logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_09
Suede 12-03-26

Calexico

Calexico – Four seasons in one gig

Geschreven door

‘Four seasons in one gig’ … Heerlijk wat Calexico , het collectief uit Tuczon , Arizona, presteert , een twee uur durende set van maar liefst 22 nummers, ‘vier seizoenen’ in een stemmige tune gebundeld in de sferen van de spaghetti westerns van Sergio Leone – de sounds van Morricone en de kenmerkende beelden van Tarentino; beelden van stoffige kleding, pistolen in de holsters , stoppelbaarden , zweetparels op het aangezicht, spek en bonen , een saloon bar, dampende lijven, mooie Claudia Cardinale vrouwen , whisky’s, tequila’s,  mosquito’s, ruige taal, goudkoorts en met een zwerversbestaan aan de grens Mexico – VS, flitsen voorbij …

Calexico , rond Joey Burns (zang, gitaar, bas) en John Convertino, is ‘back’ en heeft na vier jaar een nieuwe plaat uit , ‘Algiers’ , die verwijst naar een wijk in New Orleans. Het duo deed beroep op de Spaanse gastzang van Jairo Zavala en de Mexicaans klinkende trompet van Jacob Valenzuela, en dat zorgt ervoor dat hun kleurrijke, warme rootsamericana een zuiderse Cubaans/Mexicaanse tintje krijgt; een soort exoticapop, gezien hun broeierige sound doorspekt wordt met streepjes mariachi/latino, tex-mez , jazz en folk.
Latijns-Amerikaanse tunes die een sfeer en cultuur van dans, feest en vriendschap bieden, of van hoop , verlangen , maar ook eentje van wantrouwen , indringende, starende blikken, nostalgie en weemoed. Een uniek beleven voor hun muziek die nog een extraatje kreeg door de kermissfeer op het pleintje aan het Depot.
En de heren van Calexico hadden wel 5 muzikanten  mee, waarvan een Zuiderse  blazerssectie , keys, toetsen, xylofoon , accordeon , steelpedal , naast de traditionele gitaar, bas en drumpartijen; de dromerige zang van Burns en de typische Spaanse zang borrelden en tintelden.
We hoorden een klasseband die de verschillende stemmingen op ongedwongen wijze samenbracht in een reeks sfeervolle, dromerige, broeierige  en aanstekelijke songs . In de eerste songs “Epic”, “Across the wire” en de huidige single “Splitter” viel er al meteen, door de grooves, dynamiek en opwinding te noteren. De eerste danspasjes werden gezet . Maar Calexico is ook groots door hun doorleefde americana, gebed in een melancholiek sausje als op “Roka” en “Para” .
De goed op elkaar ingespeelde band creëerde een intense spanning en deed de temperatuur in het Depot stijgen . Het materiaal werd op bezielde wijze gebracht, soms ingehouden en was subtiel uitgekiend . We voelden de vibes door de ruimte die het instrumentarium kreeg. We werden heen en weer gewiegd door de kenmerkende lichte ‘waves’ van “Dead moon” , “Minas de cobre”, Ballad of Cable Hogue  en “No te vaya”, naast de aanstekelijke ritmes van een “Fortune teller” en “Algiers”. In één van hun  instrumentale nummers sijpelt bluegrass door. Op de groove van “Alone Again or” en het afsluitende “Puerto” kon je niet omheen een Mexicaans dansje en drankje.
Ze maakten hun set compleet door deels een feestje met The Dodos (support act) op te bouwen , “Little black egg” en “Guero canelo” ; beeldend klonken ook een  “Sunken waltz” en “Crystal frontier”, de doorbraak single naar het grote publiek, en met een knipoog naar onze Buscemi . En dan kon je met een reikende hand besluiten met het innemende, breekbare  “Vanishing mind”, ideaal in het decor van de laatste sneeuwvlokjes in februari!

Een uitermate genietbare avond hadden we met de exoticapop van Calexico, die intimiteit, weemoed bundelde en uitnodigde tot een swing en danspas . Tot op Couleur Café & Cactusfestival o.m.!

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar)) en Logan Kroeber (drums/zang) hadden  een vijftal jaar terug iedereen mee met hun debuut ‘Visiter’ ,  een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long. Het creatieve, intens aanstekelijke gitaargetokkel, het slagwerk en de subtiele synths en geluidjes maakten die sound uniek.
Momenteel klinkt het allemaal minder rauw , scherp , aanstekelijk en beklijvend . De twinkelende,  broeierige catchy ritmes zijn er wel deels , maar hebben niet meer ‘die fond’ van vroeger . Fijn setje van een goed half uur , maar écht ook niet meer …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-dodos-23-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/calexico-23-02-2013/

Organisatie: Depot, Leuven  

SX

SX - SX³

Geschreven door

Pomrad is het soloproject van Adriaan Van de Velde die in mei 2012 de EP ‘Vlotjes’ uitbracht. Gewapend met keyboards, sampler, synthesizers, keytar & talkbox brengt Pomrad hedendaagse elektronische muziek. Hij wordt ook wel eens de prins van de Antwerpse bass music of de Belgische Hudson Mohawke genoemd. De release van de nieuwe EP ‘This Day’ is voorzien in mei 2013 en komt uit op het Londense label Earnest Endeavours. Hoewel Pomrad geprezen wordt als artiest, kunnen wij ons niet achter deze lofzang scharen. Het is muziek waar geen gevoel bij komt kijken maar die eerder thuishoort na een nachtje stappen waar je zo delirisch bent dat de muziek die op de achtergrond speelt van geen belang is. Het podium leek alleen van hem terwijl het publiek als stenen pilaren stond te kijken naar deze one man show en stapvoets afdroop naar het café. Pomrad isn’t rad…

SX is een Belgische etherische indiepopgroep uit Kortrijk gevormd door zangeres Stefanie Callebaut, Benjamin Desmet op keyboard en gitaar en drummer Jeroen Termote. In 2009 konden ze op een nationale doorbraak rekenen met de single “Black Video” en hun debuutalbum ‘Arche’ volgde in 2012. ‘Arche’ werd geproducet door Ben H Allen III, wie in het verleden ook al samenwerkte met Gnarls Barkley, Animal Collective, MIA, Deerhunter,...

Ze speelden vorig jaar in het voorprogramma van niemand minder dan Yeasayer en zijn momenteel bezig met hun Benelux tour waar thuishaven de Kreun één van hun haltes was. Het concert was uitverkocht, net als hun toekomstige shows in Gent en Antwerpen. Een show met klasse, niet enkel op muzikaal vlak maar ook visueel stelen ze de aandacht door de reflectie van schakeringen van licht op een grote, zilveren schijf. De stem van Stefanie legt accenten op de beats die uit keyboard, drum en reverb gitaren vloeien variërend van sensueel, tot euforisch en melancholisch. Een stem die doet denken aan de hoogtes van Florence and the machine en de laagtes van Kate Bush, met een kracht die geen grens lijkt te kennen.
SX onderscheidt zich van andere popbands net door dit samenspel van explosieve popbeats en een uniek stemtimbre. Het concert kon nadien op positieve media aandacht rekenen in het VRT journaal.

Jammer dat het publiek SX niet het respect betuigde die ze verdienen. Velen vonden het noodzakelijk tijdens het concert bij te praten. Een factor die onnoemelijk storend is voor zij die de focus wel op de muziek willen richten. Artiesten als SX verdienen niet minder dan de volle aandacht…

Organisatie, Kreun, Kortrijk 

Unday Records Labelnight 2013 - Een intieme sfeer met een donker kantje

Geschreven door

Unday Records Labelnight 2013 - Een intieme sfeer met een donker kantje
Unday Records Labelnight
MaZ
Brugge
Unday Records Label vormt een onderdeel van N.E.W.S, een groter Gents gegeven. Onder dit label staat ook de hype van dit moment, Trixie Whitley. Dat het label een oog heeft voor vrouwen met talent werd vrijdagavond in de Magdalenazaal bevestigd. Op het menu stonden drie vrouwelijke singer-songwriters, de ene al wat bekender dan de andere.

Imaginary Family (Joanna Isselé) is voor velen waarschijnlijk bekend door haar single “The Bird Watcher”. Isselé gaf de aftrap met het intieme “Please stop staring” een nummer geschreven over een buurman als we haar mogen geloven. De toon van de avond was gezet, rustige muziek met een ietwat donker kantje, dit smaakte naar meer. Haar muziek kan ietwat vergeleken worden met deze van Love like birds, maar dan met muzikale teksten die je wenkbrauwen doen fronsen. Haar nummer “Mr. Pinguin” past hierbij goed in het plaatje, waarbij ze een verhaal zingt over een eenzame pinguïn. Doorheen de set werd het duidelijk dat Isselé veel belang hecht aan het beschrijvende karakter van haar teksten. Ze nemen je als het ware mee naar een droomwereld waar het verhaal zich ontspint voor je ogen en  jij niets anders  moet doen dan zitten en luisteren.  De set kende een sterke opbouw waarbij de driekoppige band ook af en toe wat explosief uit de hoek kon komen en het lo-fi folk gehalte af en toe doorbraken.

Hierna was het de beurt aan Blackie and The Oohoos. De knipoog van Imaginary Family naar een donkere achtergrond werd vanaf het eerste nummer ingezet door het openlijk staren naar de donkere kanten van het universum. “Song for two Sisters” is een meeslepend, mysterieus nummer dat goed zou thuishoren in een heksenfilm. De stemmen van de zussen Martha en Loesje Maieu vullen elkaar op een sublieme manier aan en tillen het sterke instrumentale nummer naar een hoger niveau. “Nemo” lijkt in eerste instantie te breken met de twee eerste nummers van de set, maar niets is minder waar. Ondanks de opgewekte muziek vertellen de teksten een ander verhaal. Ze trekken dezelfde lijn door naar het dromerige “Sad and Blue”. Met “Young Running” keert het tij in de set, dit vocaal sterk nummer kent een rustige opbouw en sleurt je langzaam mee in een explosie van goed gecomponeerde klanken. Ook het psychedelische in hun muziek schuwen ze niet, “Mistery boys” doet ons terug denken aan de Doors maar dan met vrouwen. Kortom Blackie and the Oohoos brengen een veelzijdigheid van muziek die hen wel past.

De afsluiter van de avond was Maya’s Moving Castle . Tot dan toe onbekend terrein voor
yours truly, een zware fout durf ik grif toegeven. Ann-Sophie Claeys brengt muziek dat neigt naar Bat For Lashes en The Knife. Muziek met een hoog droomgehalte dat fungeert als een lichtbaken in donkere tijden. De dromerigheid werd bevestigd tijdens “Pelleas & Mélisande”. De vrolijke muziek, aangevuld met de intrigerende stem van Claeys, deed menig mens in de zaal even naar adem happen. “Sky’s Blue” klinkt dan weer eerder poppy, waarbij de stevige drum het nummer draagt. Opmerkelijk was het gebruik van een marxofoon. Dit is een snaarinstrument waarbij hamertjes de snaren aanslaan. Dit instrument werd enkele keren gebruikt tijdens het concert en had een grote invloed op de melodie van de nummers. “Alas my love” was dan weer het compleet tegenovergestelde, dit eerder sober nummer werd gedragen door de cello en de stem van Ann-Sophie. “80’s Dream” deed ons terug denken aan Depeche Mode door de manier waarop de synthesizer een pertinente rol kreeg in dit nummer. Ook werd de zaal getrakteerd op “Messy”, een nieuw nummer dat volledig in het repertoire van Maya’s Moving castle past. Dit eerder dansbare nummer toont aan dat Maya’s Moving Castle veel veelzijdigheid kent en zich niet zomaar in een hokje laat stoppen.

Unday Label Night - drie vrouwelijke singer-songwriters – Een geslaagde avond - Een intieme sfeer met een donker kantje

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/imaginary-family-22-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/blackies-and-the-oohoos-22-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/mayas-moving-castle-22-02-2013/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Arno

Arno schittert in zijn eigen show of life

Geschreven door

Noem om het even welk rock’n’roll cliché, en chanteur de charme Arno heeft het meegemaakt. Wel, op ééntje na dan. Er schuilt immers teveel joie de vivre in de Oostendse Brusselaar om zoals verschillende van zijn Angelsaksische collega’s vroegtijdig onder de zoden te gaan liggen. "We're the best, we're better than the rest, we're ready for the show" klinkt het dan ook strijdvaardig op zijn recentste single “Show Of Life”. Ook op het bijhorende album ‘Future Vintage’ blijft het bijna 64-jarige enfant terrible van het betere chanson opvallend ambitieus. Niet alleen kampeerden hij en zijn compagnon de route Serge Feys in het hippe Bristol voor de laatste opnames van die plaat, tevens werd niemand minder dan de gevierde John Parish (producer van o.a. PJ Harvey, Eels, Sparklehorse en Giant Sand) aangetrokken om achter de mengtafel plaats te nemen.

Arno is en blijft echter een performer die je in levende lijve moet horen en zien. In Gent had men die boodschap alvast goed begrepen, want daar konden Arno en zijn metgezellen afgelopen donderdag rekenen op een uitverkochte Vooruit om een paar van hun nieuwe songs uit te proberen. Opener “We Want More” is zo één van die songs vanop ‘Future Vintage’ die onmiskenbaar de melancholische ondertoon van producer Parish draagt. Voeg daarbij een schuimbekkende Arno die nonchalant in zijn wilde grijze haren knijpt en danst als een gecastreerde stier, en je beseft al gauw dat dit optreden een grand cru wordt.
Een opvallend strak eerste concertkwartier werd volmaakt met een aantal oudjes. Op “Fantastique” kon de bluesman in Arno zich een eerste keer uitleven op harmonica, en ook de T.C. Matic evergreen “Que Pasa” blijft ruim drie decennia na datum  even onheilspellend als bezwerend nazinderen. Wanneer Arno zich gaandeweg ontpopt tot een would-be stand-up comedian enkel gewapend met wat aangebrande onderbroekenhumor, een politieke sneer links en rechts en een mondje Gents steekt hij het publiek pas echt in zijn broekzak.
Muzikaal zoekt en vindt hij daarbij de juiste contrasten tussen zacht en hard, en tussen uitbundigheid en introvertie. Zo wordt het nieuwe nummer “I Don’t Believe” laconiek opgedragen aan Bart De Wever, wat in een socialistisch bolwerk als Gent maar wat graag op massaal hoongelach werd onthaald. En passant laten Arno en zijn uitstekende band met gitarist Filip Wauters voorop de kans niet liggen om met een smerige grotestadsblues kraker als “Meet The Freaks” spreekwoordelijk de vloer aan te vegen met stadiumacts als The Black Keys en The White Stripes.
Dat de wilde jaren van muzikale en andere omzwervingen tussen pakweg Montreal via Parijs naar Brussel en omgekeerd hun tol beginnen eisen behoeft geen betoog. Om van de nood dan maar een deugd te maken grijpt Arno regelmatig naar een stoel om de De Grote Emoties te vertolken, maar nooit zonder
een lach en een traan. “Lola, etc...” wordt opgedragen aan zijn ‘mémé met de dikke tetten’, zijn onvoorwaardelijke liefde voor de heimat ‘aan het zeitje’ zit helemaal vervat in Léo Ferré’s “Comme à Ostende”, en uiteraard is er die ultieme tearjerker “Les Yeux de ma Mère” die zelfs gerenommeerde ijskonijnen als Jan Becaus en Ivan De Vadder een traantje doen wegpinken.
Het enige minpunt aan een optreden van Arno is dat iedereen intussen weet welke oudjes de sjofele troubadour in het losse zwarte pak zal opdisselen tijdens la grande finale. Daar tegenover staat dat T.C. Matic één van de strafste groepen ooit was die dit landje heeft gebaard, waardoor “With You”, “Oh La La La” en “Putain Putain” wel voor eeuwig en altijd als een soort heilige drievuldigheid van Arno’s muzikale erfenis, en bij uitbreiding ons cultureel erfgoed, zullen aanzien worden.
De enige bisronde had alvast één grote verrassing in petto. “Les Filles du Bord de Mer” werd (althans voorlopig) afgevoerd ten voordele van een leuke ska versie van “Vive ma Liberté” en de clowneske act met de cymbalen tijdens de aangebrande reggae deun “Bathroom Singer”. Het waren de luchtige afsluiters van bijna twee uur cultureel verantwoord topentertainment door een rasperformer die tot ver over de landsgrenzen heen zijn gelijke niet kent.

Ook op zijn stilaan gezegende leeftijd schiet Arno’s kleintje nog redelijk verre. Precisie is hierbij niet aan de orde, wel de impact op de lachspieren en het gemoed.

Neem gerust een kijkje naar de pics van de Arno clubtour totnutoe (eind 2012 – 2013)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-23-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-30-01-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-20-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-3-12-2012/ 

Deze recensie is opgedragen aan Peter ‘Jim’ Impe (1970-2008).
We’ll keep the flame alive!

Organisatie: Live Nation

Adrian Crowley

Adrian Crowley brengt Temple Bar naar Opwijk

Geschreven door

Racing Genk was toch aan het verliezen tegen de Duitsers, dus waarom niet eens naar de Nijdrop voor een voor mij onbekende Ierse singer-songwriter die je aangeraden wordt? Adrian Crowley, is 45, woont in Dublin en is eigenlijk voornamelijk bekend in Ierland.
’I See three birds flying’ is het zesde album van de Ierse singer-songwriter, en wordt uitgegeven door Chemical Underground, het Glasgowse label van onder meer Mogwai. Veel nieuwe zieltjes zal Crowley met zijn Europese tour wellicht niet bijwinnen, de koppen kon je vanavond in de Nijdrop letterlijk tellen, en blijkbaar was de opkomst eerder in de week in Trix van dezelfde grootte orde. De positieve kant aan de lage opkomst was dan weer dat dit een bijzonder intiem concert was, alsof deze Ier in je woonkamer kwam optreden.

Crowley speelde vanavond vooral nummers uit zijn laatste plaat, en had enkel zijn elektrische Gretsch-gitaar meegebracht, daar waar hij op zijn platen een redelijk rijke orkestratie gebruikt, met onder meer piano, strijkers en mellotron. Nu, eigenlijk was dit geen probleem, de nummers klonken absoluut niet kaal, Crowley heeft een warme bariton (denk aan Kurt Wagner van Lambchop), en hij toverde met gemak verschillende melodielijnen uit zijn Gretsch, door het gebruik van delay.
Dit cafe-optreden deed me dan ook denken aan Jeff Buckley’s ‘Live at Sin-e’, niet dat Crowley’s stem ook maar in de buurt komt van Buckley, maar het gitaargeluid en de gemoedelijkheid van een artiest die voor individuen eerder dan voor een massapubliek staat te spelen, was toch het grote raakpunt met die opnames.
Zoals alle Ieren, is Crowley een gemakkelijke babbelaar, dus tussen de nummers door, kregen we anekdotes over met twee gitaren met Ryanair vliegen, een lading CDs laten nasturen naar de Trix, of het verblijven in het Amsterdamse Backstage hotel. Crowley’s songteksten zijn heel filmisch en hebben een zekere literaire kwaliteit, wellicht typisch Iers, ook bij Luka Bloom vind je dit terug. Toen hij “From Champions Avenue to Mysery Hill” speelde, waande je zo in de straten van de Ierse hoofdstad, en ook bij “At the starlight hotel” kon je je een typisch ouderwets Iers hotel voorstellen met dikke tapijtvloeren en zware luchters.

Pareltjes van nummers vanavond, van het eerste tot het laatste, vreemd eigenlijk dat Crowley niet meer bekend is. Festivalprogrammators, zoek je deze zomer een rustpunt tussen al het rockgeweld, zet dan deze man op je affiche, het publiek zal je zeker dankbaar zijn.

Als voorprogramma van Adrian Crowley, speelde Imaginary Family. Dit drietal rond de naar Gent uitgeweken Brabantse Joanna Isselé, zat vorig weekend in Duyster, en speelt muziek die perfect in het concept van dit programma passen. De stem van Isselé doet denken aan Stina Nordenstam, en de band kleurt de nummers origineel in, wat een pluspunt is om op te vallen tussen de vele meisje-met-een gitaar groepjes. Isselé heeft veel verbeelding, haar nummers gaan over pinguins, professoren en westerndorpjes, en dat is misschien nog een punt van kritiek, een grotere eenheid in de teksten zou het geheel overtuigender maken, dat is toch wat Crowley vanavond overtuigend demonstreerde.
Neem gerust een kijke naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/adrian-crowley-21-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/imaginary-family-21-02-2013/

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

The Bony King Of Nowhere

The Bony King of Nowhere – een prachtig ingenomen concert

Geschreven door

Er zijn zo van die concerten die je dermate naar de keel grijpen dat ze nog dagen blijven nazinderen; waarvan er zich flarden ongewild aan je opdringen als je al een hele voormiddag tegen je computer aankijkt: beelden van weidse landschappen, waar brede rivieren meanderen tussen groene heuvels en velden van wilde bloemen schitteren onder een blauwe hemel. En dan is er die eenzame reiziger, die in een bos naar de hemel staart, gaat zitten en een wondermooi lied tevoorschijn tovert op zijn gitaar. Dit mooie land lag woensdag heel even in Gent, waar The Bony King of Nowhere zijn laatste plaat voorstelde, samen met zijn goede vrienden en vaste muzikanten – waaronder Gertjan Van Hellemont, alias Douglas Firs.

The Bony King of Nowhere zette meteen de toon met “Across The River”, een nummer uit de geweldige soundtrack van ‘Les Géants’, de coming-of-age film van Bouli Lanners. Wat een intro! De Tim Buckley van de lage landen, met zijn fragiele stem en akkoorden in mineur! “Night of Longing” klonk theatraler met drie gitaren, maar meteen volgde de hamerslag met het intens mooie “On My Way Home”, waarin hij zo eerlijk de wens uitdrukt: “I want to start a brand new life and deny all the things I have learned in the past”. Het lijkt erop alsof Bram Vanparys door deze plaat ook zelf veranderd is en zich niet meer kan vereenzelvigen met de persoon die jaren geleden zijn eerste stappen op het podium zette.
“Het is nooit een bewuste keuze om een lied te schrijven”, verklaarde de zanger, waarna hij het wondermooie “The Rain Falls Down on Mirwart” liet horen. Dat nummer refereert aan Mirwart, een lieflijk plaatsje in Wallonië, waar hij zich twee weken terugtrok om de plaat neer te pennen. De melodie kwam zich gewoon aandienen tijdens een wandeling in de bossen. De zaal werd er stil van, en koud was het ondertussen ook, want het was dikke truiendag en de temperatuur was bewust een graadje verlaagd. “Eleonore”, een lied dat evengoed in de jaren ‘60 had geschreven kunnen worden, bracht de zaal weer op temperatuur. Voor een alternatieve versie van “Alas my Love “ werd de voortreffelijke Gentse folkband The Cataconics, die het voorprogramma hadden verzorgd, op het podium geroepen. Leuk was ook de cover van “Down By the River” van Neil Young & Crazy Horse, die hij opdroeg aan zijn jarige schoonbroer. Maar het duurde niet lang of de poorten van de romantiek werden weer wagenwijd opengezet voor intieme nummers zoals “Lonesome Girl”, “Another Day is Done” en “Wild Flowers”.

The Bony King of Nowhere sluitte de avond af met “Maria”, een a capella gezongen traditioneel lied en “Travelling Man”, waarin hij belooft: “one they I’ll be free and rise to the sky”. Ik denk dat hij al een flink stuk op weg is. Prachtig concert!

Organisatie: Vooruit Gent

Dan Deacon

Dan Deacon – Elektronische Party Gekte en Entertainment!

Geschreven door

Leuk meegenomen zo’n concert van Dan Deacon, een geniale elektronicanerd uit Baltimore, Maryland. Omgeven door een veelal analoge apparatuur en omringd door feestverlichting en een gloeiende doodskop, zien we hem als live band met een tweede knoppenfreak en 2 drummers, de zaal op z’n kop zetten.

Dan Deacon - Een apart, weirde figuur die  in de belangstelling kwam met de in 2009 ‘Bromst’ en de pas verschenen ‘America’ . Hij heeft eigenlijk al een pak  platen uit en hij knutselt, knipt , plakt, en brengt een ratatouille aan stijlen en elektronisch vertier. Indietronica, psychedelica en avant garde kruisen het pad , waarbij het materiaal op plaat wel goed klinkt, maar nu niet uitdrukkelijk ongelofelijk kleeft en inwerkt op de dansspieren; live krijgen ze een boost door energieke , hypernerveuze en beukende ritmes en een overstuurde zang.
De muziek wordt op het podium uit z’n context gehaald.  Zijn liveshow is overweldigend en hij zorgt voor een unieke interactie met z’n publiek; hij  maakt er een reality show van , die de massa aanspoort tot een harlem shake , een menselijke haag , een dance battle  of moshpits , waarbij men elkaar zalvend aanraakt.
Entertainment , kletterende elektronica en beats , opgezweept door harde, strakke synchrone drums … Ook vanavond wordt het publiek in de Kreun op sleeptouw genomen en beleven de aanwezigen een uniek topavondje van ‘geektronic’, zoals Deacon z’n muziek omschrijft van gekke, vrolijke en intelligente sounds ; en worden ze in een feeststemming ondergedompeld.

Een luide Queen’s “Bohemian rhapsody” en de countdown tot nul vormden de aanzet tot deze fijne , ontspannende , verrukkelijke trip van  lawaai, gekte, schoonheid en opgewondenheid !
Voor de afwezigen geen paniek, hij komt opnieuw naar de Bota tijdens Les Nuits . Check je maar in voor deze party!

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Bloc Party

Bloc Party - Back on track

Geschreven door




Met The Joy Fomidable als support act hadden wij voor één keer een goede reden om op tijd te komen, ook al wisten we dat ze in een grote zaal als de Lotto Arena, onder het rumoer van ongeïnteresseerde Bloc Party fans, nooit die glansprestatie van een tweetal weken geleden in de Botanique zouden evenaren (check even de review http://www.musiczine.net/nl/review-concerts/the-joy-formidable/the-joy-formidable-meteen-raak/ ). De band liet het publiek met een zevental rake songs kennismaken met hun driftige gitaarrock en eindigde als gewoonlijk met de spetterende gitaareruptie in “Whirring”, tot op vandaag nog steeds hun beste song en steevast de afsluitende climax op hun concerten. Laat ons hopen dat ze vanavond een hoop nieuwe fans hebben gewonnen, wij waren al eerder overtuigd.

Even zag het er naar uit dat het met Bloc Party gedaan zou zijn, maar de band drukte alle geruchten omtrent een nakende split de kop in door na een stilte van vier jaar op de proppen te komen met een sterke vierde plaat, simpelweg ‘Four’ genoemd. Een nieuwe tournee moest alle twijfels weg nemen en meteen konden we dan ook Kele Okereke zijn half mislukte solo uitstapje vergeven.

En kijk, hier stond terug een hechte groep op het podium. De Bloc Party trein bleek terug op de rails gezet, al durfde de motor af en toe nog wel eens tegenpruttelen. Bloc Party was bij momenten bijzonder sterk op dreef maar wisselde de gedreven momenten af met een paar minder geïnspireerde passages, wat ervoor zorgde dat de ze de spanning en intensiteit niet het ganse optreden konden aanhouden.
Het kwam een beetje moeilijk op gang met “So he begins to lie” en “Hunting for Witches”, op zich wel aardige songs, maar nu bleken ze niet echt het beoogde effect te creëren. “Like Eating Glass” leek het vuur aan de lont te steken maar dan kwam het zwakke broertje “Real Talk” terug roet in het eten gooien. Pas daarna kwam de band, en ook de zaal, echt op temperatuur met “Waiting for the 7.18” en een uiterst energiek “Song for Clay”, één van onze favorieten van de avond. Dan ging het crescendo met het splijtende “Banquet” waarbij de Lotto Arena voor een eerste keer ontplofte. Bloc Party wist hierna de hitte aan te houden met het potige en bijtende “Coliseum”, één van de strafste tracks uit de nieuwe plaat. “One More Chance”, een Bloc Party klassieker met ware dance allures, miste zijn effect niet en mocht vanavond gelden als een absolute voltreffer, de band plakte er een wervelend “Octopus” achteraan en met een puntig en sprankelend “Team A” verdween het viertal een eerste keer van het podium.
Bloc Party bedankte het publiek met twee bisrondes, maar daar sloegen ze de bal een beetje mis. “Ares” en “This Modern Love” waren nog wel knap en vooral het opzwepende “Flux” was een splinterbom die de Lotto Arena nog eens binnenste buiten keerde, maar in afwachting van de onvermijdelijke klepper “Helicopter” haalden de flauwe songs “Montreal” en “Truth” het vuur weg die toen in de lucht hing, en in het heetst van de finale was dit toch een domper, alsof Cavendish in volle spurt naast zijn pedalen schiet.

Maar laat ons de goede momenten onthouden, want die waren uiteindelijk veel talrijker dan de (halve) missers. Bloc Party staat er terug, en dat is het voornaamste.

Organisatie: Live Nation

Iceage

You’re Nothing

Geschreven door

Kopenhagen wordt vaak genoemd als de groenste stad ter wereld, vegetariër zijn en je verplaatsen per (bak)fiets is er de norm. Kortom, nu ook weer niet echt het soort stad om een punkband te gaan vormen. Niets is minder waar: ‘You’re Nothing’, de nieuwste worp van Iceage, is een aanslag op de ziel en zal naar alle waarschijnlijkheid wel eens hoog op ons eindejaarslijstje kunnen belanden.
Iceage maakt geen typische protestsongs, niet verwonderlijk als je uit het groene Kopenhagen komt, en al helemaal geen nummers over chicks, dicks and LSD trips, zoals hedendaagse hardcore/punkbands à la FIDLAR en Cerebral Ballzy (geen slecht woord over hen, uiteraard) dat wel doen. Nee, zanger Elias Bender Rønnenfelt kiest ervoor zijn ziel bloot te leggen. Iets wat slechts weinig punkers in het verleden tot een goed einde wisten te brengen,in de meeste gevallen het werd algauw te cheesy en herkende je nauwelijks nog het verschil tussen hun teksten en die van pakweg Taylor Swift. Wanneer Rønnenfelt “Something denies coalition with you” schreeuwt in “Coalition” (nu al het nummer van het jaar) leven wij oprecht mee met de mans weltschmerz.
Muzikaal gezien is het een smeltkroes van hardcore, punk, en vooral veel postpunk. De hoogtepunten zijn: opener “Ecstasy”, het eerder vermelde “Coalition”, “Morals”, titeltrack “You’re Nothing” en het in het Deens gezongen “Rodfæstet”, dat zo goed klinkt dat we alleen maar kunnen hopen dat ze ooit beslissen een plaat in het Deens op te nemen. In afwachting daarvan draaien wij alvast deze grijs.

Retribution Gospel Choir

3

Geschreven door

De derde plaat reeds van het hobbyclubje van Alan Sparhawk, frontman van Low. De man houdt er van om eens uit een gans ander vaatje te tappen, dat houdt hem kwik. Een beetje tegengif voor de depri sound van Low is immers altijd welkom. Te veel kommer en kwel is niet goed voor een mens.
Zo stampte Sparhawk enkele jaren geleden ook al The Black Eyed Snakes uit de grond, een in vettige motorolie gedrenkt hobbyclubje die bedreven was in het spelen van de meest gortige blues en een vunzige sound creëerde die mijlenver lag van de gekwelde slowcore van Low.
Ook nu blijft Alan Sparhawk ver buiten het vaarwater van Low. Met Retribution Gospel Choir begeeft hij zich in het woelige water waar ook Neil Young met Crazy Horse in vertoeft. De gitaren zijn de baas en ze scheuren, gieren en zweven dat het een lust is. Sparhawk en zijn kompanen laten zich gaan in twee lange brokken van boven de twintig minuten en het zijn er twee om in te kaderen. Vooral “Seven” is een parel, een ongeslepen diamant van 22 minuten, met als extra guest de al even wonderlijke als bescheiden Wilco gitarist Nels Cline die de song met zijn hemels klinkende en uitwaaierende solo’s naar eenzame hoogtes stuwt.
Straffe plaat, een zijstapje die ons beter ligt dan de soms te donkere onweerswolken van Low.
Binnenkort weten we trouwens wat Sparhawk onlangs ook met deze band heeft zitten uitvreten, want er zit een nieuwe Low plaat ‘The Invisible Way’ aan te komen, de release is voorzien in maart.
De kans dat hij met RGC op zwier gaat is dus klein. Jammer.

Pagina 657 van 964