AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15390 Items)

M.I.A.

Kala

Geschreven door

M.I.A. is het verhaal van Maya Arularpragasam, dochter van één van de ‘Tamil Tijger’ krijgers, die haar vader praktisch nooit heeft gekend. Ze heeft moeten vluchten met haar familie uit Sri Lanka en India en is uiteindelijk in Engeland beland.
M.I.A. staat voor ‘Missing In Action’, wat verwijst naar haar vader. Was de eerste plaat ‘Arular’ eerder een beleven hoe ze haar vader heeft gemist, dan gaat deze tweede plaat een stapje verder en is ze de spreekbuis van een generatie jongeren uit de derde wereld met haar vingerwijzende, soms radicale teksten. Een vrouw met ballen dus!, die muzikaal het nodige knip- en plakwereld leverde op haar amalgaan van hiphop, funk, afro, funk, folk in combinatie met rauw grimmige breakbeats, Jamaïcaanse dancehall en Braziliaanse ritmes. Het geheel klinkt opzwepend, dansbaar, hip en klinkt soms wel hyperkinetisch door die ‘allstyle’ dancemusic.
De plaat werd geproduced door DJ Switch en ook Timbaland kwam een handje toesteken. Ook al klinkt de plaat toch iets minder dan haar debuut, de singles “Boyz”, “Jimmy” en “Paper planes” zijn een schot in de roos.
Een breder concept van wereldmuziek en alternatieve hiphop met een open geest. Geniet er maar van , want het kan tot 2010 duren voor er sprake is van nieuw werk …

Lux Interior van The Cramps overleden

Geschreven door

Erick Lee Purkhiser - beter bekend als Lux Interior - is op 4 februari geveld door de hartproblemen waar hij al langer mee worstelde.
Lux Interior richtte samen met zijn vrouw Poison Ivy de legendarische band The Cramps op in de begindagen van de New Yorkse CBGB's. Sinds de vroege jaren zeventig stond de band bekend om hun wilde, gepassioneerde optredens, waar meer dan eens het interieur sneuvelde.

Saxon

Saxon en Iced Earth sturen fans op tijd naar bed!

Geschreven door

Na de schitterende passage van Iced Earth op Graspop verlangden heel wat fans (waaronder ik) naar een volgende ontmoeting voor wat hopelijk een langere set zou worden. Toen begin december werd aangekondigd dat deze ontmoeting er zou komen in de vorm van een dubbele headliningtour met Saxon, was ik dan ook aangenaam verrast. Saxon heeft namelijk in zijn carrière reeds meermaals bewezen een ware live-band te zijn.

Met hoge verwachtingen zakte ik op maandag 2 februari af naar het prachtige zaaltje van De AB te Brussel. Na definitief vernomen te hebben dat de groepen het zonder voorprogramma zouden klaren begon ik al te hopen op een mooie lange set, het uurrooster daarentegen deed hierrond al snel twijfels ontstaan. Iced Earth zou volgens dit schema maar de tijd krijgen om één uur te spelen wat ons onvoorstelbaar leek.
5 minuten voor het voorziene tijdstip betraden Schaffer en co het optreden vergezeld door de intro “In Sacred Flames” om er vervolgens onmiddellijk stevig in te vliegen met “Behold the Wicked Child” van het nieuwe album ‘The Crucible of Man’. Van bij het begin zat de sfeer er goed in bij het eerder selecte publiek. De krachtige powerchords van de band warmden de nekspieren van het aanwezige publiek voorzichtig op in afwisseling met melodische passages die uit volle borst werden meegezongen. Het geluid zat reeds van bij het begin zoals het hoorde, al mocht de leadgitaar aanvankelijk wat luider staan. Iced Earth vervolgde de set met “Settian Massacre” om vervolgens over te gaan tot het oudere werk onder de vorm van “Burning Times”.
Met het melodische “Declaration Day” lasten de heren een melodische passage in om de nekspieren weer wat op krachten te laten komen terwijl de stembanden aan een hevige test werden onderworpen. Veel genade kenden de heren echter niet want men vervolgde de set met drie regelrechte nekbrekers namelijk “Vengeance is Mine”, “Violate” en “Pure Evil”. Het publiek reageerde uitzinnig en schreeuwde de teksten mee. Bij het aankondigen van “Watching Over Me” maakten de haren op mijn lichaam zich reeds klaar voor een waar kippenvelmoment. Iced Earth bracht dit nummer met zoveel overgave en gevoel dat het hele publiek erin opging. Een duidelijk ontroerde Schaffer waardeerde deze respons ongetwijfeld en bedankte met een ingetogen glimlach.
Met “Ten Thousand Strong” bewijst Matt Barlow nogmaals dat Tim Owens absoluut niet de enige is die dergelijke hoge noten constant kan halen. Hoewel we van Barlow gewend zijn dat hij ruiger of dieper zingt, bracht hij het hier opnieuw schitterend vanaf. Om het publiek nogmaals wat rust te brengen alvorens het slotoffensief in te zetten bracht men het geniale “Dracula” ten gehore, wat een tweede hoogtepunt vormde in de set. Na een dikke drie kwartier zette de band het geniale “Melancholy (Holy Martyr)” in. Hierbij begon ik onmiddellijk te vrezen dat het einde van de set dichterbij kwam. Toen men na het geweldige “My Own Savior” een ontbonden publiek verliet en slechts met één bisnummer op de proppen kwam namelijk “Iced Earth” was de ontgoocheling bij het grootste deel van het publiek tamelijk groot ondanks de schitterende set. Fouten waren er niet! Puur enthousiasme en genialiteit zorgden ervoor dat het extra hard aankwam om Iced Earth slechts één uur aan het werk te zien.

In tegenstelling tot wat we uiteindelijk verwachten bleek ook Saxon niet langer te spelen. De band trapte af rond 21u20 en om 22u30 stonden we reeds aan de uitgang van de zaal. De tijden van ‘Heavy metal in the Night’ zijn blijkbaar ouderwets geworden. € 40 voor twee uur muziek is dan ook een dure aangelegenheid. Bovendien was de keuze om Saxon boven Iced Earth te zetten naar mijn mening wat ongelukkig gekozen. Tijdens de set van Saxon snakte ik meermaals naar tempo en kracht. Hoewel alles voortreffelijk werd gebracht, bleek het ondertussen in leeftijd verdubbelde publiek moeilijk te activeren. Bij nieuwere nummers als “Helcat” en “Battalions of Steel” kwam het publiek licht in beweging, maar erg enthousiast werd men amper.
Toen na ongeveer de helft van de set een aantal mensen uit het publiek genoeg hadden van de tragere nummers en om Iced Earth begonnen te roepen keek heer Biff verontwaardigd in het publiek. Hij reageerde echter professioneel en stak bijgevolg nog een tandje bij om het publiek alsnog te overtuigen. Met klassiekers als “Valley of the Kings”, “Heavy Metal Thunder” en “Crusader” slaagde men hier in beperkte mate in. Men slaagde er echter pas bij de bisnummers in om het publiek volledig op de hand te krijgen en dan voornamelijk met het nummer “Princess of the Night”. Helaas bleek dan het uur reeds voorbij te zijn en mochten we ons reeds richting de uitgang begeven.
Een set met afwisselend ouder en nieuwer werk is zeker geen slechte optie, maar nummers als “Lionheart”, “Denim and Leather”, “Strangers in the Night”, “Wheels of Steel” … mogen naar mijn mening niet ontbreken op een optreden van Saxon, zeker niet in een set waarbij men amper de tijd heeft om het publiek mee te krijgen. Slecht was het zeker niet, maar volgens mij zou ik veel meer genoten hebben van deze avond moesten de groepen op zijn minst gewisseld waren van plaats, los van de carrière waarop beide bands zich baseerden om hun plaats op de bill in te vullen. Beide bands zouden hierdoor volgens mij veel beter tot hun recht gekomen zijn.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Ladyhawke

Stressy Ladyhawke

Geschreven door

We zagen twee ultrakorte, kernachtige concerten afgelopen maandag in een uitverkochte AB Club. De ene, Ladyhawke, staat aan de poort om definitief door te breken met hitsingles als “Back of the van”, “Paris is burning” en “My deliruim”. Het kwartet speelde uiterst geconcentreerd een afgewerkte, gestroomlijnde set en graaide gretig in de platenbak van Tom Tom Club, Stevie Nicks, Kim Wilde, Cyndi Lauper en de rits ‘80’s electrobands. De andere Underground Railroad klonk rauw, verbeten als lieflijk en was meteen een ontdekking waard met hun boeiende noisepoprock.

Het zag er in het najaar van 2008 al deels aan te komen, dat Ladyhawke onder de Nieuw-Zeelandse schone Pip Aka Brown (uitgeweken naar Londen ondertussen!) meer airplay zou verkrijgen: ze veroverden de jongeren met hun compromisloze catchy poprock, die een ‘80’s electro gehalte had; goed verteerbare bubblegumpop, vol zoete meezingbare refreinen onder de zwoele, sensuele, warme, soms lichtschreeuwerige vocals van Brown. En ook haar verschijning in baseball t-shirt, bandana en de ogen mooi zwart geschminkt straalden onschuld uit.
We hoorden 40 minuten werk uit haar titelloos debuut; de set was globaal goed, eenvoudig (praktisch altijd dezelfde drumpartijen!), zuiver en doeltreffend, daar niet van, maar ging wat de mist in door het gemis aan spontaniteit, speelsheid en emotie, in tegenstelling tot het optreden op het Leffingeleurenfestival van september ll. De ‘gezonde dosis’ spanning en stress was haar aan te zien en uitte zich eerst in een opmerkelijke schuchterheid, die pas in het midden van de set verdween.
Toegankelijkheid was de rode draad: een broeierige start met “Professional suicide” (op plaat het zwakste nummer, mar live snedig en intens), naar de vermakelijke groovy songs “Manipulating woman”, “Dusk til dawn”, “Magic” en “Another runaway”. Heerlijk stukjes muziek om je met gesloten ogen helemaal aan over te geven …De Giorgi Moroder/Human League elektronica (soms vooraf opgenomen) nam een prominente rol in, want deze songs klonken kleurrijker door een steviger beatje en pompende bas. Na het sfeervolle “Love don’t live here” palmde ze gaandeweg de eerste rijen in met “Better than sunday” en de onstuimig gebalde b-side “Danny + Jenny”. Ze sloot ‘en verve’ af met een schitterende finalereeks van de eerder vernoemde singles.

Het opkomend rockbandje Ladyhawke serveerde hapklare songs, die live snel op elkaar volgden en een foutloos parcours aflegden. Maar ze ontpopte zich op het podium nog niet als het jonge zusje van Avril Lavigne of Katie White van de Ting Tings. Daarvoor was ze net iets te nerveus. Trouwens, we bleven wat op onze honger zitten: geen bis en de paar afwezige nummers van het debuut, waaronder “Oh my”, “Crazy world” en “Morning dreams” mochten toegevoegd worden!

We waren alvast onder de indruk van de Franse support Underground Railroad, die al vijf jaar lang bezig is en twee cd’s uithebben. Rauwe noisepoprock in de lijn van The Breeders, Pavement en Sonic Youth. Het trio speelde een gevarieerde set van sfeervolle als verbeten songs. Soms trokken ze fel van leer, wat zich verder ook uitte in de girl – boy zang. Een aangenaam, fijn overtuigend setje van dit trio!

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Supersuckers

Supersuckers nog niet de beste rock’n’roll band …

Geschreven door

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Nashville Pussy

Rock’n’roll over lay dawn met Nashville Pussy

Geschreven door

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Kocani Orkestar

Kocani Orkestar tekent als de fanfare in elk dorp

Geschreven door

De Macedonische Brass Balkan band Kocani Orkestar stond grootser dan ooit op het podium. In geen mum van tijd slaagden ze erin hun publiek te laten meeslepen in hun zwierige Oost-Europese traditioneel muziek, Turkse world, latin en westerse pop. Ze zorgden voor een zorgeloos avondje, want we hoorden een wervelende sound van aanstekelijke groove ritmes van accordeon en hobo, de blazersectie van tuba’s en trompetten en tenslotte een opzwepende trom, wat niemand onberoerd liet en inwerkte op de dansspieren. De uitnodigende armbewegingen van de zanger wakkerde de dans nog aan.
Gepassioneerd en vol overgave liet de tienkoppige band hun instrumenten spreken; met hart en ziel speelden ze, tot er geen noot meer kon uitkomen Een groots feest dus…zoals het échte zigeuners betaamt. En ze hadden respect voor elkaar op het podium, want elk bandlid kwam in de schijnwerpers te staan, wat warmte en respect uitstraalde.
Er was een ideaal evenwicht in instrumentals en gezongen nummers, waarbij in de zang duidelijk de Turkse invloeden te horen waren. Ze remden af en toe even af, wat de variatie onderstreepte en het geheel sfeervoller maakte. Naar het eind werd het tempo verhoogd en klonk het ensemble dynamisch en opwindend …als een fanfare ‘on speed’ tijdens een dorpsfeest.
Die zinderende hoempapa zetten ze na hun anderhalf uur durend concert, nog een kwartier verder in de foyer. Ze speelden in de massa, maakte enkele rondjes en hitsten het publiek op. Versterkers waren er niet meer nodig om hun gypsy muziek kracht bij te zetten en elan te geven. Kortom, een ‘night of the gypsies’ het onthouden waard.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Antony & The Johnsons

Another World EP

Geschreven door

In 2005 brak Antony Hegarty en z’n Johnsons definitief door met ‘I am a bird now’. Een aparte meneer toch (een vrouw in een corpulent mannenlichaam), een aparte zang (zacht – hoog ) en een apart popgeluid (een soort kamerorkest van paino, viool, strijkers en blazers).
Hij werkte al samen met Lou Reed, Rufus Wainwright, Boy George, Devandra Banhart en onlangs nog met Hercules & The Love Affair (remember de dancepop single “Blind”). Hij lijkt wel van alle markten thuis te zijn.
Net vóór het verschijnen van de nieuwe cd ‘The crying light’ verschijnt de ‘Another world’ EP, 5 songs waarvan enkel de titelsong zal terug te vinden zijn op de forthcoming full cd.
Als ‘Atlas’ draagt Antony het leed van de wereld in z’n innemende, emotioneel pakkende songs. Een sober minimale begeleiding en mans bijzondere vocals dragen de songs “Crackagan”, “Sing for me”, “Hope mountain” en de titelsong. Enkel “Shake that devil” klinkt waarlijk duivels door middenin de song een helse tempowisseling te brengen en meer swing in te steken van jazzy loops wat doet denken aan de Shangri-La’s.
Kortom, we horen een tedere, speciale sound van een wonderbaarlijk singer/songschrijver.

Iron Fire

To the Grave

Geschreven door

Wie enigszins op de hoogte is van het reilen en zeilen van de Deense band Iron Fire, weet dat de band al 13 jaar garant staat voor enthousiaste Power Metal. De heren zijn niet bang om menige clichés te bevestigen, zo bleek uit de vorige release ‘Blade of Triumph’.
Ook bij deze nieuwe release lijkt men op het eerste zicht de Power Metal clichés niet te onderdrukken. Heldhaftige taferelen sieren de hoes van mijn cd. Bebloede zwaarden worden door één held als overwinningsgebaar omhoog gehouden. Ook bij de eerste luisterbeurt werd het mij al snel duidelijk dat de Denen nog niet van concept veranderd zijn. Openingsnummer “The Beast from the Blackness” raast met een hoge snelheid voorbij, terwijl de heldhaftigheid ervan af druipt.
Op het eerste gehoor lijkt er weinig verschil met ‘Blade of Triumph’, muzikaal worden een aantal mooie passages geserveerd en het enthousiasme van de band zorgt er ondanks alle clichés voor dat het geheel aantrekkelijk blijft om te beluisteren. Critici denken nu wellicht: “Als er dan toch niet veel verschil is met het vorige album, waarom zouden we het dan kopen?”. Terechte opmerking, ook ik had deze gedachten in mijn hoofd bij de eerste luisterbeurt. Na het plaatje echter enkele keren door mijn installatie gejaagd te hebben, begon ik er echter anders over te denken. Iron Fire boekt namelijk nog steeds vooruitgang. De nummers zijn nog beter uitgewerkt, vooral qua sfeer dan. De epische elementen in het album brengen de gewenste sfeer namelijk nog beter over dan bij vorige releases. Het binnenhalen van een tweede gitarist, heeft hier bijgevolg ongetwijfeld zijn nut bewezen. Bovendien varieert dit album meermaals van tempo en worden op onverwachte momenten solo’s naar voor getoverd.
Fans van het genre zullen ongetwijfeld ook het hoge meezinggehalte weten te appreciëren. “Kill for Metal” blijkt hierin een absoluut hoogtepunt te zijn, die live ongetwijfeld zeer enthousiast zal worden onthaald. Op de band en de productie valt absoluut niets aan te merken! De harten van Powermetal liefhebbers zullen smelten bij het horen van de variërende stem van Martin Steene en gitaarliefhebbers zullen ongetwijfeld genieten van het flitsende gitaarwerk.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik mij tegenwoordig steeds minder concentreer op de power metalscene, bands als Iron Fire kunnen mij echter overtuigen om af en toe toch nog eens het genre te verkennen! Wie het genre een warm hart toedraagt kan bijgevolg overgaan tot een blinde aankoop, genot gegarandeerd!

The Cranes

The Cranes

Geschreven door

Voor wie wil weten waar de huidige Nightwish-ers en Within Temptations de mosterd vandaan haalden, moeten we even aankloppen bij dit Brits gezelschap. Het Britse The Cranes, uit Portsmouth, onder Alison en Jim Shaw, debuteerde twintig jaar terug met de EP ‘Inescapable’ en de daaropvolgende cd ‘Wings of joy’. In de beginjaren ‘90 scoorden ze hoog met hun pakkende, melancholische en ontroerende, hartverwarmende zweverige wave gothicpop die een plaatsje kreeg binnen The Cocteau Twins en The Swans (onder de Gira -Jarboe periode). Bepalend in hun geluid zijn de piano/synthi toets, het semi-akoestische gitaargetokkel, de diepe bas en de bezwerende percussie, gedragen door de broze, ijle, hemelse stem van Alison.
Medio de jaren ’90 was hun sound iets breder van opzet maar behielden ze die donker spannende dreiging, nét door het karakteristieke samenspel van akoestische gitaar/piano en stem. Door de jaren klonk hun sprookjesachtige sound minder beklijvend en meer van hetzelfde.
Op deze laatst verschenen titelloze plaat bundelt de groep pop, wave en eherische sounds in innemende, sfeervolle semi-akoestische gitaar- en pianosongs als “Feathers”, “Wires”, “Collecting stones”, “Invisible” en “High & low”. Af en toe klinken ze iets forser en krachtiger door gitaarloops, elektronica en percussie (“Worlds”, “Panorama” en “Move along”); de rode draad van hun lieflijke, dromerige onschuldige sound blijft behouden.
Evenwichtig plaatje van deze broer-zus band, die met de regelmaat van de klok cd’s uitbrengt en gegeerd blijft binnen de gothic/wave/pop.

zZz

Running with the beast

Geschreven door

Het Amsterdamse duo Björn Ottenheim (drums) en Daan Schinkel (toetsen) debuteerden drie jaar terug met ‘The sound of zZz’, een intrigerende mix van zompige rock’n’roll, psychedelica en donkere eind ‘70’s wave:elektronica. Een repetitief psychedelisch klinkend orgeltje met een dosis geluidseffecten en een begeesterend bedreven drumspel, ondersteund door een dreigend kreunende, krijsende en galmende zegzang.
De opvolger ‘Running with the beast’, gelinkt aan Van Halens “Running with the …”, klinkt duivels, opwindend, broeierig en opbouwend.
De plaat is breder van opzet en klinkt gevarieerder: hitsige uptempo rock’n’roll, langgerekte zweverige psychedelica, wave, trash/noise en sfeervolle partijen. In Nederland spreekt men van een soort kermisrock’n’roll. Ottenheim slaat kreten of dreunt, kreunt, gilt en bromt z’n teksten af. En Schinkel zorgt voor warm swingende wave/psychedelica: van de snedige titelsong en “Sign of love” naar de rockwave van “Lover”, “Grip”, “Majeur” tot de psychedelische pop  van “Spoil the party” en “The movies”. Of het duo weet je te verleiden op de dansvloer met “Loverboy” of zoekt je op met een intieme slow als “Amanda” en het afsluitende “Islands”.
Deze plaat gaat meer richting Black Mountain, Hawkwind en het oude Monster Magnet; het invloedrijke Suicide van Rev/Vega komt ietwat in de verdrukking te staan.
’Running with the beast’ klinkt minder overdonderend dan hun debuut, maar laat de meter nog steeds overhellen naar een lekker beestig plaatje!

Kaiser Chiefs

Kaiser Chiefs stomend voor de komende festivalzomer!

Geschreven door

Kaiser Chiefs, het vijftal uit Leeds, onder de motor Wilson – Hodgson- Baines zijn op vijf jaar tijd toe aan hun derde plaat ‘Off with their heads’. Ze boeten nog maar weinig in aan kwaliteit en muzikale ideeënarmoede. De groep dreigt zelfs eindeloos songs te schrijven en te toeren, me dunkt. Op plaat Pubrock, meer van hetzelfde, maar ietwat breder van opzet door het opbouwende, aanstekelijke karakter, waar Mark Ronson toch voor iets tussen zit. Kaiser Chiefs spelen fris, sprankelende, energieke en gevat broeierige catchy gitaarpop, en zijn live een hitmachine, die er ne ferme lap op geven en zorgen voor amusement!

Voor wie het uitverkochte weekendje Kaiser Chiefs in ons land meemaakte zal volmondig akkoord zijn dat deze elementen kloppen. En opvallend was dat ze een alle leeftijden publiek aanspraken.
We waren een uur en een kwart getuige van een wervelende, opwindende show, waarbij ze hun hits mooi verdeelden binnen het andere materiaal. De refreinen en de ‘oohoohs’ werden luidkeels meegezongen. Wilson genoot van de uitgelaten menigte die hem zelfs een keer op handen droegen op de uptempo rocker “I predict a riot”. Na de spannende opener “Spanish metal” pletswalsten ze de eerste rijen met “Everyday I love you less & less” en “Everything is average nowadays”. Meteen was duidelijk dat naast de opzwepende percussie, de toetsen een prominente rol hadden ingenomen, wat het geheel nog meer aangenaam en vermakelijk maakte. Ze wisselden de meezingers en -klappers “Ruby”, “Good days & bad days” en “Nananananana” af met “Heat dies down” en “You want history”, die op hun beurt ook een handige zwierige draai kregen. Of toen ze “It’s a modern way” inleidden, leek het alsof we met hen aan de toog stonden.
Ze hielden het tempo hoog, strak en intens. Al midden in de set was het overduidelijk dat dit een klasseband was, die de huidige vriestemperatuur tot een kookpunt bracht met hun aanstekelijke songs; ze gingen voor hun fans en trokken de kaart van lekker ontspannend rocken … Niet voor niks stond “Take my temperature” op hun setlist …
”We are the Kaiser Chiefs” liet Wilson door de microfoon galmen en hij hitste het publiek op bij de finale reeks “Never miss a beat”, een uitgesponnen “I predict a riot” en een groovy, op de dansspieren inwerkende, “The angry mob” . Het bezwerende “Can’t say what I mean” en “Oh My God” vormden een overtuigend sluitstuk.

Ze speelden in de AB één van hun eerste concerten van hun Europese tournee. Met opgeheven hoofd konden ze ons landje verlaten, want weinigen is het gegeven om in die vijf jaar nog zo sterk, scherp, opwindend, stijlvol en geconcentreerd te spelen. Geen vluchtig wegwerpbandje dus, maar een band die een set kon spelen die kort, krachtig, intens en spannend was! Zij zullen hun publiek in de greep houden de komende festivalzomer …

We hoorden ook nog een paar nummers van het uit Glasglow afkomstige Dananananaykroyd. Ze klonken als een Los Campesinos, speels, onbezonnen en enthousiast. Een explosief gedreven sound door synchrone drums en fraaie melodielijnen. In het oog te houden dus!

Organisatie: Live Nation

Novastar

Novastar overweldigd in kleine Spirit tijdens try-out

Geschreven door

Gelukkig zijn er nog Vlaamse bands die het opportuun vinden om even een bezoekje te brengen over de taalgrens. Novastar, nauwelijks gekend en aanbeden bij onze Waalse vrienden, speelde enkele try-out gigs in kleinere concertzalen en dit als voorbereiding op het megaconcert van februari in de Antwerpse Lotto Arena.
Dat Joost Zweegers bij onze Franstalige vrienden aan populariteit heeft gewonnen bleek toen de oergezellige Spirit of ’66 zo goed als vol liep voor onze sympathieke Nederlandse Belg (of is het juist andersom).

Het was lang wachten op Zweegers en band, want het duurde tot na 21.30 voordat Novastar op de kleine bühne van de Spirit verscheen. Net toen was er in het publiek een klein opstootje. Joost bracht hen meteen
tot de orde door de eerste song aan de oproerkraaier op te dragen. “Waiting So Long” werd vredevol op het publiek losgelaten.
Een schitterende openingsong, die Joost Zweegers schreef als themasong voor de jaarlijks terugkerende actie (Serious Request) van de Nederlandse radiozender 3FM. Het zaalgeluid klonk behoorlijk, de sfeer zat er meteen goed in.

Pure pop volgde met “Tunnelvision” waarna we met “Miles” een sterk staaltje van akoestische pop kregen voorgeschoteld. Mooi om zien hoe Joost hier de akoestische gitaar in zijn eigen, wat vreemd ogende stijl, bespeelde. Bij “Never Back Down” ging het even heel mis, toen enkele geluidmonitors op het podium het begaven. De song werd afgebroken en nadat het euvel was verholpen keurig hernomen. Dit was dan ook een try-out! “Weller Weakness”, werd groots aangepakt en mede door het bezwerende pianorifje ontplofte deze song en werd zo een echte liveknaller! Tijdens “Bangor” verwees Joost naar het Franse dorp waar hij inspiratie opdeed voor het schrijven van zijn nieuw album. “Wings On Me” kwam rockend voorbij in de beste Crowded House stijl.
Daarna pompte de band ons twee klassiekers door de strot waarbij we heel even naar adem moesten happen. Flitsend en zeer indrukwekkend gingen: “Wrong” en het altijd sterke “When The Lights Go Down On The Broken Hearted” naadloos in elkaar over. Novastar op zijn best!
Tijdens het akoestische intermezzo werd het voor velen tijd om even bij te tanken aan de bar. Joost riep meerdere malen het publiek op zich verder te concentreren. Jammer want in het geroezemoes verdronken zo akoestische pareltjes, zoals “Making Waves”. Nog het meeste indruk maakte Novastar tijdens de finale. Zo bleek dat “Mars Needs Woman” ook hier vrij gekend was en werd het ook duidelijk dat “Because” nu officieel als een Novastar klassieker mag bestempeld worden.
Hoewel het niet evident is dat men tijdens een try-out ook gaat bissen gaf de band er nog een lap op met een schitterende versie van “The Best Is Yet To Come”. Vervolgens kwam er onder het impuls van de gitarist nog een toegift. Maar persoonlijk vond ik “Carelessly Dating” wat minder geschikt om afscheid mee te nemen, al was het ‘The Police arrangementje’ wel erg leuk om horen.

Novastar overweldigde in de kleine Spirit en bewees dat het klaar is voor het grotere werk en de festivalzomer. Ondanks het wat mindere geluid (in vergelijking met de perfecte klank van de première in de AB) was het opnieuw genieten van één van de beste Belgische bands aller tijden. De band klonk ruw en sprankelend maar evengoed waren emotie en finesse enkele facetten van de uitgebreide klankkleur. Mooi hoe Novastar zich moeiteloos kon aanpassen aan dit kleine kader. Dit zouden meer Vlaamse bands mogen doen…..
Setlist: *Waiting So Long *Tunnelvision *Miles *Never Back Down *Faith *Weller Weakness *Bangor *Wings On Me *Smooth Flavours *
Wrong *When The Lights Go Down On The Broken Hearted *Sundance *Lost & Blown Away *Making Waves *All Day Long *Ten Eleven *Mars Needs Woman *Because
*The Best Is Yet To Come *Carelessly Dating


Organisatie: Spirit Of 66, Verviers (+ ism Greenhouse Talent, Gent)

LIVE REPORT VIDEO LINKS ON YOU TUBE
Part 1
http://www.youtube.com/watch?v=3MbbgeuNMIQ

Part 2
http://www.youtube.com/watch?v=A2_9Mo9mbHM

Part 3
http://www.youtube.com/watch?v=KfPxGwA1OsA

Part 4
http://www.youtube.com/watch?v=xe6nMRNXCoA 

Het luik van de techno in Les Transardentes 2009

Geschreven door

De organisatie van Les Ardentes had voor de tweede maal een wintereditie van haar zomerfestival georganiseerd. In de Halles de Commerce in Luik kon je in drie zalen terecht voor wat meer dan een doorsnee van de hedendaagse elektronica moest zijn. Techno, electro en drum ’n bass kregen een aparte zaal. Gezien de locatie en het grote aanbod aan acts had de sfeer veel weg van een festival of zo je wil van andere grote dance-evenementen en dat kan niet altijd met de sfeer in een club wedijveren, maar dat hoor je dan ook niet te verwachten. De organisatie was in ieder geval vlekkeloos, tot en met de waterbedeling toe (hoewel ze tegen het einde van de avond blijkbaar toch zonder bekertjes vielen). Ik heb me dan maar uit arren moede terug naar de VIP-bar begeven.

Op zo’n festival moet je kiezen en ik ben dan ook voluit voor de techno-zaal gegaan, terwijl ik in de andere zalen slechts een paar keer de sfeer kon gaan opsnuiven of wat kortere stukjes heb gezien en beleefd, te kort in ieder geval voor een gefundeerde report. Gezien de programmatie daar was dit te verantwoorden, hoewel je dan onvermijdelijk heel wat lekkers zoals Tocadisco of een monument als Grooverider aan je moet laten voorbijgaan, het eeuwige dilemma van de festivalganger kortom. James Holden was de eerste grote naam bij wie ik langere tijd ben verbleven. Op basis van zijn set blijft hij in ieder geval evolueren. In 2003 werd hij binnengehaald als de nieuwe god in de ‘progressive’, een aantal jaar later evolueerde hij naar minimal, of werd er gewoon een andere naam op geplakt, wat niet altijd even duidelijk is en ondertussen is hij in ieder geval in zijn live-sets geëvolueerd naar iets waar ik niet onmiddellijk een naam op kan plakken. Het blijft bij momenten klinken als ‘progressive’, soms als minimal. Het belangrijkste is uiteindelijk de conclusie dat hij gewoon zeer goed was en dat het net het kenmerk is van originele artiesten. Hij blijft evolueren, zeker vergeleken bij zijn wat ontgoochelende, te kabbelende “The Idiots Are Winning”. Volgens de organisatoren beperkt hij zijn DJ-sets behoorlijk en als hij het zo goed doet, mag hij dat blijven doen.
Daarna was het de beurt aan een levende legende van de techno, en zo’n epitheton kan je maar beter spaarzaam gebruiken, maar voor Jeff Mills is het absoluut van toepassing. In recenter jaren houdt hij zich niet meer met de spijkerharde techno waardoor en waarvoor hij bekend is, maar als DJ is dat nog altijd wat hij brengt, en dat als absoluut geen ander. De begeleidende visuals waren ten andere erg goed. Deze man kwam wel degelijk van een ander melkwegstelsel, zoals al van bij de erg atmosferische openingstrack, dank zij de spectaculaire visuals ook voer voor dove synestheten, duidelijk was.  Het mocht meer van dat zijn, maar het werd uiteindelijk gezien de uren waarop hij geprogrammeerd stond een typische en heel goed Mills-set. Het wonderlijke is dat zelfs als je tracks herkent, Mills er altijd nog een aantal percussielijnen bovenop speelt zodat werkelijk iets nieuws ontstaat. Het is weinigen gegeven.
Een van die weinigen kan best wel eens François Kevorkian zijn, die samen met een van de godfathers van de Detroit-techno, Derrick May,de maker van klassiekers als “Icon, Drama” of natuurlijk “Strings of Life”, naar Luik afgezakt was. In recentere jaren brengt May slechts mondjesmaat nieuw materiaal uit en hij houdt zich dan ook voornamelijk met DJ-en bezig. François K gaat al een eeuwigheid mee in het (New Yorkse) dance-wereldje, sinds zijn begindagen als drummer onder de auspicieën van Walter Gibbons zaliger. Tegenwoordig gaan de twee af en toe de hort op als de Cosmic Twins. De naam zou het zelf moeten zeggen, maar eigenlijk spelen ze vooral harde techno geserveerd met voldoende atmosferische elementen. Tijdens een DJ-set houdt dat ook in dat de tracks door de effectenmangel worden gehaald en dat kon het publiek best wel appreciëren. Eerlijk gezegd weinig herkend, behalve flarden Laurent Garnier en Aril Brikha’s “Groove la Chord”. In andere omstandigheden kunnen deze heren een bredere muzikale selectie serveren en dat is nog wel net zo leuk, maar voor deze keer kon ik er mij in vinden. Voor een volgende keer graag een vleug meer space.

Organisatie: Les (Trans)Ardentes, Luik


The Hickey Underworld

The Hickey Underworld als U2 door de ipod van de duivel.

Geschreven door

The Rones klonken in de Nijdrop als een Europese droom waarbij Trent Reznor en Josh Homme als twee Limburgers in de Queens Of The Nails zouden spelen. Een sterke wall of sound, goed in mekaar gestoken songs met de nodige industrial beat intro's - die er soms wat net iets té cliché vingerdik oplagen - zorgden soundsgewijs voor een sterke prestatie. Wat men van een Reznor-en-Homme band vermoedelijk zou kunnen verwachten is een show waarbij de leden zich de ziel uit hun lijf spelen, terwijl dit bij The Rones echter ontbrak en als groot storend element ervoor zorgde dat het plaatje niet echt klopte. Misschien oogde de backstage maaltijd eerder naar kots of stonk het publiek onsmakelijk naar urine, er leek een vrees in de band te schuilen om zich helemaal te geven. Goeie songs, goeie sound, maar een band op hun reserve.

Aan meer actie en speelplezier ontbrak het niet bij Confuse The Cat. Hun postpunk klinkt als een agressieve omarming van psychedelische invloeden waarbij een knipoog naar de Editors en bij momenten een Sonic Youth niet ver weg zijn. Waar het dan bij CTC wel aan ontbrak was een goeie sound. Of hoe een geluidsman de boel zodanig kan verknoeien zodat het publiek door een te luid en wollig gemixte basdrum en bas, niet anders kan dan de vingers in de oren te proppen en het bier tussen de lippen te persen. Jammer, zeer jammer, want het was moeilijk om te kunnen genieten van deze band die het goed doet in zowel ons Belgenland als erbuiten.

Het Antwerpse The Hickey Underworld had beide positieve troeven van de vorige bands probleemloos in handen. Goeie sound en action & fun on stage, wat resulteerde in een uitstekende show en dat terwijl de te verwachten plaat nog niet in de rekken ligt. Een jarige Jonas Govaerts en zijn companen brachten meesterlijk een mix tussen hun spetterende noisrock en popsongs in een intense set. De op het eerste zicht nonchalant ogende frontman en Muppet's Animal inventieve meesterdrummer Jimmy Wouters bedienden de zwepen van de band en hadden het tienerpubliek van bij het begin in een Boschiaanse onderwereld op hun speren gespied. Buiten de ingetogen single “Future Words” klonken The Hickey Underworld scherp, stevig en agressief, wat goed bekrachtigd werd door de wisselend gebalde  en met engelenvocht gesmeerde vocals, die in zijn hoogste regionen klinkt als Bono op zijn zoetst. Zo moet U2 klinken door de ipod van de duivel.
Een bis zat er na een honderd minuten door een kapot gespeelde snare er niet meer in, en zou eerder onnodig geweest zijn daar deze hevige set van het begin tot einde volledig af was. Klassewerk!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Alkaline Trio

Snedige rockvellen van Alkaline Trio en Broadway Calls

Geschreven door

Het Amerikaanse Alkaline Trio uit Chicago timmert al tien jaar aan de weg met hun catchy intense punkrock. Ze konden rekenen op een goed gevulde AB Box, waaronder enkele
die-hard fans die de refreinen van een pak songs over de zes cd’s heen probleemloos meezongen. Inderdaad, ‘zongen’ en ‘niet schreeuwden’, zoals je bij veel van deze bands ‘het kunt’ bedenken. De band speelde persoonlijke en soms pijnlijke ervaringen letterlijk van zich af in drie minuten uptempo melodieuze rockers. Het trio haalde invloeden aan van ‘70’s The Clash en Ramones, haakte zich vast aan de melodielijn van Green Day en Jimmy Eat World, en was op zijn beurt invloedrijk voor de huidige, jeugdige punkrockrevivals Fall Out Boy en My Chemical Romance.
De snedige, puntige en opzwepende sound, de meezingbare refreinen en de hitsige drums, bepaald door de wisselende en/of hechte samenzang van Skiba- Doran, zorgden voor een leuke avond. De groep putte uit hun (al) rijkelijk gevulde carrière en plaatste enkele songs van hun recentste ‘Agony & Irony’ voorop als het broeierig opbouwende “In vein”, “Love love kiss kiss” en het gebalde “I found a way”. De fans waren nog meer te vinden voor het oudere werk, die voor vuurwerk zorgde: uit hun doorbraak’ From here to Infirmarcy’ hoorden we “Private eye”, die de anderhalf uur durende set opende, “Armageddon” en “Stupid kid”; de adrenalinestoten waren er op de snel vaardige, onder diverse tempowisselingen, “Nose over tail”, hymne aan een dierbaar overleden vriend, “Jacked on green beer”, “Mr Chainsaw”, “Goodbye forever” en “Clavicle”. De band had hun set zorgvuldig ingedeeld en opgebouwd naar “This could be” en “Radio”, die over een dosis meezinggehalte beschikten en de gevarieerde set overtuigend konden besluiten.
Alkaline Trio mag met de jaren een ietwat breder geluid hebben, toch staan ze steeds garant voor een puik live optreden.

Ook Broadway Calls hield het tempo hoog en strak met hun gebalde melodieuze powerrock, dito aanstekelijke refreinen. Niet ongemeend passeerden een Blink 182, Angels & Airwaves en (opnieuw) Green Day aan onze oortjes voorbij.

Alkaline Trio en Broadway Calls tekenden voor een avondje Pukkel Skate Stage, want al of niet in openlucht bewezen ze alvast duidelijk overeind te staan …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Nasr Pawlowski

Geletterde Mensen Ramsey Nasr en Mauro Pawlowski: gekte en kwetsbaarheid

Geschreven door

De charismatische dichter-acteur Ramsey Nasr en de al even charismatische rockmuzikant Mauro Pawlowski vonden de vriendschap door gelijklopende passies, zowel in de literatuur als in de muziek. Hoewel deze Geletterde Mensenproductie al lang op stapel stond werd ze keer op keer uitgesteld doordat de carrière van beide veelzijdige artiesten intussen een hoge vlucht nam. Nasr werd stadsdichter van Antwerpen en had het druk met 'Wild Card: Tanzania' en het daaruit voortgesproten boek 'Homo Safaricus'. Mauro Pawlowski reanimeerde dEUS met 2 platen in evenveel jaar en illustreerde op De Nachten nog maar eens - in 6 verschillende gedaantes - zijn enorme veelzijdigheid.

Het podium had alles van een repetitieruimte/salon waarin beide heren verschillende gedaantes en rollen (van zichzelf) aannamen om het risico te ontlopen in een hokje te worden geduwd. Woordenaar Ramsey Nasr dramde over het podium als zijn zich aan het verval van de wereld ergerende hoofdpersonage Kapitein Zeiksnor (uit: & De Twee Culturen), kroop in de huid van zijn held/Russisch componist en pianist Dmitri Sjostakovitsj en toonde zich ook een begenadigd klassieke zanger die een sterk mondje Duits uitkraamt (blijkbaar gebaseerd op Dichterliebe van Schumann).
Mauro speelde met de schrik/plicht/kans zijn warrige ‘het maakt niet uit’ zelve te zijn, las gedichten en zelfgeschreven ironie en probeerde (!) zijn voorliefde voor abstract componist Morton Feldman uit te leggen. Een sterk gespeelde ruzie (waarin Nasr op indrukwekkende wijze een tsunami aan klassieke componisten over het publiek stortte) voerde richting de pauze.
Na de pauze een minder door chaotische gekte doorspekt geheel maar wel meer tijd en ruimte voor een gevoeliger stuk van pure klasse. Na de muzikale opener van Mauro citeerde Nasr uitgebreid uit eigen werk (‘Wintersonate uit Onhandig Bloesemend’). Mauro nam nog een noise-zijsprongetje, las nog wat gedichten voor en nam ook nog, zoals we hem kennen, solo op gitaar en met zijn kenmerkende breekbare stem de tijd voor een paar nummers.

Geletterde mensen was geen voorstelling als een andere reguliere literaire theatervoorstelling. Muziek speelde een wel heel belangrijke rol. Beide heren blonken uit (ironisch en/of zo bedoeld) waar ze goed in zijn: Mauro als muzikant (denken we aan ‘Sincerley Average’ als opener na de pauze) en Nasr met onophoudelijke woordenstroommonologen die het publiek naar adem deden happen. Deze voorstelling was tegelijkertijd overweldigend, chaotisch, emotievol, kwetsbaar en zat bovenal knap in mekaar!

Na deze tournee zitten beide heren niet stil: Nasr werkt verder aan zijn roman Het Mazensysteem en dingt naar de functie van ‘Dichter Des Vaderlands’ in Nederland. Mauro op zijn beurt heeft ook weer plannen: u leest er alles van op www.mauroworld.net

Organisatie: Vooruit, Gent

Guns n’ Roses

Chinese Democracy

Geschreven door

Er is nogal wat te doen geweest betreffende deze plaat van Axl Rose, egotripper en controlefreak eerste klas. ‘Chinese Democracy’ zal wel z’n magnum opus zijn, want het heeft veertien geduurd om de plaat af te krijgen …een krankzinnige historie, gestart in ’94, waarbij we je de details besparen. Bon, de plaat is nu af  en kan maar matig overtuigen…een handvol rockers dito gitaarsoli en slepende ballads verwijzen naar de hoogdagen van de ‘Use your Illusions’, ‘Appetite for destruction’ en ‘G’R Lies’, zoals “There was a time”, “Catcher in the rye”, “Sorry”, “I.R.S.” en de titelsong. De uitstapjes naar flamenco en funk of de inbreng van piano, orkestraties en de Beatlesque tunes kunnen ons niet over de meet trekken van een hecht klinkende, spannende plaat.
Kortom, ware het niet dat we 14 jaar moesten wachten, zou de plaat snel in de vergaarbak geraakt zijn. Maar Axl Rose schreeuwde door de jaren om aandacht en heeft die, ondanks het groots vrijgemaakte bedrag, verkregen met een grillige, spanningsloze plaat.

Kreator

Hordes of Chaos

Geschreven door

Na vier jaar heeft de Duitse Thrashlegende Kreator eindelijk nog eens een nieuwe schijf uitgebracht, getiteld ‘Hordes Of Chaos’. Eén feit dat al zeker is, Kreator heeft niet aan kwaliteit en agressie ingeboet. Integendeel, deze plaat klinkt een stuk agressiever dan voorganger ‘Enemy Of God’. Minder melodie en meer straight in your face.
De heren vliegen er al onmiddellijk in met het titelnummer “Hordes Of Chaos”, waarvan het refrein me maar niet kan loslaten. Dit is ook het geval voor “Warcurse”, wat mijn favoriet is van het album. Wat een heerlijke riff toch en zanger Mille klinkt lekker kwaad.
Andere uitschieters op deze prachtcd zijn “Escalation”, het kalm beginnende “Amok Run” en natuurlijk “Radical Resistance”, een nummer met een killer refrein dat ook lekker in je hoofd blijft zitten. Kijk, als je houdt van een lekker potje Thrash Metal, dan kun je er zeker niet aangedaan zijn met deze cd! Zij die de limited edition kopen, krijgen een bonusdvd en een heel geslaagde verpakking. Dik de moeite dus!

Heather Nova

The Jasmine Flower

Geschreven door

De lieftallige bevallige Heather Nova heeft een nieuwe plaat uit; songs in al z’n eenvoud en  schoonheid geschreven en gespeeld, geënt op haar akoestisch gitaarspel, ondersteund door enkele viool- en strijkerpartijen, maar ondanks haar kristalheldere stem dito emotionele lading zijn de kippenvelmomenten en het beklijvende aspect van het vroegere werk ‘Oyster’, ‘Siren’ of ‘South’ grotendeels op het achterplan geraakt.
Ingetogen, sfeervol innemend materiaal, waarvan “Ride”, “Beautiful storm”, “Maybe tomorrow”, “Out on a limb” en het forser klinkende “Always Xmas” het sterkst boeien.
’The Jasmine Flower’ verschijnt drie jaar na ‘Red bird’ en vijf jaar na ‘Storm’. Het waren cd’s die het ook moesten hebben van een handvol puike songs, maar niet de ganse cd over de meet van de overtuiging trokken. Het is me duidelijk dat ze nu meer dan ooi gerust de tijd mag nemen voor een volgende intens sterke plaat …

Emmylou Harris

All I intended to be

Geschreven door

Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 61 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar bijna veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock..Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’.
Deze grande dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. Daar zal de samenwerking met Mark Knopfler van op ‘All the roadrunning’ wel voor iets hebben tussen gezeten. En de covers die we horen, slaagt ze erin een eigen toets te geven, die nauwelijks herkenbaar zijn met het originele!
’All I intended to be’ is een logisch vervolg op haar plaat van vijf jaar terug ‘Stumble into grace’. Ze beleeft nog steeds het nodige spelplezier en weet na al die jaren nog even vriendelijk en charmant voor de dag te komen. Niet voor niks staat ze in de ‘Country Music Hall Of Fame’.
Een uitgebreid instrumentarium van akoestische gitaren, mandoline, dobro, steelpedal, contrabas, viool, toetsen en percussie zorgen voor overtuigend sfeervol en ontroerend materiaal. “Shores of white sand” en “Broken man’s lament” zijn de uitschieters.
Kortom, muzikale levenswijsheid gebundeld in een tijdloos, melancholisch americana/rootsrock geluid!

Pagina 464 van 497