logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...

We’re Open: aandacht naar talentvolle, opkomende artiesten vs gevestigde waarden van eigen bodem

Geschreven door

Voor het 2de jaar op rij verzamelde Muziekcentrum Trix het kruin van de beste inlandse artiesten in een mix van talentvolle, opkomende artiesten met enkele gevestigde waarden, 2 dagen was Trix het middelpunt voor iedere vaderlandsliefhebbende concertganger; dat 2 dagen het bordje SOLD OUT mocht bovengehaald worden was dan ook geen verrassing.

Wij gingen op vrijdag een kijkje nemen en stelden vast dat reeds vrij vroeg op de avond al veel volk op de been was, bij aankomst was het Kortrijkzaanse Balthazar aan z'n laatste minuten bezig, de grote zaal zat reeds volledig vol en we konden nog net een nieuw nummer uit het binnenkort te verschijnen debuutalbum 'Applause' meepikken; deze band checken we binnenkort zeker nog eens in de clubs.

We repten ons naar de club waar het Brusselse Tommigun net van wal stak. Dit nieuwe project van Thomas Devos ( Rumplestitchkin) en Joeri Cnapelinckx ( Kawada) speelde onlangs nog op Eurosonic en brengen binnenkort hun eerste plaat uit, met ook nog oude rot Pim De Wolf ( Thou, Waldorf) en Kaat Arnaert ( zus van...) in de gelederen waren we benieuwd naar hun performance. Hun set werd ingezet met een duet tussen zanger/gitarist Thomas en de stem van Kaat, een ingetogen samenspel dat direct een indicatie gaf wat we komende 40 minuten konden verwachten.
We kregen veelal donkere, breekbare melodieën waarin de stemmen van Devos en Arnaert een hoofdrol vertolkten en ook de piano/keys een belangrijke rol kregen. Melancholische, sfeervolle indierock met af en toe rauwere uitspattingen lijkt ons een goede weergave van wat Tommigun ten berde bracht. In april touren ze reeds als support van Daniel Johnston doorheen Europa en dat zal hen als band veel rijper maken.

Vreemde eend in de bijt was het Nederlandse Bettie Serveert dat als enige niet Belgische act op de line up stond. Reeds 20 jaar ‘on the road’ en ‘alive and kicking’ kennen de meesten hen van hun beginjaren waarin ze met debuut ‘Palomine' een klassieker afleverden. Hier in Antwerpen kwamen ze hun 7 de studioalbum 'Pharmacy of love' promoten en dat met nieuwe drummer Victor Van Woudenberg in de rangen voor wie het trouwens z'n allereerste concert was. Frontvrouw Carol Van Dijk hield de vaart er goed in en de rockband speelde een solide set met weinig verrassingen waarin het zwaartepunt lag op de nieuwe langspeler.Wanneer toch enkele oudere werkjes de revue passeerden, merkten we toch meer variatie en pit en reageerde het publiek ook meteen een stuk enthousiaster. De melodieuze zang van Carol en haar gitaarpartijen vormen samen met de drive van gitarist Peter Visser toch het uithangbord van de band, de indiepoprockers gaven met verve hun visitekaartje af en de zaal kon het wel smaken.

Toen we even later naar de Club wilden om The Go Find uit te checken bleek dat de maximum capaciteit van de kleinere zaal bereikt was en we dus niet meer werden toegelaten, dit was het enige minpunt en misschien een aandachtspunt voor de toekomst om evt een extra zaal te gebruiken en zo meer spreiding te hebben. Rond de klok van 23.30u verscheen Mintzkov op het podium.
De zaal was volledig volgelopen en het vijftal opende furieus met "One equals a lot" één van hun succesvolle singles uit hun vorige '360°' plaat.
Meteen zat de vlam in de pan en de band maakte daar gebruik van om 2 nieuwe tracks de zaal in de gooien, "Roadbuilding'"en "Circle future" bleken de titels van de werkstukken en deze volgens het gekende Mintzkov recept: vette riffs in combi met de synths, de volle drumpartijen en de slepende zang van Bosschaerts met daarenboven de niet te vergeten meerwaarde van bassiste Lies Lorcquet die met haar vocals dat tikkeltje extra brengt. "Return en smile", "Ruby red" en nieuwe single "Opening fire" klonken enorm strak en de band raasde als een niet te stoppen TGV doorheen hun setlist, een klein uurtje later moest die halt houden maar werden ze teruggeroepen om met bis "Violetta" nog één keer plankgas te geven. Mintzkov klonk vet en deze live prestatie zal niet onopgemerkt voorbijgaan, reikhalzend kijken we dan ook uit naar maart wanneer hun 'Rising sun, setting sun' cd in de rekken ligt.Topconcert!

Toen het podium werd omgebouwd voor Das Pop, vielen onmiddellijk de plooibare ballonnen op in de letters van de band die bevestigd waren aan de versterkers, een eenvoudige ingreep waarin de setting enorm cool oogde en bovendien de drums ook volledig vooraan gezet werden op één lijn met de andere instrumenten. De band met de verse Nieuw-Zeelandse drummer Matt Eccles en Bent Van Looij met een poging tot poncho rond het lijf gebonden openden met “Underground”. Direct werd een brok ‘feel good’ energie de zaal ingepompt en bleek 'het nieuwe das pop' in grote vorm te steken met deze live bezetting. Dat we 6 jaar moeten wachten hebben op een opvolger voor 'The human thing' is waar, maar het resultaat mede door de inbreng van de Dewaeles, mocht dan ook gezien worden.Uit de nieuwe schijf werden een pak songs gehaald: "Saturdag night", "Girl be a man" en "Never get enough" klonken fris, poppy en laten een nieuwe wind waaien door de das pop sound die vroeger toch iets rauwer en minder afgelikt klonk.
Nu Bent vanachter de drumkit werd gebannen was het uitkijken naar de nieuwe slagmuzikant, die mepte vol overgave op de vellen en bewees z'n plaats niet te hebben gestolen in dit geoliede geheel; Van Looij entertainde en speelde meermaals met het publiek, nu en dan pingelde hij even op z'n piano om even later weer als een bronstig veulen over het podium te huppelen. In het laatste kwartkregen we schitterende vertolkingen van"Try again", "Fool for love" en een super "You", er werd afgeklokt na 75 minuten maar het dansende publiek was nog niet verzadigd, in de bisronde zorgden "Let me in" en de Frank Sinatra cover "It's a good year" dat iedereen met een goed gevoel andere oorden kon opzoeken.
Das Pop is terug van nooit weggeweest!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Front 242

Een hard, fel en meedogenloos Front 242

Geschreven door

Front 242: electronic body music pioniers, opgericht in ’81, uit Brussel, waren één van Belgisch (Brussel) invloedrijke en baanbrekende bands in de dance. Zij haalden de mosterd bij de electro van Kraftwerk, de synthwave van Suicide, de avantgarde van Einstürzende Neubauten en de punkfunk van Cabaret Voltaire en waren samen met Nitzer Ebb, DAF, The KLF, Front Line Assembly, SPK en Lords Of Acid de vaandeldragers van de ‘90’s en huidige dance/electro/techno/industrial scene.
Front 242 had naam en faam door z’n energieke en opzwepende live acts. De heren waren toen gekleed in uniforme commando-gevechtskleding. Platen als ‘Geography’ (’82), ‘No Comment’ (’85) en ‘Official version’ (’87) zijn in het geheugen gegrift door de dwingende, monotone en pompende beats van synthesizers, (elektronische) percussie en de felle zegzang. Ze evolueerden naar een breder, kleurrijker en meer geraffineerd klankenspectrum. ‘Tyranny for you’ (’91) en ‘I Up Evil/Off’ (’93) waren doorspekt met pop en trancegerichte beats.
De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing), Tim Kroken (live drums) en Daniel B aan de mengtafel, gaven de jaren ’80 ‘smile new beat’ een bepalende push. En de wave/electrorevival zorgde ervoor dat naast dertigers en veertigers, jongeren de muziek leerden kennen. De motivatie van het touren scherpte terug aan met hun 25 jarig bestaan in 2006, toen ze letterlijk op handen werden gedragen op hun twee uitverkochte jubileumconcerten in de AB.

Front 242 kan rekenen op een trouwe fanshare; de weken op voorhand uitverkochte Vooruit was er het harde bewijs van; ze hadden nog steeds een puike livereputatie en toonden aan dat ze een act zijn om rekening mee te houden, ondanks het feit dat ze zich wat ‘krampachtig’ vasthouden aan dezelfde playlist. We zagen een Front, die nog maar bitter weinig zo hard, fel en meedogenloos z’n publiek inblikte. Wat een (neverending) jeugdig enthousiasme, ondanks hun gezegende leeftijd! ‘Play it loud & hard’, dachten ze, want “98” en “Moldavia” klonken aanstekelijk, militant, pompend en gedreven en zorgden voor pogoënde taferelen vooraan. Het kon even geen kwaad zich een frisse tiener of jeugdige gast te voelen. “Together” en “Circling overhand” waren gematigder door de bezwerende, trancy ritmes en de krachtige, duistere beats. Op die manier stak het kwartet voldoende afwisseling en variatie in de set. Een stuwende “Religion” en een luidkeels meegezongen “Welcome to Paradise” volgden. Wat een broeierige, verbeten ritmes en hels tempo! De commandostijl wakkerden ze aan met “Funkhadafi” en de ‘warnings’ en ‘emergencies’ van “Commando” zelf. De spannende dreiging droop er van af!
Ze kwamen even op adem met slepend en lomer materiaal, maar draaiden letterlijk de beheersingknop om in een schitterende ‘closing final’. Moest er nog zand zijn na de mokerslagen van “No shuffle”, “Take one”, “In rhythmus bleiben” en de vette bezwerende “Quiet unusual” en “Tragedy for you”.
Ze speelden een perfecte, uitgebalanceerde set, injecteerden de arm- en dansspieren en deden het pogoën heropleven. De uitgelaten menigte schreeuwde om meer en werd op hun wenken bediend met enkele voortreffelijke salvo’s van “Headhunter” en het oude, steengoede “Kampfbereit”, die “Radio activity” van Kraftwerk in een repetitieve pianoloop integreerde. Ze besloten en verve de set met “Unidentified man”, live al lang opgeborgen, maar één van de smaakmakers op fuiven. Het maakte hun feestje compleet en de Vooruit daverde op z’n grondvesten. De oude electrowave liefhebbers genoten van de dolgedraaide vijftigers op het podium …

Ook A Split Second, een trio rond Mark Ickx, kreeg ruim de tijd om het oude materiaal van onder het stof te halen. Dat ze opnieuw te zien zijn is te zoeken in het verschijnen van de ‘Complete Discography’. Midden de jaren ‘80 slaagden ze erin de discotheken te veroveren met “Flesh” een song die snelle, onrustige en neurotische electrobeats vuurde en een monotoon lomer, trager en slepend ritme kreeg door het toerental van 45rpm naar 33rpm te veranderen, de kiem van de new beat rage. Samen met “Rigur mortis” zat het nummer middenin de set verstopt. We hoorden dreunende, zwaardere en opzwepende ritmes en beats, waarvan we Suicide, Die Krupps en Front in één adem konden opnoemen, en ze schuwden hierin de pure industrial niet.
A Split Second was een leuk weerzien en vormde de aanzet van een resem gigs buiten de discotheken van weleer …

Organisatie: Amusez-Vous

The XX

The XX: door een minimum aan middelen een maximum aan intensiteit creëren

Geschreven door

The New Puritains slaagden er vandaag niet in de Eurotunnel te kruisen door het helse winterweer. De jonge indierockende band houdt van bezwerende elektronica, stoeit met ritmes en zorgt voor onverwachtse wendingen, zoals we het o.a. kennen van Animal Collective en Yeasayer. Hun optreden zou alvast mooi meegenomen zijn met de Londense hype The XX.
The New Puritains vormen alvast de voorhoede van een nieuwe rits beloftevolle bands in 2010 … In ons landje komen ze in de maand april en zullen waarschijnlijk dan niet meer opgehouden zijn … Intussen legden we hun puike plaat ‘Hidden’ nog eens op…

Maar niet getreurd, alles draaide vanavond rond die andere Britse band The XX. Het jonge Londense trio was nog tot vorig jaar een kwartet. Baria Qureshi (keyboards) kon de druk niet meer aan en liet band en populariteit voor wat het was. Het gemis hebben Romy Madley Croft (lichthese stem (Kim Gordon), zang/gitaar en Tracy Thorn EBTG –lookalike), Oliver Sin (zang/bas en Nitzer Ebb lookalike)  en Jamie Smith (knoppenman/producer en Lou Barlow lookalike) voldoende kunnen opvangen.
De groep kreeg niets anders dan lovende kritieken op hun debuut, die het houdt op broeierige, intense en intieme darkwave pop. Een soort ‘pop noir’, fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep: een maximum aan intensiteit creëren door een minimum aan middelen, ontdaan van alle opsmuk door het minimalisme en de intrigerende, subtiele melodieën, die een ingehouden spanning hebben, bitter en koel maar boeiend, warm en zoet.
Het trio verwezenlijkt het door de beheersing en de schoonheid van het spooky gitaarspel, - getokkel en de eenzame reverb gitaarlijnen, die sterk refereren aan de BRMC/Chris Isaak’s verdwaalde, donkere bluesrock’n’roll, de aan Joy Division wave basses en de gestripte synths, toetsen en beats. De sound krijgt nog meer richting door de prachtduetten van Madley Croft en Sim, die op het podium om elkaar cirkelen, elkaars gedachten en blikken weten aan te vullen en zingen in een soort half brabbelende vertelzang en flarden tekst uitwisselen.
Het lijkt wel een soundtrack die het vroegere Young Marble Giants, Low en de Portishead/Tricky triphop bij elkaar brengt.

We waren sterk onder de indruk van hun intieme, sfeervolle broeierige aanpak die een betoverend melancholisch plaatje opleverde van subtiliteit en finessse. Ze overtuigden me nog meer als de muzikale hype van 2009/2010.
De songs zijn te interpreteren als één geluidstapijt en één luisterervaring en, die niet zomaar kunnen geswitcht worden, waardoor de volgorde live op één song na, helemaal gerespecteerd werd. Het emotievolle “Vcr” stak ergens middenin. De intro speelden ze achter een wit doek, meteen gevolgd door de eerste single “Crystalized”, die aangaf hoe minutieus elk geluidje z’n plaats vond binnen het geheel. Donkerder en dreigender waren “Islands” en “Fantasy”, opgetrokken door een glamrockend getokkel. De gedempte spotlights, de stroboscoops en het rookgordijn bepaalden mee de donkere sfeer en romantiek. “Shelter” startte sober en ging naar een crescendo krachtige, felle opbouw. Ook de daaropvolgende “Basic space” en “Nighttime” waren in dezelfde stijl en hadden een forse electrobeat. “Vcr” deed denken aan een oude IlIketraIns song en ( het nieuwe) “Do you mind” – Kyla-cover’ onderstreepte de unieke spannende dreiging. Tot slot ging het met “Infinity” naar een apotheose door de verrassende wendingen en het avontuurlijke karakter; de song werd mooi uitgesponnen, kreeg een krachtige outtro op cymbalen en tilde het door de “Blue Hotel/Wicked game” riff en refrein (van Chris Isaak (jawel!) naar een hoger niveau.
Tussen de nummers hoorden we bedankjes zachtjes onwennig prevelen. De weinige woorden stoorden niet binnen het XX-concept.
Door het warme onthaal en de sterke respons speelden ze een ingehouden “Stars” in de bis, maar net als in het tweede deel van de set kreeg het nummer een stevige eruptie! De coversongs “U got to love” en “Teardrops” werden in de koelkast opgeborgen.

Het succes van The XX is terecht te danken aan hun eenvoud, eerlijkheid en bescheidenheid; de songs zijn ontdaan van alle bombast, pathos en tierlantijntjes. Ze raken met hun cool, catchy, timide aanpak … en soms moet dat niet meer zijn om te kunnen overtuigen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in de AB op 17.02

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Kulturama 2010: SMART met Mauro, Ruben Block, Frank Vander Linden, Jan Hautekiet e.a.

Geschreven door

Kulturama 2010 – SMART - Veel te mooi om niet te vergeten

Frank Vander Linden gaf het publiek in het eerste nummer een heel erg duidelijk advies: “Trouw nooit”. De toon was meteen gezet voor een avondje vol liederen die vooral de minder mooie kanten van de liefde in het licht zetten. De verheerlijking van de onvolprezen smartlappen bleek donderdagavond het ideale tegengif voor hetgeen we in deze Valentijnstijden te pas en te onpas te slikken krijgen. Anton Walgraeve en Mathias Sercu brachten het eerste van de vele duetten die ons in het goed gevulde Depot gepresenteerd zouden worden. De Hollandse Marika Jager mocht even de rol van Willeke Alberti spelen alvorens Walgraeve zijn stadsgenoten trakteerde op “Zondagmiddag Liliane” van de betreurde Louis Neefs. Stijn verkocht gewoontegetrouw veel show tijdens “Rozen voor Sandra”, een lied dat ondertussen al veertig jaar geleden onsterfelijk gemaakt werd door Jimmy Frey. Nadien mocht gitarist Ruben Block een eerste keer imponeren terwijl Bob Benny (of toch diens foto) goedkeurend over diens schouder toekeek. Het vrouwelijke gedeelte van het publiek werd helemaal gek toen plots die andere brok charisma, zijnde Mauro, het podium betrad. “Zo mooi, zo blond en zo alleen” klonk nog nooit zo cool. Marika Jager liet Frank Vander Linden daarna schitteren als “Dokter Bernhard” van Bonnie St. Claire.

U merkt het, beste lezer, afwisseling was troef bij hetgeen deze gelegenheidsband - die voorts nog bestond uit Jan Hautekiet, Mario Goossens, Tom Pintens en Monsieur Paul (ooit nog bassist van The Boxcars) – ten berde bracht. Om deze stelling kracht bij te zetten toverde Stijn wat spooky geluiden uit zijn speeltjes terwijl hij het uiterst obscure “De geschiedenis herhaalt zich” van een zekere Cowboy Gerard declameerde. Gelukkig bleef dit experimenteel intermezzo beperkt tot één nummer en deed Mathias Sercu ons nostalgisch verlangen naar de tijd dat Benny Neyman zelf nog “Ik weet niet hoe” kon zingen. Tom Pintens bleek een spiekbriefje nodig te hebben tijdens “Droomland”, een Johny Jordaan-klassieker die hij aan de bevallige zijde van Marika Jager bracht. Met het oeuvre van John Terra blijkt Pintens meer vertrouwd want “De dag dat het zonlicht niet meer scheen” bleek een koud kunstje. Met een lekkere pint in de ene en een dankzij de gezondheidspolitie tot antiquiteit verworden object als een aansteker in de andere vochten we vervolgens tegen de tranen tijdens het door een uiterst ingetogen Ruben Block gebrachte “Ik mis je zo”. Zelfs de tegenwoordig erg olijke Koningin Fabiola zou donderdagavond meer ontroerd geweest zijn door de versie die Block bracht dan door hetgeen ze tijdens de begrafenis van haar Boudewijn moest aanhoren. Kilo’s kippenvel materialiseerden zich in Het Depot. Bekomen deden we tijdens “Ben” van kindsterretje Silvy Melodie(nu gekend als ‘die van Sylver’), een cover van een cover dus want het nummer werd uiteraard de onsterfelijkheid in gezongen door wijlen ’s werelds allergrootste kindervriend.
Antow Walgraeve herinnerde ons er met “Mijn lijf doet zeer” aan hoeveel Ann Christy geleden heeft. Ook Johnny White stapelde al aardig wat miserie op, Mauro toonde met “Verloren hart, verloren droom” aan dat de liefhebbers van de betere smartlap daar blij om mogen zijn (sorry, Johnny). Een nieuw hoogtepunt diende zich aan toen Mauro zich liet vergezellen door steracteur/-artiest Sercu tijdens “Veel te mooi”, een nummer dat vanneygens massaal meegebruld werd door een almaar enthousiaster wordend publiek. Nadat Stijn een exotisch getinte versie van “Ik voel me zo verdomd alleen” bracht, liet Frank Vander Linden het feestje voortduren middels “Cherie” van Ertveldes meest bekende exportproduct. Ook het door Stijn en Marika Jager gezongen “Het zal je kind maar wezen” swingde als de pest. Toen de veelzijdige Ruben Block de legendarische La Esterella incarneerde bleek dat het orgelpunt van de avond te vormen. In plaats van “Veel te mooi” brulden we “Veel te kort” maar het mocht niet baten.

Het SMART-project was ter gelegenheid van de opening van het M-museum bedoeld als éénmalig. We prijzen ons gelukkig dat de geschiedenis zich herhaalde aangezien deze gelegenheidsgroep in het kader van Kulturama een tweede keer wilde schitteren. Ik weet niet hoe men na zo’n veel te mooi concert droomland kan bereiken, na een quasi slapeloze nacht deed vrijdagochtend mijn lijf zeer maar treuren deden we niet want gedeelde smart is halve smart….en het weekend lag gelukkig voor de deur.

Organisatie: Kulturama ism Depot, Leuven

King Khan

The King Khan & BBQ Show: beter dan ooit!

Geschreven door

Support act Catacombo omschrijft zichzelf op hun MySpace als ‘Antwerp's only real garage band’. ‘Poor Antwerp’ zou ik daar meteen kunnen aan toevoegen maar ik geloof hen niet. Nochtans begon dit drietal schitterend met een catchy garagerocker, gebracht met een licht huilende stem, die zo uit de ‘Nuggets’-reeks geplukt had kunnen zijn. Een toevalstreffer of was ik toen nog te mild gestemd? Hetgeen wat volgde was alleszins van een veel minder allooi. De groep grasduinde in de immense catalogus van de sixties garagerock maar bleef telkens steken in wat amateuristisch geknoei. Misschien is dit te pruimen in een donker, rokerig café met twintig pinten in je kraag maar hier viel dit toch veel te licht uit. Zelf vonden ze het blijkbaar wel leuk ondanks de bijzonder lauwe reactie van het publiek.

King Khan (toen nog Blacksnake) en BBQ (aka Mark Sultan) maakten ooit deel uit van het legendarische bandje Spaceshits. Toen dat ter ziele ging volgden beiden hun eigen weg. Khan ging meer de soul en funktoer op met zijn zeer uitgebreide ‘Shrines’ terwijl BBQ de rock-'n-roll trouw bleef, eerst in het onvergetelijke ‘Les Sexareenos’, later als one-man-band. Ondanks die nog steeds lopende eigen projecten zijn ze nu ook al weer een hele tijd samen bezig in de King Khan & BBQ Show waarmee ze nu reeds aan hun vierde plaat toe zijn. ‘Invisible girl’ heet die en ze viel net buiten mijn top 10 vorig jaar.
King Khan en BBQ moesten eerst nog soundchecken en vuurden daarbij de ene na de andere oneliner af. Die soundcheck op zich had al veel meer amusementswaarde dan het optreden van Catacombo.
King Khan had zich ondanks de vele bijgekomen kilo's toch nog maar eens in een glitterjurkje gewurmd maar de obscene taferelen van vroeger bleven dit keer achterwege. En die misten we geenszins want muzikaal zijn de heren duidelijk nog een stuk gegroeid. Er werd geopend met een instrumental: twee gitaren en wat drums via de voeten van ‘sultan’ BBQ volstonden om onze nekharen meteen steil overeind te doen staan. Maar hun grootste troef blijft zonder twijfel die harmonieuze stemmenpracht. Beiden beschikken over een prachtige stem met een groot bereik waarvan ze optimaal gebruik maken. Vooral wanneer Khan de laagste regionen opzoekt en in pure doowopstijl BBQ van antwoord dient is het wegsmelten geblazen. Ze blijven het nog steeds in de fifties rock-'n-roll zoeken maar weten het wel een eigen draai te geven zodat dit zo veel meer is dan een nostalgische trip.
Tijdens de bissen verscheen BBQ in een hilarisch kostuum als (r)octopus ten tonele, wat hem niet verhinderde nog wat knappe songs te brengen. Na eerst nog een schuimbekkende punkrocker gebracht te hebben werd er afgesloten met de tearjerker "Why don't you lie".

Het was bijzonder mooi geweest. Achteraf maakte ik nog de bedenking dat al die rock rally deelnemers die massa's verschrikkelijk duur materiaal op het podium slepen, hadden moeten zien hoe de The King Khan & BBQ Show aan twee onnozele mini-versterkers genoeg had.


Organisatie: Trix, Antwerpen

John Hiatt - Lyle Lovett

You Lovett or you Hiatt it? We doubt it !

Geschreven door

Als twee oude(re) mannen van minuut één beginnen te zeuren over kou en over verhuizen naar warmere oorden, dan laat je hen maar in hun geneuzel en stap je beter zelf de vlokken in. Dat was de boodschap die we aan twee uur John Hiatt (58) en Lyle Lovett (53) over hielden. Het is (even?) winter in beider muzieklevens.

Nochtans kan witte winter wonderschoon zijn. En warm. En knus. Met twee klasbakken van muzikanten in een gezellige en verlangende AB bijvoorbeeld. Het duidelijk oudere publiek stond open. En hier en daar kwam zelfs een jeugdige zonderling - in de vorm van Jef (22) - voor de tweede keer naar Hiatt kijken. Omdat papa trakteerde, akkoord, maar hij was er wel. Opnieuw zelfs. En met zuslief…!  Vol verwachtingen en verlangens. En met wanten vol hoop op een staaltje meesterwerk van twee iconen. Niet dus, die woensdag in februari met Hiatt & Lovett, een combinatie die twee jaar geleden wereldwijd nochtans hartverwarmend lekker gesmaakt werd.
De kracht van twee van de meestersongwriters van de laatste decennia ging verloren na een nochtans aangename opening. Hun (iets te duidelijk ingestudeerde) grappen bonden het eerste deel nog op zijn Muppets veilig aaneen, maar ebden weg na de ingebeelde pauze. Het concert en de heren zakten stilaan onderuit, de songs kookten elkaar bijwijlen af. Ook wij sleepten ons naar de verplichte bisnummers na een tour door de States, al was hun (te weinige) samenspel af en toe een eye-opener. Met steevast de terechte handshake er achteraan.
Nu zijn de heren-op-toch-nog-niet-zo’n-gezegende leeftijd wel eerder beroemd en bekend om hun tekstschrijven dan om hun optredens, maar toch… De meer gitaargedreven Hiatt (voor wie de meeste bezoekers de sneeuw getrotseerd hadden) zwengelde de motor af en toe nog aan met zijn ruwe(re) stem en ruiger en direct rock’n’roll-gehalte, maar zijn afgeborstelde sparring partner paste bij momenten eerder in wassencowboybeeldenmuseum, al haalde hij stemgewijs wel een meer dan behoorlijk niveau met zijn country en soul-songs.
”I am not gone, just dead”, citeerde Hiatt de grafsteen van een vriend. Tja, ze blijven groots, maar waren eventjes doods. Een paar nummers die ons wel bijgebleven zijn: “Tennessee Plates”, “I will rise up”, “Home is where my horse is”, “Nobody knows me”, “She’s no lady”, “If I had a boat”. En o ja, “Have a little faith in me”, maar vooral dan omdat het in een snel-snel-want-we-moeten-voor-elven-in-bed-tempo afgehaspeld werd.

You Lovett or you Hiatt it? Ewel, we doubt it.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhousetalent ism Ancienne Belgique, Brussel

Owl City

Ocean Eyes

Geschreven door

De vuurvliegen van de 23 jarige Adam Young uit Owatonna, Minnesota teisteren al weken de hitparade! De “Fireflies” zijn nu net het prototype van de beeldrijk dromerige sound van de tweede plaat na de in 2008 verschenen cd, ‘Maybe I’m dreaming’ die aan onze neus voorbij ging.
Het zijn poëtische teksten en tot de verbeelding sprekende songtitels die we horen: “The bird & the worm”, “Umbrella beach”, “The saltwater room”, “Meteor shower”, “The tip of the iceberg” en “On the wing”, maw het zijn oceanen, meteoren en vogels binnen z’n aparte stijl van indietronica, te zien als indie/synthpop, die de mosterd haalt bij The Album Leaf en Postal Service. De toetsen, piano, de orkestraties en de gekunstelde electrozang geven kleur.
Het zijn sfeervolle, gepolijste songs die een puike opbouw hebben en meer groove kunnen bevatten. “Cave In”, “The bird & the worm” en natuurlijk “Fireflies” zijn de uitschieters van het intens broeierige materiaal van de songschrijver.

Bettie Serveert

Pharmacy of love

Geschreven door

Na zes jaar is de Nederlandse indierockende band bij uitstek Bettie Serveert terug van de partij onder de vaste drie-eenheid Van Dijk – Visser - Bunskoeke. Hun dromerige, meeslepende gitaarrock klinkt levenslustiger dan ooit.
Ze beuken letterlijk het nieuwe decennium in met “Deny all” en houden er een bruisend, dynamisch en fris tempo op na, met “Semaphore” en “Love Lee”. Ze bieden ruimte voor variëteit en diversiteit door een ingetogen sfeervolle “Mossie” en “Change4time”; ze overtuigen verder met subtiele, aanstekelijke rockers “Souls travel” en “The pharmacy”. Tot slot horen we nog twee avontuurlijke songs, het lang uitgesponnen, intens spannende en mooi opbouwende “Calling” (ruim negen minuten!) en het broeierige “What they call love”, die door de percussie meer draagkracht krijgt.
’Pharmacy of love’ plaatst zich als de terechte opvolger van topplaten ‘Palomine’ (’92) en ‘Lamprey‘(’95). Te koesteren na al die jaren …

Biffy Clyro

Only Revolutions

Geschreven door

Het Schotse trio Biffy Clyro van de broers Johnston timmeren hard aan de weg een breder publiek te bereiken, zonder de fans van het eerste uur te willen verliezen. ‘Only Revolutions’, hun vijfde album al, is mainstreampoprock, een gevarieerde, uitgebalanceerde plaat met toegankelijk, geestdriftig, direct en vrolijk materiaal, soms aangevuld met een vleugje bombast door orkestarrangementen.Een ‘larger than life’ op de Foo Fighters manier, zoals ze omschrijven.
De eerste songs “The captain” en “That golden rule integreren oud en nieuw. “Bubbles” (met medewerking van Josh Homme) en “Cloud of stink” zijn snedig en gebald met heftige riffs. Maar we houden het liefst van hun opbouwende songs als “Shock shock”, “Booom blast & ruin” en het afsluitende “Whorses”. En “Mountains” levert hen wel die ideale poprocker en kan de definitieve doorbraak betekenen!
Ondanks de Kings Of Leon attitude klinkt de muziek van de hardwerkende Schotten nog steeds de moeite, wat een doorsnee goed klinkende cd opleverde, genoemd naar het gelijknamig boek van ene Danielewski, die de leden lazen …

Vampire Weekend

Contra

Geschreven door

Vampire Weekend heeft een voortreffelijke tweede cd uit, ‘Contra’ die het titelloze debuut opvolgt. Ze brengen ‘schone’ popliedjes, die rijkelijk geschakeerd zijn door Afrikaanse popritmes. Ze integreren de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid, wat referenties oproept aan Paul Simon, Talking Heads en Peter Gabriel.
‘Contra’ klinkt even boeiend en is een logische verderzetting, zonder drastische wendingen. Ze behouden de wereldse aanpak van een melodieus aanstekelijke groovy sound en grijpen invloeden van Azië en Z-Amerika aan.
Wat ze allemaal uit hun instrumenten toveren lijkt onwaarschijnlijk. Elke song overtuigt en haalt een invloedssfeer aan die de song grootser en breder maakt door o.a. reggae, funk en dancehall.
Geniet en onderga wat deze band allemaal verwezenlijkt op de tien songs: sfeervol, fris, sprankelend, leuk en toegankelijk. “Horchate”, “White sky”, “Holiday“ en “California English” zijn al meteen super qua ritme, vibe en groove. De orkestraties hebben de doorslag op het ingetogen “Taxi cab”, “Cousins” klinkt directer en de afsluitende reeks “Giving up the sun”, “Diplomat’s son” en “I think ur a contra” zijn sfeervolle tintelende knallers door hun onwaarschijnlijke mix aan stijlen.
De plaat is zeker en vast het gedroomde vervolg op hun debuut en bevat zomaar eventjes vijfsterren klassesongs. ‘Contra’ is dus een zeer rijk album en zorgt dat we in de nog jonge bandgeschiedenis te maken hebben met grootse, inventieve en boeiende, avontuurlijke Vampires.

Pagina 844 van 963