logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...

Rudeboy

Rudeboy plays UDS – Speels, verbeten én nog niet uitgespeeld!

Geschreven door

Rudeboy plays UDS – Speels, verbeten én nog niet uitgespeeld!

Al een goede twee jaar lang trekt Rudeboy op tour met z’n vroegere maatje DJ DNA om het materiaal van het Nederlandse Urban Dance Squad (UDS) uit de 90s op te stoffen. We kregen anderhalf uur lang een brok nostalgie, alive & kicking, te horen van hun interessante backcatalogue uit die jaren. We kregen, van dit combo rondom deze twee, een gebalde, gedreven, energieke, opwindende set met een Rudeboy, die nog steeds met z’n ADHD-DNA geen weg kan …

In de jaren 90 was de UDS een van de meest toonaangevende bands, hun crossover was een broeierige, dynamische mishmash van funkende rock, pop, soul, r&b, hiphop, omfloerst van verbeten raps met overheen een pak samples, scratches en beats. Het maakte hen een unieke band, die een hechte groepssound, creatief, avontuurlijk, dansbaar realiseerde, en die geïnjecteerd was van een dosis gepaste maatschappijkritiek.
We zagen hen voor het eerst op het gerespecteerde ontdekkingsfestival Futurama (evenzeer in de Brielpoort btw!)met hun debuut uit 89, zagen hen groeien in de mid90s, en zagen hen tot slot uitdoven , nét voor het millennium. Vijf platen, waarvan de eerste drie in het geheugen gegrift staan, nl. ‘Mental floss for the globe’, ‘Life ’n’ perspectives of a genuine crossover’ en ‘Persona non grata’; ‘Planet ultra’, die in de live sets volledig links wordt gelaten en het afsluitende ‘Antartica’ (99) waren al de mindere.
Live is de band nu ook een kwintet, weliswaar in een andere bezetting buiten onze twee, al van 2022 op tour; ze weten van zich af te bijten en zich te onderscheiden, in een hecht militante sound.

Meteen raak klonk het met de scherpe , compacte opener “Selfsufficient snake” uit het album ‘Persona non grata’ , dat straight-to-the-face, direct klinkt, door de (g)rauwe, ruwe gitaarlicks, de diepe ronkende bas, de bezwerende, opzwepende drums, de zwevende loops en die snedige, felle raps van de nog steeds afgetrainde, brulboei Rudeboy, die het nummer kleur en bijklank gaf door de talrijke handbewegingen en z’n kunstig benenwerk.
Het kwintet bracht ons wegwijs in hun goed gevulde oeuvre. De dampend rockende classic “No kid” en het zwierige “Bainstorm in the UDS”, met die kenmerkende groovy ritmes, volgden; ze waren de eerste herkenningspunten en werden warm onthaald door het publiek, dat met gebalde vuist en hoofdknik aangenaam genoot, heupwiegde en een danspasje waagde.
Hoedanook, in de vernieuwde bezetting gaat men vooral voor die doorleefde rockende sound, waar DJ DNA met z’n scratch’n’beats/bleeps en samples overheen zweeft. Ze sleepten ons mee in hun muzikaal verhaal van grungy rockend plaatwerk, met goed klinkende nummers als “Harvey Quinnt”, “Alienated, “Letter to da better” , “No honestly”, “Step off” en “Artantica”, die op voldoende bijval konden rekenen. Rudeboy , vocaal niet steeds even sterk meer, dropte z’n levenswijsheid, frustraties in een spervuur aan raps, wat het geheel levendig , dynamisch hield.
Het waren vooral de oude singles, goed verdeeld in de set, die iedereen in beweging bracht en ontroerde. Hun meest poppy single ‘Temporarily expendable’ uit hun laatste plaat, kwam niet aan bod. Middenin kregen we interessante kleppers “Good grief”, “Grand black citizen”, en verderop het intense “Deeper shade of soul” , “Happy go, f** off” en een hakkende “Demagogue” die het tijdloze van de band onderstreepten. Hier bleek duidelijk dat dit snedige kwintet kon wedijveren met de vroegere bezetting van de UDS.
Uppercuts kregen we nog het op het eind met “Fastlane” in versneld tempo gespeeld en het breed uitwaaierende “Bureaucrat  of the flaccostreet” , één van hun meest originele nummers door die bezwerende psychedelische grooves, en de Oosters Indiase world tunes, die de inventiviteit van DNA  in de spotlight plaatste.

Rudeboy en z’n UDS zijn nog niet uitgespeeld, integendeel, we kregen een speels, verbeten nostalgische trip van een amicaal combo en een uiterst vriendelijke Rudeboy. Een verrassend goed, eigentijds optreden dat ferm gesmaakt en goed bevonden werd …

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/7169-rudeboy-30-11-2024.html?ltemid=0

Organisatie: VZW Miracle

Porridge Radio

Porridge Radio - Betoverend in onverwachte omstandigheden

Geschreven door

Porridge Radio - Betoverend in onverwachte omstandigheden

Het leven is onvoorspelbaar, net als touren. Dat leerde Porridge Radio-frontvrouw Dana Margolin toen ze afgelopen weekend solo moest optreden in de Orangerie van de Botanique. Een ongeluk thuis in Londen hield de rest van haar band tegen, maar Margolin besloot moedig haar vierde album ‘Clouds in the Sky They Will Always Be There For Me’ (2024) alsnog te presenteren – zij het in een geheel andere vorm dan gepland. Alleen met haar gitaar, haar stem en projecties achter haar, wist ze het publiek te betoveren met een intiem, emotioneel en onvergetelijk optreden.

Voor het zover was, trapte het Londense trio EBBB de avond af met een donkere, energieke mix van live techno en indierock. De opzwepende beats van nummers als “I Wanna Fight” en de introspectieve zang in “I’m Not Enough” gaven hun performance pit. Toch wist de band door het gebrek aan interactie met het publiek de zaal niet volledig mee te krijgen. Wat begon als veelbelovend, voelde tegen het einde eerder vlak aan.

De sfeer sloeg om toen Dana Margolin van Porridge Radio onder de beats van “Sexy Boy” van Air het podium betrad – alleen, met een gitaar in haar hand. Terwijl ze haar gitaar stemde, voelde je de spanning in de zaal toenemen. Haar eerste nummer, “Pieces of Heaven,” zette meteen de toon: breekbaar, rauw en ongemeen intens. Ze verklapte later dat haar bandleden door omstandigheden niet konden komen, maar dat ze dit optreden voor geen geld ter wereld had willen missen.
Wat volgde, was een magische avond vol kwetsbaarheid en kracht. Met “I Got Lost” liet Margolin haar stem klimmen en dalen, als een emotionele achtbaan. “A Hole in the Ground” bracht iedereen in verstilde bewondering, terwijl “Good For You” met haar intense zang een golf van ontroering door de zaal stuurde. Het was duidelijk: Margolin had iedereen in haar greep.
Hoewel de studio-opnamen rijk zijn aan lagen en instrumentatie, bewees Margolin dat ze solo dezelfde diepgang en intensiteit kon brengen. Haar uitvoering van “Lavender, Raspberries” was dreigend en aangrijpend, en in “Sick of the Blues” barstte ze uit in pure, droevige furie. Zelfs het ingetogen “Wednesday” kreeg een kracht die alleen live beleefd kon worden.
De toegift voelde als een geschenk. Margolin, zichtbaar ontroerd door de steun van het publiek, trakteerde op onuitgebrachte nummers zoals het charmante “Bull in a China Shop” en het meeslepende “Anthills.” Daarnaast bracht ze publieksfavorieten zoals “Born Confused” en het ontroerende “7 Seconds,” waarbij het publiek vergeefs probeerde synchroon te klappen. Ze sloot af met “Birthday Party,” waarin ze al haar emoties en energie nog één keer samenvatte in een overweldigend crescendo.

Wat een avond die oorspronkelijk gepland was als een standaard optreden van Porridge Radio had kunnen zijn, werd door de unieke omstandigheden een intieme en memorabele ervaring. Dana Margolin bewees niet alleen een begaafde frontvrouw te zijn, maar ook een artiest die moeiteloos haar kwetsbaarheid en kracht kan delen – zelfs solo, met een gitaar en een scherm vol projecties. Een concert dat nog lang zal nazinderen in de Orangerie.

Setlist
Pieces of Heaven - I Got Lost - A Hole in the Ground - Good For You - Trying - You Will Come Home - Lavender, Raspberries - Wednesday - Jealousy - Sick Of The Blues - God of Everything Else - Bull in a china shop (Unreleased song) - Anthills (Unreleased song) - Sleeptalker - Don't Want to Dance (Unreleased song) - Back to the Radio
Encore: Born Confused - Sweet - 7 Seconds - Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky - Birthday Party

Organisatie: Botanique, Brussel

Blood Incantation

Absolute Elsewhere

Geschreven door

Haast niet te vatten deze band, op hun vorige album ‘Timewave Zero’ (2022) brachten ze donkere space-ambient, op ‘Hiden History Of The Human Race’ (2019) snelden ze van razende death-metal naar allesverpletterende trash-metal. Met ‘Absolute Elsewhere’ hebben ze alweer een nieuw huzarenstukje in petto en trekken ze verder het universum in.

Van verschroeiende death-metal, inclusief huiveringwekkende grafstem, vloeiend overschakelen naar de meest verfijnde progrock, er zijn maar weinigen die het aandurven of kunnen. Blood Incantation doet het gewoon in één song. Dit is immers een band die verduiveld ver buiten de lijntjes van het genre kleurt en daarmee uiterst origineel uit de hoek komt. We kennen weinig of geen metalbands die zo aan het experimenteren slaan zonder daarbij de weg te verliezen. We hebben zo een bruin vermoeden dat ene Mike Patton zou zich hier best wel in thuis zou voelen, maar voor de rest moeten we wel heel ver gaan zoeken naar ijkingspunten.

Dit album serveert eigenlijk maar 2 tracks, “The Stargate” en “The Message”, elk verdeeld over 3 bedrijven of tablets, zoals ze die zelf benoemen. Daarin wordt met de nodige muzikale virtuositeit in alle richtingen gereden, wisselen de meest gore riffs af met feeërieke taferelen en gaan jungle drums de strijd aan met ontketende gitaren. Er wordt soms van zesde versnelling in één ruk naar eerste teruggeschakeld en de meest agressieve metal verandert plotsklaps in Pink Floyd achtige space-rock. Dit is zonder meer het meest avontuurlijke metal album van het jaar.

Benieuwd hoe die gasten hier live mee voor de dag gaan komen, want dit lijkt me een album die live integraal moet gespeeld worden, hier kan je niet gaan in schiften.
Kan je gaan checken op 02/05 in de Trix in Antwerpen of op 05/05 in l’Aéronef in Lille, zowaar op een dubbelaffiche met de Japanse krautrockband Minami Deutsch.

Eigenaardige maar zeer interessante combinatie, genre-overschrijdend, zoals dit album trouwens.

A Thousand Sufferings/Kludde

Het Pact

Geschreven door

Splitalbums heb je in allerlei vormen. ‘Het Pact’ van de Vlaamse blackmetalbands Kludde en A Thousand Sufferings is een opmerkelijk splitalbum, omdat de twee bands aan de slag zijn gegaan met hetzelfde verhaal. Het is bovendien een bijzonder en echt gebeurd verhaal dat al eerder in boeken, lokale theaterstukken en ene strip is verteld, al kunnen we er niet voor garant staan dat alle details in de lyrics van ‘Het Pact’ geschiedkundig correct zijn. Hopelijk zit er wat eigen interpretatie van de bands in.

Het gegeven van de lyrics is de Vlaamse familie De Vis. Die had macht, grondgebied en rijkdom vergaard, tot in Frankrijk. Om die macht en rijkdom te bestendigen, heeft één generatie van de familie een ongeschreven pact gesloten: er wordt niet getrouwd en er komen geen kinderen. Zo komen macht, rijkdom en grond na de overlijdens van die generatie in een steeds kleinere groep terecht. Eén vrouwelijk lid van de familie wil het pact niet volgen omdat ze verliefd geworden is en dat belangrijker vindt dan het pact. Zij wordt meer dan 30 jaar lang opgesloten door de familie en zal nooit trouwen of een kind krijgen. De laatste telg van de familie De Vis stierf pas in 1978, nog niet zo heel lang geleden dus. Hij was de rijkste van de familie, maar zonder erfgenamen.

“De Armoezaaier”, de eerste track van A Thousand Sufferings op dit album, begint slepend atmosferisch, etherisch doomy en vooral huiveringwekkend. Ergens halfweg zit er een leuke versnelling en nog wat later wordt het gaspedaal nog wat dieper ingeduwd. Dit had op één van de ‘Mass’-albums van Amenra kunnen staan, zowel muzikaal als naar lyrics. De tweede track van A Thousand Sufferings, “De Zotte”,  heeft een pittig, pompend ritme van bij de start. Zo een headbang-ritme dat we eerder met thrash of powermetal associëren, niet zo ‘blistering’ of met blastbeats als we dat in black metal verwachten, maar wel zonder enige genade. De solo is dan weer wel heel typisch black.

Kludde heeft eveneens twee tracks op dit splitalbum. Zij zijn meer van de sludgy blackmetal. Muzikaal zit er meer variatie in hun “Slecht Geldj I – Pact Gesloeten”. Op deel 2 van deze track klinkt Kludde eerder als een Wiegedood of Wolves in the Throne Room, met op de helft een epic power-gitaarsolo die we op die manier nog maar zelden in blackmetal gehoord hebben. Een leuk detail : alle lyrics worden in het Aalsterse dialect gezongen, omdat dat ook de heimat van de familie De Vis was.

Dat twee bands samen aan één verhaal schrijven voor één album, is op zich al een leuk gegeven. Beide bands tonen zich op dit splitalbum van hun meest veelzijdige kant en de gebrachte variatie maakt dit album misschien wel toegankelijk voor muziekliefhebbers die doorgaans minder op hebben met black metal.

Het Pact
A Thousand Sufferings/Kludde

https://www.youtube.com/watch?v=BWrR8bWd7ec
https://www.youtube.com/watch?v=uF_ZkEHaYhI  

 

Silent Presence (Belgium)

Cleanse The Soul -single-

Geschreven door

Na “Tell Me” en “New Ground” is het bij het Belgische electropop-duo Silent Presence tijd voor een opvolger en dat is “Cleanse The Soul” geworden. Een song met een bitterzoete smaak. De muziek bevat een eerder positieve, luchtige vibe, terwijl de tekst nogal donker van aard is, met een waarschuwing aan het adres van mooipraters die iedereen in de luren willen leggen. Maar zoals steeds schuilt er hier en daar ook een beetje hoop, licht in het duistere. Knappe productie, leuke melodie, knap ingezongen. Prima single alweer en misschien ook een stapje dichter bij een EP of een full album.

Silent Presence speelt binnenkort zijn eerste live concerten als band: op 22 februari in de DVG in Kortrijk (als support voor The Other Intern) en op 26 april in de B52 in Eernegem (samen met ‘nTales en They Feel Nothing).

Pop/Electro
Cleanse The Soul -single-
Silent Presence

https://www.youtube.com/watch?v=my3GCozLxeI

The Wombats

Blood On The Hospital Floor -single-

Geschreven door

Wie waren nu ook alweer The Wombats? Wel, dat zijn die van “Let’s Dance To Joy Division”, hun radiohit van 2008. In Vlaanderen zijn het dan vooral de luisteraars van StuBru die dit trio uit de UK in het hart sluiten. Het hitje levert hen een plek op het podium van Pukkelpop op en in hetzelfde jaar nog een Europese clubtour die in ons land halt houdt in Leuven en Gent.
Daarna volgen nog meer singles, nog meer festivals en nog meer clubtours, maar zo spannend als met die ene hit wordt het nooit meer voor The Wombats. In de UK willen hun singles nog wel eens aanslaan, maar in Vlaanderen blijft het toch vooral stil, al heeft de band nog steeds een grote schare fans.
De nieuwe single is “Blood On The Hospital Floor” en hoewel er eigenlijk niet veel mis is met dit nummer, vermoeden wij dat deze single niet veel meer dan een rimpel op het muzikale wateroppervlak zal zijn. Hij zit in dezelfde klas als “Wake Up Boo” van The Boo Radleys. Hij is catchy, upbeat, vrolijk, met een degelijke productie en al, maar hij bruist niet genoeg en is wat braaf. Dat is jammer, want er zijn misschien maar een paar details nodig om van degelijk naar sprankelend te gaan.
Volgend jaar is er alweer een nieuw album en The Wombats komen op 16 april 2025 naar de Botanique in Brussel.

https://www.youtube.com/watch?v=8CWus326c6g

Apep

Before Whom Evil Trembles

Geschreven door

In de Egyptische mythologie verwijst Apep naar een slangendemon, die de tegenspeler is van de zonnegoden. Het is dan een goed gekozen bandnaam, als je van plan bent om de Egyptische godenwereld te verkennen als deathmetalband. Apep spiegelt zich op die manier een beetje aan Nile en misschien aan nog meer metalbands met die invalshoek. In eigen land hebben we bijvoorbeeld Ramses die daar inspiratie vindt. ‘Before Whom Evil Trembles’ is het tweede album van deze Duitse band, en het eerste op War Anthem Records.
Bij de gastmuzikanten valt Thomas Conrad meteen op, beter bekend als Cronos van Venom. Hij zingt een stuk mee op de openingstrack. Tom Liebing van Dust Bolt speelt eveneens mee. Die speelde al op drie eerdere demo’s, albums of singles van Apep mee en is op bas zowat een vast bandlid bij de opnames.
‘Before Whom Evil Trembles’ is het laatste album met de vorige (tweede) gitarist Kühn in de gelederen van Apep. Die werd inmiddels vervangen, maar de sound zit dus nog heel dicht bij die van het vorige full album/demo uit 2020. Apep brengt deathmetal die bij momenten oldschool, brutal en technical is, met in de intro’s en atmosferische stukken wat elementen van Arabische traditionele muziek. Je merkt wat invloeden van Nile en nog meer van deathmetal-pioniers als Morbid Angel en Entombed. Op de stukken waar ze het meeste ‘technical’ gaan, zullen fans van Polluted Inheritance een leuke tijd beleven.

Dit is niet het meest toegankelijke album. Het tempo valt al eens helemaal stil en dat haalt de drive uit de agressie. Bovendien zitten de vocalen van Christopher op bijna elk moment in hetzelfde kleine spectrum. Hij heeft een lekkere grunt, maar hij is weinig flexibel. De Egyptische mythologie komt mooi aan bod, maar er zijn ook tracks die net zo goed of met een paar kleine wijzigingen over een ander geloof zouden kunnen gaan. Het is vaak lang wachten op de Arabische muzikale elementen die deze band moeten onderscheiden van andere thematische deathmetalbands. Apep krijgt wel punten voor het eigen gezicht dat ze kleven op elke track.
Mijn favorieten van dit album zijn “The Pillars of Betrayal” en “Swallowed by Silent Sands”. Apep heeft met ‘Before Whom Evil Trembles’ een aangenaam album uit voor wie houdt van de oldschool-deathmetal-spirit in een origineel jasje.
Dit bandje willen we wel eens aan het werk zien in het Vlaamse clubcircuit.

https://www.youtube.com/watch?v=kM0J4ml2-3k&t=1s

Shirt.jac-Mambo

When A Cowboy Sings The Blues

Geschreven door

Shirt.jac-Mambo is het zoveelste alter ego van Nederlander Michel Geelen die je misschien kent van zijn huidige punkorkestje The Mono Kids en nog een tiental andere, eerdere bands. Dit is zijn lo-fi-solo-uitstapje. Nou ja, lo-fi. How low can you go in the fidelity? Deze thrash-rock rammelt aan alle kanten en voor de vocalen kunnen wij enkel een roestige stofzuigersound als eerlijke referentie vermelden.
Maar leuk is het wel, deze collage van schijnbaar half uitgewerkte ideeën voor akkoorden en lyrics. De helft van de songs op ‘When A Cowboy Sings The Blues’ haalt niet de grens van de twee minuten en de akkoordenschema’s zijn vaak heel beperkt. Energetic low-fi fuzzrock met een punky DIY-attitude in het kwadraat. Ondanks de albumtitel hebben we nauwelijks invloeden van country of (klassieke) blues kunnen horen. Het dichtst in de buurt van die twee genres komt de retro-vibe in “Com’on My Little Darling”.
Er staat een cover op het album. “Foggy Notion” is een interpretatie van de gelijknamige song van de Velvet Underground. Het is zelfs één van de beste songs van dit album, en hij past hier ook helemaal perfect in het plaatje.
Op het vorige album van Shirt.jac-Mambo, het eerder dit jaar verschenen ‘Some Songs For All the Be​-​Bop Boys​/​Girls’, stond een cover van Captain Beefheart. Dan moet er op het volgende album wel iets van Frank Zappa langskomen, toch?
We moeten daar eerlijk in zijn: sommige nummers op dit album zijn best aardig, maar ze komen zelden in de buurt van Velvet Underground of Captain Beefheart. In dit project vinden we wel de experimenteerdrift en de nonchalance van de Velvet Underground en de Pixies, maar niet meteen de cool-catchyness van die bands. Bij “Watch It Go” dacht ik wel heel even dat dat misschien klonk als een lost tape die door Lou Reed was ingezongen. Als we zoeken naar Belgische referenties komen we uit bij de Vuilbak-releases van Sleath of bij Kloot Per W of King Dick, maar geen van die drie zit helemaal op exact hetzelfde spoor.
Er komen veel heel verschillende en sprankelende ideeën langs op dit album, maar die botsen niet genoeg met elkaar. Het zijn natuurlijk ook heel grote namen waar dit project zich aan spiegelt. Iconen waar 50 jaar later niemand in de buurt van kan komen, omdat we ze zo geïdealiseerd hebben.
Mijn favorieten op dit album zijn “Foggy Notion” (zou een onafgewerkt nummer van Eels, G Love And The Special Sauce of John Spencer kunnen zijn), “Ultra Gold Gold” (surreëele postpunk) en “Stay Around” met zijn wel heel roestige vocalen.

https://shirtjac-mambo.bandcamp.com/album/when-a-cowboy-sings-the-blues

Boy Minos

Boy Minos EP

Geschreven door

Boy Minos is het alter ego van singer-songwriter Stanley Christiaensen, Deze Antwerpse verhalenverteller gaat vanuit zijn slaapkamer op zoek naar een plek waar hij kan ontsnappen aan de dagelijkse zorgen.
Het accentje in stem en de Engelstalige lyrics van Boy Minos op zijn gelijknamige EP klinken heel ‘British’ en we kunnen hetzelfde zeggen van de muziek. Met de heel aanwezige melancholie erbij horen wij op “The Riddle” en “Leave You Behind” raakpunten met Nick Drake en Elliott Smith of meer recenter Elbow en Bon Iver. Dat zijn grote namen om mee vergeleken te worden en dat is misschien wat vroeg voor Boy Minos. In eigen land denken we aan The Sands, The Me In You, Vito en Pauwel. Op “Delawhere” doet hij mij dan weer onwillekeurig denken aan The Kooks terwijl het een ode is aan de Drop Nineteens. Het zal aan mij liggen, maar als ik dit nummer hoor, ligt Delaware niet langer aan de Atlantische oceaan maar voortaan in het Engelse stadje Brighton.
Maar er is nog meer te vinden bij Boy Minos. De laagjes die hij over elkaar legt “In The Park” zijn een meer dan vette knipoog naar de psychpop van de jaren ’60 en ’70. Denk met de mellotron op overdrive aan het zomers-naïeve geëxperimenteer van Boudewijn De Groot op ‘Picknick’, maar misschien nog meer aan de Britse lsd-trippers van die tijd: Airbus, Web, Kaleidoscope, …
Muzikaal is dit absoluut ear candy, maar het gebeurt maar op één van de vier nummers van deze EP. Dit ene nummer is misschien te goed om verder niets meer te doen in die richting en tegelijk sluit het niet mooi aan op de andere, meer klassieke slaapkamerpop.

https://www.youtube.com/watch?v=UCJnp-6qph8

People Of The Black Circle

All The Colors Of The Dark EP

Geschreven door

De Griekse doommetalband People Of The Black Circle werd opgericht in 2021, bracht in 2022 zijn debuutalbum uit en heeft nu alweer een EP klaar. Maar dat is niet omdat ze aan een hoog tempo nieuwe nummers maken. Op de EP staan drie covers en één eigen nummer. De keuze van de covers wekte mijn interesse.
De titel van deze EP (‘All The Colors Of The Dark’) is een beetje een mysterie. Die zou kunnen verwijzen naar een serial killer thriller-boek van Chris Whitaker, of anders naar een Italiaanse slasher-film uit begin jaren ’70.
People Of The Black Circle brengt zijn doommetal met cleane vocalen en kruidt zijn tracks af met ijzingwekkende synth-stukjes die doen denken aan de soundtracks van horrorfilms. Dat ze dan een cover brengen van “Halloween Theme” van regisseur/soundtrackmaker John Carpenter ligt voor de hand. Met dat bekende nummer van de bekende gelijknamige film kan je als cover niet zo heel veel richtingen uit. Er is geen tekst waar je mee kan spelen en als je teveel aan de muzikale elementen sleutelt, herkent niemand nog de track waarvan je aan het lenen bent. De Griekse band kiest voor herkenbaarheid en blijft dicht aan het origineel plakken.
“New Dawn Fades” van Joy Division is niet het meest bekende nummer van die band en ook al zeker niet het nummer waarvan het vaakst een cover gebracht of opgenomen wordt. Deze track weten de Grieken helemaal naar hun hand te zetten, zodanig zelfs dat ik bijna vergeet dat het een cover is. Knap gedaan en een goede keuze, schrijf ik dan op het rapport.
Dan is er het eigen nummer “All Fled/Recompense”. Met een mooie melodie en wat prog-elementen. Met die melodieuze zang gaat het wat naar Famyne en zelfs Psychonaut en muzikaal zal dit fans van pakweg Columbarium wel kunnen bekoren. In deze track zit ook wat cosmic doom verwerkt, wat blijkbaar nog in een grotere verhouding in hun debuutalbum zat. Knappe lyrics bovendien. Je merkt dat deze band de band koestert met Britse/Amerikaanse dichters.
“Hellhound On My Trail”, de cover van Robert Johnston op deze EP, is voor mij de cover te veel. Het flirten met de duivel, ik begrijp het wel, maar met zijn klassieke blues-structuur in de songopbouw zit dit misschien iets te ver weg buiten de comfortzone van de People Of The Black Circle. Met een eigen songstructuur voor de geleende lyrics had dit misschien wel meer toegevoegde waarde gegenereerd.

Alles bij elkaar is dit een leuke EP die tegelijk de fans en luisteraars al een beetje inzicht verschaft in de muziek waar de bandleden mee opgegroeid zijn. Wat ik hier een beetje mis is waar deze band de liefde voor doommetal gevonden heeft. Was dit bij Paradise Lost of Candlemass of moeten we daarvoor nog verder terug in de tijd, tot bij Black Sabbath? Daar geeft deze EP nog geen antwoord op. Met deze EP hebben de People of the Black Circle wat tijd en aandacht gekocht die hen tijd en ruimte geeft om nog veel concerten te kunnen spelen en dan nog een album op te nemen, of hun eigen, alternatieve soundtrack bij de film “All The Colors Of The Dark”.
En daarna zien we dan graag een EP komen met de doommetal-idolen van deze Grieken.

https://peopleoftheblackcircle.bandcamp.com/album/all-the-colors-of-the-dark

Pagina 78 van 971