logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors
Ora Cogan
CD Reviews

Gojira

Fortitude

Geschreven door

De Franse metaltrots Gojira heeft met de vorige plaat ‘Magma’ de lat wel heel hoog gelegd, maar ‘Fortitude’ moet niet onderdoen, en dat is al een huzarenstukje op zich.
Gojira kan snoeihard uit de hoek komen maar tegelijkertijd ook heel genuanceerd. En dat is iets wat bij veel metalbands wel eens een probleempje vormt. Luid is één ding, genuanceerd een ander. De combinatie van de twee lijkt geen evidentie maar Gojira weet er wel raad mee. Dat zorgt er trouwens voor dat de Fransen stilaan ook buiten de grenzen van de metal voet aan wal krijgen, een tournee door de states dit najaar als support act van Deftones zal hen dan ook geen windeieren leggen.
Frontman Joe Duplantier vermijdt fijntjes de typische death-metal grol (check al die metal zangers die grommen alsof een joekel van een raap in hun keel is bljven steken), hoewel hij verdomd hard kan brullen. Hij neigt al eens naar een kwade Jaz Coleman, en dat wil wat zeggen. Zo kan “Amazonia” zich gerust meten met het gemeenste en hardste van Killing Joke.
Hoe hard ze ook soms mogen rammen, Gojira schuwt de melodie niet, zie “Another World”, een song die alles in zich heeft om een internationale klassieker te worden dankzij een aanstekelijke riff en een refrein dat niet uit ons brein is weg te branden. Een hit, als dat al bestaat in die kringen. Ook het meeslepende “The Chant” zou wel eens tot zo een anthem kunnen uitgroeien. Gojira zit er immers niet om verlegen om hier en daar wat harmonieuze samenzang te droppen tussen de drilboordrums en de terreurgitaren, check ook de vette en gelaagde opener “Born For One Thing” en het snerende “Into The Storm”.
‘Fortitude’ is een sterk, divers en gevarieerd metalalbum dat ontsnapt aan de valkuilen van het genre. Een ferme stap verder in de evolutie van Gojira, een band die zich inmiddels een grote speler mag gaan noemen op de internationale metalmarkt. Weer een plaatsje hoger op Graspop of Hellfest. Als die festivals nog eens mochten doorgaan, tenminste.

Tomahawk

Tonic Immobility

Geschreven door

Duizendpoot Mike Patton heeft nog maar net een geslaagde Mr Bungle rëunie achter de rug met de hardcore splinterbom ‘The Raging Rat Of Easter Bunny’, en hij haalt alweer één van zijn andere bands van stal, Tomahawk, en dat was ook al weer geleden van 2013. Duane Denison (The Jesus Lizard), John Stanier (Helmet) en Trevor Dunn (Melvins, Mr Bungle) zijn ook terug van de partij en de lijm tussen al die straffe muzikale achtergronden plakt nog altijd even fel. De furie en het venijn zijn geenszins verdwenen, de tomahawk is vers geslepen en staat terug vlijmscherp.
‘Tonic Immobility’ is, naar goeie Tomahawk gewoonte, strakke metal met een hoek af. Een geschift papje van schreeuwerige vocals, abrupte tempobreaks en dwarsliggende gitaren. Alles verpakt in een set potige korte kopstoten van songs waarin het DNA van de groepsleden stevig genesteld zit.
De invloeden van Mr Bungle, Melvins en The Jesus Lizard zijn met name sterk voelbaar, en dat zorgt voor alweer een pittig en energiek schijfje.  

Dirty Honey

Dirty Honey

Geschreven door

Hou u vast aan de takken van de bomen, er komt nieuw zogenaamd ‘classic rock’ talent overgewaaid uit Los Angeles. Ze heten Dirty Honey, het zijn imago-rockers en onbeschaamde Aerosmith- en Led Zeppelin-copycats. Alsof de wereld nog niet genoeg heeft aan één Greta Van Fleet.
Ze kopiëren klakkeloos de sound van hun voorbeelden, maar vergeten er degelijke songs bij te schrijven. De looks zijn belangrijker, weet je wel. Gevolg, een debuutplaat die bol staat van de hard-rock cliché’s met dertien-in-een-dozijn-riffs, onbeduidende gitaarsolo’s en irritante hoge vocale uithalen. Dit is op maat gesneden van de Amerikaanse markt, en het zal daar gegarandeerd wel aanslaan zoals dat ook het geval was met die potsierlijke aanstellers van Greta Van Fleet, maar onze kouwe kleren raakt het niet. Voor dit soort muziek moeten ze de schuilkelders terug openstellen.   

Hedvig Mollestad

Ding Dong. You’re Dead

Geschreven door

Als je deze band tracht uit te pluizen dan zal je algauw op de term jazz-rock botsen. What’s in a name ? Als jazz-rock betekent dat dit geen alledaagse maar eerder moeilijk doordringbare muziek is, dan heeft men ergens een punt. Maar het heeft niks te maken met het soort arty farty shit die enkel door omhooggevallen jazzpuristen gesmaakt wordt.

Wij volgen de Noorse geweldige gitariste Hedvig Mollestad nu al een tijdje en hebben op elke plaat al die zogenaamde jazz-rock gevonden, maar al evenzeer striemende stoner-rock, hypnotiserende post-rock, subtiele hard-rock, bevreemdende psychedelica of tegendraadse avant garde.
Hedvig Mollestad doet immers niet aan hokjesdenken, ze speelt gewoon gitaar op een onnavolgbare wijze en laat zich daarbij begeleiden door een stel doorwinterde rasmuzikanten. Op de vorige plaat ‘Ekhidna’ was Mollestad even afgestapt van de trio-formule en breidde ze haar muzikale spectrum uit met keyboards en blazers. Dit zorgde voor een ietwat breder kleurenpallet, maar de gitaar stond nog altijd even centraal.
De terugkeer naar de basic begeleiding met Ellen Brekken op bass en Ivar Joe Bjornstad op drums is dus niet echt een koerswijziging. Het gaat er even avontuurlijk aan toe, ook al doen ze het maar zijn drieën.
‘Ding Dong. You’re Dead’ is wederom een volledig instrumentale plaat die hoofdzakelijk gefocust is op de gitaar van Mollestad, en deze laat zich van alle kanten bewonderen, bij momenten melodieus en subtiel, elders dan weer striemend en explosief. Invloeden gaan van Robert Fripp tot Buckethead, van Jeff Beck tot Dick Dale, van Zappa tot Marc Ribot. Niet de minsten, horen wij u denken. Klopt, Hedvig Mollestad is dan ook een gitaarvirtuoze die haar instrument zowat alle hoeken van de kamer laat zien, zonder dat ze daarbij persé de guitar-hero moet uithangen. Laat dat maar over aan Slash en consoorten.

Ding Dong. You’re Dead
Hedvig Mollestad Trio
 

Love Supreme

Tuesday

Geschreven door

De Nederlandse gitaarband Love Supreme heeft een cheesy groepsnaam, maar dat maken ze meer dan goed met hun muziek. Daarvoor vinden ze inspiratie bij Superchunk, Replacements en Lemonheads. Denk bv. Ook aan Nemo, Golden Green, BRUCE, The Romans, Lagwagon en Hüsker Dü. Een bijzonder aangename mix van punk en indierock.
Op hun tweede album ‘Tuesday’ (omdat ze elke dinsdag repeteren) klinken deze Nederlanders snel, smerig en snedig, zoals we dat in de jaren ’80 en ’90 zo leuk vonden. Eén van de hoogtepunten is “Felix Leiter”, waarop de band klinkt alsof de dood hen op de hielen zit: zelfs geen tijd om op adem te komen en enkel een compacte solo als die de snelheid niet uit de song haalt. Hetzelfde geldt voor “She Said To Me“. De lyrics halen niet op elke song ook het niveau van de muziek, maar dat is misschien eerder omdat de sound altijd zo goed zit.
Op “People Know“ wordt wel wat gas teruggenomen en zitten de lyrics prominenter in de mix. Love Supreme is echter niet de band van de grote boodschappen die moeten verkondigd worden. Maar wat een sound.
Een paar leuke details: de wielrenner op de foto is Harry Ligter, vader van frontman Jeroen. De foto werd genomen door Frist Veerman, de eerste klokkenluider van Nederland. In de outro van de slome slottrack “Love Supreme“ zit een gedicht van Lucas Hirsch.

Fantastisch album. Nu al op bandcamp, in september ook op vinyl.
https://lovesupremeams.bandcamp.com/album/tuesday

Fragmentum

Masters Of Perplexity

Geschreven door

De Belgische melodic deathmetalband Fragmentum houdt het creatieve duo Jan en Gunnar graag de touwtjes in eigen handen. Voor hun nieuwe album ‘Masters Of Perplexity’ werd de band gereduceerd tot zijn creatieve kern (de gitaristen/zangers Jan en Gunnar) en aangevuld met de nieuwe drummer Paul De Smet (Transport Aerian). Alles werd opgenomen in hun eigen studio en het album komt uit op hun eigen Zoorka Records.
‘Masters of Perplexity’ bouwt voort op het uitstekende ‘Pugnacity’, in 2019 uitgebracht na hun Amerikaanse tournee als support voor Children of Bodom. Daarna gingen ze nog op een Europese tournee met Soulfly.
‘Masters Of Perplexity’ heeft de Maya’s als thema en er is ook een muzikale koerswijziging: meer aandacht voor de melodie en iets minder op de doom. Het accent ligt nog steeds op de snelle en virtuoze gitaarpartijen, maar Jan en Gunnar profileren zich hier ook als masters in productie en arrangementen. De intro van “Mountain Of The Dead” is een pareltje inzake productie, wat maakt dat het daaropvolgende grunten er mooi tegen afsteekt. Op het nieuwe album wisselen ze de grunts af met een paar zuinige cleane vocalen (zoals op “Screechings Of The Sacrifice”) en die variatie is welkom.
Fragmentum speelt graag met contrasten: catchy melodielijnen tegen agressieve gitaren, drumritmes die niet altijd klinken zoals je verwacht tegenover gitaarsolo’s die dan weer meer wel dan niet klassiek zijn, … Het thema van de Maya’s is – al zeker voor een Belgische band – uniek en zit mooi verwerkt in de lyrics, al teert de band toch veel op het cliché van de mensenoffers.
Eén van de betere tracks het album is het gejaagde “Clash Of The Clans”, waarop de grunts mooi in de gitaarmelodie en eenvoudige drumpatroon blenden. Op “Trick Of The Twins” doen ze dat nog eens over. Feast Of The Flesh is een heel stuk trager, heeft een knap cello-arrangement en lekkere doomy intro. Daarna gaat deze track meer in de richting van melodische deathmetal, om dan nog een paar keer heen en weer te switchen tussen die genres. De tracks van Fragmentum zijn zelden in één hokje te duwen. 
‘Masters Of Perplexity’ is voor Fragmentum een paar stappen vooruit ten opzichte van ‘Pugnacity’, zowel in de muziek als in de productie. Een heel aangenaam en gevarieerd album.

https://www.youtube.com/watch?v=B3F3xJPuPH8&t=6s

Del Amitri

Fatal Mistakes

Geschreven door

De Schotse rockband Del Amitri had in ons land twee radiohits: “Nothing Ever Happens” in 1989 en “Always The Last To Know” in 1992. Die hits zijn wat in de vergetelheid geraakt, maar de oudere muziekliefhebber zal ze meteen herkennen. Na die internationale hits volgden nog hits in de UK en na de split in 2002 ging zanger Justin Currie solo. In 2014 en 2018 waren er echter succesvoille reünie-tournees en nu is er nieuw werk van de band, met vooral gitarist Iain Harvie als vaste waarde.
De kans dat één van de tracks op ‘Fatal Mistakes’ een internationale hit wordt is niet onbestaande, maar toch ook weer niet zo groot. Currie en Harvie zijn heel degelijke songschrijvers en performers, maar de jaren ervaring hebben de scherpe kantjes er wat afgevijld. Het klinkt allemaal heel degelijk, maar tegelijk ook heel smooth en het passeert zonder veel sporen na te laten. Dat Del Amitri op ‘Fatal Mistakes’ nog steeds klinkt als eind jaren ’80, begin jaren ’90 is tegelijk een vloek en een zegen.  Het is vooral herkenbaar, maar meteen ook een beetje gedateerd.
“Otherwise” zou als single zeker zijn plaats vinden op Radio 1, meer dan de door band en label uitgebrachte eerste single “Close Your Eyes And Think Of England”. “Otherwise” is één van de sterkste songs op het album. Andere uitblinkers zijn de stuwende tracks “Missing Person” en “Nation Of Caners”, het heel intimistische “Lonely” en het catchy “You Can”t Go Back”.

https://www.youtube.com/watch?v=lCGigqiAEXU

Tannhauser Orchestra

The Fade

Geschreven door

Tannhauser Orchestra (vroeger Tannhauser) is nog steeds de band van Erick De Deyn. Voor het nieuwe album ‘The Fade’ krijgt hij hulp van Geert Janssens (sinds 2012 bij de band) en nieuwkomer Loes Besieux. Zij leverde ook het knappe artwork voor deze release.
In deze opstelling klinkt Tannhauser Orchestra heel erg als tal van alternatieve/shoegaze/indie gitaarbands van eind jaren ’80 begin jaren ’90. Denk aan The Jesus And Mary Chain, Dinosaur Jr., Yo La Tengo en zelfs Pixies en Sonic Youth zonder de scherpste kantjes. De tracks waarop Loes zingt, voeren mij terug naar de hoogdagen van Elastica, Belly, Lush, Juliana Hatfield en Echobelly. De mannelijke vocalen springen er in verhouding wat minder uit, maar de variatie is wel top.
De vaak dreamy gitaar/synthsound van Tannhauser Orchestra op ‘The Fade’ is betoverend en geeft deze band een unieke plek in het muzikale landschap van vandaag, al slaat de slinger net zo goed in de richting van artpop en grunge.
Dit album schittert het hardst op het mysterieuze “Yamahaze” en ook nog op “Plain Jane” en “Late In The Game”. Het lang uitgesponnen “Deaf” heeft soms wat moeite om de luisteraar de volle negen minuten bij de les te houden, maar heeft net zo goed momenten die die epische speelduur verantwoorden. “Three Little Birds” (geen cover van Bob Marley) is met zijn trage ritme een beetje een spelbreker, maar heeft ook wel wat charme.
Tannhauser leverde met ‘The Fade’ een charmant en gevarieerd album dat in zijn leukste momenten ongegeneerd linkt naar het strafste uit de nineties.

https://tannhausermusic.bandcamp.com/

Prestige

Exit -single-

Geschreven door

Prestige brengt dit jaar een nieuw album uit bij Massacre Records. De band werkt sinds 2006 aan een comeback en nu is er eindelijk ook nieuw materiaal.
Deze Finse thrashmetalband bestond in een eerste versie van 1987 tot 1992, waarbij enkel materiaal werd uitgebracht bij een lokaal label. Daarna zat gitarist Jan Örkki Yrlund in een hele reeks bands zoals o.m. Lacrimosa en het (half-)Nederlandse Imperia, maar ook in de Belgische bands Danse Macabre en Ancient Rites.
Met de nieuwe drummer van Prestige, Matti Johansson, die lang bij Korpiklaani zat, komt de comeback van Prestige in een stroomversnelling. De nieuwe single heet "Exit" met "You Weep" als B-kantje, want dit komt gewoon ook op vinyl (45 T) uit. Beide tracks klinken alsof de tijd is blijven stilstaan in 1992: catchy thrash met veel Amerikaanse en Teutoonse invloeden. "Exit" heeft een mooie, klassieke intro terwijl "You Weep" meteen met de deur in huis valt en ook nog een hoog meebrulgehalte heeft. Goeie thrash kan du sook gewoon uit Finland komen.

https://www.youtube.com/watch?v=jcnB_jTfzKk

Squid

Bright Green Field

Geschreven door

Nieuw, fris, dwars, spannend, avontuurlijk, energiek, spits, bijzonder en uniek. Mogen wij u voorstellen: Squid, jonge Britse creatieve geesten die in het kielzog van andere eigenzinnige bands als Black Midi en Black Country New Road de Britse rock compleet binnenstebuiten keren. Bij momenten is dit dansbaar als de pest, elders dan weer zo tegendraads dat een mens er haast gek van wordt, maar steeds is het opwindend en zuigt het al onze aandacht op.
Hier valt geen genre op te plakken. Doe vooral geen moeite, Squid omzeilt met verve alle hokjes. Dit klinkt eigenwijs en vooral onvoorspelbaar. Nerveuze gitaartjes landen plots in een poel van noise (“2010”), prikkelbare postpunk slaat halverwege om in een verwarde sonische geluidseruptie (“Boy Racer”), punk-funk à la LCD Soundsystem wordt door een Sonic Youth molen gedraaid (“Peel St”) en een streep gekraakte jazz snijdt doorheen een dreigend “Global Groove”. Hoogtepunten “Narrator” en “Pamphlets” zijn zowat de meest opwindende dingen die we de laatste maanden gehoord hebben, bruisend, prettig gestoord en bijzonder aanstekelijk.
‘Bright Green Field’ is sowieso één van de meest vernieuwende en spannende albums van het jaar.
Squid speelt, als tante Corona het belieft, op 08/10 in de Brusselse Botanique. Eentje om absoluut bij te zijn.

Pagina 81 van 402