Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Deadletter-2026...
Concertreviews

Motorama

Motorama – Wegdromen in de ritmische reflectie

Geschreven door

Motorama, vanuit het riante Rusland afgezakt naar ons pittoreske België, nam een overvolle Rotonde mee in een dromerige, melancholische ervaring. De zaal was warm, het bier koud, en het beard ’n beanie gehalte hoog.

Een Russisch exportproduct om in de gaten te houden, de mannen van Motorama. Bassiste Airin Marchenko was bij deze samenkomst helaas afwezig. Echtgenoot van voorgenoemde, Vladislav Parshin, nam dusdanig de taak op zich de band te dragen door zowel de nodige basslijnen te voorzien als zijn gebruikelijke taak als zanger te beoefenen. Waarbij hij direct deed denken aan Matt Berninger, het genie van the National, zowel op vlak van kledingstijl, uitstraling als diens bariton stem. Daarom is het vreselijk jammer dat het volume van zijn microfoon zo laag stond. Alexander Norets stond op een weinig enthousiaste manier aan de keys, het contrast met drummer Oleg Chernov kon niet groter zijn. Als dit een voetbalwedstrijd was, was hij ongetwijfeld man van de match. Maxim Polivanov voorzag de Botanique van de bands’ kenmerkende warme, melancholische en kristalheldere gitaarriffs.

De sound van Motorama doet denken aan de post-punk uit de jaren ’80. De samenstelling met synthesizers en het eerder genoemde gitaargeluid typeren de band. Hiermee doet Motorama zeker niets nieuws, maar de band ‘een uit een dozijn’ noemen zou een brug te ver zijn.
Openen werd er gedaan met “Practical Advice” van hun nieuwste album ‘Poverty’. Heb ik trouwens al gezegd dat het merendeel van het vroegere materiaal gratis te downloaden is op hun site? Neen? Motorama staat sinds kort onder contract bij het Franse Talitres Records. Toen ze nog een indieband waren – in de zin van independent, niet het muziekgenre dat uit deze term is voortgevloeid – werd hun muziek gratis via het net verspreid, en dit is nog steeds zo.
Doorheen de rest van het optreden nam de band ons mee op reis in het gezelschap van songs geplukt vanuit al hun albums. Op verschillende momenten ontwaakten de artiesten plots vanuit een trance om al springend en swingend de iets stevigere delen van hun muziek te begeleiden. Enkele keren wisselden bassist en gitarist van instrument, de reden waarom blijft giswerk, feit is dat beiden bewezen dat ze goed overweg konden met menig instrument. Wanneer Vladislav Parshin tijdens een van deze wissels het nummer “Dispersed Energy” inleidde op de nieuwverworven Telecaster van zijn Russische kameraad, ontplofte de zaal.
Interactie met het publiek was er nauwelijks. Maar dit was geen slecht feit, aangezien het de trance waarin het publiek verkeerde niet doorbrak. Wegdromen in de ritmische reflectie van het drumstel in het gezelschap van fijne mensen en fijne muziek, zeker voor herhaling vatbaar.

Setlist: Impractival Advice, Corona, To the South, Dispersed Energy, She Is There, Red Drop, Heavy Wave, Lottery, Rose in the Vase, Old, Similar Way, Special Day, Empty Bed, One Moment, Ghost, Alps, During the Years, Write To Me, Encore, Eyes, There’s No Hunters Here

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/motorama-12-02-2015/
Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Milky Chance

Milky Chance – Dansend op beats met net ‘dat’ meer

Geschreven door

Vanavond, in een uitverkochte AB, kunnen we rekenen op het raggae-electro duo Milky Chance. Een band bestaande uit Clement Rehbein als zanger-gitarist en Philipp Dausch achter de draaitafel. Beiden zijn ze afkomstig uit Kassel een stad in Duitsland. De twee kennen elkaar vanuit de les ‘Advanced Music Course’ waar ze elkaar direct herkende als ‘cool guys’. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk gaan musiceren met als resultaat het album ‘Sadnecessary’ dat in 2013 verscheen. Nog geen jaar later wordt hun hit “Stolen Dance” één van de velen oorwormen op de radio. Vooral in Duitsland scheren ze de toppen in de hitlijsten terwijl ze in België, Nederland en Oostenrijk een goeie klim maken. Ik ben benieuwd hoe deze twee ‘cool guys’ hun muziek live serveren!

Het voorprogramma wordt verzorgd door de Britse groep Kafka Tamura. Deze opkomende indieband weet aanstekelijke pianobegeleidingen met strakke gitaarriffs te combineren met elektronische beats.  Dat in combinatie met de charismatische stem van Emma Dawkins zorgt voor droomachtige muziek. Zij krijgt dan ook gedurende het hele optreden de spotlight op haar snuit, maar weet nog niet goed hoe ze hiermee moet omgaan. Een verlegen jonge band met veel potentieel!

Op een podium versierd met totempalen en drie grote dromenvangers verschijnen plots drie mannen uit de coulisse. Het derde wiel aan de fiets is Antonio Greger die de band aanvult met zijn gitaar en mondharmonica. Met een serene intro en onverwachte lichtflitsen creëren ze een mysterieuze sfeer die het ongeduld van het publiek alleen maar opwekt. Luid gejuich en getier als oproep voor de eerste beat weet al de aanwezigen in de AB uit de bol te laten gaan. De sfeer zit er in, en dat nog voor het eerste echte nummer is gespeeld!
Na de fameuze intro volgen de leuke beats en catchy songs zoals we deze kennen op de plaat. Het klinkt allemaal perfect! ‘What you hear is what you get’, en dat blijkt een succesformule! Een overenthousiast publiek springt en schreeuwt zodra de beat uit de zak komt. Een waar dansfeest. Maar toch! Milky Chance verrast! Hieruit blijkt dat ze meer willen zijn dan een live dj-performance. Zo haalt Clement twee keer uit met een gesmeerde gitaarsolo die opmerkelijk goed past binnen de strakke beats. Ook blijkt Antonio geen derde wiel aan de fiets te zijn, maar het broodnodige wiel van een driewieler. Hij verstomt het publiek door verrassend uit de hoek te komen tijdens de laatste nummers. Hier blaast hij eindeloze solo’s op de mondharmonica waar heel het AB-publiek nog wilder van wordt.
Dit geeft ten eerste ‘een dikke sfeer’, ten tweede ‘muzikaal genot’ en ten derde ‘eigenheid aan de band’. Wat eerst een feestje op basis van live dj-performance lijkt te zijn, wordt uiteindelijk een band die echt live muziek brengt en meer uit zijn nummers haalt.
Een leuk intermezzo in de set is het nummer “Loveland” dat akoestisch wordt gebracht. De mondharmonica begeleiding van Antonio maakte het nummer veel intenser. Een perfecte uitblazer tussen al die up-beat nummers.
Met “Stolen Dance” als afsluiter van de set is dit duidelijk het hoogtepunt waar de band naartoe streefde. En of! Het publiek tiert het nummer zo hard mee dat Clement spontaan stopt met zingen en het publiek zijn werk laat doen. Je ziet Milky Chance genieten van deze euforie en wanneer het nummer eindigt en ze ‘Thank you!’ roepen laten ze de beat gewoon nog eens los op het publiek! Stilstaan is hier geen optie!
Tijdens de show begon ik me echter af te vragen wat die totems en dromenvangers daar op het podium doen. Na lang denken kom ik tot de conclusie dat het thema geen steek houdt met wat de band wil brengen. Podium vulling en présence lijken mij de enige verklaring.
Het overenthousiaste publiek weet de band te overtuigen om in de plaats van één bisnummer, er twee te spelen. Een nieuw nummer en “Down By The River”. Een mooie afsluiter van de hevige set.

Vanavond leek het tijdperk van de drummer voorbijgestreefd. Elektronische beats overheersen de AB. Ik zou zeggen: wil je Milky Chance gaan kijken,  laat je dan niet leiden door hun oorworm “Stolen Dance”, maar eerder door je zin om te dansen.
Live is dit pure sfeer met vooral beats en een statische performance.

Setlist: intro, Stunner, Fairytale, Sadnecessary, Flashed Junk Mind, Given, Nevermind, Loveland, Sweet Sun, Indigo, Feathery, Running, Stolen Dance
Bis: ”a new song” + Down By The River


Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Afghan Whigs

The Afghan Whigs - De heropstanding van gentleman Dulli

Geschreven door

De tijd dat albums van The Afghan Whigs steevast de weg vonden richting eindejaarslijstjes lijkt definitief voorbij. En dat is best wel jammer, want weinig iconische 90ies bands schudden na 16 jaar radiostilte immers nog een plaat uit hun mouw die hun beste werk benadert. Wie het jongste werkstuk ‘Do To The Beast’ voldoende luisterbeurten gunt krijgt vroeg of laat flashbacks naar ‘Black Love’ (‘96) of ‘1965’ (’98) als spontane beloning. Let wel, het ongenaakbare opus magnum ‘Gentlemen’ laten we in dit rijtje even buiten beschouwing. Dé plaat die de groep uit Cincinnati definitief op de kaart zette mocht vorig jaar trouwens 21 kaarsjes uitblazen en kreeg er meteen een wat overbodige deluxe reissue bovenop. Greg Dulli & co vertikken het echter om daar een rewind tour aan te koppelen, en dus staat hun huidige Europese zaaltournee vooral in het teken van de tweede adem die de band heeft gevonden.

In een uitverkocht Koninklijk Circus nam de groep een ongemeen verschroeiende start met “Parked Outside” en “Matamoros”, niet toevallig twee van de beste songs vanop ‘Do To The Beast’ die de heropstanding van The Afghan Whigs v2.0 onomstootbaar en definitief inluiden. Verschroeiend én loepzuiver, het zijn jammer genoeg echter zelden synoniemen in een live set. Het geluid dat Dulli en zijn kompanen aanvankelijk de speakers lieten uitknallen was niet enkel snoeihard maar vloog bij momenten ook een paar keer slordig uit de bocht of verzandde in een geluidsbrij. Eén en ander had misschien wel wat te maken met de bombastische allure van de nieuwe songs. Fans van het eerste uur zijn het immers niet meteen gewend om Greg Dulli geflankeerd te zien door instrumenten met een bescheiden rock’n’roll gehalte zoals viool en cello, maar naarmate de set vorderde leek dit niet meer dan koudwatervrees.

Uit de oorspronkelijk bezetting heeft naast Dulli enkel boezemvriend en de immer cool ogende bassist John Curley de volledige trip uitgezeten. Logisch dus dat deze laatste meer dan eens pretoogjes opzette toen snedige oudjes als “Fountain And Fairfax”, “Conjure Me”, “Gentlemen” of “My Enemy” aan een rotvaart naar alle uithoeken van het KC werden gekatapulteerd. De vier nieuwkomers in het gezelschap, her en der weggeplukt ten huize
Dulli’s eigen Twilight Singers en The Polyphonic Spree, leken er vooral op gebrand om de erfenis van de groep alle eer aan te doen maar een echt hecht collectief vormen deden ze niet. De drummer ging hierbij niet altijd even vrijuit, zeker niet toen hij een onfortuinlijke misser maakte te midden het iconische “Debonair” en prompt met een blik vol doodsverachting werd neergebliksemd door Dulli. Stress of groeipijnen, het publiek maalde er niet om en schreeuwde lustig mee: “Tonight I go to hell, For what I've done to you, This ain't about regret
Op zijn vijftigste heeft het grofkorrelige strot van Greg Dulli inmiddels genoeg eelt gekweekt om zijn kwaliteiten als hedonistische soulzanger optimaal te laten renderen. Zeker toen de groep wat gas terug nam leverde dat een paar van de meest intense momenten van de avond op. Het samen met spitsbroeder Mark Lanegan als The Gutter Twins ingeblikte “God’s Children” liet zich het best vergelijken met een grungy gospel die langzaam uitgroeide tot een meeslepende climax. Het ingetogen “Step Into The Light” klonk door de fraaie cello begeleiding dan weer zelden zo melodramatisch, het bleek een ideaal moment om de ogen even te sluiten en lijf en leden te laten doordringen van zoveel heerlijke somberheid. Tijdens de atypische maar erg knappe vooruitgeschoven single “Algiers” had Dulli zijn falset uit de studioversie ingeruild voor een rauwere crooner variant. Het nummer klonk hierdoor meteen een pak potiger, maar paste nog steeds in de imaginaire soundtrack van de betere spaghetti western.

The Afghan Whigs mogen dan al een back-catalogue hebben verzameld om U tegen te zeggen, om een paar covers meer of minder zitten ze live doorgaans nooit verlegen. Uniek hierbij is dat Dulli geregeld op frappante gelijkenissen stuit tussen eigen en andermans nummers, en de flarden van die songs vervolgens aan elkaar rijgt alsof het niets is. Zo bleek Jeff Buckley’s “Morning Theft” de ideale inleider tot “It Kills”, werd de broeierige sfeer in “Algiers” perfect gegangmaakt door de eerste tekstregels uit “The House Of The Rising Sun”, en mondde het op een strakke r&b beat drijvende “It Kills” ongemerkt uit in Fleetwood Mac’s “Tusk”. Uit de eerste volwaardige Whigs plaat ‘Up In It’ (’90) haalde Dulli voor het eerst sinds lang nog eens “Son Of The South” vanonder het stof, een averechtse bluesrocker die uiteindelijk naadloos over ging in een flard “Roadhouse Blues” van The Doors.

Ook tijdens de uitgebreide encores griste Dulli met veel enthousiasme andermaal in zijn persoonlijke platencollectie. Vanuit de coulissen dook hij bijna onopgemerkt op in het publiek met een biertje in de hand en schudde er en passant een weergaloze interpretatie van “Every Little Thing She Does Is Magic” uit de mouw. De finale triomftocht werd verder gezet met “Summer’s Kiss”, “Teenage Wristband” (van Dulli’s Twilight Singers) en “Somethin’ Hot”. Doorheen de set had de praatjesmaker in Dulli maar weinig van zich laten horen, tot de man helemaal op ’t eind bekende dat hij wat onzeker was over de goede afloop van de avond. Had de man een beginnend griepje te pakken of was ie de avond ervoor iets te lang blijven plakken in Brugge in het gezelschap van een paar Straffe Hendrikken of Dulle Teven, we hebben er het raden naar. Of misschien was dit wel een hedonistische pose ter inleiding van de epische afsluiter “Faded” waarin wijlen Bobby Womack met een citaat uit zijn “Across 110th Street” een passend eerbetoon kreeg.

Twee avonden op rij hebben Greg Dulli en zijn vijf kompanen de Belgische Whigs fans alweer een onvergetelijke trip kado gedaan. Muzikale herrijzenis, artistieke wederopstanding, geslaagde comeback, ... het zijn allemaal mogelijke titels voor de gazetten van morgen, en voor één keer hebben alle gazetten overschot van gelijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-afghan-whigs-07-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Adrian Crowley

Adrian Crowley - Als een goede wijn

Geschreven door

Al 8 platen heeft Adrian Crowley uit, maar toch had op het vasteland nog niemand gehoord van deze Ierse singer/songwriter. Tot hij eind 2014 met het prachtige album ‘Some Blue Morning’ op de proppen kwam, lovende reacties alom waren zijn deel en vergelijkingen met grootheden als Leonard Cohen, Bill Callahan en Nick Cave waren plots overal aan de orde. Twaalf jaar na de eerste plaat was er dan eindelijk die welverdiende erkenning. Of toch niet? Blijkbaar waren in België al die lofbetuigingen nog niet zo goed doorgesijpeld want de op zich al bescheiden AB Club was niet eens volgelopen. Maar goed, wij waren er wel, en het is nu eenmaal onze taak om er bij u eens goed in te wrijven wat u nu weeral gemist heeft.

Op ‘Some Blue Morning’ hebben de fraaie songs een intieme omkadering meegekregen met hier en daar wat cello, keyboards en strijkers, maar op het podium deed Crowley het helemaal in zijn muzikale blootje. Enkel Katie Kim, die ook voor het voorprogramma had gezorgd, kwam sporadisch wat voorzichtige vocale steun leveren. Dat Crowley zijn songs zo nog meer uitkleedde, kwam de intimiteit alleen maar ten goede. Hij begeleidde zichzelf op elektrische gitaar en haalde daar wonderlijke mijmerende echo’s uit die wel eens naar David Lynch achtige taferelen refereerden. Samen met die zalvende bariton van hem zorgde dit voor heuse kippenvelmomenten.
U mocht gerust in katzwijm vallen bij de weidse sound van het onooglijk prachtige “The Hatchet Song” of het betoverende “The Hungry Grass”.
Adrian Crowley manifesteerde zich ook als een entertainende storyteller. Met een anekdote over een vervelende ekster die zijn vakantie in de Pyreneeën vergalde,  leidde hij het schitterende “The Magpie” in. Ook zijn verhaal  ter introductie van “Trouble”, over breeddenkende Nederlanders die het al vreemd vonden dat  hij te voet met zijn gitaar op de rug naar een optreden peddelde, wekte bij het  publiek een glimlach los. Zo nam Crowley met zijn verhalen zijn publiek mee binnenin zijn songs waar het aangenaam vertoeven was. Wij zaten tevergeefs nog te wachten op dat fabelachtige relaas over een wild zwijn in de prachtsong “The Wild Boar”, maar het mocht niet zijn, Crowley liet de song vanavond helaas in zijn valies zitten.
Als bis kregen we enkel de folksong “Golden Paleminos” waarvoor Crowley achter de piano ging zitten. Dat hoefde hij nu niet echt te doen, wij prefereren immers met voorsprong de albumversie van “Golden Paleminos” met dat zacht tokkelende akoestische gitaartje. Maar goed, wij waren al lang tevreden met wat deze fijne songteller vanavond gebracht had. Buiten was het ijzig koud, maar binnen was het hartverwarmend.

Met het oog op ons huiswerk hebben we ons nog eens verdiept in ‘Some Blue Morning’ en de plaat klinkt bij iedere beluistering mooier, eentje om te koesteren. Na acht platen is Adrian Crowley hiermee tot zijn voorlopige artistieke hoogtepunt gekomen, als een lekker wijntje die jaren heeft liggen rijpen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Kiesza

Kiesza – Acrobatie en pop beats aan de top

Geschreven door

Wat hebben ballet, Noorwegen, de Canadese zeemacht en de Ancienne Belgique met elkaar gemeen? Een strikvraag, misschien, maar op een koude donderdag avond in februari was het antwoord: alles.

Het verhaal van de nieuwste Canadese popsensatie Kiesza loopt helemaal niet zoals je zou verwachten. Kiesza heeft roots in Noorwegen maar werd geboren in Calgary in Canada. Ze was al van jongs af aan geïnteresseerd in de showbizz. Naast meedoen aan de Young Canadians met een jazz en tap dans act, trainde ze ook in klassiek ballet tot haar 15de, wanneer een knieblessure een einde maakte aan een mogelijkse ballet carrière.
En hier neemt het levensverhaal van Kiesza een verrassende (en in de hedendaagse cultuur van gefabriceerde pop acts en talentshows à la X-Factor toch wel verfrissende) wending. Kiesza sloot zich namelijk aan bij de Canadese zeemacht. Onwaarschijnlijk genoeg leerde ze tijdens haar dienst gitaar spelen en zong ze liedjes om de tijd sneller te doen gaan. Haar talent werd opgemerkt en Kiesza besloot om opnieuw voor een showbizz carrière te gaan. Ze kreeg een beurs voor de prestigieuze Berklee College Of Music in Boston en de rest, zoals ze zeggen, is geschiedenis.

Geef het gerust toe, u hebt in de zomer van 2014 ook gewillig mee ge-ooh-ed en ge-ah-ed met Kiesza's tot op heden grootse hit, “Hideaway”. Het was een gigantische wereldhit en de video een viraal fenomeen, en terecht ook. Kiesza doet terugdenken aan de pop-house hits van de jaren negentig. De tijd van neon tops, gescheurde en gebleekte jeans en gigantische sneakers. De tijd van Haddaway, Robin S. en Crystal Waters, artiesten die Kiesza trouwens feilloos kan coveren.
Het was dan ook een beetje zonde dat de Ancienne Belgique donderdag avond niet volledig mee ging met de aanstekelijke beats die voorgeschoteld werden. Het concert was verre van slecht, maar de sfeer werd teniet gedaan door het blijvende geroezemoes tussen de songs door. Kiesza liet het niet aan haar hart komen en danste en zong lustig verder (een pluim voor de acrobatische dansers, trouwens) maar het was duidelijk dat het merendeel van het publiek hier gekomen was door de lokroep van “Hideaway” en zich door de andere liedjes niet echt liet bekoren.
Jammer, want nummers zoals “Giant In My Heart” en “No Enemiesz” zijn ongetwijfeld hits in wording. Kiesza slaagde er bovendien ook in om keer op keer de hoge noten perfect te toetsen, iets wat zeker geen sinecure is in een concert waar zoveel gedanst wordt. Ook de covers (o.m. Haddaway's “What Is Love” als een vertraagde ballad en Michael Jackson's “Billie Jean”) waren bewonderenswaardige momenten. En dan kwam er natuurlijk “Hideaway” als afsluiter, tot grote vreugde van alle aanwezigen.

In conclusie: een goed concert dat wat meer aandacht had moeten krijgen. Maar niet getreurd, Kiesza, want de zomerfestivals lonken en menig Belg zal je graag een tweede kans geven.

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Alt-J

Alt-J overstijgt het clubcircuit …

Geschreven door

We waren natuurlijk benieuwd hoe het beloftevolle Alt-J uit Leeds de muzikale schoonheid en finesse van het debuut ‘An awesome wave’ en het vorig jaar verschenen ‘This is all yours’  in een Vorst konden brengen . En? Ze hebben duidelijk de overstap van het clubcircuit naar de grote zalen enorm goed verteerd .

De intussen tot een trio gereduceerde band ( één van de mede-oprichters verliet Alt-J, maar is intussen vervangen door een vierde man op de livegigs!)  wisselt tussen toegankelijkheid en avontuur , waar de muzikale assemblage indierock , folktronica, progrock en triphopachtige contouren gaat van subtiele schoonheidspop naar een strakker gemeten, extravert geluid en zelfs moeiteloos wordt omgebogen tot een sprookjesachtig science-fiction landschap , verwezenlijkt door donkere , felle spotlights en abstracte visuals.
Een vol Vorst droeg zijn helden op handen en sommige songs werden zelfs meegezongen. Het deed de band enorm veel deugd dat zij op zo’n drie jaar tijd met hun mooi melancholiek, mysterieus (en apart) geluid een breed publiek bereiken en uitgegroeid zijn tot een grootse band. 
Ze stonden op één lijn opgesteld en meteen was de aandacht er met een acapella ingezette “Hunger of the pine” , die al snel aanstekelijk en groovy klonk door  de  melodieuze en  bevreemdende, ingewikkelde ritmiek . De keys en de percussie drongen zich op , naast die dromerige gitaarriedels, diepe basstunes en  nasale zang van Joe Newman.
De eerste twintig minuten had Alt-J een verrassende, uitbundige aanpak.  Niet direct dromerig, maar goed uitgewerkt; een lijst met “Fitzpleasure”, “Something good” en een compact rockend “Left hand free”. We ervaarden een heerlijk genietbare trip op “Dissolve me” en droomden weg op het gekend innemende “Mathilde” , dat luidkeels werd meegezongen . We zweefden hier op de sobere tunes.
Eigenzinniger werd het tweede luik . Hier trad de indietronica en ambientfolk wat meer op het voorplan met die vindingrijke , sfeervolle geluidjes en een zang die nog wat (meer) zeurde . De rustige passages van o.m. “Bloodfloods (pt 1 & pt2)” en “Tessellate” brachten ons naar die prachtige single “Every other freckle” met z’n pittige , huppelende ,  twinkelende ritmes, ondersteund door een speelse, meerstemmige en aanvullende zangpartij. Prima om op die manier het hemelse “Taro” aan te vatten, en verder naar een climax te gaan met het aangename “Warm foothills”. Een meer grillig “The gospel of John Hurt” wuifde na een uur de uiterst evenwichtige set af .
Alt-J had nog wat in z’n mars . Ze overstijgen het aardse door een creatief aangepakte “Lovely day” (Bill Withers cover) ; de sierlijke “(Leaving) Nara’s” volgden en het afsluitende “Breezeblocks” werd gekenmerkt door een crescendo opbouw en frisse tintelingen .
Alt –J klopt met al hun muzikale trucjes meer en meer aan bij een Radiohead , verfijnd – toegankelijk – strak , maar even zeer organisch als complex , wat werd gerespecteerd en een staande ovatie opleverde!
Deze band laat zich opnieuw ontdekken!

We konden nog één van de supports meepikken Wolf Alice, die zich in de picture speelden , samen met Royal Blood op London Calling. De Britten lieten hun sound onderdompelen in een gruizige schoonheid ; het materiaal had een intens broeierige spanning , opbouw en kon deels exploderen;  de gitaren en percussie waren rauw , etherisch, en kregen een beheerste dosis shoegaze mee ; een ietwat hemelse stem zweefde over de nummers heen . Zeerzeker meer de moeite!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/alt-j-03-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Ennio Morricone

Ennio Morricone – Nog Altijd Tijdloos!

Geschreven door

2014 zal niet ingaan als het meest succesvolle jaar van muzikant Ennio Morricone. Een jaar vol rug-kwellingen en ongetwijfeld veel te lange herstelperiodes. Tot overmaat van ramp moest de maestro tot twee maal toe zijn Europese tournee annuleren. Een nieuw jaar, een nieuwe moed en … een rug die een volledige concertreeks kan dragen.
Van een afscheidstournee wil Ennio zelf niet spreken, hij houdt het liever bij een comeback. Nu ja, met een gezegende leeftijd van 86 jaar weet je natuurlijk nooit. Het kan iedere keer de laatste keer zijn, dat zullen degene die er eind 2012 bij waren in het Antwerps Sportpaleis misschien ook wel gedacht hebben.

Zoals het een Romeinse keizer toebehoort, zoekt hij zijn concertlocaties nauwkeurig uit; na ‘het Sportpaleis’ twee jaar terug werd het nu Paleis 12. Een concertzaal waarbij je de lagen verf aan de muur nog kan ruiken en met een ‘groot’ podium nauwelijks groot genoeg voor ruim 160 muzikanten, zangers en zangeressen.
‘My life in music Tour 2015’ is een greep uit meer dan 60 jaar topmuziek van één van ’s werelds meest productieve en bijgevolg meest succesvolle componisten  en dirigenten. Laat ons duidelijk zijn, er is geen grotere Meneer dan hij in wat hij doet.
Al kort na de Tweede Wereldoorlog legde hij de basis van zijn succes. Natuurlijk heb je soms een duwtje in de rug nodig om het volledig waar te maken. En dan komen we terug bij één van zijn beste vrienden, Sergio Leone. Het is ondertussen al een oud verhaal, Ennio is het duidelijk al lang beu om altijd maar herinnerd te worden aan de stukken, die hij componeerde voor de westernfilms van Sergio Leone. Maar geef toe, wij als liefhebbers denken er maar al te graag aan terug. ‘The good, the bad and the ugly’, het is een film die velen leerden kennen door de muziek. Natuurlijk geen slecht woord over de film want die is meer dan voortreffelijk. Ook ‘Ecstasy of gold’ is zo’n prachstuk uit vorig genoemde film. Italië en Zweden, in het verleden hebben deze landen ongetwijfeld al voor hoogstaande voetbalwedstrijden gezorgd maar deze combinatie is ongetwijfeld uniek.
Susanna Rigacci, een 55jarige sopraan afkomstig uit Stockholm , zorgt telkens voor een kippenvelmoment. Nog zo’n gevoel hadden we bij “Abolisson”. Een hoogstaande interactie tussen het zangkoor en het orkest. Hoewel Ennio Morricone maar één grammy-nominatie wist te verzilveren, die voor ‘The Untouchables’, een film uit 1987 van regisseur Brian Da Palma, verdient hij voor ons de prijs van de meest tijdloze muziek aller tijden. De prijs voor meest spraakzame artiest zal hij nooit krijgen maar hij maakte wel uitgebreid tijd om afscheid te nemen en daar hoorden wel drie bisnummers bij.

Een levende legende die we hopelijk nog mogen bewonderen. Ciao Ennio!

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

Mark Lanegan

Mark Lanegan Band - Genot voor het oor, balsem voor de ziel

Geschreven door

Zowat de grootste oneer die je Mark Lanegan kan bewijzen is hem afschilderen als een grunge held. Als bezieler van de zonder meer geweldige Screaming Trees heeft de zonderlinge brombeer medio jaren ‘90 weliswaar een paar tijdloze platen ingeblikt, pas sinds het verscheiden van die band is de echte performer in Lanegan duidelijk opgestaan. Als vertolker van onheilszwangere blues en rafelige folk kent de Amerikaan zijn gelijke niet, en dus was het toch even slikken toen Lanegan bekende dat hij in de aanloop naar zijn recentste worp ‘Phantom Radio’ bijna uitsluitend op een dieet van 80ies new wave en postpunk had geleefd. Ook de productie van het album is -de sound van dat decennium indachtig- redelijk glossy en resulteerde in ongewoon gepolijste songs, maar ondanks dat alles tast ‘Phantom Radio’ als vanouds het volledige spectrum af tussen bedrog en berouw.

Noch de lijkbleke Lanegan, noch zijn van tristesse doorwrongen songs verdragen veel daglicht. Het ideale decor om de man aan het werk te zien is dus niet een zonovergoten festivalweide vol wulpse tentsletjes, maar wel de beslotenheid van een spaarzaam verlichte concerttempel zoals de voor de gelegenheid uitverkochte AB. Zowat gans de set door baadde het podium in bloedrood licht, de kleur die de meeste songs van de ranke Amerikaan als gegoten zit.
Somberheid en eenvoud bleken de sleutelwoorden bij de aftrap in Brussel. Enkel vergezeld van gitarist Jeff Fielder ging Lanegan graven in zijn eigen sinistere bluesverleden, en haalde er o.a. “When Your Number Isn’t Up” uit ‘doorbraakplaat’ ‘Bubblegum’ (‘04) en “Dead On You” uit zijn voorlopig opus magnum “Whiskey For The Holy Ghost’ (‘94) vanonder het stof.
De onbeweeglijke Lanegan en diens schuurpapieren strot maakten meteen veel indruk, zo veel zelfs dat het uitgelaten publieksgeroezemoes prompt verstomde. Iemand riep zelfs “We love you Mr. Lanegan”, en van zoveel emotie ging zelfs het stereotype ijskonijn in Lanegan een graad of twee ontdooien. Na het derde nummer kon er immers al een “Thank you” af, en naarmate de set vorderde betrapten we de Amerikaan warempel op schuchtere pogingen tot heupwiegen en een half vermomde schalkse glimlach.

Met de decibels ging het overigens alsmaar crescendo naarmate er meer leden van de Mark Lanegan Band hun opwachting maakten op het podium. Het titelnummer van de tevens vorig jaar verschenen EP “No Bells On Sunday” en de vergeten parel “Resurrection Song” werden subtiel ingekleurd door Aldo Struyf (Creature With The Atom Brain) die afwisselend slide gitaar en ijle synths hanteerde. Het geheel kreeg iets pastoraals dat spontaan herinneringen opriep aan ‘Ocean Rain’, het pièce de résistance van Echo & The Bunnymen én -zo bleek uit interviews- tevens een vaste waarde op Lanegan’s iPod. Struyf, die door Lanegan even later werd voorgesteld als ‘my brother’, is onmiskenbaar de dirigent van de band. Hij is het die de groep op sleeptouw neemt, en elk nummer een meerwaarde geeft in vergelijking met de studioversies.
Toen ook de uit het voorprogramma geleende bassist als laatste ten tonele verscheen evolueerde de sound tot groots, meeslepend en bijwijlen brutaal. We kwamen prompt wat plaats te kort in ons notitieboekje om de snel op elkaar volgende hoogtepunten in inkt te zetten: een schuimbekkende versie van “The Gravedigger’s Song”, PJ Harvey die (eerlijk = eerlijk) niet werd gemist tijdens het door een primitieve Stooges riff voortgestuwde “Hit The City”, het bastaardkindje van The Cure en New Order genaamd “Harvest Home”, en het op een industrial beat drijvende “Ode To Sad Disco”.
Tegen het eind van de set liet de 50-jarige Amerikaan gelukkig ook wat tijd en ruimte om de introverte crooner in hem aan het woord te laten. Tijdens nieuwe en tevens meer lichtvoetige nummers als “Floor Of The Ocean” en “Torn Red Heart” sloeg Lanegan zelfs écht aan het zingen, maar de rafelige weerhaakjes in zijn bariton kreeg de man gelukkig nooit volledig afgevijld.

Bij het inzetten van de encores kon een zichtbaar ontspannen Lanegan nog net een welgemeend dankwoordje voor zijn Belgische fans uitbrengen vooraleer de metalen percussie beat een withete portie “Methamphetamine Blues” aankondigde.
Balsem voor de ziel werd vervolgens geserveerd met de psychedelische gospel “Revival”, zonder twijfel het beste nummer dat ooit uit de samenwerking tussen Lanegan en het Engelse producers duo Soulsavers is voortgekomen. Zelfs een gebroken microfoonstandaard kon dat momentum niet bederven, en eigenlijk had dit een perfect einde van een geslaagde set kunnen betekenen. De afsluitende nieuwe songs “I Am The Wolf” en “The Killing Season” kregen daardoor niet het waardeoordeel dat ze echt verdienden, maar laat dat detailkritiek zijn.


De slotsom van de avond behoeft weinig woorden. Waarschijnlijk was dit de beste Belgische passage van Lanegan in jaren. En waarschijnlijk blijven we fan voor het leven, ja, zelfs al maakt de nukkige Amerikaan straks een reggae plaat.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 206 van 386