Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...

Ebo Taylor

Ebo Taylor – Geen hemel voor de legende

Geschreven door

Kortrijk leek aanvankelijk niet warm te lopen voor Ebo Taylor, een Afrikaanse legende van maar liefst 76 lentes. Uiteindelijk daagden toch genoeg warmbloedige adepten/nieuwsgierigen op om de winterse kou te verdrijven. En Ebo had er zin en zon in.

Bijna twee uur zou de Ghanees, oude muzikale vriend van de Nigeriaanse topmuzikant Fela Kuti, De Kreun laten wiebelen en dansen. Hij had er zonder meer veel goesting in, was meer dan wakker, wat van de klankman niet kon gezegd worden, want de volumeknop van de micro van de legende stond bij het eerste nummer nog dichtgedraaid.
Taylor – met hoedje en traditionele outfit - liet het na een korte misprijzing met hoofd en armen niet aan zijn enthousiasme komen en zette met zijn zevenkoppige band de set in. De oude knar staat bekend om zijn ‘Highlife’, een dansmuziek die zwemen van Afrikaanse ritmes met de brassbands van het Britse leger en Amerikaanse jazz combineert. In De Kreun gooide hij nog wat andere genres in zijn smeltkroes en gaf hij zijn muzikanten soms vrije baan.
De drummer had al snel door dat het Kortrijks publiek nog moest opwarmen. ‘You are a bit cold and quiet’, al had Taylor zelf al bij zijn tweede nummer een meezingmoment ingelast, wat hem door de lauwere reactie een ondeugend lachje ontfutselde. Trouwens, die blinkoogjes bleven het hele concert door glinsteren.
Af en toe laste hij een filosofische quote in (‘The river was there before the path’) maar centraal bleven zijn meeslepende tunes, waarin hij zich zo erg onderdompelde, dat hij zelfs net voor hij een rondedansje om zijn staander maakte, die micro omver liep.
Supersaxofonist Ben Wolff (één van de twee blanken in de band) haalde van meet af aan al verschroeiend uit, maar ook de percussionist en de drummer bepaalden het ritme en de grooves. Halverwege het concert stapte iedereen - alsof voor een plaspauze -  van het podium, behalve de man achter de drums die de stijl van concert plots een andere richting insloeg en met de toetsenist-zanger-danser wat gratis Afrikaanse danslessen ten berde gaf. ’The ladies in front’, was het stigma.
Toen ‘good old’ Ebo weer op het podium kwam, zette hij zich voor het drumstel, staarde genietend de zaal in en begon te flirten met het vrouwelijke schoon, met het blonde jonge ding in het bijzonder. Hij genoot, zag dat het goed was en was zo onder de indruk dat hij even op zoek moest naar zijn gitaar.
Na het voorlaatste nummer (“Appia Kwa Bridge”, de titelsong van zijn laatste cd) was het 22 uur geworden. ‘White man invented the watch. And he added: 10 o’clock is the end’, verontschuldigde de black man zich voor het nakende einde.
Maar het was duidelijk, den Ebo had er plezier in, noemde zichzelf generous en bleef alleen op de bühne, wat later geassisteerd door de percussionist voor een mooie ballade. En erna riep hij letterlijk om zijn guys waarop de drummer eraan toevoegde dat Ebo de ‘hardest working man in show business’ was. Overuren dus, maar geen seconde had je dat gevoel. Taylor sprong (jawel) tijdens het allerlaatste nummer van het podium en ging iedere toeschouwer persoonlijk begroeten: een handdruk, een klopje, een dansje (met die blonde ook natuurlijk).

‘Heaven’, zo fantastisch voelde het nu wel niet, maar het was close. En dat was meteen het laatste nummer en de laatste kwinkslag: ‘Wil je naar de hemel? Wel, sterf dan !’ Ons gedacht? De man verkiest (voorlopig nog) de hel want we zien hem nog niet meteen zijn Afrikaanse pijp aan Maarten geven.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ebo-taylor-13-02-2013/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

 

The Lumineers

The Lumineers

Geschreven door

“Ho hey”,  meteen wordt de aandacht naar de song en naar de band gevestigd … Een eenvoudige , frisse , opbeurende, goed in het gehoor liggende popsong toont een band die in het verlengde ligt van Mumford & Sons en Monsters and Men. Folkpop uit Denver, Colorado, waarvan de basis gitaar –mandoline – banjo - drums – cello vormt; het getokkel, de stampende ritmes , de handclaps en de meerstemmige zangpartijen bieden een ontspannend ‘campfire’ gehalte . De zang van Wesley Schultz heeft iets mee van Cold War Kids en Arcade Fire . De songs op hun debuut liggen in het verlengde van de single ; op die manier hebben we reeks fijne lichtvoetige songs als “Classy girls”, “Dead sea”, “Stubborn love” en “Big parade” . Af en toe valt er minder vaart te noteren en klinkt het gezelschap ingetogen en gevoelig, met een donker kantje , “Slow it down”, “Charlie boy” en “Flapper girl”.
Een afwisselend , leuk , sprankelend en emotievol debuut .

Two Door Cinema Club

Beacon

Geschreven door

Het Noord-Ierse Two door cinema club zit in het geheugen gegrift met dat aanstekelijke debuut  ‘Tourist history’ , een plaat om U tegen te zeggen met een rits aangenaam huppelende; sprankelende spring-in-t-veld nummers, gekenmerkt van gillende gitaarlijntjes, en  gedragen door die zalvende vocals van Alex Trimble , die ergens aan Alexis Taylor van Hot Chip refereert .  “Something good can work” , “This is the life” en “You’re not stubborn”, mooie singles! Tja, je hebt van die band die ‘het’ hebben om relaxte, leuke en opgewekte melodietjes te schrijven. 
En dan komt die opvolger op hun muzikale noemer van fris, twinkelende , aanstekelijke dansbare poprock. Geen paniek , TDCC heeft een goede tweede plaat uit , ‘Beacon’,  volwassen en meer uitgebalanceerd , een album dat een meer gevarieerde, brede aanpak kent, meer diepgang , zonder z’n grooves , jeugdig enthousiasme en euforie te verliezen. De eerste reeks nummers “Next year”, “Handshake”, “Wake up” , “Sun” en “Someday” gaan de hoogte in die sprankelende ritmiek. Daarna vermindert de vaart, is er minder bubbelpop en zijn de nummers gebaad in een sfeervoller geheel , maar zijn nog steeds de moeite. Deze gerespecteerde band kan groots worden en optimisme en levenslust  spat er van !

Beth Orton

Sugaring Season

Geschreven door

Beth Orton heeft opnieuw aansluiting gevonden met haar oude materiaal ‘Trailer park’ en ‘Central reservation’ op de nieuwe plaat ‘Sugaring season’ qua sterkte en muzikale emotionaliteit. De Engelse sing/songwritster kwam  in de spotlights met haar ingetogen en dromerige mix van intieme folk en trippende elektronica soundscapes , nog vooraleer de term folktronica over onze lippen kwam. 16 jaar terug in de tijd , gaf ze de vrouwelijk sing/songwriterpop een verfrissende wind.

Ze ging meer richting akoestische folk en de elektronica werd tot een minimum herleid . De vorige cd ‘Comfort of stangers’ , al van 2006 intussen ging wat aan ons voorbij. Ze is intussen moeder van twee kinderen en op haar comeback horen we sfeervolle semi-akoestische pop, aangevuld met fiddle , viool of piano; een reeks ongedwongen intieme, hartverscheurende songs , maar ook enkele zwierige songs als “Call me the breeze” en “See through blue”. Bepalend in de sound is haar droeve , breekbare , melancholische stem .
Beth Orton staat garant voor een warme folky landelijk- en huiselijkheid. Dromerige pop , in een pure , eerlijke vorm !

Neurosis

Honor Found In Decay

Geschreven door

Neurosis - Al ruim 25 jaar bezig én uniek; Neurosis - post-, sludge en experimentele metal met een pak volgers in het genre . Invloedrijk dus! Neurosis biedt een filmische, huiveringwekkende trip door hun slepende en krachtige melodieën en grauwe vocals. Lang uitgesponnen stukken , grommend, slepend , opbouwend , exploderend waarin voldoende rustpunten te noteren vallen. We horen een aanhoudende spannende dreiging , verzengend hard , ingehouden mooi; de sound wordt op gepaste wijze omgeven van een strijkorkest en Oosterse flutes .
De band rond Steve Von Till en Scott Kelly hebben opnieuw een overtuigende plaat uit van 7 werkstukken , die niet direct het daglicht kunnen verdragen; ze zijn een intense (pijnlijke) ervaring en ze zijn net als Swans Isis, Sunn O))) en Amenra uniek in hun stijl.

Unknown Mortal Orchestra

II

Geschreven door

Jonge groepjes die zich laten bedwelmen door de psychedelica en de acid gekte van de sixties zijn weer alomtegenwoordig, denk aan Tame Impala, Thee Oh Sees, Foxygen, Allah-Las, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Jacco Gardner en ook deze Unknown Mortal Orchestra. De band begeeft zich op het open minded pas tussen The Mothers Of Invention, Syd Barrett, Love, The Byrds, The Beatles, Jimi Hendrix, 13 th Floor Elevators en Funkadelic.
Op hun tweede plaat staan sprankelende songs die lijken te zijn gemaakt in de meest geestesverruimende periode van de sixties. Veelzijdigheid, gekte en geschift vernuft liggen aan de grond van verfrissende groovy songs met heerlijke tempowisselingen en muzikale verassingen. Zappateske gitaartjes mengen zich met spacy Flaming Lips geluidjes en ondergedompelde T-Rex riffs. Dit is zonder meer een plaatje die het moet hebben van zijn zweverige sound, maar die ook pareltjes van songs herbergt. Zo kan het prachtige “Monki” doorgaan als iets van Sparklehorse, maar dan met een ietwat minder gekwelde geest aan het roer. Waarmee we willen zeggen, mocht de betreurde Mark Linkous het leven iets rooskleuriger hebben ingezien, dan had hij die song ook wel uit zijn mouw kunnen schudden.
Verder staat hier geen enkele stinker op, integendeel, de songs ademen allemaal een andere fleurige bloemengeur uit zonder daarom dat fletse flower power gevoel van de hippies op te roepen.

Fidlar

Fidlar

Geschreven door

Blik op oneindig, verstand op nul, gaspedaal volledig ingedrukt en vooruit met de geit. Dat is zowat de ingesteldheid bij de in your face punkrock van Fidlar. Het refrein van de openingssong spreekt boekdelen : ‘I drink cheap beer, so what, fuck you !’
FIDLAR staat trouwens voor “Fuck it, dog, life’s a risk”. U hoeft dus geen uitzonderlijk intellect te hebben om te kunnen volgen. Maar dat moest ook niet bij The Ramones, en hoe geniaal waren die niet ? Waarmee we al onmiddellijk een eerste referentie hebben, denk verder nog aan Circle Jerks, The Germs, Howler en vroege Replacements, en u weet zo een beetje hoe Fidlar klinkt.
Niet echt origineel, zegt u ? Ok, so be it, maar wel duizend keer efficiënter dan de banale prefab punk van groepjes als Blink 182 en Sum 41. Fidlar is stukken opwindender en vooral vuiler, zoals in de vettige garagerockers “Stoke and broke” en “Wait for the man” die ons doen denken aan The Nomads in hun smerigste dagen. “Max Can’t surf” en “Blackout Stout” halen op hun beurt de frisheid van pakweg The Vaccines naar boven en de rotvaart die Fidlar bereikt in kopstoten “White on White”, “Wake Bake Skate” en “5 to 9” nodigt uit tot wilde pogo feestjes en circle pits.
Het is simpele garagepunk, niet meer of niet minder, maar het werkt bijzonder aanstekelijk en dat is wat telt.
Voor zij die een heus punkfeestje willen bouwen en eens goed tegen elkaar willen aanbotsen, Fidlar komt naar de Antwerpse Trix op maandag 4 maart.

Kotipelto & Liimatainen

Blackoustic

Geschreven door

Akoestisch blijkt de laatste tijd nogal in te zijn... Waarschijnlijk zal dat niet de beweegreden zijn van de heren Kotipelto & Liimatainen om met een volledig akoestische plaat te komen gezien het duo al een heel tijdje dergelijke shows speelt.  Voor wie de twee mannen niet kent: Timo Kotipelto is de frontman van de metalband Stratovarius en van Kotipelto, Jani Liimatainen speelde voorheen bij Sonata Arctica.  Omdat nogal wat fans hun optredens met een smartphone registreerden, vonden ze het opportuun om zelf een plaat met de nodige geluidskwaliteit te maken. 
Op ‘Blakoustic’ staan de meeste nummers die ze ook live brengen.    Daaronder uiteraard de bekende Stratovarius-covers zoals “Black Diamond” en “Hunting High And Low” maar ook tracks zoals “Serenity” en “Sleep Well” uit de solo-albums van Kotipelto.    Daarnaast vinden we covers van bekende tracks zoals Pete Townshends “Micky Blue Eyes” en Deep Purples “Perfect Strangers”.   Er is ook ruimte voor een nieuwe compositie, nl de ballad “Where My Rainbow Ends”.  We kunnen stellen dat de Finnen geslaagd zijn in hun opzet en een mooi klinkende plaat met prim gitaarpartijen en dito vocalen hebben geproduceerd.  We plaatsen er wel de kanttekening bij dat ze duidelijk op safe speelden en dat ‘Blackoustic’ zelden spettert of spannend wordt...

I The Explorer

Separate Ways

Geschreven door

Ook het West-Vlaamse Roeselare telt vanaf heden een opmerkelijke rockgroep.  I The Explorer is al sinds 2007 actief maar komt nu pas na heel wat experimenteren en enkele personeelswissels met een eerste tastbaar gegeven op de proppen.  ‘Separate Ways’ is de naam van de zeer gevarieerde debuutep waarbij opvalt dat  I The Explorer niet zomaar in een  bepaald hokje te stoppen is.  Zelf zijn we opgegroeid in de nineties en daardoor horen we wel dat het vooral bands uit deze periode zijn die belangrijk waren voor de sound van dit vijftal.  Zo zou de opmerkelijke openingstrack “... Words From The Mountaintop”  perfect passen als opener bij  een show van Dog  Eat Dog of Mucky Pup.   Ook duidelijk zijn de invloeden van grungegrootheden als  Alice In Chains en Soundgarden.  Zo zijn er de opmerkelijke vocalen van Titus Monteyne die refereren naar wijlen Layne Staley en de verschillende stevige, donkere riffs waar de band een patent op heeft (luister maar naar de fantastische openingsakkoorden van ‘Separate Ways’).
Daarnaast is ook een hardere gitaarband als Queens Of The Stone Age (check de gitaren op “Hundred Songs”) nooit ver weg, de mannen houden er duidelijk van om regelmatig stevig van jetje te geven.  
Een puike debuutplaat dus en een mooi visikaartje voor deze Roeselarenaren. We eindigen met het uitreiken van een bonuspunt voor het zeer verzorgde artwork. Surf snel naar www.itheexploder.be .

The Fellows

Decay

Geschreven door

Opnieuw kwaliteitsvolle punk van eigen bodem, zo kunnen we in enkele woorden de tweede plaat van het Belgische The Fellows omschrijven.  ‘Decay’ is na ‘Passion, Pleasure & Pain’ uit 2009 de tweede worp en bevat negen korte en snelle punksongs.  Het is duidelijk dat de vijf heren hun inspiratie haalden bij Amerikaanse punkgrootheden als Bad Religion, No Fun At All, Pennywise en The Descendents.  Dit stoort ons echter voor geen seconde want The Fellows brengen hun muziek op een uiterst vermakelijke en catchy wijze.  De verschillende nummers zijn goed opgebouwd en knallen lekker uit de speakers.  The Fellows weten duidelijk hoe je een prima punksong in mekaar knutselt!  Onze uitschieters zijn opener “Decay”, “Never Again”, het uiterst meezingbare “Low Rain” en afsluiter “Late At Night. Wedden dat je na een handvol luisterbeurten lekker meebrult met The Fellows?

Pagina 659 van 964