logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15631 Items)

Sinead O’Connor

Theology

Geschreven door
Sinead O’Connor bracht twee jaar terug een popreggeaplaat uit ‘Throw down your arms’, die ze opname met Sly & Robby. Het resultaat was een freakende, groovy, broeierige religieuze sound. Haar optreden met Sly & Robby, gekoppeld aan de plaat, bleek de ideale gospel zondagsmis!
Sinds ‘Universal Mother’ (’94)  wuifde O’Connor grotendeels de muziekindustrie vaarwel, legde zich toe op religie en trok zich terug in een klooster. Haar liefde tot God en spirituele beleving leverde nog puik platenwerk af als ‘Faith & Courage’ (’00), een fijne popplaat, ‘The Gospel Oak EP’ en ‘Sean-Nos Nua’, geworteld in haar Ierse folkroots; ze bevatten naast eigen songs, originele bewerkingen van andermans materiaal. 
Ook de huidige cd ‘Theology’ is opnieuw zo’n voorbeeld van religieus getinte nummers. Het is een dubbelcd waarbij al het materiaal twee keer werd opgenomen, zowel met een volledige begeleidingsband (The London Sessions), als akoestisch (The Dublin Sessions).
The Dublin Sessions komt het sterkst uit de verf: intiem pakkende songs, gedragen door haar mooie, warme stem. Huiveringwekkend. Om kippenvel van te krijgen! Luister maar een naar “Something beautiful”, “Out of the dephts”, “Dark I am yet lovely”, “If you had a vineyard”, “33” en “The Glory of Jah”.
The London Sessions is een logisch vervolg op ‘Faith & Courage’, geraffineerde sfeervolle popsongs, die subtiel uitgewerkt zijn. Geslaagd, maar niet steeds overtuigend!
Haar bewerkingen van Curtis Mayfield “We people who are darker than blue”, de uit Jesus Christ Superstar gehaalde “I don’t know how to love him” en de door Boney M tot hit gemaakte spiritual “Rivers of Babylon” zijn op beide cd’s écht sterk en emotievol.
Hoe dan ook, we zijn en blijven onder de indruk van het zangtalent en de aanpak van Sinead die haar eigen ‘muzikaal religieus pad‘ kiest en bewandelt.

Editors

An end has a start

Geschreven door

Editors, een kwartet uit Birmingham, onder zanger/songschrijver Tom Smith, viel al twee jaar terug op met ‘The Back Room’. Ze halen invloeden uit de huidige postpunk en ‘80’s wave van Joy Division, Echo & the Bunnymen en The Chameleons. Smith zelf noemt Michael Stipe als z’n voornaamste inspiratiebron. Whatever, de tweede cd is een toegankelijk album: het gejaagde tempo, de donker dreigende en beklemende sfeer is geraffineerd en subtieler. Poprockwave dus!
Het is een boeiende, afwisselende plaat geworden. Enkele songs refereren naar het debuut: de single “Smokers outside the hospital doors”, “Bones” en “Escape the nest”. Het tempo is omlaag geschroefd op volgende songs, die inderdaad aan R.E.M. refereren: “The weight of the world”, “The racing rats” en “Push your head towards the air”. “Well worn hand” is een pianoballad en sluit in schoonheid de plaat af. Onderliggend zijn er Coldplay trekjes.
De plaattitel ‘An end has a start’ kan geassocieerd worden met Joy Divisions ‘A means to an end’.
Het is een kwalitatief sterke plaat geworden van een band die een boeiende koers is ingeslagen en een schitterende toekomst tegemoet gaat.

Various Artists

Ex Drummer OST

Geschreven door

Ex Drummer is één van de bekende werken uit het omvangrijke oeuvre van Herman Brusselmans, een verhaal over de wereld van de rock’n’roll, ver van de glitter en de glamour. Koen Mortier is de regisseur van de film, en verrast eveneens met de soundtrack, waarbij enkele bekende Vlaamse artiesten als Arno, Kowlier en Millionaire het hef in handen nemen; ze zorgen voor een paar originele tracks: Arno “Een boeket met pisseblommen”, Kowlier met de stoner’killer’song “De grotste lul van ’t stad” en Millionaire met de Devo cover “Mongoloid”.
Het is een soundtrack van noisy gitaarwerk (Lightning Bolt, Blutch en Millionaire), postrock (Madensuyu en Mogwai), donkere dreigende muziek (Isis), punk/hardcore (Funeral Dress), vettige rockabilly (Experimental Tropic Blues Band) en sfeervolle pop (An Pierlé & White Velvet en The Tritones). 
Op de soundtrack zijn dus een pak schreeuwerige songs te vinden, de link met  de film en Brusselmans’ persoonlijkheid?!

Built To Spill

Built to Spill

Geschreven door

Built to Spill is één van de best bewaarde Amerikaanse underground grunge/indie gitaarbands onder zanger/gitarist Doug Martsch. Platen als ‘Perfect from now on’ (’97) en ‘Keep it like a secret’ (’99) beantwoorden aan het werk van Neil Young & Crazy Horse, Pavement en Dinosaur Jr. De nieuwe cd ‘You In Reverse’ doet de lauwe voorganger van 2001 ‘Ancient melodies of the future’ vergeten. 
‘You In Reverse’ is al vorig jaar verschenen in de VS, maar is pas nu in Europa beschikbaar. Trouwens, de band heeft een Europese tournee gepland, en dat was van ’99 geleden!
Tien songs zijn terug te vinden, waarvan meer dan helft zes minuten klokken. Da’s nu net Built to Spills muzikale formule: intens bedreven en sfeervol dromerige (grunge/indie)gitaarrock, door lang uitgesponnen gitaarlagen, een repetitieve bas en een bezwerende drums, onder Martsch zweverige, zalvende onvaste stem.
Opener “Goin’ against your mind” zet meteen de juiste toon op de cd en is een klasse song zonder meer van meer dan acht minuten. “Conventional wisdom” komt regelrecht uit de Dinosaur stal en met “Just a habit” is er een vervolg klaar op ‘80’s band The Feelies. “Mess with time” flirt met Jello Biafra’s Dead Kennedys en “Traces”, “Liar”, “Wherever you go” en afsluiter “The wait” zijn de sfeermakers op de plaat. 
Martsch ontpopte zich door de jaren als een fervent politicus en kunstliefhebber: zie maar de tekening op de cover en z’n moraalfilosofie van anarchie op een sociaal verantwoordelijke, coöperatieve wijze is in ons hart gegrift!

Buffalo Tom

Three Easy Pieces

Geschreven door

Na het laatste album ‘Smitten’ (’97) is het sympathieke trio uit Boston een kleine tien jaar later opnieuw bij elkaar. En het is alsof de tijd is blijven stilstaan bij het trio Janovitz/Colbourn/Maginnis. ‘Three Easy Pieces’ is een vervolgverhaal op de puike platen ‘Let me come over’ (’92) en ‘Big red letter day’ (’93): meeslepende en intens bedreven emotievolle gitaarpopsongs. 
Het spelplezier druipt er vanaf. Het trio heeft nog steeds de magie om sterke songs af te leveren, onder de afwisselende leadzang Janovitz/Colbourn. 
“Bord phone call”, “Bottom of the rain”, “Good girl”, “September shirt” en de titelsong zijn snedige songs;  “You’ll never catch him”, “Lost downtown”, “Renovating en  “CC and Callas” hebben een spannende, broeierige opbouw en nummers als “Pendletow”, “Gravity”  en de afsluiter “Thrown” zijn sfeervoller door toetsen en steelpedal.
Kortom, Buffalo Tom staat er opnieuw en speelt frisse Amerikaanse gitaarrock op z’n best.

Tori Amos

American Doll Posse

Geschreven door
Na een korte time- out met de geboorte van haar dochter Natashya in 2000,  heeft Tori Amos momenteel drie veelzijdige albums uit, die een lange tijdsduur hebben: ‘A scarlet’s walk’ (’02) (18 songs),  ‘The beekeeper’ (’05) met 19 songs en tenslotte het onlangs verschenen ’American Doll Posse’ met maar liefst 23 nummers. Songs die een bewijs zijn van Amos’ artistiek of die te interpreteren zijn als een handig tussendoortje. Was de voorbije plaat in het teken van zes verschillende tuinen, dan is ‘American Doll Posse’ een concept van vijf Amos’ alter ego’s die op de cd staan afgebeeld. Ze wil de verschillende kanten van een vrouw, gebaseerd op karakters van de Griekse mythologie, zichtbaar maken, waaronder de carrièrevrouw, de vriendin en de minnares. 
Amos geeft dit weer in muzikale diversiteit, de ene maal met intiem pakkende songs (“Yo George”,“Father’s son”, “Code red”, “Mr Bad Man”, “Roosterspur bridge” en “Beauty of speed”), gedragen door haar emotievolle stem en haar begeesterend pianospel, andere zijn sfeervoller (“Big wheel”, “Digital ghost”, “Dark side of the sun” en “Posse bonus”), ondersteund door een softe percussie; er is ook sprake van poprocksongs (de single “Bouncing off clouds”, “You can bring your dog”  en “Secret spell”) en avontuurlijk zijn “Teenage hustling” en “Smokey Joe”; we horen zelfs een rockende Amos op “Fat slut” en “Body & Soul”. Van creativiteit gesproken! 
Niet alle nummers zijn even sterk, maar ‘American Doll Posse’ is een plaat van boeiende luistersongs, een bewijs van Amos’ songwriterschap.

10 Days Off 2007: DAY 10: Tiga & Co

Geschreven door

Voor de 4de keer was Tiga te gast op het indoor festival van 10 Days Off. Een negen uur durende set waarvoor Tiga een aantal van zijn muziekbroeders mee had.

Jori Hulkkonen,
het bewijs dat men in Finland niet alleen ‘Nokia’ en ‘Lordi’ kent, is deze elektronicaDJ. Deze ‘coole’ DJ is beïnvloed door de electro scene van eindjaren ’80 en werkte samen met de juiste mensen, wat hem een gegeerde clubDJ maakte. Techno, electro en trance zijn  een geliefd concept. Jori mocht het publiek opwarmen, wat positief ontvangen werd.

Konrad Black:
lekkere basses en sferische sounds kenmerken Konrad Black. Zijn inspiratie haalde hij uit de hip hop en drum’n’bass. Producties waren de afgelopen jaren minimaal; hij gaf zijn carrière al elan door samenwerkingsverbanden met o.a. Swayzak, Ed Rush, Mark Houle TRoy Pierce en dus ook met Tiga. 

Tiga
heeft er al een pak samenwerkingen opzitten en was voor de 4de keer te gast in De Vooruit. De Vooruit was opnieuw  full house. Met zijn sublieme mix bracht hij de 'B- live room'  in beweging. De Canadees bracht stevige dance en retro ’80’s electro. Op het eerste hoogtepunt, al vroeg in de set, “What else is there” van Röyksopp, ging de fuivende menigte helemaal uit de bol. De aanzet voor een goede twee uur Tiga-dance mix.

Proxy,
live from Moskou. Voor de mensen die zijn gehele naam willen weten en een poging willen doen om hem uit spreken,
Pozharnov Yevgeny Alexandrovich, veel succes!! Hij is de laatste nieuwe man van ‘Turbo Recordings’ (het label van Tiga) en wordt aanzien als een stevige aanwinst. Met zijn toegankelijk opzwepende set liet hij de grote ‘Tiga electro muziek puzzel’ in elkaar passen. 

De 13e editie van 10 Days Off zit erop. Elke dance- en elektronicafreak werd op z’n wenken bediend door de mengeling van techno, house, elektronica, drum ’n’bass, hip hop en trance.Thanx 10 Days Off. Tot in 2008!

Organisatie: 5 voor 12

Jef Neve Trio

Nobody is illegal

Geschreven door

Een aangename kennismaking gebeurde met de dertigjarige pianist Jef Neve, die al toe is aan de derde cd ‘Nobody is illegal’, de eerste op een major label, Universal. Z’n vaste muzikanten Piet Verbist (bas) en Teun Verbruggen (drums), hebben al een pak aardige projecten op hun cv: Piet speelde samen met zowat de heel Belgische jazz scene, en Teun speelt in allerlei projecten als Othin’ Spake met Mauro en Flat Earth Society.
Het zijn drie meesters in jazz die met durf en avontuur een brug vormen tussen pop, jazz en klassiek; ze vullen elkaar aan en zijn sterk op elkaar ingespeeld. Hun virtuositeit dwingt respect af.
De songs vloeien in elkaar over door enkele interludes. Per beluistering wint de cd aan zeggingskracht; swing, dynamiek, ontlading en ingetogenheid zijn op hun plaats en doen de cd balanceren tussen subtiliteit (o.a. “Second love”) en  complexiteit (“Nothing but a Casablanca Turtle Slideshow Diner”). Sfeermakers zijn een stel koperblazers, die het geheel een bombastisch tintje geven.
‘Nobody is illegal’ is een spannend, broeierige jazzpopplaat van een beloftevolle jazzgeneratie.

Info: www.jefneve.com of www.jazztronaut.be

Velvet Revolver

Libertad

Geschreven door

Terwijl Axl Rose de naam Guns ’n Roses meegejat heeft, al een decennium bezig is met het langverwachte Chinese democracy, maar zich vooral bezig houdt met het verheerlijken tot buitenaardse proporties van zijn eigen paranoïde ego, timmeren Slash en co met hun Velvet Revolver rustig verder aan de weg en vergasten ze ons weer op een staaltje van pure power. 
In tegenstelling met het toch ietwat tegenvallende weirdness van de herenigde Stooges krijgen we hier behalve Stoogi-aanse riffs, ook nog verzorgde niet geforceerde melodieën, een strakke  sterke zang en een loepzuivere, doch geen gepolijste productie. Ze rapen dus duidelijk de draad op die The Stooges links lieten liggen. Gecombineerd met de grunge invloeden van zanger  Scott Weiland,  resulteert dit in een schijf met de betere harde rock, waar eigenlijk geen enkel zwak nummer op staat. En dit gebeurt niet veel.  Ok, als spooknummer krijgen we een serieuze country in onze strot geramd, maar het is hen met plezier vergeven. Het is niet meer en minder dan het ‘teasen’ van de typische Amerikaanse hokjesmentaliteit. Meteen de beuk erin met “Let it Roll” en het ironische “American Man” kan  nu al een klassieker genoemd worden. De drie ballads, “The last Fight”, “Can’t get it out of my mind” en “Gravedancer”,  zijn heel sterk gecomponeerd zonder enig zweempje van meligheid.
Aanschaffen die handel!

Bracken

We know about the need (2)

Geschreven door
Bracken is het muzikale project van de helft van het Britse indiecollectief Hood, Chris Adams. De muziek van Bracken knoopt aan Hood: sfeervolle, dromerige grillige pop, trancy beats en psychedelica klanken onder een zweverige (fluister)zang. Muzikale sfeerstukken horen we op “Fight or flight”, “Evil teeth” (de ideale zondagsmis) en afsluiter “Back on the calder line”. In die nummers doet Bracken aan Liars denken, en bengelen ze tussen toegankelijkheid en avontuur; een gematigder aanpak horen we kernachtige songs als “Safe safe safe” en “Four thousand style”. “Athroll slains” en “Heatens” schuwen knisperende elektronica en een dosis experiment niet.
‘We know about the need’ is een fijn gewaagd plaatje van Adams.


Au Revoir Simone

The bird of music

Geschreven door
Au Revoir Simone, drie jonge deernes uit Brooklyn, debuteerden met de EP ‘Verses of Comfort, Assurance and Salvation’. Stemmige (indie)popelektronica, die veel aan de verbeelding overlaat door de romantisch sfeervolle klanken en de lieflijke meerstemmige zang. ‘The bird of music’ is een vervolgverhaal van de wegdromende muziek van de dames. Af en toe klinkt de drumbeat iets forser en meer uptempo, als op “A violent yet flammable world”, “Dark halls” en “Night majestic”. 
Voor wie houdt van de dames van Electrelane en Stereolab, Björk, Laïka, Mum  en Kings Of Convenience is dit een aanschaf meer dan waard.

The Cinematic Orchestra

Ma Fleur

Geschreven door
The Cinematic Orchestra is een Britse band uit Londen onder Jason Swinscoe. Ze staan garant voor een sound van elegante schoonheid en sentimentaliteit. Ze graven een eigen weg binnen de intieme trippop, die af en toe iets krachtiger klinkt.
Het zijn dromerige, sfeervolle soms breekbare songs die in een filmisch decor passen. Trouwens, de kennismaking met deze band gebeurde met de soundtrack ‘Man without the moviecamera’ (een Russische stomme film in 2003).
Vijf jaar na ‘Every day’ heeft  Cinematic Orchestra  met ‘Ma Fleur’ het muzikale script klaar van een nog af te werken film…
Er zijn enkele gastrollen: Patrick Watson (“That home”, “Music box”), die doet denken aan Antony & The Johnsons, Lou Rhodes zingt op “Time & space”,  wat refereert aan het rustige werk van Lamb en haar vorig jaar verschenen soloplaat, en er is de soul van Fontella Bass.
‘Ma Fleur’ is een fijne, heerlijke sfeerplaat.
Te bezien op 9 oktober in een organisatie van Jazztronaut in de AB, Brussel.

10 Days Off 2007: DAY 06: Laurent Garnier

Geschreven door

Laurent Garnier, de Franse housepionier, had aangekondigd de avond op te delen in twee stukken, enerzijds een live, anderzijds een DJ-set. Het eerste anderhalf uur bracht Laurent Garnier een full band mee met gasten op sax,  trompet, trombone en synthesizer. Laurent Garnier, op laptop, zorgde voor een groove zoals bij “The man with the red face”, maar de klemtoon kwam vooral op sfeervolle lounge wat soms te rustige momenten opleverde.
De live set leek ahw een opwarmer voor de DJ set, want dan barste het feest helemaal los. Hij nam plaats achter de draaitafels en in de broeierig hete, uitverkochte Vooruit werd het meer dan drie uur genieten van Garnier-iaans house, techno en drum ’n bass; beats, dance, gefreak en naadloos aan elkaar gemixte songs voor een uitzinnig publiek, maakte de nacht compleet. Moe gedanst keerden we naar huis, met een ‘feel fine’ gevoel. 

Volgende afspraak: de slotavond, DAY 10,  met o.a. Tiga.

Organisatie: 5 voor 12

10 Days Off 2007: DAY 04: Grooverider/Fabio

Geschreven door

Grooverider/Fabio, het onafscheidelijke duo uit de UK, was te gast in De Vooruit op de eerste van de twee drum’n’bass avonden. Sinds midden de jaren ’90 is Grooverider prominent aanwezig in de Britse dancescene. Hij wist door te breken met ‘The prototype years’, een spraakmakend album binnen de jungle/drum’n’bass. Als één van de peetvaders, kreeg hij navolging van Ed Rush & Optical, Adam F en Roni Size’s Reprazent.
Op zijn weg sloeg hij de handen in elkaar met Fabio en ze zijn ondertussen een gevestigde waarde geworden.
Een meer geselecteerde doelgroep (euh voornamelijk mannen) was aanwezig dan bij Martin Solveig en Foxylane.
Grooverider en Fabio boden een nachtje lekker harde, neurotische uptempo  beats, onder diverse tempowisselingen, met een vleugje trance en funk; donker, dreigend , groove-riding en dansbaar, wat aanstekelijk klonk en inwerkte op de dansspieren.

Op DAY 06 wordt het uitkijken naar de set Laurent Garnier ons weet voor te schotelen.

Organisatie: 5 voor 12

Boomtownlive Gent 2007: Herman Dune en Fixkes

Geschreven door
Transformatie van de Oude Beestenmarkt

De weersomstandigheden van gisteren indachtig, keken we toch maar even naar boven toen Herman Dune op het podium verscheen en de 4de dag van Boomtown 07 opende. Gelukkig bleek de zon de regen te kunnen verdringen en was het publiek in de mogelijkheid zich rustig te focussen op de vrolijk klinkende pop folk van Herman Dune, een groep die vooral gevormd wordt rond de half Franse, half Zweeds broers David-Ivar en Andre Herman Dune en sinds 2001 ook door Neman Herman Dune. Deze laatste is dan weer van Zwitserland afkomstig.
Ze hebben behalve diverse zijprojecten ook al een aantal lo-fi albums op hun actief staan (als Herman Düne, let op de minieme naamsverandering) maar het is pas met het vorig jaar, op een Frans label uitgebrachte en van iets ruimere arrangementen voorziene album ‘Giant’, dat ze hier enigszins wat bekendheid beginnen te krijgen. 


Op het podium oogt Herman Dune totaal onhip. David-Ivar heeft een onvaste stem die ons ook wel deed denken aan deze van Jonathan Richman, hij weet zich soms niet goed een houding aan te nemen en sommige songs lijken wat met los zand aan elkaar te hangen. En toch: schijn bedriegt. Wat is het allemaal sympathiek, leuk en vooral goed gedaan. Of het nu de huppelende, door trompet ondersteunde, “I Whish That I Could See You Soon” of “Take Him Back To New York City” betreft, dan wel gekozen wordt voor het meer rustige “When The Water Gets Cold & Freezes On The Lake” (alledrie afkomstig van ‘Giant’), het roept telkens een mooi vakantiegevoel op. Het publiek wiegde dan ook ongedwongen mee op de door Herman Dune gebrachte antifolk.
Er werden ook enkele nieuwe nummers zoals “My Baby’s Afraid Of Sharks” en “My Home Is Nowhere Without You” gebracht maar hét moment was misschien wel toen Neman zijn drumstel verliet en “I’d Rather Walk Tan Run” met kleine cimbaaltjes van het nodige ritme voorzag, daarbij dansend als een ballerina.

De band vond het zelf ook allemaal best gezellig en wou maar blijven spelen, ware het niet dat men vanuit de zijkant van het podium teken deed dat de tijd er op zat. Erg jammer, maar er moest plaats gemaakt worden voor het Vlaamse ‘fenomeen’ Fixkes.

Want inderdaad, het gaat snel, érg snel voor de Stabroekse dialectpoppers. Pas eind november 2005 bezig maar intussen alom op de radio aanwezig met hun van weemoed doordrongen single “Kvraagetaan”, een nummer dat trouwens alle records van de Ultratop heeft gebroken en er toe heeft geleid dat Fixkes de eerste Belgische groep ooit is die getekend wordt door het Nederlandse
Excelsior Recordings.

Het was dan ook niet vreemd dat de Oude Beestenmarkt een grondige transformatie onderging. Het publiek kwam niet alleen in groot aantal naar het festivalterrein afgezakt, ook de samenstelling zag er toch wel helemaal anders uit dan bij het concert van Herman Dune: veel jongeren al dan niet in het gezelschap van familie, scanderende jeugdbewegingen maar vooral verliefde tienermeisjes die zo dicht mogelijk bij het podium wilden postvatten om niks te moeten missen van hun nieuwe idolen.

Toen “de” Sam
Valkenborgh, zanger en liedjesschrijver, op het podium verscheen en akoestisch “(Ik Zen Van) Stabroek” inzette, schoot de lichaamstemperatuur bij velen de hoogte in, zeker ook toen “Liefdesdier” en “Seuzeke” gebracht werden. “Kvraagetaan” werd onmiddellijk daarna op de set geplaatst en of dit een goed idee was, kan betwijfeld worden omdat na afloop diverse mensen weggingen, duidelijk dus gekomen voor dat éne nummer en op zoek naar ander vertier op de Gentse Feesten.
Of de Fixkes nu reggae speelden (“Lepeltje”) of een cover van de Antwerpse hiphopformatie ‘Freestyle Fabrik’ brachten, bij het nog aanwezige publiek – en dat waren er nog heel wat – konden ze niks verkeerd doen.
Natuurlijk konden ze niet anders dan op het einde enkele bissen te spelen en omdat ze zo ‘Kei cheap zijn’, aldus Sam Valkenborgh, werd het enthousiaste publiek ter afsluiting getrakteerd op een ietwat overbodige reggaeversie van – hoe kan het ook anders – “Kvraagetaan”.

Zelf zagen we een gevarieerde set met nadruk op eenvoudige instrumentatie (Peter Deckers voorzag enkele nummers van een meerwaarde via zijn mondharmonica) en we hoorden ook enkele goedgevonden tekstregels. Maar hoewel ongetwijfeld deze mening door het gros van Vlaanderen en omstreken niet gevolgd zal worden (en dat hoeft ook niet), was ondergetekende echter niet onder de indruk. Daarvoor vertoont het huidige songmateriaal nog teveel ongelijke kwaliteiten. Het is echter aan de Fixkes om het tegendeel te bewijzen via hun later dit jaar te verschijnen debuutalbum.

Het zal het aanwezige publiek een zorg zijn. Het kreeg waar het om vroeg, namelijk een concert van Fixkes.

Organisatie: Boomtownlive, Gent


Dourfestival Dour 2007: zondag 15 juli

Geschreven door
The Black Angels (The Last Arena) mocht de afsluitende dag opwarmen met hun meeslepende americana, die af en toe kon aanzwellen door de forser klinkende repeterende gitaarlijnen en opzwepende percussie; The Black Angels pootten een venijnig, pittig concert neer. De zweverige zang had iets mee van Jim James. Velvet Underground, Joy Division en My Morning Jacket waren alvast voorname referenties.

Zucchini Drive
( La Petite Maison dans la Prairie) Het West-Vlaamse duo zit ergens vervat tussen ‘80’s elektro en hiphop. Het duo had een moeilijke start door technische problemen, maar vond gaandeweg z’n draai, de juiste beat en groove, met snel op elkaar volgende raps.

Balthazar
(Clubcircuit Marquee) onderscheidde zich al op Humo’s Rock Rally. Het vijftal brengt fijn melodieuze poprocksongs, bepaald door viool, toetsen en een meerstemmige zang. Hun sound roept Absynthe Minded op. Broeierige pop van een jonge beloftevolle band!

Mintzkov
(Clubcircuit Marquee) heeft met de nieuwe cd ‘360 °’ een strakker geluid en hanteert dit op z’n live optredens. De band is op elk festival te zien en speelt op scherp; Op Cactus overtuigden ze, op Dour bevestigden ze! Mintzkov is een goed op elkaar ingespeelde band. Een snedig, bedreven setje met o.a. “One equals a lot” en “Ruby red” als toonbeelden.

Jerboa
(Clubcircuit Marquee), de Vlaamse DJ Shadow, stelde vooral werk voor van het recente ‘Rockit fuel’, een groovende en donkere dreigende trippopplaat, waarbij hij vooral de kaart trok van zwoele beats, ondersteund van toetsen en een opzwepende percussie. Gastvocalisten Trixie Whitley, Krewcial en Van Jets Verschaeve waren ook van de partij. De gezongen nummers boeiden:  “Just another number”, “What if” en “Number one” . Sommige  instrumentale nummers gingen verloren in een poel van beats, sounds en scratches, wat een domper was.

Het jonge 1990’s (The Last Arena) jaagden  in een snelvaart tempo hun melodieus rammelende rocksongs erdoor. Het drietal uit Glasglow, een tweede linie Arctic Monkeys, speelden op het immens grootse podium ietwat verloren. Enkele popsongs als “See you at the light” en “You’re supposed to be my friend” kunnen de band een fijne toekomst voorzien.

Het was alvast een aangename kennismaking met het Franse viertal (twee mannen – twee vrouwen) Les Ogres De Barback (The Red Frequency Stage), die een mix brachten van pop, Balkan, chanson en cabaret. Wat er allemaal te zien was op het podium en wat ze verwezenlijkten was mooi om te zien: de songs zaten avontuurlijk in elkaar en ondergingen diverse tempowisselingen. 
En net zoals bij De Nieuwe Snaar was er actie op het podium: aan een hijskraan op het podium, was een trom gebonden en hing er een trombone. De trombone werd neergehaald om te kunnen spelen en het getrommel gebeurde door een kabel, verbonden aan een fiets. 
Het viertal bracht het publiek in feeststemming met hun plattelandsmuziek, alsof de oogst deze namiddag werd ingehaald…

Black Rebel Motorcycle Club
(The Last Arena) blikt met de nieuwe cd ‘Baby 81’ terug naar hun begindagen, waarin donker dreigende, meeslepende en bedreven gitaarrock, onder een diepe bas en een vleugje fuzz en distortion wordt geserveerd. De rootsrock van de voorbije cd ‘Howl’ is op het achterplan. 
Een bezwerende start met songs als “Love burns”, “Berlin” en “Stop”, vervolgens klonk het drietal stevig en snedig met “Spread your love” en “Took out a loan”. “All you do is talk” was één van de rustige songs en “Ain’t no easy way” refereerde aan hun bluesy roots. Finalereeks: “Whatever happened …”  en “Six barrel shotgun”. Het contact met het publiek was arm , maar in ruil kregen we een potig melodieus setje.

Wilco
(The Last Arena), de band rond Jeff Tweedy, heeft een nieuwe plaat uit ‘Sky blue sky’. Hij trok met een bijna totaal vernieuwde band op tournee. 
Deze alt.country/americana groep speelde doorleefde retrorock en intieme pop, als een Neil Young & Crazy Horse, waaronder enkele magistrale gitaarsoli, zoals op het nieuwe “Impossible Germany” en het afsluitende “Spiders” uit 2004. Na een stevige start hoorden we vooral dromerige, sfeervolle songs als “Side with the seeds”, “You are my face” en “I’m trying to break your heart”, onder Tweedy’s zalvende emotievolle stem. 
Jeff Tweedy en z’n band  Wilco genoten van de respons en de belangstelling op  hun broeierig intense sound. Na enkele moeilijke jaren staat Wilco opnieuw op het voorplan. 

Dr Octagon
(Dance Hall) ontpopte zich de voorbije tien jaar als een statement binnen de underground hiphop: een avontuurlijke sound, huiveringwekkende tapes, neurotische scratches en bleeps en de fascinatie voor lugubere zaken.
Live bakte Dr Octagon er niet veel van: de creativiteit bleef uit en het leek eerder op een ‘gewone’ hiphopset, met een tweetal rappers die voor het nodige entertainment zorgden; Matige set om onze trip te Dour te besluiten…

Organisatie: Dourfestival, Dour


Boomtownlive Gent 2007: Au Revoir Simone en The Frames

Geschreven door
Afgelopen maandagavond besloten hevige regenbuien een bezoekje te brengen aan de Gentse Feesten en lieten ze bijhorend ook de 6de editie van Boomtown Live, het gratis festival dat op de Oude Beestenmarkt wordt georganiseerd, niet ongemoeid.

De timing was slecht gekozen, zeker omdat kon getwijfeld worden aan de weersbestendigheid van de uit Brooklyn (New York) afkomstige groep Au Revoir Simone. Heather D’Angelo (zang/drummachine/keyboard), Erika Forster (zang/keyboard) en Annie Hart (zang/
keyboard) zien er namelijk zo frêle uit dat het lijkt alsof iedere windstoot voldoende is om hen van het podium te blazen en ook hun dromerige elektronische pop doet meer associaties oproepen met sprookjesachtige landschappen dan met een door feestgedruis omgeven terrein dat kreunt onder de aanhoudende regen. Ook het drietal zelf leek er niet gerust in. Ze begonnen een twintigtal minuten later dan voorzien aan hun set, excuseerden zich uitgebreid voor enkele technische problemen waar ze mee af te rekenen hadden en stonden wat onbeholpen en onzeker achter hun inderhaast opgestelde keyboards en retro-drumcomputers, zich daarbij afvragend hoe de reactie zou zijn van het publiek. Toen bleek dat de aanwezigen spontaan elkaars gezelschap opzochten onder de paraplu’s en enthousiast reageerden op de romantische klanken en de meerstemmige, zoetgevooisde stemmetjes op het podium, uitten de meisjes hun grote spontane dankbaarheid en zelfs verwondering door tussen de nummers honderduit over diverse dingen te praten, niet in het minst over het weer en over de lekkere champagne die ze uit plastic bekertjes dronken.

Er werd hoofdzakelijk geput uit hun eerder dit jaar verschenen tweede album, ‘The Bird of Music’ (dat ze in februari ook kwamen voorstellen in de Botanique) maar via de meer ingetogen nummers “Through The Backyards” en “Stay Golden” kwam ook het uit 2005 daterende minialbum ‘Verses Of Comfort’ “Assurance & Salvation” even aan bod. Het klonk allemaal wat directer en minder gepolijst dan op plaat, zonder daarbij het lieflijke effect te verliezen. Na slechts 8 nummers gespeeld te hebben, werd het concert beëindigd.

David Lynch is alvast grote fan en ook liefhebbers van Young Marble Giants, Broadcast, Laika en vooral Stereolab, zouden deze band zeker eens moeten proberen.

Au Revoir Simone had aan The Frames beloofd dat ze de regen zouden ophouden en het leek hen nog eventjes te lukken ook. Maar kort voor de aanvang van hun set, stond vast dat ook de Ieren zouden moeten optornen de felle regen. Desondanks hoefden zij zich qua publieke belangstelling geen zorgen te maken, temeer daar zij kunnen rekenen op een vaste aanhang, mede gebaseerd de goede live-reputatie die The Frames hier intussen opgebouwd hebben.

Dit werd nogmaals bewezen door het feit dat de fans hun paraplu’s deden draaien op de tonen van de muziek en op verzoek van zanger, gitarist Glen Hansard spontaan met de handen wuifden of meezongen. Gezien de erg natte ondergrond breidde Glen wijselijk geen gevolg aan zijn Dourtrucje door het rechtstaande publiek beurtelings te doen zitten of liggen. Maar wie weet hadden sommigen het nog gedaan ook. 
Genietend van dit gebeuren, speelde de groep constant met de glimlach op het gezicht, een niet vlekkeloze doch wel energieke set. Sterkhouders waren opnieuw “Revelate” en “People Get Ready” dat Glen met een ruk aan zijn versterker een erg krachtige en expressief einde toebedeelde.
Zoals gebruikelijk, verweefden The Frames ook enkel covers doorheen hun eigen nummers. “Fake” dat voorzien werd van een opzwepende vioolpartij door Colm Mac Con Iomaire, werd gekoppeld aan “Always On My Mind”, “Star Star” aan “Hotel Lounge” en op het einde kwam ook nog eens een flard “Here Comes The Night” aan bod.

Net zoals de meisjes van
Au Revoir Simone die trouwens vrolijk naast ons aan het rondhuppelen waren, vormde de regen ook voor The Frames een bron van inspiratie door “Pavement Tune” tot anti regenlied te bombarderen. Tegen dan was bijna iedereen in het publiek echter zo nat geregend dat het er niet veel meer toe deed. In ruil voor het doorzettingsvermogen had men echter wel twee hartverwarmende concerten cadeau gekregen.

Organisatie: Boomtownlive, Gent


10 Days Off 2007: DAY 03: Foxylane, Philippe Zdar en Etienne de Crécy

Geschreven door
Foxylane, uit de Leiestad, speelde op maandag een thuismatch in De Vooruit. Gebonden aan het kleine podium van de ‘Mine White Room’, kon het 5-tal zich volledig ontplooien. Het werd één uur lang dansplezier van hun elektronisch sterk gekruide punkfunkset. Het gevoel en passie waarmee ze hun muziek brengen, onderscheidde hen. De gepaste projecties maakte het plaatje geheel. Herkenbaar voor de mensen die Soulwax Nite Versions al aan het werk zagen!

Philippe Zdar
, voor de één zal hij bekend zijn als de helft van Cassius, voor de andere als één van de pijlers van de Franse elektronische muziek.
Hij kwam tonen hoe het eraan toegaat in de wereld van de Franse dance scene en was de ideale warming-up voor zijn collega, Etienne de Crécy. Net zoals Mason en Martin Solveig, zijn Philippe Zdar en Etienne de Crécy twee handen op één buik. Een smaakvolle set.

Etienne de Crécy
is een spraakmakende naam in de Franse elektronische scène. Twee en een half uur kreeg hij een goed gevulde ‘Main Room’ aan het dansen. Het Crécy-menu van de avond: dance doorspekt met vette elektro en een vleugje house. Een set die geproefd en goed bevonden werd door de uitgelaten feestgangers. Opnieuw zorgde de muziek en het gepaste decor voor een ideale dansavond. De apotheose was niet niets, iedereen zong mee toen de Etienne de Crécy “We are friends” door de boxen deed galmen. Overtuigend.

Op naar DAY 04 voor de eerste van de twee drum’n’ bass avonden.

Organisatie: 5 voor 12

 

Dourfestival Dour 2007: zaterdag 14 juli

Geschreven door

Het Franse Dirty Fonzy (The Last Arena) zegt invloeden te hebben van The Clash en Rancid, maar deed eerder denken aan onze eigen Janez Detd met hun melodieus onschuldige snedige punkrock/hardcore. Ze speelden een  pittig verzorgd optreden. 

Smaakmaker op het vroege uur was een ander Frans gezelschap Gomm (The Red Frequency Stage), die al een pak jaren bezig zijn, maar nog maar toe zijn aan een tweede plaat. Het viertal, waaronder een man - vrouw zang (drums - toetsen), verbaasde met hun weirdo postpunk, noiserock en psychedelica; Gomm situeert zich tussen de Yeah Yeah Yeahs,  Sonic Youth en de huidige sliert postpunkbands. Twee cd’s hebben ze tot nu toe uit: ‘Destroyed to perfection’ en ‘4’. Hun songs waren opzwepend, hadden onverwachtse wendingen en ondergingen diverse tempowisselingen, ondersteund door een afwisselende zang of een samenzang. De band verraste aangenaam met hun boeiende, ijzersterke set, en er was de zangeres, die totaal loos ging op haar keyboards en deed beddromen met haar gepassioneerde, sensuele zang. Beloftevolle band of waren ze dit al niet?!

Ben Westbeech (Clubcircuit Marquee) leek een herboren Johnny Hates Jazz figuur, en bracht een aanstekelijke mix van soul, funk en pop. Gaandeweg had hij het publiek in z’n greep door de groovende sound. “So good today”, “Dance with me” en “Beauty” zorgden voor een fijn setje. ‘Welcome to the best years of your life’ is de debuutcd, een titel die hij live onderstreepte. Z’n sympathieke uitstraling was als de nieuwe Mick ‘Red’ Hucknall van Simply Red.

Sioen (The Red Frequency Stage) bracht heel wat Vlamingen vooraan. Ook onze Waalse vrienden, waren te vinden voor de ‘jonge-meisjes-hartenbreker’; vakkundig gearrangeerde, indringende songs, gekenmerkt door een broeierige opbouw en gedragen door z’n warme, melancholische lichthese stem. “Too good to be true” was een muzikaal gevecht tussen violist Jeroen Baert en pianist Sioen. Sioen speelde een erg afwisselende set van emotievolle poprock, die op geen enkel moment verveelde: “Ready for your love” als eerste herkenningspunt, “Ease your mind” en “Who stole my band” de rockers, “Wild wild west” klonk grillig en avontuurlijk en “No conspiracy at all” was het intieme moment.

Joe Lally (
La Petite Maison dans la Prairie) maakte deel uit van de hardcore pioniers Fugazi, momenteel op non actief. Het solowerk van de bassist klinkt rustig. De band refereert nauw aan Morphine door Lally’s bas en een aan Dana Colley denkende sax. Een spannend, broeierige sound, met een dosis experiment en begeesterende saxpartijen.

The Frames (The Red Frequency Stage) komen graag naar ons landje. In het voorjaar speelden ze een drietal clubconcerten en ook op festivals zijn ze er bij (Dour/Boomtownlive). De Ierse band onder zangschrijver Glen Hansard spelen sfeervolle, dromerige songs, waarin een mate van dramatiek is verwerkt; live klonk het af en toe krachtiger. Luistersongs die soms aanzwollen, “Keepsake” en “God bless”, “Finally” klonk snedig en er was de uiterst sfeervolle aanpak, zoals op “Friends + Foe”. A good time gevoel hielden we over aan de broeierige set van de Ierse band.

Part Chimp (
La Petite Maison dans la Prairie) was muzikaal geënt op de stonerrock en grunge. Het drietal in houthakkershemden refereerden aan  Mudhoney, Kyuss en Sonic Youth: een pletwals van sluimerende stevige noisepop, doordrenkt van distortion, fuzz en een onverstaanbare zang. Een fel verbeten sound en noise uitbarstingen door de pedaaleffecten en in de rustige momenten zacht ingetogen.

Nicole Willis and The Soul Investigators (Clubcirquit Marquee) deed de temperatuur nog toenemen met haar warme, groovende soul/jazzypop. De echtgenote van Jimi Tenor deed ons herleven in de Motown sound van eind de jaren ’60. Ze stond garant voor een uiterst aangename, smaakvolle set. Gaandeweg was er meer swing in het optreden, kleur gegeven door een blazersectie, opzwepende percussie, intrigerende ‘70’s toetsen en de prachtig heldere soulstem van Willis. Puike set.

Het Amerikaanse tweetal Two Gallants (The Red Frequency Stage) ging van rauwe garage rock/blues, van gitaar, mondharmonica en drums, tot kippenvelmomenten door slides en soli. ‘What the toll tells’ was een meesterwerk vorig jaar. Live voelde het grootse podium misschien wat onwennig aan, wat niet belemmerde een snedig concert te geven; “Long summer day” en “Las cruces jazy” waren hoogtepunten. De handvol nieuwe nummers maakten ons nieuwsgierig naar de binnenkort te verschijnen nieuwe titelloze cd.

Michael Gira (
La Petite Maison dans la Prairie) lag aan de grondslag van de avantgarde/noise industrial sound die hij met Swans medio de jaren ’80 produceerde; met de jaren klonk Swans toegankelijk en introspectief. In ’97 werd Swans opgeheven en werkte Gira verder aan z’n record label Young God Rec. en z’n project Angels Of Light. Live hoorden we een voorsmaakje van nieuw solowerk; akoestische gitaar en z’n huiveringwekkende bariton stem droegen de intiem, broze songs. Af en toe refereerde hij naar de Swansperiode. Only for fans bleek het, want in de tent waren hoogstens een honderdtal aanwezigen. Emotievolle set.

Griots and Gods feat. The Young Gods & Dälek
(
La Petite Maison de la Prairie) zagen nog net voor hen één van de peetvaders van de industrial scene, Michael Gira.
Hun samenwerking was een avontuurlijke combinatie van donker dreigende (soms traag opbouwend) elektronische soundsapes en hiphop. Een intens, broeierige sound, die qua bezwerende, zwevende zang van Treichler en Däleks spervuur aan raps goed samen paste. Voor herhaling vatbaar!

Het Noorse trio Motorpsycho (The Red Frequency Stage) stonden als een Neil Young & The Crazy Horse opgesteld. Ze kregen ruim de tijd (bijna twee uur) om hun noise/postrock aan een breder publiek voor te stellen. Het drietal ging ervoor, stelde de recente dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ voorop en blikte terug naar hun jaren ’80 muziek. De songs werden lang uitgesponnen, en er waren de begeesterende, bij het nekvel grijpende, gitaar- en drumsoli: zacht ingetogen of fel en scherp met gierende gitaren. Een kunstje beheerste, ontregelde en ontspoorde virtuositeit.

Notwist (
La Petite Maison dans la Prairie) was duidelijk geïnspireerd door de live set van Motorpsycho, want zij  gaven hun anders zo sfeervolle indie (elektronica)rock een stevige, harde tik. Het Duitse vijftal, onder de broers Acher, lieten songs als “Chemicals”, “Pilot” en “Pick up the phone” aanzwellen; Radiohead meets Tool en Pink Floyd? Door de donkere dreigende sound, noise en soundscapes viel dit te herkennen. Na ruim vijf jaar bleek de band er duidelijk zin in te hebben, klonken ze gretig en stonden ze op scherp. Benieuwd hoe hun nieuw materiaal zal klinken…

Girls In Hawaii (The Red Frequency Stage) is de populairste Waalse band. Het zestal uit Nijvel heeft nog maar één plaat ‘From here to there’ uit, en zal in februari klaar zijn met de opvolger. Meeslepende, broeierige en dromerige gitaarpop (soms met drie gitaren), sfeervolle toetsen en een zalvende stem. “Found the ground” en “The fog” gingen er in als zoetenkoek bij onze Franstalige vrienden en het handvol nieuwe nummers waren veelbelovend. De dEUS van Wallonië?!

Voor het alternatieve dansaanbod pendelden we heen en weer tussen Autechre (
La Petite Maison dans la Prairie),  Justice (Eastpak Core Stage) en Venetian Snares (La Petite Maison dans la Prairie).
Met een groot oplichtend kruis achteraan het podium maakte het Franse duo Justice een pompende mix van ‘80’s kitschdisco, breakbeats en drum’n’bass, waarbij tracks van bekende artiesten netjes werden verbouwd; het publiek was te vinden voor dit arty dansconcept
Autechre op z’n beurt bracht abstracte (knisperende) elektronica, bleeps en soundscapes. Een niet toegankelijk geluid, waarbij het Duitse duo binnen de dance nog steeds geen enkele toegeving heeft gedaan.
Venetian Snares, het alter ego van de Canadees Aaron Funk, slaagde erin op twee jaar tijd een vijftal platen uit te brengen van elektronisch vernuft, drum’n’bass, breakbeats, hardcore  en klassiek. Een staaltje experiment voor de ‘die hards’ onder ons!

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2007: vrijdag 13 juli

Geschreven door
Voor het eerst in z’n negentienjarig bestaan mocht Dour dit jaar op voorhand het bordje ‘uitverkocht’ plaatsen. De avontuurlijk muzikale formule en de sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt door de festivalganger geapprecieerd. De Vlamingen kennen sinds een paar jaar de weg naar Henegouwen. 
In totaal waren er op Dour 144000 mensen, waarvan dagelijks 32000 bezoekers op de camping, die getrakteerd werden op toffe belevenissen. Dour gaf je de kans een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken. 
Dour plaatste zich meteen als derde groot festival in ons land. Verdiend!
Een woord van lof aan de organisatie, die erin slaagde ruim 200 acts over zes podia op tijd te laten spelen.  Puik werk, gasten. 
Door werkomstandigheden konden we maar een kleine drie dagen het festival bijwonen.

Dag 2: vrijdag 13 juli
Na een helse werkweek konden we pas Dour 2007 ’s avonds aanvatten.
Meteen werden we ondergedompeld in de rammelende garage punk/rock’n’roll sound van het Britse The Horrors (Dance Hall), die invloeden aanhaalden van The Stooges, Killing Joke, The Cramps, Jesus & Mary Chain, Jon Spencer, Misfits en Joy Division. Het vijftal debuteerde in het voorjaar met ‘Strange houses’. De Britpunkers openden met “No love lost” van Joy Division (of was het toen Warsaw). Ze trokken een muur op van noise en fuzz en er was een haast onverstaanbare, onvaste schreeuwzang. The Horrors speelden een luid en potig setje. 

Een hels tempo werd behouden door de NYse hardcore veteranen Sick Of It All (Eastpak Core Stage), live nog niks ingeboet aan dynamiek. “Step down”, doorbraak van de hardcore naar een breder publiek, een kleine vijftien jaar terug, was al vroeg een hoogtepunt; ze putten uit hun rijkelijk gevuld oeuvre en speelden een handvol songs van het recente ‘Death to tyrants’. Opzwepende songs in een snelvaart tempo! Geen band op retour dus. Op ouderdom staat geen sleet. 

Het Nederlandse duo zZz (Dance Hall) biedt op z’n beurt een puike mix van zompige rock’n’roll, psychedelica en donkere jaren ’70 wave/elektronica. Weirdo dope rock’n’roll suicide = de sound van zZz, gelinkt aan het Vega/Rev duo Suicide. Een stomend setje waarbij ze fel tekeer gingen op toetsen en drums onder een rauwe, soms galmende zang. “Ecstasy” en “Sweet sex” klonken hallucinant en “Soul” werd bepaald een dreunend repeterend orgeltje.

Clap Your Hands Say Yeah
(The Last Arena) bracht de psychedelica terug naar popnormen. De band is sterk ontvangen door onze Franstalige vrienden, remember hun optreden in de AB (februari laatstleden). CYHSY kon het opgezette feestje van de AB niet herhalen. De band speelde slordig en rommelig. Het waren “Over & over again”, “Upon this tidal wave of young blood” en “The skin of my yellow country teeth” van hun klasse debuut, die inwerkten op de dansspieren, onder de neuzelende zang van Gunworth. “In this home on ice” klonk strak en stevig. Met “Satan said dance”, de klassieker van hun tweede cd,  konden ze de set nog redden; op het podium bouwden ze een feestje met de leden van The Rapture. Knap amusant, maar CYHSY kon zich nu niet onderscheiden.

Bright Eyes
(The Red Frequency Stage) is het muzikale project van singer/songwriter Conor Oberst uit Nashville. Live is Bright Eyes momenteel een uitgebreid ensemble: twee drums, viool, toetsen, steelpedal en strijkersarrangementen vullen aan. De meeslepende, pakkende americana/ country/folkpop op het recente ‘Casadaga’ kan de doorbraak betekenen naar een breder publiek. Ze speelden, met Oberst als dirigent, een subtiel uitgewerkte en stijlvolle afwisselende set, wat deed denken aan de Devandra Banhart freefolk stijl. We waren onder de indruk van oudere songs als “First day of my life”, die de band fijn aanpaste. Ze putten rijkelijk uit de recente cd met o.a. “Soul singer in a session band” (toepasselijk in deze bezetting!) en “Four winds”. De ‘open mind’ troubadour onderhield een nauw contact met z’n publiek, wat sterk werd geapprecieerd. Uitstekende overtuigende liveset! 

Het Britse duo Simian Mobile Disco (Eastpak Core Stage) maakt met bands als The Klaxons en Shitdisco deel uit van de nu-rave. Het tweetal houdt het op de elektronica van beats, grooves, trance en dance.  De tent barstte bijna uit z’n voegen met “It’s the beat” en “I believe”. 

De oude Britse ‘rave’ ratten Zion Train (La Petite Maison dans la Prairie) intrigeerde vorig jaar nog op Krakrock te Avelgem. Hun dancehall/dubreggae en de op elkaar aanvullende rapzang, zorgde opnieuw voor een dampend feestje. Op plaat soberder, live venijnig en dansbaar. Puik werk van deze veertigers! 

Digitalism
en Blackstrobe konden de nacht besluiten in de Dance Hall en in de Eastpak Core Stage. Het Duitse Digitalism combineert rock, dance en elektro. Een aanstekelijk, opzwepende set, terwijl Blackstrobe het hield op trance en beats, wat inwerkte op de dansspieren.

Organisatie: Dourfestival, Dour

Steely Dan

Steely Dan: perfectie op het podium

Geschreven door
De muziekliefhebber die verlekkerd is op funk, soul en vooral jazz beleeft momenteel ongetwijfeld erg drukke tijden. Zo vindt er niet alleen op het terrein van de Gentse Bijloke voor de 6de maal het Blue Note Records Festival plaats, alwaar tussen 6 en 17 juli nagenoeg elke avond een uitgebreid aanbod aan nieuwe en gevestigde namen in het genre voorgeschoteld wordt, maar bovendien stond op 9 juli in Vorst Nationaal ook nog eens het gereputeerde Steely Dan geprogrammeerd; een groep die uitblinkt in verfijnde jazzy nummers doorspekt met R&B, rock, pop, funk en soul. Gelukkig hield men in Gent net die dag de deuren gesloten zodat er op dat vlak geen moeilijke keuzes gemaakt dienden te worden. Want dat zou erg jammer geweest zijn, temeer daar de mogelijkheden om Steely Dan live aan het werk te zien, niet dik gezaaid zijn.

Als opwarmer van de muzikale avond fungeerde het Sam Yahel Organ Trio. Sam Yahel mag als Hammond B-3 orgelspeler op dat vlak als één van de meest besproken artiesten van de huidige jazz scène beschouwd worden. Sinds hij in 1990 verhuisd is naar New York, heeft hij met een brede waaier aan artiesten gespeeld, zoals onder meer met saxofonisten Maceo Parker en Joshua Redman, gitarist Bill Frisell, alsook met Madeleine Peyroux, Norah Jones en Lizz Wright. Maar ook als componist en muzikant van eigen werk heeft hij intussen de nodige erkenning gekregen, getuige het feit dat hij het voorprogramma van nagenoeg het volledige Amerikaanse en Europese luik van de tour van Steely Dan mag verzorgen. In Vorst stelde hij begeleid door de Amerikaanse drummer Gregory Hutchinson en de Nederlandse gitarist Jesse Van Ruller, in de eerste plaats enkele nummers van zijn zopas verschenen vierde album ‘Truth And Beauty’ voor. Zo kwamen het gelijknamige titelnummer, "Band The Leaves" en als afsluiter het opzwepende "Saba" aan bod. Het aanwezige publiek kon dit wel appreciëren maar was toch vooral aan het wachten op wat komen zou, namelijk het feit dat na 7 jaar afwezigheid Steely Dan nog eens een concert op Belgische bodem zou geven.
En dat is al een bijzonderheid op zich omdat ondanks het feit dat de twee spilfiguren van Steely Dan, Walter Becker (57) en Donald Fagen (59), al 40 jaar ‘partners in crime’ zijn, het debuutalbum van Steely Dan 35 jaar geleden werd uitgebracht en er diverse hits werden geschoord, zij pas voor de 3de maal ons land aandeden. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen vooral ook omdat de Heavy Rollers Tour 2007 aangekondigd werd als zowat het meest prestigieuze wat zij tot nu toe hadden gedaan. De groep had namelijk een 10 koppige begeleidingsband meegebracht en reeds vanaf de instrumentale intro was duidelijk dat dit een belangrijke factor zou worden tijdens het concert.

Iets over half tien en bij het inzetten van "Time Out Of Mind" verschenen Walter Becker en Donald Fagen elk langs één kant op het podium en kon de bijna twee uur durende tocht door hun klasrijke catalogus aanvangen.  
Tijdens de set werd minimaal een nummer uit nagenoeg alle 9 uitgebrachte studioalbums, gaande van ‘Can’t Buy A Thrill' (1972) tot en met ‘Everything Must Go’ (2003), gebracht. Enkel het meesterwerk ‘Pretzel Logic’ (1974) werd jammer genoeg ongemoeid gelaten, wat betekent dat nummers zoals - het nochtans perfect in de avond passende - "Duke Ellington’s ‘East St. Louis Toodle-oo" of de top tien hit "Rikki Don’t Lose That Number" niet aan bod kwamen.
Maar Steely Dan heeft geen nood aan hits om haar waarde aan te tonen. Het ouder (en tevens meest essentiële) werk werd net als de recentere nummers, zoals "Godwhacker" en "Two Against Nature", op het podium immers steeds perfect klinkend ingekleed. 
Donald Fagen die keyboards en zang voor zijn rekening nam en de subtiele gitaar spelende Walter Becker konden daarvoor rekenen op een uitstekende begeleidingsgroep. Af en toe mochten de muzikanten individueel en ook letterlijk in de schijnwerpers staan zoals tijdens "Peg" (gitarist John Herington), "Dirty Work" (vocaal gebracht door de zangeressen Carolyn Leonhart-Escoffery en Cindy Mizelle) en het uitgesponnen, van tempowisselingen voorziene "Aja" (drummer Keith Carlock). Maar het moet gezegd dat alle tien de muzikanten collectief routineus en op een even hoog niveau stonden te spelen, volledig passend bij de superhoge standaardnorm die Walter Becker en Donald Fagen opleggen voor hun studioalbums. 
Vreemd echter dat Walter Becker voor zichzelf een uitzondering op die regel maakte want hij slaagde er in om het enige door hem gezongen nummer, "Haitian Divorce" door zijn onvaste stem te doen kapseizen. Het vormde dan ook de enige smet op de avond.
Ondertussen werden echter ijzersterke versies van "Babylon Sisters" en "Deacon Blues" gebracht en toen "Kid Charlemagne" het eerste deel van de set afsloot, werd de groep op een staande ovatie getrakteerd.
Er was ruimte voor twee bisnummers: "F.M. (No Static At All)", een bijdrage van Steely Dan aan de gelijknamige bioscoopfilm uit 1978, en afsluiter "My Old School". Intussen hadden diverse fans hun klapstoel al verlaten en zich richting podium begeven. Een tweede staande ovatie viel de groep te beurt. 

“What a night” zei Donald Fagen. Inderdaad. Prachtig concert! 

Setlist Steely Dan : Jeri (Jazz Intro), Time Out Of Mind, Godwhacker, Bad Sneakers, Two Against Nature, Hey Nineteen, Haitian Divorce, Peg, Babylon Sisters, Green Earrings, Dirty Work, Josie, Deacon Blues, Aja, Kid Charlemagne, F.M. (No Static At All), My Old School, Carolyn (Jazz Outro).

Organisatie: Live Nation
Pagina 498 van 505