logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
The Cure
CD Reviews

Caroline Smith

Little wind

Geschreven door

Caroline Smith is een  indie sing/songwriter van Minnesota. Op dit moment heeft ze twee cd's uit nl. ‘Backyard Tent Set-2008’ en ‘Little Wind’ . Beide folkachtige albums liggen in het verlengde van mekaar en worden gekenmerkt door prachtige melodieën en harmonieën. Aan het album ‘Little Wind’ zijn enkele grungy gitaren toegevoegd. De muzikale begeleiding van Arlen Pfeiffer, Jesse Schuster en David Earl als de ‘The Good Night Sleeps’ komen de folky songs van Caroline Smith ten goede.
Beste nummers zijn "Green to grey" van het eerste album en "Tanktop" van het tweede album.
Zeker een ontdekking waard; en neem van de gelegenheid gebruik te luisteren naar haar speciale stem.

Retribution Gospel Choir

3

Geschreven door

De derde plaat reeds van het hobbyclubje van Alan Sparhawk, frontman van Low. De man houdt er van om eens uit een gans ander vaatje te tappen, dat houdt hem kwik. Een beetje tegengif voor de depri sound van Low is immers altijd welkom. Te veel kommer en kwel is niet goed voor een mens.
Zo stampte Sparhawk enkele jaren geleden ook al The Black Eyed Snakes uit de grond, een in vettige motorolie gedrenkt hobbyclubje die bedreven was in het spelen van de meest gortige blues en een vunzige sound creëerde die mijlenver lag van de gekwelde slowcore van Low.
Ook nu blijft Alan Sparhawk ver buiten het vaarwater van Low. Met Retribution Gospel Choir begeeft hij zich in het woelige water waar ook Neil Young met Crazy Horse in vertoeft. De gitaren zijn de baas en ze scheuren, gieren en zweven dat het een lust is. Sparhawk en zijn kompanen laten zich gaan in twee lange brokken van boven de twintig minuten en het zijn er twee om in te kaderen. Vooral “Seven” is een parel, een ongeslepen diamant van 22 minuten, met als extra guest de al even wonderlijke als bescheiden Wilco gitarist Nels Cline die de song met zijn hemels klinkende en uitwaaierende solo’s naar eenzame hoogtes stuwt.
Straffe plaat, een zijstapje die ons beter ligt dan de soms te donkere onweerswolken van Low.
Binnenkort weten we trouwens wat Sparhawk onlangs ook met deze band heeft zitten uitvreten, want er zit een nieuwe Low plaat ‘The Invisible Way’ aan te komen, de release is voorzien in maart.
De kans dat hij met RGC op zwier gaat is dus klein. Jammer.

Iceage

You’re Nothing

Geschreven door

Kopenhagen wordt vaak genoemd als de groenste stad ter wereld, vegetariër zijn en je verplaatsen per (bak)fiets is er de norm. Kortom, nu ook weer niet echt het soort stad om een punkband te gaan vormen. Niets is minder waar: ‘You’re Nothing’, de nieuwste worp van Iceage, is een aanslag op de ziel en zal naar alle waarschijnlijkheid wel eens hoog op ons eindejaarslijstje kunnen belanden.
Iceage maakt geen typische protestsongs, niet verwonderlijk als je uit het groene Kopenhagen komt, en al helemaal geen nummers over chicks, dicks and LSD trips, zoals hedendaagse hardcore/punkbands à la FIDLAR en Cerebral Ballzy (geen slecht woord over hen, uiteraard) dat wel doen. Nee, zanger Elias Bender Rønnenfelt kiest ervoor zijn ziel bloot te leggen. Iets wat slechts weinig punkers in het verleden tot een goed einde wisten te brengen,in de meeste gevallen het werd algauw te cheesy en herkende je nauwelijks nog het verschil tussen hun teksten en die van pakweg Taylor Swift. Wanneer Rønnenfelt “Something denies coalition with you” schreeuwt in “Coalition” (nu al het nummer van het jaar) leven wij oprecht mee met de mans weltschmerz.
Muzikaal gezien is het een smeltkroes van hardcore, punk, en vooral veel postpunk. De hoogtepunten zijn: opener “Ecstasy”, het eerder vermelde “Coalition”, “Morals”, titeltrack “You’re Nothing” en het in het Deens gezongen “Rodfæstet”, dat zo goed klinkt dat we alleen maar kunnen hopen dat ze ooit beslissen een plaat in het Deens op te nemen. In afwachting daarvan draaien wij alvast deze grijs.

Kotipelto & Liimatainen

Blackoustic

Geschreven door

Akoestisch blijkt de laatste tijd nogal in te zijn... Waarschijnlijk zal dat niet de beweegreden zijn van de heren Kotipelto & Liimatainen om met een volledig akoestische plaat te komen gezien het duo al een heel tijdje dergelijke shows speelt.  Voor wie de twee mannen niet kent: Timo Kotipelto is de frontman van de metalband Stratovarius en van Kotipelto, Jani Liimatainen speelde voorheen bij Sonata Arctica.  Omdat nogal wat fans hun optredens met een smartphone registreerden, vonden ze het opportuun om zelf een plaat met de nodige geluidskwaliteit te maken. 
Op ‘Blakoustic’ staan de meeste nummers die ze ook live brengen.    Daaronder uiteraard de bekende Stratovarius-covers zoals “Black Diamond” en “Hunting High And Low” maar ook tracks zoals “Serenity” en “Sleep Well” uit de solo-albums van Kotipelto.    Daarnaast vinden we covers van bekende tracks zoals Pete Townshends “Micky Blue Eyes” en Deep Purples “Perfect Strangers”.   Er is ook ruimte voor een nieuwe compositie, nl de ballad “Where My Rainbow Ends”.  We kunnen stellen dat de Finnen geslaagd zijn in hun opzet en een mooi klinkende plaat met prim gitaarpartijen en dito vocalen hebben geproduceerd.  We plaatsen er wel de kanttekening bij dat ze duidelijk op safe speelden en dat ‘Blackoustic’ zelden spettert of spannend wordt...

Fidlar

Fidlar

Geschreven door

Blik op oneindig, verstand op nul, gaspedaal volledig ingedrukt en vooruit met de geit. Dat is zowat de ingesteldheid bij de in your face punkrock van Fidlar. Het refrein van de openingssong spreekt boekdelen : ‘I drink cheap beer, so what, fuck you !’
FIDLAR staat trouwens voor “Fuck it, dog, life’s a risk”. U hoeft dus geen uitzonderlijk intellect te hebben om te kunnen volgen. Maar dat moest ook niet bij The Ramones, en hoe geniaal waren die niet ? Waarmee we al onmiddellijk een eerste referentie hebben, denk verder nog aan Circle Jerks, The Germs, Howler en vroege Replacements, en u weet zo een beetje hoe Fidlar klinkt.
Niet echt origineel, zegt u ? Ok, so be it, maar wel duizend keer efficiënter dan de banale prefab punk van groepjes als Blink 182 en Sum 41. Fidlar is stukken opwindender en vooral vuiler, zoals in de vettige garagerockers “Stoke and broke” en “Wait for the man” die ons doen denken aan The Nomads in hun smerigste dagen. “Max Can’t surf” en “Blackout Stout” halen op hun beurt de frisheid van pakweg The Vaccines naar boven en de rotvaart die Fidlar bereikt in kopstoten “White on White”, “Wake Bake Skate” en “5 to 9” nodigt uit tot wilde pogo feestjes en circle pits.
Het is simpele garagepunk, niet meer of niet minder, maar het werkt bijzonder aanstekelijk en dat is wat telt.
Voor zij die een heus punkfeestje willen bouwen en eens goed tegen elkaar willen aanbotsen, Fidlar komt naar de Antwerpse Trix op maandag 4 maart.

Unknown Mortal Orchestra

II

Geschreven door

Jonge groepjes die zich laten bedwelmen door de psychedelica en de acid gekte van de sixties zijn weer alomtegenwoordig, denk aan Tame Impala, Thee Oh Sees, Foxygen, Allah-Las, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Jacco Gardner en ook deze Unknown Mortal Orchestra. De band begeeft zich op het open minded pas tussen The Mothers Of Invention, Syd Barrett, Love, The Byrds, The Beatles, Jimi Hendrix, 13 th Floor Elevators en Funkadelic.
Op hun tweede plaat staan sprankelende songs die lijken te zijn gemaakt in de meest geestesverruimende periode van de sixties. Veelzijdigheid, gekte en geschift vernuft liggen aan de grond van verfrissende groovy songs met heerlijke tempowisselingen en muzikale verassingen. Zappateske gitaartjes mengen zich met spacy Flaming Lips geluidjes en ondergedompelde T-Rex riffs. Dit is zonder meer een plaatje die het moet hebben van zijn zweverige sound, maar die ook pareltjes van songs herbergt. Zo kan het prachtige “Monki” doorgaan als iets van Sparklehorse, maar dan met een ietwat minder gekwelde geest aan het roer. Waarmee we willen zeggen, mocht de betreurde Mark Linkous het leven iets rooskleuriger hebben ingezien, dan had hij die song ook wel uit zijn mouw kunnen schudden.
Verder staat hier geen enkele stinker op, integendeel, de songs ademen allemaal een andere fleurige bloemengeur uit zonder daarom dat fletse flower power gevoel van de hippies op te roepen.

Neurosis

Honor Found In Decay

Geschreven door

Neurosis - Al ruim 25 jaar bezig én uniek; Neurosis - post-, sludge en experimentele metal met een pak volgers in het genre . Invloedrijk dus! Neurosis biedt een filmische, huiveringwekkende trip door hun slepende en krachtige melodieën en grauwe vocals. Lang uitgesponnen stukken , grommend, slepend , opbouwend , exploderend waarin voldoende rustpunten te noteren vallen. We horen een aanhoudende spannende dreiging , verzengend hard , ingehouden mooi; de sound wordt op gepaste wijze omgeven van een strijkorkest en Oosterse flutes .
De band rond Steve Von Till en Scott Kelly hebben opnieuw een overtuigende plaat uit van 7 werkstukken , die niet direct het daglicht kunnen verdragen; ze zijn een intense (pijnlijke) ervaring en ze zijn net als Swans Isis, Sunn O))) en Amenra uniek in hun stijl.

Beth Orton

Sugaring Season

Geschreven door

Beth Orton heeft opnieuw aansluiting gevonden met haar oude materiaal ‘Trailer park’ en ‘Central reservation’ op de nieuwe plaat ‘Sugaring season’ qua sterkte en muzikale emotionaliteit. De Engelse sing/songwritster kwam  in de spotlights met haar ingetogen en dromerige mix van intieme folk en trippende elektronica soundscapes , nog vooraleer de term folktronica over onze lippen kwam. 16 jaar terug in de tijd , gaf ze de vrouwelijk sing/songwriterpop een verfrissende wind.

Ze ging meer richting akoestische folk en de elektronica werd tot een minimum herleid . De vorige cd ‘Comfort of stangers’ , al van 2006 intussen ging wat aan ons voorbij. Ze is intussen moeder van twee kinderen en op haar comeback horen we sfeervolle semi-akoestische pop, aangevuld met fiddle , viool of piano; een reeks ongedwongen intieme, hartverscheurende songs , maar ook enkele zwierige songs als “Call me the breeze” en “See through blue”. Bepalend in de sound is haar droeve , breekbare , melancholische stem .
Beth Orton staat garant voor een warme folky landelijk- en huiselijkheid. Dromerige pop , in een pure , eerlijke vorm !

Two Door Cinema Club

Beacon

Geschreven door

Het Noord-Ierse Two door cinema club zit in het geheugen gegrift met dat aanstekelijke debuut  ‘Tourist history’ , een plaat om U tegen te zeggen met een rits aangenaam huppelende; sprankelende spring-in-t-veld nummers, gekenmerkt van gillende gitaarlijntjes, en  gedragen door die zalvende vocals van Alex Trimble , die ergens aan Alexis Taylor van Hot Chip refereert .  “Something good can work” , “This is the life” en “You’re not stubborn”, mooie singles! Tja, je hebt van die band die ‘het’ hebben om relaxte, leuke en opgewekte melodietjes te schrijven. 
En dan komt die opvolger op hun muzikale noemer van fris, twinkelende , aanstekelijke dansbare poprock. Geen paniek , TDCC heeft een goede tweede plaat uit , ‘Beacon’,  volwassen en meer uitgebalanceerd , een album dat een meer gevarieerde, brede aanpak kent, meer diepgang , zonder z’n grooves , jeugdig enthousiasme en euforie te verliezen. De eerste reeks nummers “Next year”, “Handshake”, “Wake up” , “Sun” en “Someday” gaan de hoogte in die sprankelende ritmiek. Daarna vermindert de vaart, is er minder bubbelpop en zijn de nummers gebaad in een sfeervoller geheel , maar zijn nog steeds de moeite. Deze gerespecteerde band kan groots worden en optimisme en levenslust  spat er van !

The Lumineers

The Lumineers

Geschreven door

“Ho hey”,  meteen wordt de aandacht naar de song en naar de band gevestigd … Een eenvoudige , frisse , opbeurende, goed in het gehoor liggende popsong toont een band die in het verlengde ligt van Mumford & Sons en Monsters and Men. Folkpop uit Denver, Colorado, waarvan de basis gitaar –mandoline – banjo - drums – cello vormt; het getokkel, de stampende ritmes , de handclaps en de meerstemmige zangpartijen bieden een ontspannend ‘campfire’ gehalte . De zang van Wesley Schultz heeft iets mee van Cold War Kids en Arcade Fire . De songs op hun debuut liggen in het verlengde van de single ; op die manier hebben we reeks fijne lichtvoetige songs als “Classy girls”, “Dead sea”, “Stubborn love” en “Big parade” . Af en toe valt er minder vaart te noteren en klinkt het gezelschap ingetogen en gevoelig, met een donker kantje , “Slow it down”, “Charlie boy” en “Flapper girl”.
Een afwisselend , leuk , sprankelend en emotievol debuut .

Pagina 274 van 402