logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors
Editors
Concertreviews

Alex G

Alex G. - onvervalste collegerock zoals in de Nineties

Geschreven door

Alexander Giannascoli is niet bepaald een artiestennaam die gemakkelijk bekt, dus houdt de 22-jarige collegestudent uit Philadelphia het maar op Alex G. Alex G. neemt zijn platen thuis op, en krijgt daarbij hulp van zijn zus voor het artwork. Een echte slaapkamerartiest dus, die zijn eigen nummers met gitaar en keyboard in elkaar knutselt in de lo-fi traditie. Vorig jaar leerden we hem kennen met het album ‘D.S.U. (Dream State University)’ en met ‘Beach Music’ dit jaar, zijn zevende plaat al, werd hij nu opgepikt door het  Domino-label. Een heel productieve artiest dus, die ons doet denken aan Elliott Smith, Sparklehorse, Guided by Voices, en ook wel de vroege Ween, vooral dan omdat hij naast zijn normale zangstem, zijn falsetstem, ook nummers zingt met een heliumstemmetje, dat in combinatie met de drumcomputerbegeleiding wel heel erg  aan Dean en Gene Ween doet denken, die trouwens ook uit Pennsylvania komen en net als Alex G. al op heel jonge leeftijd met muziek begonnen.

De tunnels in Brussel zaten goed dicht, zodat Alex G. al begonnen was toen we in de Witloof Bar toekwamen. Live was Alex G. een viertal in traditionele rockbezetting,  drums, bas en twee gitaren dus die een stuk potiger uit de hoek kwamen dan op plaat.
Onvervalste collegerock dus in de stijl van Pavement, maar dan toonvaster gespeeld en gezongen. Built to Spill was nog een naam die bij mij op kwam, vooral dan door de stem van Alex, want op epische gitaaruitbarstingen moest je niet wachten: in pure lo-fi stijl klokten de meeste nummers net boven de twee minuten dertig af, als een song een hoede hook had en er verder niks verteld moest worden, dan werd de song gewoon abrupt afgebroken. Met zeven albums op je conto op je tweeëntwintigste hoeven er natuurlijk ook geen nummers gerekt te worden, gewoon een nieuwe farde nummers opentrekken leek wel het motto.
Instrumentale niemendalletjes onder de minuut zaten er ook tussen, en in een nummer onderbrak een drumsolo gewoon de melodie om in een volledig andere richting verder te gaan. Het kan ook zijn dat er gewoon twee nummers op  onhandige wijze aan elkaar geplakt werden, in ieder geval, het was lekker rommelig zoals  lo-fi moet zijn. Door het vroege aanvangsuur was er ruim tijd voor bissen, zodat Alex G. een halfuur verzoeknummers aan nam van het publiek. “After Ur Gone” en “Axesteele” waren mijn favorieten, tweeminuten-snoepjes voor headbangers.

… Mark Linkous en Robert Pollard hebben een waardige opvolger, Alex G. is zijn naam …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

James Leg

James Leg - Ondanks een sputterende piano in grootse doen

Geschreven door

Ik herinner me het eerste concert van de Black Diamond Heavies in de 4AD anno 2007 nog als de dag van gisteren. Wat een explosieve kracht school er in dat duo! Later zag ik ze nog talloze keren terug want ze toerden als gekken (drie Europese tournees per jaar was geen uitzondering, eerder de regel) en telkens hing er magie in de lucht.
Tot er eind 2010 een einde aan het sprookje kwam toen de superbe drummer Van Campbell vond dat het genoeg geweest was. Maar organist-zanger James Leg bleef koppig doorgaan met telkens een andere occasionele drummer, zij het wat zwalpend. Net toen ik het ergste vreesde, zag ik in 2013 een herboren James Leg, die de drank en alle andere gevaarlijke genotmiddelen had afgezworen, terug in Middelburg. Dit jaar verscheen dan zijn tweede soloplaat, ‘Below the belt’, die er best mag zijn. Ik verwacht telkens een meesterwerk als die eerste Black Diamond Heavies-plaat, “Every damn time”, mijn wat onredelijke eis werd evenwel niet ingewilligd. Maar James Leg is iemand die je vooral live moet zien, dus trok ik naar Brussel.

Zoals een beetje verwacht bleek het sympathieke Magasin 4 een paar maten te groot voor James Leg. Vooral The Freeborn Brothers hadden hier last van en kregen het her en der verspreide volk moeilijk aan hun kant. Uiteindelijk trok Matt Plesniak dan maar zelf al dansend de zaal rond wat een aardig zicht opleverde met die stompfoot tamboerijn aan zijn ene voet. Het drietal uit Polen omschrijft hun muziek zelf als ‘gypsy hobo trash grass punk-‘n-roll’ en dat zal wel ongeveer hetgene geweest zijn wat we op ons bord kregen. De stevig voortjakkerende songs met een losgeslagen banjo, een ratelend washboard of een pompende accordeon konden alvast de kilte uit mijn stramme ledematen verdrijven. Enkel wanneer er wat gas teruggenomen werd, wat gelukkig niet al te veel gebeurde, kwamen hun beperkingen bovendrijven. Niettemin een aangename opwarmer.
James Leg stoof er als vanouds furieus in en lokte het volk meteen naar voor maar tijdens het eerste nummer al gaf zijn oude Fender Rhodes piano, die zo te zien beide wereldoorlogen nog van nabij heeft meegemaakt, de geest.
Na wat oplapwerk kreeg een duidelijk geïrriteerde James Leg het ding toch weer aan de praat maar tijdens het eerste half uur bleef de klank geregeld wat haperen. Dat vervelende probleem maakte hem bijzonder nijdig - een paar keer had hij duidelijk zin om zijn piano tegen de vlakte te stampen – maar zelfs dat kon geen rem zetten op een gedreven, pittige set.
Samen met zijn tegenwoordig vaste partner in Europa, drummer Mat Gaz uit het Franse Angoulême, die onlangs nog met zijn andere band Mars Red Sky op het Desert Fest in Trix speelde, produceerde hij een stevige bezielde sound waarvan de wortels diep in de soul, gospel en country verankerd waren. De nieuwe songs moesten niet onderdoen voor de talrijke Black Diamond Heavies parels als “White bitch”, Leave it in the road” of “Poor brown sugar”. Vooral “Dirty south” kon zo weggeplukt zijn uit een BDH elpee en was met zijn “Sympathy for the devil” oe-oe’s na “Fever in my blood” met zijn “Gimme shelter” passage de tweede song die verwees naar de Rolling Stones.

Een zich herhaaldelijk voor het slechte materiaal excuserende James Leg zal wellicht niet tevreden geweest zijn, toch haalde hij tijdens de bis nog eens alles uit de kast in een werkelijk fenomenale versie van “Ain’t talking about love” (Van Halen).

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Beoordeling

U2

U2 - Zo vertrouwd, zo vernieuwend

Geschreven door

Na vijf jaar was het terug zo ver. Jawel, zo lang is het geleden dat de klauw van Bono en co het Koning Boudewijnstadion inpalmde. Toen was het voor de ‘360°’-tour, anno 2015 is het de ‘Innocence + Experience’ tour. De naam van hun tournee doet al vermoeden hoe de volgende plaat van deze groep kan heten, ‘Songs of Experience’? .

U2
is muzikaal een trendsetter geweest, denk maar aan de ophefmakende plaat ‘Boy’, en met de jaren beseften ze dat het niet alleen om muziek ging bij een concert. Video-walls, projecties, special effects, als één van de eerste wist deze Ierse band daar gebruik van te maken. Tot op vandaag slaagt deze groep erin om altijd iets nieuws te brengen.
Een podiumopstelling die nooit eerder is vertoond en een immense video-wall in de lengte van het Sportpaleis, die synchroon op en neer beweegt. En alsof dat nog niet voldoende was, konden de artiesten de wall betreden alsof ze in de video zelf meespeelden. Vernieuwend!

Muzikaal was de avond te kort om alles in een concert van twee uur te gieten, ook al omdat de twee uitverkochte concerten niet volledig dezelfde setlist hadden. “Out of control” aan het begin van een concert, jah dan weet je het wel. “The Miracle”, “Song for someone”, “Raised by Wolves” en niet te vergeten “Iris”, opgedragen aan de moeder van Bono die veel te vroeg is overleden. Allemaal nummers van het meest recente werk van U2, genaamd ‘Songs of Innocence’.
Tussen al het nieuwe werk, “Sunday Bloody Sunday”. Doe eens de moeite om de versie van 1985 te bekijken tijdens het Live Aid Concert in het Wembley Stadion en bekijk daarna eens de editie van 2015 van deze tour. Typisch voor de band, het herwerken van vroegere successen. Je hoort dan de echte U2 fans tegen elkaar bezig van, die versie heb ik daar gemist, die versie van dat nummer heb ik tijdens die tournee gezien, … Fantastisch!
Verder in de set kwamen nummers als “Pride” en “With Or Without You”, onmisbaar tijdens een concert van U2, en het trio waarmee ze na meer dan twee uur afsloten: “City Of Blinding Lights”, “Beautiful Day“ en “I Still Haven’t Found What I’m Looking For”.
Bono zou Bono niet zijn al hij zich niet zou voordoen als de ideale wereldverbeteraar. Zijn speech over het ideale Europa, zijn mening over de vluchtelingen en niet te vergeten zijn moeilijke jeugd in het soms nog altijd woelige noorden van Ierland. Dat heeft hem gevormd tot wat hij nu is, de zanger van één van ’s wereld meest succesvolle bands allertijden.

Het is door de jaren heen allemaal wat minder heftig geworden, Bono springt niet meer als een jong veulen over een podium, de fans verjongen ook niet maar wat wel is gebleven , is dat typische U2-geluid van The Edge  met zijn gitaar. Vanaf de eerste noot weet je het, dit is een concert van U2.  Ik ben fan, U2?

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Y&T

Y&T - Alcatraz tovert met Classic Rockband Y&T De Kreun om in hardrocktempel!

Geschreven door

Y&T - Alcatraz tovert met Classic Rockband Y&T De Kreun om in hardrocktempel!
Y&T
Kreun
Kortrijk
2015-10-13
Dominiek Cnudde

Goe bezig de mannen en vrouwen van Alcatraz! Want naast het gerenommeerde Metal Festival, dat deze zomer goed was voor 13.000 hardrock- en metalliefhebbers, organiseert Alcatraz.be met de regelmaat van de klok ook clubconcerten in de! rocktempel van Kortrijk, de Kreun. Op de affiche voor dit najaar o.a. Annihilator, Michael Monroe & The Poodles maar ook klinkende namen uit de hardrockwereld zoals W.A.S.P. & Y&T!

Aangekomen in Kortrijk bleek het niet zo evident te zijn om een parkeerplekje te vinden. Hierdoor konden we slechts de drie laatste songs meepikken van de set van het Belgische Wizz Wizard, dat een aardig geluid de zaal instuurde. De Kreun was al helemaal volgelopen en de hartelijke respons op Wizz & zijn mannen was best hartverwarmend. Wizz Wizarrd kon slechts een kort setje spelen van 30 minuten maar in die korte tijd hadden ze toch enkele zieltjes gewonnen.

Niet heel erg lang was het erna wachten op Y&T, al was het wel al van 1998 geleden dat ik de Californische hardrockband nog live aan het werk had gezien. Ondertussen is er toch wel het één en ander gebeurd binnen de Y&T rangen. Sinds het overlijden van bassist Phil Kennemore in 2011 is Dave Meniketti immers het enige overgebleven originele Y&T lid. Maar toch heeft de band sinds 2007 een vaste basis opgebouwd met naast Meniketti: John Nymann op gitaar en Mike Vanderhule (aka Bobby Cymbal) achter de drumkit. De flamboyante Brad Lang is sedert enkele jaren de vervanger van wijlen Kennemore. In 2010 bracht de band verrassend via Frontiers Records na 13 jaar nog eens een nieuw studioalbum uit. 'Facemelter' kon slechts deels de strijd aanbinden met het fantastische oeuvre dat de band vooral in de jaren tachtig opbouwde. Goed voor bijna 4 miljoen verkochte albums! Aan klassiekers geen gebrek. De setlist zat dan ook vol met 'Y&T oldies' die iedereen wou horen.
Opener "Hurricane" zette de sfeer voor wat een uitzinnig feestje werd. Een pletwals van hardrockriffs en vette groovy hardrockmelodieën bracht De Kreun al heel erg vroeg tot een kookpunt. Meniketti's begeleidingsband bleek een hechte groep die heel erg goed wist hoe ze het toegewijde publiek moest bespelen.
Toch draaide het allemaal rond één man, de grote Meniketti die op de gezegende leeftijd van 61 jaar zijn ziel uit zijn lijf speelde. Vocaal mag hij dan wel hier en daar wat moeilijkheden hebben in de hoogste regionen, echt storend werd dit nooit. Mijn all-time-Y&T favoriet "Mean Streak" knalde als nooit tevoren en ook het opbouwende "Midnight In Tokyo" was één van de vele onvergetelijke momenten van de avond. Toch was er met 3 songs uit 'Facemelter' ook plaats voor wat recenter Y&T materiaal. Hierbij genoot het publiek evenzeer als tijdens nostalgische pareltjes zoals de waanzinnig knappe monsterballad "I Believe In You". Maar ook de wat commerciëlere songs uit 'Contagious' zoals de titeltrack en "Eyes Of A Stranger" bevestigden de stevige live-reputatie van de band. Ook de 'love it or hate it song' "Summertime Girls" (hun grootste commerciële succes) misstond niet in de set! Met het aan Kennemore opgedragen "I'm Coming Home" nam de band voor een eerste keer afscheid en had het de Kreun ondertussen omgetoverd tot een gigantische sauna. Maar goed ook wat de heren uit California lieten eerder weten dat ze het erg koud vonden in ons Belgenlandje.
Tijd om op adem te komen kregen we amper want ook de bisronde was wervelend. Trouwens alleen al voor de intro van afsluiter "Forever" zou je een Y&T show moeten bijwonen.

Y&T is zo'n band die me live nog nooit heeft teleurgesteld. Je kan kritisch zijn en mopperen dat de band steeds verder teert op successen en songs van vele jaren terug. Maar zouden alle Classic Rockbands dit niet beter doen en toegeven aan wat de fans echt willen horen. De wervelende show deed alvast velen onder ons hun jeugd herbeleven en het was goed om als vanouds de luchtgitaar weer eens te bespelen. Hell Yeah! Sublieme hardrockavond!

Setlist:

*Hurricane *L.A. Rocks *How Long *Black Tiger *Rhythm Or Not *Mean Strea
k
*Dirty Girl *Midnight In Tokyo *Take You To The Limit *Cold Day In Hell
*I Believe In You *Eyes Of A Stranger *Contagious *I Want Your Money
*Summertime Girls *Rescue Me *I'm Coming Home
------------
*Open Fire *Hell Or High Water *Forever

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/y-t-13-10-2015/
Organisatie: Alcatraz Music (ism Kreun, Kortrijk)

Beoordeling

Vetiver

Vetiver – long way road music

Geschreven door

Met die Amerikaanse band Vetiver rond Andy Cabic hebben we wel ‘iets’ … De muziek is ideaal bij een ‘long way road’, de blik op oneindig, mijmerend, wegdromend om dan in het laatste stuk geconcentreerde de juiste richting van je bestemming te rijden, maw we sturen de rustig voortkabbelende, dromerige songs die sfeerschepping voorop stellen in de beste neofolky/americana stijl , op het eind bij met een paar groovy uppercuts. De ruim anderhalf uur durende set van de amicale heren, mannen met een pet op , valt op die manier samen te vatten .

Al meer dan tien jaar is Vetiver bezig en spijtig genoeg bereiken ze maar een select publiekje. De band catalogeren we niet als een ‘faits divers’ , het is een band die een zich een belangvol plaatsje mag toe eigenen , naast een Fleet Foxes , The Silos , of de in de running zijnde bands Wilco, Giant Sand,  Grizzly Bear, Local natives en een Devandra Banhart.
De uit San Francisco opererende band biedt heel wat ruimte aan het elektrisch en akoestisch gitaarspel, die de easy listening pop bevordert, vooral in het eerste deel van de set ervaarden we een soundtrackgevoel .
De nieuwe plaat  ‘Complete strangers’ , de zesde al , vormde de rode draad en laat een iets directere aanpak toe , “From now on”, “Current carry” en “Stranger still” zijn er al drie die sprankelen , tintelen en het gaspedaal dieper indrukken door een dampende, funkende groove.
Heerlijk genietbaar dus … Een frisse bries waait over het songmateriaal heen en Cabic’s indringende vocals op z’n Paul Simon’s zit er mooi in verweven .

Vetiver bood een open, warme sound van innemend, sfeervol  materiaal en laat een extraverte groove doorschijnen . We worden hier dan wakker geschud in de mijmering van midzomeravonden … Sing/songwriting + band op z’n best!

Organisatie : Ancienne Belgique , Brussel

Beoordeling

Stan Van Samang

Stan Van Samang – Een feilloze show!

Geschreven door

30000 toeschouwers, een fantastische led-wall met verbluffend grafisch en visueel spektakel, een ontzaglijk goeie frontman, een geweldige live band , kicking-ass backingvocals, een super georganiseerde entourage.
Een uitzinnig publiek…..
Som dit op en vertel het aan je vrienden, en ze vragen je naar welke internationale artiest je bent geweest.
Gewoon, naar een Belgische artiest met internationale uitstraling…..

Wittekerke, nooit gedacht dat een ‘kunstmatig’ kustdorp aan de basis zou liggen van een Belgisch toptalent. Stan “ de stakke” voor de vrienden, Van Samang, sloeg geen stap over en bouwde zorgvuldig aan de carrière. Camera-bedrevenheid, podiumervaring, how to become a crowd pleaser…
En dat voel je nu in z’n shows dat alle elementen samenvallen en dat Stan de metier beheerst. En vooral, hij is al die jaren zichzelf gebleven. Geen artiestennaam, geen bling bling, dat zalige Vlaams-Brabantse dialect behouden. Het zijn allemaal elementen die meespelen waarom hij zo’n hoge aaibaarheidsfactor heeft. De “stakke’ is ene van ons.
Zo ook de show. Deze avond dvd-opnames, en dat voelde je. Er hing een opgewonden vibe in  de zaal. Stan begon in het tegenlicht van een super led-spot met “Scars”. Verdween daarna om dan aan een opbouwende aftelling te beginnen. Nooit gezien en zo slim de spanning opgebouwd. “Junebug” was de ideale opwarmer als meezinger, waar we vervolgens voor de eerste keer werden weggeblazen door de led-wall tijdens “Poison”. Daar ging het blazertje uit, wat het sein gaf tot een dans-en springfestival
J, ook al waanden we ons in de duinen. Om dan de zaal te bestormen tijdens “Second hand life”. Vriend Filip Peeters had Stan gevraagd om mee te werken  aan z’n nieuwe film ‘Wat mannen willen’, wat resulteerde in “Lucky me”. De bindteksten, nog steeds in dat zalige dialect, definiëren Stan ten voeten uit. “One for the road” was da aanleiding voor een verhaal rond 1000 pintjes en het ultieme excuus van de ‘allervoorlaatste’. Een adempauze kwam er met “Sirens”, “Thieves”, “All-in my head” ( begeleid door Stan op de drum ), en “Everything starts with one”. Met “Hang on” neigt Stan zelfs een beetje naar de Editors door een zware bas te leggen in z’n stem.
Z’n afkomst van Wijgmaal werd nog eens benadrukt door Stan zelf met een lofrede gericht aan vrienden, kennissen en familie wat resulteerde in “Welcome home” gevolgd door de uptempo nummers “This time” , “Watcha gonna do” en “Is it over you”.
Grote vriend en medeontdekker  Eric Melaerts werd erbij gehaald om “Chasing cars” te begeleiden. Dat beiden een diepe respect voor elkaar hebben lieten ze duidelijk blijken. Ook bij “King in my head” en  “Some of us” bleef Eric Stan trouw bijstaan.
Dat Stan er graag iedereen bij betrekt en ook aantoont dat dit niet zomaar een vriendenbende is, wordt duidelijk bij het ‘STOMP’-achtige “When doves cry”, de cover van Prince. Heel origineel ( winkelkarren, vaten, emmers?? ) en prachtig qua opstelling en belichting.
Iedereen mocht dan op de stoelen met het aanstekelijke “A simple life”.  Hierna gevolgd door de aankondiging van de grote stap richting Sportpaleis. “I didn’t  know”  gooide nog wat olie op het vuur, en de set werd afgesloten met een andere versie van “Scars”.  
Het dak ging er dan bijna volledig af met “Goeiemorgend goeiendag”  en het prachtig bewerkte “Een ster”. Letterlijk, want de Lotto Arena hing er vol van tijdens de song.
Her en der werd al gesuggereerd dat er een overkill zou zijn aan Stan Van Samang. Ik kan deze mensen gerust stellen. Aan kwaliteit kan  je NIET verwend, noch verzadigd geraken! Laat een buitenlandse artiest deze show brengen, en het gaat de wereld rond. Als Stan dit doet, vraagt men zich af ‘hoe lang dit wel zal duren’… Ik ben er gerust op, deze ster is zich nog volop aan het ontwikkelen en slaat geen stap over. What you see is what you get. Stan is en  blijft zijn eigen aimabele zelve. (getuige z’n bindteksten J )

De 2 uur durende show werd moeiteloos gevuld, werd prachtig georkestreerd door de regie, een feilloos zingende frontman , geback-upt door krachtige background singers en een goed ingespeelde band. 
Stap voor stap groeiend, alsook de achterban. Nu spelend in de schaduw van het Sportpaleis, volgend jaar deze tijd in ….. de spotlights ervan. Ja , onze Stan, hij wordt GROOT!

Graag had ik nog de entourage en het management bedankt voor de luxe die we als fotograaf /reviewer mochten ervaren. Een vrije rondloop is een unieke ervaring en echt zelden meegemaakt. Ook hierin zie je de symbiose van zanger /management. Echt gewaardeerd!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/stan-van-samang-09-10-2015/
Organisatie: Live-Entertainment

Beoordeling

Palma Violets

Palma Violets - Leven na de dood

Geschreven door

In deze tijden waarin internetfenomen uiterst zelden langer dan een dag ‘viral’ blijven en waarin persoonlijke berichtjes amper 10 seconden duren alvorens ze voorgoed verdwijnen (‘snapchats’), kortom, in tijden die gekenmerkt wordt door een ongeziene vergankelijkheid en vluchtigheid, zou het in zo’n klimaat nog lukken om met je gitaargroepje het leven te veranderen van een generatie jongeren, zoals Arctic Monkeys, The Strokes en The Libertines dat gedaan hebben in het eerste decennium van de 21ste eeuw? Kregen de afgelopen jaren, vaak van de Britse pers, die sleutel in handen: The Vaccines, Howler en Palma Violets. Is het hen gelukt? Niet echt. In Palma Violets geloofde ik nochtans. Want toen ze voor het eerst kwamen piepen eind 2012 en ik in het zesde middelbaar zat kón je niet anders dan erin geloven. De bandleden deelden een huis in Londen, gaven er (uiterst rommelige) optredens en namen er hun debuutplaat op. Die plaat, ‘180’, noemden ze “a manifesto” en had als mantra “giving a fuck is back in, we’ll see you on the other side”. Het leek allemaal een beetje op het bohemien sfeertje dat ook rond The Libertines hing. Het mocht echter niet zijn, eerder dit jaar in mei kwam de tweede uit, ‘Danger in The Club’, een plaat die vrijwel geruisloos passeerde, ondanks de vele goudaders die ze wel degelijk aanboort.  Geen singles die opgepikt werden door de Studio Brussels van deze wereld, een passage voor een, eufemistisch uitgedrukt, halflege tent op Dour en het feit dat ze nu in de Orangerie van de Botanique geprogrammeerd stonden, daar waar ze twee jaar geleden nog in de AB stonden (een zaal die, toegegeven, ook toen een maatje te groot bleek), als voornaamste indicatoren.

Goed, mij hoort u niet klagen; de Orangerie is wel degelijk een fantastische zaal, ware het niet dat ze op 7 oktober amper half volgelopen was voor de Britse indierockers. De Violets lieten het zich echter niet aan het hart komen en deden, gelukkig maar, gewoon waar ze het allerbeste in zijn: een flink potje rammelen en er een dikke 18 nummers doorjagen aan een redelijk tempo.
Openen deden ze zowaar met een B-kantje, “Five Gold Rings”, waarna ze “Rattlesnake Highway” speelden, meteen goed voor de eerste crowdsurfer. Het werd toen al duidelijk dat de nummers uit de debuutplaat ‘180’ op meer respons zouden kunnen rekenen dan de nieuwe. Jammer eigenlijk, want nieuwer werk als “Girl, You Couldn’t Do Much Better On The Beach” en vooral het fantastische “English Tongue”, een nummer dat alles in zich heeft wat een rasecht anthem nodig heeft, waren zeker niet de mindere broertjes van de ‘180’-nummers. Ook mooi: Palma Violets is niet het soort band dat hun hitjes opspaart tot helemaal aan het eind: “Step Up For The Cool Cats” en “Best Of Friends” zaten, netjes na elkaar, al vrij vroeg in de set. Voor “The Jacket Song” (‘second-hand and made in Japan’) wisselden bassist Chilli Jesson en gitarist Sam Fryer van instrument en kwam de roadie een handje toesteken. Chilli grapte dat we die roadie “waarschijnlijk later nog wel zouden te zien krijgen”, waarna hij doodleuk de mondharmonicasolo speelde in het nummer erna: “Danger In The Club”. Altijd in voor een mopje, die Chilli. Eindigen deden ze even eigenzinnig als hoe ze begonnen waren, met een nieuw nummer dat niet op de plaat verscheen: “Ratway Rock Circus”.

De bisronde kwam traag op gang maar “14” maakte veel goed. Dat nummer leek de essentie van Palma Violets wel samen te vatten: de tekst bestaat uit 2 vrij simpele regels die een ode vormen aan de Londense bus 14 die hen na een nachtje stappen naar hun eigen Studio 180 brengt (Oh, 14, take me all through the night / Oh, 14, take me home) en de song rammelt langs alle kanten, maar het werkt wél. Stilstaan was geen optie. De muziekwereld zullen de jongens van Palma Violets niet veranderen, laat staan het leven van een generatie jongeren. Wél is het een band die steevast een glimlach op je gezicht zal toveren. En hoogstwaarschijnlijk is het fenomeen van (indie)bands die je leven veranderen, mede door de eerder aangehaalde vluchtigheid van het moderne leven, wel een stille dood gestorven. Maar “Death Is Not The End”, zoals ze zelf zongen in hun Dylan-cover (hier bij ons beter bekend in de versie van Freek De Jonge: “Er Is Leven Na De Dood”) die de set afsloot, want misschien is het feit dat Palma Violets nog gewoon een band is die keer op keer een aanstekelijk enthousiasme aan de man kan brengen, wel meer dan genoeg.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Richard Thompson

Richard Thompson – The Richard Thompson Electric Trio - Elektriciteit in de lucht en op het podium

Geschreven door

Heel even leek het er op dat de Engelse folkrock god Richard Thompson de herfst van zijn intussen zes decennia overspannende carrière enkel nog zou doorbrengen in het gezelschap van een akoestische sixstring. Voor de adepten van ‘s mans muzikale virtuositeit valt daar natuurlijk weinig op af te dingen, maar anderzijds leverde die unplugged strategie maar weinig bruisende platen meer op.
De jongste jaren lijkt de immer kwieke Thompson echter aan een onvervalste renaissance toe. Alles begon met zijn samenwerking met rootsmuzikant en -producer Buddy Miller wat resulteerde in het toepasselijk getitelde ‘Electric’ (’13), zowaar één van de meest stevige albums uit ’s mans oeuvre én een onverwachte late-career-highlight volgens de critici. Eén en ander inspireerde de 66-jarige Thompson om tijdens de opnames van de eerder dit jaar verschenen opvolger ‘Still’ opnieuw de krachten te bundelen met een Amerikaanse collega. Het alweer voortreffelijke ‘Still’ werd opgenomen ten huize The Loft in Chicago, sinds jaar en dag de muzikale speeltuin van Wilco-opperhoofd Jeff Tweedy. Dankzij die samenwerking met Tweedy mag Thompson zich trouwens weer een beetje ‘hip’ noemen, en dat straalt de man ook ontegensprekelijk uit tijdens zijn huidige tour.

Iedereen die ooit maar één foto van Richard Thompson on stage heeft gezien weet waar de man sinds jaar en dag imago-gewijs voor staat: de eeuwige baret die wel definitief vergroeid lijkt met zijn knikker, de mouwen van zijn doordeweeks hemd netjes opgestroopt, een warrig getrimde ringbaard en vooral, die brede glimlach telkens hij zijn fanlegioen onder ogen komt. En voor alle duidelijkheid, de fans die afgelopen woensdag de weg naar een aardig gevulde AB flex vonden kregen daar een ronduit v-e-r-b-l-u-f-f-e-n-d optreden te zien. U merkt het, dit was één van de zeldzame gelegenheden waar recensenten enig lyrisch taalgebruik achteraf niet hoeven te schuwen, want hoe anders kan je een bijna twee uur durende set omschrijven waarin enkel hoogtepunten te noteren vielen, waar songschrijverschap én muzikale virtuositeit constant de boventoon voerden, en waarbij nog maar eens bleek dat enkel tongue-in-cheek humor de mensheid nog kan redden?
Toegegeven, van een levende legende op leeftijd als Thompson zou je misschien een gezapige performance verwachten, maar niets bleek minder waar. De rijzige zestiger staat tegenwoordig immers op het podium als frontman van The Richard Thompson Electric Trio, een even hecht als virtuoos collectief dat wordt vervolledigd door
Davey Faragher (bas) en Michael Jerome (drums). Beiden zijn zondermeer bijzonder straffe muzikanten die eerder op de loonlijst stonden van de tourbands van respectievelijk Elvis Costello en John Cale. Met slechts drie man op het podium kregen creativiteit en subtiliteit bijna automatisch alle vrijheid, waardoor de live ervaring het beluisteren van platen in je luie sofa vér oversteeg. De interactie tussen een elektrisch fel van leer trekkende Thompson en zijn ritmesectie bereikte op die manier hét hoogtepunt der hoogtepunten tijdens het ruim 10 minuten durende opus “Hard On Me”.
Even verderop in de set zou de legende tijdens de toepasselijk getitelde medley “Guitar Heroes” trouwens laconiek bekennen dat ook hij als gitarist maar een nederige leerling is van zijn grote helden uit de jaren ’40 en ’50 waaronder
Django Reinhardt, Les Paul, Chuck Berry, James Burton en Hank Marvin.
Vanaf de openers “All Buttoned Up” en “Sally B”, respectievelijk geplukt uit zijn recentste twee platen, sneed Thompson al meteen één van zijn favoriete onderwerpen aan: wispelturige vrouwen. De man is wat dat betreft een bevoorrechte getuige, want veel van zijn beste platen uit de 70ies en vroege 80ies schreef Thompson bij elkaar tijdens zijn tien jaar durende echtelijke en muzikale partnership met folkzangeres Linda (Thompson) Peters. We weten al langer dat uit relationele miserie wel eens een meesterwerk wordt geboren, en het sierde Thompson dat hij zijn eigen muzikale verleden allerminst verloochent door twee nummers vanop de indringende vechtscheidingsplaat ‘Shoot Out The Lights’ (’82) in de setlist te houden. Was de sfeer doorheen de avond anders wel vrij ontspannend te noemen, dan werd die eensklaps een pak grimmiger toen “Did She Jump Or Was She Pushed” en “Wall Of Death” uit dat album werden opgediept. Met “For Shame Of Doing Wrong” haalde trouwens ook nog een derde nummer uit de officiële back-catalogue van Richard & Linda Thompson de set.
Toen zijn twee makkers even mochten uitblazen stond Thompson eensklaps op het podium in de gedaante waarin de meeste folkies hem ongetwijfeld het liefst zien verschijnen: solo en akoestisch. Het bleek het ideale moment om de muzikale erfenis aan te spreken die Thompson vijf albums lang tussen ’68 en ‘70 achterliet bij het door hem mede-opgerichte folkrockinstituut The Fairport Convention. “Meet On The Ledge” tekende misschien wel voor het breekbaarste moment van de avond, een ideale track voor straks op de soundtrack van Allerheiligen.
Wie bij het horen van de naam Richard Thompson enkel herinneringen kan ophalen aan zijn radiohitjes “I Feel So Good” en ‘I Misunderstood”, beiden geboren in ’91 op het album ‘Rumor And Sigh’, keerde van een kale reis terug. De eigenzinnige Brit koos met “1952 Vincent Black Lightning” wel een ander nummer uit die plaat, een technisch hoogstandje wat fingerpicking betreft waarvan de titel overigens verwijst naar de gelijknamige motorfiets die in de weegschaal komt te liggen wanneer de eigenaar ogenschijnlijk moet kiezen tussen een flirt of zijn dierbaarste bezit.

Tijdens de twee encores rondes had The Richard Thompson Electric Trio nog wat materiaal in petto uit de jongste worp ‘Still’, waaronder het naar Wilco neigende “Patty Don’t You Put Me Down” en de wulpse rocker “Fork In The Road” uit de bijhorende ‘Variations’ EP.
Het slotakkoord was voorbehouden voor een remake van “Take A Heart”, oorspronkelijk ingeblikt door het illustere Britse psych r&b gezelschap The Sorrows ergens midden jaren ’60 toen Thompson zelf nog een anonieme muzikant was.

Anno 2015 is Richard Thompson intussen uitgegroeid tot een grandioze gitaarheld, begenadigd songschrijver en stand-up comedian, een unieke combinatie van gedaantes die ons in de AB één van de beste optredens van het jaar heeft bezorgd.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 203 van 395