logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic

Snail Mail

Snail Mail - Op de richel tussen moed en overmoed

Geschreven door

Muzikale kindsterretjes, het is een mensensoort waar we per definitie in een wijde boog omheen wandelen. Het uit Baltimore, Maryland afkomstige indietalent Lyndsey Jordan vormt de spreekwoordelijke uitzondering op die regel: op vijfjarige leeftijd ruilde ze haar Barbie collectie in voor een elektrische gitaar, ze was amper 16 toen ze vermomd als Snail Mail haar eerste EP ‘Habit’ uitbracht op het label van neopunk helden Priests, en vorig jaar scoorde Snail Mail’s full album debuut ‘Lush’ nagenoeg in elk zichzelf respecterend eindejaarsoverzicht. Genoeg adelbrieven dus om amper een jaar na haar eerste optreden alweer present te tekenen in de Brusselse Botanique.

Jordan herinnerde zich haar vorige doortocht in de bescheiden Witloof Bar nog alsof het gisteren was, en leek oprecht tevreden met de upgrade naar de Rotonde die afgelopen vrijdagavond afgeladen vol zat. Het frêle blondje van toen heeft intussen plaats geruimd voor een meer zelfzekere zwartharige adolescent. Ook haar begeleidingsband is intussen uitgebreid en huist naast een onopvallende ritmesectie nu ook een keyboardspeelster wiens taak er vooral in leek te bestaan om de tuning tijd tussen de nummers door op te vullen met spooky soundscapes. We zien er vooral een manoeuvre in van Jordan om op tijd en stond de aandacht van haar persoon af te leiden; wie ‘Lush’ een aantal draaibeurten gunt , komt er immers vlug achter dat de Amerikaanse tot het introverte type behoort en het podium dus niet haar favoriete habitat is.
Na een korte instrumentale intro begon Snail Mail’s set erg moedig door meteen één van haar prijsbeesten “Heat Wave” te serveren. Alle ingrediënten die ‘Lush’ zo genietbaar maken , klonken akelig perfect door in dit ene nummer, inclusief de tussen wanhoop en verwardheid oververslaande misthoorn van Jordan en haar kristalheldere -aan The Sundays schatplichtige- gitaarspel. Ook vroege nummers uit Snail Mail’s debuut EP zoals “Dirt” en “Slug” getuigden van een hoog gehalte aan perfectionisme.
Wat Jordan op een uur tijd vocaal presteerde was erg sterk, zeker tijdens de meer zwaarmoedige stukken zoals “Let’s Find An Out” en “Deep Sea”, maar wie op enige interactie met het publiek zat te wachten kwam van een kale reis thuis. Het publiek bleef Jordan & co onverminderd met applaus belonen, maar het oppergeconcentreerde Amerikaanse wonderkind bleef er al bij al eerder onbewogen bij. Het grootste herkenningsapplaus dat uit de Rotonde opsteeg viel te beurt aan “Pristine”, een indiepopparel met een onmiskenbare 90ies feel die even goed op een best-of van Juliana Hatfield of Liz Phair had kunnen staan.
Encores zijn voorlopig niet aan Jordan besteed, dus om de set toch met een waardig artistiek statement te besluiten stuurde ze haar band vroegtijdig naar de kleedkamer en liet ons kennismaken met twee nieuwe songs. Wat begon als een moedig avontuur verzandde echter al snel in een daad van overmoed. Eens buiten de comfortzone van haar vaste begeleidingsband bleek het toch niet evident voor de 20-jarige Amerikaanse om de belofte ook in haar dooie eentje waar te maken: Jordan greep al eens naast een gitaarakkoord en schudde regelmatig het hoofd als een gestresseerde student tijdens een examen notenleer.

Op zich overtuigden de twee onuitgebrachte nummers ons wel; ineens klonk Jordan hier een stuk zelfverzekerder, en ja, zelfs radiovriendelijker. Als ze nu ook nog eens verlost kan geraken van die groeipijnen, dan wordt Snail Mail beslist een blijvertje. Ik maak het thuis alle dagen mee: geef de jeugd het nodige krediet en alles komt (hopelijk) wel goed.

Organisatie: Botanique, Brussel

Kevin Morby

Kevin Morby - Troubadour van de grootstad

Geschreven door

Onmiskenbaar als songwriter beïnvloed door traditionele muzikale ambachtslui als Leonard Cohen en Bob Dylan, en met die laatste zelfs een weelderige krullenbol als extra   gemeenschappelijke troef. Op zich al meer dan chapeau, zou je kunnen zeggen, maar Kevin Morby sloeg er in de Ancienne Belgique ook nog eens in om met verve de brug te slaan naar eigentijdse ‘freak folk’ artiesten die zich liever in de underground verschuilen zoals Mac Demarco, Ty Segall, of, iets ouder, M. Ward, en dit zonder ook maar ergens geforceerd over te komen.

Om maar meteen te zeggen: ‘Oh My God’, de jongste worp met Kevin Morby, op de platenhoes trouwens licht obsceen poserend met niet al te mediageniek ontbloot bovenlijf - zien we hier een parodie op de narcistische, zelf verheerlijkende social media cultuur? - is alweer een schot in de roos, tenminste voor diegenen die nog naarstig op zoek zijn naar een luie, gezapige soundtrack bij een zomerse BBQ die onverwacht dankzij uitgelaten ritmische wendingen kan ontaarden in een spontaan dansfeestje, en heus niet alleen voor de zatte nonkels.
“This life is a killer, but oh what a ride”, het refrein van opener “Congratulations” kon de toon en opzet van het concert van deze licht excentrieke Amerikaan met 6 koppige band met gospel allures alvast niet beter samenvatten.
Single “No Halo”, eveneens van de nieuwe plaat, klonk als de perfecte soundscape bij een wilde nacht door een kosmopolitische grootstad als Brussel, waarbij kurkdroge mijmeringen in de trant van New Yorker Lou Reed het voorspel bleken voor een warme, sensuele saxofoon climax.  Idem dito voor de ingetogen liefdesverklaring “Savannah”.
Maar ook de oudere nummers werden niet vergeten en zelfs op uitbundig herkenningsapplaus van de fans van het eerste uur onthaald. Neem “City Music” bijvoorbeeld, die avond slechts één van de meerdere hoogtepunten in de live set, dat een gezapige, instrumentele start nam, denk aan de eigentijdse hipster band Kruanghbin bijvoorbeeld, om vervolgens steeds sneller te demareren tot een wilde jazz improvisatie die niemand in de zaal onberoerd liet.
Of “Dorothy” van het veelgeprezen album “Singing Saw”, dat zelfs knipoogde naar de ouderwetse  rock&roll van The Jesus and Mary Chain in zijn gloriedagen.

Slechts één bisnummer kregen we afsluitend te horen, “Harlem River” van de gelijknamige debuutplaat, maar dat klonk wel opwindender dan het ganse oeuvre van een pak minder getalenteerde geestgenoten samen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Meat Puppets

Meat Puppets - Reünie van een charmerend vijftal

Geschreven door

Meat Puppets, de band vergaarde enige roem wanneer Kurt Cobain hen vroeg mee te spelen tijdens de MTV Unplugged sessies van Nirvana . Nirvana speelde er samen met de broers Kirkwood drie originele songs van hen , “Plateau”, “Oh me” en “Lake of fire”; deze drie songs werden in deze reünie in de originele bezetting van de  tour , en hier vanavond, niet vergeten. Meat Puppets kon rekenen op een warm onthaal.

De band na al die jaren terug aan het werk zien , werd dus sterk onthaald . Een uitverkocht N9 deed de intussen grijs bebaarde broers deugd . Anderhalf uur konden we genieten van een mengeling rock/grunge/hardcore/punk/rockabilly, roots en country .
Het kwintet heeft een nieuwe plaat uit ‘Dusty notes’ , het eerste sinds 2013 . De single “Warranty” zat al in het begin van de set en de klemtoon komt hier op americana/roots  in al z’n variaties. De zang van Curt en de samenzang met broer Cris heeft door de jaren nog maar weinig ingeboet.
Ze lieten in loop van de set nog enkele nieuwkomers los , als “Nine pins” en de titelsong , die doorduwen op country/hillbilly , “The great awakening”, die dromerige indierock laat horen en “Sea of heartbreak” , die rijkelijk vloeit in 70s retro .
Ook vanavond kreeg je heel wat stijlvarianten van de broers en hun band Meat Puppets , het hoempapa klinkende “Coming down” als opener, “Sam” knipoogt naar de aanpak van Violent Femmes en “Up on the sun” doet mijmeren naar het oude Soul Asylum . “Seal whales” en “Flaming heart” hadden dan een rauwer kantje . En met “Lake of fire” en “Backwater”,  waarmee de groep hier in de Afrekening geraakte , slaat resoluut op de grunge.
Nostalgie? Hier waren weinig jonge gasten te bespeuren . Hier waren veertig- vijftigers postgevat om deze band in de voetsporen van de 90s grunge nog eens aan het werk te zien .

Een heerlijk afwisselende set van een charmerend vijftal die zich ontspannend  door de set laveerde!  

Organisatie: N9, Eeklo

Wiegedood

Wiegedood - Een rit door de hel, en terug.

Geschreven door

Het voorprogramma van deze avond werd verzorgd door Elles. Dit muzikaal project bestaat uit twee straffe dames: Ine Clerckx (gitaar) en Emelie De Bruyne (viool). In 2019 behaalde dit duo hun masterclass in huiskamerconcerten en werkten ze reeds samen met verschillende muzikanten (vanuit fel uiteenlopende genres). Van klassieke muziek tot volkse wereldmuziek, Elles is in staat om ieder concert op maat van de huidige context te geven. Deze avond werd hen gevraagd om ons voor te bereiden op Wiegedood. Dit laatste bleek echter geen evidente opgave. Toen Ine & Emelie het podium opkwamen , wisten volgens mij slechts enkelen in de zaal wat te verwachten. Het volume stond niet luid, maar toen de gitaar begon en daarna de viool, kon ik alleen maar met open mond kijken. Mijn oren werden gestreeld door zeer gevarieerde muzieklijnen en het viel mij op hoe goed ze op elkaar ingespeeld zijn. Emelie beheerste haar viool zo goed dat zelfs de hoogste, fijne klanken ook mijn oren streelden. Ik werd meegezogen in hun uitdagende, klassieke tot moderne, muziek en met ogen dicht nam mijn intense beleving enkel maar toe. Jammer genoeg was er toch vrij veel rumoer in de zaal, volgens mij totaal onverdiend. Elles kwam op, speelde, verbaasde en waren vooral: heel moedig! Ik kijk uit naar hun eerste plaat, hopelijk komt die er vroeg of laat.

Een half uur later stond Wiegedood klaar om onze trommelvliezen te vermorzelen. Voor de ietwat kenner van het hardere werk, hoef ik niet meer te vertellen dat Wiegedood alleen maar bestaat uit leden die zich reeds goed bewezen hebben binnen het genre. Zo drumde Wim Coppers zich al te pletter in volgens mij één van de beste hardcore/punk bands van België: Rise and Fall. Maar hij drumde ook al voor The Rott Childs, White Jazz en Supergenius. Levy Seynaeve (zang/gitarist bij Wiegedood) kennen we ook van Amenra en Hessian. En tot slot is Gilles Demolder (gitarist bij Wiegedood) ook vaste basgitarist bij Oathbreaker. Je denkt het juist: Wiegedood in een black-metal superband.

Mijn verwachtingen waren hooggespannen en dit bleek niet onterecht te zijn. De set begon meteen met de beukende intro van “Ontzieling”. De hiërarchie werd a la minute duidelijk: Wiegedood zou ons allen platspelen en wij zouden, moesten maar bezwijken. Het drumwerk van Wim (met dubbele basdrum) was keihard en dit nog meer dan op de originele plaat. De gitaren speelden perfect in elkaar verweven en ook de vocalen van Levy lieten geen twijfel groeien over de intensiteit waarop ze hun muziek (wilden) brengen. Al na het eerste nummer moest ik even op adem komen.  
Maar veel tijd om te bekomen was er niet. Meteen speelde Wiegedood verder, de snoeiharde gitaren brachten “Svanesang” tot de bovengrond. Het publiek was ook hard mee: in de zaal zag ik veel hoofden meebewegen op de golven van dit hellegezang. Ook de belichting was puik in orde, rode en goud schakeringen wisselden aan hoog tempo af met hypersnelle stroboscopen. Foto’s nemen was bijna een onmogelijk opgave. Een toppunt van deze catharsis kwam er toen “Prowl” startte: Levy liet zijn vocalen ijzig koud doorheen de zaal snijden en toen de gitaren invielen kwam alles tot een climax van jewelste. Wat mij ook opviel is de mate van distortion, waardoor Gilles z’n gitaarwerk alleen nog maar rauwer klonk.
Aan dit hoge tempo, verliep het optreden verder. Er was bijna geen ademruimte, alsof iedereen de pijn en verdriet vanuit de muziek moest en zou voelen. En net toen ik dacht dat er een einde aankwam, kondigde Levy aan dat ze nog een laatste nummer, “Onder gaan” gingen spelen. Dit nummer nam ons nog een laatste keer stevig mee en eindigde langzaam, maar hard. Een perfecte afsluiter voor een avond vol black metal van de bovenste plank.

Wiegedood… een rit door de hel, en terug.

Setlist: Ontzieling - Svanesang - De doden hebben het goed II - Cataract - De doden hebben het goed III - Prowl - Onder gaan

Organisatie: Vooruit, Gent

Zerodent

Zerodent - Postpunk met een sprankelende gitaar

Geschreven door

Eerste band was Schleu (mof in het Nederlands), een viertal uit Lyon waarvan Lars Ulrich beweerd zou hebben dat het de beste groep aller tijden is. Dat moet dan wel in een erg nare droom gebeurd zijn. Toen ze eraan begonnen stonden er nauwelijks zeven mensen te kijken en hun hysterische noiserock was niet van die aard om veel meer volk naar binnen te lokken. Beefheart’s ‘Trout mask replica’ achterstevoren op 78 toeren afgespeeld zal wellicht nog toegankelijker klinken dan hetgeen we hier hoorden. Heel even liet de zangeres ons hopen dat we het Franse antwoord op Melt Banana zouden krijgen , maar de lawine aan dissonante noten bleek toch nog een stuk moeilijker te verteren. The Flying Luttenbachers leek me een beter referentiepunt. Ons tolerantievermogen werd danig op de proef gesteld maar af en toe viel er ook echt wel wat te genieten. De gitarist , wiens gitaar soms klonk als een ontregelde sirene, wist met een minimum aan effectpedalen steeds verrassend uit de hoek te komen. Ook de andere instrumenten (bas en drums) konden individueel ontzag afdwingen. Alleen vroeg ik me soms af of ze wel wisten dat ze met zijn vieren waren. Op de momenten waarin ik dan toch enige vormen van structuur meende te ontwaren, lieten ze me zowaar mijmeren over Trumans Water, een band die me nog steeds nauw aan het hart ligt. Ik ging ervan uit dat Schleu een relikwie uit een ver verleden was maar bij nader toezien bleek dit om een geheel nieuw project, weliswaar met een stel veteranen in de rangen, te gaan. Na deze set hadden ze er alvast twee fans bij: de zanger en de drummer van Zerodent die er tot de laatste noot bij bleven headbangen.

Zerodent is een viertal uit het Australische Perth met twee platen op Alien Snatch! Records en een doortocht op het befaamde Gonerfest op het palmares. Het intussen wat talrijker geworden publiek zag een sympathiek en gretig bandje waarvan drummer Dylan Prossor blijkbaar dezelfde kapper als Amyl and The Sniffers frequenteert. Als dat maar geen trend wordt!
Postpunk met de nadruk, gelukkig maar, op punk waarbij ik dan niet denk aan groepen als Protomartyr of Preoccupations maar eerder Wire in gedachten heb.

Korte, aanstekelijke songs die behoorlijk sprankelden en dat kwam eerder door de instrumenten dan door de half gezongen half gesproken woordenstroom van Lee Jenkins. Het grootste aandeel daarin had gitarist Predag Delibasich. Hij leek wel het buitenbeentje in de groep, volledig in het zwart terwijl de andere drie voor wit opteerden terwijl hij ook een stuk ouder leek. Maar vergis je niet: hij is samen met Jenkins (tevens de twee enige originele leden) duidelijk de spil van de groep en bepaalt hij met klaar klinkende en rinkelende gitaarakkoorden de richting die Zerodent uit wil. En dat was een koers die zich niet halsstarrig aan postpunk vastklampte maar waarin ook andere invloeden zoals de slacker rock van Pavement getolereerd werden. Dat deed hij sober, onopvallend bijna en zonder de alom tegenwoordige batterij pedalen aan de voeten maar o zo doeltreffend.

Delibasich, van Servische afkomst, was trouwens bijzonder gelukkig dat hij in de Pit’s mocht spelen, niet in het minst omdat hij uitgerekend hier zijn broer terugzag. Niet alle nummers waren even geslaagd maar enkele briljante parels lieten me dat snel vergeten.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

The Smashing Pumpkins

The Smashing Pumpkins - Bij wijlen de magie van weleer

Geschreven door

Na ‘Mellon Collie and The Infinite Sadness’, het laatste album dat er echt toe deed, ging het steeds verder bergafwaarts met The Smashing Pumpkins. Tot het opgezwollen ego van Billy Corgan er na enkele jaren de stekker helemaal uit trok. Corgan probeerde nadien nog van de grond te komen met enkele halfslachtige solo-pogingen of met Zwan, een nieuwe band die al was opgedoekt nog voor die echt was gelanceerd. De platen die hij nadien onder de naam Smashing Pumpkins uitbracht , waren eigenlijk ook solo-vehikels, want de originele bandleden werden gemeden als waren het besmettelijke ziektes. Die platen toonden hier en daar wat opflakkeringen maar geen van hen reikte ook maar tot aan de enkels van ‘Gish’, ‘Siamese Dream’ of ‘Mellon Collie’.

In 2018 kwam er dan toch die langverwachte reünie van de originele bandleden, met uitzondering van bassiste D’Arcy. De reünie op zich was het beste nieuws, want het nieuwe album ‘Shiny And Oh So Bright’ kon de magie van weleer geenszins terug brengen en is op een tweetal songs na totaal verwaarloosbaar.
Met enige argwaan trokken wij dus naar de Lotto Arena, maar omdat ‘Siamese Dream’ nog altijd één van onze favoriete albums aller tijden is, vonden wij dat wij hier absoluut moesten bij zijn. We hebben het ons niet beklaagd.
Ons wantrouwen werd al gauw de kiem in gesmoord, want bij momenten evenaarden The Smashing Pumpkins de magie van hun gloriejaren. Enkele zwakke momenten zorgden er voor dat dit net geen vijfsterrenset was, maar in globo mochten wij over vanavond zeer content zijn.
Dat Billy Corgan nog steeds een beetje wacko is was te merken aan zijn outfit. Gehuld in een zwart paterskleed en opgetut met een lading zwarte mascara moest hij er zogenaamd een beetje schrikwekkend uit zien. Of dat echt zo was laten we in het midden. Wij dachten eerder van : zet er nog een mijter op en je kan hem zo bij het bedenkelijke metal-groepje Ghost inlijven. Maar goed, voor de rest had hij zijn ego vanavond thuisgelaten en gaf hij een vrij losse en sympathieke indruk. Bovendien was hij prima bij stem en toverde hij een stel striemende solo’s uit zijn gitaar.
Het stemde ons al meteen tevreden dat de Pumpkins met drie gitaren in de aanslag hun set inzetten met bijzonder scherpe versies van “Siva” en “Rhinoceros” uit hun allereerste album ‘Gish’. Dit was die typische gedreven Pumpkins-sound die wij wilden horen. Toen ze daarachter “Zero” ook nog eens deden ontploffen leek het dat de Pumpkins de drive van weleer volledig hadden teruggevonden. Zouden ze dit wel volhouden ? Laat ons zeggen : bijna. Een stel  inferieure songs (“Knights Of Malta”, “G.L.O.W.”, “Tiberius”) haalden soms de vaart uit het optreden, en als absolute dieptepunt kregen we een soort Japanse karaoke versie (sorry, James Iha) van het Cure vehikel “Friday I’m In Love”. Wat daar de bedoeling van was bleef ons een volkomen raadsel, dit was ronduit beschamend. De Pink Floyd cover “Wish You Were Here” klonk dan misschien wat minder genant, maar was eigenlijk even overbodig.
Maar de zwakke passages werden telkenmale triomfantelijk hersteld met splijtende klassiekers als “Bullet With Butterfly Wings”, “Cherub Rock”, “Disarm” en “Tonight, Tonight”. Niet alle klassiekers klonken echter even geïnspireerd, “1979” bijvoorbeeld werd een beetje op automatische piloot afgehaspeld en kreeg niet de behandeling die het verdiende.
The Smashing Pumkins verrasten ons dan weer aangenaam met enkele schitterende song die destijds nooit een regulier album hebben gehaald. Met name een stevig en geweldig “Superchrist” (pure stoner!) en een wederom fantastisch “The Aeroplane Flies High”. Dit zijn afleggertjes die beter zijn dan eender wat dat na de eerste drie albums is verschenen.
De band ging er uit in stijl met een drieluik om van te snoepen, een wondermooi “Today”, een fantastisch “Muzzle” en als fenomenale afsluiter het geweldige “Hummer”.

In de Lotto Arena bleek dat die legendarische nineties band terug volop in leven was, en dat was wat telde. De schoonheidsfoutjes van dit twee en een half uur durende concert namen we er dan maar graag bij.

Oh, ja, nog dit. Een kort woordje over de support act Fangclub. Dit was van “We willen Nirvana zijn, maar we kunnen het niet”. Kijk, wij wilden destijds ook Nirvana zijn, en we speelden met behulp van onze oude tennisraket Kurtje Cobain in onze slaapkamer. Hadden die gasten van Fangclub het daar ook niet beter bij gehouden ? Idiote groepsnaam trouwens.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/smashing-pumpkins-10-06-2019
Organisatie: Live Nation

Danny Vera

Danny Vera - Een rock-‘n-rollercoaster

De Zeeuwse singer-songwriter Danny Vera stak vrijdagavond de grens over naar het Gentse. We verwachtten ons aan een avond vol Americana nummers in de stijl van enkele grote voorbeelden als Roy Orbison en Elvis Presley. Danny is op tour voor zijn nieuwe album ‘Pressure Makes Diamonds’, maar blijft daarnaast vooral bekend als zanger van de vaste huisband van het populaire Nederlandse praatprogramma ‘Voetbal Inside’. Gekleed in een rock-’n-roll kostuum met bretellen en gelakte schoenen, stapte hij stijlvol het podium op.

“Runnin’ With My Boots On” en “I’ve Been Around”  toonden meteen aan dat de band goed op elkaar is ingespeeld. Met respect voor de gitaar zette Danny enkele dansbare riffs in. Entertainen kan hij als de beste. “Jesus And The Outlaw” volgde, een super uptempo country nummer waarin zijn rauwe stem mooi tot uiting kwam. Danny ziet er glad uit, maar heeft toch ergens een griezelige stem. De avond ging op hetzelfde elan verder met “Worn Out Man”.
Na een lange intro vol geouwehoer over inbreken werd het tempo wat opgedreven met korte en hoge gitaarklankjes uit “The Devil’s Son”. Bij “Road Rhythm Blues” ging de band weer een versnelling hoger and waanden we ons in Zuidelijk Amerika. Een mooi moment voor een degelijke keyboardsolo. Zelfs bij een gevoeliger nummer als “Maybe Tonight, Maybe Tomorrow” blijft de band zijn rock-’n-rollgehalte hoog. Voor het eerst hoorden we een beetje tristesse, maar met een stevige outro zonder rommelig te zijn. Danny Vera weet onze aandacht scherp te houden.
Zoals Danny zelf aangaf  maakt hij ‘ouwemannenmuziek’ maar heeft hij dit jaar de eerste plaats weten te bemachtigen in de top 40. “Roller coaster”, een hit die hij dus absoluut moet spelen, vergezeld door witte lichtjes in de zaal. “How the Dice Will Roll” zou wel een nummer kunnen zijn uit de film ‘Kill Bill’. Een stevige song. Danny doet er zijn vestje voor uit en wij snappen waarom. De band ging direct door met “If You Want Me Too” en “All Night Long” en stak hiermee wat vaart achter de muzikale avond. Lekker luid, lekker uptempo. Het etaleerde zijn geweldige stem.
“We gingen zo hard, ik dacht ik bouw nog even een rustmomentje in”. We kregen met “Bye Bye Eddy” een triestige meezinger voorgeschoteld, een ode aan een vriend die overleed toen hij twaalf jaar was. “Honey South” begon met een funky gitaarrif en deed ons even heel erg denken aan een snelle versie van Canned Heat met “Going Up The Country”. Ook tijdens “Utopia Won’t Wait” bleek dat de band goed weg kan met het vingervlugge werk. Vera zong over de bal van liefde met “L. O. V. E.”. Hij bracht het en wij moesten het meebrengen. Danny opperde dat we met een ‘V’ naar hem zwaaiden en zo deden we ijverig mee.

Als afsluiter, beleef Danny gewoon staan. Even de band voorstellen, een heerlijke keyboardsolo en dan nog even gaan met een geslaagde cover van zijn inspiratiebron Johnny Cash “Folsom Prison Blues”. Hiervoor trekken wij graag zelf nog eens de grens over. Liefhebbers kunnen Danny Vera ook bewonderen op Kneistival deze zomer.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/charlatan-gent/danny-vera-07-06-2019 
Organisatie: Democrazy, Gent

Cedric Burnside

Cedric Burnside - Heerlijke rootsmuziek in Leffinge

Cedric Burnside - Heerlijke rootsmuziek in Leffinge
The Legendary Shack Shakers + Cedric Burnside - Mooie double bill
De Zwerver
Leffinge
2019-06-07
Ollie Nollet en Sam De Rijcke

The Legendary Shack Shakers zijn in de eerste plaats de band van halve gek annex smoelentrekker J.D. Wilkes. Met wisselende personeelsbezittingen grossiert de band al jaren in een opwindende mix van blues, country, hillbilly, rock’n’roll en rockabilly. Het combo deed dit vanavond via een steeds feller aanwakkerende set die uitgroeide tot een explosief rock’n’roll feestje. Het eerste deel lag de nadruk op het roots-gebeuren, via traditionele instrumenten als banjo, akoestische gitaar, staande drums en contrabas, maar dan wel met flink wat peper in het gat.
Toen J.D. Wilkes zijn banjo omruilde voor een harmonica en de briljante gitarist zijn elektrische gitaar inplugde, gingen volume, power en intensiteit met rasse schreden omhoog. Hier stond nu een geweldige, springerige en uiterst energieke rock’n’roll band van jetje te geven. Naar een climax toe groeien heet dat dan. De zaal smulde er van. 
The Legendary Shack Shakers - Een band met hoog fun- en rock’n’roll gehalte, maar vooral geniale muzikanten.

Als kleinzoon van RL Burnside heeft Cedric Burnside de blues met de paplepel meegekregen. Toen hij amper 13 was hij trok hij al mee als drummer in opa’s band. Later drumde hij nog in diverse andere bands, waaronder ook North Mississippi Allstars. Burnside leerde ondertussen ook een aardig potje gitaar spelen.
Op vandaag doet Cedric zijn eigen ding en trekt hij op tournee met een valies aan eigen songs. In Leffinge liet hij zich enkel begeleiden door gitarist Brian Jay, ook bandlid van het funkgezelschap The Pimps Of Joytime.
Op de laatste plaat ‘Benton County Relic’ horen we een rauwe elektrische bluessound die uiteraard schatplichtig is aan RL Burnside.

Aanvankelijk hield Cedric Burnside dit rauwe bluespotje nog eventjes gedekt en deed hij het in zijn dooie eentje op akoestische gitaar met een stel eerlijke traditionele bluessongs, waarin hij vooral toonde dat hij ook gezegend was met een wonderlijke stem. Die akoestische opening klonk ons wel bekoorlijk in de oren, maar stiekem hoopten we dat er iemand algauw de stekker zou komen in steken. Toen Brian Jay voor “Hard To Stay Cool” er bij kwam met een heerlijk slide gitaartje, hing er al meer atmosfeer in de lucht. Wij waren al helemaal opgelucht toen Cedric Burnside zijn elektrische gitaar om de schouders trok en zich stortte op die rauwe sound die zijn laatste plaat zo goed maakt. Ondertussen was metgezel Brian Jay gaan postvatten achter de drums en spatten er al heel wat meer vonken uit hun strakke blues.
De boel kwam pas helemaal onder stoom toen het duo van plaats verwisselde. Cedric ging achter de vellen zitten en bleek een fenomenale drummer te zijn, ondertussen bleef hij ook nog eens geweldig zingen. Bovendien werden we meer dan aangenaam verrast door het al even fantastische gitaarspel van Brian Jay. De sound sloeg over in een heerlijke pot bluesrock die ons deed denken aan het heetste van North Mississippi Allstars.
Een alsmaar enthousiaster wordend publiek raakte nu ook helemaal in de ban van dit gedreven duo. De heren hadden immers hun set langzaam opgedreven naar iets wat we niet anders dan als vuurwerk kunnen bestempelen. Net als bij de Legendary Shack Shakers stevenden we hier dus op een heuse climax af. 

Laat ons hopen dat Cedric Burnside en Brian Jay blijven verder samenwerken, er hangt magie tussen die twee. We hebben Brian Jay’s voormalige bandje eens gechekt, en dat leek ons toch maar platte funk te zijn waarin zijn fantastische gitaarspel nergens te bespeuren is.
(review Sam)

Cedric Burnside + Legendary Shack Shakers
Deze double bill zorgde voor een mooie avond in Leffinge. Toch bleef ik wat op mijn honger zitten omdat beide bands niet brachten waar ik, tegen beter weten in, op gehoopt had.

Bij de Legendary Shack Shakers hoopte ik dat het wonder van Muddy Roots 2017 zich zou herhalen. Daar beukten ze, toen met de jonge gitarist Rod Hamdallah, me murw met een set uitzinnige rock-‘n-roll die The Cramps liet verbleken. Helaas hield die Hamdallah het niet lang vol bij de Shakers en toen ik ze vorig jaar terug zag op Roots & Roses was zijn plaats ingenomen door Gary Siperko, een man die we ook al twee keer in de 4AD aan het werk zagen (Pere Ubu, Rocket From the Tombs). De bezetting bleek dit keer niet veranderd. Opnieuw met Siperko dus, absoluut een schitterende gitarist maar het betekende wel dat we een bedaardere versie van de Shakers te zien kregen.
Het eerste deel van hun set was akoestisch met zanger J.D. Wilkes (enig origineel lid) op banjo. ‘Hillbilly from hell’ dat begon met een covertje van Washboard Sam maar toch iets te veel bleef kabbelen en laat dat nu net het laatste zijn wat ik van deze band verwacht. Halverwege greep Siperko naar zijn elektrische gitaar en ruilde Wilkes zijn banjo voor een mondharmonica wat het rock-‘n-roll gehalte zeker ten goede kwam. Samen met Preston Corn (staande drums) en Fuller Condon (staande bas) lieten ze het vuur nu wel in de pan slaan om uiteindelijk feestelijk te landen met een wel erg vrije interpretatie van Slim Harpo’s “Shake your hips”.
Mooi maar ik miste de ‘waanzinnige’ J.D. Wilkes van weleer toch een beetje.

Op basis van zijn laatste plaat, ‘Benton County Relic’, waren de verwachtingen voor Cedric Burnside niet al te hooggespannen. Maar hey, Cedric is wel de kleinzoon van R.L. en hij was bovendien drummer bij de drie groten uit de Fat Possum stal: R.L., T-Model Ford en Junior Kimbrough. Enige verwachtingen (op een set moddervette blues) waren dus zeker niet misplaatst.
Tijdens het eerste deel van het optreden zagen we Cedric alleen op akoestische gitaar. Niet meteen wat ik verwacht had maar een erg aimabele Cedric wist me dankzij zijn aanstekelijk gitaarwerk en intense vertolkingen moeiteloos te overtuigen. Dit was authentieke hill country blues zoals ik ze al lang niet meer gehoord had. Tussendoor vertelde hij al eens een grap van zijn grootvader terwijl ook het legendarische ‘well,well,well’ niet kon uitblijven.
Voor het tweede deel greep hij naar een elektrische gitaar terwijl Brian Jay achter het drumstel plaatsnam. Verre van slecht maar de magie die bij het akoestisch gedeelte in de lucht hing was toch verdwenen. Zijn beperkingen als gitarist speelden hem soms parten en zijn stem leende zich niet echt voor ruige blues.
Toen de twee na een tijdje wisselden van plaats voelde Cedric zich zichtbaar meer op zijn gemak en werd ook duidelijk wat voor een fenomenaal drummer hij is. Het verschil met Brian Jay was immens. Jay ontpopte zich nu als een goede gitarist maar ook niet meer dan dat terwijl zijn stem, hij zong ook af en toe een nummer, eerder aan de vlakke kant was.
Toch wisten ze zich, vooral dankzij het explosieve drumwerk, overeind te houden. Plots leek het toch nog heel mooi te worden toen ze “All night long” van Junior Kimbrough inzetten. Machtige song en ik was al klaar om volledig uit mijn dak te gaan maar het bleef bij een gesmoord gvd. Het hypnotiserende van Kimbrough bleef volledig uit terwijl de galm op Cedric’s stem alle verdere kansen verkwanselde. Kimbrough’s unieke stijl is natuurlijk geen hapklare brok maar ik hoorde eerder wel al geslaagde vertolkingen van onder meer Gravelroad en Black Diamond Heavies. Wat het orgelpunt had moeten worden bleek nu een wat ontgoochelende finale.
Gelukkig besloten de twee om nog een bis te spelen en dat werd dan een geslaagd “Shake ‘em on down”, een oud Bukka White nummer dat onsterfelijk werd gemaakt door grootvader R.L. samen met The Jon Spencer Blues Explosion.

Twee mooie optredens die me toch wat teleurstelden. Maar dat had veel te maken met de verwachtingen. Waren dit twee mij onbekende groepen geweest kwam ik misschien superlatieven tekort. (review Ollie)

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 108 van 386