logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
The Cure
Festivalreviews

Graspop Metal Meeting 2013 – vrijdag 28 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – vrijdag 28 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

Zoals jaarlijks en met de nodige blijheid, was ikzelf in naam van Musiczine opnieuw aanwezig op het Belgisch metalfestival van uitstek, Graspop Metal Meeting. Dit jaar was er nog meer randanimatie voorzien, want er waren voor de liefhebbers volgende leuke extraatjes te ontdekken namelijk een stand met enkel maar zware bieren, een restaurant waar je de buik kon vullen met bbq, vliegertjes, boksauto’s en een ‘raging bull’ waarbij je lenigheid van je lichaam kon uittesten.

De organisatie had opnieuw een resem leuke namen op de affiche gezet en hierover kun je nu een verslag lezen: terwijl de ‘metal top 50’ nog in mijn kleren zat, waarbij uiteraard Iron Maiden en Metallica de 1e twee plaatsen hadden bezet, en ik ontwaakte tussen de regendruppels ‘s morgens in mijn tentje was het opmerkelijk stil in vergelijking met vorige jaren. Waarschijnlijk lagen de meesten nog knus en warm ingeduffeld te dromen in hun tentje…soit, mij niet gelaten, maar ik had honger in muziek en tot grote tevredenheid zag ik dat Generation Kill hun opwachting ging maken in de ‘Metal Dome’.

Generation Kill, de band zelf zei mij niet direct wat, maar als je een band aan het werk kunt zien waarbij Rob Dukes medeoprichter is, dan weet een thrash fanaat het wel. De mix van crossover en thrash sloegen niet in als een bom, maar tijdens hun 40 minuten durend optreden vlogen de solo’s je wel om de oren. Zeker een band waar ik wat meer van wil ontdekken om dan een objectieve mening te geven…

Ik trok naar de ‘Mainstage’, waar thrash oudjes Heathen van de USA klaar waren om erin te vliegen met slechts 3 full-length albums op hun conto, waarbij hun laatste langspelers (‘The Evolution of Chaos’) maar liefst 18 jaar op zich liet wachten, en voor mij hun beste album ‘Breaking the Silence’ is. Instrumentaal was aan deze Amerikanen niets op te merken, helaas waren de vocalen van Mr. White niet toonvast en leek het of hij op momenten niet mee was in de flow van de gitaarpartijen. Tijdens een zaalconcert heb ik hem alvast veel beter zien zingen, dus ik zal het maar op het vroege uur steken wanneer ze aan de bak moesten. Neen, ik was een beetje ontgoocheld…

Een klein uurtje later stond ik opnieuw aan mijn favoriete bar die uitkeek richting Mainstage, tevens een bar waar de vrijwilligers een dikke pluim verdienen voor hun sociale vaardigheden en doortastende pogingen om mijn West-Vlaamse taaltje onder de knie te krijgen ;-) Grave Digger stond al paraat en ik moet zeggen, ik ben daar deftig van verschoten. Oké, ik ken de band wel al van horen, maar op plaat was ik niet direct voorstander van deze bende grijsaards die power metal als uithangbord hebben. Maar vooroordelen daar heb ik weinig kaas van gegeten, en achteraf gezien moet ik zeggen dat dit een sterk optreden was, met een goede setlist in mijn ogen waarbij “Clash of the Gods” en “Highland Farewell” mij het meest plezier bezorgden.

Swedish old school Death metal…ja, ik moet er geen tekening mee maken zekers. Unleashed, de enige echte death metal band vandaag op de bandlijst, had al veel volk richting Marquee I gelokt. Logge stukken afgewisseld met meer thrash-georiënteerde gitaarpartijen, gekoppeld aan de brute stem van Johnny Hedlund. Deze Zweden beukten de tent plat en met nummers als “Death Metal Victory” en “Hammer Batallion Unleashed” werden de fans getrakteerd op de passende mokerslagen. Machtige set en uitvoering van deze mannen en de aanwezigen zullen mijn opinie hieromtrent wel goedkeurend bevestigen!

Terug nu naar de mainstage waar de Duitse power/heavy/happy metal van Helloween veel volk naar voren lokte. Vorig jaar had ik die mannen op een ander festival gezien waarbij hun optreden voor mij persoonlijk op niks trok. Gelukkig was het deze keer anders, want zeg nu zelf, met albums als ‘Walls of Jericho’, ‘Keepers of the 7 Keys I, II en III’ en ‘Better then Raw’ kan je volgens mij toch onmogelijk de bal misslaan. Achteraf gezien hebben Mr. Weikath en co hun setlist vooral gebaseerd op oud materiaal want kleppers als opener “Eagle Fly Free”, “Power”, “Dr. Stein”, “I Want Out” en de tophit “Future World” werden aangeboden aan de massa’s fans. De stem van Andi Deris klonk vol en overtuigend en de guitaarsolo’s van Weikath en Grosskopf waren een lust voor het oor. Eindelijk besefte ik opnieuw waarom ik dit vroeger tot één van mijn lievelingsbands rekende…dank u daarvoor!

Een uurtje later, nadat de folk metal van Korpiklaani of de brute metal/deathcore van All That Remains hun acte de présence hadden gedaan, was het kiezen tussen Papa Roach of Entombed. Gelukkig weet ik welke bands live een bom zijn en kon ik zelfs één hardnekkige Papa Roach fan overtuigen om een drie kwartier durend setje death’n roll te aanhoren en beleven. En Entombed deed wat ze moesten doen, namelijk de menige reden te geven om stoom af te laten met nummers als “Out of Hand”, “Revel in Flesh”, “I for an I”, “Left Hand Path” en afsluiter “Wolverine Blues”. Enige domper tijdens dit optreden was de nieuwe hype die ontstaat tijdens moshpits door bendes waar ik geen enkele goed woord voor over heb…uiteraard heb ik het over die bendes die mensen tijdens moshpits ontdoen van hun cash geld door hun portefeuilles te stelen!! Als je niet komt voor de muziek, blijf dan thuis zou ik zo zeggen.

Soit, na de persoonlijke tegenvaller, maar nog vol van fierheid over het aanschouwen van Entombed begaf ik mij naar Prong in Marque II. En voor diegenen die het nog niet wisten, dit zijn gitaarhelden, en in het bijzonder dus frontman Tommy Victor. Opnieuw een band die het mogelijk maakte om veel volk op de been te brengen om hits als “Beg to Differ”, “Unconditional” en “Rude Awakening” luidkeels mee te schreeuwen. Prong zou Prong niet zijn om de agressiviteit in de moshpits nog aan te zwellen met hun klassiekers “Whose Fist is this anyway?” en “Snap Your Fingers, Snap your Neck”, DE liedjes die iedere zelf respecterende metalkenner op plaat heeft! De interactiviteit met het publiek was dik in orde en ze waren op geen enkel foutje te betrappen. Afsluiten deden deze Amerikanen met het vlugge “Power of the Damager”! Puik werk!

Doordat Max Cavalera met zijn compagnie blijkbaar te maken had met transportproblemen (zoals ik heb vernomen), werd in het tijdsschema een kleine aanpassing doorgevoerd. Tis maar te zeggen wat je klein noemt, want ondergetekende was uitermate tevreden dat ze Coal Chamber bereidwillig hadden gevonden om hun plaats naast Kreator af te staan later op de avond. Deze keuze moest ik wat later dus al niet meer nemen haha.

Okay, Coal Chamber dus… blijkbaar vonden Dez Fafara en de zijnen dat het tijd was om de handen opnieuw uit de mouwen te halen met dus als resultaat dat ze opnieuw beschikbaar waren om te touren en dus aanwezig te zijn op Graspop. Wel, Graspop zal het zich alleszins niet beklaagd hebben want de energie die Dez, jonkvrouw Rayna Foss, Mike Cox en Meegs Rascon uitstraalden was niet meer normaal. Drummer Mike sloeg bijna zijn drum aan flarden en bassiste Rayna straalde seks en aanbidding uit. Voeg hieraan nog de voortreffelijke breaks van deze ‘nu-metal’ band aan toe en je weet dat het een feestje was vooraan het podium. Nummers zoals “Loco”, “Big Truck”, “Something Told Me”, “Dark Days” en het übernummer en tevens afsluiter “Sway” behoorden tot de favorieten van het publiek te zien aan hun reacties. Welkom terug Coal Chamber!!!

Mayhem had zijn instrumenten opgesteld in Marque I maar liet een beetje langer dan verwacht op zich wachten…toen opeens toch de duistere keyboards geluid begonnen te produceren. De black metal van deze Noren moet je ofwel haten, ofwel smijt je je met die stijl. Omdat ik redelijk diverse genres kan smaken, kan een goede portie zware black metal mij ook wel smaken. Helaas is Mayhem niet de band die dit kan verwezenlijken voor mij persoonlijk. Zoals enkele jaren terug op Hellfest vond ik opnieuw dat Mayhem onzuiver speelde, te weinig variatie bracht en in feite gewoon op cruise control speelt. Waarschijnlijk zullen de echte fans van deze Noren nu mijn bloed willen drinken, maar na een klein half uurtje had ik al in de mot dat dit geen geweldige show was, waardoor ik maar stapvoets terugkeerde naar het hoofdpodium.

Na het consumeren van een jupiler was de tijd aangebroken voor de oudgedienden van Korn. Ik heb hen al diverse malen gezien en nog geen enkele keer had ik het gevoel dat ze er geen zin in hadden. Dit jaar was geen uitzondering want de mix van groove, hiphop, metal en rock ging erin als zoete pap, en ondanks de regen vlogen de lichamen in het rond tijdens de vele moshpits die Jonathan Davis uitlokte. Opener “Blind” deed meteen de weide daveren, net zoals “Dead Bodies Everywhere”, het strakke “Falling Away from Me” met de machtige breaks in verwerkt, “Coming Undone”, “Shoots and Ladders” waar de doedelzak het ritme inzette gevolgd door “Somebody Someone”. Daarna zakte het enthousiasme van de nummers wat, maar er werd sterk afgesloten met het gekende “Got the Life” en natuurlijk afsluiter “Freak on a Leash”. Opdracht opnieuw volbracht dus van Korn.

En het ging maar door, want doordat Soulfly hun plaats had afgestaan aan Coal Chamber was de keuze snel gemaakt en stond ik te popelen om de lekkere thrash van Kreator te absorberen. Een uur lang was het er bonk op en het ene snelle nummer na het andere werd de oren ingeblazen. Beginnen deden ze met “Phantom Antichrist”, tevens de albumtitel van hun recentste plaat uit 2012, gevolgd door krakers als “Endless Pain” en “Pleasure to Kill” afkomstig van hun 1e twee albums. Met andere woorden, dit was rechtdoor en lekker old school. De vuisten gingen in de lucht tijdens “Hordes of Chaos”, “Death to the World” en “Enemy of God”. Maar als het aankomt op de sterkste nummers van deze avond, dan moet ik concluderen dat “Phobia”, de meebruller “Violent Revolution” en vooral afsluiters en beuker “Flag of Hate” gevolgd door “Tormentor” het neusje van de zalm waren! Thrash will never die, en dat is een statement!

De vrijdag zat er bijna op, maar de organisatie van Graspop had nog één lekker toetje in de aanbieding. Terwijl Twisted Sister vorig jaar tevreden mocht zijn met een plaats op het hoofdpodium, maar niet als afsluiter, werden de gebeden van menig festivalgangers ingewilligd en stonden ze dit jaar terecht op de plaats waar ze behoren nl. numèro uno! Zoals vorig jaar het geval was waren Dee Snider en zijn collega’s (behalve Mark Mendoza wegens knieproblemen) opnieuw van de partij om een leuk feestje in te zetten ondanks de hevige regenval. Met “You Can’t Stop Rock ’n Roll” werd een serieuze vinger gegeven richting moeder natuur, want iedereen stond vreugdevol in de modder mee te stampen op deze tonen. Alle klassiekers werden moeiteloos gespeeld door de band, de stem van Dee Snider heeft nog steeds geen last van ouderdomskwaaltjes en de blije gezichten van de bandleden tonen aan dat ze dit werk nog steeds niet beu zijn.
Een ware hitjescarrousel werd op gang getrokken en dus konden “Stay Hungry”, “Shoot ‘Em Down”, “The Beast”, het liedje op hun lijf geschreven “The Fire Still Burns”, het rustige “The Price” en “Burn in Hell” niet ontbreken.  Bij “I Wanna Rock” werd de hulp ingeschakeld van de leden “Asking Alexandria” en er werd ook een cover gebracht van ‘The Rolling Stones’ getiteld “It’s only Rock ’n Roll”. Tijdens de laatste momenten vond een Nederlander het blijkbaar nodig om zijn vriendin ten huwelijk te vragen op het podium (waarbij waarschijnlijk velen op een negatief antwoord hoopten haha) om er onrechtstreeks toch eventjes de schwung eruit te halen.
Afgesloten werd er met “Come Out and Play” en “S.M.F.”, maar het nummer dat ongetwijfeld met het meeste enthousiasme werd onthaald was opnieuw “We’re Not Gonna Take It”. Oh ja, er werd ook geprobeerd om een heuse lichtrecordpoging te ondernemen met de gsm’s van het publiek die hiervoor een specifieke app moesten downloaden, maar in mijn ogen was dit concept niet geheel geslaagd. Soit, Twisted Sister bewees nog maar eens dat de muziek diep in hun harten zit en dat ze nog niet direct van plan zijn om hiervan af te stappen. Wij kunnen enkel maar respect opbrengen voor zo’n muzikanten en voor mij mogen ze direct geboekt worden voor volgend jaar. Ik  ging hierna nog naar de Metal Dome voor de traditionele Metal Dome After Party waar het feestje werd verdergezet.

Beste bands voor mij op vrijdag 28 juni waren ongetwijfeld Unleashed, Prong, Kreator en Twisted Sister!

Organisatie: GMM, Dessel  

Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja

Geschreven door

Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

Het zonnetje scheen zondag vrijgevig boven Brussel en er stond al een flinke wachtrij ongeduldige muziekliefhebbers bij de ingang van het festivalterrein toen wij een beetje voor het openen van de deuren aankwamen. Joelende opgewonden studenten, gepensioneerden, compleet met sandalen en rugzak en gezinnen met jonge kinderen; er waren mensen van alle slag en dat is precies waar de organisatoren met hun jonger en familievriendelijker imago op mikten dit jaar. Dat Couleur Café, dit jaar al weer aan haar 24e editie toe, zich ook wil profileren als een groen en duurzaam festival werd meteen duidelijk bij het betreden van het terrein. Talloze 'Eco Zones', eilandjes van recyclagekliko's, waren verdeeld over het domein en ook de standjes van diverse welzijns- en milieuorganisaties waren present.

Een beetje na vieren mocht de Luikse folkrockband Yew de dag openen op het kleine podium van de Move. Met hun mengeling van elektrische en akoestische gitaren en een viool die de kleur en de sfeer van de muziek bepaalt, smaakten we soms een Waals vleugje Absynthe Minded, maar vaker klonk alles wat chaotisch en waanden we ons op een op hol geslagen gypsy-trouwfeest. Opvallendste figuur op het podium was ongetwijfeld Mathieu Lacrosse, die verkleed als 17e eeuwse boekanier met een enorme krulsnor de mandoline en de bouzouki bespeelde. Ondanks het feit dat er nog niet veel volk was, zorgde Yew wel voor de nodig folk die ze rockend over het publiek rolden. Tijdens de rustige nummers konden we dan weer ontspannen meedrijven op de golvende vioollijnen en deze afwisseling zorgde ervoor dat Yew een aangename opwarmer was voor de dag die nog moest komen.

Eerste gast in de enorme Univers-tent is het Amerikaans-Israëlische Balkan Beat Box. Deze band ging eerst rond de Middelandse Zee deuntjes plukken en brouwde daarmee hun eigen ethische mix, maar aarzelde niet om daar later ook nog Arabische en Mexicaanse aroma's aan toe te voegen. Tomer Yosef en kompanen trokken meteen hun doos met beats open en zorgden in de volle Univers voor een instant jump party. Hopa! Hopa! De opzwepende beats, de hyperkinetische zanger en vooral de twee vette saxofoons die naast hun schetterende klanken ook heel veel party de tent in bliezen, zorgden er voor dat niemand stil kon blijven staan. Helaas werd deze fanfare-rap, hoe aanstekelijk ze in het begin ook was, na een tijdje toch wat teveel van hetzelfde. De marsroffels op de snaredrums waren niet altijd even dansbaar en bij de tiende 'Jump, Jump' is de zin om dat ook werkelijk te doen al een stuk minder. Balkan Beat Box nam ons nog even mee op reis naar Mexico City, wat zeker nog voor een muzikaal opstekertje zorgde, maar wij hielden het toch maar voor bekeken en zo te zien velen met ons.

We zakten opnieuw af naar de Move om daar het ander beginnend Belgisch talent te bewonderen. Voor de Vlaamse band Delvis is Couleur Café, net zoals voor Yew, hun eerste grote festival. De rijke sound van deze Landenaren bevat soul, funk, maar ook jazz en reggae. Wanneer je zanger Niels Delvaux ziet staan, verwacht je je absoluut niet aan de geweldige stem die even later je oren streelt. Deze bebaarde Limburger bezit ongetwijfeld een natuurlijke blaxploitation-flair en doet ons denken aan legendes als Curtis Mayfield, Stevie Wonder en Jamie Lidell, al vertelt Niels ons achteraf dat hij vooral fan is van Aretha Franklin, ook niet mis natuurlijk! Deze straffe zanger heeft tevens een hele vlotte feeling met het publiek en als een ervaren podiumbeest dirigeert hij keurig de rest van de band, die onder andere bestaat uit een draaitafel, synth en een drummer die ook backing vocals verzorgt. Wij konden uitermate genieten van deze relaxte 'sunshine music' en Delvis was voor ons zeker de ontdekking van de dag. Een naam om in de gaten te houden!

Terwijl Raggasonic op het podium van de Titan met hun laatste nummers nog de honger van de reggaefans stilde, schoven wij aan in de broeierig warme Univers voor het optreden van hip-hoplegende Mos Def, die zich liet vergezellen door de Robert Glasper Band. Een ongeduldige zaal begon al snel om Mos Def te roepen – er waren duidelijk veel fans in het publiek – maar moest het eerst met de Robert Glasper Band stellen die openden met een soort slordige jam en een al evenmin geslaagde cover van 'Get Lucky' van Daft Punk. Een experiment of een manier om wat tijd te rekken tot Mos er was? Het was ons niet helemaal duidelijk. De bezetting met Glasper op Rhodes en piano en Casey Benjamin op saxofoon, vocoder en keytar (jawel, ze bestaan nog) leek ons anders wel interessant.
Toen Mos Def uiteindelijk op het podium verscheen, gekleed in een witte djellaba, stoffen pet op het hoofd en met een knalrode old-school mic in de hand, herinnerde hij er ons meteen aan dat hij vanaf nu als Yasiin Bey optreed. What's the point? Vraag het eens aan Mos, euh... Yasiin zelf. Helaas bleef ook met Yasiin erbij het experimentele, kakofonisch jazzy karakter van de muziek behouden, nu wel aangevuld met vaak onverstaanbare en repetitieve rap. Waar wij bij een groep als Us3, de mix van jazz en hip-hop heel erg kunnen smaken, konden we dat hier een stuk minder. Toen Benjamin er op het veel te lang doordravende “What it is” van “Auditorium” ook nog een dwarsfluit bij haalde, waren Mos en zijn maatjes duidelijk mijlen verwijderd van dat waar de meerderheid van het publiek hier voor stond.
Toen na meer dan een half uur uiteindelijk de eerste vette hip-hopbeats door de boxen klonken, voelde je het publiek heropleven, maar helaas verdwenen ze haast even snel als ze gekomen waren en wij verlieten licht geërgerd de tent om nog wat muziek van Rebelution mee te pikken. Hier vonden we gelukkig wat 'Peace of Mind', niet toevallig de titel van Rebelution hun laatste album. Deze vijfkoppige band uit Californië had ook wat minder voor de hand liggende instrumenten bij, maar zij slaagden er wel in om hiermee een aangename blend van reggae, rock en funk te brengen.

Omdat onze maag ondertussen begon te knorren gingen we even rondneuzen in het Palais du bien manger waar voedselstandjes uit verschillende landen onder het goedkeurend oog van een grote gouden Boeddha gerechten van de wereldkeuken verkopen. Bij lekker eten hoort uiteraard goeie achtergrondmuziek en wat kan een mens dan meer wensen dan Calexico. Aangetrokken door de schelle mariachigeluiden begaven we ons richting de Titan, het podium die als een enorme stereoinstallatie was ingekleed. Met hun propere hemdjes en gladgekamde haren zien ze er wat uit als een stel brave huisvaders die het podium opgeduwd zijn, maar muziek maken kunnen ze zeker. Hun mix van Tex-Mex, country, Americana en nog zoveel meer roept in de verbeelding onvermijdelijk beelden uit cowboyfilms op en bood de mogelijkheid om tussen de andere optredens door even wat op adem te komen. Al ontbraken de up-beat nummers zeker niet en met hun trompetten en vlammende gitaren kreeg Calexico het gelukkige publiek op nummers als “Crystal Frontier”, een van de hoogtepunten van het optreden, zeker aan het dansen.

Voor een heuse familiereünie moest je vervolgens in de Univers zijn. Na vijf jaar afwezigheid en diverse soloprojecten is de familie Morgan, beter bekend onder de naam Morgan Heritage terug met een nieuw album 'Here Come The Kings' en een kick-ass optreden op Couleur Café. Deze legendes brengen reggae zoals het hoort en de reggaevlaggen in het publiek konden dan ook met terechte trots wapperen, want zoals hun grote hit “Don't Haffi Dread” zegt, Rasta ben je niet in je dreads, maar in je hart. Met de armen gespreid over het publiek zong zanger Peter Morgan als een ware reggae-Jesus met Rasta, roots in Africa, Jahwe en reggae from the roots het ene cliché na het andere en maar goed ook! Zelf noemen ze hun muziek Rockaz, roots reggae met een rockkantje, maar dat zal de reggaefans in het publiek worst wezen. Zij wiegden vrolijk mee en genoten met volle teugen, getuige de rookwolkjes hier en daar.

Doordat vaste waarde op Couleur Café, Patrice, zijn vlucht had gemist werd er wat met het programma geschoven, waardoor we ook Salif Keita niet zagen optreden. Geen probleem, want dan konden we al gaan aanschuiven voor het optreden waar de meerderheid van de festivalgangers duidelijk al een hele dag op had zitten wachten. Presentatrice Annabel Van Nieuwenhuyse verkondigde aan het begin van de middag al dat er waarschijnlijk niemand was die kon voorspellen waar we ons bij deze band aan mochten verwachten, maar dat het onvergetelijk zou worden, dat wist ze zeker. Annabel had het natuurlijk over de Zuid-Afrikaanse sensatie Die Antwoord. In 2009 werd deze band, bestaande uit Ninja, ¥o-Landi Vi$$er en DJ Hi-Tek, een virale sensatie met de videoclip van het nummer 'Enter The Ninja' en na twee memorabele optredens op Pukkelpop in 2010 en Werchter in 2012 waren de verwachtingen voor Couleur Café dan ook hooggespannen. Niet verwonderlijk dus dat de Univers al van een half uur op voorhand strop zat en dat een kwartier voor de geplande aanvang van het optreden de eerste slow-claps al werden ingezet. Iedere beweging op het nog donkere podium stuurde een golf van gejuich en opwinding door de tent en toen de beeldschermen uiteindelijk opflikkerden en het gezicht van Leon Botha, de kunstenaar en progeriapatient die overleed in 2010 en voorkwam in de clips van Die Antwoord, grijnzend verscheen, barste er bij het publiek een bubbel van oorverdovend lawaai.
Kan dat nog luider? Jawel, want dan verschenen ook de drie protagonisten van het spektakel ten tonele, gehuld in fluo-oranje pakken. Met “Wat Kyk jy?” en “Fok Julie Naaiers” werd de toon voor het hele optreden gezet: een dikke vette muzikale fuck you naar alles en iedereen en teksten als een klap in je gezicht. Die Antwoord opende met wat nummer van hun eerste album '$o$' en frontman Ninja aarzelde niet lang om zijn eerste achterwaartse spong in de deinende massa te wagen. De grote schermen werden gevuld met fascinerende beelden van krioelende maden, beelden uit de videoclips en enkele 'freaks' waar deze band zo voor op komt. Het gaf perfect weer waar de Die Antwoord voor staat. Het is muziek uit een smerig achtersteegje die niet terugdeinst om de imperfectie, vuilheid en banaliteit van de wereld te tonen.
'Fuck the system, we have our own system, we make our own rules!' Daarmee krijg je natuurlijk elke zaal op hol, maar met zangeres Yo-Landi in een strakke gouden legging moet het ook lukken. Stevig met haar billen schuddend op “Rich Bitch” dreef ze de uitzinnige massa richting climax die er na enkele nieuwe nummers kwam met “I Fink U Freeky”. De tent stond stomend heet en toen Die Antwoord hun vunzige muzikale orgie afsloten met “Enter The Ninja” verdween elke werkelijkheid onder een deken van hoge piepstemmetjes die luidkeels meezongen. Toegeven, het is zo fout als het groot is, maar het was een uitzinnig goed optreden waarvan mensen later nog zullen kunnen zeggen, ik was er bij!

Kletsnat van het zweet begaven we ons richting Titan voor het afsluitend optreden van Cee Lo Green terwijl overal rond ons nog koortjes “Ay, ay, I am your butterfly” weerklonken. Aan de hand van een videoclip introduceerde hij zichzelf als 'The Lady Killer'. Cee Lo kwam op vergezeld van vier danseressen en twee stevige backing zangeressen, wat goed was ook, want zelf was hij bijna niet te horen. Muzikaal kende het optreden z'n goede en z'n minder goede momenten, met eigen nummers, maar ook enkele covers zoals David Bowies “Let’s Dance” en “Don’t Cha” van The Pussycat Dolls. Cee Lo is amper een duim groot, spreekt met zijn typisch hoog snaterend stemmetje en is daardoor al een licht komisch zicht, maar het werd er niet beter op toen hij duidelijk worstelde om goeie bindteksten te vinden. Hij zocht dan maar de toevlucht in megalomane zelfpromotie, tot schaamtevervangend jolijt van het publiek. Oneliners als “I am the people”, “you must realize I came all the way from America” en “we are here to celebrate the fine arts” willen we u niet onthouden. Zoals de dames naast mij tussen hun slappe lach door kraaiden “I feel like I'm at Comedy Central”. De hitjes “Smiley Faces”, “Crazy” en “Fuck You” zorgden wel voor enkele goeie momenten, maar in doorsnee was dit toch veel show en poch zonder muzikale ruggengraat.

Hadden we dit geweten waren we naar Wax Tailor gaan kijken die afsloot in de Univers en die, zo hoorden we achteraf, één van de beste optredens van het hele weekend afleverde. Wax Tailor speelde voor een dolenthousiast publiek dat na afloop van het optreden oorverdovend bleef brullen om meer muziek en resoluut weigerde de tent te verlaten, zodat de onfortuinlijke presentator na tien minuten smeken uiteindelijk zelf uit pure armoede zelf kinderliedjes begon te zingen. We hadden duidelijk de verkeerde afsluiter gekozen, maar genoten voor de rest met volle teugen van deze laatste dag Couleur Café, waar enkele kleine namen schitterden en enkele groten een mindere dag hadden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel   

Couleur Café 2013 – zaterdag 29 juni 2013 – Speelplezier en Feest !

Couleur Café 2013 – zaterdag 29 juni 2013 – Speelplezier en Feest !
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

Ook over dag twee van Couleur Café kan de organisatie uitermate tevreden zijn. In de kleurrijke affiche waren een reeks toppers te noteren die een divers, breed en jong publiek voor zich wisten te winnen. Een ontspannend , relaxt gevoel , een goede vibe , samenhorigheid, solidariteit en … feestje bouwen zijn sterke ingrediënten..

Dit hadden we alvast bij de nieuwe hiphopsensatie en de hype van het moment Macklemore & Ryan Lewis en de vertrouwde Matisyahu, maar ook de andere acts moesten niet onderdoen en werden sterk onthaald . Heerlijk genieten en speelplezier. En op de koop toe een spectaculair vuurwerk … Doe het hen maar na …

De tweede dag begon in de vooravond met Tarrus Riley , één van de Jamaïcaanse sterren. Het publiek genoot van de zomerse reggae tunes die relaxt dansbaar waren.

De Univers tent zat goed vol voor de Franse chansonnière Zaz , die onder de indruk was van de belangstelling en van de respons . De zangeres vermengt diverse stijlen als folk , jazz, soul, vaudeville en country in haar chanson , en brengt voldoende variaties aan in haar onschuldige pop van ingenomen, sfeervolle en aanstekelijke nummers. De toevoeging van banjo , accordeon en kazou boden een CC kleurtje. Ook ingenomen ging ze haar weg . Zaz overtuigde en de hitsingles « Je veux » en « Le long de la route » werden gekoesterd .
Wisselbaar met Festival Dranouter , want best past ze er met haar toegankelijke sfeervolle nummers.

Ook namen we iets mee van de Move stage ; we hadden o.m. Ondatropica en Cody Chesnutt.
Ondatropica riep Polé Polé sferen op met hun aangename mix van latin , hiphop, dub , funk en verderop cuban, merengue en conga stijlen . Een tiental muzikanten op het podium , die meteen konden gelinkt worden met de Buena Vista en Afro Cuban , die met plezier een feestje bouwden en het gebaar naar een koele cocktail toonden.
Cody Chesnutt had af te rekenen met het hiphopgeweld van Macklemore & Ryan Lewis, de songwriter die een tijdje terug in de picture kwam met de  plaat ‘The headphone masterpiece’ en de sterke single “The seed” met The Roots. Het multitalent biedt op de nieuwe plaat ‘Landing on a hundred’  heel wat retro & soul  in de beste traditie van Marvin Gaye en Curtis Mayfield . Met legerhelm op en een sterke band achter zich, klonken de songs als « Where is all the money going » en « Don’t wanna go the other way » directer, gebalder en hadden ze een dampend funkrockend karakter . Chesnutt trok de aandacht en entertainde z’n publiek , die ( even)  Macklemore & R Lewis opzij plaatsten geplaatst .

Ook redelijk straf was het Nieuw-Zeelandse collectief Fat Freddy’s Drop die een potpourri soul , jazz, reggae, dubsounds serveerden, in de voetsporen van Dreadzone en Zion Train . ‘Follow the rhythm of your heartbeat’ was  terecht de muzikale noemer van dit uitgebreide combo , die live maar al te graag  improviseerden , met (traag) slepende , dansbare tunes , trance en sferische lounge , zonder de traditie van hun dubreggae  uit het oog te verliezen .

Enorm veel volk was er opgedaagd in de Univers stage voor de Australische neofolky , surfer en ‘one-man’ band Xavier Rudd . Een multi-instrumentalist , die het doet met wel vier instrumenten : een drumstel , didgeridoo, steelpedal , akoestische gitaar en mondharmonica ; en met zijn voeten het een en ander van percussie weet te bedienen. Moeiteloos wisselt hij van instrument en houdt het uitermate spannend met een aanstekelijke groove . Ongelofelijk mooi om te zien .
Iets apart en uniek dus ! Hij hangt door z’n bezwerende zweverige  zangstijl , ergens tussen Eddie Vedder en Sting . Hij beklemtoont de aboriginalsfeer, wat hem trouwens heel nauw aan het hart ligt. Hij kreeg het jong vrouwvolk letterlijk aan zijn voeten en elke tempowisseling werd op gejuich onthaald. Ergens middenin predikte hij het zinnetje “Belgium one love”!. Zelf was hij onder de indruk en op het eind had hij tekstvellen positieve boodschappen : “For the future , we hope peace, balance & harmony » ! . « Fortune teller », « The mother » en een eigen bereid « Buffalo soldier »  waren maar een paar hoogtepunten . Ook hij mag wel eens uitgenodigd worden op het Festival Dranouter

Ook de set van de Kameroense Andy Allo is ons niet ontgaan. Zij bracht ons terug naar de tops van Sly & The Family Stone en Prince . Niet voor niks maakte ze deel uit van de New Power Generation. Haar dampende funk en retrosound werd smaakvol ontvangen . Een aangename ontdekking.

Spijtig genoeg konden we maar een deel van het concert checken van Maceo Parker . Hier sierde ‘Funky Town’ . Hij is één van de belangrijkste exponenten van funk , soul en r&b,  gerespecteerd door James Brown, George Clinton en Prince . Hij werd geruggensteund door een groots combo, die hun instrumenten lieten spreken ; ademruimte was er voor de blazersectie en de altsax van Parker himself . Fris , aanstekelijk en groovy dansbaar klonk het materiaal ; weliswaar voor een halfvolle tent , want een groot deel was intussen naar de main’Titan’stage om Macklemore & Ryan Lewis aan het werk te zien …

Macklemore & Ryan Lewis
… Tja , we kunnen er niet omheen , een overrompeling noteerden we voor deze ‘hippe’ hiphoppers, die al een paar aanstekelijke , twinkelende singles uithebben, « Same love », «  Thrift shop » en « Can’t hold us » door hun rhymes & beats. Eén plaat is al meteen genoeg om het publiek voor zich te winnen . Hun gig op Belgische podia was er eentje van show en feestje bouwen. Het ging erin als zoetenkoek voor een dolenthousiast publiek. Met drie waren ze, soms aangevuld met een tweede vocalist . Ze deden het plein daveren . Ook al wordt er na elk nummer , telkens lang ingeleid, even de vaart uit genomen , het gaat bij hen verder dan ‘bitches , fucks , gin & juice’ , door hun interactie met het publiek , de humor, de show en het entertainment. Met een knipoog naar The Streets ! Op één van de singles deed Lewis  een bontmantel van een fan aan, en komt hij intussen op voor gelijke rechten … Macklemore & Ryan Lewis was een hiphopsensatie met vele gezichten, energiek, levendig en dynamisch, die CC, het eerste zomerfestival, wist te veroveren . Hier ging iedereen uit de bol en dit was het feestje dat niemand vanavond wou missen. Deze set kan maar een boost geven voor hun komend concert in Vorst Nationaal.

Na het vuurwerk kon het dansminnende publiek uitwaaien en
de nacht ingaan op de partygrooves van het Franse Birdy nam nam , vier draaitafelvirtuozen. Ze waren druk in de weer aan de knoppen , met effects en scratches; Een stuwende en pompende potpourri van electro, trance, house en beats hadden we. Yiihaai .

Maar zij die uit hun dak gingen op die beats’n’pieces van Birdy nam nam vergaten de verrassende set van de Joods –Amerikaanse Matisyahu. Hij was eerder al twee keer te zien in een uitverkocht Depot, heeft een sterke fanbase en stond al een paar jaar op de wishlist van de CC organisatie . Zonder baard , krullen en bril kregen we een gevarieerde set van reggae , dub, hiphop en ska  in een religieus kleedje .
Matisyahu moest met z’n band  wat op dreef komen , vandaar een eerste wat makke deel, waarbij de klemtoon kwam op de ‘Matisyahu luistersong’ , maar toen een tweede MC hem kwam vervoegen , werd het tempo hitsend, gedreven, strakker, en kregen we een snedig, dansbaar happy tweede deel van vlotte reggae/hiphop zonder al te veel geëxperimenteer. Kleppers als « Jersualem , « King without a crown » en « One day  zorgden voor het nodige enthousiasme bij publiek en band. Even later hadden we een plotse stagedive van Matisyahu, schudde  hij handjes met de eerste rijen en ervaarden we een ‘unity’ gevoel .
Set van twee gezichten , best geslaagd en op die manier mooi om CC af te sluiten !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel   

Couleur Café 2013 - vrijdag 28 juni 2013 - Regen tempert toch enigszins de sfeer op dag één

Geschreven door

Couleur Café 2013 - vrijdag 28 juni 2013 - Regen tempert toch enigszins de sfeer op dag één
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

De festivalzomer wordt traditioneel  afgetrapt met Couleur Café. De organisatie was uitermate tevreden dat dit weekend ruim 82000 bezoekers waren afgezakt naar Tour & Taxis voor de 24stre editie van Couleur Café. Een absoluut topjaar!
Het wereldmuziekfestival staat al jaren garant voor een sfeervol en kleurrijk multicultureel, meerdaags festival; een mix van muziekgenres uit alle windstreken, een gemoedelijke sfeer, en niet te vergeten fijne randanimatie, dans(workshops), geschminkte kindersnoetjes,  fanfares, verfrissende cocktails en een fantastische ‘Palais du BienManger’ (met meer dan 50 world food keukens) om U tegen te zeggen .

Verder werd echt naar gestreefd om toch zo toch zoveel mogelijk aan moeder Aarde te denken met biologisch afbreekbaar afval.

En op de koop toe een spectaculair vuurwerk … Doe het hen maar na …

In de kleurrijke affiche waren een reeks toppers te noteren , die een diverser, breder en ook jong publiek voor zich wisten te winnen.
Een ontspannend , relaxt gevoel , tropische gezelligheid, een goede vibe, samenhorigheid , solidariteit en de zin voor feestje(s) bouwen zijn sterke ingrediënten.

Veel jongeren kwamen nu de eerste examenstress van zich afschudden. Terwijl wij ons door de vrijdagavondspits werkten, mochten The Congos het hoofdpodium openen. Tegen dat we een parkeerplaats gevonden hadden en op de Tour & Taxis site aangekomen waren, was Trixie Whitley in de Univers tent ook al door de hoofdmoot van haar optreden, we konden nog net inpikken bij “Need your love”. dEUS – bassist Alan Gevaert deed mee vanavond, zij het met een hand gedeeltelijk in de plaaster en Whitley wist te overtuigen met het bereik van haar stem en de stevige gitaarsound: Anna Calvi heeft er een Amerikaans/Belgische tweelingzus bij.

Aloe Blacc, de Californische neo-soulman, is momenteel nog aan zijn derde album aan het schaven, en of hij vanavond veel nieuwe nummers bracht weten we niet, maar dat hij het beste optreden van de eerst festivaldag gaf, dat weten we wel. Zijn begeleidingsband, een bende blanke snuiters, haalde niet het niveau van bijvoorbeeld The Dap Kings , en het geluid op het grote Titanpodium was ook niet altijd perfect, maar de stem en het charisma van Aloe Blacc compenseerden dat ruimschoots. Blacc deed ons het fileleed vergeten met “No traffic jam”, nam ons daarna mee naar “Downtown”, en we konden het alleen maar volmondig beamen toen hij “You make me smile” bracht. Aloe Blacc bracht soul, maar vergat ook zijn hiphopverleden niet. Hij nodigde het publiek uit tot dansen, zoals in het Afro-Amerikaanse tv programma ‘Soultrain’ en zijn band zette een jam in.  Na “Love is the answer” en “Make me young”, was het tijd voor Blacc zijn twee hitsingles: “I need a dollar” werd op een luid herkenningsapplaus onthaald door de jonge meisjes die rond mij stonden, en nodigde iedereen uit om foto’s van zichzelf met Blacc op de achtergrond te nemen, waarna “Loving you is killing me” Amy Winehouse in herinnering bracht. Een topoptreden van deze erfgenaam van Sam & Dave.

Tijdens het optreden van Blacc begon het te druppelen, en de regen zou vanavond alleen maar verergeren, wat toch wel een domper zette op de zomerse sfeer die Couleur Cafe toch nodig heeft. Gelukkig waren er de exotische eetstandjes in de overdekte hal van Tour & Taxis,  die bijna even belangrijk zijn als de bands die Couleur Café presenteert: iedere etnische groep die Brussel rijk is was hier present, culinaire ontdekkingen uit de vier windstreken met standjes uit onder meer Tibet, Congo,Japan, Togo, Kameroen, Colombia of Jamaica, om er maar een paar te noemen.

Nneka, de Duits-Nigeriaanse zangeres, moest ook met de regen afrekenen. We zagen ze in 2010 al eens op Couleur Café, ze was minder militant dan toen, geen aanklacht tegen de corrupte Nigeriaanse politici deze keer, maar wel de gekende mix van hiphop, soul en reggae, met als toetje het hitje “Shining star”. Nneka had een gitaar zonder klankkast mee, in haar akoestische nummers zakte haar set wat in, maar een integere en spirituele dame is ze zeker.

De regen dreef ons terug naar de beschutting van de Univers tent, waar de Fransen van Skip the use de tent in lichterlaaie aan het zetten waren. We begrepen eigenlijk niet goed waarom, de Franse punkrockers rond zanger Mat Bastard, hadden veel présence, maar weinig goeie songs, en brachten een onwaarschijnlijk slechte mix van Amerikaanse punkpop, electro, Bloc Party, en godbetert Boysbandmuzak. Denk Foster the people, maar dan zonder de goeie composities. In Frankrijk slaan ze soms wel eens de bal mis bij het ondersteunen van de locale scene.

Wij dus naar het Move podium, voor La Makina Del Karibe, en dat was stukken beter. Dit Colombiaans zestal speelt Latino muziek die op de heupen mikt, maar meer is dan het behang voor je Caribische cocktailparty. Dus naast de vele papi-kreetjes, kregen we ook een heel interessante mengvorm tussen latino en Afrikaanse rumba: de gitaarloopjes klonken heel Afrikaans, en er zat ook een heel erg hoge en afwijkende fluittoon in de mix, een beetje zoals de electrische satongé, de eensnarige gitaar die ze bij Staff Benda Bilili zaliger gebricoleerd hadden.

Couleur Café programmeert ieder jaar wel een commerciële publiekstrekker, drie jaar geleden was dat Snoop Dogg. Dit jaar kregen we Wyclef Jean, ex-Fugees. De man heeft zich de laatste jaren vooral als presidentskandidaat voor Haïti en als producer geprofileerd, het was al een tijdje geleden dat we nog een noemenswaardig album van hem hoorden passeerden. Onze lage verwachtingen werden spoedig bevestigd: heel vroeg in de set deed Wyclef’s ode aan Bob Marley pijn aan de oren, zijn zangstem is toch wel heel beperkt in “911” meende hij dat het nodig was om Jimi Hendrix gewijs een gitaarsolo achter het hoofd en met de tanden te brengen en verder bracht hij een medley die we van Les Truttes op de Bierfeesten wel kunnen appreciëren omdat die het zo verdomd professioneel kunnen brengen, maar die hier totaal niet in verhouding stond tot de ongetwijfeld stevige gage die Wyclef Jean hier kwam opstrijken voor een medley die Studio Galaxie met veel meer soul en gevoel door de boxen doet spatten: als je op tien minuten een hees “Guantanamera”, een flard  “Fugee La”, “, House of Pain’s “Jump around”, Nirvana’s “Teen spirit” en Shakira’s “Hips dont lie” hoort passeren, en Jeanke hoort beweren dat hij materiaal voor zes uur heeft ipv de zestig minuten die hem maar toebedeeld werd, denk je “Gast, speel eens een volledig nummer”. En van Marley’s “Redemption song” moet je afblijven, ook al kom je uit Haïti.

We hadden veel verwacht van Neneh Cherry & Rocket Numbernine, maar de regen bleek een grote spelbreker. Wij hadden ons geposteerd onder de gaanderij, maar zelfs daar drupte de regen door het geklasseerde dak . Cherry, negenveertig  en  grootmoeder, droeg nog altijd haar baskettrainers zoals in de late jaren tachtig, maar liet vanavond al haar hits liggen: geen “Buffalo stance”, geen “Manchild” of “Seven seconds”, maar wel partituren op een katheder, en een drummer en keyboard speler die vrij donkere triphop meets jazz brachten, waarbij Cherry’s stem in de zachtere passages niet altijd even stevig klonk. Op plaat is het wellicht superspannend, in de trant van Massive Attack, maar de regen die nu met bakken uit de hemel viel, joeg het publiek weg, zodat er op het einde maximaal nog 100 man voor het Move podium stonden.

De eerste avond werd afgesloten met een Faithless DJ-set van Sister Bliss en een over de nummers rappende Maxi Jazz, in Faithless klassiekers als “We come one” was er wel een goeie respons, maar het was toch niet meer de Faithless die ooit kleine aardbevingen veroorzaakte op Werchter. Daarvoor regende het wellicht te hard in de bekers bier of de mojitos en was de Tour & Taxis vlakte in een modderpoel herschapen. Wij waren toe aan droge kleren, gelukkig zou het de rest van het Couleur Café weekend beter weer zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel    

Hellfest 2013 – een geslaagde 8ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2013 – zondag 23 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!
Hellfest 2013
Festivalterrein
Clisson (Fr)

Hellfest day 3: 23/06/2013

Uitgerust opstaan met zicht op de wijnranken die eindeloos lijken. Zalig! Na een potje home-made koffie trokken we opnieuw richting festivalterrein voor de laatste dag van Hellfest. Eeenmaal aangekomen was het reeds tijd om opnieuw richting Temple te trekken, waar  Svart Crown speelde. Svart Crown brengt een stevige portie death/black metal, en dat al zo vroeg op de dag! Ik denk dat ik gewoon nog niet wakker genoeg was om hen ten volle te appreciëren. Jammer, want ze stonden nochtans op mijn verlanglijstje. Het geluid zat net iets minder naar wat ik ondertussen al van The Temple gewend was, maar klonk nog steeds niet dramatisch. Als er een ding duidelijk mag zijn, dan is het wel dat de Fransen van Svart Crown er een grote lap op geven, of het nu in de late ochtend of de late avond is.
Na een intro kwam “Apocalyptic Triumph”, gevolgd door “Into a Demential Sea”, “In Utero : A place Of Hatred And Threat”, “Nahash the Temptator”, “Ascetic Purification” en afsluiter “Revelatio : Down Here Stillborn”.

Opnieuw in The Temple – waar ook anders – wachten we op de komst van Inquisition. Dit duo (half Colombiaans, half Amerikaans) brengt rauwe black metal van de bovenste plank. Het geeft wel een vrij vreemd gevoel, slechts 2 muziekanten op een podium. Maar slim zijn ze wel, hoe minder groepsleden, hoe makkelijker het is om op elkaar in te spelen, wat ze al doen sinds 1996, wanneer de huidige opstelling van Inquisition gevormd werd. Wat de band ook zo populair maakt is het rauwe, aparte stemgeluid van Dagon, die vocals en gitaar verzorgt. Het zicht op het podium is triest maar tegelijk ook facinerend. Samengevat: een deftig, correct en strak concert. Niet meer, niet minder.

We blijven rondhangen aan The Temple en horen vanop The Altar de geluiden van Cryptopsy wegebben. Dat wil zeggen dat het tijd was voor de zwarte zondagsmis van Seth. Gekleed in bullet belts, kettingen en wat andere attributen leken de bandleden er klaar voor en gaven ze het beste van zichzelf. Hoewel ik grote voorstander ben van de Franse Black Metal scene kon dit concert me maar matig bekoren. Alles was goed uitgevoerd en het publiek leek hen ook erg te appreciëren, maar ik miste net dat tikkeltje meer die me volledig wegsleept uit de realiteit.
Openen deden ze met “ Let Me Be The Salt In Your Wound”, gevolgd door “La Quintessence Du Mal”, “Die Weihe”, “Scars Born From Bleeding Stars”, “Killing My Eyes”, “In Aching Agony” en afsluiter “...A La Mémoire De Nos Frères”.

Feestjestijd! De volgende die The Temple mogen betreden zijn niemand minder dan de Finse jongens van Korpiklaani. Frontman Jonne Järvelä – of hoe ik hem graag noem: de blonde Jack Sparrow – gaf weer geniale entertainment op het podium en de Finse humppa-muziek deed iedereen in de tent huppelen en dansen. Deze jongens gaan er steeds van uit dat hun publiek een bende alcoholiekers zijn en zingen dan ook over alles wat met alcohol en drinken te maken heeft. De combinatie drinken en humppa maakt een bende metalheads vrolijk, en dat zien we ook aan de sfeer. Ondergetekende kon het dus ook niet laten om mee te huppelen en een dansje te placeren. Openen deden ze met “Cottages Ans Saunas”, gevolgd door “Journeyman”, “Vodka”, “Wooden Pints”, “Tequila”, “Iron Fist (Motörhead cover)” en “Beer Beer”.

Na al dat gedans op muziek over alcohol had ik verfrissing nodig, dus trokken we even naar de Mainstages om bij te tanken aan een van de bars en even te kijken naar Gojira, die aan het publiek te zien en te horen was een zeer sterke performance neerzette. Helaas minder mijn ding en moesten we ons terug naar The Temple spoeden, waar een band ging beginnen dat in de top 3 van mijn verlanglijstje stond. Ik heb het weliswaar over de Zweedse satanisten van Dark Funeral. Gehuld in hun grote lederen harnassen en hun corpse paint zetten ze vanaf de eerste toon de tent op stelten. Openend met “The Arrival of Satan’s Empire” maken ze ons meteen duidelijk waarom hun nummers satanische symfonieën genoemd worden. Alle nummers waren goed aan elkaar gelinkt en telkens even geniaal als de vorige. “Vobiscum Satanas” werd gebracht met een bijna verontrustende intensiteit, bij “Atterus Totus Sanctus” werd het refrein gezongen door de rest van de band en tijdens “My Funeral” werd je gewoonweg meegesleurd in de intensiteit en genialiteit van het nummer. Het is moeilijk uit te leggen welke emotie dit concert teweegbracht bij het publiek (of toch alleszinds bij ondergetekende), maar ik denk dat ik het gewoon ‘magisch’ zal noemen.

Terug naar de Mainstage nu, want nummer 1 van mijn verlanglijstje komt eraan. De Amerikanen van Stone Sour maakten hun intrede met “Gone Sovereign” die uiteraard gekoppeld werd aan “Absolute Zero”, een waar festijn voor de fotografen, want we kregen maar liefst 8 minuten de tijd om onze shots te halen! Corey Taylor en co gaven er een ferme lap op, muziekaal en vocaal heel erg sterk en vol enthousiasme. Ze stonden er met plezier en dat zag je ook. Helaas kwam het publiek net iets minder los, maar dat was voor ondergetekende geen enkel probleem. Het enige spijtige was dat Stone Sour een 15tal minuten voor tijd stopte, en weinig tot niet terug geroepen werd door het publiek. Voor mij mocht het gerust nog wat langer duren. Na de openers kwam “Mission Statement”, gevolgd door “Made of Scars”, “Do Me a Favor”, “RU486”, “Children of the Grave” (cover Black Sabbath), “Say You'll Haunt Me”, “Nutshell” (cover Alice in Chains), een akoestische versie van “Bother”, waarbij je Corey Taylor zijn ziel voelde insteken, alsook een akoestische versie van “Through Glass”, die me bijna deed smelten en eindigen deden ze met “Hell & Consequences”, “Get Inside” en “30/30-150”.

Onze afsluiter van Hellfest vond plaats op het podium van The Altar. De Zweedse death metalband Hypocrisy gaf een show zoals het hoorde, een geweldige lichtshow, een geweldig geluid en geweldige sfeer bij het talrijk publiek. Een geslaagde afsluiter voor een geslaagde 3-daagse.
Openen deden ze met “End Of Disclosure”, gevolgd door “Tales Of Thy Spineless”, “Fractured Millennium”, “The Eye”, “Fire In The Sky”, “Necronomicon”, “44 Double Zero”, “Elastic Inverted Visions”, “Warpath”, “Roswell 47” en “Eraser” als afsluiter.

Tijd om ons terug te trekken naar de VIP-ruimte en met enkele goudgele pretcilinders na te genieten terwijl we een deftige set van Volbeat en geniale tonen van Ghost op de achtergrond hoorden. Dat nagenieten is uitgelopen tot een ware afterparty waarbij we voorgesteld werden aan de prettige combinatie van Jägermeister en Red Bull (toch niet voor iedere dag hoor). Tot de volgende, Hellfest!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2013/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2013 – zaterdag 22 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2013 – zaterdag 22 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!
Hellfest 2013
Festivalterrein
Clisson (Fr)

Hellfest Day 2: 22/06/2013

Met een ferme kater trekken we opnieuw naar The Tempel, om twee redenen. Ten eerste om te ontvluchten aan de zielige motregen die aanhoudt, en ten tweede om een band te zien die hoog op mijn verlanglijstje stond, namelijk Koldbrann. Ik had er nog maar weinig van gehoord, maar na wat youtuben stonden ze al snel vrij hoog op mijn lijstje. Deze Noren staan strak op het podium, in corpse paint en bezaaid met armbanden met spikes. Ze spelen zuivere, klassieke Trve Norwegian Black Metal, wat ik erg kan smaken. De muziek is goed opgebouwd, heel precies, gevarieerd en gedrenkt in een vleugje satanisme, zoals we het graag hebben. De song met als titel “Russian Vodka” werd opgeluisterd door een speciale gast, Renton Of Death, die met ontblote torso en vliegeniersbril een vrolijk deuntje op trompet kwam spelen. Het minpunt van dit concert was een storing in de microfoonkabel die voor krakende en piepende geluiden zorgden. Jammer, want op zich was dit een zeer stevige show.

Opnieuw blijven we hangen voor het podium van The Temple. Volgens zanger Robert “Robse” Dahn moeten we de muziek van Equilibrium benoemen als “Duitse Epische Metal”. Het recept van deze benaming is een mengeling van Folk, Black en Speed Metal die samen een catchy en melodieuze sound krijgen. De Duitsers zijn erg gegeerd, en dat was te merken aan het publiek. De tent puilde uit van het volk. En terecht! Vanaf de eerste toon zat het er knal op en werd er non-stop geheadbanged. Zanger “Robse” was tevreden, en dat was duidelijk te zien aan zijn glimlach. Na een drietal nummers werden we opgeroepen tot een Wall of Death en brak de hel los. Openen deden ze met “Der Ewige Sieg”, gevolgd door “Heimwärts”, “Unter der Eiche”, “Himmelsrand” (die we kennen als de themesong van Skyrim), “Wingthors Hammer”, het alombekende “Blut Im Auge”, “Met”, “Mana” en als aflsuiter “Unbesiegt”. Equilibrium heeft een onberispelijke show neergezet en dat kan iedere toeschouwer beamen.

Bij het buitenkomen van de tent is er opnieuw een miezelregen aan de gang (gelukkig stonden we tijdens de stortregen nog te genieten van Equilibrium) maar we trotseren het en gaan klaarstaan voor de Mainstage 1 voor een concert die bovenaan mijn verlanglijst stond. Blijkbaar zijn de Amerikanen van 3 Doors Down net iets minder bekend in Frankrijk, want het terrein voor het podium was vrij pover bevolkt. Maar ik was in mijn nopjes, mijn kater was bijna over en ik ging eindelijk (!) 3 Doors Down zien. Spijtig genoeg kan ik enkel zeggen dat het geluid perfect zat en dat de nummers technisch zeer correct gespeeld werden. Het was een vrij zwakke set, het enthousiasme zat er niet in en het publiek wou niet mee. Jammer, want naar mijn mening hebben ze veel sterkere nummers in hun repertoire om op een festival als Hellfest mee uit te pakken. Zanger Brad Arnold gaf het publiek ook herhaaldelijk een “God Bless You”, wat bij de bende metalheads ook niet echt gesmaakt werd. Daarenboven beëindigden ze hun set 20 minuten voor tijd, zonder enige uitleg. Pas nadien ben ik te weten gekomen dat het aan een of ander probleem aan de gitaar lag. Openen deden ze met “Time Of My Life”, gevolgd door een van mijn favorieten “Duck and Run”, “It’s Not My Time”, “Let Me Go”, “There’s A Life”, “One Light”, het uitgemolken “Here Without You”, “Believer” en afsluiten deden ze uiteraard met “Kryptonite”. Voor een show op Hellfest miste ik zeker en vast “Smack” en “Sarah Yellin’”. Ik ben teleurgesteld, een beetje boos zelfs, dat 3 Doors Down maar een zwakke prestatie heeft geleverd.

Terug richting Temple dan voor nog een beetje Noorse Black Metal. En blijkbaar was ik niet de enige. Ondanks dat de zon er terug doorkwam bleven toch een groot aantal metalheads staan voor de mannen van Kampfar. Tot mijn groot jolijt was het geluid weer top en de koude sfeer van Kampfar werd opnieuw versterkt door de ijzige stem van Dolk. Eindigen deden ze met het sterke “Ravenheart”. Het was een goed opgebouwde, sterke show zoals we van Kampfar gewend zijn, maar ik heb de Noren toch al een sterkere performance weten neerzetten.

Na een kleine plaspauze en ons terug te voorzien hebben van een goudgele pretcilinder trokken we opnieuw richting Temple om elnkele lichaamsdelen en dierenskeletten te zien, in elkaar gestoken op een manier dat ze perfect als microfoonstandaard dienden. Jaja, het was weer tijd voor de bloederige en agressieve muziek van Belphegor. De duivelse blackened death metal van deze Oostenrijkers kon menig metalhead bekoren met hun strakke set. Mezelf incluis.

De keuze van de Hellfest-organisatie om ZZ Top en Kiss op dezelfde dag te zetten was strategisch. En we kunnen wel zeggen dat de operatie succesvol was. Rond 20u30 zag het zwart van het volk voor de hoofdpodia en werd het bijna onmogelijk om door het volk te manoeuvreren. De Texanen van ZZ Top voelden zich op hun gemak en het geluid zat alweer zeer goed voor de standaarden van de Mainstage. Het publiek liet zich rustig meeslepen doorheen de ganse set van classic blues rock en ging uit zijn dak tijdens de verwachte – en bijna verplichte – bekendere nummers.
Openen deden ze met “Got Me Under Pressure”, gevolgd door “Waitin' For The Bus”, “Jesus Just Left Chicago”, “Gimme All Your Lovin'”, “Pincushion”, “I Gotsta Get Paid”, “Flyin' High”, “Foxy Lady” (herwerking van The Jimi Hendrix Experience), “My Head's In Mississippi”, “Chartreuse”, “Sharp Dressed Man”, “Legs”, “Tube Snake Boogie”, “La Grange / Sloppy Drunk / Bar-B-Q” en “Tush”.

3 keer raden waar we vervolgens heen gaan… Juist ja, naar The Temple, want het was tijd voor de vrolijke Finnen van Finntroll. De tent stond proppensvol, en bij het aanschuiven in de rij van de fotografen zat de sfeer er ook vrij goed in… Tot op het moment dat ze begonnen spelen. Geen frontlicht? Dikke kak! Mijn humeur zakte tot op een laag pitje en na wat observeren en luisteren naar de feedback van collega-fotografen heb ik dan maar besloten het te laten voor wat het was en van de show proberen te genieten. Dat lukte wel, het publiek hield een feestje op de tonen van de humppa-metal, maar op het podium leek het mij allemaal wat té georchestreerd. Het spontane dat we van de band kennen  zat heel ver, wat voor mij toch een gevoel van teleurstelling gaf. De setlist zag er als volgt uit: “Blodsvept”, “Solsagan”, “Mordminnen”, “Nar Jattar Marschera”, “Nattfodd”, “Under Bergets Rot”, “Skogsdotter”, “Trollhammaren” en afsluiter “Jaktens Tid”.

Nostalgiegewijs kon ik het niet laten om me even te begeven naar de Mainstage 2 waar Bullet For My Valentine bezig was. Het geluid zat wel ok, en ze speelden hoe het hoorde, maar in mijn ogen was het vrij saai. Toen ik op het punt stond weer te vertrekken begonnen ze aan “4 Words (To Choke Upon)” waardoor ik besliste toch nog even te staan. Het bleef echter vrij pover dus besloot ik om na het volgende nummer, “Suffocating Under Words Of Sorrow” te vertrekken. Nostalgieplicht vervuld, me dunkt!

De menigte verzamelde zich opnieuw voor Mainstage 1, en het ganse terrein was gevuld, want het was tijd voor Kiss. Ik was op voorhand vrij kritisch, en helaas werd mijn vermoeden bevestigd. Quasi dezelfde show zoals ik ze al enkele malen gezien heb. Niet veel speciaals dus. Het podium was weer gedecoreerd met het gigantisch lichtgevende logo van Kiss, de drum stond weer op een platform die meters hoog de lucht in ging, net als de rest van de band op hun mini-platformpje. Zanger Gene Simmons die opnieuw zweefde naar de PA om van daar een liedje te zingen, alweer wat vuurwerk en confettikanons enzovoort. Het enige wat er aan de show was veranderd was dat ze wat gesleuteld hebben aan de setlist.
Vreemd genoeg werd er besloten om onder andere “Date Night” en “I Was Made For Loving You” niet op te nemen in die setlist, die er als volgt uit zag: “Psycho Circus”, “Shout It Out Loud”, “Let Me Go, Rock 'n Roll”, “I Love It Loud”, “Hell Or Hallelujah”, “War Machine”, “Deuce”, “Say Yeah”, “Shock Me”, “Outta This World”, “God Of Thunder”, “Lick It Up”, “Love Gun”, “Rock And Roll All Nite”, “Detroit Rock City” en “Black Diamond”. Ik vond het allemaal niet zo speciaal en besloot dus maar om even richting Altar te trekken om een stukje van het voor mij vrij onbekende Candlemass te gaan bekijken. De Zweedse Doommetalband kon mij gelukkig wel bekoren, waardoor ik besloten heb de band in het vervolg toch wat meer te gaan volgen.

Einde van dag 2, nog even napraten in de VIP-area en dan vlug ons bed in, want er staat ons nog een dag te wachten…

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2013/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2013 – vrijdag 21 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2013 – vrijdag 21 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!
Hellfest 2013
Festivalterrein
Clisson (Fr)

Hellfest Day 1: 21/06/2013

Na een lange rit, een tweetal uurtjes slaap en het potje koffie waren we er klaar voor. Hellfest 2013 beloofde alweer een top-editie te worden. De ontvangst voor de pers was alweer dik in orde en in een mum van tijd stonden we op het festivalterrein.

We begaven ons naar The Temple voor het optreden van Stille Volk. Stille Volk is een Franse band die Occitaanse (Provençaalse) en Middeleeuwse invloeden met elkaar mengt. De band – die gebruik maakt van o.a. een draailier, strijkers, een akoestische gitaar en percussie – baseert zijn teksten op het erfgoed en cultuur in de Pyreneeën. Openen deden ze met het fantastische “La Danse de la Corne”, wat direct voor een vrolijke sfeer zorgde, gevolgd door “Le Réveil de Pan”. De bandleden voelden zich op hun gemak op het podium en dat was te merken aan het publiek dat al snel aan het meezingen was en danste op de vrolijke tonen. Na “Ai Vist Lo Lou” trakteerde de band ons op een cover van Iron Maiden’s “To Tame A Land”, geheel in eigen versie en vertaald naar de langue d’oc als “Adoumestica Una Terro”. Afsluiten deden ze met “Le Roi des Animaux” en “Banquet”. Voor mij was dit de perfecte opener voor de komende 3 dagen, een vrolijk concert dat er direct de sfeer in bracht.

Voór het concert van Hate maakten we even gebruik van de tijd om de persruimte en VIP-ruimte te gaan inspecteren. De VIP-ruimte was ingericht met een eigen bar met enkele dranken die niet op de rest van het terrein te verkrijgen waren. Ook kon men niet enkel met jetons betalen, maar ook met cash geld of bancontact of creditcard. In het midden van de tent stonden enkele tafels en stoelen, alsook tuinsalons die dienden als comfortabele zetels. De buitenruimte was voorzien met een terras, hangmatten en leuke kunstwerken uit ijzer.

Tijd voor HATE. Ondanks het drama van dit jaar (het overlijden van Mortifer op 6 april) stond Hate toch op het podium van The Temple, met zowaar een vrouw die Mortifer zijn baskunsten verving. De Poolse Death/Black Metal band gaf een ijzersterke show, gewapend met hun corpse paint en de symbolische vlaggen aan weerszijden van het podium. Net als veel van hun landgenoten is Hate een ware oorlogsmachine, die hun kennis van de zware en brutale sound keer op keer bewijzen. Openen deden ze met “Watchful Eye Ov Doom”, gevolgd door “Luminous Horizon”, “Omega”, “Hex”, “Festival Ov Slaves” en “Alchemy Ov Blood” als afsluiter.

De volgende band die het podium van The Temple mocht betreden was niemand minder dan Týr. De bekende Faeröerse Folk/Viking metalband zingt uitsluitend over de Noorse Mythologie, zowel in het Engels als in het Faeröers. Hoewel het slechts amper middag was, zag de tent reeds zwart van het volk en probeerden ze allemaal een plaatsje te bemachtigen voor het podium van The Temple. We letten ook op de afwezigheid van drummer Kári Streymoy, die de band in het begin van het jaar moest verlaten wegens gezondheidsproblemen. Wie zijn vervanger was op Hellfest kunnen we helaas niet meedelen. Wat we wel kunnen zeggen is dat hij een feilloze, strakke set gespeeld heeft. De band voelde zich comfortabel op het podium en dat reflecteerde in geweldig geluid, nummers die goed gekoppeld waren en bijgevolg een feestje in het publiek die enthousiast meezong en de heidense goden en hun attributen vereerden. Een energiek concert die geopend werd door “Flames of the Free”, gevolgd door “Tróndur í Gøtu”, “Shadow of the Swastika”, “Hail to the Hammer” en “Ramund Hin Unge”. Eindigen deden ze uiteraard met “Hold the Heathen Hammer High” en “The Lay of Thrym”.

Terwijl de zon volop schijnt en de bijhorende warmte brengt trekken we opnieuw richting de tent van The Temple om te zweten voor een sterk staaltje Aura Noir. De Noren weten de invloeden van de black/trash in balans te houden voor een sound die menig metalhead kan smaken.  Persoonlijk vond ik de trash-invloeden net iets té aanwezig, en de cover van Slayer’s “Fight Till Death” (die overigens wel goed uitgevoerd was) overbodig, maar het geluid zat goed, het publiek was volledig mee en ze gaven zich weer volledig. Al bij al een deftig concert met nummers als “Hell Fire”, “Shadows of Death”, “Hades Rise” en “Conqueror”.

We blijven nog wat rondhangen aan The Temple voor Absu, een van de bands waar ik het meest naar uitkeek op deze eerste dag. En dat was zeker terecht! Deze Texanen omschrijven hun muziek als “Mythological Occult Metal”, een mix van black, trash en death metal met thema’s als de Keltische en Sumeriaanse mythologie. Een drummer/zanger is zeldzaam, we zien soms enkele drummers die backing vocals verzorgen, maar Russ Givens (a.k.a Proscriptor McGovern) is “the real deal”. De man maakt goed gebruik van zijn drum, hij slaat snel, hard en strak en combineert dat met een dodelijk stemgeluid. Alles in combinatie klinkt Absu als een waar bombardement, die je meeneemt en niet meer loslaat.
Openen deden ze met “Apzu”, gevolgd door “Night Fire Cononization”, “Morbid Scream” (cover), “Skrying in The Spirit Vision”, “Amy”, “Manannan”, “Swords and Leather”, “Highland Tyrant Attack” en “Never Blow Out The Eastern Candle”. Dit concert is samen te vatten in volgende woorden: Geweldige show, geweldig geluid, geweldige band!

Na deze killer band trokken we toch even richting Mainstage 1 voor het concert van Europe. Velen waren van gedacht dat de Zweden van Europe niet thuishoorden op Hellfest, maar toch zagen we redelijk wat publiek aan Mainstage 1. Daarnaast waren er ook veel mensen die dachten dat Europe niet meer bestond, integendeel, ze zijn levendiger dan ooit.
Openen deden ze dan ook met het eerste nummer van het laatste nieuwe album: “Riches To Rags” (van het album ‘Bag of Bones’, uitgebracht in 2012). Europe klinkt nog steeds melodieus, maar toch een pak zwaarder in vergelijking met hun albums uit hun hoogtijdagen van de jaren ’80. Voor de standaarden van Mainstage 1 was het geluid zeer deftig, de setlist was goed opgebouwd, oudere en nieuwere nummers werden afgewisseld. “Riches To Rags” werd gevolgd door “Firebox”, “Scream of Anger”, “Superstitious”, “Girl From Lebanon”, “The Beast”, “Rock The Night”, “Last Look At Eden” en er werd uiteraard –hoe kan het ook anders? – afgesloten met “The Final Countdown”. Het publiek kwam los en genoot van de show. Zelfs de technici van Testament (die aan het opzetten waren op Mainstage 2) waagden zich even aan een stukje luchtgitaar of luchtdrum. Europe verliet het podium onder groot applaus na een feilloos concert en bewezen daarmee dat ze ook thuishoren op een metalfestival.

We blijven rondhangen aan Mainstage 1, want Twisted Sister kwam aan de beurt. Dee Snider zag er alweer op zijn best uit, zwerend bij zijn strakke broeken en fluoroze microfoonstandaard. Hij staat actief op het podium, loopt alle kanten uit en blijft toch een helder stemgeluid behouden. Hij zorgt voor een glimlach op quasi alle gezichten van het publiek en straalt een feelgood enthousiasme uit.
“You Can’t Stop Rock ’n Roll” was de opener, gevolgd door “Shoot ‘Em Down”, “The Kids Are Back”, “Stay Hungry” en “The Beast”. Tijdens “We’re Not Gonna Take It” ging het publiek uit zijn dak en uiteraard liet Dee Snider het publiek enthousiast participeren in het nummer (maar het enthousiasme die het nummer teweeg bracht tijdens GMM 2012 werd evenwel niet geëvenaard). Daarna kwamen nog “The Price”, “Burn In Hell” en “The Fire Still Burns” aan bod. Afsluiten deden ze met “I Wanna Rock” en de herwerkte versie van The Rolling Stones’ “It’s Only Rock ’n Roll”.

Terug naar The Temple voor een van mijn favoriete bands, Carpathian Forest. De Noorse Black Metalband staat steeds op het podium met alles erop en eraan; corpse paint, omgekeerde kruisen, een ritueel mes (die overigens bot is – ongdergetekende heeft het reeds in de hand gehad – met als reden dat ze zichzelf niet vertrouwen indien het geslepen zou zijn), enzovoort. Bij de eerste toon kwamen er vlammen uit de voorkant van het podium waardoor het publiek onmiddellijk hysterisch werd en meegesleurd werd voor een uur lang (dat veel te snel ging) in de wondere wereld van Carpathian Forest. Nattefrost houdt het mysterieus, langzaam volgens zijn eigen ritueel, met trage passen en zwaaiend met zijn khukuri (mes gebruikt in Nepalese messengevechten) of omgekeerd kruis. Het geluid is uitstekend, helder en krachtig. Carpathian Forest zoals ze moeten zijn, op hun best! Alle aanwezigen hebben hier vanavond een les gekregen in de Trve Norwegian Black Metal.
Hun set bevatte de nummers “It’s Darker Than You Think”, “Mask Of The Slave”, “The Suicide Song”, “Hymne Til Døden”, “The Frostbitten Woodlands Of Norway”, “Knokkelmann”, “Black Shining Leather”, “He’s Turning Blue”, “Return Of The Freezing Winds”, “Diabolism (The Seed And The Sower)” en “The Well Of All Human Tears”. Carpathian Forest is een aanrader voor iedere Black Metalliefhebber, je kan er opnieuw en opnieuw van genieten, en nooit willen dat het stopt.

Tijdens het nagenieten van deze overheerlijke band begaven we ons terug naar de Mainstage, waar het terrein al vol stond in blijde verwachting van Def Leppard. De Fransen waren in hun nopjes, want het was maar liefst 17 jaar geleden dat Def Leppard in Frankrijk optrad. Helaas stonden de Britten vrij emotieloos op het podium. In contrast met het vroeger enthousiasme leken ze nu op automatische piloot te staan en had het concert erg veel weg van een afscheidsconcert, met video-intermezzo’s in zwart/wit die de geschiedenis van de groep gaf. De set, met meer dan 20 nummers, vond ik persoonlijk te lang en de intermezzo’s waren overbodig. Na 19 nummers traden ze het podium af, en hoewel ze weinig tot niet werden teruggeroepen door het publiek werden we toch getrakteerd op twee bisnummers. Spijtig, want ik had stukken meer van verwacht.
Als opener speelden ze “Good Morning Freedom”, gevolgd door “Wasted”, “Let's Get Rocked”, “Foolin”, “Action”, “Brigin' On The Heartbreak”, “Switch 625”, “Women”, “Rocket”, “Animal”, “Love Bites”, “Pour Some Sugar On Me”, “Armagedon It”, “God Of War”, “Don't Shoot Shotgun”, “Run Riot”, “Hysteria”, “Excitable” en “Love And Affection”. Bisnummers waren “Rock Of Ages” en “Photograph”.

Na deze geslaagde eerste dag verpozen we nog even in de VIP-ruimte met de heren van Carpathian Forest en enkele kannen Whiskey-Cola, niet willen beseffen dat het opstaan een pak moeilijker ging gaan de volgende dag…

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2013/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Best Kept Secret Festival 2013 – zondag 23 juni 2013

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – zondag 23 juni 2013
Best Kept Secret Festival 2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek

De derde dag van Best Kept Secret sprak ons op papier het meeste aan, waardoor we ondanks onze vermoeidheid toch met veel enthousiasme het festivalterrein opliepen. Enthousiast, dat waren ook de jongens van Traumahelikopter. De groep met de coolste naam gaf een stomend punkoptreden, dat ons meteen helemaal wakkerschudde. De muziek was iets te standaard om echt bij te blijven, maar amusant was het zeker en vast.

De lo-fi garagerock van Black Lips was eveneens energiek en een uitzinnig publiek moshte zich een ongeluk op onder meer “Bad Kids”. Memorabel werd het ook hier nergens, maar toch wist de band met hun hipsterlooks en catchy songs onze aandacht te behouden gedurende het hele optreden.

Local Natives begon meteen daarna op de Mainstage hun set in de gietende regen. Het meeslepende en emotionele “You and I” zette meteen de toon en wanneer de zon op het refrein van “Breakers” doorbrak kon het optreden al niet meer stuk. Kippenvel en tranen in de ogen van gelukzaligheid. De band bracht netjes evenveel van hun debuut als van ‘Hummingbird’, en bleef het hele optreden op een waanzinnig hoog niveau spelen. De zomerige en sprankelende indiepop klinkt toegankelijk zodat het een groot publiek kan aanspreken, maar bevat ook voldoende uitdagende arrangementen en emotionele diepgang om de kritische muziekfan te bekoren. Waanzinnig ook hoe mooi de samenzang tussen de verschillende bandleden klonk. Ondertussen had het publiek weer een fikse regenbui over zich heen gekregen, maar tijdens afsluiter “Sun Hands” kwam de zon weer opdagen. Het refrein ‘When I Can Feel With My Sun Hands, I Promise Not To Lose Her Again’ werd uitzinnig meegezongen door de fans, waarna we getrakteerd werden op een flinke portie gitaargeweld. Wat een optreden!

De groep No Age, die bestaat uit een drummer en een gitarist, was helaas de teleurstelling van de dag. De massieve noiserock van de band klonk te eentonig en statisch en was eerder slaapverwekkend dan adrenalineopwekkend. Wellicht was het deels de schuld van de geluidsmix die niet goed zat, maar we misten vooral dynamiek en enige subtiliteit. Nu klonk het allemaal als een onmelodieuze, warrige geluidsbrij.

Suuns daarentegen bewees één van de meest vooruitstrevende bands van het moment te zijn. De tegendraadse ritmes, bezwerende zang en dreunende baslijnen zorgden weeral voor een begeesterende luistertrip. De combinatie van postpunk en elektrorock leek elk moment te kunnen ontploffen, maar pas bij het laatste nummer “Sweet Nothing” werd het gaspedaal helemaal ingedrukt. De rest van de set klonk minimaler, maar des te spannender door de dreiging die telkens in de lucht hing. Dansbaar is de muziek ook zeker, en vooral uiterst geschikt om enkele spastische moves op uit te proberen. Deze hevige koortsdroom was na een uur helaas al gepasseerd, maar met Portishead in het vooruitzicht hadden we alweer iets nieuws om naar uit te kijken.

Ondanks dat zangeres Beth Gibbons niet zo heel sterk bij stem was en de geluidsmix ook niet goed uitkwam op de plek waar we stonden, genoten we toch heel hard van dit optreden van Portishead. Er werd vooral materiaal gespeeld van hun triphopdebuut ‘Dummy’ (dat al van 1994 afstamt!) en van hun comebackplaat ‘Third’, die nog een stukje zwaarder op de maag ligt dan zijn voorgangers en niet gespeend is van enig experiment. Geen muziek om vrolijk op te dansen, maar voer voor de getormenteerde ziel die zich graag eens wentelt in een dosis tristesse. Enkele hoogtepunten waren het heftige en industrial-achtige “Machine Gun”, het enorm zwoele “Glorious Box” en het breekbare, bloedmooie “The Rip”.

De IJslandse postrockband Sigur Rós beloofde de ideale afsluiter te worden van dit driedaags festival, maar loste die verwachting maar half in. De groep speelde veel nieuw materiaal en had een koor vrouwen meegebracht die ook nog eens goed overweg konden met hun blaasinstrumenten. Helaas werden van onze favoriete albums (‘Ágætis Byrjun’ en ‘()’ ) enkel “Popplagið” gespeeld. Naast de nieuwe nummers van hun recentste worp ‘Kveikur’, die een stuk steviger waren dan we gewend zijn van de band, werd de set opgevuld met voorspelbaar materiaal zoals “Festival”, “Glósóli” en “Hoppípolla”. De iets toegankelijkere songs dus, die ook gesmaakt worden door mensen die nog nooit naar de groep geluisterd hebben. Daardoor kwam het optreden echter wat routineus over. Het had een mooie geste geweest naar de fans toe om ook wat minder bekende parels te brengen zoals een “Olsen Olsen” of een “Vaka”. Slecht kan een optreden van Sigur Rós echter nooit zijn, maar het verwachte kippenvel bleef op enkele momenten na uit. 

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/
Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

Pagina 92 van 147