Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_08

Le Loup

In the hands of Le Loup

Geschreven door

Het Amerikaanse Le Loup uit Washington DC draait rond zanger/multi-instrumentalist Sam Simkoff. Twee jaar terug liet hij een weird debuut op ons los, ‘The throne of the third heaven of nations’ millenium general assembly’, een versmelting van bezwerende elektronica, frisse gitaarpartijen, ritmische drums, trommelwerk, handclaps, bleeps, beats en microfooneffects. In de muzikale dwarrelgeest van Simkoff’s Le Loup horen we een immense binding tussen toegankelijkheid en chaos. Er zijn de B-melodietjes van Beatles/Byrds/Beach Boys, linken met Animal Collective en Yeasayer en door de hoge vocals en stemmenpracht refereren ze aan Arcade Fire en de huidige rits Fleet Foxes, Port O’Briens, Tunng, Grizzly Bear en Local Natives.
De muzikale uitspattingen van het debuut zijn op de tweede cd ‘Family’ gestroomlijnd en bedachtzaam, wat een open, speelse en opgewekte heerlijkheid biedt. Een goed op elkaar ingespeelde band is verantwoordelijk voor het coherente, aanstekelijke geluid, in combinatie met het doortastende stemgeluid en de degelijke samenzang.
We waren onder de indruk van het resultaat live, want we kregen een portie originele, frisse, dansbare psychedelische freakende indietronicafolk geserveerd, van plezierig opbouwende, bezwerende, hitsige songs als “Saddle mountain” , “Morning song”, “Beach town”, “Grow”, “I remember everything”, “A celebration” en de titelsong van de tweede cd ‘Family’, geïnjecteerd door de aanzwellende gitaarpartijen, dreunende basses en repeterende, opzwepende synths, beats en drums. En ook een paar oudjes werden niet vergeten, “We are Gods! We are wolves” en “Le loup (fear not)” boden de nodige variatie in de set.
Het kwintet stond in een halve cirkel opgesteld en in het midden hadden we het ‘duracell’konijn en tronicafreak Simkoff, die door z’n spastische lichaam - en zwoele heupbewegingen de songs elan gaf.
Noteer alvast dat de tweede cd ‘Family’ van Le Loup als een ontluikende, bezwerende, louterende indierockende trip klinkt! De knappe, overtuigende uitvoeringen zorgden terecht voor een warm onthaal; het enigszins verbaasde maar aandachtige publiek werd de prooi en zat gekneld in de klauwen van de wolven van Simkoff en de zijnen. Maar interpreteer het als een hart onder de riem …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Hindi Zahra

Hindi Zahra: pure klasse van een jonge, talentrijke belofte

Geschreven door

Een tip voor de top is Hindi Zahra, afkomstig van het Berbervolk in Marokko. Ze heeft Toeareg-roots en een thuis in Parijs. Muzikaal brengt ze een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali.
Op haar manier verwerkt en vermengt ze de diverse stijlen en invloeden in een soort ‘handmade’ freefolk. Tja, niet voor niks noemt haar debuut ‘Handmade’, dat ze eigenhandig produceerde en verscheen op het Blue Note label. In een artikel lazen we dat de albumtitel refereert naar l'artisanat, de handarbeid die Marokkanen verrichtten voor zowat alles dat zij produceren; ze wees hierbij naar de schatkist aan juwelen rond haar arm. Ook muzikanten zijn handarbeiders, wat verklaart dat de titel van de plaat vollédig van haar hand is.

Ze brengt een internationaal, toegankelijk, rijk geluid, van akoestische gitaren en handclaps, warme zalvende toetsen en bezwerende percussie, onder haar zachte, warme stem; als voorbeelden zangeressen haalt ze als Amália Rodrigues, Oum Kalthoum, Dimi Mint Abba, Django Rheunhardt en Yma Sumac aan, maar we durven ook denken aan Billie Holiday meets Patti Smith, Natacha Atlas en de zusjes Casady van Cocorosie.
Een kleine twee uur hield ze het publiek in de ban van haar meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge met een exotisch tintje. “Try again”, “Fascination” waren schitterende openers en wereldse songs “Nanyi” en “Imik silik”, in het Berbers gezongen, kregen een mysterieus tintje; een bewijs dat de jonge, beloftevolle dame alvast heel wat in haar mars heeft. De songs prikkelden door de bezwerende opbouw en hadden een dromerig karakter. Een ‘50’s vaudeville stijl haalde ze aan op “At the same time”; we waanden ons in een rokerige kroeg en misten nog een Tom Waits aan haar zijde.
Eén en dezelfde song kon ze met haar band ingehouden als trippend spelen. De single “Beautiful tango” was er een mooi voorbeeld van. Intussen was ze samen met haar begeleiding goed op dreef gekomen en was de verwantschap met Tinariwen en het nomadenbestaan groot. We voelden de blakende zon en het woestijnzand opwaaien in lange versies van “Kiss & thrills”, “Oursoul” en “Set me free”. De bezwerende gitaarslides, de percussie en de ‘70’s psychedelica toetsen gaven een opzwepende groove. En aan “Set me free” breidde ze er een “Get ready” van Rare Earth aan. Na de intens gespeelde songs, kwamen we even op adem en volgde een ingetogen folky “Don’t forget”, die ze met één van haar gitaristen speelde. ”Waiting in vain” was een geslaagde Bob Marley cover, sober en elegant door de akoestische gitaren en een spaarzame percussie die het reggae karakter behielden. Het refrein werd zachtjes meegezongen door het publiek.
Ondanks griepale symptomen, trakteerde Zahra op een fijne avond en werd ze telkens sterk onthaald. Dat ze een talentvolle artieste is, omringd met een even talentvolle band, was te horen op “Impro orientale” en “Stand up”, ‘all-styles-fusion songs’, die geïmproviseerde, verrassende en onverwachtse wendingen ondergingen en een krachtig, dansbaar einde toebedeeld kregen. De overtuigende rockdiva besloot met een intieme “Old friends” en een stevig gespeelde “Music”.

Pure klasse van een grootse dame, die nog wist te vertellen dat we op de volgende plaat banjo partijen en Berberse vioolklanken zullen krijgen. Haar set gaf al vonken, dus we mogen er halsreikend naar uitkijken …
Spijtig genoeg moest ze de dag nadien haar optreden in de AB staken door griep… Maar, geen nood eind maart will she back. Tip: Doen!

Organisatie: Aéronef, Lille

Sweet Coffee

Sweet Coffee cd release ‘Face to Face’

Geschreven door

Het kleurrijke charismatische Antwerpse gezelschap Sweet Coffee, onder Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx, is totnutoe niet doorgestoten naar een breder publiek. Ze verdienen het alvast met hun zwoele, sensuele, exotische jazzy soulpophouse. Ze zijn al toe aan hun vierde cd. Na ‘Memory lane’, ‘Perfect storm’ en ‘Naked city’ verscheen onlangs ‘Face to Face’. Op de nieuwe plaat moesten ze verder zonder de mooi ogende zangeres Bibi Diabokua, die de klemtoon op haar gezinsleven legde. De zomerse sound werkt aanstekelijk op de dansspieren, is de helende cocktail bij stress en spanningen en roept beelden op van kuuroorden en Miami stranden. Hun sound is iets aparts en zorgt samen met de andere Belgische artiesten en bands Arsenal, Delavega, Buscemi en Sven Van Hees voor het zonnetje in huis. Sweet Coffee nestelde zich de voorbije jaren tussen een Everything but the girl, Sade en Axelle Red on beats door de broeierig dansbare groove en zalvende beats van jazz/funk/soul, latin, trippop en lounge; op de laatste cd komen ze in de buurt van Groove Armada en door de ganse rits guestvocalisten refereren ze aan Basement Jaxx en – opnieuw –Arsenal. De nauwe samenwerking geven de songs een eigen timbre door het stemgeluid en identiteit. Hoedanook, hun leuke, ontspannende groovende pop klinkt goed, coherent en dansbaar. Ze verzorgden al de eindgeneriek van een tv serie ‘Flikken’ en hun muziek was al te horen in alle vliegtuigen van Brussels Airlines.

Live zagen we een heuse band, geruggensteund door guest- en backing vocalistes en een strijkerensemble. Ze stelden in de showcase enkel de songs voor van de huidige ‘Face to Face’, tav Sweet Coffee’s totaliteit een lichte domper, want ze hebben een rij puike songs in hun broekzak als “Don’t need you”, “Holdin’ on”, “Say hey yeah”, “New day” en titelsongs “Memory lane” en “Perfect storm”.
Het drukte de pret niet; ze speelden een afwisselende set die de verschillende sfeerscheppingen van de plaat moeiteloos benaderde en sommige songs zelfs een stevige, krachtige beat gaven. Op de instrumentale opener “Face to Face” stonden de leden met uitzondering van één van de zangeressen achter een groot wit doek. De lichtbundels kruisten de schimmen. Pas na het bezwerende “Where do we go” verdween het mistige decor langzaam en op de tonen van “Survive”, die wat Buscemi-latindance invloeden had, zagen we het Sweet Coffee collectief op het podium. “U turn” dreef het tempo op en ze brachten ons naar warmere oorden met het broeierige, dromerige “Beautiful people” en “See myself in you”. Een lounge oase creëerden ze met het sfeervolle, ingehouden “Out of the death”, die door de strijkers beelden van een kamelentocht aan de Egyptische piramides of van ‘Kuifje in de woestijn’ opriepen. Glimlachende gezichten verschenen op de relaxt voelende single “Daylight”, die opwindender klonk door de beats. Toen de MC’s de zingende dames vervoegden, werd de boel opgehitst en sloeg het vuur in de pan; we hoorden schitterende versies van “Alone”, “Drops of rain” en “I don’t think so”. Maxi Jazz en Faithless flitsten even voorbij. Ook Yannick Uyttenhove van Maximus droeg z’n steentje bij en ontpopte zich als een volwaardig vocalist van de multi- culturele band. En nu net dat het feestje van Sweet Coffee goed op gang was getrokken door deze wervelende songs, maakten ze er een abrupt einde aan. De reggae/ragga/dancehall van de klassesong “Tomorrow” in de bis breidde er nog een leuk vervolg aan, maar ipv enkele oudjes hoorden we spijtig genoeg reprises van “U-Turn” en “Daylight”, die ze van hardere beats en van US 3 jazzy loops voorzagen. De kers viel hier van de taart, want we hadden een inventievere ‘closing final’ verwacht …

Songwriter Yannick Uyttenhove van Maximus, is toe aan z’n tweede cd ‘Mesmerize’, die het titelloze debuut van 2008 opvolgt. Yannick brengt speelse, frisse pop die mijmeren aan het sfeervolle materiaal van Jon & Vangelis, Emerson, Lake & Palmer en Alan Parsons. Niet voor niks horen we in “You’re the voice” de link met “State of independance”, die Jon & Vangelis eerder al coverden van Donna Summer.
Yannick wist met z’n band te beroeren, ontpopte zich als een leuke performer en entertainde z’n publiek. Hij gaf de melodieus onschuldige dromerige en sfeervolle songs een ‘positive vibe’: “Woman in the military”, “Claudia”, “Love supercat Mindy”, “Good vibrations” en de huidige single “One of us” klonken best leuk met z’n drietjes.
Hij is een graag geziene artiest en mocht terecht al supports verzorgen van Novastar. Probleemloos kreeg hij de handen op elkaar toen hij een sobere versie van “Champagne in the living room” inzette op een 4snaren akoestische gitaar en een aan France Gall’s “Débranche” ontleend nummer. Puik werk. Sterke persoonlijkheid. Een nieuwe Robbie Williams?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: J-Music/LC Music en Ancienne Belgique

Mugison

Warm IJslands feestje in de Botanique – Mugison

Geschreven door

Wie IJsland en muziek googelt of denkt, komt ongetwijfeld bij Björk en Sigur Rós uit, maar de meest westelijk gelegen natie van Europa exporteert nog (meer) aparte noten van onder de poolcirkel. Dat weet men ook bij de Botanique en de line-up van drie bands uit het land van Reykjavik lokte op 25 februari dan ook een volle Rotonde, met zelfs zo’n dertig IJslanders present. Voorwaar een zootje ongeregeld. Zowel op als voor het podium.

Mugison stond als headliner aangekondigd, maar fungeerde  uiteindelijk (en wegens onduidelijke redenen) als uitzonderlijk beleg tussen de sandwich van Helgi Hrafn Jonsson en Belfast FM. Geen hapklare brok, zo zou blijken.

Helgi Hrafn Jonsson opende dus en de eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat we de jonge singer-songwriter, die ook trombone speelt bij Sigur Rós, pas helemaal op het eind van zijn gig bezig zagen. Dat klonk bepaald vrolijk en grappig, al blijkt hij verder een zwak te hebben voor ontroerende popballades.

Maar het was Örn Elías Guðmundsson ofte Mugison die ons – net als de meesten wellicht - naar de Botanique gelokt had. Niet met een band deze keer, maar back to his roots: standing musician. And dito comedian, want zijn hilarische vertelsels tussen zijn nummers boeiden ons haast zo strak als zijn nummers. En dat statement doet zijn nummers beslist geen oneer aan.
Of de organisatoren de IJslandse bard in geruit kostuum met pet als top of the bill opgeofferd hadden omdat hij al een stuk boven zijn noordelijke wodka was, kan best, maar zijn (half?) roes werkte inspirerend, ja zelfs bezwerend. De versmelting van Dylan, Waits en Kravitz smeerde een negental nummers uit over het publiek dat zich er met graagte in wentelde.
De man van de elpees ‘Lonely Mountain’, ‘Little Trip’, ‘Mugimama Is This Monkey Music?’ en ‘Mugiboogie’ houdt van verrassingen: voor zichzelf en voor het publiek. En eigenlijk is hij er zelf één. Na een openende bluessong die meteen aan het schuurgedeelte van de stem van Lenny Kravitz deed denken, beloofde hij nog één melancholisch nummer te spelen en dan ‘fun stuff’ te brengen. Zijn gitaar en zijn zelf ineengestoken sampling machine hielpen hem de belofte nakomen.
De fantastische – in alle betekenissen van het woord – verhalen die de excentriekeling ertussen de zaal in lalde, omzwachtelden zijn concert met een ruigheid die in de diepste noten van zijn muziek ook knettert. Maar tegelijk injecteert hij zijn songs met een intense sensitiviteit die zijn gelijke amper kent. Het was zwaar genieten.
Met “Jesus is a good name to moan” liet hij het publiek mee kreunen, niet in het minste de IJslandse jonge schonen aan zijn rechterzijde, wat hem nog een extra diepe kerm ontlokte. Maar het vrouwelijk schoon kon – zo liet hij doorschemeren - niet op tegen zijn eigenste vrouwtje dat de chaoot in hem helpt recht houden in deze zwaar georkestreerde wereld en aan wie hij het daaropvolgende nummer opdroeg. Ook Elvis kreeg nog een song aangeboden en uiteindelijk speelde hij – mede op vraag vanuit het publiek – “Murr Murr”.
Als bisnummer bracht hij nog een brullend onding waarvan wellicht niemand ook wist of het wel een nummer is en waarvan hij zelf zei dat hij zelden de kans krijgt het te spelen. Aangezien zijn merchandising uitverkocht was, raadde hij nog iedereen aan om te downloaden wat hij ooit gemaakt had. En om de volgende keer vrienden mee te brengen zodat hij in een grotere zaal kon spelen en zo echt geld kon verdienen. En weg was hij, met twee flesjes bier en een leeg glas whisky dat hij in zijn hooliganisch enthousiasme had omgeschopt.
Op het eind van het jaar vraagt onze hoofdredacteur telkens een top-tien van beste concerten op te stellen. Het zou ons verwonderen dat deze gig uit de eerste drie gebonjourd wordt. Een performer pur sang, een muzikant die je niet kan duiden, maar die je diep raakt. Alleen is het verbazend dat niemand deze energetische weirdo op ontdekkingstocht in music land kent. Of is het net daardoor? Te weinig aanpassingsvermogen? Hoeft ook niet.

De overgang van de ruwe troubadour naar de discotheekbeats van FM Belfast kwam hard aan. Te hard voor ons. Synthesizers uit de jaren tachtig met dito beats en schreeuwende stemmen zijn niet ons ding, al was meteen duidelijk dat het jonge IJslandse publiek zijn herkenningsmomenten vierde met hoog opwaaiende armen en hoofden. Vijf jongens met fijn strikje en een even gekke jongedame – met amper 300.000 inwoners moeten er wel nare inteeltgevolgen zijn - pumpten de jam up. Thanks, but no thanks. Al vond Mugison het blijkbaar wel best te pruimen, want hij kwam nog even mee heulen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Midlake

The courage of others

Geschreven door

De Texanen van Midlake namen de tijd te werken aan de opvolger van het doorbraakalbum ‘The trials of Van Occupanther’. We noteerden toen het volgende: ‘de muziek haalt elementen aan uit de poprock, rootsrock en psychedelica. Het zijn vernuftig in elkaar gestoken songs, dromerig, sfeervol en uiterst genietbaar, kleur gegeven door de zangstem van Tim Smith. Midlake verwerkt een vleugje Neil Young, Sparklehorse, Grandaddy en Mercury Rev’.
De opvolger is eveneens verzorgd, kalm, ingetogen en heeft een melancholische klankkleur. Maar de plaat verschilt duidelijk van de voorgaande. Smith heeft zich verdiept in de ‘70’s Britfolk van Fairport Convention, Steeleye Span en integreert invloeden van dezelfde geestesgenoten Focus (luister maar eens naar de flutes op de nummers), Pink Floyd (altijd al een voorname invloed voor Midlake!) en de bard Angelo Branduardi.
Hun eerder op neofolk geleest materiaal is geraffineerd en doorleefd en klinkt sfeervol, dromerig en warm. De elf songs zijn luistersongs ‘pur sang’, hebben hetzelfde tempo en kunnen soms iets krachtiger zijn. Geniet van hun eigen gemaakte stijl en droomwereld …

Bombay Bicycle Club

I had the blues but I shook them loose

Geschreven door

Bombay Bicycle Club: jong tienerbandje scoort hoge ogen in Engeland met hun fris en aanstekelijk debuut. De vier gasten uit Londen boeien met magistrale poprockers die een ‘teen spirit’ gevoel uitstralen en ze kunnen zo op een nieuwe ‘London Calling’ compilatie staan. Zanger Jack Steadman en gitarist Jamie MacCoil (jawel, neefje van wijlen Kirsty) toveren sfeervolle, aanstekelijke, zwierige en rauwe opbouwende popsongs om ons heen. Hard en zacht, uitbundigheid vs donker melancholiek en lichte kost sieren de twaalf nummers.
De band is hoedanook een leuke ontdekking en ze lieten niks aan het toeval over. Ze deden beroep op producer Jim Abbiss, die eerder al instond voor werk van kleppers als Editors, Arctic Monkeys en Kasabian en opperen dus voor een grootse toekomst.
Geniet van hun lekker in het gehoor liggende songs als “Evening/morning” en “Ghost” die het uitgangsbord vormen van hun overtuigende tintelende plaat.

Admiral Freebee

The honey & the knife

Geschreven door

Onze Admiraal Tom Van Laere trok deze keer niet richting VS om een nieuwe plaat uit te breng. De vierde plaat, ‘The honey & the knife’, bijna vier jaar na ‘Wild dreams of new beginnings’ doet de songwriter stilstaan op het leven dat op hem afkomt en 10 jaar Admiral Freebee, wat een debuutgevoel aanwakkerde. Op z’n platen houdt hij van stadsimpressies en heeft hij de nacht als kompaan.
Hij componeerde het nieuwe materiaal in zijn hoofd tijdens lange stadswandelingen. De gitaar nam hij niet mee op zijn tochten. Hij testte songs zonder aankondiging op plekken waar niemand hem kende. Amsterdam werd zo de favoriete onderduikplek. Hij klopte aan bij Jo Francken, de producer van z’n debuut in 2003. In een paar dagen werden de tracks ingeblikt en het resultaat klinkt al overtuigend bij de eerste luisterbeurt.
Tegenstellingen regeren want de nummers gaan van heerlijk opwindend naar ingetogenheid en van beroering tot ontroering, onder z’n warme melancholische, doorleefde en expressieve zang. Sfeervolle, broeierige songs die de Rolling Stones, The Crazy Horse, The Replacements, Cowboy Junkies, Lambchop, dEUS en Grinderman samenbrengt en de songschrijvers Young, Dylan, Bowie, Jagger/Richards en Cave een warm hart toedragen.
De titel is eveneens beeldspraak van tegenstellingen: ‘the honey’ beeldt zich in dat hij zichzelf kent en ‘the knife’ beeldt zich in dat hij de anderen kent.
Meteen wordt de aandacht getrokken met “Blues from a hypochondrial”, snedige, rauwe retrorock die ook op “The art of walking away” te horen is. “Last song about you” en “Always on the run” zijn melodieus zwierige poprockers en we horen sfeervolle pracht op “The longing never stops” en “Fools like us”. Inderdaad een dynamische rocksong staat naast een zeemzoeterige zalvende ballad.
De meeslepende “Look at what love has done” en “Under my secret skin skin” hebben een broeierige spanning en dreiging door de toetsen. En de innerlijke Jagger drijft boven op “My hippie ain’t hip”.
Een schitterende ‘closing final’ is er met het intiem gestarte “Hymns for demons”, waarin een glansrol is weggelegd voor Karolien Van Ransbeeck, die uitmondt in een portie distortion en doodleuk overgaat in het bezwerende, dromerige ingehouden “Home”.
Onze Admiraal koesteren we; hij heeft een overtuigende, gevarieerde, kleurrijke plaat uit van verschillende impressies en belevingen.

The Soft Pack

The Soft Pack

Geschreven door

In een tijd waar alle jonge bandjes iets te hardnekkig proberen de nieuwe Fleet Foxes of Vampire Weekend te zijn, doet het deugd om nog eens wat jonge knapen te horen die pure rock in al zijn eenvoud uitvoeren. Mogen wij u voorstellen : The Soft Pack uit San Diego (voorheen heetten ze The Muslims maar omdat ze niet graag Bin Laden op de koffie zouden hebben zijn ze van naam veranderd).
Hun plaatje barst van de energie, heeft het tempo van Mark Cavendish in volle spurt en is gevuld met frisse en aanstekelijke songs die in de voetsporen treden van The Modern Lovers, The Strokes, The Feelies en The Pixies. Korte songs die rechtstreeks naar het kruis grijpen en voorzien zijn van puntige en venijnige gitaarsolo’s en een sound die al wel eens neigt naar sixties garage- en surf rock, of naar bruisende seventies punk (Buzzcocks) en fijne eighties college rock (Replacements en prille REM).
Uit de tien -eigenlijk allemaal even bruisende- tracks zetten we even onze favorieten op een rijtje : “Pull out” zet in met een Pixies basloopje en bijt vervolgens in ons been zonder los te laten, het knappe “Mexico” is het enige nummer waar wat gas wordt teruggenomen en waarin een loops surfgitaartje het mooie weer maakt en de wervelende afsluiter “Parasites” drijft op een gejaagde gitaarrif die zichzelf naar een extatisch einde scheurt. Mooi, mooi, mooi.
Met bovenstaande bands als referenties had u het ook al wel in de mot, hier is niks nieuws onder de zon (het warm water uitvinden laten The Soft Pack wijselijk aan iemand anders over), maar wel iets wat we in een tijdje niet meer gehoord hadden. Het schijfje duurt amper 32 minuutjes, doch we hebben er al enorm veel plezier aan beleefd. Play again !

Maximus

Mesmerize

Geschreven door

We voelen de lentekriebels bij het horen van de tweede cd van Maximus, het muzikaal project van do-it-all Yannick Uyttenhove. Hij speelde zich al in de kijker als support van Novastar en ook Sweet Coffee trok de man mee in de Culturele Centra. Uit z’n titelloos debuut van 2008 onthielden we al leuke popsongs “Good vibrations”, “Love supercat Mindy” en “Pornstar tity”. De tweede plaat brengt speelse, frisse pop die mijmeren aan het sfeervolle materiaal van Jon & Vangelis, Emerson, Lake & Palmer en Alan Parsons. Niet voor niks horen we in “You’re the voice” de link met “State of independance”, die Jon & Vangelis eerder al coverden van Donna Summer.
Hij weet te ontroeren en geeft de melodieus onschuldige songs een ‘positive vibe’; luister maar eens naar “Mrs Amélie”, “Woman in the military”, “Champagne in the living room”, “Claudia” en de single “One of us”. Puik werk van de singer/songwriter op bas die vocaal onrechtstreeks refereert aan Robbie Williams …Nu nog de succesvolle wonderboy …

Info http://www.maximusmusic.com

Dez Mona

Hilfe kommt

Geschreven door

Dez Mona, onder de tandem Gregory Frateur (zang) – Nicolas Rombouts (contrabas) zijn al toe aan hun derde cd; het uitgebreide collectief mag nu toch wel eens dié verdiende erkenning krijgen. Ze deden beroep op Paul Webb van wijlen Talk Talk, die de songs een broeierige spanning biedt, een sfeertje ten tijde van ‘The spirit of Eden’ en van de soloplaat van Beth Gibbons (Portishead).
In hun materiaal horen we een sterke combinatie van pop, jazz, blues, gospel en chanson in het verlengde van o.m. Gavin Friday, Antony& The Johnsons en Moondog Jr. Het volle stemgeluid van Frateur is bepalend voor de theatrale dramatiek die de songs ademen. Het donkere kantje en het vleugje experiment blijven mooi bewaard in de aangrijpende sound, maar ze kunnen ook rocken en houden er lichtvoetig materiaal op na. De demonische krachten hebben ze met de jaren wat bijgesteld. De eerste songs “Beyond redemption”, “Carry on” en “Get out of here” zijn de basis van die variaties en zorgen ervoor dat we te maken hebben met een spannend plaatje.
Info op http://www.dezmona.com

Pagina 842 van 963