Het zal wel niet de beste jaargang van Leffingeleuren geweest zijn, toch viel er genoeg moois te rapen om van een geslaagde editie te spreken. De mix tussen gevestigde waarden en 'te ontdekken' groepen lokte opnieuw veel muziekliefhebbers naar Leffinge en die zullen wellicht niet ontgoocheld zijn. Het kwam nochtans wat stroef op gang : echte uitblinkers zag ik er vrijdag niet. Op zaterdag noteerde ik enkele flinke verrassingen terwijl de zondag over de ganse lijn van een constant hoog niveau was.
dag 1 – vrijdag 14 september 2012
Waar is de tijd dat The Van Jets als een garagegroepje onverwacht de Rock Rally wonnen? Van het garagegevoel schiet tegenwoordig niets meer over en krijgen we in de plaats overdonderende, bombastische en soms wat aan Bowie schatplichtige glamrock. Aan zelfvertrouwen heeft zanger Johannes Verschaeve, die er uitzag als een jonge Brian Eno, absoluut geen gebrek maar me raken deed hij nooit en de extra man op toetsen, Floris De Decker van Team William, maakte me ook al niet gelukkiger.
Nee, geef me The Subways dan maar. Dit rockte tenminste, weliswaar met de diepgang van een platbodem, maar er zat toch wat vuur in. Dit Britse drietal heeft sinds hun eerste passage op Leffingeleuren (2005) een enorme livereputatie opgebouwd en ik vond het tijd om dat eens te checken. Ze brachten het soort teenage rock, zonder omkijken, dat me deed denken aan Blood Red Shoes, hoewel ik The Subways stukken beter vond. Zanger-gitarist Billy Lunn is een geboren frontman die moeiteloos het publiek voor zich won. Ondermeer door zijn pas geleerde Nederlands te demonstreren en hij slaagde er zelfs in om de ganse tent "mijn moeder" te laten roepen! Tweede troef van de band is de voortdurend rondwervelende bassiste, Charlotte Cooper. Alleen bekwam het zingen deze blonde vamp wat minder. Veel verder dan het geluid van een verkouden goudvis kwam ze niet maar voor de rest geen kwaad woord over The Subways.
Het ging er heel wat ernstiger aan toe bij Tu Fawning, een groep uit Portland, Oregon. Dit collectief rond Joe Haege (ook bekend van 31 Knots) bracht theatrale pop geschraagd door tribale ritmes. Dat klinkt behoorlijk saai en ook de muziek nodigde niet meteen uit tot uitbundig feestvieren, toch probeerde Tu Fawning het luchtig te houden. Zo dook Toussaint Perrault plots in de zaal op met een gekke trombone. De eentonigheid werd handig vermeden door regelmatig eens van instrumenten te wisselen. Maar ik onthield toch vooral de geslaagde cover van "Love will tear us apart" (Joy Division).
Sleepy Sun, uit San Francisco, dat vrijdag in de zaal mocht afsluiten bleek nog steeds in hetzelfde bedje ziek. Mooie sound maar de songs blijven met haken en ogen aan elkaar hangen. Nochtans klinkt de gitaar van Evan Reiss bij momenten imposant en dan hoop je dat hij even door zal scheuren zoals Hawkwind maar dat gebeurde dus niet. Tijdens hun soundcheck speelden ze een uitgerafelde versie van "The letter" (The Box Tops) maar tijdens hun reguliere set hoorde ik nooit een song van dat kaliber. Slecht was het zeker niet maar bij Sleepy Sun heb ik telkens het gevoel dat het zo veel beter zou kunnen.
dag 2 – zaterdag 15 september 2012
Zaterdag begon mijn parcours bij Japandroids, een duo uit Vancouver. Dit keer kon hun gestileerde punk, die met veel spierkracht gebracht werd, me niet volledig overtuigen. Het bleef een beetje hinken op dat ene truckje en met energie alleen red je geen optreden. Naar het einde toe kwam er meer variatie en tijdens dat ene nummer, toen gitarist Brian King op de basdrum ging staan, kregen we alsnog vuurwerk.
Toen ik net voor het optreden wierookstokjes op een monitor zag smeulen begon ik toch even te twijfelen. Zou de houdbaarheidsdatum van de muziek van Wolf People niet te ver overschreden zijn? Want hetgeen wat dit Britse viertal produceert is echt niet van deze tijd. Erg Brits aandoende psychedelische folkrock dat deed denken aan mastodonten als Jethro Tull of Traffic terwijl de zang dan weer herinnerde aan Fairport Convention. Dat klinkt meer dan belegen en bovendien stonden de vier er bij alsof ze wortel hadden geschoten. En toch tekende dit Wolf People voor HET hoogtepunt van Leffingeleuren. Hun plaat ‘Steeple’ uit 2010 vond ik al knap, live klonk het nog een stuk intenser ondanks de thuisgelaten dwarsfluit. De gitaren meanderden zich steeds heerlijk een onvoorspelbare weg vol sublieme tempowisselingen. Wolf People had ook een hele greep nieuwe songs bij die stuk voor stuk ontzettend knap klonken en het beste laten vermoeden voor een nieuwe plaat. Bij deze groep, die verrassend veel bijval kreeg van het publiek, kreeg ik een beetje hetzelfde gevoel als bij mijn allereerste Black Mountain optreden. Een verrassend fris en opwindend concert waarbij de inspiratie gezocht werd in het soort muziek dat door zowat iedereen verguisd wordt.
Kyle Thomas (Brattleboro, Vermont) is niet voor één gat te vangen. Zo speelt hij bij de folkrockgroep Feathers en is hij tevens lid van Witch, het stonergroepje waarin ene J. Mascis aan de drumkit zit. Als King Tuff bracht hij zaterdag in het café heerlijk vet klinkende rammelpop. De King had naast een bassist en een drummer nog een extra gitarist meegebracht wat zijn lo fi liedjes wat forser liet klinken dan op plaat. Ze mochten er dan al wat sjofel uitzien terwijl de nasale stem van Kyle Thomas soms wel erg zeurde, de feel-good factor hiervan lag bijzonder hoog. Enigszins te vergelijken met Harlem, T-Rex of Cheap Time.
Joss Stone verscheen blootsvoets, in een beeldig jurkje, op het podium en kon meteen imponeren met die onwaarschijnlijke stem van haar. Maar al snel werd duidelijk dat alle risico's hier gemeden gingen worden. Die stem mocht nooit eens door het lint gaan en de negenkoppige band, inclusief drie blazers en twee achtergrondzangeressen, hield het steeds bijzonder clean. Echt mis liep het nooit maar tijdens dat ene nummer, "The high road", wanneer niet toevallig de blazers even van het podium verdwenen waren, hoorde ik de Joss Stone die ik echt wilde horen : vocaal ongepolijst uithalend terwijl de begeleidingsband haar hiervoor de ruimte gaf. Een gemiste kans of zou de lokroep van de r&b-dollars ook voor haar niet te weerstaan zijn?
dag 3 – zondag 16 september 2012
Zondag mocht Spinvis met zijn timide, Nederlandstalige liedjes openen en kreeg daarvoor reeds vroeg op de middag heel wat volk op de been. 'Herfstig' was het woord dat bij me opkwam, zelfs zo 'herfstig' dat je bijna hoopte dat het buiten zou gaan miezeren. Tussen de knappe eigen songs hoorde ik ook een mooie cover van "Twee meisjes" (Raymond Van Het Groenewoud).
Na een ingetogen Spinvis kon het contrast met Staff Benda Bilili niet groter zijn. Deze uitbundige Congolese dansmuziek van vijf poliopatiënten en drie backing muzikanten klonk bijzonder aanstekelijk. Staff Benda Bilili betekent "kijk verder dan de verschijning" en zelf voelen ze zich allerminst beperkt zo te zien, swingend als de neten in hun rolstoel. Djunana Tanga-Suele liet zich zelfs even uit zijn rolstoel glijden om op zijn korte stompjes te gaan dansen. Naast de immense stemmenpracht draagt de satongé van Roger Landu bij tot hun unieke sound. De satongé is een zelfgemaakt instrument, bestaande uit een conservenblik, een houten boog en een elektriciteitsdraad, dat een snerpend geluid gaf. Voor sommigen misschien vervelend, ik vond het hun muziek een speciaal effect gevend, een beetje zoals de distortion op een gitaar. Ook opmerkelijk : midden in het optreden vond Kabamba Kabose Kasungo, bengelend op twee enorme krukken onder zijn oksels, nog even de tijd om te gsm'en! Staff Benda Bilili lieten met hun ongebreideld enthousiasme waarschijnlijk niemand onberoerd.
Het Britse Kitty, Daisy & Lewis zijn twee zusjes en een broer, hier begeleid door ma Ingrid Weiss op contrabas en pa Graeme Durham op gitaar. We kregen een smaakvolle mix van swing, rhythm and blues, country en rock-'n-roll uit de jaren '50-'60. Toen special guest Eddie 'Tan Tan' Thornton, op trompet, het gezelschap kwam vervoegen werd er prompt overgeschakeld op ska en rocksteady. Misschien een ietsje te hoog kabbelgehalte maar dat werd verholpen tijdens de delicieuze Canned Heat-cover "Going up the country" met een sensuele Daisy vooraan op snaredrum en Kitty scheurend op mondharmonica. Ze gingen nog even door op dat elan maar tijdens het laatste nummer liep het wat mij betreft toch wat mis toen Lewis zijn gitaar zinloos hard liet snerpen. Kleine smet op een optreden vol subtiele schoonheid.
Big Harp ontstaat wanneer het koppel Chris Senseney (uit een boerengehucht in Nebraska) en Stefanie Drootin-Senseney (uit grootstad Los Angeles), na het maken van twee kindjes, besluiten een band te vormen. De plaat ‘White hat’ is het resultaat en die kwamen ze voorstellen in het café. Bijgestaan door een drummer straalde hun, door country en folk geïnspireerde, muziek een warme gloed uit. De waarachtigheid droop er van af en Chris haalde regelmatig wat onbeholpen (zo leek het toch) uit op gitaar wat mijn rock-'n-rollziel dan weer streelde. Wereldklasse was het niet maar hier in dit kleine café overtroffen ze waarschijnlijk, net als King Tuff op zaterdag, zichzelf. Na deze hartverwarmende set en na drie zware dagen zag ik het lange wachten op Beirut niet meer zitten en vertrok ik huiswaarts. Maar uit een doorgaans betrouwbare bron vernam ik dat ook Beirut niet ontgoochelde.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/leffingeleuren-2012/
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge