logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (27 Items)

Parkway Drive

Parkway Drive – Een vlammend verjaardagsfeest

Geschreven door

Parkway Drive – Een vlammend verjaardagsfeest

Wie twijfelt of Australië naast kangoeroesteak en ijzererts nog belangrijke exportproducten heeft, moest 1 oktober in Vorst Nationaal zijn. Parkway Drive speelde die avond als onderdeel van zijn 20 Year Anniversary European Tour en bracht voor de gelegenheid twee landgenoten mee: The Amity Affliction en Thy Art Is Murder.
Het kruim van de Australische (death)metalcore beloofde het talrijk aanwezige publiek een knaller van een avond en dat werd het ook.

The Amity Affliction
mocht het verjaardagsfeest op gang trekken. De zaal was nog niet halfgevuld toen de Aussies van leer trokken, maar toch viel hun optreden niet in dovemansoren. De Australiërs trapten af met “Pittsburgh”, gevolgd door “Like Love“en “Drag the Lake”, nummers die meteen de toon zetten voor een emotioneel geladen set waarbij zanger Ahren Stringer prima de balans kon houden tussen grunts en zuivere zang . Hier en daar deelde The Amity Affliction een muzikale stomp in de maag uit, waarna een gevoel van loutering volgde. Vooral “It’s Hell Down Here” kon ons uitermate bekoren.

Daarna was het de beurt aan Thy Art is Murder om een intussen rijker gevulde zaal op te warmen. De snedige deathcore die Vorst voorgeschoteld kreeg, gaf minder ruimte tot reflectie en was minder toegankelijk. Met brute overgave en een ongenadig tempo werd o.a. “Blood Throne”, “Slaves beyond Death” en “Puppet Master” op het publiek afgevuurd. Deze deathcore was ons iets te snedig, maar zeker spek voor de liefhebbers bek.

En toen was het de beurt aan Parkway Drive. Dat de band bekend staat om altijd het beste van zichzelf te geven, is geweten, maar voor hun twintigste verjaardag hebben zanger Winston McCall en co zichzelf werkelijk overtroffen. Het optreden was een spektakelstuk dat theatraliteit, show en vlammen niet schuwde. Er werd tijdens de show zoveel vuurwerk en pyro de lucht ingeschoten dat het leek alsof de ganse voorraad fossiele brandstof van de OPEC-landen opgebruikt werd.
Het optreden begon memorabel: de band verscheen niet zomaar op het podium, maar kwam door het volk aangetreden, alsof ze wilden benadrukken dat ze ooit als underdogs begonnen en zich naar de top van de metalwereld hebben geknokt dankzij de fans. De schermen die ondertussen beeldmateriaal toonden van de beginjaren van de band tot nu, beaamden dat.
Het podium had een industriële inkleding waarbij de drum onderaan een stellingtoren stond. Voor het grotere podium was er een kleiner dat verbonden werd met een mobiele brug die met kabels naar boven en beneden gebracht kon worden. Wat ons betreft een goed gekozen opstelling die actief bijdroeg aan de dynamiek en sensatie van het optreden.
Als opener kregen we “Carrion” voorgeschoteld, gevolgd door meezinger “Prey” en “Glitch”. Dit zijn enkele van de meer populaire songs van de band die de zaal met een vingerknip in één kolkende massa energie veranderde.
Winston en de zijnen waren in absolute bloedvorm en bewezen tegelijk misschien wel de sympathiekste Australiërs te zijn die we kennen. Er werd geen moment onbenut gelaten om het publiek te bedanken voor hun support en tussen de vlammen en het vuurwerk door werd er vooral liefde afgeschoten.
Ergens in het midden van de set was er speciale aandacht voor het debuutalbum ‘Killing with a Smile’ (2005). De band opteerde om als eerbetoon aan de beginjaren én de fans van het eerste uur het ganse album in een medley van om en bij de 12 minuten te gieten. Dit was eveneens een goede manier om kennis te maken met het oudere, en tevens rauwere, werk van de band.
Maar meer nog dan een concert, was dit een show in de zuiverste zin van het woord. Naast de bandleden werd het podium bijvoorbeeld soms gevuld met professionele dansers om de boel op te leuken.
Naar het einde van de set toe mochten ook enkele strijkers mee het podium op om “Chronos” en “Darker Still” een extra gelaagdheid te geven. Een prima keuze, maar helaas was het naast de toon zingen van McCall tijdens het laatstgenoemde nummer een puntje van kritiek. Dit kon de sfeer in de zaal echter niet bederven.
De climax van de avond kwam er met “Crushed”. Het lied werd spectaculair ingeleid door drummer Ben Gordon die terwijl het drumstel langzaam kantelde en uiteindelijk volledig ronddraaide, strak de maat hield alsof zwaartekracht geen enkele invloed had. Als enkele gemaskerde dansers dan molotovcocktails in het rond gooiden om het podium én het ronddraaiende drumstel in lichterlaaie te zetten, werd het lied pas echt ingezet. Climax binnen de climax was wanneer McCall midden het lied de hoogte werd in gehesen en vuurstralen uit de mobiele brug werden gebraakt telkens hij grunde. Vorst bereikte zo letterlijk én figuurlijk quasi het kookpunt.
Daarna volgde een voor de band eerder bescheiden afscheid met meezinger “Wild Eye”s dat nog tot diep in Vorst centrum werd meegekweeld door enthousiaste fans die huiswaarts keerden.

Vaak zijn we van oordeel dat ‘less is more’ een waarheid is als een koe, maar Parkway Drive bewees het tegendeel. Voor hun verjaardagsfeest gold: meer, groter en vuriger. Downunder boven!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Thy art is murder
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8671-thy-art-is-murder-01-10-2025?ltemid=0
Parkway Drive
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8670-parkway-drive-01-10-2025?ltemid=0

Organisatie: Live Nation

The Southern River Band

The Southern River Band - Old School hard-rock met hoog fungehalte

Geschreven door

The Southern River Band - Old School hard-rock met hoog fungehalte

De jonge snaken van Us nemen ons mee op een retro trip doorheen de Britse rockgeschiedenis langs Beatles, Stones, Kinks, Who, Dr Feelgood en The Strypes. Niets nieuws onder de zon, maar wel verdomd snedig. Us heeft dan ook heel wat pit, energie en strijdlust in huis. En dat onder meer door een verrukkelijke en splijtende harmonica die extra vuur in de strakke en compacte poprocksongs blaast. De driftige gitaar lijkt dan weer in de leer geweest bij Wilko Johnson, te merken aan die puntige solo’s en hakkende riffs. Een bijzonder aangename verassing, dit bandje, wat dan ook resulteert in een gemeende enthousiaste publieksreactie. Hier gaan we nog van horen.

De Australiërs van The Southern River Band zijn nog grote onbekenden bij ons, de Casino is maar half volgelopen maar dat laten de heren niet aan hun hart komen, dit is de laatste avond van hun tournee en dan mag er gefeest worden. Dit is het soort rockband die zichzelf niet te serieus neemt en vooral veel fun beleeft op een podium. Er mag al eens gedronken worden en de schunnige grappen worden royaal in het rond gestrooid, woke is niet aan hen besteed.
The Southern River Band grossiert in boogie-rock, old school hard-rock en glam-rock met een hoog entertainment gehalte. De band katapulteert ons ongegeneerd terug naar de seventies, zowel qua sound (stampende riffs, gierende solo’s) als qua looks (leren broek, bloot bovenlijf en een onvervalste pornosnor).
Het showgehalte staat op punt, het voornaamste doel is dat band en publiek zich geweldig amuseren, en dat zal er niet aan mankeren. De rock-clichés worden niet uit de weg gegaan, integendeel, ze worden uitvergroot en terug cool gemaakt.
Wie zoekt waar deze jongens de mosterd gehaald hebben komt algauw terecht bij het onvermijdelijke AC/DC (Bon Scott periode). Ook Status Quo, Airbourne, Thin Lizzy, Rose Tattoo en zelfs Judas Priest komen ons voor de geest. Maar dit is niet zomaar een pastiche op de seventies rock, want The Southern River Band pakt uit met een stel hevige, kolkende en vlammende rocksongs die in een rechtvaardige rockwereld tot absolute classics zouden moeten uitgroeien.
Met op kop het absoluut fantastische “Stan Qualen” waarop alle sluizen worden opengetrokken, een stomende uitbarsting van gloeiende riffs, briesende solo’s en een fraai Angus Young-intermezzo tussenin. Dit is zonder meer één van de sterkste rocksongs van het afgelopen jaar. Ook “Chimney” en “Vice City III” zijn knallers die langs alle kanten vuurspuwen. “The Streets Don’t Lie” is een stomende portie rock’n’roll en “Vice City II” is onbeschaamde old school hard-rock die bands als UFO en Rainbow naar de kroon steekt. Al die splinterbommen worden in het tweede deel van de set gedropt, waardoor de atmosfeer steeds heter en uitbundiger wordt.
The Southern River Band bezorgt ons zo een heerlijke avond gevuld met no-nonsens hard rock’n’roll en een flinke dosis Australische humor. Uiterst genietbaar.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

River City Tanlines

River City Tanlines - Tweede adem gevonden

Geschreven door

River City Tanlines - Tweede adem gevonden

Eerste groep was Itches, nog maar eens een product uit de vruchtbare Kempen, dit keer uit Vorselaar. Itches heeft net een eerste plaat , ‘Two flies in one clap’, uit die werd opgenomen in de Tooth Mountain Studio van Rafael Valles Hilario (Tuff Guac) en uitgebracht door UhmYeahSure Records en Ronny Rex. Zo weet je meteen in welke hoek je het moet zoeken. Moderne psychrock met een hoek af. Het kostte enige moeite om het materiaal, dat blijkbaar geleden had onder het bier tijdens een vorig optreden, deftig aan de praat te krijgen maar eenmaal vertrokken stond er geen rem meer op.
Met een grote gretigheid en tonnen spelplezier brachten ze fuzzy garagerock die me vooral aan Ty Segall deed denken. Niet zonder popgevoeligheid en met zanger-gitarist Philippe Aguilar (bekt wat beter dan Peeters) die al eens een hoog stemmetje durfde op te zetten. Samen met bassist Jonas Torfs en drummer Arno Sels speelde hij een gesmaakte set die toch wat variatie miste. Nochtans wordt de groep geprezen om zijn veelzijdigheid. Misten we iets doordat de set wat ingekort werd? Uiteindelijk werd er in schoonheid afgerond met een Ramones-cover die ik niet meteen kon thuiswijzen.

Ik moest me toch even in de schaarse haren krabben toen ik hoorde dat River City Tanlines naar de Pit's kwam. Was die groep niet al lang dood en begraven? Na hun laatste plaat, ‘Coast to coast’, uit 2012 volgde enkel in 2018 nog een digitale single, "Race/Time", waarna het akelig stil werd rond de band. Niet dat ik ze heel erg miste want hun twee eerdere passages in de Pit's (2005 en 2006) waren verre van onvergetelijk, leerde ik na een duik in mijn archieven. Maar frontvrouw Alicja Trout blijft natuurlijk een naam, vooral in Memphis maar ook ver daarbuiten. Een hardwerkende dame die in talloze groepen speelde, waaronder Mouserocket, Alicja-Pop, Destruction Unit, Nervous Patterns en het beter gekende Lost Sounds, en een eigen platenlabel, Contaminated Records, opstartte. Maar ik zal haar wellicht het langst herinneren als drumster van His C.C. Riders, de groep van de legendarische Monsieur Jeffrey Evans waarin ook ene Jay Lindsey (later bekend geworden als Jay Reatard) gitarist was. Reatard zou trouwens later nog opduiken aan de zijde van Alicja Trout in Lost Sounds en Nervous Patterns.
River City Tanlines bleek met een nieuwe extra gitarist uitgegroeid tot een viertal. Naast Alicja (die steeds meer op Patti Smith begint te lijken), nog steeds op haar vertrouwde Flying V, was enkel drummer John Bonds van de originele bezetting overgebleven. De groep opende met hun laatste wapenfeit "Race/Time" en dat is eigenlijk een Destruction Unit-cover. Ook de twee volgende nummers waren afkomstig van Alicja Trout's nevenprojecten. Eerst "You can't change" van Nervous Patterns (duo Trout/Reatard) gevolgd door "Not gonna be dumb" van Alicja-Pop. Niet meteen de beste songs hoewel het gitaarriffje van "Not gonna be dumb" bijzonder verslavend werkte. De daaropvolgende nummers werden geplukt uit de twee LP's en enkele singles die River City Tanlines op hun actief hebben.
Eerlijke, met de nodige power gebrachte garagerock die op geen enkel moment grensverleggend was, maar die je als een sluipend gif langzaam maar zeker in zijn greep kreeg. De hardrock invloeden werden dit keer tot een minimum beperkt terwijl de komst van een extra gitarist de groep blijkbaar een tweede adem bezorgde. Dit klonk ongetwijfeld stukken beter dan achttien jaar geleden.
Nummers als "Devil made me do it" waarvan de riff verdacht goed leek op die van Them's "I can only give you everything" zorgden voor onverhoopt vuurwerk.
River City Tanlines wist me bijzonder aangenaam te verrassen of zoals iemand zei: derde keer, goede keer. Ik kan enkel maar hopen dat dit de vonk was die de groep herlanceert.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Drive-By Truckers

Welcome 2 Club Xiii

Geschreven door

Terugblik - In 2020 verschenen nog 2 studio-albums (‘The Unraveling’ en ‘The New OK’) - lees onze recensies er maar op na
https://www.musiczine.net/nl/chroniques/item/77525-the-unraveling.html
en https://www.musiczine.net/nl/chroniques/item/80513-the-new-ok.html - van de Amerikaanse roots rock formatie Drive-By Truckers; daarna leefden ze echter anderhalf jaar achter de schermen.
Een driedaagse repetitie voor wat shows mondde echter begin dit jaar al snel uit in een nieuw album, ‘Welcome 2 Club XIII’, een persoonlijk en minder politiek gericht album; 'recorded live in Athens/Georgia, with almost every song cut in one or two takes, fully harnessing the band's freewheeling energy, mostly looking back on the formative years, paying homage to the Muscle Shoals honky tonk'. Geproduceerd door David Barbe en met gast-vocals van Margo Price, R.E.M.'s Mike Mills en Schaefer Llana.

“The Driver” klinkt catchy, aanstekelijk door de gruizige gitarriedels en met een warme zang; we voelen ons zo wegrijden  in de prairie. Een zalig gevoel. De vocals van Patterson Hood en Mike Cooley zijn prominent. Songs als “Shake and pin”, “We will never wake you in the morning” zijn mooie pareltjes.
Misschien voor de doorsnee fan van de band wordt er een te gezapige lijn opgezocht, minder uitspattingen of experimentjes maar pure, lekkere rock’n’roll, van “Forged in Hell and Heaven sent” tot afsluiter “Wider Days”.
Op 'Welcome 2 Club Xiii' grijpt Drive-By Truckers terug naar het oude geluid, eenvoudige, gemoedelijke rock’n’roll dus.

The Driver (7:00) Maria's Awful Disclosures (3:50) Shake and Pine (3:45) We Will Never Wake You in the Morning (5:37) Welcome 2 Club XIII (3:22) Forged in Hell and Heaven Sent (4:45) Every Single Storied Flameout (3:55) Billy Ringo in the Dark (3:45) Wilder Days (6:37)

The River Curls Around The Town

Buiten zinnen/Losing our minds

Geschreven door

Het foto- en gedichtenboek ‘Buiten Zinnen/Losing Our Minds’ van Eddy Verloes en Benno Barnard wordt uitgebreid met een cd van de Tiense band The river curls around the town. Uit deze samenwerking is een mooi verhaal gegroeid. Muzikaal is er een fijne afwisseling tussen de poëtische spoken words in een minimale begeleiding en de zalvende semi-pop/elektronische luistersongs . Een herfstig kleurenpalet is het resultaat. Het ligt in het verlengde van de invalshoek van de band , die op hun materiaal weemoed uitstralen en een soort gemoedsrust wensen te brengen .
We horen een bijzonder innemende , sfeervolle, pakkende, hartverwarmende harmonieuze sound, vocals en spoken words in elf nummers  , van opener “Vision” , “The denier”, “Afterglow” tot “With a whimper”, “Psst, Jacob?”, incluis het themanummer “Losing our minds”, als afsluiter . Intiem, ontroerend , boeiend , avontuurlijk melodieus klinkt dit concept. Eenvoudig  en treffend . We zijn er ferm van onder de indruk.
Luister en onderga de mooie afwisseling van deze unieke samenwerking, perfect op elkaar afgestemd.

Een overzicht van de samenwerking
De Boutersemse fotograaf Eddy Verloes nam een jaar geleden een reeks foto’s van chassidische Joden bij stormweer aan de Belgische kust. De fotoreeks, die de titel ‘Losing Our Minds’ kreeg, viel op een jaar tijd wereldwijd meer dan 30 keer in de prijzen. Hij won er onder meer de prestigieuze titel ‘Travel Photographer of the Year 2020’ mee in de categorie ‘best single image/people of the world’. Recent werd hij door de grootste Amerikaanse fotowebsite ‘All-about-Photo.com’ met de fotoreeks geselecteerd voor een online solotentoonstelling tijdens de maand maart.
De hoofdredacteur van het tijdschrift Joods Actueel bracht Eddy Verloes in contact met de bekende Nederlandse dichter-schrijver Benno Barnard (auteur van tal van publicaties zoals ‘Het Trouwservies’, ‘Dagboek van een landjonker’ en ’Zingen en creperen’). Benno Barnard is een kenner en minnaar van de Joodse cultuur. Onder de indruk van de foto’s van Eddy Verloes schreef hij er 10 gedichten bij die tevens vertaald werden in het Engels. Het initiële plan was het uitgeven van een foto -en gedichtenboek (bij Uitgeverij Poëziecentrum Gent.)
Daarmee stopt het verhaal niet. Begin december 2020 komt Eddy Verloes in contact met het studioproject ‘The river curls around the town’ van de Tiense muzikanten Bart Bekker & Jan Vanwinckel. Deze heren brengen een elegante en mysterieuze mengeling van elektronica en luisterpop. Hun debuut-cd ‘more than a break’ verscheen in 2008 en op 29 februari 2020, verscheen hun tweede album ‘nightshadows’.
Lees hier de review
http://www.musiczine.net/nl/ontdekkingen/item/32806-More_than_a_break.html
http://www.musiczine.net/nl/cd-reviews/item/78108-nightshadows.html

Eddy vertelt Bart & Jan over het project ‘Buiten Zinnen / Losing Our Minds’ waarop deze laatsten onmiddellijk voorstellen om - geïnspireerd door de foto’s - de Engelse gedichten van Benno Barnard op muziek te zetten. Benno en Eddy gaan na het beluisteren van een paar proefnummers onmiddellijk akkoord en overtuigen de uitgeverij om de publicatie uit te breiden met een cd.
Door de coronacrisis schreven Bart & Jan de muziek samen en toch apart. Beiden werkten in hun eigen homestudio’s aan de muziek en wisselden digitaal bestanden uit zonder elkaar één keer fysiek te ontmoeten (op een wandeling met Eddy om het project te bespreken na). Voor de opnames van ‘spoken word’ deden ze - net zoals bij hun eerdere albums - een beroep op hun Engelstalige vriend Mick Shorter.
Het eindresultaat is héél straf te noemen en Benno en Eddy zijn bijzonder tevreden, zo blijkt ook uit hun reacties.
Eigen reacties
Eddy Verloes: “De mysterieuze sfeer die over de foto’s hangt, wordt in de poëzie en in de muziek perfect weerspiegeld. Er is een prachtige symbiose tussen beeld, woord en klank”.
Benno Barnard: "Ik ben een liefhebber van klassieke zang, maar in mijn ervaring legt de muziek de poëzie gewoonlijk het zwijgen op (grote componisten kozen dan ook vaak tweederangs gedichten en het gemiddelde operalibretto is literair waardeloos). Maar nu blijkt het verbazingwekkend genoeg mogelijk poëzie te laten klinken, in een genre dat nooit het mijne is geweest en het verbazingwekkend genoeg nu opeens blijkt te zijn."

Riverboat Gamblers

Ramotorhead -single-

Geschreven door

Riverboat Gamblers is een punkrockband uit Texas. Met “Ramotorhead” hebben ze een fijne vinyl-single uit met een cover van The Ramones (“Bonzo Goes To Bitburg”) en een cover van Motörhead (“No Voices In The Sky”). Ze hebben alvast niet voor de bekendste tracks van hun grote voorbeelden gekozen en ze zetten beide songs mooi naar hun hand.
Op hun versie van “Bonzo Goes To Bitburg” herken je nog makkelijk het origineel, maar ze doen er toch iets mee waardoor het meer is dan een platte kopie. “No Voices In The Sky” is wat moeilijker te herkennen, maar het punkrockjasje past deze Motörhead-track als gegoten.
Deze single is niet grensverleggend nieuw of super-relevant, maar wel super leuk.
https://riverboatgamblers.bandcamp.com/

Drive-By Truckers

The New OK

Geschreven door

De pure, onvervalste rock- en alto country van Drive-By Truckers is diep geworteld in de Amerikaanse Zuidelijke staten en zorgt steevast voor pure energie op het podium. De band is sinds 1996 onderweg en heeft sinds die tijd voldoende zijn stempel gedrukt op het genre. Onlangs heeft Drive-By Truckers een nieuwe plaat,  'The New OK' ,uitgebracht ( in december op vinyl). De band bewijst na al die jaren aanstekelijkheid en krachtdadigheid te combineren en uit te stralen.
Drive-By Truckers straalt enorm veel energie uit op deze plaat. Er schuilt ook een boodschap, o.m. protest tegen Trump en C°. “The Perilous Night” is een protestsong , een verwijzing naar de dood van Heather Heyer, door een neonazi dood gereden, surplus de reactie van Trump hierop.
Het slotnummer is een cover van The Ramones uit 1981; In 2½ minuut gooit de band in de vuige rocker “The KKK Took My Baby away”, alle woede er uit.
Boosheid is de rode draad op deze bijzonder krachtige plaat; de warme stem durft een grimas, boosheid uit te stralen en de gitaarlicks klieven als een bot bijl. Ze zorgen ervoor dat Drive-By Truckers weer een ijzersterke schijf uitbrengt die van begin tot einde aan je ribben kleeft.
Drive-By Truckers bracht in de eerste maand van 2020 het buitengewoon fraaie ‘The Unraveling’ uit. Een plaat waarmee de band bewees nog steeds stevig te kunnen uitpakken. Het was oorspronkelijk niet de bedoeling nu al een nieuwe schijf uit te brengen, maar deze corona crisis heeft de plannen veranderd. Treurig zijn we daar niet om want opnieuw levert  Drive-By Truckers sterk material af, die je ook doet nadenken over toestanden in de wereld. ‘The New Ok’ is een rockende schijf, met een duidelijke boodschap.
Het  leuke is dat de band lekker stevig kan uitpakken; ook de soulvolle, bluesy songs, die eerder een rustpunt vormen,  overtuigen.


Tracklist: The New OK 04:25 Tough To Let Go 04:49 The Unraveling 02:43 The Perilous Night 04:36 Sarah's Flame 03:31 Sea Island Lonely 04:20 The Distance 04:05 Watching The Orange Clouds 05:15 The KKK Took My Baby Away 02:31

Drive By Truckers

Drive by truckers - We won’t be out playing until it is safe for people to come see us. But, once it is, we will be out in force on whatever level is possible

Geschreven door

Drive by truckers - We won’t be out playing until it is safe for people to come see us. But, once it is, we will be out in force on whatever level is possible

The pure unadulterated rock and alto country of Drive By Truckers is deeply rooted in the American Southern states and always creates pure energy on stage. The band has been on the road since 1996 and recently released a new record 'The New OK' (to be released on vinyl in December). We had a nice conversation with the band. Immediately we had a nice conversation about the past, present, corona times and the future of Drive By Truckers.

Hi, the band was born in 1996, which means that next year it will be 25 years old, that is quite a lot. What were the highs and lows so far?
Patterson Hood (DBT):
It was quite the lovely delivery, despite occurring right after a tragedy. The nine months leading up to the birth of DBT was full of writing and creating and dreaming and planning. I had the name (as unfortunate as it turned out to be) and was literally trying to form my dream band while writing what became our second album (seems I can never do anything the correct or sensible way). Our first day as a band was a day of studio time I saved up for and booked on June 10, 1996. Two weeks prior to that, one of the players that was supposed to be in the band was killed in a car accident so the actual first day of DBT (the day we were born) there was a weird mixture of joy, musical elation and pure grief running through our veins and out our mouths and hands. Lows and highs, to the extreme, all on the very first day. That spirit has informed everything we have ever done since.

What do you think is the biggest change since the early years?
DBT:
We have changed and morphed continuously ever since. Our first 2 albums were very influenced by old timey country and country soul, while also being influenced by hip hop (in subject matter) and punk rock (in delivery and attitude). Our 3rd album was a loud post-punk album where we basically played songs from the first 2 albums very loud and recklessly. The 4th album was Southern Rock Opera. Along the way we’ve explored power pop (Blessing and a Curse and The Big To-Do), country-soul and murder ballads (Go-Go Boots), an album celebrating loss and survival (English Oceans) and most recently a trilogy of albums about the social and political upheaval in the USA (American Band, The Unraveling and The New OK). We used to have personnel changes every few years but have had a rock solid lineup since 2013 that I hope to continue until I die or am forced to retire.

Are there things that you, knowing what you know now, would do differently?
DBT:
First of all, the name of the band. It hasn’t really aged all that well and really doesn’t reflect what or who we are anymore. It was a drunken joke that ceased to be very funny the next day. Most people just call us DBT or The DBT’s anyway. If I was doing it over, I’d try to work at a more deliberate pace and most of the albums prior to 2014 or so would be at least 1 song shorter. Maybe 2-3 songs shorter in a few cases.

Some of your releases are concept albums. As I read in some of my biographies 2004' the dirty south' how did that idea come about?
PH:
That one was the true followup to Southern Rock Opera (even though Decoration Day came out between them). It sort of took the threads of what we were talking about on SRO to their logical next place and explored socio-economic issues related to the deep south. Decoration Day (which is my favorite of the so-called classic period) was a more personal album about navigating the toll that chasing our dreams had taken on our lives and loves. There’s not much I would change about either of those albums.

Also 'Southern Rock Opera' was a real milestone, tell me more about it? The story behind it and so on?
DBT
: It’s a coming of age story set amongst the post-civil rights south. I took the music of my youth and teen years (basically arena rock) and used it to soundtrack an exploration of the duality of the southern thing in all of its glory, hate and complexity. To make it the way we heard it in our heads, we had to relearn how to play and sing (for me, that took much longer than the time we made the album). We had this hugely ambitious project that we were committed to making but no money whatsoever to make it with so we had to be very inventive (and more than a little crazy) to pull it off. We recorded it in the upstairs of a uniform shop in downtown Birmingham Alabama on some borrowed DA-88’s (late 90’s digital recorders that were very unreliable and tempermental). Also, we were all fighting and broke and most of us were getting divorced while we were making it so it was kind of a mess, but it somehow worked out and changed all of our lives  forever.

Your music is also often described as Southern rock, with a reference to Alabama. Is that a consciously chosen direction? why?
DBT
: People call us that, I guess because of that album. I personally hate the term as applied to us. I would never ever call us that. To me, we are a Rock and Roll Band. We happen to be from the south, but so was Rock and Roll in its foundational state.

Up to there the past you recently released a new record from 'The New Ok'; how were the reactions so far?
DBT:
We released 2 albums this year. The Unraveling came out Jan 30th. We had planned on touring all year behind that until the Covid-19 pandemic forced us off the road indefinitely. We ended up making The New OK and releasing it in October (it comes out on vinyl and cd in December). Both have been well received. So much of our income is based upon touring that it has been a really hard year for us (personally and financially) but working on The New OK definitely helped get us through it by giving us something artistic and creative to focus on while all of this was going on. Both albums seem to be getting a little bit of traction on some year-end lists and that’s always nice.

Does the title have an underlying meaning? In other words, is this also a kind of concept record or am I wrong?
DBT
: When people would ask me how I was doing this summer, I would answer that “I’m OK, the new OK.” The title track kinda stemmed from that. I live in Portland Oregon, which like much of America was embroiled in a lot of protests after the police murdered George Floyd in May. Here, the protest became especially heated and Washington ended up sending in federal troops to try to stop them. (It didn’t work, it only made a bad situation much worse). I wrote the title track as well as a song called “Watching The Orange Clouds” during the protests and occupation. On a side note, it should be noted that the old hand signal for Okay has been taken over by white supremacists as a sort of secret handshake way of signaling each other. You see nationalists posing in pictures making that gesture. I would argue that the new ok is NOT OK. It’s not so much a concept album as the culmination of some themes we began exploring on our 2016 album American Band and continued on The Unraveling.

It is an album with material that partly comes from the sessions of the great ‘The Unraveling’, have I read somewhere? Is that correct?
DBT:
We spent a week in Memphis at Sam Phillips Recording Service in fall of 2018. We ended up recording 18 songs. The majority of the last two albums came from those sessions. It was an extremely productive and musically fulfilling week. We also recorded three new songs this August, which was challenging since we live in four different states and I live on the opposite end of our country from the rest of the band. As a band we have generally recorded all of our albums live, playing together in one room room like bands did it in the old days. For the newest songs we had to improvise and embrace the technology that enabled us to record together separately. I would demo a song in my music room and send the track to our drummer. He went to (our producer) David Barbe’s studio and recorded a drum track to my demo, then they sent that back to me. I went into a studio here in Portland and recorded my guitar and vocal tracks then sent them to the rest of the band. Everyone added their parts than Barbe mixed it all. This was all done very quickly as we decided to make the album in late July and to have it out on vinyl before Xmas we had to have everything including artwork and liner notes turned in by mid-September. It was hard work, but actually very fun and creatively exciting.

I was very charmed by ‘The Unraveling’ earlier this year, I admit. So why release a record so soon after or does it have something to do with this crisis in which we live?
DBT:
It has everything to do with the crisis of the day. Our country has been spiraling out of control for the last four years. Being stuck in quarantine and unable to go out and do our jobs was making us all crazy. We made The New OK as a way of getting out there, even though we couldn’t physically do so.

It's remarkable, after all these years, where do you keep getting your inspiration from? Because here, too, you're taking a completely different path, or am I wrong?
DBT:
Thank you. We all work very hard at improving and are still chasing that album of our dreams. I’m still trying to write my best ever song. The band keeps getting better at playing and singing and performing. Life is a work in project and if you live right, it remains so until you die. I’d like to think that our next album will be quite different from any that we have ever made. I’m actually pretty excited about that, whenever it might happen.

You have been able to prove yourselves live, now that that is no longer possible for the time being, this is a serious cut in the bill. How do you, as a band, musician and human being, deal with such a crisis in which we live?
DBT
: It has been a real challenge. Almost all of our livelihoods is based on getting out there and playing live. Our management and all of the great folks who work so hard behind the scenes to make it all work have had to work extra hard to invent ways to bring money in for us to live on. We have a pretty big archive of live shows recorded and have been putting some of them up on Bandcamp to generate funds. Our fans have been super supportive throughout this crisis. Also, several of us have been doing shows from home streaming for fans. I play every other Wednesday night on the site NoonChorus. I call it Heathen Songs and I have been playing themed shows, deep-diving into my catalog of songs. My partner Mike Cooley has been doing shows on the alternate Wednesdays and our multi-instrumentalist Jay Gonzalez has been doing some amazing shows periodically also.

How do you personally think that culture and music, which have been severely affected by these closures, will survive this crisis?
DBT:
I’m very worried about it all. I wonder what there will be to come back to when this is over and we can resume playing. So many of our favorite venues are closing or have closed already. Same with theaters and restaurants. It’s been a nightmare through and through.

Let's also look to the future, what are the plans after this crisis?
DBT:
We will be out playing wherever there is left to whoever is willing to come. We have been very conscientious about not wanting to be out endangering ourselves and our fans. We won’t be out playing until it is safe for people to come see us. But, once it is, we will be out in force on whatever level is possible.

After all these years, are there still ambitions or goals that you definitely want to achieve with the band?
DBT:
Absolutely. I am well into writing the next album, although I imagine it will be a while before we can record it. I have a book I have been working on for some time that I hope to continue working on. I have a solo album and a couple of side projects I would like to do also.

Thank you for this pleasant conversation, hopefully we can do it again face to face soon when you go down to Belgium for a concert
DBT: I would love that. Stay safe and hopefully see you soon. See you at The Rock and Roll Show!

The River Curls Around The Town

Nightshadows

Geschreven door

The River Curls Around The Town is het project rond Bart Bekker en Jan Vanwinckel. Met hun elektronische luisterpop raakt dit duo sinds hun debuut in 2008 ('More Than A Break') gevoelige snaren. Op een bijzonder melancholische wijze. The River Curls Around The Town profileert zich als een studioproject en toch hebben we acht jaar moeten wachten op een opvolger in de vorm van 'Nightshadows', dat nu op de markt is.
Vanaf “Afraid” word je op bijzonder zachtaardige wijze tot rust gebracht. Een soort gemoedsrust die je niet in slaap wiegt, maar eerder doet wegdrijven over weemoedige velden waar het fijn vertoeven is. Dit duo brengt kampvuurmuziek die een ware gemoedsrust over jou doet neerdalen. Bij elke song opnieuw, door de mooie instrumentale omkadering en een bijzonder warme vocale inbreng die je een krop in de keel bezorgt.
Dat keert dus ook terug op songs als “Busy As We Are”, “Eyes Closed” en “Forest Fire”. Het is bij deze echter zowel het plus- als minpunt aan deze plaat. Door te blijven hangen in die al te gezapige sfeer, waar nooit echt buiten de lijntjes wordt gekleurd, dreig je als aanhoorder na een tijdje toch af te haken, het mocht dus best iets avontuurlijker en gewaagder naar onze mening. De intimiteit waarbinnen dit duo je hart raakt, maakt echter veel goed. Zwijmel dus lekker weg over walmen van donkere weemoedigheid bij knappe pareltjes als "Nightshadows”, “Smile Of Tear” en “Which One”. En beluister deze schijf vooral op een moment van volstrekte rust en harmonie. Waardoor niet enkel je hart maar ook je hoofd tot een intense kalmte wordt gebracht.
Dit duo brengt aantrekkelijke en aanstekelijke luisterliedjes die je een goed gevoel vanbinnen geven, op een zwaarmoedige maar vooral intieme en wondermooie wijze. The River Curls Around The Town doet niet aan hoge woorden of heilige huisjes omver gooien, wel aan je hart op een bijzonder ingetogen wijze zeer diep te raken. Waardoor enige kritische benadering vrij vlug naar de vuilnisbak wordt doorverwezen. Vernieuwend en grensverleggend is dat allemaal niet, dat wordt bij de laatste song “Winter Hit Me Hard” nog maar eens in de verf gezet.
Als je graag op een eenvoudige wijze je hart laat beroeren en ontroeren, dan is deze 'Nightshadows' de perfecte schijf om je naar die bijzondere plaats in je ziel te doen zweven.

Drive-By Truckers

The Unraveling

Geschreven door

Drive-By Truckers brengt sinds medio 1996 een fraaie mix van poppy americana overgoten van aanstekelijke countryrock. De band heeft ondertussen zijn stempel gedrukt op dat american-rockgenre. In 2016 brachten ze, volgens de biografie, hun meest politieke plaat uit in hun 25-jarige bestaan: 'American Band'. Nu staan ze er terug met 'The Unraveling' waarover het volgende wordt gezegd:  with southern groove, hooks & pride, muscled three guitar attacks and erudite lyrics’, over de huidige staat van het land; ‘the most tumultuous years our country has even seen. ‘American Band’ was a warning shot hinting at a coming storm. This one was written in the wreckage and aftermath‘.
Vanaf “Rosemary With A Bible And A Gun” sijpelt die politieke boodschap al door. Ze wordt op een aanstekelijke wijze door je strot geramd en blijft aan je ribben kleven. Zo hoort dat bij deze typische American rockmuziek. De groovy gitaarlijnen en warme stem voeren je weg, maar confronteren je ook met een harde realiteit. “Armageddon's Back In Town”, “21st Century USA” of “Babies In Cages” hangen geen al te positief beeld op van wat de heren denken over het Amerika van nu. Patterson Hood en Mike Cooley stampen niet wild tegen heilige huisjes, ze doen dat zelfs op een eerder ingetogen en groovy wijze, maar wie de boodschap begrijpt, weet dat het geen vijf voor twaalf, maar vijf na twaalf is.
De wereld heeft weer muzikanten of artiesten nodig die een mening durven verkondigen, want ondanks alles wat gebeurt rondom ons, de wereld zwijgt. Prediken hoeft niet, dat is ook niet wat Drive-By Truckers doen op deze plaat, maar je een spiegel voorhouden dan weer wel. Laten we het echter ook over de muziek hebben. En dan hoor je een band die nog steeds even strak, gepolijst en lekker groovy de haren op je armen doet rechtkomen. De gitaar is daarbij de belangrijkste strijd om een betere wereld te creëren voor onze kinderen en kleinkinderen. Want daar draait het dus werkelijk om.  De tekst bij “Babies In Cages” is zo tekenend daarvoor: “I'm sorry to my children, I'm sorry what they see / I'm sorry for the world that they'll inherit from me”. Het is ook de rode draad op de volledige plaat.
Ook al is er hoop op betere tijden en geeft Drive-By Truckers aan een minder politiek album te hebben uitgebracht dan hun vorige plaat, de boodschap raakt je nog steeds en staat stevig overeind. Muzikaal worden echter op een even gestroomlijnde wijze menig snaren van je rockhart geraakt, en ook dat laatste stemt ons vreugdevol in deze toch wel moeizame tijden waarin we leven.
Drive-By Truckers stelt met 'The Unraveling' een plaat samen dat een eerder  somber beeld geeft van het heden, maar gelukkig schijnt er steeds een lichtpunt aan het einde van de tunnel. Dat lichtpunt is onze kinderen en kleinkinderen, die we moeten koesteren. Drive-By Truckers heeft die boodschap goed begrepen, en houdt jou, mij en henzelf een spiegel voor op een zeer gestroomlijnde en bijzonder groovy wijze. Waar we iets kunnen uit leren.  Nu de rest nog.

The River Drivers

Children’s March-Going Once -single-

Geschreven door

River Drivers is een Amerikaans viertal dat Keltische folkmuziek brengt met een politieke boodschap. Denk aan Richard Thompson en Billy Bragg. Niet zo traditioneel en afgelikt als pakweg The Dubliners, maar toch met meer dan een knipoog naar de protestzangers van de jaren ’70 en ook naar de maatschappijkritische traditionals uit Ierland.
Kevin McCloskey en Mindy Murray wisselen elkaar af op zang en doen dat beiden met een (meestal) overtuigende Ierse tongval en een goed gevoel voor drama. Kevin legt op “Children’s March” iets meer sense of urgency in zijn lyrics dan Mindy op “Going Once”. “Children’s March” gaat dan ook over een mars tegen kinderarbeid in de mijnen in de VS in 1903, terwijl “Going Once” een meer persoonlijk verhaal is, over Mindy’s oma die met negen kinderen een nieuwe woning moest zoeken toen haar huis werd aangeslagen wegens achterstallige belastingen.
Beide verhalen weten je als luisteraar te raken. Muzikaal valt op dat er geen drum ingezet wordt en dat die ook niet gemist wordt. De band gebruikt wel een heel breed spectrum van folkinstrumenten en laten alle ritmes van al die instrumenten mooi organisch naast elkaar lopen. Een akoestische versie van The Levellers meets Joan Baez, al leggen we de lat daarmee misschien net iets te hoog voor River Drivers. Toch ben ik heel benieuwd naar dat album dat later dit jaar uitgebracht wordt.

Parkway Drive

Parkway Drive - Melodieuze ruwheid

Geschreven door

Het centrum van de metal(core)scene bevond zich dinsdagavond even in Brussel waar Parkway Drive er naar aanleiding van hun laatste album ‘Reverence’ (2017) het podium van Vorst Nationaal inpalmde. Met Killswitch Engage en Thy Art is Murder in het voorprogramma was dit optreden al voorbestemd om een van de betere metaloptredens van het jaar te worden.

De aftrap van een avondje muzikaal geweld werd gegeven door Thy Art is Murder. De Australische deathcore band uit Sydney, of ‘Shitney’ zoals zanger Chris McMahon het graag noemt, mocht in een  twintigtal minuten bewijzen wat die in zijn mars had.  Wie een rustige set verwachtte om gestaag op te warmen richting headliner was eraan voor de moeite. Met nummers als “Dear Desolation”, “Reign of Darkness” en “Puppet Master” werd Vorst namelijk onmiddellijk hevig door elkaar geschud. Mooi gebrachte brutaliteit die het publiek duidelijk kon smaken.

Daarna was het tijd voor Killswitch Engage, een band die al ruim een decennium helder aan het metalcorefirmament schijnt en voor een deel van het publiek ongetwijfeld de doorslag gaf om op een doordeweekse werkdag richting Brussel te tuffen.  Zoals we brulboei Jesse Leach kennen, schreeuwde hij ook nu weer de longen uit zijn lijf en kon daarbij op heel wat hulp rekenen van de fans. Gitarist Adam Dutkiewicz liep als een hyperkinetisch konijn rond, maar was daarbij opvallend zwijgzaam. Iets wat we niet van hem gewoon zijn. Een strakke set werd geserveerd waarbij vooral de vroegere hits als “My Curse”, “Rose of Sharyn” en “My Last Serenade” op veel bijval konden rekenen. De Amerikanen bewezen nog maar eens dat ze nog lang niet ‘uitgeschakeld’ zijn als vertegenwoordigers van het genre.  Na dit strak afgewerkte optreden is het watertandend uitkijken naar het achtste album dat in de loop van 2019 gelanceerd zal worden.

Dat Parkway Drive veel aandacht besteed aan appearance en performance, werd duidelijk aan de manier waarop de Australiërs aan hun set begonnen. In plaats van het podium gewoon op te komen, verschenen de bandleden achterin de zaal en baanden zich zo een weg door het publiek. Nadat ze zich keurig opgesteld hadden op het verhoogje van het podium werd “Wishing Wells” ingezet, de ideale opener. Na een rustige inleiding van een minuut grunt zanger Winston McCall voor de eerste keer de ziel uit zijn lijf en ‘is de kop eraf’ voor een anderhalf uur durende set. De keuze om “Prey” als nummer twee op de setlist te plaatsen, noemen we nu eens het ijzer smeden terwijl het heet is. Deze meezinger uit het laatste album ‘Reverence’ (2018) is een mooi voorbeeld van de melodieuzere koers die Parkway Drive volgt sinds het album ‘Ire’ (2015). Een keuze die hen geen windeieren gelegd heeft en de fanbase alleen maar vergroot heeft. Een eerder ingetogen hit als “Cemetery Bloom” zou vroeger trouwens nooit de setlist gehaald hebben, en “Writings on the Wall” en “Shadow Boxing” al helemaal niet. Deze laatste twee werden voor de gelegenheid door een waar snaarkwartet vergezeld.
Na het opzwepende “Wild Eyes” en “Chronos” verdween McCall van het podium om iets later op een platform achterin de zaal te verschijnen vergezeld door een celliste. Even wat gas terugnemen was een understatement, want in het licht van een schijnwerper werd het akoestische “The Colour of Leaving” als laatste nummer voor de bisronde gebracht. De kracht van het lied zat hem in de eenvoud waarmee het gebracht werd maar helaas werd de intimiteit hier en daar wat doorbroken door een valse noot van McCall. Brullen is hem duidelijk meer op het lijf geschreven.
Na een korte pauze werd op de boeddhistische begintonen van “Crushed”  een groot logo boven het podium gehesen waarna het lied losbarstte en de weg vrijgemaakt werd voor “Bottom Feeder” dat met vuurwerk en een vuurzee het einde van de avond bezegelde. Na het publiek uitgebreid te danken viel het doek tot slot letterlijk over de show.

Parkway Drive bewees (wederom) dat ze tot het kruim van de metalscene behoren. Door de strategische keuze van nummers op de setlist en een tot in de puntjes georkestreerde show werden de verwachtingen meer dan ingelost. De Australiërs lieten geen spaander heel van Vorst en lieten ons het emotionele ontslag van minister Schauvliege eerder op de avond snel vergeten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/thy-art-is-murder-05-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/killswitch-engage-05-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/parkway-drive-05-02-2019

 Organisatie: Live Nation

Riven

Hail To The King

Geschreven door

Riven is de funeral-doomband van de Antwerpenaar Tom Mesens. Het is een beetje een experimentelere vorm van doommetal, met veel minder aandacht voor het metalaspect dan bij pakweg Iron Man. In de plaats komen violen, kerkorgels en piano heel prominent op het voorplan. En heel diepe grunts. Die lijken van nog dieper te komen dan de onderbuik. Het is een soort guturale grind-ruis die als een deken over de muziek gelegd werd.
Het debuutalbum ‘Hail To The King’ bevat drie tracks van elk zowat een kwartier lang. Ondanks dat er niet wordt opgebouwd naar één of meer punten, blijf je als luisteraar wel gefascineerd door deze slepende, zeurende doom, die soms naar de drone-metal van Sunn O))) lijkt te willen opschuiven.
Inzake compositie zijn de drie tracks elkaar waard, al is er een lichte voorkeur voor “The Bells Sound Once More”. Mesens heeft elk instrument een moment om te schitteren, alleen de drums hadden nog wat meer aandacht en liefde verdiend bij de opnames en in de productie (mix).
Dit is niet weggelegd voor de gemiddelde rock- of metalliefhebber, maar wie een beetje moeite wil doen en zich hier kan aan overleveren, krijgt er een fascinerende trip voor in de plaats. Wie er voor openstaat, kan altijd eerst eens de Bandcamp- of Spotifypagina van Riven checken. Als richtingaanwijzers zou ik Gateway, Svarthart, Eye Of Solitude en Mournful Congregation naar voren schuiven.

Parkway Drive

Parkway Drive – ‘Heerlijk intiem, heerlijk hard’

Geschreven door

Parkway Drive – ‘Heerlijk intiem, heerlijk hard’
Parkway Drive
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2018-03-13
Louis Follebout

Het waren een goeie paar weken voor fans van Parkway Drive. In twee weken tijd releasede de band 2 nieuwe singles én maakten ze bekend dat er een nieuw studioalbum aan zit te komen dat op 4 mei het daglicht zal zien. Als kers op de taart streek de band neer in Brussel voor een clubshow met 250 gelukkigen.

Beginnen doen we die avond met Polar, een Britse metalcore band. Meteen een stevige binnenkomer met “Blood for blood”. Het duurt letterlijk 10 seconden eer de eerste pits geopend worden. Het is duidelijk dat er een paar grote fans in de zaal zitten. Met gebalde vuisten worden de agressieve lyrics meegebruld. Als een herder bespeelt frontman Adam Woodfort het publiek en zet de zaal naar zijn hand. Circle – en moshpits worden prachtig georkestreerd en zijn stevig. Het is duidelijk dat we hier niet ongeschonden gaan uitkomen. Polar zet een zeer stevige set neer met als extra aandachtpuntje de ruwe vocals. Het is zelden dat livevocals even sterk en juist klinken als op een album, maar Polar krijgt dit zonder enige moeite voor elkaar. Publiek opgewarmd, kelen gesmeerd en kleren uitgespeeld, de volgende gang mag komen!

‘I spoke a vow today and asked if God would come and play’. Dit zijn de eerste woorden van het nieuw nummer “Wishing Wells” en tegelijk ook de opener van het optreden. Het was duidelijk dat de fans gestudeerd hadden op de lyrics, want vanaf seconde 1 zong het publiek even luid mee als de band zelf. Bij  de eerste breakdown brult het publiek harder dan ooit te voren en de glimlach op het gezicht van frontman Winston bewees dat hij dit niet verwachtte. De volledige zaal, en ja ik bedoel echt de volledige zaal, veranderde in een kolkende massa van ellebogen en rondzwierend haar. Na de benjamin uit hun arsenaal gespeeld te hebben, krijgen we de publieklieveling “Carrion” naar ons hoofd gesmeten. Zoals verwacht gaat Parkway Drive hard. Harder dan ooit te tevoren. Het voelde als een throwback naar de jonge jaren van de band. Kleine venue, stagedivers op het podium en ondertussen bandleden een schouderklopje geven, zowel publiek als band genoot ten volle teuge.
Zelf “The void”, een nummer dat 6 uur eerder uitkwam was geen onbekende. Het is de tweede single van het komende album ‘Reverence’. Het nummer werd online geprezen, maar ook afgebroken. Het zou niet meer hetzelfde zijn als de oude Parkway Drive en te soft zijn. Wel, ik kan u verzekeren, het nummer staat als een rots tussen de klassiekers “Idols & anchors” en “Wild Eyes”.
Om deze avond extra speciaal te maken, haalde de band wat oude nummers uit hun bestofte trukendoos. Nummers als “Breaking point” en “Dead mans chest”,  naar Winston’s eigen zeggen niet zo populair, konden rekenen op een stevige onderbouw van het publiek en zo werden zelf de minder bekende songs een heel groot feest.

Het is overduidelijk dat de band geniet van een clubshow als deze. Festivals en arena’s spelen is de grote droom, maar dit is waarvoor ze het doen. Contact met hun fans, highfives geven aan de eerste rij, stagedivers recht helpen en zelf happy birthday zingen voor een jarige job. Op een avond als deze kan je het jezelf permitteren van niet af te sluiten met een publiekslieveling, maar met de titeltrack van je eerste album. ‘Horizon’ is het laatste nummer voor de encore en dit werd zeer sterk geapreccieerd. Lang geleden dat we dit nog eens live zagen.
Natuurlijk kunnen ze de avond niet afsluiten zonder de ondertussen klassiekers “Crushed” en “Bottomfeeder”. Afkomstig van het laatste album ‘IRE’, maar , mijn god,  zijn dit al classic PWD-nummers geworden. Onder luid applaus, gefluit, geroep en ik vermoed een klein beetje gehuil ook, verlaten de Aussies het podium. Het einde van een zeer intense avond. Een avond om niet snel te vergeten.

Nog een laatste noot die echt vermeld moet worden. Na het optreden stroomde de meute, mezelf incluis, als uitgedroogde straathonden naar de bar om onze dorst te laven. Zotter dan dit wordt het niet dacht ik, terwijl ik even naar het podium kijk. Het podium staat ondertussen bomvol met fans die rond 1 persoon zwermen. Frontman Winston komt het podium terug op om alle fans te bedanken en met iedereen die wil op de foto te staan.
Dit is Parkway Drive ten top. Geen VIP-paketten, geen golden circle, geen gedoe. De dankbaarheid stroomt van zijn gezicht wanneer hij voor de 48ste keer hoort ‘Great show man’ en dit is wat van Parkway Drive een van de grootste metalcore bands van het moment maakt.

Setlist Polar:
Blood For BloodDestroy - Glass CutterDownfallBreathe - Black days - Tidal Waves
Setlist Parkway drive: Wishing WellsCarrionBoneyardsVice - Idols And Anchors - Romance is dead - The Void - Wild eyes - Breaking Point - Dead mans ChestDedicatedHorizonsCrushed - Bottom Feeder

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

At The Drive-In

At The Drive-In - Heftige come back

Geschreven door


At The Drive-In -
Legendarische band ? yes.  Cultband ? absoluut. De enige band die het emo-genre cool kon doen klinken ? zo is dat.

In 2000 maakte At The Drive-In het alom geweldige ‘Relationship Of Command’, een album die geboekstaafd staat als één van de absolute meesterwerken van de indie-rock. Net toen de wereld begon door te krijgen dat hier om een hoogst unieke band ging, splitten de heren al. Ontzettend jammer, maar de split bracht dan weer twee nieuwe fantastische bands aan de oppervlakte, The Mars Volta en Sparta, twee groepen die op hun beurt ook weer een stapeltje onsterfelijke platen afleverden. Gitaarwonder Omar Rodriguez Lopez bracht ook nog een handvol soloplaten uit waarin hij zijn virtuositeit langs diverse avontuurlijke wegen loodste.
In 2014 kwamen de heren Cedric Bixler-Zavala en Omar Rodriguez Lopez alweer met een geslaagd projectje Antemasque opzetten, een nieuwe equipe die steeds dichter kwam bij de punky en opvliegende sound van At The Drive-In. De cirkel was rond, hier moest wel een reünie van deze buitengewone band van komen. Een in een wip uitverkochte AB mocht er mee van proeven.

Geen nieuw werk, voorlopig althans, want de band kondigde vanavond hoopvolle toekomstplannen aan, ze komen weldra terug met een nieuwe plaat.
We moesten het stellen met de oudjes, stuk voor stuk zinderende songs die de tand des tijd probleemloos doorstaan hebben en anno 2016 zelfs nog straffer en verbetener klonken. We hebben hier 16 jaar moeten op wachten, maar de doortocht van At The Drive-In in de AB zalm nog lang blijven nazinderen.
Hardvochtige power, tomeloze energie, snedige hardcore, ziedende punkrock en de meest driftige indie-rock uit het beste Fugazi-hout gesneden. At The Drive-In was weer helemaal die band waar we destijds verliefd op waren geworden. Stroomstoten van songs als “Arcarsenal”, “Pattern Against User” en “Cosmonaut” deden de AB uit zijn voegen barsten en een hemels “Invalid Litter Dept” bracht ons gewoonweg in extase.
Bijna het volledige ‘Relationship Of Command’ werd hier op de meest hectische en uitzinnige manier door de speakers gejaagd, alsof de songs met zijn allen vers van de pers kwamen gerold. Cedric Bixler Zavala was briljant, hij schreeuwde elke song naar een hoogtepunt toe, zong daarbovenop nog eens ijzersterk en gooide zichzelf tot twee keer toe het uitgelaten publiek in.
Niet alleen omwille van Cedric’s indrukwekkende rock’n’roll afro-kapsel, maar ook omwille van die ongebreidelde energie die het hele zootje teweegbracht deed At The Drive-In ons meermaals aan MC5 denken. Muzikaal liggen beide bands misschien niet zo dicht bij mekaar en er zitten ook wel een paar generaties tussen. Maar de stormkracht, het venijn en de primitieve oer-instincten die uit dit gezelschap sproot, hebben we nog maar aan weinig andere bands kunnen toeschrijven.

At The drive-In had het waanzinnige “One Armed Scissor” tot het eind opgespaard, kwestie van de boel nog eens compleet in lichtelaaie te zetten. Een meer denderend slot hadden we ons niet kunnen voorstellen.

At The Drive-In was geweldig, furieus, heet en heftig. De come back van het jaar! Uw tweede kans : Op vrijdag 01/07 op de mainstage van Rock Werchter. Vergeet alle andere bands die dag.


Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Parkway Drive

Parkway Drive – Een show om niet te vergeten!

Geschreven door

Parkway Drive – Een show om niet te vergeten!
Parkway Drive – Architects
Ancienne Belgique
Brussel
2016-02-16
Jens Heyerick

Vooraf over het nieuwe album van Parkway Drive 'Ire': toen ik las dat ze een nieuwe weg waren ingeslagen , was ik een beetje teleurgesteld maar wou toch wachten tot ik deze volledig kon beluisteren. Ik had al “Vice Grip” en “Crushed” gehoord toen die werden vrijgegeven en het was inderdaad anders dan ik van hen gewoon was, maar zeker niet slecht. Toen het album dan in België verkrijgbaar was, heb ik hem direct aangeschaft. Het was wel even wennen. “Dedicated” en “Destroyer” zijn voor mij persoonlijk twee nummers die er boven uit steken. En “Vice grip” is een meezinger, die echt aanstekelijk werkt. Dus ik keek er naar uit om ze aan het werk te zien …

Thy Art Is Murder hun set heb ik spijtig genoeg gemist door file problemen. We waren voorbereid op de set van Architects. Voor mij de eerste keer dat ik de metalcore band uit Brighton, Engeland aan het werk zou zien. Benieuwd hoe ze live klinken, ik heb hun laatste twee albums beluisterd en de stem van Sam Carter kan mij zeker bekoren, en heb van horen zeggen dat ze live uitstekend spelen … Ze begonnen hun set met “Gravedigger”, een nummer van hun laatste album. Een juiste keuze zo te zien want de eerste crowdsurfers werden door de security al van het publiek geplukt, en de eerste moshpit werd ingezet. De band had er zo te zien ook zin in want Sam Carter sprong van de ene kant van het podium naar de andere. Tijdens “Broken Cross” en “The Devil Is Near”, bleef het publiek zich volledig geven en dat werd in dank afgenomen door de bandleden. De crowdsurfers en moshpits bleven maar komen. De rest van de set werd vervolledigd met nummers van hun laatste album ‘Lost Forever //Lost Together’ o.a “Naysayer” & “C.A.N.C.E.R” . De speech van Sam Carter over gelijkheid en hulp zoeken voor je problemen is geen schande ( wat hem ook geholpen heeft btw!) werd door het publiek toegejuicht. Het optreden was strak en qua geluid zat het zeker goed, al vond ik het jammer dat alleen het laatste album aan bod kwam. Een geslaagde eerste keer en ik zal ze zeker terug gaan bekijken , op Graspop deze zomer dus!

Nu was het nog een halfuur wachten tot Parkway Drive, de metalcore band uit Byron Bay, Australië, die ik al twee keer op Graspop heb gezien. Zeker de moeite om nog eens naar deze mannen te komen kijken. De zaal zat goed vol.
Het is bijna zover, door de luidsprekers weerklonk “Bohemian Rhapsody'” van Queen,  dat werd meegezongen en er werd ook een kleine moshpit gestart wat ik wel grappig vond. De lichten gingen uit , het publiek riep al direct om Parkway drive, en de set werd ingezet met “Destroyer”. Winston McCall vroeg om crowdsurfers en hij kreeg ze direct. In no time ging het publiek uit zijn bol, je voelde direct dat er een goede vibe en sfeer hing. Gevolgd door “Dying To Believe”, twee nummers van hun nieuwe album, die wat volwassener klinken. Zo kwam “Carrion”, een echte meezinger ook aan de beurt, Winston voelde zich in zijn nopjes en bedankte het publiek regelmatig voor hun energie. De AB werd door zijn stem ingepalmd en de menigte bedankte hem door enkele moshpits te starten en constant crowdsurfers te laten opstijgen boven het publiek.
Het optreden werd een mengeling van hun uitgebrachte werk, maar met 'IRE' als centrale album vanavond. Van de vroegere platen kon je niet omheen “Karma”, “Deliver Me”, “Idols And Anchors”, ... Qua stem blijft hij nog altijd evenwichtig . Om het met zijn woorden te zeggen : “All these years, i'm the still the voice you can’t destroy” uit het nummer “Bottom feeder”.  Als afsluiter werd “Swing” gespeeld, nog eens een snel nummer en achter z’n laatste woorden gingen de lichten uit … Het publiek wou zo te horen nog niet naar huis en iedereen bleef Parkway Drive scanderen. Dus kwamen ze nog eens op het podium om nog twee nummers te spelen, “Crushed” en “Home Is For The Heartless”, en als laatste zei hij “I see you guys this summer”. Dat belooft!

Kort samengevat: Top avond, top bands! Het waren shows om niet te vergeten, ette sets, veel beweging in het publiek en op het podium, Winston zijn stem was fantastisch in vergelijking met Graspop vorige zomer, de solo's van Jeff Ling waren betoverend en qua geluid zat het zeker goed. En persoonlijk vind ik de nieuwe nummers even hard klinken als daarvoor, overtuigend dus . Tot deze zomer!

Setlist Architects:
Gravedigger/ Broken Cross/ The Devil Is Near/ Dead Man Talking/ Colony Collapse/ Castles In The Air/ Naysayer/ C.A.N.C.E.R/ These Colours Don’t Run
Setlist Parkway Drive:
Destroyer/ Dying To Believe/ Carrion/ Karma/ Atlas/ Deliver Me/ Vice Grip/ Idols and Anchors/ Dedicated/ Wild Eyes/ Bottom Feeder/ Romance Is Dead/ Swing
Bis: Crushed & Home Is For The Heartless

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/parkway-drive-16-02-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/architects-16-02-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/thy-art-is-murder-16-02-2016/

Organisatie: Heartbreaktunes ism Ancienne Belgique, Brussel

Swervedriver

I wasn’t born to lose you

Geschreven door
Het uit Oxford afkomstige Swerverdriver rond Adam Franklin was één van die 90s  iconen die de shoegaze binnen de Britse (indie) pop kleur gaven , samen met Ride, Slowdive, My Bloody Valentine , Loop en hun peetvaders Jesus & Mary Chain . En die bands worden nu letterlijk van onder het stof gehaald .

Swervedriver liet 17 jaar op zich wachten en brengt na ‘The 99th dream’ van ’98 zelfs een nieuwe plaat uit . Hun eerste twee , ‘Raise’ (91)  en ‘Mezcal head’ (93) mag je alvast binnen het genre inlijsten.
De nieuwe plaat houdt ergens het midden en toont een sterke return aan . De eerste twee nummers “Autodidact” en “Last rites” passen perfect binnen het plaatje van het genre  en zijn de barometer van die gruizige, twinkelende gitaarloops , met wat nonchalance , binnen een melodieus concept ; de repetitieve gitaarlagen zwieren, zweven en bouwen op , de pedaaleffects zijn gedoseerd en ze behouden die kenmerkende (mee)slepende , bedwelmende , dromerige tune en intensiteit .
Het vloeit mooi in elkaar over in de daaropvolgende “For a day like tomorrow” en “Setting sun” . Mooie slepende voortkabbelende songs , die zorgen voor een zwierig, broeierig , aangenaam , zalvend geluid . Om dan opnieuw hobbelig en met weerhaken te klinken als op “Red queen arm race” , “Deep wound”, “Lone star” en “I wonder?” … Fijne comeback !

Dry The River

Dry The River – verwachtingen ingelost

Geschreven door

Dry The River is nog een relatief jonge band. De Britse groep is opgericht in 2009 en pas dit jaar kwamen ze met hun debuutalbum ‘Shallow Bed’ op de proppen. Desondanks was de Orangerie goed gevuld met een zeer divers publiek. Zowel jonge tienermeisjes, twintigers als de iets oudere garde toonden zich present. De band maakt moderne folkmuziek, maar durft in tegenstelling tot vele andere genregenoten ook wel eens stevig te rocken. Wellicht het gevolg van hun roots in de hardcorescène. De nummers zijn toegankelijk, met vaak gemakkelijk meezingbare refreintjes, maar toch klinkt de band niet als een sell-out. Integendeel zelfs, de songs klinken stuk voor stuk ongelooflijk oprecht en je gelooft frontman Peter Liddle als hij “I was prepared to love you and never expect anything of you”  zingt.

Opener “Shield Your Eyes” was nog te rommelig, zowel qua geluidsmix als qua strakheid, maar vanaf “New Ceremony” viel het optreden niet meer stil. Goed, met acht nummers, was het ook weer snel voorbij, maar op die korte tijd maakte de band wel een ijzersterke indruk. Vooral vanaf het vierde nummer “Demons” kwamen de meerdere gezichten van de band bovendrijven. Een ingetogen begin mondde uit in een oorverdovende waas van geluid. Lagen feedback werden over elkaar gedrapeerd en even moesten we denken aan shoegaze acts zoals My Bloody Valentine en Ride, verrassend. Helaas wel een kleine aanslag op onze trommelvliezen, zelfs met oortjes in. “Weights & Measures” werd vervolgens akoestisch ingezet en de vocale kwaliteiten van zanger Peter Liddle kwamen nu pas echt tot zijn recht. “No Rest” klonk live nog grootser dan op plaat, en zou ook in grotere concertzalen goed tot zijn recht komen met zijn melodramatische refrein: “I loved you in the best way possible’. “Bible Belt” daarentegen werd juist met opzet klein gehouden en door zijn onconventionele songstructuur en prachtige arrangementen was het de beste song van de set.
Als afsluiter kregen we nog een kolkende versie van “Lion’s Den” waarin Liddle zijn stembanden in de vernielenis schreeuwde terwijl de violist zijn instrument liet krijsen dat het een lieve lust wast. Een bisnummer zat er jammer genoeg niet in omdat de zanger bij het verlaten van het podium zijn hoofd stootte en daardoor op controle moest in het ziekenhuis.


Dry The River bracht een optreden dat al onze verwachtingen inloste. Hun geweldig debuut ‘Shallow Bed’ wisten ze met verve te vertalen naar het podium. De band heeft het in zich op de ‘next big thing’ te worden in de alternatieve indierockscène en het is nu al reikhalzend uitkijken naar de opvolger van hun debuut, dat we binnenkort mogen verwachten als we de groep mogen geloven.

Organisatie: Botanique, Brussel

Dry The River

Shallow bed

Geschreven door

Enorm gerespecteerd wordt het debuut van deze Londenaren . En terecht,  hun sfeervolle broeierige poprock verweeft folky elementen en de melodielijnen klinken zwierig als meeslepend. De intense songs kunnen aanzwellen,  zijn rijk gearrangeerd en worden gedragen door de indringend stem van Peter Liddle (denk aan Elbow Guy Garvey en Jeff Buckley) en aanvullende, meerstemmige zang. De songs zijn  meer dan af en met “The chambers & the values”, “No rest” en “Weight & measures” toont Dry the river potentieel uit te groeien tot een grootse band .

Dry The River

Dry The River – live sensatie

Geschreven door

 

Wie zijn muziek graag in een vakje voorgeschoteld krijgt mag Het Britse Dry The River gerust een folkband noemen. Al zorgt het metal en punk verleden van de vijf bandleden gelukkig wel voor een originelere uitvoering dan hedendaagse soortgenoten. Veel zinderende, intense gitaarpartijen dus, voorzien van de nodige weidse gebaren en wapperende lange haren  (denk aan Band Of Horses en My Morning Jacket). Wie dit Londens vijftal echter (kilo) metershoog boven de rest deed uitstijgen was zanger Peter Liddle. Met een stemgeluid die blonk als het zuiverste goud kwam hij bij wijlen zelfs akelig dicht in de buurt kwam van de nog steeds fel betreurde Jeff Buckley. Het klinkt erg onwaarschijnlijk dat de groepsnaam iets met diens verdrinkingsdood te maken heeft. Toch bleek die ongeëvenaard rauwe, emotionele live sensatie (herinner die memorabele passages op TW!) wel als herboren die avond.

Het debuut album ‘Shallow Bed’ van Dry The River verschijnt pas op 5 maart 2012 (wat meteen een geldig excuus is om nu nog niet met songtitels te kunnen rondstrooien), maar afgaande op hun optreden - inclusief bisnummer - in de uitverkochte, laaiend enthousiaste Botanique lijkt die vrijwel zeker uit te zullen groeien tot een ‘instant classic’ in het genre. Zeker omdat de zanger, blootvoets op een Perzisch tapijtje, zelfs zonder versterking en zonder enige moeite het publiek muisstil aan zijn lippen liet hangen.
Deze band heeft dan ook voor iedereen wat wils in petto: songs die voldoende liefdesperikelen uitademen om tienermeisjes op de eerste rij te laten posteren en een bijzonder kameraadschappelijke, energieke live présence die de jongens best konden pruimen. Er mocht ook gelachen worden. We hebben al meerdere bands opgetogen gehoord over de uitzonderlijke architectuur en akoestiek van de Rotonde, hun idee om er een boom in te laten groeien klonk niet eens onrealistisch.

De vorige Brusselse passages van Dry The River (in mei 2011 tijdens Les Nuits Botaniques samen met o.a. Villagers en in november 2011 in het voorprogramma van The Antlers) waren ons eerlijk gezegd volledig ontgaan. Dat ze afgelopen zomer ook op het Isle of Wright festival met verstomming sloegen , weten we enkel maar van horen zeggen. Maar vanaf vandaag volgen we deze band wel met argusogen en hopen dat hun rivier niet snel opgedroogd raakt.

Organisatie: Botanique, Brussel  

Cherry Overdrive

Go prime time, honey!

Geschreven door

Bij ons kan je nog niet beweren dat Cherry Overdrive een naam is maar in hun thuisland zijn deze 4 rockmeiden uit Kopenhagen vaak te horen op de Deense radio. Veel heeft te maken dat ze enkele jaren een niet onaardige hit wisten te scoren met “Reptiles” waardoor ze binnenin het garagerockmilieu als helden werden onthaald.
Ook al zit de garagerock hier diep verdoken in de ondergrond is dit genre in de Scandinavische landen meer dan populair.
Het succes van hun eerste cd bracht hun naar alle uithoeken van de wereld en met deze nieuwe cd proberen ze opnieuw hun pijlen op de garagerocksector te richten.
Het resultaat is rauwe vrouwenrock dat naast de rauwheid van een L7 of Seven Year Bitch ook de commercialiteit van een (jawel) Anouk in zich heeft en daardoor heb je als luisteraar meer dan eens het gevoel dat deze release noch mossel noch vis is.
Ze hebben de looks, ongetwijfeld de attitude maar hier bij de redactie van Musiczine vinden we dat ze naast een dosis ballen de volgende keer wel met wat sterker songmateriaal voor de dag mogen komen! ‘Go prime time, honey!’ is een cd met het juiste geluid alleen moet er dringend aan de rest worden gesleuteld!

Info
www.heptownrecords.com