logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Editors
CD Reviews

Ólöf Arnalds

Sudden Elevation

Geschreven door

IJsland roept meteen bands op als Sigur Ros, Björk en Mum, door hun eigen karakteristieke unieke klanken en beelden. Valgeir Sigurðsson, Ólöf Arnalds, Ólafur Arnalds en Jóhann Jóhannsson zijn nu een beetje de opkomende namen.
Olöf Arnalds is uitgegroeid tot één van de opmerkelijkste sing/songwriters en is op de nieuwe plaat van IJslandstalige nummers naar Engelstalige nummers overgestapt .
Haar toegankelijke innemende hemelse pop refereert aan Joanna Newsom , waarbij we intieme betoverende fluisterfolk horen , gedragen door haar breekbare stem . Songs van een verheven schoonheid door het akoestisch gitaargetokkel , de harp , die een dromerige, sprookjesachtje elfensfeer ademen.
De factor emotionaliteit verhoogt gezien de arrangementen treffend, perfect en puur oprecht zijn samengebracht.

The Besnard Lakes

Until in excess, Imperceptible UFO

Geschreven door

Een goed bewaard muzikaal geheim is het Canadese duo Jack Lasek – Olga Goreas, die in een kleine tien jaar nog maar toe zijn aan hun vierde full cd . Ze creëren een atmosferisch klanktapijt door  puike, pakkende, etherische melodieën, traag, slepende dromerige ritmes en smachtende gitaarerupties, gedragen door gevarieerde, wisselende zweverige mannelijke en vrouwelijke vocals. Voor een handvol songs smelten we , “46 satires”, “People of the sticks”, “At midnight” en “Colour your light in” . Een paar fraai staaltjes zijn het, die mooi uitgewerkt, uitgesponnen zijn in het genre, en melodie – sfeer – en effects close houden !

Kadavar

Abra Kadavar

Geschreven door

Als u denkt dat u hier naar de nieuwe Black Sabbath zit te luisteren zullen we u dat heus niet kwalijk nemen, want meer retro dan dit kan je uw hard rock niet krijgen dezer dagen. Zelfs de hoesfoto lijkt te zijn genomen 40 jaar geleden, de langharige Duitsers Kadavar presenteren zich hierop als hard-rock neanderthalers die in de jaren zeventig zijn blijven hangen. En zo klinken ze ook, hun titelloze debuutplaat van vorig jaar zat al stevig verankerd in de prille seventies, deze ‘Abra Kadavar’ is gewoon het logische vervolg erop. Riffs uit het stenen tijperk, solo’s uit vervlogen tijden, psychedelische acid uitstapjes, wijde broekspijpen, lang sluikhaar en baarden waar een familie spreeuwen zich kan in huisvesten. Een sound die men dezer dagen ook kan horen bij Graveyard, Rival Sons en Radio Moscow, retro als de pest maar uiterst aangenaam vertier.
De heren mogen dan al met een knoert van een seventies fixatie zitten (met Black Sabbath en Pentagram als voornaamste ijkpunten), ze zijn verdomd goed in wat ze doen, dit is oerdegelijke prehistorische rock die teruggrijpt naar een tijd dat men de term metal er nog niet voor uitgevonden had.
We hebben de nieuwe Sabbath nog niet gehoord, maar we twijfelen er sterk aan of die even sterk zal zijn als ‘Abra Kadavar’. En nu gaan we ons haar laten groeien.

Thee Oh Sees

Floating Coffin

Geschreven door

Wie Thee Oh Sees al eens live uit hun dak heeft zien gaan, weet hoe moeilijk het moet zijn voor die gasten om de intensiteit van die live optredens op plaat te zetten. Toch zijn ze daar met ‘Floating Coffin’ in geslaagd. Het is een album geworden die al de fijne en gepeperde ingrediënten van Thee Oh Sees in zich draagt, wilde fuzzy pop en onstuimige garagerock met ongeveilde psychedelische randjes en uit de bocht scheurende gitaren. Er is weer flink wat koffiegruis tussen de gitaarpartijen geslopen, de keyboards zijn in een vuile sixties waas gehuld en er wordt wederom naarstig buiten de lijntjes gekleurd. Dat maakt het geheel net als op hun vorige platen fris, zeer levendig en avontuurlijk.
Er wordt gestuiterd en hard doorgerockt in “I come from the mountain”, “Maze Fancier” en “Tunnel Time” en het is heerlijk uitfreaken op “Toe cutter/Thumb buster”, “Night Crawler” en “Sweets Helicopter”. Na al het smerige gitaargeraas is het wiegeliedje “Minotaur” een welgekomen afsluiter van een alweer bijzonder en geweldig Thee Oh Sees album.

The Thermals

Desperate Ground

Geschreven door

Bij The Thermals kennen ze maar één richting en ‘t is dezelfde van The Ramones, rechtdoor. ‘Desperate Ground’ is 26 minuutjes ongecompliceerde punkrock verpakt in 10 potige uppercuts met een knipoog naar The Buzzcocks. Nog beter nieuws is dat de plaat terug in de buurt komt van die eerste twee rauwe werkstukjes ‘More Parts per Million” en “Fuckin A”. Een paar keer wordt het tempo gedrukt maar de mot komt er nooit in te zitten.
Frontman Hutch Harris houdt er vocaal steeds de vaart en melodie in en de songs zijn met zijn allen even efficiënt als ze simpel zijn. Kortom, The Thermals zoals we ze graag hebben. En zoals we ze zullen bezig zien op Boomtown op 24/07.

Savages

Silence Yourself

Geschreven door

Vier gedreven meiden die met een indrukwekkend stuk post-punk solliciteren naar de titel ‘plaat van het jaar’, het is ongetwijfeld één van de belangrijkste muzikale feiten van het jaar.
De dames menen het en ze zullen er verdomd niet ver naast zitten, want dit is een broeiend, spannend en opwindend album. Het viertal wist ons al te overtuigen met hun fenomenale live set tijdens Les Nuits Botaniques, een legendarisch concertje dat wij niet gauw zullen vergeten, de plaat grijpt ons al even hard bij het nekvel.
Tot vervelens toe wordt deze meidengroep telkens weer in één adem genoemd met Siouxsie & The Banshees, en dat komt voornamelijk door de ingrijpende en frontale vocals van de voormalige Franse actrice Camille Berthomier. Maar wij kunnen ons geen Siouxsie album voorstellen, met uitzondering dan misschien van ‘The Scream’, die even doortastend en krachtig is als deze ‘Silence Yourself’.
Madame Berthomier heeft verder trouwens de overtuigingskracht van Patti Smith, een grote dame die wij een heel stuk hoger inschatten dan Siouxsie. Het uiterst intense “Husbands” is een ferme knipoog naar Smiths geweldige statement “ Horses”.
De plaat bruist echter over gans de lijn, er is geen inzinking te bespeuren. Er gaat voortdurend dreiging en zinderende spanning van uit, soms luid, kwaad en agressief (“Shut Up”, “City’s Full”, “No Face” en de punk opdonder “Hit Me”) en elders dan weer onderhuids en sluimerend (“Waiting for a sign”, “Marshall Dear”).
Er zitten eighties echoes in de gitaren en in de diepe en donkere bastonen (Joy Division komt al eens om de hoek luren), maar dit is toch vooral een zeer eigentijdse plaat van een stel straffe meiden die maar al te goed weten waar ze naartoe willen.
Een kopstoot van een plaat.

Purling Hiss

Water On Mars

Geschreven door

Purling Hiss is de band achter gitarist/songwriter Mike Polizze. ‘Water On Mars’ is reeds hun vierde worp, en ’t is er eentje van goudwaarde, een rijk gevarieerd fuzzrock gitaarplaatje met enkele welgekomen rustpunten. Het schijfje klokt af op amper 33 minuutjes en dat heeft zo zijn effect, u zal geen enkel ogenblik door verveling overmand worden, integendeel, dit smaakt naar meer.
Het is al meteen prijs met de furieuze opener “Lolita”, een snerende song met ware Nirvana allures. Mike Polizze heeft zo nog een paar indrukwekkende grote voorbeelden : The Lemonheads en Dinosaur Jr. waaien rond in “Mercury Retrograde”, The Pixies zijn binnengeslopen in “The Harrowing Wind” en er zit een Velvet Underground angel in het zeven minuten durende “Water On Mars”.
Door een licht psychedelische toets en de freaky gitaren heeft Purling Hiss wel wat raakpunten met de nieuwe lichting fuzzy garagerockers als Mikal Cronin, Ty Segall en Thee Oh Sees. Als het even wat rustiger en zweverig wordt (“She calms me down” en “Mery Bumble Bee”) dan komen ook de Allah-Las in de buurt. Allemaal heerlijke bandjes, en wij zijn maar wat blij om Purling Hiss aan dat lijstje toe te voegen.

Pien Feith

Tough love

Geschreven door

Is haar intrigerend debuut ‘Dance on time’, foei!, aan onze neus voorbijgegaan, dan staan we duidelijk stil bij de tweede cd van het Amerikaanse Pien Feith , die samen met haar muzikale partner Melvin Wevers een broeierig ‘tweede’ album uitheeft , ‘Tough love’ . De dwarse, hoekige sound is nu meer gelaagd , gevarieerd en toegankelijker zelfs , en verliest zijn eigenzinnig trekje niet .
Dromerige , sfeervolle , trippende en ingetogen (‘80s) synth/soulpop siert het werk . Op de eerste songs “At the blow up”, “ I can’t hustle , I can”  groovet Pien Feith, daarna gaat het tempo naar omlaag en komt de intieme aanpak naar boven ; romantisch materiaal bijna sprookjesachtig zelfs , hoor je het op nummers als “Money not people”,  “Invisible man” en “Snap out” .
Een natuurlijke, oprechte plaat is het geworden, die “Tough love” , en het doet goed stil te staan bij dit fijne geluid van Pien Feith …

Phosphorescent

Muchacho

Geschreven door

De New-Yorkse sing/songwriter Matthew Houck aka Phosporescent heeft een privécrisis goed overleefd en komt glorieus terug met ‘Muchacho’, dat deels in Mexico is ontstaan . We hebben te maken met boeiend gevarieerde materiaal , sterk gedrenkt binnen de altcontry/ americana/rootsmusic. Als je z’n werk kent , kom je uit op mans zalvende weemoed, luister maar eens naar “Terror in the canyons”, “Muchacho’s tune”, “The quotidian beasts” en “Down to go”.
Maar we zijn aangenaam verrast door de drumbeats, “Song for Zula” en “Ride on /right on” bieden wat meer swing. En een breder instrumentarium als viool en blazers zijn graag meegenomen, die zorgen voor kleur en een broeierige spanning .
De hartverscheurende, beklijvende momenten blijven aanwezig ,  kenmerkend voor Phosphorescent maar door de stijlvariatie en de muzikale rijkdom hebben we vakkundig materiaal die optimisme en levenslust uitnodigen.
We worden zelfs in het begin verwelkomd en op het eind uitgewuifd door barok/gotiek van een kerkkoor, “Sun arise/Sun’s arising” .
De toekomst van Phosphorescent is rooskleuriger.  Voor wie houdt van Bon Iver, My Morning Jacket , Bonnie ‘Prince’ Billy en Neil Young mag deze Phosphorescent niet zomaar links laten liggen …

Suede

Bloodsports

Geschreven door

 De ‘90s Britpop had Blur, Oasis en Suede drie gekende sterke troeven . Muzikaal luidde de Suedemania ‘a new generation’ in met hun glamrockende donkere tunes op z’n Bowies gekenmerkt van bombast en dramatiek, en gedragen door de galmende hoog uithalende vocals van Anderson . Onmiskenbaar samen met Curve bepalend in de nineties die op hun beurt bands lanceerden als Elastica, Placebo en zelfs terug ‘hip’ werd door de heropleving van de huidige waverock van Editors, Interpol en White Lies.
Tien jaar na de laatste release ‘A new morning’ hebben ze een nieuwe plaat uit . Het zat er wel aan te komen , gezien ze een paar jaar terug met een reünietoertje zich hervonden .
Brett Anderson en de zijnen hebben een goede plaat uit , die wel minder uit de band springt. Melodieus  goed opgebouwd materiaal dat wel , vooral de eerste songs , die uptempo durven te gaan, met “It starts and ends with you” als sterkste song; dan houden ze het op enkele sfeervolle broeierige tracks en de laatste songs zijn uitermate  ingetogen , en die spijtig genoeg soms onvoldoende raken.
Overduidelijk is dat de plaat minder sensationeel dan vroeger is , maar Suede blijft een bron van inspiratie voor de melodramatiek dat ze hoog in het vaandel houden …

Pagina 267 van 402