Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_17
Concertreviews

Vetiver

Vetiver – long way road music

Geschreven door

Met die Amerikaanse band Vetiver rond Andy Cabic hebben we wel ‘iets’ … De muziek is ideaal bij een ‘long way road’, de blik op oneindig, mijmerend, wegdromend om dan in het laatste stuk geconcentreerde de juiste richting van je bestemming te rijden, maw we sturen de rustig voortkabbelende, dromerige songs die sfeerschepping voorop stellen in de beste neofolky/americana stijl , op het eind bij met een paar groovy uppercuts. De ruim anderhalf uur durende set van de amicale heren, mannen met een pet op , valt op die manier samen te vatten .

Al meer dan tien jaar is Vetiver bezig en spijtig genoeg bereiken ze maar een select publiekje. De band catalogeren we niet als een ‘faits divers’ , het is een band die een zich een belangvol plaatsje mag toe eigenen , naast een Fleet Foxes , The Silos , of de in de running zijnde bands Wilco, Giant Sand,  Grizzly Bear, Local natives en een Devandra Banhart.
De uit San Francisco opererende band biedt heel wat ruimte aan het elektrisch en akoestisch gitaarspel, die de easy listening pop bevordert, vooral in het eerste deel van de set ervaarden we een soundtrackgevoel .
De nieuwe plaat  ‘Complete strangers’ , de zesde al , vormde de rode draad en laat een iets directere aanpak toe , “From now on”, “Current carry” en “Stranger still” zijn er al drie die sprankelen , tintelen en het gaspedaal dieper indrukken door een dampende, funkende groove.
Heerlijk genietbaar dus … Een frisse bries waait over het songmateriaal heen en Cabic’s indringende vocals op z’n Paul Simon’s zit er mooi in verweven .

Vetiver bood een open, warme sound van innemend, sfeervol  materiaal en laat een extraverte groove doorschijnen . We worden hier dan wakker geschud in de mijmering van midzomeravonden … Sing/songwriting + band op z’n best!

Organisatie : Ancienne Belgique , Brussel

Beoordeling

Stan Van Samang

Stan Van Samang – Een feilloze show!

Geschreven door

30000 toeschouwers, een fantastische led-wall met verbluffend grafisch en visueel spektakel, een ontzaglijk goeie frontman, een geweldige live band , kicking-ass backingvocals, een super georganiseerde entourage.
Een uitzinnig publiek…..
Som dit op en vertel het aan je vrienden, en ze vragen je naar welke internationale artiest je bent geweest.
Gewoon, naar een Belgische artiest met internationale uitstraling…..

Wittekerke, nooit gedacht dat een ‘kunstmatig’ kustdorp aan de basis zou liggen van een Belgisch toptalent. Stan “ de stakke” voor de vrienden, Van Samang, sloeg geen stap over en bouwde zorgvuldig aan de carrière. Camera-bedrevenheid, podiumervaring, how to become a crowd pleaser…
En dat voel je nu in z’n shows dat alle elementen samenvallen en dat Stan de metier beheerst. En vooral, hij is al die jaren zichzelf gebleven. Geen artiestennaam, geen bling bling, dat zalige Vlaams-Brabantse dialect behouden. Het zijn allemaal elementen die meespelen waarom hij zo’n hoge aaibaarheidsfactor heeft. De “stakke’ is ene van ons.
Zo ook de show. Deze avond dvd-opnames, en dat voelde je. Er hing een opgewonden vibe in  de zaal. Stan begon in het tegenlicht van een super led-spot met “Scars”. Verdween daarna om dan aan een opbouwende aftelling te beginnen. Nooit gezien en zo slim de spanning opgebouwd. “Junebug” was de ideale opwarmer als meezinger, waar we vervolgens voor de eerste keer werden weggeblazen door de led-wall tijdens “Poison”. Daar ging het blazertje uit, wat het sein gaf tot een dans-en springfestival
J, ook al waanden we ons in de duinen. Om dan de zaal te bestormen tijdens “Second hand life”. Vriend Filip Peeters had Stan gevraagd om mee te werken  aan z’n nieuwe film ‘Wat mannen willen’, wat resulteerde in “Lucky me”. De bindteksten, nog steeds in dat zalige dialect, definiëren Stan ten voeten uit. “One for the road” was da aanleiding voor een verhaal rond 1000 pintjes en het ultieme excuus van de ‘allervoorlaatste’. Een adempauze kwam er met “Sirens”, “Thieves”,All-in my head” ( begeleid door Stan op de drum ), en “Everything starts with one”. Met “Hang on” neigt Stan zelfs een beetje naar de Editors door een zware bas te leggen in z’n stem.
Z’n afkomst van Wijgmaal werd nog eens benadrukt door Stan zelf met een lofrede gericht aan vrienden, kennissen en familie wat resulteerde in “Welcome home” gevolgd door de uptempo nummers “This time” , “Watcha gonna do” en “Is it over you”.
Grote vriend en medeontdekker  Eric Melaerts werd erbij gehaald om “Chasing cars” te begeleiden. Dat beiden een diepe respect voor elkaar hebben lieten ze duidelijk blijken. Ook bij “King in my head” en  “Some of us” bleef Eric Stan trouw bijstaan.
Dat Stan er graag iedereen bij betrekt en ook aantoont dat dit niet zomaar een vriendenbende is, wordt duidelijk bij het ‘STOMP’-achtige “When doves cry”, de cover van Prince. Heel origineel ( winkelkarren, vaten, emmers?? ) en prachtig qua opstelling en belichting.
Iedereen mocht dan op de stoelen met het aanstekelijke “A simple life”.  Hierna gevolgd door de aankondiging van de grote stap richting Sportpaleis. “I didn’t  know”  gooide nog wat olie op het vuur, en de set werd afgesloten met een andere versie van “Scars”.  
Het dak ging er dan bijna volledig af met “Goeiemorgend goeiendag”  en het prachtig bewerkte “Een ster”. Letterlijk, want de Lotto Arena hing er vol van tijdens de song.
Her en der werd al gesuggereerd dat er een overkill zou zijn aan Stan Van Samang. Ik kan deze mensen gerust stellen. Aan kwaliteit kan  je NIET verwend, noch verzadigd geraken! Laat een buitenlandse artiest deze show brengen, en het gaat de wereld rond. Als Stan dit doet, vraagt men zich af ‘hoe lang dit wel zal duren’… Ik ben er gerust op, deze ster is zich nog volop aan het ontwikkelen en slaat geen stap over. What you see is what you get. Stan is en  blijft zijn eigen aimabele zelve. (getuige z’n bindteksten J )

De 2 uur durende show werd moeiteloos gevuld, werd prachtig georkestreerd door de regie, een feilloos zingende frontman , geback-upt door krachtige background singers en een goed ingespeelde band. 
Stap voor stap groeiend, alsook de achterban. Nu spelend in de schaduw van het Sportpaleis, volgend jaar deze tijd in ….. de spotlights ervan. Ja , onze Stan, hij wordt GROOT!

Graag had ik nog de entourage en het management bedankt voor de luxe die we als fotograaf /reviewer mochten ervaren. Een vrije rondloop is een unieke ervaring en echt zelden meegemaakt. Ook hierin zie je de symbiose van zanger /management. Echt gewaardeerd!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/stan-van-samang-09-10-2015/
Organisatie: Live-Entertainment

Beoordeling

Palma Violets

Palma Violets - Leven na de dood

Geschreven door

In deze tijden waarin internetfenomen uiterst zelden langer dan een dag ‘viral’ blijven en waarin persoonlijke berichtjes amper 10 seconden duren alvorens ze voorgoed verdwijnen (‘snapchats’), kortom, in tijden die gekenmerkt wordt door een ongeziene vergankelijkheid en vluchtigheid, zou het in zo’n klimaat nog lukken om met je gitaargroepje het leven te veranderen van een generatie jongeren, zoals Arctic Monkeys, The Strokes en The Libertines dat gedaan hebben in het eerste decennium van de 21ste eeuw? Kregen de afgelopen jaren, vaak van de Britse pers, die sleutel in handen: The Vaccines, Howler en Palma Violets. Is het hen gelukt? Niet echt. In Palma Violets geloofde ik nochtans. Want toen ze voor het eerst kwamen piepen eind 2012 en ik in het zesde middelbaar zat kón je niet anders dan erin geloven. De bandleden deelden een huis in Londen, gaven er (uiterst rommelige) optredens en namen er hun debuutplaat op. Die plaat, ‘180’, noemden ze “a manifesto” en had als mantra “giving a fuck is back in, we’ll see you on the other side”. Het leek allemaal een beetje op het bohemien sfeertje dat ook rond The Libertines hing. Het mocht echter niet zijn, eerder dit jaar in mei kwam de tweede uit, ‘Danger in The Club’, een plaat die vrijwel geruisloos passeerde, ondanks de vele goudaders die ze wel degelijk aanboort.  Geen singles die opgepikt werden door de Studio Brussels van deze wereld, een passage voor een, eufemistisch uitgedrukt, halflege tent op Dour en het feit dat ze nu in de Orangerie van de Botanique geprogrammeerd stonden, daar waar ze twee jaar geleden nog in de AB stonden (een zaal die, toegegeven, ook toen een maatje te groot bleek), als voornaamste indicatoren.

Goed, mij hoort u niet klagen; de Orangerie is wel degelijk een fantastische zaal, ware het niet dat ze op 7 oktober amper half volgelopen was voor de Britse indierockers. De Violets lieten het zich echter niet aan het hart komen en deden, gelukkig maar, gewoon waar ze het allerbeste in zijn: een flink potje rammelen en er een dikke 18 nummers doorjagen aan een redelijk tempo.
Openen deden ze zowaar met een B-kantje, “Five Gold Rings”, waarna ze “Rattlesnake Highway” speelden, meteen goed voor de eerste crowdsurfer. Het werd toen al duidelijk dat de nummers uit de debuutplaat ‘180’ op meer respons zouden kunnen rekenen dan de nieuwe. Jammer eigenlijk, want nieuwer werk als “Girl, You Couldn’t Do Much Better On The Beach” en vooral het fantastische “English Tongue”, een nummer dat alles in zich heeft wat een rasecht anthem nodig heeft, waren zeker niet de mindere broertjes van de ‘180’-nummers. Ook mooi: Palma Violets is niet het soort band dat hun hitjes opspaart tot helemaal aan het eind: “Step Up For The Cool Cats” en “Best Of Friends” zaten, netjes na elkaar, al vrij vroeg in de set. Voor “The Jacket Song” (‘second-hand and made in Japan’) wisselden bassist Chilli Jesson en gitarist Sam Fryer van instrument en kwam de roadie een handje toesteken. Chilli grapte dat we die roadie “waarschijnlijk later nog wel zouden te zien krijgen”, waarna hij doodleuk de mondharmonicasolo speelde in het nummer erna: “Danger In The Club”. Altijd in voor een mopje, die Chilli. Eindigen deden ze even eigenzinnig als hoe ze begonnen waren, met een nieuw nummer dat niet op de plaat verscheen: “Ratway Rock Circus”.

De bisronde kwam traag op gang maar “14” maakte veel goed. Dat nummer leek de essentie van Palma Violets wel samen te vatten: de tekst bestaat uit 2 vrij simpele regels die een ode vormen aan de Londense bus 14 die hen na een nachtje stappen naar hun eigen Studio 180 brengt (Oh, 14, take me all through the night / Oh, 14, take me home) en de song rammelt langs alle kanten, maar het werkt wél. Stilstaan was geen optie. De muziekwereld zullen de jongens van Palma Violets niet veranderen, laat staan het leven van een generatie jongeren. Wél is het een band die steevast een glimlach op je gezicht zal toveren. En hoogstwaarschijnlijk is het fenomeen van (indie)bands die je leven veranderen, mede door de eerder aangehaalde vluchtigheid van het moderne leven, wel een stille dood gestorven. Maar “Death Is Not The End”, zoals ze zelf zongen in hun Dylan-cover (hier bij ons beter bekend in de versie van Freek De Jonge: “Er Is Leven Na De Dood”) die de set afsloot, want misschien is het feit dat Palma Violets nog gewoon een band is die keer op keer een aanstekelijk enthousiasme aan de man kan brengen, wel meer dan genoeg.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Richard Thompson

Richard Thompson – The Richard Thompson Electric Trio - Elektriciteit in de lucht en op het podium

Geschreven door

Heel even leek het er op dat de Engelse folkrock god Richard Thompson de herfst van zijn intussen zes decennia overspannende carrière enkel nog zou doorbrengen in het gezelschap van een akoestische sixstring. Voor de adepten van ‘s mans muzikale virtuositeit valt daar natuurlijk weinig op af te dingen, maar anderzijds leverde die unplugged strategie maar weinig bruisende platen meer op.
De jongste jaren lijkt de immer kwieke Thompson echter aan een onvervalste renaissance toe. Alles begon met zijn samenwerking met rootsmuzikant en -producer Buddy Miller wat resulteerde in het toepasselijk getitelde ‘Electric’ (’13), zowaar één van de meest stevige albums uit ’s mans oeuvre én een onverwachte late-career-highlight volgens de critici. Eén en ander inspireerde de 66-jarige Thompson om tijdens de opnames van de eerder dit jaar verschenen opvolger ‘Still’ opnieuw de krachten te bundelen met een Amerikaanse collega. Het alweer voortreffelijke ‘Still’ werd opgenomen ten huize The Loft in Chicago, sinds jaar en dag de muzikale speeltuin van Wilco-opperhoofd Jeff Tweedy. Dankzij die samenwerking met Tweedy mag Thompson zich trouwens weer een beetje ‘hip’ noemen, en dat straalt de man ook ontegensprekelijk uit tijdens zijn huidige tour.

Iedereen die ooit maar één foto van Richard Thompson on stage heeft gezien weet waar de man sinds jaar en dag imago-gewijs voor staat: de eeuwige baret die wel definitief vergroeid lijkt met zijn knikker, de mouwen van zijn doordeweeks hemd netjes opgestroopt, een warrig getrimde ringbaard en vooral, die brede glimlach telkens hij zijn fanlegioen onder ogen komt. En voor alle duidelijkheid, de fans die afgelopen woensdag de weg naar een aardig gevulde AB flex vonden kregen daar een ronduit v-e-r-b-l-u-f-f-e-n-d optreden te zien. U merkt het, dit was één van de zeldzame gelegenheden waar recensenten enig lyrisch taalgebruik achteraf niet hoeven te schuwen, want hoe anders kan je een bijna twee uur durende set omschrijven waarin enkel hoogtepunten te noteren vielen, waar songschrijverschap én muzikale virtuositeit constant de boventoon voerden, en waarbij nog maar eens bleek dat enkel tongue-in-cheek humor de mensheid nog kan redden?
Toegegeven, van een levende legende op leeftijd als Thompson zou je misschien een gezapige performance verwachten, maar niets bleek minder waar. De rijzige zestiger staat tegenwoordig immers op het podium als frontman van The Richard Thompson Electric Trio, een even hecht als virtuoos collectief dat wordt vervolledigd door
Davey Faragher (bas) en Michael Jerome (drums). Beiden zijn zondermeer bijzonder straffe muzikanten die eerder op de loonlijst stonden van de tourbands van respectievelijk Elvis Costello en John Cale. Met slechts drie man op het podium kregen creativiteit en subtiliteit bijna automatisch alle vrijheid, waardoor de live ervaring het beluisteren van platen in je luie sofa vér oversteeg. De interactie tussen een elektrisch fel van leer trekkende Thompson en zijn ritmesectie bereikte op die manier hét hoogtepunt der hoogtepunten tijdens het ruim 10 minuten durende opus “Hard On Me”.
Even verderop in de set zou de legende tijdens de toepasselijk getitelde medley “Guitar Heroes” trouwens laconiek bekennen dat ook hij als gitarist maar een nederige leerling is van zijn grote helden uit de jaren ’40 en ’50 waaronder
Django Reinhardt, Les Paul, Chuck Berry, James Burton en Hank Marvin.
Vanaf de openers “All Buttoned Up” en “Sally B”, respectievelijk geplukt uit zijn recentste twee platen, sneed Thompson al meteen één van zijn favoriete onderwerpen aan: wispelturige vrouwen. De man is wat dat betreft een bevoorrechte getuige, want veel van zijn beste platen uit de 70ies en vroege 80ies schreef Thompson bij elkaar tijdens zijn tien jaar durende echtelijke en muzikale partnership met folkzangeres Linda (Thompson) Peters. We weten al langer dat uit relationele miserie wel eens een meesterwerk wordt geboren, en het sierde Thompson dat hij zijn eigen muzikale verleden allerminst verloochent door twee nummers vanop de indringende vechtscheidingsplaat ‘Shoot Out The Lights’ (’82) in de setlist te houden. Was de sfeer doorheen de avond anders wel vrij ontspannend te noemen, dan werd die eensklaps een pak grimmiger toen “Did She Jump Or Was She Pushed” en “Wall Of Death” uit dat album werden opgediept. Met “For Shame Of Doing Wrong” haalde trouwens ook nog een derde nummer uit de officiële back-catalogue van Richard & Linda Thompson de set.
Toen zijn twee makkers even mochten uitblazen stond Thompson eensklaps op het podium in de gedaante waarin de meeste folkies hem ongetwijfeld het liefst zien verschijnen: solo en akoestisch. Het bleek het ideale moment om de muzikale erfenis aan te spreken die Thompson vijf albums lang tussen ’68 en ‘70 achterliet bij het door hem mede-opgerichte folkrockinstituut The Fairport Convention. “Meet On The Ledge” tekende misschien wel voor het breekbaarste moment van de avond, een ideale track voor straks op de soundtrack van Allerheiligen.
Wie bij het horen van de naam Richard Thompson enkel herinneringen kan ophalen aan zijn radiohitjes “I Feel So Good” en ‘I Misunderstood”, beiden geboren in ’91 op het album ‘Rumor And Sigh’, keerde van een kale reis terug. De eigenzinnige Brit koos met “1952 Vincent Black Lightning” wel een ander nummer uit die plaat, een technisch hoogstandje wat fingerpicking betreft waarvan de titel overigens verwijst naar de gelijknamige motorfiets die in de weegschaal komt te liggen wanneer de eigenaar ogenschijnlijk moet kiezen tussen een flirt of zijn dierbaarste bezit.

Tijdens de twee encores rondes had The Richard Thompson Electric Trio nog wat materiaal in petto uit de jongste worp ‘Still’, waaronder het naar Wilco neigende “Patty Don’t You Put Me Down” en de wulpse rocker “Fork In The Road” uit de bijhorende ‘Variations’ EP.
Het slotakkoord was voorbehouden voor een remake van “Take A Heart”, oorspronkelijk ingeblikt door het illustere Britse psych r&b gezelschap The Sorrows ergens midden jaren ’60 toen Thompson zelf nog een anonieme muzikant was.

Anno 2015 is Richard Thompson intussen uitgegroeid tot een grandioze gitaarheld, begenadigd songschrijver en stand-up comedian, een unieke combinatie van gedaantes die ons in de AB één van de beste optredens van het jaar heeft bezorgd.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Vaccines

The Vaccines - Een trein vol hits!

Geschreven door
The Vaccines kwamen, zagen en overwonnen maandag avond in de Ancienne Belgique. Voor een bijna uitverkochte zaal speelden ze een show vol nieuwe en oude nummers. De focus lag niet enkel op het nieuwe album. De combinatie van ongeveer evenveel nummers uit ‘What did you expect from The Vaccines’, ‘Come of Age’ en ‘English Graffiti’ was echt perfect!


Support kwam van het Amerikaanse Family of The Year. Misschien zegt deze band je niet meteen iets, maar zoek even het nummer “Hero” op en er zal meteen een belletje rinkelen. Een goed uitgebalanceerde mix van indie, pop, de westcoastrock van de jaren '70 en die steeds weer terugkerende knappe harmonieën, is wat je kan terug vinden bij Family Of The Year. De muziek zit goed in elkaar, maar toch konden ze het publiek niet bekoren. De nummers duurden te lang en je zag dat het volk zich begon te vervelen. Na een set van 30 minuten was het afgelopen voor deze Amerikanen. Voor velen een opluchting

Enthousiaste Britten met een hoog rock’n’roll gehalte kunnen we duidelijk appreciëren in ons Belgenland. Openen deden The Vaccines met “Handsome”. En dat was er meteen knal op. Iedereen was mee en had honger naar meer. De rest van het optreden was eigenlijk gewoon een trein vol hits. “Wreckin Bar”, “Dream Lover”, “Teenage Icon”, en zo volgden er nog veel. Geen tijd voor bindteksten vol blabla, gewoon spelen was de boodschap.
Justin Young is een frontman die er staat. Geen al te hoog zangniveau, maar zijn enthousiasme op het podium compenseert dat moeiteloos. Ook de rest van de band zorgt er gewoon voor dat The Vaccines staan waar ze nu staan.
Hoogtepuntje van de set was ongetwijfeld het, u wel bekende, “Post break up seks”. De band stond, net zoals wij, versteld van het overenthousiaste publiek en gooide er in de bis ronde “No Hope” in een akoestisch versie bovenop. Bij het laatste nummer, “Norgaard”, ontstond er zelfs een kleine moshpit.

Het was een optreden dat nog lang zal blijven nazinderen. En terecht. The Vaccines waren tevreden, net zoals iedereen in de Ancienne Belgique. Meer van dat aub!

Organisatie : Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Roy & The Devil’s Motorcycle

Roy & The Devil’s Motorcycle - Zwitserlands best bewaarde geheim

Geschreven door

Roy & The Devil’s Motorcycle - Zwitserlands best bewaarde geheim
Roy & The Devil’s Motorcycle
2015-10-03
4AD
Diksmuide
Ollie Nollet

De openingsavond van het nieuwe concertseizoen in de 4AD was meteen al goed voor een voltreffer. Waar ik het optreden van Roy & The Devil’s Motorcycle een paar maanden geleden in de Pit’s nog catalogeerde als een twijfelgeval (de omstandigheden zaten hen toen echt niet mee) werd ik dit keer compleet van de sokken geblazen. Maar vooraleer we dit wonder mochten aanschouwen hadden we er al twee groepen opzitten.

Gglory, een duo uit Koksijde, zette meteen de beuk erin met onversneden garagepunk. Een groots zanger zou ik Arthur Pauwelyn niet noemen. Toch vond ik zijn stem iets hebben terwijl zijn gitaar gruizig klonk zoals het hoort en een paar keer van lekker ouderwetse wah wah effecten werd voorzien. Het leuke aan dit soort duo’s is dat de drummer automatisch op het voorplan terecht komt en met een beer als Chris Weyne achter de vellen leverde dat constant vuurwerk op. De songs klonken erg rudimentair en net toen ik dacht ‘nu hebben we het wel gehad’ toverden ze een paar vlezigere nummers, waar duidelijk met wat meer inspiratie aan gewerkt was, uit hun hoed. Rock-‘n-roll uit de Westhoek!

Monster Youth uit Sint-Niklaas werd aangekondigd als een nieuwe sensatie in de Belgische garagerock maar dat viel behoorlijk tegen. Veel ‘garagerock’ viel er überhaupt niet te horen, wel zoete garagepop die zeker niet zou misstaan in de Burger Records-stal. Alleen is dat laatste allang geen garantie meer voor kwaliteit. Monster Youth klonk veel te poppy en die griezelig mooi klinkende stemmen deden me al vlug heimwee krijgen naar het onbehouwener keelgeluid van Gglory. Enkel wanneer de gitaren de bovenhand kregen, wat slechts heel sporadisch gebeurde, bleek Monster Youth dan toch de moeite waard. Dat werd heel duidelijk tijdens het symptomatische laatste nummer dat tergend traag begon met tenenkrullende zang om dan plots te eindigen met een weldadig gitaarepos.

Bij Roy & The Devil’s Motorcycle viel er visueel eigenlijk niet zo heel veel te beleven op het podium. De broers Markus, Matthias en Christian Staehli zagen er, net als in Kortrijk, wat vermoeid uit (ik vermoed dat ze er altijd zo uitzien, drummer Elias Raschle zag er wel patent uit) en er werd al eens met dichtgeknepen ogen of met de rug naar het publiek gemusiceerd. Maar als het muzikaal zo goed zit zal daar wellicht niemand om malen.
Er werd furieus geopend met twee nijdige garagerocksongs waaronder “You better run”, prijsnummer uit hun laatste plaat ‘Tino: Frozen Angel’.
Daarna werd het roer meteen volledig omgegooid en kregen we een ellenlange en adembenemende instrumental waarin de drie gitaren repetitief tegen elkaar op stuiterden en om beurten de sterren uit de hemel speelden. Een gedurfde oefening die jammer genoeg zijn weg naar het vinyl nog niet gevonden heeft.
De rest van de set klonk wat conventioneler maar was daarom niet minder smakelijk. Hun inventieve psychedelische gitaarrock sleurde me mee in een benevelende roes die niet lang genoeg kon duren.

Roy & The Devil’s Motorcycle zijn reeds meer dan twintig jaar actief, hoog tijd voor wat meer erkenning!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Christine & The Queens

Zieke Christine (and the Queens) brengt wat ‘chaleur humaine’ naar Brussel

Geschreven door

Zoals de titel al doet vermoeden, was het geen fitte Heloïse Létisser – alias genderbender Christine – die we vrijdagavond op de planken van Vorst Nationaal te zien kregen. Na het openingsnummer “Starshipper” verontschuldigde ze zich voor ontoereikend stembereik wegens ziekte, en later liet ze op haar Facebookpagina verstaan dat de show pas kon doorgaan na een verkwikkende dosis cortisone.
Niet dat ze er zelf geen zin in had: ze wilde coûte que coûte in Brussel het beste van zichzelf geven, om – dixit Héloïse – “terug te geven wat jullie me gedurende anderhalf jaar hebben gegeven”.

Christine and the Queens hebben dan ook op een erg korte tijd het hart van het Belgische publiek veroverd: eerst verzorgden ze het voorprogramma van Stromae, om in oktober 2014 zelf te touren met het debuutalbum ‘Chaleur Humaine’  (Because Music, 2014). De eerste stappen als hoofdact zette Christine hier in de Botanique, ze werd vervolgens  volwassen in de Cirque Royal en tijdens de hete zomermaanden bevestigde ze – met wisselend succes – haar status als electropop-koningin op de weides van Werchter en Pukkelpop. De zegetocht werd tenslotte bekroond met een uitverkocht Vorst Nationaal. Het is natuurlijk maar de vraag hoe vaak men met één album en één show kan blijven verrassen.
Maar Christine heeft duidelijk geen last van concertmoeheid en het ontbreekt haar allerminst aan enthousiasme. Melodieuze nummers geïnspireerd op de synthpop uit de jaren ’80 zoals “Half-Ladies” en “iT”, en de zware technobeats van “Pretty-Ugly”, worden afgewisseld met flarden uit monsterhits zoals “I Feel For you” van Chakha Khan en Technotronic’s “Pump up the Jam”.
De aanstekelijke choreografie van de Franse Marion Motin (zie ook Stromae) die Christine en haar vier dansers opvoeren, fungeert als een verlengstuk van de muziek en is erg boeiend om naar te kijken. Haar meest bekende “Christine”, die in het midden van de set valt, doet de zittende menigte op de flanken recht veren. De theatrale kant van Christine komt dan weer tot uiting in “Here” en de - met dichterlijke vrijheid aangepakte - cover van Michael Jackson “Who is it”, waarbij Christine, even alleen op het podium en onder het witgele licht van één spot haar hartenpijn uitschreeuwt. Via de videowall brengt ze ook andere muzikanten op het podium, zoals in het bedwelmende “No Harm is Done”, een duet met de jonge Amerikaanse rapper Tunji Ige. Het nummer werd uitgebracht ter promotie van de Amerikaanse versie van haar debuutalbum en beschrijft het moment “voordat er iets gebeurt, vooraleer we kiezen welk gevecht we zullen aangaan”.
Het nummer “Jonathan” bracht dan weer een semi-naakte Perfume Genius naar Brussel. Een rustpauze wordt ingelast tijdens “Chaleur humaine”, waarbij Christine met een boeket bloemen een ereronde maakt doorheen het publiek – als een soort (hopelijk tijdelijk) afscheid aan het Belgische publiek.
De bonustracks brengen de zaal nog één keer tot aan het kookpunt, met “Paradis perdus/Heartless” en “Saint Claude”,  de single die ze schreef voor een ietwat onhandige jongen waarvan ze erg veel van had gehouden (terwijl “Who is It” over een vrouw gaat).
De tweede bisronde werd afgesloten met de ballad “Nuit 17 à 52”, die vooral bezuiden de taalgrens veel airplay heeft gekregen. 

Hoewel ze door ziekte misschien niet voluit kon gaan in Vorst, entertainde Christine and the Queens anderhalf uur een erg uitgelaten publiek, en van stemproblemen hebben wij niets gemerkt. Het moet gezegd, de mix van dans, theater en muziek – handelsmerk van Christine & the Queens –  houdt de aandacht wel vast, en ook de sobere scenografie met Dan Flavin-gewijze TL-verlichting, brengen veel sfeer op het podium.
Als de muziek niet altijd even hard kan boeien – niet alle nummers zijn singlewaardig en ook de Engelse lyrics zijn vaak moeilijk verstaanbaar, wat soms vervelend kan zijn – is er nog altijd de erg expressieve présence van Héloïse Létissier om op terug te vallen. Het spel tussen het mannelijke en vrouwelijke, weerspiegelt in de androgyne look van Christine, haar oproep om samen de eigen voornaam te roepen zodat we uiteindelijk allemaal “Christine” worden, haar interesse voor de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders – ze vermeldde zelfs de film ‘Paris is Burning’ als inspiratiebron – maken Héloïse Létissier ook buiten de concertzalen een boeiende artieste. En ze is nog maar 27! We zijn alvast erg benieuwd hoe ze, zowel muzikaal als persoonlijk, zal evolueren.

Neem gerust een kijkje naar de pics van haar set vorige week Zénith, Lille
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/christine-and-the-queen-26-09-2015/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Major Lazer

Major Lazer – Met dank aan het publiek …

Geschreven door

De eerste keer Major Lazer, daar kijk je naar uit. Na lovende recensies na hun passages op Pukkelpop en Rock Werchter de voorbije jaren, geloof je dat dit een feestje is dat je niet mag missen. Tel daarbij het publiek dat deze avond enkel en alleen voor Diplo en co naar Paleis 12 is afgezakt en je krijgt de perfecte basis voor een topavond.

Al bij de eerste beats die de groep loslaat op het publiek merk je dat de sfeer goed zit. Uitzinnig en klaar voor een feestje gaat het publiek mee op de bassen van Major Lazer. Bijna leek het erop dat ze meteen een grote hit “Bumayé” op de pompende massa zouden vrijgeven, met luid gejuich tot gevolg. Maar daar beslisten de mannen even anders over – “Hier zijn jullie nog niet klaar voor” was de boodschap.
Maar àlles werkte: de avond werd gevuld met een mix van eigen nummers en andere toppers van Martin Solveig, Macklemore en House of Pain. Het trio weet bovendien als geen ander hoe ze op het publiek moeten inspelen. Confettikanonnen, papiersnippers, occasioneel een “put your hands up!” – het publiek antwoordde op alles dankbaar met luid gejuich. Onuitputtelijke danseressen inclusief, volgens de band ook de beste danseressen ter wereld.
Op de tonen van Swedish House Mafia liet dj Diplo zich in een gigantische luchtbal opblazen, om zo over het publiek gerold te worden. Leuk idee, zij het dat het leek alsof hij gehaast was om zo snel mogelijk naar zijn podiumstek terug te keren. Een gemiste kans om een groter deel van het publiek te bereiken – de zaal was wel degelijk uitverkocht.
Misschien wou hij op tijd terug zijn om te genieten van de dames die nadien op zijn dj-booth de ziel uit hun lijf werkten. Begrijpelijk.
Tijd voor het vervolg op de echte Major Lazer Sound met “Roll the Bass” en “Jah No Partial”. In ontbloot bovenlijf – wij klagen niet - riep het brein van de groep op om zich van t-shirts te ontdoen. Wanneer hij erom vroeg, mochten de t-shirts in het rond gezwierd worden en zelfs in de lucht gegooid worden. Dat leverde vooral leuke beelden op vooraan in het publiek, waar verbazingwekkend veel t-shirts de lucht in gingen. De temperatuur in de zaal was intussen gestegen naar een niveau waarop het niet meer nodig is om die t-shirts terug aan te doen. Met een mix van Tove Lo en Diplo’s eigenste Bieber-product “Where Are Ü Now” werd daar verder op ingespeeld.
Diplo had duidelijk als missie om zijn jongste album te promoten. “Wie heeft Peace is the Mission al?”, luidde het. Misschien dat “Blaze Up the Fire” de twijfelaars wel nog kon overtuigen. En als dat niet hielp, moesten de vlaggen met “Peace is the Mission” erop hulp bieden. Al vlaggenzwaaiend liet hij het publiek even tot rust komen op het prachtige “Get Free” - ironisch genoeg een nummer dat niet op dat album staat.
Het tempo werd terug opgedreven met Sean Paul, Eva Simons – wiens nummer schaamteloos gepersonaliseerd werd tot “Hey Major Lazer” – en Dr Dre’s “Next Episode”. Opwarmers voor het kontenschuddende “Bubble Butt” én de megahit van House of Pain, “Jump”. Wie toen nog altijd stil stond, deed dat zeker niet meer toen – eindelijk!- “Watch out for this” uit de boxen schalde, met bijpassende glitterslierten. Niks werd gespaard om de springende massa op zijn wenken te bedienen. Jammer genoeg bleek ook hiermee het hoogtepunt van de avond bereikt te zijn.
Eventjes gingen de mannen het podium af voor een kledingwissel en nadien leek het alsof ze niet meer van plan waren om zich in het zweet te werken. Het recente en prachtige “Powerful” bracht geen hysterie teweeg, hier en daar werd het eerder binnensmonds meegezongen. Om terug wat beweging in het publiek te krijgen roepten de MC’s op om zich van links naar rechts te begeven. Op het reggae-achtige “Sound Bang” leek dat toch maar voor de helft van de zaal te lukken.
Na de vrouwelijke live-interventie op “Too Original” werd alles gehuld in een zwart-witte sfeer. In een zee van mist kregen we de melodie van dé megahit van 2015 te horen. “Lean On” deed de mist nog één keer optrekken en werd van begin tot einde meegezongen. De mannen van Major Lazer gaven nog even mee hoezeer ze van België hielden en bombardeerden ons land tot hun tweede thuis. Als dank werd nog een foto genomen en met het toepasselijke “All My Love” namen ze afscheid van hun fans.

Major Lazer toonde in Paleis 12 dat ze weten welke ingrediënten nodig zijn voor een feestje. Toch misten we nog een kers op de taart. Misschien waren het de hoge verwachtingen of de tempodalingen op het einde, maar we gingen niet naar huis met een ‘wow’-gevoel.
Major Lazer kon rekenen op een héél dankbaar publiek dat zich gemakkelijk liet meeslepen. Deze mensen waren gekomen voor een feestje, niet voor minder. De megahits konden onze honger stillen, maar een verlangen naar meer zat er voorlopig niet in.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 195 van 386