logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Gavin Friday - ...
Festivalreviews

Pias Nites 2013 - Nite one - Booka Shade en The Magician steken er met kop en schouder uit op de PIAS Nite 1

Geschreven door

PIAS, het Belgische indielabel, wordt dit jaar dertig, dus een feestje is dus wel op zijn plaats. Op vrijdag waren er twee zalen geopend in Tour & Taxis, waar tegelijkertijd zowel internationale als Belgische Dj’s hun beste mp3-tracks ten berde mochten brengen. (geen enkele Dj gebruikt nog vinyl tegenwoordig). I Love Techno in het klein dus, dat was een beetje het gevoel dat we aan deze avond overhielden: als de ene Dj niet kon boeien, dan ging je gewoon naar de andere hal op zoek naar een straffere beat.

Agoria, een Fransoos, met een veel uitgebreidere staat van dienst was de eerste DJ die we in zaal 2 aan het werk zagen: deze Lyonees heeft al vier albums uit, waarop onder meer Carl Craig, Neneh Cherry en Peter Murphy (van Bauhaus) gastbijdrages gepleegd hebben.Sebastien Devaud, want zo heet deze man in het gewone leven, had een uitgebreide videoshow meegebracht, die ons bij het binnenkomen van de zaal danig desorienteerde, de strobes schoten alle kanten op, en het was net alsof er iemand een volledige tube purperen pillen in onze beker gemikt had, zo fysiek was de impact van de projecties. Agoria nam de tijd om zijn nummers op te bouwen, en die zaten knap in mekaar, intelligente geconstrueerde techno, een beetje in de stijl van Paul Kalkbrenner of Laurent Garnier, in ieder geval had je het gevoel dat de man wist hoe hij een set moest opbouwen en hoe hij het publiek op zijn trip kon meenemen. Het publiek begon er dan ook in mee te gaan, op het einde van de set kreeg Agoria dan ook de handjes op mekaar.

Stephen Fasano, is de bebaarde Magician, en treedt dan ook op in smoking en met toverstok. De man heeft een aantal gigantische remix-hits op zijn conto (“I Follow rivers” van Lykki Li en “Happiness” van Sam Sparro, die het beter deden dan de originele nummers, en stond terecht als headliner op deze PIAS Nites. The Magician mikt op de meisjes, met zijn heel erg op house-geinspireerde set vanavond. Enkel aan de duur van zijn nummers merk je dat hij een kind van zijn tijd is: geen geduld om via uitgesponnen grooves de massa aan het dansen te zetten, na twee minuten is het tijd om een andere track in te mixen, de aandachtsboog van de smartphone-generatie zeker?

Onze aandachtsboog kon ook niet bij The Magician blijven, want tegelijkertijd begon Booka Shade aan de enige liveshow van de avond. Dit Duitse tweetal heeft zijn magnus opus ‘Movements’ uit 2006 nooit meer weten te overtreffen, maar is live nog altijd top, en ook vanavond wisten ze moeiteloos de volledige zaal tot aan de bar in lichterlaaie te zetten. Vooral de singles uit ‘Movements’ kregen een uitzinnig herkenningsapplaus: “Night Falls”, “Darko”, “In white rooms” en “Mandarine Girl” werden luidkeels meegezongen, Booka Shade slaagt er nog altijd in Minimal sensueel te laten klinken, wat vooral de vrouwelijke helft van het publiek kon smaken. De meisjes hadden gelijk vanavond.

Na de uitbundige set van Booka Shade gingen we even de sfeer opsnuiven bij Fake Blood, de Engelse Dj die mega-hits scoorde met “Mars” en “I think i like it”. Zijn debuut-album, “Cells”, kwam eind vorig jaar uit op Different, het dance-label van PIAS. We hoorden veel droge beats, en waren blij nog eens iets van Green Velvet te horen, maar toch kon de set ons maar matig bekoren, het contrast met de sensuele beats van Booka Shade was wellicht te groot, en de publieksrespons was ook veel minder.

Als afsluiter pikten we nog Dr. Lektroluv mee. Deze Vlaamse Electro-hulk, die een abonnement heeft op Rock Werchter, brengt natuurlijk niets vernieuwend, maar kent verduivels goed zijn electro-klassiekers,en mixte die tot een lekker potje electro-trash. Als genre is electro natuurlijk passé, maar soms is een goed feestje alles wat we vragen.

De eerste Nite van 30 jaar PIAS was ietwat wisselvallig, met een paar uitschieters naar boven, maar toch iets te weinig Djs die er in slaagden de vlam in de pan te krijgen …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pias-nites-dag-1-15-02-2013/

Organisatie: Pias

 

Eurosonic - Noorderslag 2013 - The European Music Conference and Showcase Festival

Geschreven door

Eurosonic - Noorderslag 2013 - The European Music Conference and Showcase Festival
Eurosonic - Noorderslag 2013 – 9 -12 januari 2013, Groningen
Diverse locaties
Groningen
2013-01-14

Eurosonic - Noorderslag 2013 -
The European Music Conference and Showcase Festival – 9 -12 januari 2013, Groningen - overzicht

Cijfers zeggen soms meer dan woorden: totaal aantal bezoekers (uitverkocht): 35.000, nationaliteiten: 45,  acts: 304, aantal podia Eurosonic: 36, aantal podia Noorderslag: 12, media & journalisten: 404, radiostations: 31.
Dat is waar de 27ste editie van het muzikaal showcase festival Eurosonic/Noorderslag in het Nederlandse Groningen voor stond anno 2013. Een ware slijtageslag dus voor iedere muziekliefhebber die zoveel mogelijk bands wil meepikken en daarom continu in een onaangename gemoedstoestand verkeerd ergens op hetzelfde ogenblik op een ander podium ‘the next big thing’ te missen. Maar met wat voorbereiding, inzicht in de ruimtelijke ordening van Groningen en af en toe een vlugge kroket uit de muur lukt het toch om een eigenzinnig parcours uit te stippelen. Verslag van een persoonlijke verkenning.

Eurosonic
Donderdag 10 januari 2013
De eerste nummers van Temples, een nieuwe Britse ‘buzz band’ van NME, klonken aanvankelijk vooral als een doorslagje van The Last Shadow Puppets. Pas halverwege, op het moment dat hun Deep Purple orgeltje een prominenter rol ging spelen, werd duidelijk waarom dit jonge, met early seventies uitgedoste kapsels tot de muzikale ‘new psych’ lichting gerekend wordt. Wat volgde was een hypnotiserende set, niet in het minst omdat de T Rex lookalike frontman/zanger enkele verslavende gitaar riffs in de vingers had die ons geboeid bleven doen luisteren tot het eind.

We kunnen ons voorstellen dat een plaat opzetten van het Londense Stubborn Heart een aangename en inspirerende ervaring moet zijn. De hemelse stem van zanger Luca Santuci is ‘white soul’ pur sang en de combinatie ervan met hedendaagse dubstep en elektronica heeft eerder net als James Blake en Mount Kimbie haar nut en vernuft al bewezen. Live ging dit weinig charismatische duo helaas de mist in. Visueel gaat van een statische zanger en iemand achter de knopjes sowieso weinig aantrekkingskracht uit. Erger was dat de subtiele zang verdronk in een zee van opgefokte, luide beats en bleeps.

Hamferd uit de Faroër eilanden brachten ‘doom metal’ volgens de regels van de kunst: imponerend, onheilspellend traag en niet vies van een vleugje tragiek en pathetiek. Dat hun groepsnaam zou verwijzen naar hallucinaties van familieleden over overleden zeevaarders verwonderde ons niets. Echt schrik kregen we pas van hun uiterlijk: geen overdadige haargroei, tatoeages en stinkende leren jassen zoals doorgaans gebruikelijk in dit genre. Wel strak in het pak en das gestoken jongelui in kortgeknipte blonde haren als betroffen het meedogenloze Ijslandse bankbedienden. Hun debuutalbum is ergens onderweg. De talrijke Amenra fans van Musiczine weten bij deze waar naar uit te kijken.

Groningen viel dit jaar de eer te beurt het eerste optreden van Laura Mvula buiten de UK te mogen verwelkomen. De als ‘BBC sounds of 2013’ getipte zangeres uit Birmingham met Afrikaanse roots was overduidelijk gecharmeerd en bedankte het talrijk opgekomen publiek met een wat ons betreft muzikaal hoogtepunt van de avond. Met haar betoverende stem, die afwisselend jazzy, bedroefd en opgetogen klonk, maar meestal deze emoties tegelijkertijd verklankte, dachten we zelfs even getuige te mogen zijn van de officiële verrijzenis van wijlen Billie Holliday. Voeg daar nog een subtiel instrumentarium (viool, harp, contrabas,…) aan toe van een uitmuntende begeleidingsband die volop durfde experimenteren met vernieuwende ritmes en geluiden en je was getuige van een memorabele muzikale belevenis. Haar debuut moet nog altijd verschijnen, maar nu al ligt goud op de loer voor deze charismatische jongedame.

Lovende kritieken in o.a. The Guardian en Pitchfork zorgden voor een kleine stormloop voor Chvrches (spreek uit “Churches”), de nieuwste synth pop sensatie uit Schotland. Pas na lang aanschuiven eindelijk binnengeraakt maar wel vlug overtuigd: dit jonge trio heeft de songs én uitstraling om geestesgenoten Robyn of Roisin Murphy naar de kroon te steken. De delicate stem van de imponerende frontdame Lauren Mayberry liet een stevige indruk na. Maar ook de electro pop waarin af en toe een vleugje gitaar gemengd zat klonk lekker melodieus en ongekunsteld complexloos zoals het Schotten typeert. 2013 oogt nu al veelbelovend voor Chvrches!

Hoe meer zin de bandleden er zelf in kregen, hoe meer volk er voortijdig begon af te druipen. Die weinig benijdenswaardige eer viel te beurt aan Pegasus, een vrolijk opgewekt power rock viertal uit Zwitserland. De nette kostuums van deze jongelui konden niet verhullen dat hun clichématige rock sound heel wat minder om het lijf had. Het laatste album ‘Human Technology’ zou volgens de bio een ‘breuk zijn met de sound uit het verleden’, maar welke vernieuwingsdrang er van Pegasus precies uitging blijft nog altijd een raadsel.

Weinig bands die zo eclectisch voor de dag kwamen als Ghostpoet, de zwarte, enigmatische frontman/rapper die met een niet nader te definiëren bezwerende mix van hiphop, acid jazz, dubstep en grime al een Mercury Price nominatie in de wacht sleepte in thuisland Engeland. Met een experimenterende begeleidingsband op klassieke en elektronische percussie, keybords en gitaar verveelde dit optreden, dat trouwens perfect gecast was in het Groninger museum, geen seconde. Voor een grote doorbraak is deze muziek waarschijnlijk net iets te grillig en ongrijpbaar, maar laat dat vooral geen reden zijn om nu al uit te kijken naar zijn binnenkort te verschijnen tweede album.

Wie na het intensief doorbruisen van de Groningse binnenstad energie over had, kon nog eens stevig uit de bol gaan op Gnucci, een vrouwelijk dance hall duo dat vreemd genoeg uit Zweden bleek afkomstig te zijn. Veel meer dan een rode muts, een glitter bh, pompende dance hall beats en wat opruiend taalgebruik had Gnucci niet om het lijf, maar wat zou het op dit vergevorderde uur… een knotsgek feestje moet en zou er nog gebouwd worden die nacht!

Vrijdag 11 januari 2013
De volumineuze Grand Theatre was aardig volgelopen voor opener SX, het Kortrijkse trio dat in het thuisland geen voorstelling meer behoeft maar met haar retro hippe indiepop sound in 2013 ook op het buitenland mag mikken. Dankzij live percussie en galmende gitaarpartijen klonk SX die avond nog een stuk energieker en opwindender dan op de dromerige debuutplaat ‘Arche’. Al werd de show pas echt gestolen door de ravissante zangeres Stefanie Callebaut die behekst leek door haar zoemende keyboards. Toch bleef dit fel gesmaakte optreden niet bespaard van een beginnersfoutje. Voor een Eurosonic publiek dat gemiddeld na 5 nummers opgefokt op zoek gaat naar ‘the next big thing’ mocht doorbraaknummer “Black Video” gerust wat vroeger in de set zitten.

In thuisland Engeland moet hun debuut nog altijd verschijnen. Toch klonken de nummers van Treetop Flyers of ze al een eeuwigheid meegaan. Hun van harmonieuze, hemelse samenzang voorziene country soul putte schaamteloos uit het beste van Crosby, Stills and Nash en The Band, al vond ook het meer eigentijdse My Morning Jacket zeker een aandachtig luisterend oor. Dit bebaard gezelschap had de ambacht van het songschrijven al meer dan aardig onder de knie en het is niet verwonderlijk dat de Britse festivalorganisatoren nu al duchtig aan hun mouw trekken om de bezoekers deze zomer in een gelukzalige vervoering te brengen. Hopelijk volgt het vasteland snel.

De kans is vrij gering dat de dromen van Young Dreams op basis van hun Eurosonic optreden zullen waargemaakt worden. Daar was een dosis technische pech mee verantwoordelijk voor. Maar ook de psychedelische wall of sound van dit Noors zestal moet zeker nog wat meer uitgepuurd worden. Conceptueel zaten de nummers die knipoogden naar het ‘Merriweather Post Pavilion’ album van Animal Collective best ingenieus in elkaar.  De live uitvoering, waarbij naast 3 gitaren ook nog een synthesizer prominent op de voorgrond gemixt werd, lag echter te zwaar op de maag. ‘Een kruising van The Beach Boys en Fleet Foxes’, schreef The Guardian, maar de weidse, uitgestrekte sound die beide bands typeert was die avond ver te zoeken. Niettemin benieuwd of hun Europese toer in het voorprogramma van Tame Impala een doorbraak mag opleveren.

Minstens even schuchter en bleek als landgenoten The XX en even radiovriendelijk als Jessie Ware, zo klonk en zag Elephant eruit. De melodieuze popdeuntjes van dit viertal rond zangers Amelia Rivas uit Yorkshire klonken bitterzoet en droomachtig maar nooit slaperig. Ze werden sfeervol gekruid met pittige baslijntjes en ijle gitaarmotiefjes al kregen de synths die afwisselend futuristisch als schaamteloos eighties klonken de meest prominente rol toebedeeld. Er zouden al enkele fel gesmaakte EP’s van Elephant circuleren en de kans is reëel dat hun nog te verschijnen debuutalbum niet onopgemerkt zal blijven.

Je kon maar best genoeg op voorhand arriveren voor Palma Violets, misschien wel de grootste hype van deze Eurosonic editie, en bijgevolg goed voor een stormloop op rockbunker Vera. Hun energieke debuutsingle “Best Of Friends”, die zich moeiteloos naast het beste van The Vaccines laat inschrijven, zou u al moeten kennen. Het was dus uitkijken of deze nieuwste rock & roll sensatie uit Engeland ook live zou bevestigen. En dat deden ze met verve! Palma Violets klonken even rauw en opwindend als The Clash en The Stooges in hun begindagen. De frontman/gitarist en bassist vochten op leven en dood voor de meeste aandacht op het podium, waarbij hun onderling aantrekking- en afstotingritueel onvermijdelijk deed terugdenken aan de strapatsen van Pete Doherty en Carl Barat in hun The Libertines hoogdagen. Een internationale veroveringstocht zit eraan te komen.

We hoorden eerlijk gezegd net iets te weinig nummers van Villagers om een deftig oordeel te kunnen vellen, maar soms heb je weinig nodig om overtuigd te zijn. Met zijn in 2011 verschenen sublieme album ‘Becoming A Jackal’ is deze Ier al lang geen nobele onbekende meer. Het publiek was dan ook massaal afgezakt naar het indrukwekkende Stadstheater om een voorproefje te krijgen van het nieuwe album. Dat belooft op basis van wat we te horen kregen rijkelijker geïnstrumenteerd te worden dankzij elektronische arrangementen, zonder evenwel die kenmerkende folky inslag de rug toe te keren. Het publiek genoot en leek ontroerd. De manier waarop Radiohead vernieuwend geweest is voor de rockmuziek, dat zou Villagers wel eens kunnen overdoen voor de folk.

Oostenrijkers staan niet meteen bekend om hun meest verfijnde smaak. We waren er dus niet echt gerust in toen Gasmac Gillmore de aftrap gaf met hun bij ons nog vaak eerder gehoorde Balkan Folk Metal. Ligt het aan de jaarlijkse Nederlandse volksverhuizing naar Sziget? Of aan de instroom van nieuwe Nederlanders vanuit de Balkan regio? Het publiek ging in ieder geval lekker uit de bol op een kruising van dansbare Gogol Bordello Balkan beats en snoeiharde Pantera speed metal riffs. De charismatische zanger met bezwerende System Of A Down vocalen keek geamuseerd toe voor zoveel gekte en heeft er die avond beslist enkele fans bij gewonnen.

Noorderslag
Zaterdag 12 januari 2013
Veel groepjes willen klinken als The Who en The Stones, te veel in het geval van The La La Lies. Aan goede intenties en power zeker geen gebrek, maar deze clichématige seventies rock kon ons maar enkele nummers blijven boeien. In Nederland speelden The La La Lies volgens de bio al in alle zalen en op alle festivals, maar de vraag is of iemand daarbuiten op dit viertal uit Alkmaar echt zit te wachten.

Dan beter nog vlug enkele nummers meepikken van The Horse Company, een band die zowel qua naam als qua geluid zwaar schatplichtig bleek aan die andere fameuze paardengroep, Band Of Horses. Een wijdse Americana sound kwam ons overgewaaid vanuit de onmetelijke poldervlaktes rond Zwolle. Niet bijster origineel maar wel intens en knap gebracht op een manier die nog beter tot haar recht moet komen in een stadion of op een festival.

Baardgroei is nog jaren niet in zicht bij Palio Superspeed Donkey, vier snotneuzen uit Amsterdam die bij het verschijnen van de debuutplaat van hun grote helden Arctic Monkeys hooguit acht jaar moeten geweest zijn. Bij onze noorderburen leeft er momenteel een lichte hype rond deze jongetjes en live bewezen ze alleszins waarom. Drammerige, puisterige tienerrock was in geen verten te bekennen, wel een overvloed aan geslaagde riffs en hooks binnen een samenspel dat opvallend volwassen klonk. Zowel op de vlugge punkrock songs als tijdens het meer bezwerende materiaal bewees Palio Superspeed Donkey hun instrumenten al aardig onder de knie te hebben. De talrijke aanwezigen die glimlachend bleven luisteren tot het eind leken maar al te graag bereid tot het uitreiken van een publieksprijs. De nogal onnozel klinkende groepsnaam zullen we hun als jeugdzonde maar vergeven.

De beste reclame voor nederwiet ging die avond naar Full Crate & Mar Live, een geestesverruimend trio dat de zwoele soul van Stevie Wonder of d’Angelo geslaagd koppelde aan de inventieve ritmes en toetsen van Flying Lotus. Een onthaasting concert dat lekker traag voortkabbelde met een op jazzmuziek geïnspireerde experimenteerdrift die af en toe naar een intensieve climax toewerkte. Volgens de bio mocht Full Crate & Mar Live al de afterparty van Erykah Badu verzorgen. Maar ook in de Oosterpoort leken meerdere dames in het publiek diezelfde avond nog van bil te willen gaan op deze sensuele muziek.

Was 2012 het jaar van de internationale doorbraak van Blaudzun, dan zou 2013 wel eens het jaar van Jacco Gardner kunnen worden. Wie de knappe debuutsingle “Clear The Air” al gehoord heeft weet dat deze jongeman uit de provincie vernuftige psychedelische barok pop fabriceert en gretig put uit The Beatles’ ‘White Album’ en Pink Floyd’s ‘Dark Side Of The Moon’. Al wist hij zijn composities dankzij een klavecimbel klinkend orgeltje ook eigenzinnig te omzomen om met een obscuur, donker randje. Muziek tussen droom en daad, al neigde Jacco Gardner enkele keren gevaarlijk naar de psychedelische overkill die ook MGMT op ‘Oracular Spectacular’ de das omdeed. Niettemin een bijzonder aangename verrijking voor het muzieklandschap in Nederland én daarbuiten.

Als je in de bio gelokt wordt door terminaal hippe invloeden als Chromatics en Julia Holter ligt ontgoocheling op de loer. Helaas deed Pien Feith dat ook. Een fraaie jongedame, daar niet van, maar vocaal wist ze ons niet echt in vervoering te brengen. Tot overmaat van ramp klonk ook haar begeleidingsband een pak minder geïnspireerd en vernieuwend dan mocht verwacht worden.

We trokken de deuren van deze Noorderslag editie achter ons dicht tijdens DeWolff. Wapperende lange blonde haren, strakke broeken in witte laarzen en ellenlange gitaarsolo’s… de juiste ingrediënten om het hart van iedere seventies hardrock fan een paar tellen te doen overslaan. De vraag is evenwel hoeveel er zo nog rondlopen vandaag. Zelf kregen we steeds meer het gevoel naar een gimmick te zitten kijken, en door het gebrek aan variatie van dit trio konden we een geeuw niet langer onderdrukken. Al kon het natuurlijk ook liggen aan de vermoeidheid die na zo een driedaags muziekcircus onvermijdelijk toeslaat.

Volgend jaar staan we weer uitgerust aan de start!

Organisatie: Eurosonic - Noorderslag

Glimps showcasefestival 2012 – muzikale ontdekkingstocht door Gent – dag 2

Glimps showcasefestival 2012 – muzikale ontdekkingstocht door Gent – dag 2
Glimps showcasefestival 2012
All Areas
Gent

GLIMPS festival bood op 14 en 15 december een podium aan meer dan tachtig bands uit alle hoeken van Europa. Een muzikaal parcours door Gent met groepen die klaar zijn voor een internationale doorbraak onder het motto ‘Tomorrow’s Music Now’.
Iedere groep geeft gedurende veertig minuten het beste van zichzelf op één van de 13 podia in de Gentse binnenstad. Een duik van de ene sfeer in de andere, van de kleine clubs tot de grotere concertzalen. Een ontdekkingstocht doorheen de Europese muziekscene, van rock over pop tot jazz.
GLIMPS kadert in het Gent - Unesco Creative City of Music verhaal.

Meer info op http://www.glimpsgent.be

We kunnen na deze tweede editie zeggen dat deze showcase succesvol wordt ontvangen en een vaste waarde wordt in de concertagenda.


Impressies dag 2 – zaterdag 15 december 2012

Het sympathieke Mount Stealth uit Luxemburg startte de Glimps showcase in de Charlatan. De vele analoge instrumenten van de 4 muzikanten creëerden een sfeervolle, doordachte set; samen met de experimentele aspecten leidde dit tot een verrassend sterk resultaat. Een soort bezwerende filmmuziek gekenmerkt door een strakke ritmesectie , soliede baslijnen en onverwachtse elektronische wendingen . Zonder veel breaks werkten ze zich door hun melodieuze postrock en waren ze een belangvolle, leuke ontdekking , die we zeer zeker nog wensen te zien.

Douglas Firs is de band van Gertjan Van Hellemont, tevens gitarist bij The Bony King Of Nowhere. In tegenstelling tot die laatste durft Douglas Firs al eens stevig te rocken. Het hoeven niet altijd intieme, gevoelige liedjes te zijn. Ze mochten openen in Zaal Miry, gelegen in het conservatorium van de Hogeschool Gent. Openen deden ze met “Shimmer & Glow” dat gezegend is met een prachtige melodie. De samenzang van de band, à la Fleet Foxes, was impressionant en kreeg de zaal muisstil. Een tweetal keer koos Hellemont om solo een nummer te brengen. Met zijn gouden stemgeluid wist hij op zijn eentje de songs te dragen. Afsluiten deden ze met een nieuw nummer. “Carolina” was een potige rocker waarin de hele band participeerde.

Bernays Propaganda was in de Kinky Star te zien. Hun bio sprak ons enorm aan en de verwachtingen waren hoog. Frontvrouw Kristina Gorovska leidde de Macedonische bende. Van meet af blonk het gezelschap uit in die strakke groovy sound met funky invloeden. Haar anarchistische teksten  bracht ze met de nodige passie en vormde de rode draad in het optreden. Het enthousiaste viertal smeet zich volledig maar soms miste hun poppy postpunk zijn effect ; de dansbare sound was een beetje te braaf en de vergelijkingen met The Ting Tings en Gossip waren op z'n minst vergezocht te noemen. Pas in het slot als hardere nummers op z’n Fugazi’s te horen waren, werd duidelijk dat ze zich wel degelijk een plaatsje op Glimps toe eigenden.

Het Nederlandse Rats on Rafts speelde het kleine maar gezellige café Barville plat met zijn energieke postpunk. Een mix van The Sex Pistols, The Cure en Joy Division. De baslijn vormde de rode draad in de songs, die van de ene naar de ander kant stuiterden. De ritmeveranderingen vlogen ons om de oren, maar toch slaagde de band erin om de nummers als een geheel te doen overkomen. Een toppertje.

De Deense band met de heerlijke naam Slaraffenland mocht Zaal Miry inpalmen  en deed dat met verve. Ze brachten popliedjes met een jazzy omhulsel. Al is jazz misschien een makkelijke omschrijving. Ze hebben een geheel eigen en onconventionele sound die moeilijk te omschrijven is. De nummers klinken vrank en vrij. Zweverig maar toch aards. De songstructuren zijn onvoorspelbaar, en de groep treedt buiten de geijkte paden van de gemiddelde popsong. Bovendien was er geen sprake van een echte frontman, elke song werd gezongen door een ander groepslid. De band speelde alleen maar nieuwe nummers van hun net afgewerkte album dat begin 2013 in de rekken zou moeten liggen.

In de Kinky Star trad intussen het Vilvoordse trio The K. op. De winnaars van het Concours Circuit in '11 - de Waalse tegenhanger van Humo’s Rock Rally- lieten er geen gras over groeien met hun ‘DIY’ spirit en trokken direct fel van leer. De noisepunk klonk fris en snedig en de nadruk lag vanzelfsprekend op hun eerder verschenen debuut ‘My Flesh Reveals Millions Of Souls’. Invloeden van The Melvins en The Jezus Lizard waren te horen, en in hun halfuur hielden ze ons met hun rauwe rock stevig in de tang.

In de gezellige setting van de Fabriek sloot Joanna Isselé aka Imaginary Family af. Ze begon als singer/songwritster en nu is ze al voor de vierde maal als 'band' te zien met Vinz ( Ideal Husband) en Kristof Deneijs (Yuko) , haar partners in crime. De release van de debuutEP 'Hidden' -enkele weken geleden- ging niet onopgemerkt voorbij, gezien de lovende recensies.
De sprookjesachtige, broze liedjes en de schattige, charmante Joanna deden onze gedachten afdwalen naar een knisperend haardvuur op een donkere winterse avond. De akoestische gitaren lieten de minimalistische pop/folksongs schitteren in hun breekbare eenvoud en met haar fragiele stem hield ze de hele zaal geboeid. De oprechte luisterliedjes beklijven en ondanks enkele kleine foutjes, was dit optreden  één van de absolute hoogtepunten van Glimps. De single “The bird watcher” , een klein succes op Radio 1, deed ons nog eens wegdromen en bevestigde de status ‘groots talent’. Als band wel degelijk een meerwaarde!

Organisatie: Glimpsgent

Glimps showcasefestival 2012 - muzikale ontdekkingstocht door Gent – dag 1

Glimps showcasefestival 2012 - muzikale ontdekkingstocht door Gent – dag 1
Glimps showcasefestival 2012
All Areas
Gent

GLIMPS festival bood op 14 en 15 december een podium aan meer dan tachtig bands uit alle hoeken van Europa. Een muzikaal parcours door Gent met groepen die klaar zijn voor een internationale doorbraak onder het motto ‘Tomorrow’s Music Now’.
Iedere groep geeft gedurende veertig minuten het beste van zichzelf op één van de 13 podia in de Gentse binnenstad. Een duik van de ene sfeer in de andere, van de kleine clubs tot de grotere concertzalen. Een ontdekkingstocht doorheen de Europese muziekscene, van rock over pop tot jazz.
Op de affiche van GLIMPS festival prijken o.m. Turkse pop- en rockbands, bands uit de Scandinavische muziekscene, groepen uit Oost-Europa, bands uit Oostenrijk en Zwitserland, bands uit onze buurlanden en uiteraard ook een Belgische delegatie.
GLIMPS kadert in het Gent - Unesco Creative City of Music verhaal.

Meer info op http://www.glimpsgent.be

We kunnen na deze tweede editie zeggen dat deze showcase succesvol wordt ontvangen en een vaste waarde wordt in de concertagenda.

Impressies dag 1 – vrijdag 14 december 2012
In de Balzaal van de Vooruit gaf Prins Póló het startschot . De IJslandse band wiens naam verwijst naar een Pools koekje, liet zachte gitaarlijnen los op en dompelde de aanwezigen onder in een bad psychedelische electro/pop. Korte nummers met eenvoudig repetitieve melodieën. Tijdens de set waren er technische problemen met een versterker, en ook hun overgangen verliep niet zo vlotjes.

In de Handelsbeurs had het Oostenrijkse kwintet van Francis Int. Airport een plaatsje op de line up. Met 2 albums onder de arm, kwamen ze hier in Gent hun visitekaartje afgeven. De voorbije maanden waren ze al te zien op o.m. Primavera Sound, Reeperbahn Festival, Eurosonic en Sziget Festival , wat hen een aardige reeks lovende comments opleverde.
We kregen al snel een duidelijk beeld van hun diverse poppy sound: zwierige indie popsongs met de nodige synths , die af en toe worden gekenmerkt door een ingetogen, melancholisch geluid. “Amnesiacs” en “Monsters” zijn 2 sterke singles, die ook hier ook veel bijval oogsten. Deze band heeft potentieel , maar moet nog wat werken aan die te 'cleane' sound.

Heel origineel en bijzonder was het om in een bioscoop naar een optreden te kunnen kijken. In de Studioskoop maakte Blackie & The Oohoos hun opwachting. De zusjes Maieu hebben nog maar net hun 2de studioalbum uit. Voor ‘Song for two sisters’ werkten ze samen met de muzikale kameleon Pascal Deweze (Metal Molly, Broken Glass Heroes, Sukilove, …).
Zowel op de plaat als live zetten ze een mysterieuze sound neer , die ons een dromerig gevoel gaf. Naast het zweverig geluid hield hun oorstrelende samenzang ons alert. Niet alle songs konden ons bekoren, maar Blackie & The Oohoos is een aanrader voor wie heerlijk wil wegdromen.

Raketkanon
, in de Handelsbeurs, speelden de voorbije maanden in ‘no time’ een stevige livereputatie bijeen. Ze kregen een pak exposure , die er ook kwam dankzij de uitstekende recensies van het debuutalbum 'Rktkn #1' (zie review op de site!) en het oppikken van de single “Herman” door StuBru . Volledig terecht trouwens, want deze mannen hakken en beuken er duchtig op los: dreigende , onheilspellende slome noiserock , die als een razende tornado tekeer kon gaan. De ogen van frontman Pieter Paul De Vos ( Kapitan Korsakov) spuwden vuur en drummer Pieter De Wilde ( Raveyards, Sioen) teisterde z’n drumkit vol overgave, de distortion van gitarist Jef Verbeeck ( Toman) en de bassynths van Lode Vlaeminck gaven een unieke intensiteit weer. De drive en de energie van het viertal zette een volgelopen Handelsbeurs op stelten en onderstreepte de veelbesproken live-status van de band. Onze favorietjes “Laura” en “Helen” klonken meedogenloos hard maar het was natuurlijk “Herman” die voor brokken zorgde in de eerste rijen. Tevens sijpelde psychedelica, doom en sludgeriffs door ; een bewust gecreëerde chaos, Raketkanon op z'n best!

In de Vooruit kwam het Deense I Got You On Tape. Hier geniet deze band nog maar weinig naambekendheid , maar in Denemarken waren ze afgelopen zomer op Roskilde. Begin november verscheen de vierde langspeler ‘Church of the Real’ , die ze op gepaste wijze kwamen voorstellen. Frontman Jacob Bellens imponeerde met z’n ruwe , schurende, warme stem. De zanglijnen deden zowel denken aan Guy Garvey van Elbow als aan Matt Berninger van  The National.
De muziek was een mengeling van rock en electropop en hier en daar drong wat new-wave door , die richting Joy Division ging. De deels dromerige, donkere teksten werden opgefleurd door vrolijke melodieën., en ook de prima lichtshow creëerde een speciale sfeer. In een mum van tijd zetten ze de talrijk opgekomen toeschouwers naar hun hand . Zondermeer een adembenemend optreden !

The Black Heart Rebellion
sloten een nokvolle Handelsbeurs af . Het Gentse gezelschap was net terug van een paar weken Japan en laat opnieuw van zich horen na enkele jaren stilte. Binnen enkele weken komt hun 2de album 'Har Nevo'  uit en de single “Avraham” , vergezeld van een uitstekende clip, is alvast een mooi voorsmaakje. Wie het eigenzinnige vijftal reeds aan het werk zag , weet dat hun intense sound veel emotie ademt en situeert in een 'duistere atmosfeer'. De undergroundband had er duidelijk zin in en geruggesteund door een uitbundig publiek, werden vol overgave een pak nieuwe tracks gebracht. Postrock meets hardcore - voor de fans van Amen Ra en Isis- , de sfeer en spanningsbogen zijn geduldig opgebouwd om dan onverwachts te exploderen in een weergaloze uitbarsting. De tempowisselingen blijven onrustig, en die  typische ruwe screamovocals van Uyttenhove houdt het geheel spannend en onvoorspelbaar. TBHR is een verademing in de huidige scène. Voor hen die ze nu gemist hebben: binnenkort in de AB , met Amenra; volgend jaar stellen ze de nieuwe cd uitgebreid voor en start hun clubtour, met o.m. eind januari in de Gentse Vooruit!

Organisatie: Glimpsgent

The Golden Years 2012 – de ‘survival sixties’

Geschreven door

The Golden Years 2012 –  de ‘survival sixties’
The Golden Years 2012
Sportpaleis
Antwerpen

Weer een ‘Golden Years’, weer een jaartje ouder. Het gaat snel. Maar ook voor mijn jeugdidolen uit de sixties, die nu bijna zeventig jaar oud zijn. Ze beginnen stilaan (en letterlijk) uit te sterven.
Vandaar dat deze (reeds 24e) aflevering voor de laatste keer als thema ‘The Sixties’ had. Volgend jaar vliegen we dus waarschijnlijk volledig de glamrock en de disco in, dit jaar konden we nog een laatste keer genieten van een aantal groepen. We konden ook vergelijken, want de meeste groepen zagen we reeds eerder aan het werk hier. En de balans is positief: groepen, waar we één van de vorige keren onze bedenkingen bij hadden, kwamen nu veel sterker naar voor. Waarschijnlijk hebben zij ingezien dat optreden voor meer dan 10000 toehoorders toch een beetje voorbereiding vergt.
Het resultaat was een sterke aflevering, maar zonder grote uitschieters. Wel hebben we dit jaar heel wat afgezongen, samen met het publiek. De sfeer zat er dus wel weer duidelijk in.
Vaste presentator Carl Huybrechts was er ook weer bij. Zoals alle jaren houdt hij ervan de Hollanders in het publiek (ludiek) te schofferen. Daardoor kreeg ik het gevoel weer eens thuis te komen. En dat is waarschijnlijk de bedoeling.

Dozy, Beaky, Mick & Tich’ zorgden meteen voor de sfeer met het grappige “Zabadak”. De toon was daarmee gezet. “Hold Tight”, “Bend It” en het onvermijdelijke “The Legend Of Xanadu” knalden uit de boxen en warmden het publiek helemaal op.

De set van ‘Chris Andrews’ was een stuk korter, maar zijn hits “Yesterday Man”, “Pretty Belinda” en “To Whom It Concerns” gingen er vlot in.

Dave Berry’, die nog steeds wereldberoemd is in België door zijn optreden in de Knokkecup in 1965 (!), waar zijn ploeg slechts derde werd, deed wat van hem verwacht werd. Hij is een gedistingeerde heer geworden. Maar dat belette hem niet te starten met een stomende “Route 66”. “Little Things”, “Mama” (waar is de tijd van de botsauto’s?), en uiteraard “This Strange Effect” vervolledigden zijn act. Hij deed zelfs even de gimmick met de handjes, hetgeen duidelijk gewaardeerd werd door het publiek. Maar waar bleef “The Crying Game”?

The Tremeloes’ waren een echte hitfabriek en produceerden heel veel meezingers. Hun set was, net zoals vorige keer, nogal zwak. Maar toch kregen ze door hun enthousiasme het publiek op hun hand met “Here Comes My Baby”, “Even The Bad Times Are Good”, “Suddenly You Love Me” en “My Little Lady”.
Maar het moet gezegd worden dat hun samenzang in “Silence Is Golden” innig mooi was!

De songs van ‘Chris Montez’ klinken altijd wat ingehouden, maar met “C’mon Let’s Go” bewees hij toch dat hij een rocker kan zijn. Met “Some Kind Of Fun”, “Let’s Dance” en “The More I See You” bracht hij nog een aantal tophits, maar ik had toch stiekem gehoopt op “Ay No Digas”.

Met ‘The Searchers’ kwam weer een vaste waarde aan bod. Ze brachten hun tophits, zoals “Love Potion No. 9”, “Needles And Pins”, “When You Walk In The Room” en uiteraard “Sweets For My Sweet”. Maar deze keer verrasten zij ons toch met een prachtige versie van “The Rose”. Niet van hen, maar wat een cover!

Daarna kwam de langste act van de avond. En het was toch een hoogtepunt. ‘Peter Noone’, de duivel-doet-al van ‘Herman’s Hermits’, bleek naast een goede zanger ook een man te zijn die houdt van grapjes. Zijn act was zeer afwisselend en onvoorspelbaar. Eerst leek hij de echte tophits van de band te negeren met een cover van “Wonderful World” en met “A Little Bit Better”.
Hij verklaarde een bewonderaar te zijn van Johnny Cash, waarna hij pardoes “Ring Of Fire” inzette, gezongen met die typische diepe Cash-stem. Niemand had verwacht dat hij ook op die manier kon zingen, want we zijn natuurlijk dat lieve stemmetje gewoon van hem.
En nog was het niet gedaan: plots verklaarde hij de zoon te zijn van Elton John en Mick Jagger, waarna hij een prachtige imitatie bracht van Mick in “Start Me Up”. De man wil duidelijk aantonen dat hij meer kan dan hitjes zingen. En met succes!
Maar dan was toch de tijd aangebroken voor een resem hits, luid meegezongen door het publiek. Wat dacht je van “Mrs. Brown, You’ve Got A Lovely Daughter”, “I’m Into Something Good”, “Silhouette”, “There’s A Kind Of Hush” en “I’m Henry VIII, I Am”. “No Milk Today” mocht natuurlijk ook niet ontbreken.

The Manfreds’ mogen natuurlijk niet de naam van hun vroegere toetsenman Manfred Mann gebruiken, maar met hun vroegere zangers Paul Jones en Mike D’Abo klonken ze net zoals toen. En wat een stem hebben die mannen nog steeds! En het mondharmonicaspel van Paul Jones mag er zijn. Ook zij wilden bewijzen dat ze meer zijn dan een jukebox, en daar slaagden ook zij in. Ze brachten “Sha La La”, “Do Wah Diddy Diddy”, “If You Gotta Go, Go Now”. Met als kers op de taart natuurlijk “Ha! Ha! Said The Clown” en “The Mighty Quinn”.
Zij hadden de ondankbare taak op te treden als laatste van de avond. Het publiek was duidelijk moe en schor gezongen en wou naar huis.
Tijdens de samenzang met “Get Back” begonnen velen de zaal reeds te verlaten.

Samengevat was dit een sterke editie van ‘The Golden Years’. Volgend jaar, voor de 25e keer, wordt het iets helemaal anders. Ik kijk er naar uit!

Organisatie: Sportpaleis – The Golden Years – Antwerpen  

Sonic City Festival 2012 – curated by Suuns - Na duizenden jaren brengt Swans het sjamanisme terug naar Kortrijk

Geschreven door

Sonic City Festival 2012 – curated by Suuns - Na duizenden jaren brengt Swans het sjamanisme terug naar Kortrijk
Sonic City Festival 2012
Kreun
Kortrijk

Het Sonic City Festival is een jaarlijks terugkerend festival, georganiseerd door de Kreun. Het concept blijft onveranderd : een curator wordt aangesteld om de line up van het festival samen te stellen. Dankzij dit concept wordt elke editie van Sonic City uiteraard totaal anders. Een nieuwe look, een ander perspectief, verrassende keuzes en een enorme muzikale diversiteit. Na Millionaire ('07) en Dalek ('09), Deerhoof ('10) en Liars ('11) werd het festival dit jaar gecureerd door de Canadese band SUUNS. Wederom koos De Kreun voor een band met een bijzonder eclectische smaak, zodat ook de line up barst van de verscheidenheid. Met o.m. Swans, Suuns, Tim Hecker, Demdike Star, Each Other, BEAK> en Fuck Buttons.

Sfeerbeelden dag 1 en dag 2 : http://www.musiczine.net/nl/fotos/sonic-city-festival-2012/

review dag 2 – zondag 2 december 2012

Vorig jaar in februari waren we redelijk onder de indruk van Suuns, en de programmator van De Kreun was dat blijkbaar ook, want Suuns mocht dit jaar curator zijn van het tweedaagse Sonic City festival. Wij kozen voor de zondag, met als voornaamste act natuurlijk Swans, die met hun nieuwe album ‘The Seer’ in vele eindejaarslijstjes zal opduiken. Swans zou twee uur optreden vanavond, waar de meeste bands die op zondag speelden maar een halfuur mochten optreden.


Het festival begon redelijk vroeg op zondagmiddag, maar wij pikten in bij Clinic. Deze Liverpudlians kenden we nog van hun album ‘Walking with thee’ (uit 2002), waar ze heel avontuurlijk een Engelse interpretatie gaven aan The Pixies ten tijde van ‘Surfer Rosa’. Sindsdien waren we deze band echter uit het oog verloren, en live hadden we ze in tien jaar nog nooit aan het werk gezien. Clinic viel zeker op door hun podiumact, geïnspireerd door The Residents, leek het of de chirurgen van AZ Groeninge op hun vrije dag besloten hadden de Kreun over te nemen: de concertzaal was omgetoverd tot een operatiekwartier, alle bandleden droegen blauwe operatiejassen en ditto maskers, enkel de plastic handschoenen ontbraken.
Clinic deed dus zijn naam eer aan, en ook hun muziek was compromisloos, een heel eigen tegendraadse postpunk sound, misschien dat qua attitude The Fall nog in de buurt komt, het orgeltje klonk heel erg ouderwets, en de gitaren waren verdomd raar gestemd. Een harmonica en klarinet zorgden voor een ouderwets new wave geluid, terwijl kapotte beats een heel vervreemdend effect creëerden (Al zullen die blauwe operatiejassen en maskers er ook voor iets tussen gezeten hebben, het was de eerste keer dat ik iemand met een mondmasker op klarinet zag spelen).  “IPC” en “Seesaw” stonden op de setlist deze namiddag. Clinic, echt geen voor de hand liggende band. Hun laatste album heet ‘Free Reign’, doe er uw voordeel mee.


We hadden ook nog nooit van Sir Richard Bishop gehoord. Deze Amerikaan komt uit de Arizona punk scene, (zie ook Meat Puppets), speelt al sinds 1979 experimentele rock met Sun City Girls, en treedt sinds een aantal jaren solo op. De man mocht ons een halfuurtje op akoestische gitaar vermaken, en nam ons mee op een reis langs de verschillende continenten: het begon met een Indisch geïnspireerd nummer, de sitargeluiden zoemden op de achtergrond terwijl Bishop op virtuoze wijze op zijn gitaar tokkelde, om dan over te gaan in Engelse folk (Jimmy Page a la ‘The battle of evermore’) en af te sluiten met een door flamenco geïnspireerd nummer.

Tijd om eens buiten een frisse neus op te halen, voor de rokers, en iedereen die een hapje wou eten, had de organisatie het terras omgebouwd tot een loungeruimte, met gasfakkels, een alternatieve platenbeurs, een koffiecaravan en een warme broodjesstand, die welkom was bij deze vriestemperaturen.

Het contrast tussen Sir Richard Bishop en de volgende artiest, kon moeilijk groter zijn. Tim Hecker is een Canadese electronica-artiest, die ambient composities schrijft en dit jaar samen met Daniel Lopatin (Oneohtrix point never)  het album ‘Instrumental tourist’ maakte.  Hecker trad op in het volledige duister, enkel de lichtjes van zijn apparatuur lieten toe nog iets op het podium te ontwaren. Zijn ambient drones werden doorklieft door belletjes, en het geheel was ook door het hoge volume, een fysieke ervaring waarbij het geluid je omarmde alsof je in een warm bad zat. Digitale droomnoise voor gevorderden, zo kan je het nog best omschrijven.

Beak> was de eerste band van de avond, die meer dan een half uur toebedeeld kreeg. De band van Geoff Barrow, jawel de man van Portishead, bestaat naast Barrow op drums, uit een bassist en een keyboardspeler. Barrow is duidelijk bezeten door geluid, want het duurde een hele tijd voor hij tevreden was met de soundcheck, en ook tussen de nummers door moest de klankafstelling gecontroleerd worden, wat enigszins de vaart uit de set haalde. Beak> haalt schaamteloos zijn inspiratie bij de krautrock van Neu, het was net of we veertig jaar terug gekatapulteerd werden, een donkere, hypnotische, mechanische groove trok zich op gang, bas, drums en vintage keyboard stippelden een epische, maar Teutoons parcours uit, waarop Barrow dan nog eens zong, met toch wel een vrij beperkte stem, die wel iets mee had van Ian Curtis. De laatste twintig jaar, is er wellicht maar een band die iets gelijkaardigs gedaan heeft, en dat is Trans Am. Ondanks de vele pauzes tussen de nummers, was het publiek toch enthousiast.

In 2010,  na 14 jaar onderbreking, besloot Michael Gira om Swans weer uit de kast te halen. Zelf liet hij weten dat we dat absoluut niet als een reünie moesten beschouwen, maar gewoon als het beste vehikel om te brengen waar hij nu mij bezig is. Het dubbelalbum ‘The seer’ zal in veel eindejaarslijstjes opduiken, ook al is het allesbehalve een hapklare brok.
Michael Gira, een grijze en gegroefde kop, 58 ondertussen, kwam op in een zwart verfrommeld pak, en een witte cowboyhoed. De man staat er algemeen om bekend geen gemakkelijke man te zijn, en dat bleek ook uit de tijd die hij aan de soundcheck besteedde, hier was duidelijk een perfectionist aan het werk. Toen alle instrumenten naar wens gestemd waren, moesten zijn hemdsmouwen op de juiste manier opgerold en vastgemaakt worden, en toen was alles zo als Gira het wilde, en konden we beginnen.
De man heeft wel gevoel voor humor, hij wist dat hij het publiek heel lang had laten wachten, en wenste het publiek een goeie nacht, zei “See you tomorrow” en liep het podium af. Even later kwam hij dan toch terug, zonder cowboyhoed, en met luide gitaaraanslagen trok Swans zich op gang.
Michael Gira had een aantal karakterkoppen meegebracht, naast een gitarist, bassist en drummer, waren vooral de lapsteel gitarist , Christoph Hahn, (die wel een jongere broer van Gira leek, met zijn grijze sikbaardje en gekreukeld kaki pak) en de percussionist, opmerkelijke verschijningen. Die laatste, Thor Harris, is de drummer van Shearwater, en stond vrijsnel in zijn blote, harige, gespierde bast te drummen, als een woeste Wiki de Viking. Dat de man in het gewone leven timmerman is, was er aan te zien, hoe hij in de ultralange nummers van Swans, op zijn percussie bleef meppen en doorgaan, bewees dat de man over een serieuze fysieke conditie beschikt. Het moet geleden zijn van de passage van Joey Castillo bij Queens of the Stone Age, dat ik nog zo een beest van een drummer gezien heb.
Goed, hoe klonk Swans nu eigenlijk? Wel, dat is moeilijk te omschrijven, in ieder geval is het luid, en zeker een fysieke ervaring. Hoewel Swans uit de New Yorkse ‘no wave’ komt van de jaren tachtig, heeft Gira dat geluid, en ook de meer kale, gothische inslag die hij begin jaren negentig bewandelde, ondertussen verlaten, en is hij nu met andere dingen bezig.
“To be kind” bijvoorbeeld zette in met minutenlange drones, dissonante lelijke klanken, waar na verloop versieringen in opduiken, die door de verschillende muzikanten aangebracht worden, waarna Gira zijn tekst heel langzaam declameerde. Veel steelpedal en reverb in dit nummer, Gira vond hier een soort industriele country uit, en op het moment dat hij zijn armen uitstrekte, had hij wel iets van een oude Indiaanse sjamaan, die zijn voorvaderen aanriep.
Ik ben er nog altijd niet uit of dit nu grootstedelijke blues is, of landelijke, kapotte country op zoek naar de origines van het Amerikaanse platteland. In ieder geval heeft dit weinig van doen met noise a la Sonic Youth, hoewel het dissonant is, gebruiken de Swans traditionele rock en country instrumenten (staafklokken, klarinet, pedal steel), maar het geluid dat ze er uit persen is op zijn minst ongewoon, alsof je de klank in bijtend zuur giet.
In een ander nummer, sloeg Gira minuten lang zijn gitaar aan, voor het nummer eindelijk op gang kwam, maar wanneer het toen vertrokken was, mondde het uit in een catharsis die we lang niet gehoord hadden. Gira bezweerde ons “ I see it all”, en wat hij dan wel zag, was beslist huiveringwekkend.
Eén van de hoogtepunten van de set kwam toen Gira in een van zijn nummers een grote fluim de Kreun instuurde. Ook de percussionist maakte indruk met zijn buisklokken, als Van Quickenborne nog een beiaardier nodig heeft om op een januari zijn burgemeesterschap in te luiden, dan hadden wij hier de juiste man gevonden. Goed na twaalf uur zetten de Swans hun ultieme krachttoer in, met Gira die op mondharmonica zijn laatste duivels bezwoor, indrukwekkend gewoon.


Na het optreden zou Gira nog zijn platen signeren, maar aangezien de Omer al uren uitgeput was, en we nog een lange rit voor de boeg hadden, besloten wij om snel huiswaarts te keren.

Dag twee van Sonic City was heel avontuurlijk, heel veel verschillende bands, elk met hun eigen geluid, die zich kort mochten voorstellen, maar het was toch vooral Swans die indruk maakte, ik denk dat ik niet alleen was met die beoordeling. Volgend jaar in maart (30 maart 2013) in Trix Antwerpen ...


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sonic-city-festival-2012/

Organisatie: Kreun, Kortrijk – Sonic City Festival

Crossing Border Festival 2012 –– Kwaliteit meer dan de evenknie van kwantiteit

Crossing Border Festival 2012 –– Kwaliteit meer dan de evenknie van kwantiteit
Crossing Border Festival 2012
Arenbergschouwburg
Antwerpen
2012-11-17 & 18

Sinds 1993 wordt in het Nederlandse Den Haag jaarlijks Crossing Border, het meest vooraanstaande internationale, interdisciplinaire literatuur- en muziekfestival in zijn soort in Europa, georganiseerd.

In 2009 werd ook gestart met een Belgisch luik en in dat kader streken afgelopen zaterdag en  zondag  voor de vierde maal heel wat muzikanten, schrijvers, dichters, tekenaars en vertellers neer in de Antwerpse Arenbergschouwburg om hun eigen ding te doen. Deze keer tekenden in totaal 40 acts present op diverse podia en hoewel de - in vergelijking met de vorige editie - doorgevoerde afslanking en het zich beperken tot één enkele locatie minder frustratie zou moeten opwekken bij de bezoekers omdat er telkenmale moeilijke keuzes dienden te worden gemaakt en het literatuurgedeelte in 2011 jammer genoeg aan belangstelling inboette, was het ook dit jaar zich spoeden van voorstelling naar voorstelling. Niet omwille van organisatorische redenen – verre van zelfs – maar omdat het aanbod gewoonweg zo lucratief was. Er vielen ontdekkingen te rapen, bijna verloren gewaande gevestigde waarden stonden geprogrammeerd maar ook de waaier aan muziekstijlen oogde breder dan ooit.

En wat dit laatste betreft, kon er met de openingsact op zaterdag geen betere keuze gemaakt  worden met het Nederlandse The Kyteman Orchestra (****). Hoewel hij een commercieel succes behaalde met zijn debuutplaat ‘The Hermit Sessions’ (2009) ontbond de in Utrecht geboren trompettist, componist en dirigent Colin Benders kort daarop zijn Kyteman’s Hip-hop Orchestra op haar hoogtepunt. Het woord ‘Hip-hop’ verdween in de groepsnaam, Benders omringde zich deels met andere doch gelijkgestemde en even toegewijde muzikanten en werkte vanuit zijn Kyptonia, een studio in een industrieel pand waar heel wat diverse artiesten aan de slag kunnen, aan een nieuwe groep en dito geluid. Het nieuwe project werd aldus nog grootser als voorheen en de focus beperkte zich niet langer tot jazz en hip-hop maar ook opera, drum & bass, elektronica en zoveel andere stijlen maakten hun opwachting. Nadat The Kyteman Orchestra de voorbije zomer op tal van festivals schitterden, mochten ze nu ook Crossing Border 2012 aftrappen en aldus stonden ze ook op zaterdag 17 november in de Arenbergschouwburg.

Het amalgaam aan stijlen werd meteen bij aanvang duidelijk. In « Preaching To The Choir » werden mede door een 27-koppig koor, opera, rock en klassieke muziek tot één luid, strak maar coherent geheel vermengd. Met « On S’en Fout » was er niet enkel ruimte voor wat Franstalige hiphop gebracht door Ben Hartman (ReaZun) maar ook voor het globaal met de handen zwaaien door het publiek op de ritmes van de muziek. Dit zorgde voor een wat vreemd maar modern gebeuren in de schouwburg. « Long Lost Friend » (bijzonder mooi en laag per laag opgebouwd), « The Mushroom Cloud » en absoluut hoogtepunt « While I Was Away » - met een glansrol voor de boomlange zanger Hein Bal (Pax) wiens stem aanleunt bij pakweg Michael Franti of Al Wilson - ademden soul en jazz uit, terwijl minimalisme hoogtij vierde tijdens het instrumentale, sprookjesachtige en repetitieve « The Void ». Bij dit laatste vormden piano en vibrafoon het middelpunt en de andere instrumenten werden er als een figuurlijk warm deken omheen gedrapeerd. Het vertoonde gelijkenissen met artiesten als Efterklang, Ólafur Arnalds of Nils Frahm.

Ook andere instrumentale stukken als het filmische – en favoriet van de groep - « Day One » of « The Ballad » mochten er wezen en dit gold zeker ook voor een instrumentale jamsessie die qua klankkleur en stijl aanvankelijk verwant leek te zijn met het oeuvre van Beirut of Goran Bregoviz. Naar het einde van de sessie toe nam een dubbele en strakke drumpartij de bovenhand die nagenoeg naadloos de intro vormde van een heftig en door Bax en Kevin de Randamie (Blaxtar) gezongen « Angry At The World ».

Benders was blij dat ze toch in Antwerpen konden concerteren want de dagen vooraf werd het ene na het andere groepslid ziek en toen een van de toetsenisten thuis diende achter te blijven, zat de schrik er stevig in dat men verstek zou moeten laten gaan voor Crossing Border 2012. Maar door wilskracht kon dit vermeden worden en eerlijk gezegd, de verminderde staat van paraatheid legde geen hypotheek op de set. Integendeel, The Kyteman Orchestra concerteerde ruim twee uur en dus veel langer dan aangekondigd en een verdiende staande ovatie door het publiek viel hen te beurt.

Op zondag mocht het eveneens Nederlandse Moss (***) de tweede festivaldag openen. Deze Amsterdammers zijn redelijk onbekend in Vlaanderen maar in eigen land, Frankrijk en Duitsland hebben ze al een grote live reputatie uitgebouwd. Zo mocht Moss dit jaar het grote podium van Pinkpop openen. Deze band ontsproot uit de as van Caesar en heeft met ‘Ornaments’ reeds zijn derde album uit. Wij hoorden mooie harmonieën in de stijl van Fleet Foxes en goede nummers met veel dynamiek die soms aan Buffalo Tom refereerden. Een Afrekeninghitje hebben we niet gehoord dus kan gevreesd worden dat de doorbraak in Vlaanderen er niet zal komen.

In La Zona Rosa, de grote zaal van de Arenbergschouwburg, was I Am Kloot (***1/2) de eerste muzikale act die er op de tweede festivaldag aantrad. Deze Britse groep werd in 1999 opgericht te Manchester en grossiert in pakkende, doorleefde en melancholische liedjes die perfect passen bij herfstweer.
Op de planken in Antwerpen stond het basistrio John Bramwell (gitaar en zang), Peter Jobson (basgitaar) en Andy Hargreaves (drums). Misschien had het prille aanvanguur er iets mee te maken (Bramwell vroeg de toeschouwers hoe laat het eigenlijk was) maar feit is dat er  enigszins aarzelend gestart werd met « From Your Favourite Sky », « Northern Skies », het bluesgetinte « Twist » en het rustige « To The Brink ». Vanaf « Morning Rain » (verwijzend naar de vele regenbuien in hun thuisstad die het zomergevoel steeds wegduwen) en het melodieuze « 86 TV’s » geraakte de groep wél op kruissnelheid en regende het – verwijzend naar vorig nummer - in de Arenberg hoogtepunten. Vooral toen Bramwell de andere groepsleden de mogelijkheid gaf om een korte rookpauze in te lassen (in het bijzonder bassist Jobson is een verstokt roker) en solo twee nummers bracht, enerzijds « Masquerade » (een nummer van het begin volgend jaar te verwachten nieuwe album ‘Let It All In’ dat evenals voorganger ‘Sky At Night’ (2010) geproducet zal worden door Guy Garvey en Craig Potter van Elbow) en anderzijds « I Still Do » luisterden de aanwezigen geboeid naar de stem van Bramwell die ons op dat ogenblik wat deed denken aan deze van Lee Mavers (The La’s).
Verder schitterden onder meer ook het door drums vooruitgestuwde « Over My Shoulders »  en het ritmische « Proof » (waarbij Bramwell uitpakte met hoge vocalen). Via « Titanic » (het allereerste nummer dat het trio in de kelder van Jobson maakte) werd ons zelfs een terugblik op het ontstaan van deze groep gegund.
Hoewel heel wat van hun nummers gingen over teveel drinken en bijhorende ellende, werden we er niet mistroostig van, mede door de grappen van Bramwell. I Am Kloot smeekt om door een ruimer publiek opgepikt te worden.

In de benedenzaal Club de Ville zagen we nog een stukje van de set van
Punch Brothers (***). Dit Amerikaanse vijftal vertrekt van bluegrass en vermengt dit met jazz, rock, pop en americana. Zij kwamen op Crossing Border 2012 hun recentste album ‘Who’s Feeling Young Now?’ en de bijhorende EP ‘Ahoy!’ voorstellen. Hun coverversie van « Kid A » (Radiohead) hadden we door het concert van I Am Kloot gemist maar het uptempo en vol mimiek gebrachte « Flippen », het zomerse « Rye Whiskey » en het bij Calexico aanleunende « Another New World » klonken erg goed en konden ook op een goedkeuring van de talrijke toeschouwers rekenen.

De jonkies van Toy (***), het babyvet nog niet ontgroeid, haalden de mosterd bij 90’s shoegaze bands als Ride en My Bloody Valentine of ook wel bij The Horrors, in wiens voorprogramma ze al mochten spelen. Deze vier jongens en een meisje hadden het geluid van dit noisegenre perfect onder de knie en wisten ook nog redelijk spannende songstructuren neer te zetten, waarin vooral de keyboards van Alejandra Diez het bandgeluid dat tikkeltje extra gaf. De grafstem van Tom Doolan zat soms akelig dicht bij dat van Faris Badwan van The Horrors zonder dat Toy daarom als Horrors-epigonen afgedaan kan worden. We waren toch wel gecharmeerd door deze jonge Engelse honden. Fan van dromerige noiserock zijn we immers altijd al geweest.

Spiritualized (****), de band van Jason Pierce, heeft een typische podiumact. Pierce zit altijd op een krukje aan de ene kant van het podium terwijl de rest van de band het midden van het podium voor zich neemt. Pierce had vanavond twee gospelzangeressen meegebracht en zijn set bestond uit 50 % dromerige, psychedelisch en psychotropisch geïnspireerde space rock en dream pop en 50% religieus geïnspireerde Americana en gospel.
Er werd van wal gestoken met een stevige intro in de vorm van « Hey Jane », de eerste single uit het dit jaar uitgebrachte zevende studioalbum ‘Sweet Heart Sweet Light’. Het mistte zijn effect niet want verschillende verbouwereerde aanwezigen in de La Zona Rosa zochten hun weg richting deuren terwijl de talrijke fans lekker konden headbangen in de pluchen zeteltjes.
Het geheel van de set was erg uitgekiend. De zwart-witte visuals bijvoorbeeld pasten zich niet enkel aan het tempo van de nummers aan maar ze waren ook harmonieus aan de outfits van de groepsleden (Pierce en de twee achtergrondzangeressen in het wit gekleed terwijl de vier andere muzikanten groepsleden zich in het zwart hadden gehuld).
Muzikaal vielen er geen echt zwakke momenten te noteren. « Electricity » (60’s orgel in combinatie met   psychedelica en distortion), « Heading For The Top » (minutenlang strak en hypnotiserend), « Freedom » (zachte piano, Pierce op gitaar en mooi beleid door de twee  achtergrondzangeressen wat een vervroegde kerstsfeer opriep), « So Long You Pretty Thing » (zou ook van de hand van Wilco kunnen geweest zijn) en « Take Your Time » (waarbij als het ware Spacemen 3 terug tot leven werd gewekt en de stem van Pierce klonk als deze van Bobby Gillespie; het bezwerende, repetitieve nummer zelf kon overigens doorgaan als een outtake van Primal Scream’s ‘Screamadelica’) nestelden zich vlot in de oren van de luisteraars.
Elk fragment werd ondanks de porties fuzz beheerst en verfijnd gespeeld en met « Ladies And Gentlemen We Are Floating In Space » uit het in 1998 gelijknamige meesterwerk (waarbij een flard « Can’t Help Falling In Love » van Elvis Presley er doorheen verweven werd) en  « Electric Mainline » uit ‘Pure Phase’ (1995) (waarbij laag per laag een repetitieve dosis psychedelica, space- en postrock in de trant van Mogwai of Tortoise werd toegevoegd om te komen tot een grandioze finale) kregen we niet alleen twee climaxen maar ook een gratis ruimtereis voorgeschoteld.
Pierce zal nooit geen praatjesmaker worden. Bindteksten of interactie zijn niet aan hem besteed (een bedankje op het einde uitgezonderd) maar de muziek sprak voor zich.

Jammer dat we maar een stukje van het concert van First Aid Kit, de groep van de twee Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg, konden horen maar we wilden absoluut geen minuut missen van de passage van Paul Buchanan (****1/2).
Hij was namelijk dé artiest waar wij naar uitkeken en op zich de aanschaf van een kaartje al meer dan waard. Buchanan, frontman en zanger van The Blue Nile, prefereert kwaliteit boven kwantiteit en dat vertaalt zich in weinig albums (The Blue Nile lieten slechts 4 – weliswaar uitstekende – albums op de wereld los gedurende meer dan 30 jaar) en al even zeldzame concerten. De laatste keer dat Buchanan (met The Blue Nile overigens) op een podium in België stond, dateert van 1996 in het Brusselse Lunatheater. Weliswaar wat ons betreft eentje om nooit meer te vergeten maar desondanks te lang om te vermijden dat onze oren met  ontwenningsverschijnselen opgezadeld werden. 
Dit jaar bracht hij na acht jaar stilte zijn uitstekende solodebuut ‘Mid Air’ uit, waarop zijn kenmerkende stem begeleid wordt door louter spaarzame pianoklanken. Met centrale thema’s als onder meer sterfelijkheid, uitdovende liefdes en onuitwisbare gebeurtenissen in het geheugen is het opnieuw geen plaat geworden om van vrolijkheid rond te dansen maar gekoppeld aan de zo herkenbare, bij momenten breekbare vocalen van Buchanan leidt dit   opnieuw tot een ontroerende maar zo fantastische luisterervaring.
Er vielen bij zijn concert op Crossing Border geen minpunten te bedenken of het zou moeten zijn dat het enkele malen wisselen van pianist nogal stuntelig overkwam. Maar het muzikale niveau zelf leed daar niet onder.
Ook was het publiek zo stil, beleefd en aandachtig dat werd gewacht om uitbundig te applaudisseren tot de nummers volledig afgewerkt werden en wanneer toch een mobiele telefoon begon te rinkelen, mensen in de zaal kwamen en de klapdeuren achter zich lieten dichtvallen of de drumslagen van de repetitie in de aangrenzende zaal duidelijk te horen waren, werd dit meermaals op een strenge blik van heel wat aanwezigen onthaald. Buchanan genoot van zoveel respons maar werd er ook verlegen bij en merkte op dat er niet steeds hoefde geapplaudisseerd te worden na ieder liedje want deze waren zo bijzonder kort.
Vanzelfsprekend kwamen vooral de nummers van ‘Mid Air’ aan bod. Als u er toch zou op staan om van ons enkele absolute hoogtepunten van het concert te willen vernemen, duiden we daarbij naar onze erg persoonlijke mening « I Remember You » en « Cars In The Garden » aan.
Ook uit het oeuvre van The Blue Nile werd geplukt. Uit elk van de vier platen kwamen aan bod: « Easter Parade » en « A Walk Across The Rooftops » uit ‘A Walk Across The Rooftops’ (1984) (één van de beste platen van dat decennium overigens), « High » uit het gelijknamige album (2004), « From A Late Night Train » uit ‘Hats’ (1989) en er werd met ‘Happiness’ uit ‘Peace At Last’ (1996) afgesloten. Net hiervoor bracht Buchanan ook hij een cover van  « White Christmas ». Hij lachte er zelf wat mee maar vertolkte dit verder met zoveel ernst dat eventueel hoongelach meteen in de kiem gesmoord werd. 
Tijdens zijn concert vertelde Buchanan nauwelijks iets. Hij vond wel dat dit misschien hoorde maar wist niet hoe hiermee om te gaan. Anderzijds spraken we hem nog even na het concert en vooraleer opnieuw te verdwijnen, fluisterde hij ons nog toe dat hij volgend jaar met begeleidingsgroep terugkomt naar Brussel. Wijzelf houden nu reeds dagelijks het tourschema in de gaten en de programmatoren van de concertzalen die hem niet kunnen boeken hebben, zouden we uitdrukkelijk willen verzoeken om de kans niet aan hen voorbij te laten gaan indien ze ook een tweede concert hieraan kunnen koppelen. Stel dat Buchanan niet zestien doch tweeëndertig jaar wacht om nog eens land aan te doen. We mogen er niet aan denken! 

Het publiek dat zoals vermeld met ingehouden adem van het concert van Paul Buchanan genoten had, moest even stoom aflaten tijdens de sessie met James Fearnley (**), de accordeonist van The Pogues. Die kwam zijn boek ‘Here Comes Everybody: The History Of The Pogues’ voorstellen. Maar door het lawaai van het publiek ging zijn voorleessessie compleet de mist in. De verhalen over de eerste nachtelijke dronken escapades met Shane MacGowan, en het ontbinden van de groep wegens de alcoholverslaving van Shane, waren niet echt verrassend gezien de performance die we Shane ooit op de Lokerse Feesten zagen geven (haalt ie het einde van het optreden of niet, was toen de hoofdbekommernis van iedereen op de Grote Kaai). Deze fragmenten, hoe kleurrijk ze ook waren in het beschrijven van verschillende uitingen van verregaande dronkenschap, overtuigden ons niet om deze biografie te kopen. We hadden liever iets gehoord over de magie om The Pogues ondanks de grote hoeveelheden alcohol toch een heel aantal jaren te samen te houden.

Poliça (***1/2) hadden we twee weken geleden gemist op Les Inrocks wegens het vroege aanvangsuur en een wissel op de affiche. Een herkansing dus om deze band met twee drummers rond zangeres Channy Leaneagh aan het werk te zien. In veel reviews stopt men Poliça in de R&B hoek, wellicht omdat Leaneagh haar stem met Autotune moduleert. Maar voor ons is dat toch wel het enige raakpunt met The Black Eyed Peas. Poliça’s muziek is veel donkerder. Als men het dan toch moet catalogeren, zou het als een mix van LCD Soundsystem en Robyn genoemd kunnen worden. In ieder geval is het heel dansbaar maar met een emotionele diepgang die men niet in commerciële dansmuziek vindt. Austra is in dat opzicht ook een mooie referentie.
De bassist vulde de zang van Leaneagh verrassend aan met een falset die men gemakkelijk verkeerdelijk aan de zangeres kon toeschrijven. In de hoge noten wist Leaneagh een extatisch gevoel op te wekken zoals we dat kennen van Florence & The Machine, zeker in de single « Dark Star ». Wij waren verk(n)ocht maar een groot deel van het publiek was dat niet want de zaal was bijna half leeg gelopen naar het einde toe van de set. Wellicht was het Crossing Border publiek voor heel andere bands en genres naar de Arenberg afgezakt en was Poliça niet echt hun ding. Jammer.

De laatste jaren injecteren de programmatoren van het Crossing Border festival een flinke dosis country in de mix van literatuur en muziek die dit festival rijk is (First Aid Kit dit jaar, Larkin Poe en Amy Lavere vorig jaar). Ook de headliner vanavond, de uit Chicago afkomstige Andrew Bird (***1/2), opereert in de traditie en het idioom van het diepe Dixie-zuiden, in een muziektaal die men met Republikeinen, Romney en de rednecks associeert. Bird is een violist die country op zijn heel eigen wijze transformeert tot iets anders: hij sampelt zijn violen via loops, smokkelt calypsoritmes (« Danse Caribe ») in zijn nummers en fluit dat het een lieve lust is. Bird heeft in dat opzicht zijn achternaam niet gestolen en Bobbejaan Schoepen heeft een postume opvolger gevonden. Heel eigenzinnige muziek dus die ook live werkt. Bird’s stem grijpt naar de keel en wanneer hij het experiment laat voor wat het is en de song laat primeren, haalt hij het niveau van The Low Anthem (vorig jaar op de affiche van Crossing Border). Het merendeel van de nummers die hij afgelopen zondag bracht, kwamen van de twee (!) albums die hij dit jaar maakte,
‘Break It Yourself’ en het  meer rootsgetinte ‘Hands Of Glory’.
Het hoogtepunt van de set was een intiem intermezzo, waarbij de muzikanten dicht bij mekaar gingen staan (zoals we dat tijdens Crossing Border ook eerder bij Patrick Watson en het zonet vermelde The Low Anthem gezien hebben) en de vocalen begeleid werden door louter akoestische gitaar, viool en contrabas. Daarbij werden ook twee covers gespeeld, namelijk « When That Helicopter Comes » (The Handsome Family) en afsluiter van de avond « If I Needed You » (Townes Van Zandt).
Maar ook in de stevigere nummers wist Bird grotendeels te overtuigen. « Lusitania » (over een verdronken schip en op het album ‘Break It Yourself’ meegezongen door Annie Clark (St. Vincent) die in tegenstelling tot de vorige editie van Crossing Border dit jaar niet te zien of te horen viel in de Arenbergschouwburg) klonk overtuigend en al even fraai waren bijvoorbeeld « Three White Horses » (rustige intro, de door Bird als gitaar bespeelde viool op loop en vervolgens invulling door elektrische gitaren) en « Plasticities » (een uptempo rocker waarbij vooral de combinatie tussen vioolloop en xylofoon opviel).

Bird hebben we weliswaar al straffer meegemaakt maar Crossing Border 2012 was er weer eens in geslaagd een waardige, zij het ongewone afsluitende act te programmeren.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Don’t Hype Festival 2012 – Festival - 50ste verjaardag van de jeugdhuizen

Geschreven door

Don’t Hype Festival 2012 – Festival - 50ste verjaardag van de jeugdhuizen
Don’t Hype Festival 2012
Vooruit
Gent

Naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de jeugdhuizen organiseerde ‘Format’, de overkoepelende organisatie van jeugdcentra in Vlaanderen, een festival in de Vooruit in Gent. Het Don’t Hype Festival programmeerde allerlei jong talent. Zowel bands, dj’s, een danceact, als een enkele stand-upcomedian passeerden de revue.

The Baboons brachten rock & roll in zijn puurste vorm, inclusief bijhorende vetkuiven. De sfeer zat er meteen goed in en de nummers swingden de pan uit. Muziek die het ook goed zou doen in de late uurtjes, wanneer de drankvoorraad al flink geslonken is. De clichés werden niet geschuwd, maar de uitvoering was zo strak en energiek, dat we hen dat gemakkelijk vergaven.

Raketkanon staat ook niet bepaald bekend om zijn subtiliteit. De dreunende gitaarrifs en beukende drumsalvo’s hielden het publiek meteen in een ferme houdgreep. De knotsgekke zanger en lookalike van Kurt Cobain, Pieter-Paul Devos – ook bekend van Kapitan Korsakov- smeet zich naar goede gewoonte helemaal op het podium. Hij maande het publiek aan om wat naar voren te komen, zodat hij zich aan een crowdsurf kon wagen. Daarbij grapte hij – surprise, suprise – dat hij 27 jaar was en liever niet al crowdsurfend om zijn einde zou komen. Al zou dat de populariteit van de band wellicht alleen maar ten goede komen, voegde hij er fijntjes aan toe.

De funky beats van Pomrad waren een verademing na al dat muzikaal geweld. De invloed van Daft Punk was nooit veraf (die stemvervormer!), alleen klonk het allemaal iets verfijnder. Regelrechte dancefloorkillers zoals Daft Punk ze in hun gouden periode aan de lopende band produceerde, kregen we dan ook niet voorgeschoteld. Niettemin een goede show waarbij je zowel kon chillen als een voorzichtig robotdanske placeren.

Love Like Birds, het muzikale project van Elke Demey, vond plaats in de Domzaal. Een goede keuze want de intieme kamerpop kwam daar perfect tot zijn recht. Doordat er in de zaal enkel zitplaatsen waren, werd het publiek verplicht om muisstil te zijn. Zenuwachtig en wat aarzelend begon ze enkel met haar akoestische gitaar de set. Met haar wat naïeve bindteksten wist ze echter al snel het publiek voor zich te winnen. “Ik kan jullie niet altijd zien, omdat het licht niet altijd goed zit. Maar op de momenten dat het licht wel goed zit, moet ik concluderen dat jullie er allemaal goed uitzien.”  Of deze: “Ik zie jullie nu helemaal niet meer. Maar ik hoor jullie nog, dus ik weet dat jullie er nog zijn. Bedankt daarvoor, en dit is mijn laatste nummer.” Bijgestaan door twee muzikanten zag je hoe Demey  langzaamaan haar draai op het podium begon te vinden, en groeide naargelang de set vorderde. Jammer dat die na een halfuurtje al was afgelopen dus.

Flying Horseman staat bekend om zijn donkere, broeierige muziek en de kleine Domzaal was dan ook de perfecte ruimte voor de Antwerpse groep. Zanger en frontman Bert Dockx is misschien geen al te beste zanger, maar wel een uitstekende gitarist. Terwijl hij de zaal met zijn gitaarpartijen vulde, compenseerden twee zangeressen zijn zwakke stem. De drums beukten er ondertussen goed op los. Een sterk optreden, al had de set halverwege wat aan eentonigheid te lijden. Flying Horseman eindigde echter met haar sterkste materiaal en liet ons tevreden achter. Een ruime voldoende.

Organisatie: Formaat

Pagina 93 van 143