AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Hooverphonic

Beach House

Beach House: onthaasten tussen behaarde paddestoelen

Geschreven door

Aan Beach House houden we live niet zo een goede herinneringen over. Toen ze enkele jaren geleden in de Botanique nog in het voorprogramma van Fleet Foxes speelden, overviel ons tijdens ieder nummer de onweerstaanbare drang om een verse pint te gaan bestellen. We herinneren ons nog goed dat het bewust ietwat vals afgestelde orgeltje aanvankelijk nog spookachtig klonk, maar na verloop van tijd steeds meer op de zenuwen ging werken. En dat de set zich tergend traag naar het einde toe sleepte. Nog een geluk dat Fleet Foxes ons achteraf met een memorabel optreden alsnog een zeer geslaagde concertavond bezorgde.

Nadien is het echter snel gegaan voor het hippe duo uit Baltimore. Het begin dit jaar uitgebracht album ‘Teen Dream’ wordt in de muziekpers overladen met superlatieven, en voor wie deze plaat nog steeds niet aangeschaft heeft: deze zijn volledig terecht! Een uitverkocht optreden in de Balzaal in de Vooruit was het logische gevolg, deze keer voorafgegaan door een eigen voorprogramma. En wat voor één! Lawrence Arabia, een jong vijftal uit Nieuw-Zeeland had het allemaal: strakke geruite hemdjes, trendy baardjes en vooral een aaneenschakeling van uitstekende nummers die live ook nog eens en met veel deskundigheid en enthousiasme gebracht werden. Vraag ons niet hoe het komt, maar de wereldwijde wederopstanding van de muzikale erfenis van de Beach Boys bleek die avond zelfs tot aan de andere kant van de planeet niet te stuiten,  al kreeg de harmonieuze samenzang tijdens nummers als “Apple Pie Bed” en  “I’Ve Smoked Too Much” aardig wat concurrentie te verduren van The Beatles. Tijdens nummers als “The Beautiful Young Crew” en “Auckland CBD Part Two” voegde Lawrence Arabiahier nog een flinke scheut psychedelische folk à la Devendra Banhart aan toe. Geen wonderdus dat achteraf een lange rij stond aan te schuiven om een exemplaar van hun nieuwe album “ChantDarling” op kop te tikken.

Nog voor Beach House één noot gespeeld had, stampte multi-instrumentalist Alex Scally, die in zijn strakke, met zilverknopen bezette jasje zelfs het Vooruit café niet ongemerkt zou binnen stappen, al zijn schoenen uit. Bleek om tijdens het dromerige openingsnummer “Walk In The Park” de orgel te bespelen met de voeten. Even voordien werden al vreemde decorstukken het podium opgesleept die zich nog het best laten omschrijven als met wol behaarde paddestoelen op struisvogelpoten, die tijdens het optreden ook nog eens af en toe gevaarlijk begonnen op te lichten. Een ‘normale’ groep zal Beach House dus wellicht nooit worden, al waren ze met hun nieuwe, meest toegankelijke plaat tot nu toe onder de arm wel ‘the right band on the right place’ die avond in de Vooruit, meer nog dan Florence&The Machines die tezelfdertijd in de concertzaal speelde. “Lover Of Mine” klonk live als het beste 80’s nummer ooit dat niet in de ‘80’s gemaakt werd en tijdens “Used To Be” klonk de mysterieuze zangeres Victoria Legrand zowaar opgewekt van achter haar keyboards. Waaruit je nu ook weer niet moet concluderen dat dit optreden de muzikale lente inzette. Het refrein “It’s happening again” of “Silver Soul” klonk bepaald niet alsof Victoria aan een echt vrolijke gebeurtenis terugdacht. Ook “Zebra” en “Gila” waren live vintage Beach House: trage, melancholische maar bedwelmend mooie nummers, waarin ergens de geest van Mazzy Star leek rond te waren.
Ronduit fantastisch zelfs was bisnummer “10 Mile Stereo”, een nummer dat qua muzikale opbouw  en refrein wereldgroepen als Coldplay naar de kroon stak en uitmondde in een zinderende postrock apotheose.

Perfect was de set zeker niet. Daarvoor gingen nummers als “Norway” en “Take Care” net iets te veel de mist in.Zelfs “Master Of None”, de single uit het titelloze debuut, leek zo veel jaar later nog weinig toe te voegen aan het geheel.
Maar dat Beach House dankzij ‘Teen Spirit’, waaruit behalve “Real Love” alle nummers live gebracht bracht werden, enkele reuzensprongen vooruit gezet heeft, stond die avond bij iedereen buiten kijf.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent

The Horrors

Derde keer, goede keer voor The Horrors in de Minnemeers

Geschreven door

“The Horrors are playing hard to get”... het zou voor de Democrazy een passende promoslogan geweest zijn om dit hip Londens vijftal na twee keer uitstel dan uiteindelijk toch op het podium van de Minnemeers te krijgen. Een bende jonge honden die het in nauwelijks een aantal maanden voor elkaar krijgt om als voorprogramma te worden uitgenodigd door mega-acts als Muse en Depeche Mode kiest uiteraard voor de iets grotere (?!) muziektempels zoals de Royal Albert Hall; de vraag is alleen of hun nieuwe muzikale handelsmerk, een zwartgallige mix van postpunk, shoegaze en psychedelische garagerock, kan aanslaan bij het ‘grote publiek’. Maar eerlijk, who cares? The Horrors leverden afgelopen jaar met ‘Primary Colours’ een indrukwekkende opvolger af voor hun fel gehypte debuut ‘Strange House’ (’07), en belandden daarmee steevast in de bovenste regionen van diverse eindejaarslijstjes. Ondanks het uitblijven van commercieel succes en radiohits leverde dit album hen alvast wel een hondstrouwe aanhang op aan beide kanten van het kanaal, en ook de Minnemeers was afgelopen zondagavond aardig volgelopen met jongeren-van-alle-leeftijden die zich doorgaans een zwarte dresscode hadden aangemeten.

Op de tonen van een elektronische klankenbrij en gecamoufleerd door een zorgvuldig opgetrokken rookgordijn verschenen de vijf Horrors op het podium in een, jawel, zwarte outfit. Opener “Mirror’s Image” bleek een uitstekende keuze om meteen de juiste sfeer op te bouwen; de atmosferische synths van Spider Webb, de stuwende baslijntjes van Tomethy Furse, de holle drumpartijen van Coffin Joe en de breed uitwaaierende gitaar van Joshua Von Grimm vormen de basisingrediënten van de Horrors sound die op dit openingsnummer uit ‘Primary Colours’ laagje per laagje in een lekker smerige geluidsmix werden gegooid. Een kil geluid dat onmiskenbaar naar de 80ies verwijst, hetgeen nog wordt versterkt doordat de groep in de persoon van Faris Badwan een bezielde frontman in de rangen heeft wiens stemgeluid het midden houdt tussen Julian Cope, Brett Anderson en de onvermijdelijke Ian Curtis.
Tijdens het uptempo “Three Decades” kwam de groep echt op kruissnelheid en kon de manische Badwan voor het eerst zijn duivels ontbinden, gevolgd door het inmiddels klassieke “Who Can Say” en het rauwe aan Black Rebel Motorcycle Club schatplichtige “I Can’t Control Myself”. Eigenaardig genoeg bleek de enige echte adempauze in de set, “I Only Think Of You”, het onbetwistbare hoogtepunt van de avond. De pastorale pracht van deze lang uitgesponnen oefening in monotonie deed onvermijdelijk denken aan Joy Division’s “Atmosphere”, waarbij de cirkel tussen heden en verleden ineens gesloten leek. De kille sound straalde ook af op het podium: de bandleden wisselden nauwelijks een blik, en behalve de verschoning “It’s good to be here, finally” onthield Badwan zich dan ook van elke interactie met het publiek. Het lijkt allemaal mooi te passen in het imago van een groep die zo authentiek mogelijk wil zijn op en naast het podium.
In de korte bisronde werd met een handvol nummers terug gegrepen naar het manische Horrors debuut waarbij Von Grimm’s gitaardecibels duidelijk de bovenhand haalden op Spider Webb’s spaarzame keyboards. Het bleek een verstandige keuze in de setlist, want de psychotische garagerock van de begindagen lijkt mijlenver verwijderd van de doomerige gothic waar de groep tegenwoordig voor staat.

Mogelijks tot spijt van de fans van het eerste uur bewees deze Londense band in amper 75 minuten dat hun gedurfde muzikale metamorfose ook live meer dan geslaagd is. Wie als 80ies adept zijn gitaren en keyboards graag een pak scherper en smeriger opgediend krijgt dan deze van generatiegenoten White Lies of The Big Pink kan dus zondermeer aankloppen bij The Horrors.

Organisatie: Democrazy, Gent

Chokebore

Chokebore: het verleden van Von Balthazar

Geschreven door

Je hebt zo van die bands waarvan je het werk kent van de zanger/componist, maar niet de band kent waarvan hij deel uitmaakte … Troy ‘Bruno’ Von Balthazar vs Chokebore is er een prachtig voorbeeld van. En op de koop toe is Chokebore vooral gekend bij onze Franstalige vrienden en werd met het solowerk van Von Balthazar net de Vlaamstaligen warm gemaakt. Kijk, onze nieuwsgierigheid werd aangewakkerd om Chokebore live te zien, mede door het feit dat ze herenigd zijn en er dit jaar een nieuwe plaat zal verschijnen.

De roots van Chokebore liggen in Hawaii. Spil van deze al van in ’94 fungerende band was zanger/gitarist Troy ‘Bruno’ Von Balthazar. Het rockende kwartet haalde invloeden uit de ‘90’s grunge, gaf de songs een broeierige en donkere injectie en zorgde voor een emotionele geladenheid, wat hen zelfs richting Girls Against Boys bracht; enkele integere, gevoelige songs traden op het voorplan, wat een goede afsluitende cd in 2003 opleverde, ‘A part of life’. En de heren zijn nu terug bij elkaar. Troy verbleef zelfs een tijdje in ons land, een bron van inspiratie voor het nieuwe materiaal.
In de tussentijd hoorden we materiaal van Von Balthazar, waarbij de klemtoon viel op rauw rammelend gitaarwerk, lofipop, noise en electro, bepaald door een pak effectpedalen en weirde acts.
Chokebore betekende een kennismaking, maar waren opnieuw een Frans onderonsje. Ze brachten een afwisselende set van grillige, broeierige en integere gitaarrock, die soms een stevige, opzwepende ritmesectie meekreeg en hadden oog voor enkele ingetogen songs, onder de typerende klaagzang van Von Balthazar.
We onthouden alvast opmerkelijke songs als “Days of nothing”, “Police”, “You are the sunshine of my life” en “It could run your day”. In “Ciao LA” haalde het kwartet krachttoeren uit. Btw, ze gaven mee dat we ons altijd mochten inschrijven op hun site als we betere songtitels konden verzinnen. Na elk nummer werden ze warm onthaald. Het sterkte hen, wat de drijfveer kan zijn verder te doen.

In ons weirde landje moet de band de kans krijgen over de taalgrens te geraken, ondanks het feit dat de set in z’n geheel me niet volledig raakte en overtuigde. Maar we waren alvast getuige van de muzikale scherpte van het kwartet en hoorden een terugblik van Troy’s verleden, wat leuk meegenomen was …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Go Find

The Go Find ….some excitement please!

Geschreven door

Een avondje aparte Belgische (Vlaamse) rock in de Magdalenazaal in Brugge lokte op een vrijdagse februariavond vooral de fans van de drie bands zelf. En enkele nieuwsgierigen die zagen hoe Tape Tum, het muzikaal familiezaakje van Benjamin en Lieven Dousselare, de sfeer er trachtten in te brengen, maar het bleef een hele avond snuisteren naar wat echte opwinding. Het hoogtepunt was al lang voorbij toen Go Find niet eens een bisnummer kreeg.

De link van Tape Tum naar de volgende groep lag er meteen want de vaste slagman van The Portables hanteerde de drumsticks voor de avondopeners. De ervaring van de Brugse Gentenaars (of is het omgekeerd?) schakelde de verwarming van de Magdalenazaal een tandje hoger. Zonder dat het saunatemperaturen haalde weliswaar, want telkens wanneer je verwachtte dat ze eindelijk zouden openbarsten, draaiden ze de knop wat terug.
Afgebroken psychedelische momenten wisselden af met elektronica en wat ingetogener impressies, wat vooral in “It’s better to turn(h)out than to fade away” met de ondersteuning van trompetgeblaas zwoel tot zijn recht kwam. Met een (te) voorzichtige pas tot Turnhoutenaar omgetunede Bert Lafontaine (veel succes!) aan de zang toen. ‘The Honorable man’ – aka visualist Hendrik  Dacquin aan de mic – was een eveneens een verwarrende verademing, op de hielen gezeten door een degelijke cover van Lou Barlow.
“Underachievers”, noemde een diehardfan The Portables achteraf en ook wij hadden de indruk dat er veel meer in stak dan eruit kwam. Opendraaien dus die handel, al is de wellicht gegronde vrees dat dit na twintig jaar ook wel niet meer zal gebeuren. Maar achteraf gezien hadden we het beste van de avond al gehad. We wisten echter niet beter.

The Go Find mocht afsluiten en daar ging het allesbehalve crescendo. What’s in a name zou de stouterd in ons kunnen verwijzen naar hun pas gereleasede derde album ‘Everybody Knows It's Gonna Happen Only Not Tonight’. Misschien ook niet de muziek om de vrijdagnacht stevig in te zetten, die gepolijste, melancholische deuntjes die eerder aan dons dan aan stevig schuurpapier doen denken. Al deed de enige beweegbare factor on stage - zanger Dieter Sermeus - zijn uiterste best om er de swing in te brengen, het bleef een poppy tune die we liever in onze cd-wekker steken om zachtjes in te slapen. En ze beseffen verder ook nog dat ze volop in de cursus bindteksten zitten. Voorwaar een troef, die zelfkennis.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Japandroids

Japandroids: (h)eerlijke no-nonsens catchy trashy rock

Geschreven door

Vancouver, Canada, staat dezer dagen in de belangstelling door de Olympishe Winterspelen. Het duo, Brian King (gitaar) en David Prowse (drums), zijn geworteld in die stad en overstelpten ons de vorige maanden met een woeste bak onvervalste garagerock, rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, At the drive-in, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt, McClusky en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Ze ondernemen een heuse clubtour om hun overtuigende plaat ‘Post-nothing’ elan te geven.

Ze serveerden een flinke scheut energieke, frisse, dynamische, opzwepende en frisse songs uit hun cd en de twee eerder verschenen EP’s ‘All lies’ en ‘Lullaby death James’. Broeierig, snedig materiaal bepaald door heftige, droge drums, een ziedende, scheurende, ronkende gitaar en snelle, verbeten soms vettige riffs, allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodielijn en een goed op elkaar afgestemde zang. King martelde zijn gitaar, krijste en gromde, kon de gaspedaal fors indrukken, sprong op de drumkit en jutte het publiek op… En ook de drummer moest niet onderdoen qua dynamiek en enthousiasme, wat terecht referenties opriep aan The White Stripes, Death from above 1979, The Kills, Shellac en ons Black Box Revelation en Madensuyu.
Het lukt het duo allemaal in een soepele, elegante stijl. “No alliance for the queen” opende sterk en na een lange intro zetten ze “The boys are leaving town” in. Meteen was de toon gezet van een puike act van het duo, die de songs lieten exploderen door diverse tempowisselingen en krachtige erupties; de aan Helmet gelinkte “Darkness on the edge of gastown”, “Heart sweats” en “Wet hair” waren pareltjes hierin. Ze betrapten elkaar op schoonheidsfoutjes, maar dit drukte de pret niet. In hun speels enthousiasme hielden ze er een fijne finale op na met “Crazy/forever”, “Sovereignty”, de van Big Black genomen “Racer x” en Young hearts spark fire”; ze porden aan het refrein mee te brullen … Het spelplezier droop er van af dus …

Japandroids bood (h)eerlijke no-nonsense, catchy trashy rock, die ze zelf doodleuk omschrijven als “Post-nothing”. Overtuigende set van een band die we zeker nog mogen terug verwachten …

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Novastar

Novastar – Joost Zweegers - 'Le Tour Bangor' Solo en Intiem

Geschreven door

De muziek van Joost Zweegers en Novastar intrigeert, slaat aan en doet menig vrouwenhartje sneller slaan. Sinds het ontstaan in ‘96 neemt de singer/songwriter steeds de tijd om aan een plaat te werken. Het debuut verscheen pas in ’99, ‘Another loney soul’ in 2004 en ‘Almost bangor’ in 2008. De weemoedige pop en de hartenpijn staan centraal, gedragen door z’n lichthese melancholische, maar kristalheldere stem. Het is puur oprechte, emotievolle sing/songwriterpop, die sfeervol, dromerig, lieflijk en innemend klinkt. Telkens valt er iets moois te ontdekken in de toegankelijke melodieuze songstructuren, die vertrouwd en spannend aanvoelen.
Live zagen we al dat hij graag met z’n band exploreert en de songs een breder concept geeft, waardoor ze krachtiger en gedreven kunnen klinken. Hij plaatst een rockend Novastar moeiteloos naast de hartverwarmende artiest. Hij ontpopte zich als een voortreffelijk songwriter en ontplooide zich als een groots performer wat succesvolle clubtours opleverde dito zomerfestivals. Na de ‘sold outs’ in de Lotto Arena en Folkdranouter bereidde hij zich voor op de solo-theaterperformances, die het ganse voorjaar in beslag nemen.
Ook de ‘Solo en Intiem ‘Le Tour Bangor’ kunnen bijna telkens rekenen op een ticketje ‘Uitverkocht’. Hij laat geen kans onbenut om z’n eigen nummers opnieuw uit te vinden en ze live als nieuw aan te voelen en te interpreteren. De inzet van de solotournee is de intimiteit van de man, zijn gitaar, zijn vleugelpiano, zijn mondharmonica … en zijn liedjes. De uitgebreide arrangementen worden dus terzijde gelaten en we zagen dé man, vijf akoestische gitaren en een vleugelpiano, in de voetsporen van grootmeester Neil Young, die het hem al overtuigend eens voordeed …

De songs werden van enige franjes ontdaan en kregen een ingetogen outfit door de sobere, spaarzame begeleiding. De intense spannende opbouw gaf een forsere en fellere stoot. Hij deelde de set op in 2x 45 minuten van 8 songs. We hoorden een afwisselende set van z’n repertoire, maar hij stelde natuurlijk wel het materiaal van de laatst verschenen cd voorop. Wat onwennig, zoekend en nerveus opende hij met de nieuwe sfeervolle poprockers op gitaar, “Bangor” en “Tunnelvision”; door een soort traporgel, naast de effectpedalen kregen ze dat extraatje sfeer-schepping. Altijd fijn om te zien zijn de talrijke houdingen van z’n gitaar en de worstelingen die hij met z’n microstatief maakt.
’Hartbrekers’ volgden … de onbereikbare liefde van “Millersan” en de spannende, breekbare pop van “Never back down” en “Where did we go wrong”. Een ingehouden en spaarzaam gehouden “When the lights go down …”, kreeg zeggingskracht door de spotlight, Neil Young’s “Sugar mountain” klonk adembenemend mooi en dromerig en ” The medicine jar” kreeg een grillige, grauwe trek mee. Hij eindige met een opwindende versie van “Mars needs woman”, waarbij hij zich op z’n gitaar, mondharmonica en effectpedalen uitleefde … een multi-instrumentalist die de elegante schoonheid van z’n songs vasthield …
Na een korte pauze hoorden we een ontstellend verhaal van het zielverzachtend genot en kracht van whisky en stilnocts … “Making waves” en “All day long” werden elektrisch gespeeld; hij stapte dan opnieuw over naar de oorstrelende ingetogen pianopop van “Sundance” en “Just because”; een gevoelige “Waiting so long” (een ‘Music For Live’ song) en “10/11 miles” volgden. “The golden slumbers” was een niet evidente Beatles cover uit hun befaamde ‘Abbey road’ (’69). “The best is yet to come” op piano besloot overtuigend de set. De song kreeg nog wat finesse en rauwheid door de daaraan gekoppelde outtro.
Het warme onthaal leverde nog twee sprankelende nummers op, een ingetogen “Lost & blown away” (voor de dames) en “Caramia”, op verzoek, klonk aangrijpend en werd lang uitgesponnen; het onderstreepte het vocale talent van een sterke songwriter, een enorm goede muzikant en een puike, sympathieke performer.

Joost Zweegers – Novastar ’Le Tour Bangor’ – Solo en Intiem serveerde heerlijke akoestische pareltjes, gaf songs een broeierige spanning mee en viel het meest op met het gekende en oude materiaal!

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge ism Greenhousetalent

Local Natives

Local Natives brengen de Californische zon naar Le Grand Mix.

Geschreven door

Local Natives was in 2009 één van de revelaties op het showcase festival South by Southwest in Austin, Texas. Het is ons opgevallen hoeveel bands die daar staan, een aantal maanden later ook doorbreken in Europa. De editie van maart 2009 had ook onder meer The Big Pink en Ebony Bones geprogrammeerd. We kijken dus al uit naar de nieuwe bands die op South by Southwest zullen staan in maart 2010, en vermoedelijk zullen een aantal van die bands in de herfst van 2010 ook de Grand Mix passeren.
Local Natives: een vijftal uit Los Angeles, die met ‘Gorilla Manor’ een debuut uitbrachten met frisse, springerige nummers waarin close harmony gecombineerd wordt met Afrikaans klinkende gitaarrifjes en dynamische tempowisselingen, dit alles met een flinke scheut jaren ‘70 countryfolk. Qua ritmiek doen Local Natives wel wat aan Vampire Weekend en Talking Heads denken, maar dan zonder de punkelementen.

Zo rond tienen betraden Taylor Rice, Kelcey Ayer, Ryan Hahn,Andy Hamm en Matt Frazier het podium. Alhoewel ze misschien wel een van de hippe bands van het moment zijn, zagen ze er niet echt cool uit: zo droeg de bassist een dwaas petje ruwweg geïnspireerd op Urbanus en leek het of de andere leden de jaren zeventig kledingrekken van de kringloopwinkel geplunderd hadden: een van de zangers moest wel de jongere broer van de cowboy van The Village People zijn. Geen flauwvallende meisjes dus zoals bij MGMT … Local Natives zou ons dus met hun muziek moeten overtuigen.
En dat deden ze, er werd fel aangevangen, met dubbele percussie die voor een spervuur van tempowisselingen zorgde. Leuk om te zien hoe een van de mannen gelijktijdig de piano en de zijkant van zijn drumkit bespeelde. Het bespelen van de rand of de zijkant van de drum was een vaak weerkerend trucje om een tempoversnelling in te zetten. De vijf van Local Natives wisselden vaak van instrumenten, en ook de zangpartijen werden netjes verdeeld. Qua aanpak delen ze dus een beejte de filosofie van het Australische Architecture in Helsinki.
Redelijk vroeg in de set kregen we een mooie cover van “Warning Sign’ van Talking Heads. Vervolgens werd wat gas terug genomen, met meer folkrock geïnspireerde nummers waarin de close harmony sterk op de voorgrond kwam. We waanden ons op slag op een zomers Californisch strand. Natuurlijk mocht de prachtige single “Aeroplanes” niet ontbreken, en na een klein uurtje, werden we naar huis gestuurd met een afwisselende bisronde.

Local Natives, een tip voor de meerwaardezoeker, een klein juweeltje dat we deze zomer zeker wel eens op een festival willen terugzien.

Het voorprogramma werd gebracht door Clues, een band uit Montreal, Canada, met onder meer leden van Arcade Fire en Unicorns. Ze brachten vorig jaar hun debuut uit op het legendarische Constellation label, dat midden de jaren negentig toonaangevend was met bands zoal Godspeed You Black Emperor! en Do make say think. Dit Constellation label probeert zowat zijn tweede adem te vinden, en Clues is één van de bands die het nieuwe geluid van de Montrealse rockscene moet neerzetten, We hoorden een donkere, intense en metalige sound, hier en daar wat Pink Floyd invloeden, maar Clues kon ons toch niet echt overtuigen: ze hebben dan wel een heel eigen geluid, maar de pakkende songs ontbreken. Qua contrast met de vrolijke, springerige songs van Local Natives die zou volgen, kon dit optreden echter tellen. Vreemd dus om deze twee bands met elkaar te zien optrekken, omdat ze toch niet veel raakpunten hebben. Misschien dat Constellation eens een label-night moet organiseren, zodat we Clues in de juiste omgeving aan het werk kunnen zien, want nu waren ze toch een beetje miscast.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Black Box Revelation

Silver threats

Geschreven door

The Black Box Revelation, het duo Jan Paternoster (zang/gitaar) en Dries Van Dijck (drums) 20 en 18 jaar jong nota bene!, zijn héél goed op elkaar ingespeeld. Ze verbaasden een paar jaar terug met hun debuut ‘Set your head on fire’, dat rauwe, vette en retestrakke garage rock’n’roll blues bevat met een gevoelig randje, want ze toverden ook een paar breekbare parels. Venijnig, scherp, broeierig, fris materiaal, dat intrigeerde en beklijfde…
‘Silver threats’ ligt in het verlengde van de vorige cd. Ze hebben met Mario Goossens, drummer van Triggerfinger een goed producer, die op dezelfde golflengte staat …tja, hoe kan het ook anders …, trokken met hem de studio in van Ray Davis, perfectioneerden hun geluid en brachten een reeks van 11 fraaie overtuigende strakke, toegankelijke, melodieuze lappen gitaarrock, waaronder een catchy melodie, smerige rock’n’roll, rauwe rhythm & blues, Barkmarket dreiging en psychedelica schuilt.
Hun ‘less is more’ aanpak is hot en is op de leest van een strakke, robuuste White Stripes. Het is genieten van hun stomende rock’n’roll pur sang als “Where has all this mess begun”, “Run wild”, “5 o’clock turn back the time” en “Love licks”. Ook de single “Do I know you” heeft iets aparts met die gitaarlicks. Ze zijn van het juiste (rock) hout gesneden, dit wild enthousiast energieke duo. Het afsluitende “Here comes the kick” (met hulp van Beverly Jo Scott) is een lange bezwerende gitaartrip en ze schroeven even de versterkerknoppen terug met een sfeervol gehouden “Our town has changd for years now” door het gitaargetokkel en de tromroffels. Enkel de single “High on a wire” verraadt een “Personal Jesus” lick van DM, maar OK, daar maalt niemand om want we hebben een heerlijke cd van Belgisch beste live act …

Hockey

Mind Chaos

Geschreven door

Uit Portland, Oregon komt het energieke, groovy kwartet Hockey. Los van de sport hebben ze een even beweegbare danssound. Ze halen invloeden van de punkfunk, ‘70’s retro en ‘80’s popwave. Ze hebben de rock-, wave- en psychedelicalooks (kijk maar naar eens naar zanger Ben Grubbin) en onderscheiden zich met een aantal opwindende, frisse, aanstekelijke popsongs als “Too fake”, “Learn to lose”, “Song away” en “Put the game down”. Ze steken er nog meer swing in op “Wanna be black”, “Four holy photos” en “Peacher”. Enkel “3 A.M. Spanish” valt uit boot en klinkt weinig doeltreffend, maar voor de rest houdt de band er duidelijk de pit en dynamiek in en straalt het materiaal een ‘positive vibe’ uit. De groep put uit de punkfunk van LCD Soundsystem, The Rapture en The Klaxons, linkt het aan het huppelende Hot Hot Heat en het oude Franz Ferdinand en kruidt het tot slot met de ‘70’s retro van The Strokes. Het zorgt ervoor dat ze naast geestesgenoten Friendly Fires en Passion Pit komen.
Hockey: we hebben er alvast een leuk bandje bij die alles in zich heeft om een groots succes te worden …

The Twilight Sad

Forget the night ahead

Geschreven door

Al bij de eerste tonen van “Reflection of the television” uit de cd ‘Forget the night ahead’ zijn we onder de indruk van het uit Glasglow afkomstige The Twilight Sad. De groep draait rond Andy MacFarlane, muzikaal architect van de band en zanger James Graham, die met z’n Schots accent de songs een extra dimensie geeft.
De songs passen binnen de ‘80’s waverock/shoegaze/pop, waarbij Joy Division, Echo & The Bunnymen, The Smiths, en verder The Chameleons moeiteloos staan naast My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. Gooi er nog de melodieuze finesse van Snow Patrol, de glamwave van Glasvegas, oudere broers IlIketraIns en Editors, de melancholie van Arab Strap en de postrock van Mogwai tegenaan, en we hebben de ideale cocktail klaar voor The Twilight Sad. Wat een kennismaking! Opzoekingwerk leverde op dat ze al aan hun tweede cd toe zijn en debuteerden in 2007 met ‘Autumns & fifteen winters’.
We horen broeierige, intens meeslepende, dromerige songs, die een donker kantje hebben met ontregelde gitaarstormen, net gepast en nooit te fel en te hard. Het is genieten van het boeiende materiaal als “I became a prostitute”, “Seven years of letters”, “Made to disappear” en “The birthday present”. De pianoloops die in sommige songs voorkomen, waaronder “At the burnside” en “The room”, geven kleur aan het heerlijke materiaal.
Tja, daar smeult iets in Schotland.

Pagina 843 van 963