graag horen, maar ook zonder Mark Lanegan kon de boogierock van “High Noon Amsterdam” moeiteloos overtuigen. Ook rakelden de heren voor het eerst sinds heel lang nog eens de dronkemansblues “The Eyes of Texas” op, voor de gelegenheid opgedragen aan ZZ Top’s Billy Gibbons. Helemaal op het eind kondigde Goss doodleuk alsnog een nieuwe song aan, die hij en zijn maats amper een paar uur tevoren in elkaar hadden gebokst. Het resultaat, “It All Comes Back To You”, bleek een potige rocker zonder veel franjes die alleszins doet uitkijken naar een nieuwe plaat van Goss & co.

Die ene nieuwe song kon uiteraard niet verhullen dat vanavond vooral een gevoel van nostalgie de bovenhand haalde. Wie echter de jongste worp van Queens Of The Stone Age onder de loep neemt komt meermaals uit bij de psychedelische powerblues van de Masters. De meester en de leerling lijken dus wel voor eeuwig tot elkaar veroordeeld... we kennen parabels die een pak slechter aflopen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/safi-28-06-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/masters-of-reality-28-06-2013/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

Cat Power

Cat Power - In aanvaardbare doen

Geschreven door

Het getuigt van lef om optredens te openen met je bekendste nummer. Charlyn Marie Marshall a.k.a. Cat Power is blijkbaar al terug uit de put aan het kruipen waarin ze een half jaar geleden belandde t.g.v. faillissementsperikelen.

Ze durfde haar set in een uitverkochte Ancienne Belgique immers te openen met “The Greatest”. Deze instant-klassieker kreeg een heel traag opgebouwde versie mee: eerst beheerst gitaargetokkel, nadien subtiele aanvullingen door de bassiste en keyboardspeler en uiteindelijk almaar heviger slagwerk van de dame die aan het drumstel had plaatsgenomen. De van kort (geblondeerd) haar voorziene ster van de avond bleek redelijk bij stem en gaf een naar haar normen redelijk nuchtere indruk, iets wat bij de wisselvallige zangeres niet altijd evident is. Het sfeervolle openingslied klokte af op 10 minuten waarna ze het tijd vond om zich te excuseren voor de annulering van het concert dat eind vorig jaar had moeten doorgaan.
Het met elektronica gepimpte “Cherokee” liet de nieuwe wind horen die Cat Power op haar recentste plaat binnenliet, iets wat visueel ondersteund werd door de op de achtergrond geprojecteerde wolken. Een geslaagd eerste kwartier dus, maar het gitaarspel van de frontvrouw tijdens het daaropvolgende “Silent Machine” was niet echt om over naar huis te schrijven. Gelukkig had ook de keyboardspeler een gitaar omgord zodat haar gepruts bedolven raakte onder zijn meer bedreven spel. Daar waar “Manhattan” nog een beetje onderhoudend was, al was het maar o.v. de beelden van maquettes van Manhattan op de achtergrond, werd tijdens “Human Being” en “King rides by” duidelijk dat het vijftal op het podium niet echt overliep van enthousiasme. Zou het daaraan gelegen dat een toeschouwster flauwviel? Had ze gehoopt om in de buurt van het podium kracht te kunnen putten uit de energie die je verwacht van iemand die haar laatste plaat ‘Sun’ doopte?
Net toen we begonnen te vrezen dat dit opnieuw één van die mindere concerten van Cat Power ging worden, werden echter ook wij van de sokken geblazen middels een breekbare versie van “Bully”. Een magnifiek hoogtepunt dat op zich al sterk genoeg was om dit voor het overige vrij middelmatige concert toch nog als oké te bestempelen. Het gebonk in de intro van “Angelitos Negros” duurde net iets te lang om niet op de zenuwen te beginnen werken en tijdens “Always on my own” dwaalde onze aandacht meer af naar de brullende gorilla die op de achtergrond te zien was dan op de muziek zelf gefocust te blijven. Ook het feit dat we tijdens “3 6 9” meer in de ban waren van de hiërogliefen die geprojecteerd werden dan van Miss Marshall zelve is een teken aan de wand…. Alhoewel we moeten toegeven dat niet enkel de Egyptische figuurtjes op het grote scherm aan het ‘shaken’ waren.
Het ook zonder de achtergrondvocalen van Iggy Pop zeer bezwerende “Nothing but Time” herinnerde ons eraan dat ‘Sun’ een mooie aanvulling is van het oeuvre van Cat Power. Op het einde meenden we zelfs iets van een overslaande vonk te mogen ontwaren. Meer nog, een deel van het voor het overige vrij tamme publiek bleef na afloop van dat lied nog een tijdje ritmisch meeplakken.
Met “Metal Heart” werd daarna teruggrepen naar ‘Moon Pix’, de eerste van de twee coverplaten die Cat Power reeds op haar naam heeft staan. Het van The Boys Next Door (later tot The Birthday Party omgedoopte) geleende “Shivers” werd gelardeerd met flarden van “Never Tear Us Apart” van INXS. Erg geslaagd klonk die mix niet, dit in tegenstelling tot de machtige gitaarsolo die een geknielde Gregg Foreman tijdens dat lied ten berde bracht. Dankzij “Peace & Love” en “Ruin” werd er nog een mooi slot gebreid aan een anderhalf uur durend concert dat degelijk maar - met uitzondering van “Bully” - zeker niet subliem was.

Iedereen was het er na afloop over eens dat Cat Power er deze keer geen zootje van gemaakt had. Voor sommigen volstaat dat al om meteen van een echt goed optreden te spreken. Zo ver willen en kunnen wij het echter niet drijven. Het was oké, niks meer en niks minder.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/cat-power-26-06-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/mayas-moving-castle-26-06-2013/

Organisatie : Ancienne Belgique, Brussel

Pere Ubu

Pere Ubu – Cultband is na meer dan 30 jaar nog steeds springlevend

Geschreven door

Pere Ubu is een belangrijke naam in de muziekgeschiedenis. De band is nochtans niet zo bekend, maar wanneer Pere Ubu over de tongen gaat, wordt vaak vermeld wat voor invloed deze groep heeft gehad op andere muzikanten. David Thomas en de zijnen maken experimentele new wave en postpunk muziek, met een gezonde dosis humor. De bezetting van de band is in de loop der jaren enkele keren gewijzigd, maar Thomas blijft nu al meer dan dertig jaar het stuur stevig in handen houden.
Onlangs nog bracht Pere Ubu na zeven jaar windstilte het studioalbum ‘Lady from Shangai’ uit. De bandleden speelden tijdens de opnames daarvan hun partijen in zonder die van hun collega’s te horen, waardoor elk lid naar hartelust kon improviseren. Tijdens hun huidige tour spelen ze dan ook voornamelijk nummers van dat album aangevuld met materiaal van ouder werk.

Ondanks de lovende kritieken van muziekkenners, die Pere Ubu vaak in één adem noemen met groepen zoals Talking Heads en XTC, was de opkomst in de Balzaal van de Vooruit beperkt. Slechts een honderdvijftigtal mensen was komen opdagen, waardoor de band voor een halflege zaal moest spelen. Die lieten het zich echter niet aan hun hart komen en met het catchy “Love Love Love” werd de set geopend. Opmerkelijk was dat David Thomas een mapje had meegenomen waarin alle teksten zaten. Zelfs bij een klassieker als “Modern Dance” – de titeltrack van het debuut – greep hij terug naar zijn schrijfsels. Omdat hij ook nog eens neerzat gaf de groep een statische indruk op het podium. Gelukkig maakte Thomas met zijn gevoel voor humor en droge observaties veel goed. Hij stak onder meer de draak met het vrouwelijk volk en met Bon Jovi, maar ook met zichzelf. Ook opmerkelijk was de theremin, het elektronisch instrument dat één van de bandleden bediende. Zonder het aan te raken, creëerde hij door het bewegen van zijn vingers een unieke sound, die deed denken aan een krijsende viool.
Origineel is Pere Ubu zeker en vast. Ook met de songstructuren ging de band creatief aan de slag. Vaak leek er geen lijn in de songs te zitten, maar gelukkig was daar dan steeds weer Thomas die met zijn stem de puzzelstukjes aan elkaar lijmde.

Wat we cadeau kregen van deze legendarische band, was een goed optreden dat we even moesten laten bezinken achteraf. En ga nu allemaal stante pede dat debuut ‘The Modern Dance’ gaan luisteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 631 van 964