Sonic City Festival 2012 – curated by Suuns - Na duizenden jaren brengt Swans het sjamanisme terug naar Kortrijk
Sonic City Festival 2012
Kreun
Kortrijk
Het Sonic City Festival is een jaarlijks terugkerend festival, georganiseerd door de Kreun. Het concept blijft onveranderd : een curator wordt aangesteld om de line up van het festival samen te stellen. Dankzij dit concept wordt elke editie van Sonic City uiteraard totaal anders. Een nieuwe look, een ander perspectief, verrassende keuzes en een enorme muzikale diversiteit. Na Millionaire ('07) en Dalek ('09), Deerhoof ('10) en Liars ('11) werd het festival dit jaar gecureerd door de Canadese band SUUNS. Wederom koos De Kreun voor een band met een bijzonder eclectische smaak, zodat ook de line up barst van de verscheidenheid. Met o.m. Swans, Suuns, Tim Hecker, Demdike Star, Each Other, BEAK> en Fuck Buttons.
Sfeerbeelden dag 1 en dag 2 : http://www.musiczine.net/nl/fotos/sonic-city-festival-2012/
review dag 2 – zondag 2 december 2012
Vorig jaar in februari waren we redelijk onder de indruk van Suuns, en de programmator van De Kreun was dat blijkbaar ook, want Suuns mocht dit jaar curator zijn van het tweedaagse Sonic City festival. Wij kozen voor de zondag, met als voornaamste act natuurlijk Swans, die met hun nieuwe album ‘The Seer’ in vele eindejaarslijstjes zal opduiken. Swans zou twee uur optreden vanavond, waar de meeste bands die op zondag speelden maar een halfuur mochten optreden.
Het festival begon redelijk vroeg op zondagmiddag, maar wij pikten in bij Clinic. Deze Liverpudlians kenden we nog van hun album ‘Walking with thee’ (uit 2002), waar ze heel avontuurlijk een Engelse interpretatie gaven aan The Pixies ten tijde van ‘Surfer Rosa’. Sindsdien waren we deze band echter uit het oog verloren, en live hadden we ze in tien jaar nog nooit aan het werk gezien. Clinic viel zeker op door hun podiumact, geïnspireerd door The Residents, leek het of de chirurgen van AZ Groeninge op hun vrije dag besloten hadden de Kreun over te nemen: de concertzaal was omgetoverd tot een operatiekwartier, alle bandleden droegen blauwe operatiejassen en ditto maskers, enkel de plastic handschoenen ontbraken.
Clinic deed dus zijn naam eer aan, en ook hun muziek was compromisloos, een heel eigen tegendraadse postpunk sound, misschien dat qua attitude The Fall nog in de buurt komt, het orgeltje klonk heel erg ouderwets, en de gitaren waren verdomd raar gestemd. Een harmonica en klarinet zorgden voor een ouderwets new wave geluid, terwijl kapotte beats een heel vervreemdend effect creëerden (Al zullen die blauwe operatiejassen en maskers er ook voor iets tussen gezeten hebben, het was de eerste keer dat ik iemand met een mondmasker op klarinet zag spelen). “IPC” en “Seesaw” stonden op de setlist deze namiddag. Clinic, echt geen voor de hand liggende band. Hun laatste album heet ‘Free Reign’, doe er uw voordeel mee.
We hadden ook nog nooit van Sir Richard Bishop gehoord. Deze Amerikaan komt uit de Arizona punk scene, (zie ook Meat Puppets), speelt al sinds 1979 experimentele rock met Sun City Girls, en treedt sinds een aantal jaren solo op. De man mocht ons een halfuurtje op akoestische gitaar vermaken, en nam ons mee op een reis langs de verschillende continenten: het begon met een Indisch geïnspireerd nummer, de sitargeluiden zoemden op de achtergrond terwijl Bishop op virtuoze wijze op zijn gitaar tokkelde, om dan over te gaan in Engelse folk (Jimmy Page a la ‘The battle of evermore’) en af te sluiten met een door flamenco geïnspireerd nummer.
Tijd om eens buiten een frisse neus op te halen, voor de rokers, en iedereen die een hapje wou eten, had de organisatie het terras omgebouwd tot een loungeruimte, met gasfakkels, een alternatieve platenbeurs, een koffiecaravan en een warme broodjesstand, die welkom was bij deze vriestemperaturen.
Het contrast tussen Sir Richard Bishop en de volgende artiest, kon moeilijk groter zijn. Tim Hecker is een Canadese electronica-artiest, die ambient composities schrijft en dit jaar samen met Daniel Lopatin (Oneohtrix point never) het album ‘Instrumental tourist’ maakte. Hecker trad op in het volledige duister, enkel de lichtjes van zijn apparatuur lieten toe nog iets op het podium te ontwaren. Zijn ambient drones werden doorklieft door belletjes, en het geheel was ook door het hoge volume, een fysieke ervaring waarbij het geluid je omarmde alsof je in een warm bad zat. Digitale droomnoise voor gevorderden, zo kan je het nog best omschrijven.
Beak> was de eerste band van de avond, die meer dan een half uur toebedeeld kreeg. De band van Geoff Barrow, jawel de man van Portishead, bestaat naast Barrow op drums, uit een bassist en een keyboardspeler. Barrow is duidelijk bezeten door geluid, want het duurde een hele tijd voor hij tevreden was met de soundcheck, en ook tussen de nummers door moest de klankafstelling gecontroleerd worden, wat enigszins de vaart uit de set haalde. Beak> haalt schaamteloos zijn inspiratie bij de krautrock van Neu, het was net of we veertig jaar terug gekatapulteerd werden, een donkere, hypnotische, mechanische groove trok zich op gang, bas, drums en vintage keyboard stippelden een epische, maar Teutoons parcours uit, waarop Barrow dan nog eens zong, met toch wel een vrij beperkte stem, die wel iets mee had van Ian Curtis. De laatste twintig jaar, is er wellicht maar een band die iets gelijkaardigs gedaan heeft, en dat is Trans Am. Ondanks de vele pauzes tussen de nummers, was het publiek toch enthousiast.
In 2010, na 14 jaar onderbreking, besloot Michael Gira om Swans weer uit de kast te halen. Zelf liet hij weten dat we dat absoluut niet als een reünie moesten beschouwen, maar gewoon als het beste vehikel om te brengen waar hij nu mij bezig is. Het dubbelalbum ‘The seer’ zal in veel eindejaarslijstjes opduiken, ook al is het allesbehalve een hapklare brok.
Michael Gira, een grijze en gegroefde kop, 58 ondertussen, kwam op in een zwart verfrommeld pak, en een witte cowboyhoed. De man staat er algemeen om bekend geen gemakkelijke man te zijn, en dat bleek ook uit de tijd die hij aan de soundcheck besteedde, hier was duidelijk een perfectionist aan het werk. Toen alle instrumenten naar wens gestemd waren, moesten zijn hemdsmouwen op de juiste manier opgerold en vastgemaakt worden, en toen was alles zo als Gira het wilde, en konden we beginnen.
De man heeft wel gevoel voor humor, hij wist dat hij het publiek heel lang had laten wachten, en wenste het publiek een goeie nacht, zei “See you tomorrow” en liep het podium af. Even later kwam hij dan toch terug, zonder cowboyhoed, en met luide gitaaraanslagen trok Swans zich op gang.
Michael Gira had een aantal karakterkoppen meegebracht, naast een gitarist, bassist en drummer, waren vooral de lapsteel gitarist , Christoph Hahn, (die wel een jongere broer van Gira leek, met zijn grijze sikbaardje en gekreukeld kaki pak) en de percussionist, opmerkelijke verschijningen. Die laatste, Thor Harris, is de drummer van Shearwater, en stond vrijsnel in zijn blote, harige, gespierde bast te drummen, als een woeste Wiki de Viking. Dat de man in het gewone leven timmerman is, was er aan te zien, hoe hij in de ultralange nummers van Swans, op zijn percussie bleef meppen en doorgaan, bewees dat de man over een serieuze fysieke conditie beschikt. Het moet geleden zijn van de passage van Joey Castillo bij Queens of the Stone Age, dat ik nog zo een beest van een drummer gezien heb.
Goed, hoe klonk Swans nu eigenlijk? Wel, dat is moeilijk te omschrijven, in ieder geval is het luid, en zeker een fysieke ervaring. Hoewel Swans uit de New Yorkse ‘no wave’ komt van de jaren tachtig, heeft Gira dat geluid, en ook de meer kale, gothische inslag die hij begin jaren negentig bewandelde, ondertussen verlaten, en is hij nu met andere dingen bezig.
“To be kind” bijvoorbeeld zette in met minutenlange drones, dissonante lelijke klanken, waar na verloop versieringen in opduiken, die door de verschillende muzikanten aangebracht worden, waarna Gira zijn tekst heel langzaam declameerde. Veel steelpedal en reverb in dit nummer, Gira vond hier een soort industriele country uit, en op het moment dat hij zijn armen uitstrekte, had hij wel iets van een oude Indiaanse sjamaan, die zijn voorvaderen aanriep.
Ik ben er nog altijd niet uit of dit nu grootstedelijke blues is, of landelijke, kapotte country op zoek naar de origines van het Amerikaanse platteland. In ieder geval heeft dit weinig van doen met noise a la Sonic Youth, hoewel het dissonant is, gebruiken de Swans traditionele rock en country instrumenten (staafklokken, klarinet, pedal steel), maar het geluid dat ze er uit persen is op zijn minst ongewoon, alsof je de klank in bijtend zuur giet.
In een ander nummer, sloeg Gira minuten lang zijn gitaar aan, voor het nummer eindelijk op gang kwam, maar wanneer het toen vertrokken was, mondde het uit in een catharsis die we lang niet gehoord hadden. Gira bezweerde ons “ I see it all”, en wat hij dan wel zag, was beslist huiveringwekkend.
Eén van de hoogtepunten van de set kwam toen Gira in een van zijn nummers een grote fluim de Kreun instuurde. Ook de percussionist maakte indruk met zijn buisklokken, als Van Quickenborne nog een beiaardier nodig heeft om op een januari zijn burgemeesterschap in te luiden, dan hadden wij hier de juiste man gevonden. Goed na twaalf uur zetten de Swans hun ultieme krachttoer in, met Gira die op mondharmonica zijn laatste duivels bezwoor, indrukwekkend gewoon.
Na het optreden zou Gira nog zijn platen signeren, maar aangezien de Omer al uren uitgeput was, en we nog een lange rit voor de boeg hadden, besloten wij om snel huiswaarts te keren.
Dag twee van Sonic City was heel avontuurlijk, heel veel verschillende bands, elk met hun eigen geluid, die zich kort mochten voorstellen, maar het was toch vooral Swans die indruk maakte, ik denk dat ik niet alleen was met die beoordeling. Volgend jaar in maart (30 maart 2013) in Trix Antwerpen ...
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sonic-city-festival-2012/
Organisatie: Kreun, Kortrijk – Sonic City Festival