Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Gavin Friday - ...

The Rapture

In the grace of our love

Geschreven door

De NYse punkfunkers The Rapture zijn er terug bij na vijf jaar … Met de vorige plaat vielen ze wat op automatische piloot , en konden naast de matige plaat live maar matig meer boeien . Toegegeven, de handvol (dansbare) singles hebben ons steeds geïntrigeerd; én pit, gedrevenheid en friste stralen ze nu opnieuw uit op de nieuwe vierde cd ‘In the grace of our love’ . Niet meer van die gretige, felle funk- en punkopstoten , maar de cd weet ons probleemloos te overtuigen . Hun doorbraak ‘Echoes’ (al van 2003) zorgde ervoor dat zij samen met Radio 4, LCD Soundsystem, The Klaxons en Hot Chip één van de bepalende bands waren van de punkfunk, die artiesten als Gang Of 4, A certain ratio, Cabaret voltaire en Happy Mondays hoog in het vaandel droegen . 
Het evenwichtige ‘In the grace of our love’ brengt  hun typerende  indie/dancepunkfunk terug in de bovenste lade en werkt in op de dansspieren ; de single “How deep is your love” is een grote danskraker zelfs! Verder komen “Sail away”, “Come back to me”  en “Never die again” in de buurt door de zwierige grooves . Jawel, aanstekelijk, broeierig en fris door de hoekige, scherpe  gitaren, de stuwende toetsen- drumpartijen, de bijkomende percussie van koebellen en de geëxalteerde zang van Luke Jenner . De andere nummers zijn ietwat slepender . Maar kijk, het kwartet is erin geslaagd opnieuw op het voorplan te treden . Mooi zo!

The Dead Trees

Whatwave

Geschreven door

The Dead Trees kwamen in de belangstelling als de begeleidingsband van Fabrizio Moretti, één van de Strokes leden, die op tour was met z’n eigen bandje Little Joy . De ongedwongen, lome sfeer van dit project, buiten de Braziliaanse invloed, namen ze mee op hun eigen platen, wat de band van zanger/gitarist Michael Ian Cummings brengt tot een combinatie Velvet Underground, Pavement en de Strokes. Een leuk plaatje rammelende, nonchalante maar ook melodieus treffende dromerige en broeierige indiepop die met “World gone global” een voortreffelijk nummer uithebben . Het zijn ‘to the point’ (korte)  rocksongs , die een zomers gevoel ademen.
Fijne ontdekking , deze Dead Trees met zijn leuke ‘easy going’ songs …

M83

Hurry up, we’re dreaming

Geschreven door

De Fransman Anthony Gonzalez aka M83 kan definitief doorbreken met de dubbele langspeler ‘Hurry up, we’re dreaming’ . Een huzarenstukje chillwave/elektronica , een muzikaal landschap dat een rijkbeladen klankkleur herbergt door lagen dromerige, zweverige, psychedelische synths en subtiele geluidjes boven elkaar ,  niet vies van bombast en klassiek aangevuld met percussie, gitaarloops, stemmenpracht, koortjes en vervormde vocals,  badend in een soundtracksfeertje . Een ‘skone’ wereld van de naar LA uitgeweken techneut, die een droom/sprookjeswereld creëert. Invloeden van Tangerine dream, Brian Eno, Pink Floyd, JM Jarre, Vangelis, Air en The Aloof zijn hier op hun plaats.
Twee cd’s die elkaar aanvullen, en een sferische dromerige trip realiseren, die vertakken naar klassiek en soundscapes;  met “Midnight city” , “Wait” en “New map”  koesteren we meteen drie  popklassiekers.

Arctic Monkeys

Arctic Monkeys – Ronduit Geweldig

Geschreven door

Als doorgewinterde concertganger kunnen wij toch wel stellen dat het ons heel zelden overkomt dat wij onder de indruk zijn van een support act, maar dan zijn er altijd die uitzonderingen die de regel bevestigen, Miles Kane bijvoorbeeld. Hij is trouwens niet de eerste de beste, de jongeman heeft er al een verleden opzitten met zijn bandje The Rascals en hij is uiteraard dikke vriendjes met Alex Turner vanwege hun geweldig avontuurtje in The Last Shadow Puppets. Niet verwonderlijk dus dat Turner zijn buddy meeneemt op tournee.
Nochtans liepen wij niet echt hoog op met Kane’s eerste soloplaat ‘Colour of the trap’ omdat daar evenveel melige nummers als goeie songs op staan. Miles Kane loste dat live eenvoudig op door de zeiknummers gewoon in de diepvries te laten zitten (had hij beter bij het inblikken van zijn plaat ook gedaan) en zijn uiterst rake en puntige set te vullen met vinnige Britpop-songs als “Quicksand”, “Kingcrawler”, “Telepathy”, “Come closer” en een fantastisch “Inhaler”. Ook “Rearrange”, die wij toch maar een zeer matige single vonden, kreeg hier een fameuze adrenaline injectie waardoor het zowaar toch een goede song bleek te zijn.
Een prima opener dus, en het publiek was helemaal opgewarmd voor de superbe hoofdschotel.

Arctic Monkeys lieten er geen gras over groeien en vielen met de deur in huis. De deur van dienst was “Don’t sit down cause I moved your chair”, die formidabele song die het album ‘Suck on this’ voorafging en die hier als startschot fungeerde van een wervelende rit van anderhalf uurtje, een helse treinrit waarin wij amper twee kleine haperingetjes merkten, de wat slappere songs “The hellcat spangled shalalala” en “Suck it and see”, ook al de zwakkere broertjes op het laatste album. Het b-kantje daarentegen van “Suck it and see”, genaamd “Evil twin”, had een stuk meer venijn in zijn botten (wat wil zeggen dat u dat singletje moet kopen en de B kant voor A aanzien).
Verder werden wij het ganse optreden overspoeld met die springerige vinnigheid en heerlijk botsende gitaren van de Monkeys zoals we hen kennen van vooral de eerste twee onovertreffelijke platen ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ en ‘Favourite worst nightmare’.
Adembenemende kopstoten als “Brainstorm”, “The view from the afternoon”, “I bet you look good on the dancefloor” en “Still take you home” raasden op geniale wijze doorheen de Zénith en gunden niemand een rustpauze. Werkelijk alles wat die gasten speelden was strak, fel en bijzonder gedreven en rockte als een hyperkinetische paling in een met Jack Daniels gevuld bubbelbad. Miles Kane mocht ook nog een tweetal keer komen meedoen en deed het zootje nog wat meer op zijn grondvesten daveren in de halve hardrocker “Little illusion machine” en in de prachtige finale “505”. Amai !

Arctic Monkeys waren laat ons zeggen nogal fel op dreef en zijn wat ons betreft al ver boven de hype uitgegroeid. Dit is op vandaag één van de beste rockgroepen ter wereld, met een frontman Alex Turner die zich meer dan ooit heeft geprofileerd als de drijvende motor van een op volle toeren draaiende machine. Op Rock Werchter zagen we hem nog als de immer coole zanger, die met een teug Britse arrogantie weinig of geen woorden tot zijn publiek richtte. Op vrij korte termijn heeft is hij geëvolueerd tot entertainende rocker (inclusief een heuse vetkuif) die de fans danig oppept en - ook wel heel belangrijk voor een Brit - wiens coolness daarbij  intact is gebleven.
Wij waren de hele avond getuige van een tamelijk uitzinnige menigte die volledig overstag ging voor een bende hitsige, talentrijke en uiterst gedreven jonge haaien. U mag er al de Britse hypes van de afgelopen jaren op nagaan, deze hier is zowat de enige die 200 % terecht is. En blijft !

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Radical Production)

Dez Mona

Saga (Opera feat. Box)

Geschreven door

Dez Mona, onder de tandem Gregory Frateur (zang) – Nicolas Rombouts (contrabas) vallen op met een sterke combinatie van pop, jazz, blues, gospel en chanson in het verlengde van o.m. Gavin Friday, Antony& The Johnsons, Marianne Faithfull en Moondog Jr. ‘Hilfe kommt’ uit 2009 was hun derde cd, die in de picture stond.
De heren hebben een volgend ‘opvallend’ werkstuk uit ‘Saga (Opera feat. Box)’, die richting cabaret, vaudeville, opera  en barok uitgaan . Zelf omschrijven ze het als muziek zonder acteerwerk. Het volle stemgeluid en de theatrale voordracht van Frateur (rauw én opera gestemd)  is bepalend voor de ‘luister’/’hoor’/ balladdramatiek die de songs ademen, verhalen van bekende IJslandse en Groenlandse heldendichten als van de Germaanse godin Saga, die naar de dag van vandaag zijn vertaald . Het donkere kantje en het vleugje experiment blijven mooi bewaard in de aangrijpende sound. Met de andere groepsleden stelden ze live al af en toe iets voor . Het klassiek geschoolde Baroque Orchestration X vult live aan. Eén trip, één geluid , sp(r)ookjesachtig … Dez Mona speelt in op het gemoed en ontroert …

http://www.dezmona.com 

UB40

UB 40 – Van links naar rechts, maar op en neer

Geschreven door

Revivals, de jaren 2000 staan er bol van en ook UB40 sprong mee op de kar van de comebacks. Hoewel de Engelse reggaeband uit de jaren tachtig plots verder moest zonder leadzanger Ali Campbell en Michael Virtue staan ze er weer. Met ups en downs, zo bleek de laatste januariavond in de Brusselse AB.

Eigenlijk zijn ze nooit weggeweest, maar de heupwiegende hits van de eighties vielen wat stil en er kwam te veel geruisloos nieuw materiaal. Vier jaar geleden stapte zanger Ali Campbell ook op en een groep die zijn boegbeeld verliest, is zijn gezicht en vooral zijn eigenheid kwijt. Normaal gezien toch.
Maar kijk, Ali heeft een broer (Duncan) en wil diens stem nu wel doodeng op die van Ali lijken. Duncan werd de nieuwe frontman en dat deed hij in de AB – ondanks een mitella om de hals en arm om de pijn van zijn ribbreuk te verzachten – met verve. Aan de veren kent men de vogels en in dit geval zingen ze met eenzelfde bek.
Afrikaanse percussie links, de drums rechts en daartussen nog een achttal muzikanten die - tegen de achtergrond van een zwartwitte mega-close-up van een palmboom - zich vrij van voor naar achter bewogen en die samen het hele concert door zachtstappend van links naar rechts wiegden. Van voor naar achter, van links naar rechts, maar de gig ging zelf van boven naar onder en terug, want halverwege (toevallig met het nieuwere werk?) zakte de reaggepudding in.
Nostalgie, we geven het toe, die meezingtunes van de Britten  die toen nogal maatschappijkritisch  waren (UB40 komt van Unemployment Benefit, een papier voor werkloosheidsuitkering)  , al bestond de hoofdmoot van hun recept er toen in om songs uit de zestiger jaren (en niet van de minste – Bob Marley, Sonny & Cher, Jackson 5…) te overgieten met een reggae- en zelfs ska-sausje. Het smaakte toen, het smaakt nu nog; Het zijn klassiekers.
Na een vrij bombastisch aandoende intro zette de band zich in het vriezende Brussel klaar en meteen steeg de temperatuur met hits als “Here I am, Baby (come on and take me)” en “Sing our own song”. Duncan Campbell zong in dezelfde vertellende manier als zijn broer, als was hij zelf de originele stem van UB40.
Het duurde vier nummers eer het publiek toegesproken werd en de band verontschuldigde zich meteen voor het halfuurtje vertraging. ‘Hopefully we will hear you sing tonight’. Het volgende trio nummers was net iets minder meezingbaar, maar op “Cherry Oh Baby” wuifde de zaal graag terug.
Een onverlaat wou dan even met zijn groene laserstraal het boeltje opvrolijken, maar die werd met gedecideerde hand diets gemaakt dat dit de sfeer niet ten goede kwam. Tijd voor het (zang)rollenspel, want Duncan nodigde een drietal van zijn kompanen uit aan de microfoon en dat was niet altijd een geslaagde zet, ook omdat het genre plots veranderde. En bij die nieuwe nummers werd bijwijlen zonder schroom gepikt van hun oudere hits en van bijvoorbeeld Desmond Dekkers “Israelites” (“Morning Lights”). Dat Maxi Priest een tijdje hun reggae-adviseur was, kan enkel beschouderklopt worden, maar toch, het concert gleed wat naar af, zeker toen de bassist met een onvaste kopstem ging joelen.
Maar net op tijd zetten ze “Kingston Town” in en kregen we weer de UB40 die iedereen kent en weet te pruimen. Het tweede luik ging weer crescendo met – tja, kan het anders ? – hun meezinghits: “Food for thought”, “Madam Medusa”, “Rat in mi kitchen”.  En met “Red Red Wine” als afsluitdrink na een dik anderhalf uur.
Nog drie bisnummers volgden en die hielden dat niveau aan, al konden we ons niet van de indruk ontdoen dat de geluidsman de echoknop bij momenten iets te ver open draaide.

Conclusie: ze brachten twee jaar geleden ‘Labour of Love IV’ uit en ze zijn bezig met een nieuw album (waaruit ze “Blue Eyes” speelden), maar UB40 moet het toch hebben van hun grootsheid van dertig jaar geleden. Tijdens de dieptepunten in hun concert borrelde de gedachte op dat ze toen eigenlijk amper als hun eigen voorprogramma zouden mogen spelen.


Setlist
1. Here I am baby (come on and take me) 2. Sing our own song 3. One in ten 4. Wear you to the ball 5. Homely Girl 6. The way you do the things you do 7. Cherry oh baby 8. Cream Puff 9. Maybe Tomorrow 10. Blue Eyes 11. Higher Ground 12. Boom shaka boom 13. Morning lights 14. Reggae Music 15. Baby 16. Kingston Town 17. Food for thought 18. Madam Medusa 19. Rat in mi kitchen 20. Red Red Wine
Bis 21. Please don’t make me cry 22. Easy Snapping 23. Can’t help falling in love

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ub-40-31-01-2012/

Organisatie: Live Nation

Jane Birkin

Jane Birkin ‘Serge Gainsbourg & Jane via Japan’ - Duet met valse noten

Geschreven door

Jane Birkin was bang dat er niet veel volk zou komen opdagen voor haar debuut in Gent, omdat niemand haar had herkend toen ze die dag ging wandelen in de stad. Dat bleek goed mee te vallen in een aardig gevulde Handelbeurs, al verdenken we niet iedereen ervan specifiek voor de muziek te zijn gekomen. Jane Birkin is vooral een icoon van de roaring sixties, in haar jonge jaren bloedmooi stijlicoon die de controverse niet schuwde, moeder van o.a. Lars von Trier-lieveling Charlotte, en vooral muze van het muzikale genie Serge Gainsbourg. De actrice en zangeres, 65 ondertussen, is vandaag vooral een graag gezien gast op de Franse tv, verdedigster van humanitaire zaken en goede doelen, en vooral gepassioneerd  ambassadrice van de geest en muziek van Serge Gainsbourg, die overleed in 1991. Sinds zijn dood houdt Jane Birkin de muziek van Gainsbourg levendig door regelmatig met zijn muziek de wereld rond te trekken.

De tournee die haar naar Gent bracht, getiteld Serge Gainsbourg & Jane via Japan, lijkt een reprise van de in 2002 uitgebracht ‘Arabesque’, waarmee ze een selectie van Serge’s songs in een Oosters jasje stak. De aanleiding van de 40ste verjaardag van de conceptplaat ‘Melody Nelson’ en een bezoek aan het door Fukushima getroffen Japan, bracht haar op het idee om een concertreeks te organiseren met louter Japanse muzikanten.

Vanaf de eerste noten van “Requiem pour un con “ werd het duidelijk dat de Japanse omkadering niet letterlijk te nemen was: vier Japanse muzikanten – die gedurende een intermezzo hun volledige kunnen konden laten zien aan het publiek – waaronder een violiste, drummer, pianist en trompettist zorgden voor een soms jazzy, soms reaggae, of volledig naakte omkadering van Gainsbourgs’ songs. Het moet gezegd, mocht Jane meedingen naar de titel van The Voice van Vlaanderen, de kans is erg klein dat er ook maar één stoel wordt omgedraaid; maar wie naar Jane Birkin gaat kijken weet dat de charme net ligt in de imperfectie van haar stem en moet zich vooral niet ergeren aan valse noten.
Het is dan ook in de volledig gestripte versies van Gainsbourg’s nummers dan Jane zich het beste staande hout, zoals in “En rire de peur d’être obligée d’en pleurer”, “Chanson de Prévert”, waar ze enkel wordt begeleid door piano, of nog “La Ballade de Johnny Jane” uit de film ‘Je t’aime moi non plus’ (waarbij Jane liet weten dat het refrein uit de titelsong “je vais et je viens, entre tes reins” door de Engelsen vertaald was als “I come and go between your kidneys”). 
Op de setlist kan steevast het prachtige “Amour des Feintes” niet ontbreken, haar lievelingsnummer van het gelijknamige album dat Serge Gainsbourg voor haar schreef een jaar voor zijn dood. De teksten van dit nummer lijken dan ook rechtstreeks te verwijzen naar hun ‘destructieve’ relatie: de nos vingt ans, ne restent que les teintes d’antan, qui peut être et avoir été, je pose la question, peut-être étais-je destinée, a rêver d’évasion.
Een grappige verrassing waren de bijna perfect uitgevoerde ‘Shebam! Pow! Blop! Wizz’s’ uit het nummer “Comic Strip”, uitgevoerd door de Japanse violiste en oorspronkelijk vertolkt door Brigitte Bardot. Daaraan voegde Jane toe dat het haar zelf nooit was gelukt om die kreten enigszins overtuigend voort te brengen, laat staan Brigitte Bardot…  Dat Gainsbourg een echte woordkunstenaar was bleek uit Birkin’s vertolking van “Baby Alone in Babylone” en “Haine pour Aime”.

Een echte hoogtepunt was er niet en het was vooral aan de muzikanten en het charisma van Jane Birkin te danken dat het optreden voor de toeschouwer de moeite waard was (Jane klom zelfs even van het podium om doorheen het publiek te dansen). Alleen jammer dat ze steeds dezelfde songs van Gainsbourg bewerkt, wij hadden graag eens iets gehoord uit ‘Love Beat’, zoals “Sorry Angel” (in 2006 nog gecovered door Franz Ferdinand). Maar wellicht zal Jane daar wel haar redenen voor hebben.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Brian Olive

Brian Olive - Bescheiden klasse

Geschreven door

Brian Olive (Cicinnati, Ohio) speelde in de oerversie van het garagecombo The Greenhornes maar raakte vooral daarna bekend onder de schuilnaam Oliver Henry als saxofonist/gitarist van de Soledad Brothers, die in het begin van deze eeuw de blues opnieuw acceptabel lieten klinken. Na het verscheiden van die band probeert hij het sinds enkele jaren alleen wat vorig jaar resulteerde in de uitmuntende plaat ‘Two of everything’ (uit op Alive Records) waarvoor Black Key, Dan Auerbach, mee instond voor de productie. Nadat in datzelfde jaar een reünie-tour van de Soledad Brothers werd afgeblazen stak hij nu voor het eerst met zijn bloedeigen groep de oceaan over en mochten we in de Trix hun Europese première meemaken.

Maar eerst werden we aardig opgewarmd door de Charlie Jones Big Band uit Sint Niklaas, die ondanks hun naam slechts uit vier leden bestond. Het is crisis voor iedereen. Zanger Jan Verstraeten, getooid met een vervaarlijk ogend kapsel, beschikt over een imponerende strot en bleek een geboren frontman. De band zette een stevige sound neer maar had op iets te veel paarden gewed. Zo werden we voortdurend van de ene naar de andere stijl gekatapulteerd (soms zelfs in één nummer). Van cabareteske sferen naar onversneden pop, om dan weer rammelende rock te brengen waarna Verstraeten zich ging neerzetten aan een Waitsiaanse piano. Maar eigenlijk hoef ik daarover niet echt te kniezen : zo kreeg de eentonigheid alvast geen kans en wie een song enkel begeleid door een primitieve duimpiano, hand claps en finger snaps tot een goed einde weet te brengen verdient veel krediet. Groot zullen ze er niet mee worden maar de talrijk meegereisde fans amuseerden zich waarschijnlijk rot.

Brian Olive, die op ‘Two of everything’ haast alle instrumenten zelf voor zijn rekening neemt, had een vierkoppige begeleidingsband (bas, drums, toetsen en vrouwelijke backing vocals) meegebracht. De groep had vooraf reeds kennis gemaakt met het ruime assortiment Belgische bieren wat resulteerde in een zich wat onhandig uitdrukkende Brian Olive en een voortdurend lachend zangeresje (of had ik iets gemist?). Gelukkig had dit geen invloed op de muziek en kregen we in een relaxte sfeer vooral nummers uit die laatste plaat, aangevuld met enkele songs uit zijn debuut. Bijzonder mooi afgewerkte pop met een licht psychedelische toets die de sixties liet herleven. Alles stond in het teken van de songs met opmerkelijk veel aandacht voor de stemmen. Brian Olive, nochtans een meer dan begenadigd muzikant, liet zich slechts zeer sporadisch verleiden om zijn sax of gitaar eens solo te laten schitteren. Deze muziek liet zich moeilijk plaatsen, misschien enigszins te vergelijken met wat een Kelley Stoltz zo'n tien jaar geleden bracht. Op het einde klungelde Olive alweer (het maakte hem des te sympathieker) : "ik heb nog twee songs voor jullie, euh, eigenlijk maar één." Waarna de groep na één nummer het podium verliet om na lang overleggen toch terug te komen ("we kennen er toch nog één") en zo het prijsnummer van "Two of everything", "Strange attracter" op ons los te laten! Spectaculair was het niet maar achter die bescheiden ambachtelijkheid schuilde toch grote klasse.

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix)

Spinvis

Spinvis - Doe mij maar een retourtje planeet Spinvis

Geschreven door

We verdenken Erik de Jong aka Spinvis ervan een stille bewondering te koesteren voor René Magritte. ‘Ceci n’est pas une pipe’: niets is wat het lijkt in de bovenkamer van de Jong. De wat excentrieke Nederlander debuteerde op z’n 40ste met de klassieke single “Voor Ik Vergeet”, en sindsdien is hij langzaam maar zeker uitgegroeid tot een waar begrip in de Lage Landen en prijken zijn albums steevast op elk zichzelf respecterend eindejaarslijstje.
Vanuit Het Vaticaan, de studio onder diens huis in het onooglijke Nieuwegein, voorziet de Jong zijn surrealistische woordkunst van de passende soundtrack. De zonderlinge krullebol sleutelde er maandenlang aan zijn derde studio album ‘Tot Ziens, Justine Keller’ dat eind vorig jaar eindelijk het levenslicht zag. Met het radiosucces van de vooruitgeschoven single “Oostende” en een stekje in de Radio 1 - Sessie van Gorki ziet Spinvis zijn aanhang in Vlaanderen tegenwoordig alleen nog maar toenemen. We hebben de Jong de voorbije jaren in totaal verschillende gedaanten aan het werk gezien, de ene keer als ongekroonde koning van de experimentele lo-fi omringd door een paar dozijn toeters, bellen en andere geluidseffecten, de andere keer enkel gewapend met een dichtbundel op een literaire avond. Maar toch, het was best wel even wennen om afgelopen woensdagavond in cc De Spil in Roeselare nu ook kennis te maken met Spinvis als volbloed rockgroep.

Anders dan een ‘reguliere’ band kiest de Jong gewoontegetrouw voor een averechtse opener. Celliste Saartje Van Camp werd als voorwacht het podium opgestuurd; haar engelengezang werd langzaam maar zeker overstemd door een kakafonische geluidsbrij toen de Jong en zijn andere kompanen zich in extremis nog even aan een laatste soundcheck waagden. Uit de chaos doemden heel voorzichtig de eerste noten van “De Grote Zon” op, een eerder intimistisch liedje over de immense snelheid waarmee het leven aan iedereen lijkt voorbij te flitsen, maar toch wat verrassend een behoorlijk stevige versie meekreeg. Veel tijd om te mijmeren kreeg het publiek verder niet, want met “Heel Goed Nieuws” en het oudje “Astronaut” schroefden de Jong & co gestaag het tempo en de decibels omhoog. Deze Spinvis On Speed ging duidelijk voor intensiteit en volume, en had minder oog voor de subtiele effectjes waar elk Spinvis album bol van staat. Net daardoor werd “We Vieren Het Toch”, met voorsprong het meest indringende nummer uit het jongste album, op de planken van cc De Spil gedegradeerd tot een eerder doordeweeks nummer.
Voor iemand die niet bepaald bekend staat als een veelprater waren de bindteksten van de Jong best wel onderhoudend. Ter inleiding van “Overvecht” mocht het publiek even binnengluren in de jeugdjaren van de Jong en de tijd dat steriele appartementsblokken als paddestoelen uit de grond schoten; “Koning Alcohol” werd dan weer subliem opgedragen aan het ontvrienden van de fles als beste kompaan. In het afsluitende “Kom Terug” gaf de Jong het publiek tenslotte nog een eigengereide levensles mee: “Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug”.

Niet dat de Jong en zijn gevolg tot dan toe bepaald zuinig waren geweest op hoogtepunten, toch slaagde de groep er pas tijdens de bisronde in om ons echt bij het nekvel te pakken. In De Laatste Show was al eerder te zien hoe “Twee Meisjes” van Raymond en “Bagagedrager” vakkundig in elkaar werden gedraaid door Spinvis. Een sterk staaltje live mashup van twee moderne kleinkunst klassiekers die elkaar op het eerste zicht weinig te vertellen hebben, maar in de handen van de Jong spontaan samensmelten tot één lange melancholische trip.
Dagdromen is zo een andere hobby van Spinvis. Over de gruwelijke actualiteit van alledag heeft hij liever geen mening, de Jong zondert zich af maar sluit zich niet af in het speelse “Ik Wil Alleen Maar Zwemmen”. Zwaarmoedigheid krijgt dus zelden een kans in de bovenkamer van de Jong, wel integendeel. Helemaal op ‘t eind disselde hij een anekdotisch kortverhaal op over de bij onze noorderburen erg populaire roze koeken en hing er vervolgens moeiteloos “Wespen Op De Appeltaart” als slotakkoord aan op.

De koek was toen weliswaar volledig op, maar het gezellige gekeuvel achteraf in de bar met toetsenist Lucas Oldeman was een kruimeltje die ondergetekende niet kon laten liggen. We zijn niet te weten gekomen wie die Justine Keller nu precies is, maar wensen haar toch maar een behouden vaart voor dat retourtje planeet Spinvis.

“Alvoren de grote mensen aan het woord te laten mogen wij u komen entertainen”, aldus opwarmer van dienst Senne Guns. Eindelijk een jonge gast die zijn plaats kent, zou je dan denken, maar de overdreven nederigheid, flauwe woordspelingen en dito rijmelarij maakten dat zijn set al vlug ging vervelen. De verwachtingen waren nochtans redelijk hoog gespannen. Guns wist vorig jaar een kleine hype in kleinkunstland op zijn naam te schrijven met het innemende “De Goudvis”, en werd net niet doodgeknuffeld door Raymond in zijn Radio 1 Sessie For Life afgelopen december. Echter, het ontbreekt Guns aan een eigen muzikale identiteit om momenteel enige potten te breken. We verwijzen hem graag terug naar een duister zolderkamertje om nog wat verder aan dat beloftevol kleinkunstsmoel te werken.

Organisatie: CC De Spil, Roeselare

Dropkick Murphys

Dropkick Murphys - Genekt door barslechte akoestiek

Geschreven door

Aan hun gedrevenheid zal het zeker niet gelegen hebben, maar Dropkick Murphys worstelden gans de avond lang met een danig slecht geluid dat ze uiteindelijk het verdict verloren tegen de meedogenloze bunker Vorst Nationaal.

Vooral de beginfase ging bijna helemaal de mist in. De folkinstrumenten en dan vooral de doedelzak, toch wel het stokpaardje van de Murphy’s, waren nauwelijks hoorbaar waardoor wij constant een bulldozerdreun hoorden waarin de eerste songs moeilijk van elkaar te onderscheiden waren. Het helse tempo en de volle goesting van de groepsleden maakten echter veel goed. Het publiek ging ondanks de barre geluidskwaliteit gewillig uit de bol, zong luidkeels de hymnes van de Murphys mee en bouwde er zo alsnog een wild feestje van, alsof er niets aan de hand was. De fans morden met name niet om het slechte geluid, ze hadden zichzelf al het nodige vocht toegediend en waren vast bereid er een heuse party van te maken. Vorst mocht dan misschien maar half gevuld zijn, de bieromzet bedroeg gegarandeerd vier keer zoveel als op een uitverkocht concert van pakweg Elbow of Coldplay.
Iets verder in de set kwam er dan toch wat beterschap in de sound, hoewel het nooit helemaal goed kwam, en genoten we van venijnige folkpunkers als “Deeds not words” en “Going out in style”, twee krakers uit die nieuwe energieke plaat ‘Going out in style’. Ook “Johnny, I hardly knew ya” viel ons op, maar dan vooral omdat wij wel zeer nadrukkelijk moesten denken aan “English civil war” van The Clash.
Een akoestisch intermezzo van een viertal songs was enerzijds een verademing omdat het ons tijdelijk verloste van de dreun (we hoorden zowaar eens de instrumenten zoals ze zouden moeten klinken), maar anderzijds haalde het ook wat de vaart uit het optreden, en vaart is nu net datgene waar het om draait bij Dropkick Murphys. Maar goed, dat tussendoortje was ook weer een geldige reden voor de fans om extra potten bier te halen, ook niet onbelangrijk.
Daarna werd terug onbezonnen doorgeramd, met ondermeer een opzwepend “The auld triangle”, een razend “Barroom hero” en een hitsig “Irish Rover” die we ook kennen van The Pogues, een laat ons zeggen verwante groep, maar dan met wat meer authenticiteit en wat minder punkrock, doch evenveel drankgenoegen.
Publiekslieveling “Shipping up to Boston” als finale mocht wat ons betreft het definitieve einde zijn, want de rommelige bisronde die daarna kwam, met een hoop volk op het podium en een inspiratieloze bewerking van AC/DC’s ‘TNT’, was op zijn zachtst uitgedrukt nogal overbodig.

Een wild feestje dus, alleen doodjammer van de erbarmelijke sound. Hoe graag hadden we dit niet in de AB gezien ?
Herkansing op één of ander zomerfestival, zouden wij zo zeggen.

Organisatie: Live Nation

Pagina 730 van 963