logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

The Ting Tings

The Ting Tings: Shut up en let ‘em go!

Geschreven door

We noteerden een nokvolle Orangerie om het beloftevolle Britse duo Jules de Martino (drums/vocals) en de bevallige Katie White (gitaar/vocals) aan het werk te zien. Het concert kreeg al weken het kaartje ‘sold out’ opgehangen. Hun sprankelende, springerige, frisse en speelse gitaarpop ligt duidelijk in de lift; de strakke popsingles met hun meezingbare refreinen “Great DJ”, “That’s not my name” en ”Shut up, let me go” stonden al in de hitlijsten. Samen met Blood Red Shoes zijn één van de ontdekkingen van 2008.

Terecht vormen zij zo een beetje de jonge B 52’s, die optimisme en levensvreugde uitstralen. Het sympathieke duo zorgde alvast voor opwinding, zweepte het publiek op en wist in geen mum van tijd hen in te palmen. Ze werden warm tot sterk onthaald, maar een feestje zoals bij Blood Red Shoes bleef net uit.
De Martino mepte er naar hartelust op los en Katie dartelde als een jonge Debbie
Harry over het podium. Ze speelden een korte, krachtige set en op nog geen uur tijd hadden ze bijna alle songs van hun aanstekelijke debuut ‘We started nothing’ erdoor gejaagd.
Het goed op elkaar ingespeelde duo stoeide met gitaar, drums en elektronica. “We walk” opende het stomende setje en had een opbouwende groove door een rauwe repeterend klinkende gitaar en beats. Hun doorbraaksingle, het tintelende “Great DJ” volgde. De dubbele bassdrum en de hitsende ritmes op “Fruit machine” en “Keep your head” hielden het tempo hoog. Het duo ontpopte zich als een jonge JohnTravolta en Olivia Newton-John op het aangename en sfeervolle rustpunt “Traffic light”. “We started nothing” klonk broeierig, had een intense spanning en werd mooi uitgesponnen tot de laatste mokerslag. De zang van Katie deed denken aan Polly Harvey. “Shut up & let me go” werd het lijflied van de avond; beiden fokten het op door enkele stiltes, dubbele percussie en trom, wat iedereen aanzette tot dansen, springen, zingen en handclapping. Vijfenveertig minuten jong geweld passeerde aan ons voorbij. Als toegift zorgde De Martino voor wat animatie door pics te nemen van de eerste rijen, hen een happy birthday te laten zingen en z’n eigen DJ kunstjes te tonen. Run DMC, Grandmaster Flesh en Ray Parker Jr leidden het pompende electro funky “Impacilla carpisiung” in , en tenslotte kon iedereen nog eens z’n keelgat openzetten op “That’s not my name”.
Beloftevolle Band met charisma, een positive vibe en … toekomst. Meer moet dat soms niet zijn …

Organisatie: Botanique, Brussel

Grant Hart

Na 20 jaar staat hij er nog steeds, Grant Hart

Geschreven door

Eind jaren ’80, in het West-Vlaamse hol W.: een bleke puber sloft elke maand de plaatselijke bibliotheek binnen om er weer buiten te wandelen met een aantal LP’s onder de arm. Tot dan toe waren dit meestal foute hardrockplaten van geföhnde testosteronbommen als Whitesnake, Van Halen of Judas Priest, het leven kon hard zijn in West-Vlaamse holen in de jaren ’80…
Tot op een memorabele dag de bleke puber een plaat meenam met een wat vreemde hoes van een groepje met een heel vreemde naam (blijkbaar waren de foute hardrockplaten die dag allemaal uitgeleend): ‘Candy Apple Grey’ van Hüsker Dü. De puber kwam thuis, legde de plaat op de platenspeler; draaide de volumeknop open in afwachting van een eindeloze gitaarsolo…en werd vervolgens uit zijn sloefen geblazen. Een mijlpaal in het leven van de bleke puber en op muzikaal gebied was niets nog hetzelfde, een nieuwe standaard werd gezet. Eeuwige dank aan de verantwoordelijke voor de platenafdeling van de bibliotheek in W. is hier op zijn plaats.
Om maar te zeggen dat ik een hoge dunk op heb van Grant Hart die samen met de heren Mould, Hart en Norton, het trio Hüsker Dü vormde van 1979 tot 1987.

Maar Grant Hart was weer in het land (hij speelde ook op ‘De Nachten’ in Antwerpen). De verwachtingen waren hooggespannen, maar tegelijk ook wat gematigd, want met ‘oude gloriën’ is het oppassen geblazen. Menig rockheld tourt nog rond enkel en alleen om de alimentatie/verslaving/grote villa te kunnen blijven betalen of wil hardnekkig tonen dat hij/zij nog vernieuwend is en speelt dan geforceerde nieuwe songs waar niemand een boodschap aan heeft. Grant Hart heeft na het Hüsker Dü - tijdperk weliswaar nog een paar soloplaten gemaakt en een tijdje met Nova Mob het mooie weer gemaakt, maar de laatste jaren was er toch weinig nieuws van de man (tot Arsenal met hem een nummer opnam voor hun laatste plaat).
Wij dus naar de Handelsbeurs, een zaal met klasse en standing, waar het publiek werd uitgenodigd om plaats te nemen aan ronde tafeltjes, met een kaarsje op en een streekbiertje naar keuze, very NOT punkrock, maar hey, de punkrockers van weleer zijn ook niet meer hetzelfde.

Als support-act stond ene Pete Molinari geprogrammeerd, een beleefde jonge Britse troubadour die blijkbaar al twee cd’s uit heeft maar waar ik nog nooit van gehoord had. De zoetgevooisden bleek een kruising tussen Bob Dylan en Roy Orbinson. Een gitaar, een mondharmonica (het Bob Dylan-gen) en een klok van een stem (van papa Roy O.) waarmee hij een aantal trage tot mid-tempo songs bracht die zo uit de jaren zestig bleken te komen. Mooi, goed gespeeld en gezongen maar of Pete veel potten zal breken valt te betwijfelen, daarvoor zijn de songs misschien iets te braaf en te gepolijst, net als de jongeman zelve. Nadat hij vriendelijk had gevraagd of hij nog een laatste nummertje mocht spelen ‘for the ladies’, en het eveneens beleefde publiek dit welwillend had toegestaan, was het halfuurtje Pete Molinari gepasseerd.

Pete weg van het podium en daar kwam Grant Hart, hij zag er minder rock ’n roll uit dan degene die na afloop van het concert de zaal moest vegen. Na nog eens goed zijn broek te hebben opgetrokken nam hij de gitaar ter hand, blikte de zaal in en begon Please don’t ask” te zingen. Voorwaar een sterke opener. Grant had er blijkbaar zin in want het publiek werd uitgenodigd om de nummers te kiezen.  Het maakte hem blijkbaar ook niet uit of er dan wel Hüsker Dü-, Nova Mob of solonummers, gelukkig was iedereen genoeg bij de pinken om geen nummer van Bob Mould te vragen, want de mythe wil dat het tussen die niet echt goed botert.
Blijkbaar speelt Grant Hart zijn eigen nummers nog heel vaak want bij elk verzoek moest hij maar twee seconden nadenken en hij was vertrokken, een human jukebox.”Letter from Anne-Mari” en “Admiral of the sea” passeerden, sterk gezongen en een verrassend afwisselend gitaarspel (Grant was destijds de drummer van Hüsker Dü). Er volgde een mij onbekend nummer (“Barbara”?, Iets nieuw?) en toen keek Grant op zijn playlist en was er een moment van verwarring. Blijkbaar had hij iets onleesbaar genoteerd maar na wat denkwerk bleek het “Keep hangin’ on” te zijn.
Er zat vaart in, er passeerden een aantal Hüsker Dü nummers die toch ook al 2 decennia oud zijn maar nog altijd fris van de lever klonken. Tijdens “Where Are You Gonna Land Next Time You Fall Off Your Mountain” brak een snaar en dat was de aanleiding voor een korte pauze. In de ware punkrock-filosofie herstelde de artiest zélf zijn gitaar (en zo wordt een roadie uitgespaard natuurlijk) en waren we dus een 10-tal minuten getuige van een relaxte Hart die het technisch mankement niet aan zijn hart liet komen.
Hij hernam de set met zichtbaar plezier om er nog een achttal nummers door te jagen. De man had echt niet veel nodig om terug te komen voor een bisronde, hij deed wat passen achteruit, deed alsof hij ging stoppen maar na vijf seconden stond hij al terug aan de micro. “Old Empire” en het machtige “Don’t wanna know if you are lonely” werden vol overtuiging ten beste gegeven.
En na 22 nummers kon hij nog eens terugkomen om ons, na wat gespeeld tegenstribbelen, “All of my senses” te schenken, 18 jaar geleden een bescheiden radiohit die eigenlijk een wereldhit had moeten zijn.
Om daarna af te sluiten met kippevel: “Diane’, de rauwe moordballade waar Therapy? sterk mee scoorde in de hitparade, maar dus geschreven door Grant Hart.

Grant Hart zal geen nieuwe fans gewonnen hebben in de Handelsbeurs, de zaal was matig gevuld met reeds overtuigde aanhangers maar die hebben hun oude held goed bezig gezien, niets vernieuwend maar zeker niet versleten, en het belangrijkste, de songs staan er nog altijd en dat na 20 jaar, Respect!

Playlist:
”Please don’t ask”; “Letter from Anne-Marie”; “Admiral of the sea” ;”Barbara(?)”; (?); “Keep hangin’ on” ; “2541”; “Girl who lives on heaven hill”; (?) ; “Never talking to you again”; “The main”; “Where Are You Gonna Land Next Time You Fall Off Your Mountain”; “No substance”; “Books about UFO’s”; “Evergreen memorial drive”; “She floated away”; “Green eyes”; “Pink turns to blue”; “Flexible flyer” ; “Last days of Pompeii”; “Old empire” ; “Don’t wanna know if you are lonely”; “All of my senses”; “Diane”.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Los Campesinos!

Onbezonnenheid, speelsheid en humor van het vrolijke Los Campesinos

Geschreven door

De organisatie van de Botanique gooide er in de pittoreske kleine Rotonde zomaar drie enthousiast energieke, bruisende en opzwepende beloftevolle bands te grabbel. De gesmaakte formule was weggelegd voor overtuigende acts van Los Campesinos, Lovvers en Sky Larkin.
 
Los Campesinos uit Wales brengt songs uit met de vleet. Ze hebben op anderhalf jaar tijd een EP ‘Sticking fingers into sockets’ en twee (full) cd’s uit, ‘Hold on now, Youngster …’ en ‘We are beautiful, we are doomed’. Het septet leidt nog niet direct aan ideeënarmoede, zo te horen.
De sound is een bruisende cocktail van frisse, sprankelende en zwierige gitaarpop en folk; hun aanstekelijk materiaal werkt in op de dansspieren, heeft een uptempo melodie en bevat aanstekelijke refreinen. Een handig alternatief voor wie houdt van het rauwe Pavement en de springerige dynamiek van bands als Architecture In Helsinki, Polyphonic Spree, I’m from Barcelona en Broken Social Scene. Oorstrelende ‘feel good music’, wat wordt omschreven in de cd titels en de ellenlange songtitels en … het voordeel zit ‘em dat ze net korte, kernachtige nummers schrijven.
Het publiek onderging een uurtje hun enthousiasme, onbezonnenheid en speelsheid. Ze zweepten de boel op door gitaarinjecties, drums, toetsen, xylo en viool, maar ook door de afwisselende zang van de weirdo Garreth en Aleksandra Compesinos en de meerkorig schreeuwerige zang. Meteen zat de vaart erin met nieuwe songs als “Ways to make it through the wall”, “The international tweexcore underground” en de klassieker “Death to LC”; de subtiliteit klonk door op “Miserabilia”, “You’ll need those fingers for crossing”en “Documented minor emotional breakdown”.Het waren net deze songs die het schoentje wat deden wringen; ze klonken fatsoenlijk, verzorgd en voorspelbaar.
In het tweede deel hielden we alvast van het opbouwende “This is how you spell “Hahaha”, I destroyed …”, ” My year in list” en “We are beautiful, we are doomed”.
Ze zorgden voor een evenwichtige set, variatie, humor en spontaniteit (Garreth boorde zich zelfs een weg naar de PA en ging in duet met Aleksandra). En met “You! Me! Dancing!” en “Sweet dreams , sweet cheeks” ging het hyperkinetische septet naar een charmant hoogtepunt: ze zongen op de geluidsversterkers, mepten op de drums en cimbalen en lieten gierende gitaren, kleurrijke toetsen, xylo en een zwierig viooltje doorklinken. Een krachtige, verbluffende apotheose .

De Bota trakteerde op volgende supports: Het jonge Britse trio Sky Larkin, onder Katie Harkin, een jonge Polly Harvey/ Kim Gordon/Kim Deal, speelde een goed half uur broeierige en opwindende rammelende gitaarrock: een krachtige, gebalde gitaarpartij, een diepe bas en een opzwepende percussie. Meer moest dat niet zijn om in de spotlights te komen. Ze tekenden voor het Wichita label van Bloc Party en The Dodos. Ook Lovvers uit de UK valt binnen hetzelfde schuitje ; ze speelden een ultrakorte set van een twintigtal minuten, waarbij de ene snelle song(riff) de andere opvolgde: rauw rommelende en rammelende krachtige gitaarpunk. Een hard, bedreven ontregelde sound en een ontstemd galmende stem weerklonken van de heen en weer huppelende zanger. Hun set, regelrecht vanuit het repetitielokaal, was er eentje die met verstomming sloeg.

Organisatie: Botanique, Brussel

Shearwater

Shearwater’s muzikale wandeltocht doorheen een herfstig decor

Geschreven door

We maakten onlangs kennis met de onvolprezen Amerikaanse band Shearwater uit Texas. Shame on me, want ze hebben al vijf platen pareltjes van songs afgeleverd en bewegen zich binnen de alternatieve indiefolk/americana. Will Sheff en zanger/componist Jonathan Meiburg, spil van Shearwater, zaten in Okkervil River (die trouwens vorige week in ons land waren) en kwamen de nieuwe plaat ‘Rook’ eventjes in de spotlights plaatsen. Eventjes? Inderdaad, het merendeel van die plaat kwam aan bod en ze speelden een ultrakorte, gevarieerde set van kleurrijke ontroerende, ingetogen songs.
De teksten van Shearwater zijn doorspekt van natuurbeelden, want Meiburg is behalve muzikant ook nog vogeldeskundige. (btw Shearwater staat voor stormvogel!).
Een uitgebreid instrumentarium hadden ze meegebracht voor een sfeerscheppend geluid, want naast gitaar, bas en drums , kregen nummers kleur door toetsen, piano, xylo, banjo en trompet. En ze hadden strijkstokken mee, die ze over hun instrumenten en over een speciaal metalen kop lieten schuren.
De set zat vernuftig in elkaar: de intieme opener “On the death of the waters” op piano, onder de helder, indringende hoge vocals van Meiburg (denk aan Jeff Buckley en Bon Iver), het subtiele en sfeervolle “Leviathan, bound” spaarzaam begeleid op cello, xylo, piano en een soort speciaal houten plaat met staafjes en het broeierige “The snow leopard”, die werd ingeleid door de soundscapes van “South col”, had een intense opbouw en klonk gaandeweg krachtiger.
De drummer nam een glansrol in op het sfeervol, dromerige “Home life”. En tenslotte werden we meegezogen door het stevig rockende “Century eyes”. Meiburg zong alsof z’n leven er van af ging. De band werd warm onthaald door een bijna volle Rotonde. “Lost boys”, één van de sterkste songs op die nieuwe plaat, ontbrak niet.

Shearwater slaagde in hun trektocht doorheen het tot de verbeelding sprekend herfstig decor. Maar de trip was te kort, veel te kort, om van al die kleine elementen te genieten en te proeven die op ons afkwamen. Shame on them!

Het uit Seattle afkomstige trio The Dead Science aka Baby Dee, een Morrissey/Isaak lookalike, overdonderde met z’n twee kompanen door een potje rauwe, zompige bluesrock te spelen. Songs die van hard naar zacht gingen, onverwachtse wendingen hadden en uptempo konden klinken. Een intrigerende sound vol dwarrelende kronkels en stemveranderingen (= ‘Antony Hegarty (van The Johnsons) sitting on a vibrator stem’) waarbij de band verwant was aan het oude Cave’s ‘The firstborn is dead’, G Love, Spain en het onvolprezen Lift to Experience. Naast eigen materiaal hoorden we een schitterende versie van Terence Trent D’Arby’s “Sign your name”. Ergens las ik dat de band galoppeerde in onvervalste cowboystijl in een muzikale prairie. Inderdaad, met deze is dit beeld bevestigd van het beloftevolle The Dead Science.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Hanson Brothers

The Hansons Brothers Circus Magic Music Show

Geschreven door

Muzikale indruk: het is altijd partytime wanneer Johnny, Tommy, Robbie en Errnie Hanson terug in ‘Diksmuda’ zijn. Ze toerden niet met nieuw werk, wel met een stevige live plaat. Er bestond gewoon geen beter eerbetoon aan de peetvaders van de punkrock van die andere vier broers, heu, zat daar ook geen Johnny (Ramone) bij? The Hanson Brothers zongen ook over bier en meisjes, maar vooral over ijshockey. ‘Puckrock’ noemen ze het, dat supersnel én grappig klinkt. Bijna non-stop, alleen de hockeyscheidsrechters waren in staat ze even stil te leggen; ze speelden het beste uit hun drie albums, plus een verplichte Ramones cover (“Commando” ditmaal). Zesentwintig nummers die bruisten van de energie en in een hels tempo werden gebracht … ‘and those granddads looked like they could play for hours!’. Absolute top in de Premier hockeyleague!

Fotoshoots: zie live foto’s

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Gossip

Gossip – Band met een ‘positive vibe’

Geschreven door

Gossip – Band met een ‘positive vibe’

De belangstelling voor Beth Ditto en haar Gossip uit Portland is groot. Een bijna volle Zénith droeg Ditto ‘figuurlijk’ op handen . En Ditto genoot van de respons en probeerde aardig een mondje Frans mee te praten . De dynamiek, de doorzetting  en de interactie geven naast haar imposante uitstraling de show extra elan  . Het Gossip materiaal teert vooral op de aanstekelijke en de sfeervol broeierige singles, die dan de rest van de plaat en de set voldoende kunnen dragen .
We hoorden een goede, afwisselende , gevarieerde set en de singles zaten mooi verdeeld , in een decor die verwees naar de Romeinse tijd van beelden en zuilen .
Gossip: Een duidelijke image , een vlezige dame met een heldere, indringende soul schreeuwende stem en een band met een handvol hits .

Een heuse band zagen we aan het werk , vroeger nog met 3, bij hun doorbraak ‘Standing on the way of control’, intussen met vijf, waarbij de synths en de beats hun  plaatsje opeisen . Een groeiende versmelting van pop en dance .
Haar rock’n’roll heeft een soepele, groovy, stampvoetende tune, met uitstapjes richting disco , funk en kitsch , wat op zich goed wordt ontvangen . De springerige, huppelende ritmes bieden intensiteit, swing en opwinding . Ook de tussendoortjes van Talking Heads , Black Sabbath, Nirvana en Queen waren een leuke toevoeging.
Gossip ging er met het volle gewicht tegen aan , de opzwepende, zwierige “Move in the right direction” en “Listen up” brachten publiek meteen in de juiste stemming, spraken de dansspieren aan en zorgden voor de eerste heupwieg . Wat verder werd gezet met “8th wonder” , “Your mangled heart” en “Love long distance”. Groovy pop , exploderende ritmes, leuke meezingrefreinen en ambiance. Een stuwend eerste half uur kon je wel zeggen .
Het popgehalte is en blijft de rode draad; de reeks gewone warme, charmerende songs “Into the wild”, “Men in love”, “Four letter word”, “Eyes open” en “Get a job” verrassen muzikaal niet echt misschien , maar door de gretigheid van Ditto , opgefokt door enkele glazen whisky, krijgen ze een meerwaarde; als een Medusa vleit ze op de boxen neer en ze ontpopt zich als publiekslieveling nummer 1.
Het tempo wordt opnieuw opgedreven met een “Get lost”, “Melody emergency” en een lang uitgesponnen “Standing in the way of control”, dat luidkeels wordt meegezongen .
In de bis had Ditto een t-shirt aan , waarop met grote letters ‘HOPE’ stond; ze was geflatteerd met een grote vlag die de lesbiennecultuur een hart onder de riem gaf. “A perfect world” en “Casualities of war” waren de ideale songs hierop.  En zonder een rockende “Heavy cross” kon een ‘vet’ Gossip feestje niet eindigen !

Aan adrenaline, energie , passie , enthousiasme en interactie ontbrak het Gossip niet , maar muzikale ideeënarmoede komt om de hoek loeren bij al te veel voortborduren op hetzelfde deuntje.
Gossip, band met een ‘positive vibe’ …  Op naar het concert op 30 november in de Lotto Arena, Antwerpen

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gossip-08-11-2012/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Le Loup

Le Loup: gecontroleerde chaos

Geschreven door

Het Amerikaanse Le Loup uit Washington DC onderscheidde zich op z’n vorig jaar verschenen debuut ‘The throne of the third heaven of nations’ millenium general assembly’ (wat een titel!) als een soort Animal Collectieve, als ‘em gaat om elektronicagestoei. Verantwoordelijke is zanger/songschrijver Sam Simkoff, die z’n muzikale dwarrelgeest laat versmelten met frisse gitaarpartijen, ritmische drums , trommelwerk, handclapping, bleeps en beats. De meerkorige harmoniezang heeft dan op z’n beurt iets mee van Arcade Fire.

Ze waren al in het voorjaar eens te zien in een ruimere bezetting van zeven man (in de Bota), nu waren ze met zes voor concerten in de Bota en in de Trix,.
Op het eerste zicht zou je deze kleine jonge gast met pet en nerdbrilletje z’n muzikale inventiviteit niet toegeven. Hij kon vocaal hoog gaan en gebruikte zelfs twee microfoons om de galm te laten doorklinken; en hij speelde als een kronkelende schildpad op z’n op de grond geplaatste elektronica-apparatuur en veerde recht om enkele begeesterende banjopartijen op ons los te laten. Z’n muzikale uitspattingen werden moeiteloos opgevangen door de andere vier bandleden, wat ervoor zorgde dat we een snedige, gestructureerde indie rockende trip hoorden. Een vrij directe, minder nerveuze sound dus.
De groep liet een ontspannen indruk na in de voor de gelegenheid omgebouwde Trix Bar; tafeltjes en stoelen stonden opgesteld, om iedereen knus te laten genieten van de gecontroleerde chaos van deze bende.
Ondanks de geringe opkomst, stond er een uiterst gemotiveerde (wolven)band op het podium , die ons een klein uurtje lang liet genieten van hun op americana gebaseerde indiefolkelectronica, ergens tussen Arcade Fire, Port O’Brian, Tunng en Animal Collectieve.

Het Antwerpse kwintet You Raskal You kreeg ruim de kans hun dromerige americana met een psychedelisch tintje door toetsen voor te stellen. Ze speelden een evenwichtige set en het was vooral de drummer, die in de spotlights kwam: uiterst beheerst, maar op het juiste moment, mepte hij de song naar een hoger niveau. You Raskal You valt te situeren ergens tussen Wilco en Grandaady; hou vooral hun single “The year I bleached my hair” in het oog!

Organisatie; Trix, Antwerpen

Syd Matters

Syd Matters: Franse band die de doorsnee Franse rock overtroeft!

Geschreven door

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Organisatie: Botanique, Brussel

Mariee Sioux

In de voetsporen van haar grote folkdames

Geschreven door

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

Organisatie: Botanique, Brussel

Kampfar

Heimgang

Geschreven door

De Noorse band Mock, opgericht door “Dolk” (zanger) wierp in 1994 de handdoek in de ring. Dolk besloot een nieuw project te starten en nodigde “Thomas” (gitaar) uit in zijn repetitieruimte om de gitaarlijnen van het nummer “Kampfar” in te spelen. Na wat jammen bleek de combinatie tussen de klassieke folkgeïnspireerde achtergrond van “Thomas” en de Black Metal interesses van “Dolk” (zanger) aan te slaan bij de band. Hierdoor besloot men verder te gaan onder de naam Kampfar en het pad van de Pagan Folk Metal te bewandelen. Later vervoegden drummer “II13” en bassist “Jon Bakker” de line-up. Tot op heden is deze ongewijzigd gebleven.

Folk Metal hoor je mij zeggen, waarschijnlijk beginnen een aantal onder jullie nu al te vrezen voor overactieve riedeltjes met violen en fluiten. Vrees niet de folkinvloeden beperken zich enkel tot het gitaarspel van Thomas, die op subtiele wijze zijn achtergrond weet te verwerken in de rauwe melodische Black Metal van Kampfar. Waar de gitaarlijnen toch eens wat vrolijker overkomen, worden ze meteen dichtgesnoerd door de smerige grunts van “Dolk”. Een voorbeeld hiervan vinden we terug in het prachtige “Dodens Vee”, waarmee men volgens mij de topper van dit album leverde.
Maar lang niet alle gitaarlijnen klinken even vrolijk. Op het nummer “Antvort” bijvoorbeeld krijgen we eerder wanhopig klinkende riffs voorgeschoteld, die doen denken aan het betere Doom-nummer maar dan wel op driedubbele snelheid gespeeld. Ook de perfect getimede drumpartijen zorgen voor een extra kracht in het nummer en variëren sterk naarmate het nummer vordert.
Met 4 langspelers en 2 EP’s in 14 jaar tijd is Kampfar absoluut niet de meest productieve band. Maar afgaand op de kwaliteit die het Noorse gezelschap levert, kunnen we vermoeden dat ze zeker niet stilzitten tussen twee albums. Kwaliteit primeert blijkbaar en zo hoort het! De ervaring druipt dan ook van dit album af. De nummers zitten sterk inéén, het album loopt over van de variatie en verfrissende ideeën en de productie staat als een huis. Positieve punten troef dus, terwijl er amper negatieve punten te bemerken zijn.
De echte Black Metal liefhebber zal deze plaat wellicht iets te melodisch vinden, maar de gewone Metal liefhebber die al eens graag het zwaardere genre verkent zonder naar het extreme te grijpen, zal met ‘Heimgang’ mooie tijden beleven.

White Williams

Smoke

Geschreven door

White Williams is de band rondom Joe Williams uit Cleveland. Als jonge snaak ooit begonnen als drummer, stoeide hij intussen met computer, laptop en toetsen, wat hem uiteindelijk bracht tot de huidige indiepop.
We horen op het debuut frisse en dromerige pop, aanstekelijke melodietjes, sfeervolle, zalvende dansbare beats, dwarrelende geluidjes en experimentjes, met een vleugje nostalgie. Williams brengt bands als Hot Chip, Vampire Weekend, The Rapture en The Klaxons samen met een retro T-Rex. Leuke nostalgie met eigentijdse ritmes dus.
Hij heeft met z’n band een leuk en prettig in het gehoor liggend debuut uit. “Headlines”, “In the club”, “The shadow “en “Route to Palm” zijn veelbelovende poppy songs, die Williams de kans moeten bieden door te breken!

I Forward Russia

Life Processes

Geschreven door

Het Britse I Forward Russia trad een paar jaar terug in de voetsporen van Bloc Party met hun arty postpunk: strakke en scherpe gitaren, een groovend pompend (electro)beatje en de hoge vocals van Tom Woodhead. Het kwartet onderstreept een gevarieerde,  avontuurlijke aanpak, brengt onverwachtse wendingen aan en beschikt over een ideeënrijkdom met een poppy ondertoon. Maar de band verkreeg maar een matige respons op hun debuut en live optredens.
De tweede cd ‘Life Processes’ bevat opnieuw die muzikale creativiteit van postpunk, Britpop en synthi. In het eerste deel klinkt de elektronica door met songs als  “Welcome to the moment (the rest of your life)”, “We are grey matter” en “A prospector can dream”. Vervolgens is er sprake van een dynamisch rockend kwartet en zijn ze eerder een opwindende en optimistische versie van I LikeTrains, zoals op “Don’t reinvent what you don’t understand” en “Gravity & heat”. Op het afsluitende “Spanish Triangles” benaderen ze het best deze band en Elbow door de slepende melodie, het gitaarspel en de meerkorige zang. “Some buildings” en “Breaking standing” op hun beurt zijn opbouwend en geven een fris, sprankelende indruk. Op het intieme “Fosbury in discontent” was het net alsof Amanda Palmer van The Dresden Dolls op piano langskwam.
”Life Processes” is een overtuigende plaat en mag hopelijk de weg vrijmaken voor het succes waar I Forward Russia recht op heeft.

Patti Smith & Kevin Shields

The Coral Sea

Geschreven door

Een paar jaar terug vonden Patti Smith en Kevin Shields elkaar voor een merkwaardige samenwerking. Smith leest, declameert en zingt af en toe een poëtische voordracht, terwijl Shields geïmproviseerde gitaarklanken speelt en de pedaaleffects soms indrukt.
’The Coral Sea’ is geen makkelijke kost: de indringende, dwingende gitaarsound van Shields en de beeldenrijke spoken words van Smith.
Het geheel klinkt huiveringwekkend en beklijvend. Sommige lange stukken eindigen apocalyptisch. Het is een dubbele live uitvoering uit 2005 en 2006, die nu op plaat is gezet en een ode vormt aan de aan AIDS bezweken bevriende fotograaf van Patti, Robert Mapplethorne.
Voor Kevin Shields was het de aanzet om terug de draad op te nemen, want hij stond intussen in voor de productie van werk van Dinosaur Jr en ging op tournee met z’n oude indienoise (=‘shoegazer’) band My Bloody Valentine, totnutoe enkel in de UK. We kijken er nog steeds naar uit dat de band de oversteek wil maken om hier als vanouds enkele optredens te spelen.
’The Coral Sea’ is een apart stukje poëtische avantgarde!

AC/DC

Black Ice

Geschreven door

Na acht jaar heeft AC/DC eindelijk weer eens een nieuwe plaat gemaakt. En wat voor eentje!
Ik ben eigenlijk nooit een grote fan van AC/DC geweest en heb dus ook nauwelijks een volledig album beluisterd. Maar ik heb me toch gewaagd aan dit nieuwe werkje, getiteld ‘Black Ice’.
Black Ice klinkt zoals een album als ‘Back In Black’, wat veel fans wel zullen appreciëren. De heren van AC/DC mogen dan wel een paar jaartjes ouder zijn, ze kunnen nog steeds rocken zoals het hoort!
Luister maar naar nummers als “Rock ’N Roll Train” en “Big Jack”, wat mijn twee favorieten van het album zijn. Veel nummers op het album dringen vreemd genoeg maar door na meerdere luisterbeurten. Dan pas ontdek je hoe goed deze plaat eigenlijk is. Elk nummer heeft wel iets te bieden. Van fillers is er niet echt sprake.
Ik ga er niet veel woorden meer aan vuil maken. Of je nu een fan van AC/DC bent of niet, geef dit album een kans en zet het volume zeker hoog genoeg. Zo horen de buren ook nog eens iets goeds!

Living Colour

Living Colour, hard en virtuoos

Geschreven door

We herinneren ons nog levendig de twee schitterende passages van Living Colour tijdens hun hoogdagen begin jaren negentig in de Brielpoort te Deinze (toen nog een voorname zaal in Belgisch rockland, nu zo goed als gedegradeerd tot ontmoetingsplaats voor gepensioneerde kaarterclubs). Zelfs  één maal brachten zij als support act Rage Against The Machine mee, een band die nadien veel groter zou worden, maar daarom niet beter, helemaal niet (ook niet mis, wel veel beperkter). Living Colour hun mix van funk en metal was toen helemaal in en zorgde voor onvergetelijke kolkende concerten.

Dinsdagavond in de Brusselse Botanique was het dus een aangenaam weerzien met deze sympathieke zwarte rockers en al meteen bleek dat de power immer aanwezig is en dat Living Colour op een podium nog steeds gloeiend heet is. Naarmate de jaren gevorderd zijn moeten we meer en meer constateren dat de heren stuk voor stuk verbluffende muzikanten zijn en dit kwamen ze in Brussel nog eens duidelijk in de verf zetten. De groep kwam in de Botanique verduiveld hard en snedig uit de hoek en er zat een behoorlijke dosis kennis en virtuositeit in de geniale chaos. Er werd geput uit de drie klassiekers ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’. Vooral de hardere songs daaruit werden met klasse en vuur vertolkt. Bassist Doug Wimbish, drummer William Callhoun en de wonderlijke gitarist Vernon Reid hebben er inmiddels allemaal enkele solo cd’s opzitten, platen die zich eerder situeren in jazzmilieus, funkmiddens en world music kringen, geen millionsellers dus, maar wel uitstapjes waar ze uitgebreid hun muzikale genialiteit konden bijschaven. Het was er aan te horen dinsdagavond, de veelal keiharde songs waren voorzien van een ongeziene virtuositeit. Even ging Living Colour toch een beetje te ver, de drumsolo van meer dan tien minuten getuigde inderdaad van pure klasse maar was er toch wel een beetje over, al is dit detailkritiek.
Naast de klasse van Reid, Wimbish en Callhoun was er ook nog eens de soulvolle stem van Cory Glover die er voor zorgde dat dit hier een uitmuntend concert was. Razende versies van “Elvis is dead”, “Type” , “This little pig”, “Pride” en “Time’s up” wisselden af met die zeldzame momenten waarin even wat gas werd teruggenomen als “Glamour boys” en “Bi”. Prijsbeesten als “Cult of personality” en “Love rears its ugly head” deden op het eind de boel helemaal ontploffen samen met een loeiharde interpretatie van The Clash hun “Should I stay or should I go”.
Tussen al die schitterende songs van indertijd heeft de band ons ook laten kennismaken met materiaal van een nieuw album dat er zit aan te komen en, het moet gezegd, dit klonk veelbelovend. De nieuwe songs waren minder snel en hevig maar hadden een welgeplaatste groove en konden ons meer dan bekoren.

Twee volle uren hebben de heren ons weten te overspoelen met hun felle mix van rock, metal, soul en funk. Het was in een flits voorbij, dit heb je dan met geweldige concerten.

Organisatie: Botanique, Brussel

Lightning Bolt

Lightning Bolt breekt nieuw record

Geschreven door

Daniel Higgs uit Baltimore is als solo artiest een ouwe rot in het vak die reeds 25 jaar op zijn actief staan heeft, en hij ziet er ook zo uit. Higgs is vooral gekend als zanger van de post-punk band Lungfish, dat onder hetzelfde Dischord label van o.a. Fugazi, Joe Lally en Jawbox, sedert de jaren ’80 de wereld onveilig maakt. Sologewijs gooit Higgs het over een rustigere boeg.
Gewapend met zijn 5-snarige banjo en mondharp bracht Higgs in de living van het knusse én met open haard verwarmde Scheld’Apen, op een sterk verhalend wijze zijn psychedelisch klinkende folksongs, die met een weinige fantasie zo uit de Ierse grond konden getrokken worden. Qua uiterlijk heeft Higgs wat weg van Steve Wold alias Seasick Steve, en trok hij al zingend een zodanig expressieve muil dat het leek alsof hij van op de ‘Brug des Doods uit Monthy Python and the Holy Grail’ gezellig naar het podium geschoten werd. Drinkend van zijn tasje thee voelde Higgs zich duidelijk op zijn gemak, en het publiek luisterde dan ook aandachtig naar wat deze lyrische bard te vertellen had. Higgs speelde folk met zijn ziel, en stond qua stijl in schel contrast met de noise van Lightning Bolt, wat hem misschien des te meer geschikt maakte als opwarmer van wat ons straks te wachten stond.

Lightning Bolt uit Providance, Rhode Island bestaat uit Brian Chippendale op drum/zang en Brian Gibson op bas. Met zo’n familienamen kan men in het leven toch moeilijk mislukken nietwaar? Lightning Bolt speelt uiterst agressieve experimentele noise rock op z’n rauwst, groeide in een kleine tien jaar uit tot een ware cultband en is in het underground leven een ware rage, mede door de memorabele stijl die het duo hanteert bij hun live acts. De Brian’s weigeren steevast om op een podium te pronken, maar verkiezen om tussen het publiek te spelen. Het publiek staat hierbij in guerrillastijl rondom de band opeengepakt en zodoende onderging men in Antwerpen een nieuw Belgisch noise-bombardementen record.
Na het solo optreden van Higgs liep het café van het Scheld’Apen leeg, en het opstellen van de gear van Lightning Bolt bleef maar op zich wachten. Enkele trappisten later konden we niet anders dan de menigte volgen en liepen we, verrast en vol verstomming, langs het modderpad door de achtertuin naar het schurencomplex dat het Scheld’Apen van De Petrol afscheidt. Eén voor één werd het publiek binnen gelaten in een grote schuur, waar in het midden van het steengruis het materiaal van de band op enkele planken opgesteld stond. Een indrukwekkende muur van zowel bas- als gitaarkasten stond als een fort achter het duo, dat met hun fluorescerende stickers ingepakte bas en krammiekelig drumstel een pokkeluid, hyperagressief en dynamisch opzwepende set gaf.
Brian Gibson zijn bass sound werd vnl. getypeerd door het (ver boven de concertnorm) hoge aantal decibels, waarbij hij fel experimenteerde met het snel aan en uitslaan van diverse voetpedalen (distortions, octaver, delay, whammy) die in diverse combinaties de gewenste sound bracht. Experimenteren was duidelijk wat de groep dreef, en naast een ongewone bas stemming én besnaring (met 2 banjosnaren!), speelde drummer Chippendale met een stoffen hoofdmasker dat zijn microfoonelement tussen zijn lippen hielp fixeren. In chronologie met het hypersnelle drumritme schreeuwde en krijste Chippendale onverstaanbare kreten die klonken als messteken doorheen hun enorme wall of sound. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de menigte, althans degenen die vòòr de kastenmuur stonden, volledig uit zijn dak ging, rond zich heen stampte, trok en stagedivede alsof er nooit iets anders bestaan had. Gibson bespeelde zijn instrument en sound op een meesterlijke wijze, en had te allen tijde de controle over de feedback en noise die hij als een golf over zijn Van Halen-achtig virtuoos basspel liet waaien. Ook Chippendale speelde de pannen van het dak en drumde niet enkel met zijn stokken en armen, maar met zijn hele lijf, dat daverde alsof hij in een snelgroeiend nest van dodelijke poskok slangen aan het hakken was.
Na een set van anderhalf uur excessief hard en wild motten kon zijn lichaam zelfs niet meer registreren wat te voelen en vroeg hij de menigte of het nu warm of koud was in de schuur, en besloot dan maar om zonder aarzelen een pilletje dat iemand uit het publiek hem aanbood, naar binnen te slikken.

Lightning Bolt speelde een memorabele show en degenen die erbij waren zullen dit niet al te gauw vergeten. Ze klonken als een losgeslagen duo uit een psychiatrische instelling en sleepten het publiek mee in de dynamiek van hun sound. Discussiëren over de kwaliteit leek bij deze show overbodig. Enkel het al dan niet kunnen genieten van deze guerrilla noise en de vraag of er nog een grens te overschrijden viel waren bedenkingen die Lightning Bolt ons met een glimlachende mond vol tanden en met verstomming achterliet. Deze show was er eentje om op te hangen in de kelders van onze hersenen.

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Swell

Heerlijk wegdromen op de tunes van Swell

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige Swell onder David Freel is al bijna 20 jaar bezig en is een goed bewaard geheim binnen het indie circuit, samen met American Music Club, Red House Painters, en zoals iemand terecht zei Arab Strap (dankjewel dus).
De groep zweert trouw bij sfeerschepping, melancholie en sfeerschepping. Een boeiend broeierig en dromerig geluid.
Onlangs verscheen ‘South of the rain and snow’, dat klinkt als de oude plaatjes ‘41’ en ‘Too many days without thinking’. Maar eigenlijk brengen ze al jaren dezelfde plaat uit. Het zijn sober gehouden songs door het akoestische gitaargetokkel, niet al te dwingende ritmes, een krachtiger klinkende (slide)gitaar, die daar doorheen snijdt, en een bezwerende drums, omfloerst door synth/soundscapes. Songs met een repetitieve slepende en hypnotiserende opbouw, die zich langzaam van je meester maakt, onder die zachte, grauwe zanglijn van Freel.

Het trio speelde een onderkoelde set en liet zich leiden door de rustig, voortkabbelende soms zwoele songmelodie. De nieuwe songs “Trouble loves you” en “Good, good, good” openden de set. En op die manier ging het rustig verder, zonder echte ups & downs, maar waar vervaarlijk verveling kon toeslaan. Middenin de set waren het vooral het sfeervolle “What I always wanted” en het opbouwende “Sunshine everyday”, toevallig beiden uit ’97, die het meeste respons verkregen. Het intieme nieuwe “Saved by summer” mocht na een goed uur de set besluiten. Ze speelden nog twee overtuigende songs in de bis, een lang uitgesponnen “Bridgette, you love me” en titelsong van de nieuwe cd ‘South of the rain & snow’. Freel en de zijnen bedankten voorzichtig hun publiek. Tot een volgende keer dan maar, binnen een paar jaar!

Ook het uit Los Angeles afkomstige Radar Bros kreeg ruim de tijd om hun sfeervolle ingetogen indie americanasongs voor te stellen. ‘Auditorium’ is hun recentste plaat, waaruit ze rijkelijk putten: een sferisch klanktapijt, voortsjokkende ritmes en de warme stem van zanger/componist/gitarist Putnam. Fijngevoelige en heerlijk wegdromende muziek, die af en toe iets forser klonk, maar net als bij Swell schuilt de factor voorspelbaarheid en verveling om de hoek.

De Cactus Club kon op geen beter tijdstip als de zondagavond deze twee bands programmeren. Goed gevonden.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Asian Dub Foundation

Music with brains en dansplezier met het Londense Asian Dub Foundation

Geschreven door

’For the consciousness of the nation’ is één van de zinsnedes gegrift in m’n geheugen. Het is afkomstig van de Londense Pakistani Asian Dub Foundation die medio de jaren ’90 sterk voor de dag kwamen met hun politiek geladen geëngageerde teksten (anti racisme en mensenrechten!) en hun gebalde, opwindende en dansbare crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno. Samen met Nitin Sawhney, Talvin Singh, Transglobal Underground, Cornershop, Loop,Guru , Senser en Natacha Atlas waren zij de smaakmakers van deze Indiase scene.

De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak op de vorige platen, terug meer door op het recente ‘Punkara’, die teruggrijpt naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). Bizar genoeg wordt de plaat door de Vlaamse media links gelaten. Samen met de twee MC’s, de ruimte voor instrumentals en de combinatie bewustwording –muziek, bezorgden ze ons een fijn en gezellig avondje dansplezier en ‘music with brains’! Elk van de leden kreeg ruimte om ‘hun ding’ te kunnen doen, wat net de sterkte is van dit worldcollectief.

Al een paar weken was het concert ‘sold out’; de band wordt alvast door onze Franstalige vrienden sterk ontvangen. De trancy soundscapes van “Bride of Punkara” was de aanzet van de bijna twee uur durende set. Het kwintet balanceerde tussen de strakke sound van songs als “Take back the power”, “Living under the radar”, “Target practise” en “Burning fence”, die voorzien waren van krachtige soms gierende gitaarloops en een diepe bas, en de ‘old school’ van “Riddim’”, “Rise to the challenge” en “Speed of light”, die kleur hadden door etno, zalvende beats en een intrigerende percussie.
Hun ongedwongen enthousiasme werd sterk geapprecieerd. Ze betrokken aanhoudend hun fans bij de nummers, die zich maar al te graag lieten gaan op die zalvende worldsound, hun rockaanpak en hun stevige beats.
De percussionist kwam in de schijnwerpers op de instrumentals “SOCA”en “Taa deem”, hun eerste ooit verschenen nummer. “Fly over” was samen met het afsluitende “Oil” de singalong, en op “Super Power” klonk men als het Indiase Public Enemy. In de bis speelden ze een schitterende versie van “Buzzin’”, die een sterke opbouw had en doordrongen was van trance.
En tenslotte kon ”Fortress Europa” niet ontbreken, de aanklacht tegen het VB en een oproep naar gelijk(waardig)heid. Het waanzinnige publiek kon de band nog overhalen om hun “Rebel warrior” in een aangepaste muzikale outfit te spelen; de ganse massa stond te springen op deze instant klassieker!

Kijk, Asian Dun Foundation tekende voor een energiek en dynamisch concert, waarin de band hun roots voor etno behoudt. Hun ‘Community Music’ heeft een rechtvaardig plaatsje in ons hart …

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Blood Red Shoes

Stomend concertje van het Britse duo Blood Red Shoes

Geschreven door

Het Britse Blood Red Shoes, van het man - vrouw duo Laura –May Carter (de haren voor de ogen en als een Chrisse Hynde lookalike op gitaar) en de Muppet ‘Animal’ meppende drummer Steve Ansell, overrompelde ons met een zompig, rauw martelend en fris gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een sterke samen ‘schreeuw’ zang. Meer moest dat eigenlijk niet zijn!

Ze leverden met ‘Box of Secrets’ één van de meest veelbelovende debuten van het jaar af! Live waren we al eens onder de indruk toen ze als support optraden van Maxïmo Park, van hun passage tijdens les Nuits Bota en op Pukkelpop, toen ze in de Clubtent besloten na de show van Metallica. Ook vanavond verwezen ze naar dit optreden, met enige nuance en relativering naar hun mega reuzengrote peter en speelden ze “Forgive nothing”. Kijk, dit goed op elkaar ingespeelde duo gaf andere gitaarrockende duo’s als The White Stripes, The Kills , The Yeah Yeah Yeahs en The Raveonettes het nakijken! In snelvaart gaven ze een overtuigende straffe, energieke en retestrakke set! Ze imponeerden op het (overwegend) jonge publiekje, die met plezier hun speelse, ongedwongen attitude van “We’re the Blood Red Shoes en we hope you like this one” onderging. Fris en snedig klinkende rock, waarbij de eerste rijen naar hartelust mochten pogoën, skydiven en op de koop toe mochten meedansen tussen de twee artiesten op het podium.
In een decor van ‘lampedeires’ en een rode gloed openden ze meteen met een paar opwindende knallers als “Doesn’t matter much” en “Say something, Say anything”. Laura –May Carter liep langs alle kanten van het podium, wat de groepscohesie intenser maakte. Na de mokerslagen op “You bring me down”, stelde het duo een paar nieuwe tracks voor, die even dynamisch en opzwepend klonken als hun ander materiaal. Opbouwend en aanstekelijk waren “Try harder”, “Take the weight” en “It’s getting bored by the sea”.
Het zijn allemaal nummers binnen een dozijn, die net door dié kleine variant interessant, boeiend en attractief zijn. “I wish I was someone better” mocht na een goede 45 minuten het stomend setje besluiten om even op adem te komen, want de groep was al meteen te vinden voor een rauwe bluesy instrumental in de bis, wisselden moeiteloos van instrument en koppelden er een “Smells like teen spirit” aan; “Adhd” kreeg zelfs een adrenalinestoot door de galmende schreeuwzang. Ansell liet zich finaal letterlijk op handen dragen door een uitgelaten menigte, wat het rock’n’ roll feestje compleet maakte.

Noteer het maar in uw agenda: Blood Red Shoes: talentrijke band voor de toekomst. Zeg niet dat we het niet gezegd en geschreven hebben!

Support act The Xcerts wist ons ook al aangenaam te verrassen. Dit jonge Britse trio is de eerste keer op tournee in Europa en stond garant voor broeierige en pittige indiepoprock, en had de kunst om goede songs te schrijven …én te spelen. Een intense opbouw, mooie ritmischer overgangen, een vleugje durf, boeiende soli en een warme stem . Check ‘em out!
Ze waren onder de indruk van een terecht enthousiast publiek. Op het eind stak Ansell (van Blood Red Shoes) zelfs een ‘handje’ toe, wat kon tellen voor een band die zich wou onderscheiden als support.

Organisatie: Botanique, Brussel

Novastar

De vier seizoenen van Novastar.

Geschreven door

Het was inmiddels alweer vier jaar geleden dat Joost Zweegers met Novastar nog iets nieuws uitbracht. Na het schitterende ‘Another Lonely Soul’, een album uit 2004 werd het alweer angstvallig stil rond Joost Zweegers. De man geraakte in onvrede met zijn platenmaatschappij Warner Music en zelf kampte hij met ernstige gezondheidsproblemen (hij was maanden out door een verbrijzelde hiel na een val van een podium). Hierdoor werd zelfs het optreden op Pinkpop 2008 afgelast. Maar nu is hij er dan eindelijk het langverwachte derde Novastar album ‘Almost Bangor’, verwijzend naar het Bretoense dorpje Bangor waar Joost zijn inspiratie opdeed en vanwaar hij als een herboren man terugkeerde. Meteen veranderde de man ook van koers wat het nieuwe album is in alle opzichten soberder, zuiverder en meer singer-songwriter pur-sang. We waren dan ook reuzenbenieuwd hoe dit alles live zou klinken!!

Over Matthias Sturm, die als opwarmact mocht fungeren, kunnen we heel erg kort zijn en beschrijven als totaal overbodig. Deze verwaaide cabaretier zong en dichtte in het Engels, Frans en Duits maar wist het Novastar publiek niet echt te bekoren. Wel slaagde hij erin om de AB Bar te doen vollopen zodat de kassa stevig werd gespijsd.

Na enkele try-outs was de AB de locatie en de test voor het grote publiek. Al maandenlang hing het bordje uitverkocht aan de deur voor deze Novastar tweedaagse. De verwachtingen waren dan ook erg hoog gespannen. Na het concert waren we het allen eens. Dit was opnieuw een concert van wereldklasse. In een erg gevarieerde setlist ging Joost Zweegers nog steeds op zoek naar de perfecte popsong.

Het begon vrij aarzelend met het evenwel mooie “Bangor”. Niet meteen de opener die ik verwachtte en ook het publiek was duidelijk nog niet echt mee. Met de tweede song “Weller Weakness” (refererend naar Paul Weller) greep Joost ons wel bij de keel en liet ons pas na ruim negentig minuten terug los. “Tunnelvision”, geïntroduceerd met een wondermooie gitaarsolo werd de derde song die Zweegers plukte uit zijn nieuw album.
Tijdens “Never Back Down” barstte de AB uit haar voegen en ging de vierkoppige band echt voluit. Zeer opmerkelijk was dat tijdens de elektrisch gebrachte songs de arrangementen voorzien werden van een erg stevige gitaarbasis. Pianopartijen maakten plaats voor een stevige gitaarmuur en dit was toch wel eventjes wennen! Zo kreeg “When The Lights Go Down On The Broken Hearted”, met Joost op basgitaar een erg ruig kantje. Persoonlijk kon ik deze nieuwe versie wel erg appreciëren maar ik kan me voorstellen dat dit voor vele fans toch iets moeilijker te verteren was. Gelukkig waren er ook veel momenten van herkenning. “Wrong” werd luidkeels meegezongen en ook “The Best Is Yet To Come” was een topmoment waarin vlot gecommuniceerd werd met het publiek. Terug naar het debuut met “Caramia” en “Do Run”. Op en top schitterende popsongs! Gedurfd waren ook de momenten toen Joost Zweegers zijn band van het podium stuurde en zich blootgaf tijdens “Making Waves” en “All Day Long”. Het haalde wel de vaart wat uit de set maar een mens moet af en toe ook eens naar adem kunnen happen, nietwaar?!
De finale werd gespeeld met “Because”, de schitterende nieuwe single in Nederland en de huidige Belgische single “Mars Needs Woman”, deels gezongen zonder versterking vooraan in de zaal. Subliem, ontroerend en vooral wondermooi!
Bissen deed Novastar met “Miles”, een song waarin Joost terugkijkt op de tijd toen hij nog op straat musiceerde, en “Carelessly Dating”.

Ook anno 2008 is Novastar live grote klasse. Zweegers is nog steeds die gedreven, wat verkrampte, nerveuze rasartiest, die zijn band opzweept tot ongekende hoogten. Live werden we ondergedompeld in verschillende sferen. Nu eens liefelijk zacht en melancholisch, dan weer furieus en uiterst verbeten, alsof er nog zoveel opgekropte energie moet losbarsten.
Crowded House maakte ooit de song “Four Seasons In One Day”. Zo voelde ook dit geslaagde optreden aan van Novastar tijdens de eerste AB avond.
Nog te zien in februari in de Lotto Arena in Antwerpen!!

Setlist: *Bangor *Weller Weakness *Tunnelvision *Never Back Down *Sundance *Faith *Smooth Flavours *When The Lights Go Down On The Broken Hearted *Wrong *Making Waves *All Day Long *The Best Is Yet To Come *Caramia *Do Run *Tomorrow Never Comes *Because *Mars Needs Woman *Miles *Carelessly Dating

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Shantel

Shantel & Bucovina Club Orkestar: krankzinnig opzwepende Balkanbeats

Geschreven door
Producer en DJ Stefan Hantel aka Shantel is - in tegenstelling tot wat men zou vermoeden -  niet afkomstig uit één of ander Oost-Europees land maar uit Frankfurt am Main in Duitsland. Hij is een nakomeling van de Boekavina-Duitsers die aan de vooravond van WOII vanuit Czernowitz (in het huidige Oekraïne en op de grens met Roemenië) naar Duitsland vluchtten. Na jarenlang rondploeteren in  de wereld van de housemuziek  bracht een vakantie in Boekovina hem weer naar zijn roots. Shantel kreeg in 2001 carte blanche van de schouwburg in Frankfurt om clubavonden te organiseren in de foyer.  Zijn project had zoveel succes dat hij intussen ook buiten Duitsland bekend is geworden en overal waar hij speelt met zijn zeskoppig  Bucovina Cluborkest wint aan naam en faam.
De muziek die Shantel & Co brengen kan nog het best omschreven worden als opzwepende, energieke Balkanmuziek die steeds krankzinniger versnelt en het publiek onmogelijk onbewogen laat. Shantel (ook wel ‘The King of Balkan Pop’ genoemd) slaagt erin om - zonder de muziektraditie an sich oneer aan te doen - zelfs het grootste ijskonijn uit zijn dak te laten gaan op een mengsel van feestelijke tonen van traditionele volksmuziek en ‘electronica’.

Zo ook in de Handelsbeurs waar we mensen de vreemdste bewegingen en capriolen zagen maken, alsof de duivel van hen bezit had genomen en ze geen oplossing vonden voor de pakkende muziek vol verrassende wendingen. Ook wijzelf waanden ons even op de zigeunerbruiloft uit Emir Kusturica’s ‘Black Cat, White Cat’. Criticasters zullen wellicht aangeven dat alle songs naarmate de set vorderde op elkaar begonnen te gelijken maar wij hoorden alvast volgende nummers de revue passeren: “Mahalageasca”, “Koupes -  I’ll Smash Glasses” dat niet door zangeres Petkovic maar door Shantel zelf werd gezongen, “Bucovina”, het prachtig door zangeres Vesna Petkovic gezongen “Ta Travudia’” (oorspronkelijk van The Rootsman), “Borino Oro” , de voor het gros van het publiek bekende hit “Disko Partizani” en nog enkele songs vanop de gelijknamige plaat uit 2007. De nummers op ‘Disko Partizani’ vertegenwoordigen het geluid van het nieuwe Europa met verenigde invloeden van Midden- en Oost-Europa, Turkije, Griekenland, Armenië, Oekraïne en verder richting Midden-Oosten. Wellicht verklaren die invloeden deels het succes van Shantel en de vereenzelviging - van een over het algemeen jong publiek - met zijn muziek. Uiterst bewonderenswaardig om te zien welke dansenergie Shantel met viool, accordeon, gitaar, drums, (schuif)trompet en saxofoon kan opwekken!
Pionierswerk voor Shantels’ Bucovina Club werd gedaan door ‘Goran Bregovic’ die de muziek uit de Balkan op de wereldkaart heeft gezet. Bregovic componeerde ook de soundtrack van Emir Kusturica’s ‘Underground’. Shantel lijkt wel in de voetsporen van Bregovic te treden, niet in het minst omdat hij de traditionele muziek naar een eigentijds publiek weet te vertalen, maar ook omdat hij verantwoordelijk is voor de soundtrack van ‘Auf der anderen Seite’ van regisseur Fatih Akin (die o.a. ook ‘Gegen die Wand’ op zijn naam heeft staan). Ook vermeldenswaardig: Shantel werd ook geïnspireerd door gypsybands als Fanfare Ciocarlia (vorig jaar nog in de Handelsbeurs) dat op 28 november opnieuw is te zien in 4AD te Diksmuide. Voor wie gisteren zijn ziel heeft verkocht of verloren aan Shantel moet ook zeker deze band eens gaan bekijken!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent


Pagina 469 van 498