AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
dEUS - 19/03/20...

Resonance Festival 2010 - Eigenzinnig elektronisch muziekfestival in Gent

Geschreven door

Het Resonance-Festival is aan zijn derde jaargang toe en begint iets wat op een traditie lijkt te hebben. De bedoeling is om de meer inventieve artiesten in het elektronische wereldje een plek te geven, en dat begint aardig te lukken. Als je gewoon al de affiche van de afgelopen jaren bekijkt, moet je de programmeurs nageven dat ze hun pappenheimers. Bij mij beperkte de ervaring zich tot een heel zware, atmosferische avond met Deepchord vorig jaar en dat was een unicum voor België.

Met dit in het achterhoofd naar de avond met Bruno Pronsato en Marcel Fengler gaan kijken. Niet dat zij al zo veel wereldschokkends hebben gebracht, maar het zou een DJ-set zijn van een aantal mannen met referenties als Berghain en dan spits je toch even de oren. De eerste set van werd gespeeld voor nog maar een tiental mensen. Diepe techno met veel reverb en Basic Channel-klanken en dat viel heel erg te pruimen als opwarmer. Bruno Pronsato ging in dezelfde lijn verder maar bracht het tempo wat omhoog, maar zijn set was eigenlijk te kort om een verhaal – ik weet het dat is een erg ouderwetse opvatting over de kunst van het DJ-en maar ze klopt wel – te brengen. En het is ook al verboden om buiten de lijntjes te kleuren genregewijs blijkbaar. Dat heeft misschien ook te maken met hun neiging naar minimal, waarbij je de nummers hoort uit te rekken, tot je in een soort hypnosetoestand terecht komt. Dat heb ik mij toch ooit laten vertellen. Het lukte aardig en het nu toch redelijk talrijk publiek wist het ook wel te smaken.
Tot hij plots Schöneberg van Marmion dropte. Kippenvelmoment. Trance op zijn allerverslavends. Het was een hoogtepunt dat waarschijnlijk zelfs wat te sterk afstak bij de rest van de set. Beter zou het niet meer worden en op die toch positieve noot heb ik er korte tijd nadien de brui aan gegeven.

Organisatie: Resonance + Democrazy, Gent

Yuksek

Party concept van de Franse Yuksek

Geschreven door

We werden in Lille al goed opgewarmd door een paar Franse DJ’s , die maar al te graag teruggrepen naar de ‘80’s elektronica dance in hun setje. De Franse elektronica en dance - DJ Pierre –Alexandre Busson aka Yuksek begon pas na middernacht aan z’n liveset, onder een immense hoop elektronica, keyboards en versterkerapparatuur.
Hij stond aan de basis van de nieuwe lichting interessante Fransen en zorgde voor frisse en inspirerende mixes van o.a. Mika, Kaiser Chiefs en White Lies. Voor z’n eigen plaat werkte hij o.m. met Chromeo, Shit Disko en Amanda Blank. Hij brengt straffe kost electro, house, techno, breakbeats, punkfunk, minimal en discotunes en heeft met “Tonight” en “Extraball” van de plaat ‘Away from the sea’ een paar dikke dancefloorkillers op zak.
We hoorden een explosieve set, dansbare break-electro voor fans van Etienne de Grécy, Justice, Cassius en Daft Punk. Een leuke boel en party allemaal, door de vettige basses, trance-electro en opzwepende grooves. En een beetje weird door de overstuurde beats & pieces en de vocodervocals. Mouse On Mars of Autechre zijn daar ook specialisten in. Maar de toegankelijkheid bleef en zocht hij door de pompende, aanstekelijke beats op z’n Leftfields en minimal repetitieve bleeps op z’n Kraftwerks. De flashy lights op het podium werkten handig in om de adrenaline te verhogen. “Plastik”, “I like to play”, “Break Ya” en de twee dancefloorkillers klonken sterk binnen het dansbaar concept to Play. De onverwachtse afwezigheid op Pukkelpop, maakte hij hier ruimschoots goed …

Organisatie: Aéronef, Lille

The Black Box Revelation

More than hot – The Black Box Revelation - ‘Silver Threats’

Geschreven door

The Black Box Revelation en Band Of Skulls vinden het wel met elkaar. Toen de Band Of Skulls in de Bota te zien was (zie de livereview van jan ll) waren de BBR te gast. Ze sloegen de handen in elkaar en trokken na de tryouts van de BBR samen op tour in Engeland. Onze vrienden van de BBR waren support; hier draaiden ze de rollen om … terecht … want in ons Belgenlandje is het duo ‘more than hot’.

Voor de eerste keer in elf optredens in de AB waren zij de ‘top of the bill’; een tot in de nok gevulde AB wou hen aan het werk zien met de pas verschenen tweede cd ‘Silver Threats’, opvolger van het twee jaar oude debuut ‘Set your head on fire’. Het duo Jan Paternoster (zang/gitaar) en Dries Van Dijck (drums), 20 en 18 jaar jong nota bene!, zijn héél goed op elkaar ingespeeld. En iedereen houdt wel van dit jonge bandje … van de doorwinterde rocker die hier de rauwe, vette, retestrakke garage rock’n’roll blues van Link Wray, Iggy & The Stooges of Jon Spencer aan zich ziet voorbij flitsen, de muziekfanaat die te vinden is voor de ‘less is more aanpak’ van The White Stripes, The Black Keys, The Kills, Blood Red Shoes of Japandroids, en de jonge snaak, die net als de twee jonge gasten van de BBR er letterlijk voor gaan, smijten en overgeven.
Inderdaad, het duo speelde anderhalf uur lang stomende rock’n’roll pur sang, plaatste de nieuwe plaat in de spotlights en wisselde ze af met enkele songs van het debuut. Onder hun lappen gitaarrock schuilt smerige rock’n’roll, rauwe rhythm & blues en een catchy melodie, pittig gekruid van psychedelica, een Barkmarket dreiging en een woestijnrockende Kyuss. Straf, strak, robuust, opwindend en fris.

Het wild enthousiaste duo is van het juiste (rock) hout gesneden. Onder een resem witte spots en lampen, aangevuld met stroboscoops, openden ze met een zompige “Run wild” en “Where has all this mess begun”, klassesongs qua opbouw en intensiteit. De gitaarsoli en pompende drums van de twee losgeslagen honden sierden. De singles “Gravity blues” (wat een gitaarslide en –riff btw!) en een huppelende, opzwepende “High on a wire” (ondanks de DM referentie) volgden. Het jonge publiek ging volledig uit hun dak, skydive-den alsof het een lieve lust was op die herkenbare tunes. Een krachtig, gebald tempo dat ze nog aanhielden op “5 o’clock turn back the time”. We konden even op adem komen met “Our town has changed for years now”, een broeierige ballad die intrigeerde en overtuigde door het gitaargetokkel, tromroffels en hand-drums. Ze dreven het tempo terug op en draaiden door tot het bittere eind met een rock’n’rollende “You better get in town with the devil” en de intens spannende “You got me on” en “Sleep while moving”. Er volgden dan rauwe versies van “I think I like you” en “Do I know you”; ze herleiden de bluesy slides tot een minimum. Goed op dreef gaven ze er nog een tandje bij op een uitgesponnen “I don’t want it” die door de bezwerende soli en de repetitief opbouwende krachtige drums elan kreeg. En een stuwende, bruisende “You set your head on fire” klaarde het zaakje volledig met Sonic Youth noiseloops en Nirvana grunge akkoorden er tussenin. Paternoster sprong met gitaar en al het publiek in, had er nog niet genoeg van en speelde enkele verbeten akkoorden als outtro. Hier leek een jonge Cobain aan het werk of meer, een jonge Iggy, zonder ontbloot bovenlijf, maar mét gitaar!

Het duo werd letterlijk op handen gedragen, speelde heerlijke rock’n’roll in al z’n vormen en tekende voor één van de beste Belgische live acts van het moment …BBR was venijnig en scherp, intrigeerde en beklijfde …
In de bis gingen ze ook nog fel tekeer: een opbouwende “Never alone/always together”, een straight forward “You gotta me on my knees” en tot slot “Here comes the kick” (op plaat met hulp van Beverly Jo Scott) was een lange bezwerende gitaartrip, een terechte afsluiter die ze vol overgave speelden en een mengvorm was van ‘alternative’, woestijnrock, grunge en rock’n’roll (Kyuss / Masters Of Reality / Barkmarket / Nirvana en de rits rock’n’roll freaky music). Een ongelofelijk sterke en verbluffende live set die nazinderde … Noteer alvast de cluboptredens in ons land en hun set op ‘Les Paradis Artificiels’ in Lille met Triggerfinger en Iggy & The Stooges.

En ons arendsoog hield de Band Of Skulls uit Southampton in het oog; ze worden getipt als één van de beloftevolle ontdekkingen in 2010. Een stevige scheut alternatieve indierock en stonerblues, rauw, vunzig als toegankelijk en aanstekelijk! Kracht en finesse gingen samen in deze korte set. De groep ging er fors tegenaan, behield de subtiele melodielijn en verloor zich in geen enkel moment in oeverloze soli binnen deze stijl. Ook zijn er twee straffe vocalisten (wat een schurende emotionaliteit), die de sound explosiever maakte en vonken gaf als ze samen hun snedig doorleefde songs zongen. Onweerstaanbaar toch! Aanschaffen die debuutplaat ‘Baby darling doll face honey’ en noteer ook maar hun optreden voor een tweede keer Bota in juni!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Chris Rea

Bluesrockend in z’n eigen freeworld - Chris Rea

Geschreven door

Chris Rea scoorde een resem softrock hits in de eighties en het begin van de nineties. Brave, soms wat melige liedjes, die het vooral goed deden in Europa. In de U.S. is zijn succes immers nooit zo groot geweest. Maar in 1989, op ‘Road to Hell’, werd de sound wat harder. De opvolger ‘Auberge’ werd zijn meest succesvolle plaat in de U.K. met een eerste plaats op de charts. Daarna werd het allemaal wat minder, maar Rea bleef verder nieuw materiaal afleveren.
In 2001 hing zijn leven aan een zijden draadje: er werd pancreatitis bij hem vastgesteld. Na een uiterst risicovolle operatie kwam hij er weer bovenop. Maar de levensbedreigende ervaring veranderde zijn levenshouding volledig. Hij besloot zich alleen nog volledig in te zetten voor de dingen die hij echt belangrijk vond.
Op muzikaal gebied was dat de blues, die voor hem altijd heel belangrijk geweest was. Hij bracht ‘Blue Guitars’ uit, dat bestaat uit 11 CD’s met 137 eigen nummers: allemaal geïnspireerd door één of andere bluesvorm. De hoezen zijn reproducties van eigen schilderijen. Commercieel gedoemd om niet erg succesvol te zijn, maar dat kon hem eigenlijk niet veel schelen … En vorige maandag was hij weer terug op een Belgisch podium in Vorst Nationaal.

Ik hoopte stiekem op een wat hardere aanpak van zijn oudere werk en ik werd prompt op mijn wenken bediend: zes muzikanten betraden het podium: één keyboardspeler, de drummer, en zo maar eventjes vier gitaristen! Ze zetten direct de toon met een aantal bluesnummers. De gitaarsound vulde de hoge concertzaal in Vorst: bepaald indrukwekkend met een zeer goede klankbalans. Chris zorgde voor afwisseling door na ieder nummer van gitaar te wisselen. Zijn diepe, ietwat hese stem paste heel goed bij de sound van de groep.
De nummers die hij schreef voor zijn dochters Josephine en Julia mochten natuurlijk niet ontbreken, evenals “Stainsby Girls”, dat hij schreef voor zijn vrouw. Maar ze werden allemaal in een aangepaste, zwaardere versie gebracht. Dat viel heel erg mee en het gaf aan die nummers een heel andere dimensie. Een aantal van de meer softe hits liet hij vallen: een teleurstelling voor een aantal fans, maar niet voor de liefhebbers van het wat ruigere werk, zoals ondergetekende.
De opbouw van de meeste nummers was nogal gelijklopend: meestal was het begin rustig en traag. Maar dan werd het tempo (en ook het volume) opgedreven. Op het einde snerpten de gitaarklanken dan door de zaal voor een korte maar hevige climax: heel indrukwekkend en perfect gedoseerd.
Rea had er duidelijk wel zin in. Hij sprak zelfs nu en dan een paar woorden tot het publiek. Iets dat normaal niet zijn gewoonte is.

Het concert werkte naar een climax toe met een prachtige versie van “Let’s Dance”. Voor mij, en naar het applaus te horen ook voor de meeste fans, had het zo nog een half uurtje verder mogen doorgaan. En ik werd op m’n wenken bediend … Mooi toch?!

Setlist: I Can't Wait for Love, Work Gang, Where the Blues Come From, Josephine, Easy Rider,  'Til the Morning Sun Shines on My Love and Me, Looking for the Summer, Julia, Stony Road, Electric Guitar, Come So Far, Yet Still So Far to Go, Somewhere Between Highway 61 and 49, Stainsby Girls, The Road to Hell, On the Beach, Let's Dance

Organisatie: Live Nation

The Scene

The Scene: rauwer, heser, tederer…

Geschreven door

Links en rechts zagen we in onze omgeving wel wat wenkbrauwen fronsen toen we zeiden dat we naar The Scene gingen kijken. Ja, ze bestaan nog. Of ‘weer’. Ja, ze staan er nog. Of ‘weer’. En ja, ze klinken nog steeds als toen. Of nee, nog iets rauwer en heser en zelfs nog tederer.

Met hun nieuwe plaat ‘Liefde op doorreis’ - tegelijk de noemer voor hun theaterronde die door Vlaanderen zweeft -  is een vervolg gebreid aan de reünietour van drie jaar terug. Meer nog, dit luidt een volwassene scene in die de zwanzende zatten wil mijden. En we raden die het omgekeerde ook aan. The New Scene gaat intiem en diep. En wie er bij was in de Ancienne Belgique zag en hoorde dat het goed was.
Vanuit het pikkedonker daagden de schimmen van weleer op en gaven ze met “Rigoureus” de misschien wel aarzelende, maar toch wel innige aanzet van wat zich tot een warm concert zou ontspinnen. “Zuster” volgde en kreeg een beatje mee, maar dan was het tijd voor nieuw werk. “Straat” was rustig, “Atlanta” heel uitgebreid ingeleid en gelinkt aan Sarah Bettens en het bezoek van Thé Lau aan het Martin Luther King in Centre in de genaamde stad. ,Een gevoel dat je nooit meer loslaat’ wilden we wel voelen, maar verder dan de “I have a dream”-quote kwamen we niet.
”(‘Mijn lief van’) ‘Vier seizoenen” werd zijdezacht  uitgespreid en “Breek de ban” – de favoriet van de latent maar noodzakelijk aanwezige bassiste Emilie Blom Van Assendelft – ging over in een poëtisch-sterke (‘eenzame grootsheid van een’ )Vrouw (‘waar ik meer dan van muziek van hou’). Voorwaar een tekstueel meesterwerk.
Voor de rockband van ooit akoestisch ging, bracht The Lau met “Rauw, hees, Teder” nog een ode met en aan zijn onnavolgbare stem. Het vijftal ging gezellig samen zitten en “Mijn land”, “Samen”, “Geluk”, “Volle maan” en “S.E.X.” (voor de bronstige Belg in het publiek) waren pareltjes van innemende intimiteit. De zitsessie met trommeldoosstoel en lullig keyboardje van 300 euro, sloten ze af met een rustige versie van “Blauw”, die voor een aantal toeschouwers de drumapotheose miste en net na het akoestisch deel had mogen de slotfase inleiden.
Thé Lau bleef in zichzelf en ontweek zijn rockverleden. De taalvirtuoos goot een collage van dromen over New York, Parijs en Amsterdam in de slepende “Nachttrein”. De flarden schitterende teksten gingen soms verloren in het traditioneel monkelend gelal van Thé Lau, maar zijn ‘handoplegging’ bij zijn bassist tijdens het breekbare (’Ik hou van jou en ik’) “Leef” greep aan. “Geloof” ging weer luider, harder, ruwer en dan was het gedaan.
Of bijna. Met een flinke knipoogsneer naar Clouseau werd het toepasselijk “Sterven op de planken” gebracht, maar dat is The Lau nog niet van plan. Want “Iedereen is van de wereld” moest nog de apotheose worden. En dat werd het.

Een theatertournee (‘of u niet even wil zitten’, grapte Emelie) waarvan haast elke noot de moeite is om zachtjes te kraken. En niet enkel voor wie The Scene wil ‘her’ontdekken.

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Hockey

Het beloftevolle Hockey moet nog wat bijschaven

Geschreven door

’Mind Chaos’ is het debuut van de uit Portland, Oregon afkomstige Hockey onder de androgyne zanger Ben Grubbin, die over een eerder raspende stem beschikt en qua allures mee in het rijtje past van Jack Shears van Scissor Sisters. Hockey haalt invloeden van de punkfunk, ‘70’s retro en ‘80’s popwave. Ze hebben de rock-, wave- en psychedelicalooks en onderscheiden zich met een aantal opwindende, frisse popsongs door aanstekelijke gitaarpartijen, toetsen en drums.

Live zetten ze hun chaotische geesten in even chaotisch gespeelde songs om. Het was even zoeken naar de fijne, subtiele popmelodieën. Maar het jonge publiekje liet het niet aan hun hart komen en genoot van de aantrekkelijke, pittige, dynamische melodieuze songs als “Work” en “Learn to lose” die de set openden. Grubbin zweepte ze op door mee te drummen. Ze straalden alvast een ‘positive vibe’ uit, wat al gauw het rommelige toontje deed vergeten. Ze helden over naar de ‘80’s synthpop, disco en punkfunk op “Wanna be black”, het nieuwe “Rebels Mary Young” en “3AM Spanish”. Door een fikse geut beats & bleeps en discotunes kregen ze door de knoppenfreak van dienst wat meer elan. En dan was er de leuke countryfiller “Four holy photos”, een John Wayne of een Lucky Luke pastiche, die een aangename verfrissing betekende binnen het groovende concept van de band. En het was door de grappige interventies leuk meegenomen. Ze namen wat vaart terug met o.a. “Curse the city”, meeslepend, sfeervoller materiaal. Op plaat als live nu net niet het sterkste. Ze omzeilden net op tijd de verveling met “Song away”, één van de meest poppy nummers: vaardig, toegankelijk, ontspannend, zomers en een fluitend refreintje. Tot slot mengden ze allerlei invloeden samen op “Preacher” en “Everyone’s the same age”, inventieve energieke songs, die verrassende wendingen en een feller einde hadden. Hier putte het kwintet uit de punkfunk van LCD Soundsystem, The Rapture en The Klaxons, linkte het aan het huppelende Hot Hot Heat en het oude Franz Ferdinand en kruidde het met de ‘70’s retro van The Strokes.
Ze hielden een dansbaar tempo aan in de bis met de single “Too fake” en ze intrigeerden de funkende groove van Heaven 17 en Gang Of Four op “Put the game down”. Een overtuigende afsluiter, die de band op een breder, grootser platform bracht!

Hockey heeft nog niet de muzikale scherpte van geestesgenoten Friendly Fires en Passion Pit, maar kunnen met een volgende plaat vervaarlijk in de buurt komen . Op plaat als live nog wat bijschaven en we hebben met Hockey een voorname troef op tafel gegooid …

Organisatie: Botanique, Brussel

Mintzkov

Rising sun, Setting sun

Geschreven door

Mintzkov, in een ver verleden een Humo’s Rock Rally winnaar, is toe aan hun derde plaat, na ‘M for Means and L for Love’ en ‘360°’. Net als op de vorige plaat , heeft de band een eigen identiteit ontwikkeld en geraakte de Antwerpse band, onder de tandem zanger/gitarist Philip Bosschaerts en zangeres /bassiste Lies Lorquet, af van de dEUS-link.
We horen heerlijke poprock en knap in elkaar gestoken melodieuze catchy songs. De toetsen zorgen voor een aangenaam kleurpalet. Betreffende de zang houdt Mintzkov zich aan de mooie, nasale zang van Philip. Lies haar zang is op de plaat tot een minimum herleid.
Ze deden beroep op producer Jagz Kooner die al instond voor materiaal van Primal Scream, Kasabian en Reverend & The Makers.
’Rising sun, Setting sun’ is een gevarieerde plaat, die eens rockt als op de single “Opening fire”, “Finders keepers”, “Coronary street” en de titelsong; sfeervoller klinken ze op “Author of the play”, “The simple future” en het afsluitende “Gemini”. En met “Roadbuilding” hebben ze hun meest intens spannende, broeierige song klaar.
Wat het ook zij, de songs hebben een sterke opbouw en melodie en vloeien moeiteloos in elkaar over.
Mintzkov heeft een overtuigende plaat uit, bewijst één van de gevestigde waarden te zijn in ons landje en het mag de talentrijke band een terechte doorbraak opleveren in het buitenland.

The Antlers

Hospice

Geschreven door

Een hartbrekend verhaal horen we op de plaat van Peter Silberman, de spil van het uit Brooklyn, NY-se trio The Antlers. ‘Hospice’ is een conceptplaat van dromerig, ingetogen songs, een niet voor de hand liggend geluid, avontuurlijk, creatief, ingenieus is en verrassende wendingen ondergaat.
Er schuilt een onfortuinlijk verhaal achter de muziek: een verpleegkundige die verstrikt geraakt in een zelfvernietigende relatie van een terminaal ziek meisje dat sinds haar jeugd door nachtmerries wordt achtervolgt.
The Antlers was eerder nog een éénmansproject, maar na twee albums werden een drummer en een keyboardspeler toegevoegd. Het is een knappe plaat die meerdere luisterbeurten vergt om z’n schoonheid prijs te geven. ‘Hospice’ bevat sfeervolle, intrieste songs bepaald door soundscapes en repetitieve akkoordjes en soms worden blazers toegevoegd; ze worden gedragen door de hoog uithalende, emotievolle stem van Silberman. In de songs horen we gaandeweg een voller geluid en zijn een paar songs voorzien van noise-erupties, waaronder “Atrophy” en “Two”. Bloodmooi klinken “Kettering” en de “Epilogue”. “Bear” en “Wake” boeien door de variaties. Een bundeling van de muzikale sterkte is er ongetwijfeld op het compacte “Sylia” en het sferische “Shiva”.
Ontroerend plaatje die muzikaal durft uit te halen en daarmee is ‘Hospice’ een intens broeierig en spannend plaatje geworden. 

Finntroll

Nifelvind

Geschreven door

Er zijn zo van die bands die al vanaf de eerste luisterbeurt een blijvende indruk hebben nagelaten en een speciaal plaatsje verdiend hebben in mijn Metalen hart. Zo'n band is Finntroll. Sinds het beluisteren van hun kraker ‘Jaktens Tid’ is mijn muzieksmaak nooit meer hetzelfde geweest. En nu, na een mcd en twee albums hebben ze eindelijk terug een nieuw album opgenomen met de titel ‘Nifelvind’.

En het is hun interessantste en afwisselendste album tot nu toe moet ik zeggen! Ze zijn duidelijk volwassen geworden. Alles is wat serieuzer, maar ook subtieler. Het zit hem nu vooral in de details, de muziek is niet meer zo makkelijk als in de tijden van Nättfodd om maar een album te noemen. Maar na enkele luisterbeurten merk je al snel de geniaalheid van deze nieuwe langspeler.
Na de verplichte intro beginnen we met “Solsagan”, het nummer waar ook een tamelijk ‘dirty’ videoclip voor werd gemaakt. Ja, het gitaarwerk is hier duidelijk meer naar voren geschoven, maar het is niettemin typisch Finntroll. Vooral het gezongen folky melodietje dan, dat overigens ook in de intro te vinden is.
”Den Frusna Munnen” is zo'n beetje het interessantste en experimenteelste nummer dat Finntroll ooit heeft gemaakt. Er komen een heleboel vreemde invloeden en melodieën naar voor die we niet gewoon zijn bij Finntroll, maar desondanks is het toch een nummer dat barst bij de band. “In Ett Norrskensdad” wordt voor het eerst een echte viool geïntroduceerd in de muziek van Finntroll maar een aanstekelijke en doorsnijdende melodie. Ook dit nummer vind ik geslaagd.
“I Trädens Sang” is terug een stuk agressiever en rechtdoor. Het ging gerust op hun vorige album kunnen gestaan hebben, ware het niet dat er een soort van andere sound heerst die wat doet denken aan hun debuutalbum.
Ja, ‘Midnattens Widunder’ is een album waar ik verder nog enkele keer aan herinnerd wordt bij het beluisteren van dit album. Dit door subtiele verwijzingen in melodieën en vooral bepaalde keyboardinstrumenten die ook veel gebruikt waren op dat album. ik kan deze beslissing alleen maar ferm toejuichen, want het komt de sfeer van de nieuwe nummers ten goede!
Verdere nummers hebben ook nog een eigen karakter. Na het geniale nummer “Tiden Utan Tid”, dat ferm naar ‘Midnattens Widunder’ verwijst, krijgen we een akoestisch nummer in de vorm van “Galgasang”. Een goede rustpauze want “Mot Skuggornas Värid” gaat er weer ferm tegen aan met een lekker ritme en bijhorend gitaarwerk.
Eén van de hoogtepunten van het album voor mij is “Under Bergets Rot”, een nummer dat al eerder op de myspace van Finntroll te beluisteren viel. Na “Fornfamnad”, een nummer met een pakkende hoofdmelodie en veel creepy geluidjes, komen we uiteindelijk bij het laatste nummer. “Drap” bevestigt nog eens mijn oordeel dat ‘Midnattens Widunder’ hier vaak om de hoek komt kijken, dit hoor je dan vooral bij het einde van het nummer.

De rit zit er op en ik ben heel erg tevreden. Finntroll heeft bewezen dat ze niet bang zijn van wat verandering en wat experimenteren, iets wat verder weinig voor komt in het genre Folk Metal en aanverwanten. Laat dit een les voor jullie zijn!

Radio Moscow

Brain cycles

Geschreven door

Om Radio Moscow te situeren kunnen we zomaar eventjes 40 jaar terug in de tijd gaan, naar powertrio’s als The Jimi Hendrix Experience, Cream en Blue Cheer. Vettige rock geworteld in de blues, overvloedige gitaarsolo’s en heavy psychedelica met de Marshall versterkers op maximum volume. Volledig in de tijdsgeest van de late sixties horen we in “No good woman” zelfs een heuse drumsolo (Radio Moscow moet zowat de enige band zijn die dit op vandaag nog aandurft, doch we laten het volledig aan de luisteraar over of dit al dan niet een goed idee is).
Verder is dit een album naar ons hart. De riffs zijn stevig en splijtend, de groove en bij momenten ook de funk zitten goed in dit werkje genesteld en de krachtige songs staan flink met hun poten in de vunzige early seventies modder.
Misschien niet meer van deze tijd, maar wij kunnen in ieder geval dit plaatje wel smaken, want wij zitten er nooit om verlegen om al eens iets van The Free, Black Sabbath, Ten Years After, Grand Funk, Cactus of Hendrix in onze cd lader te schuiven. Vooral de geest van deze laatste is nadrukkelijk aanwezig op ‘Brain Cycles’. Zijn er dan geen raakpunten met het heden ? Toch wel, stel u The Black Keys voor mochten die hun gitaarsolo’s een ferm stuk uitvergroten. Maar goed, waar hebben The Black Keys de mosterd gehaald, dacht u ? Juist.
Zo retro als’t maar zijn kan, maar wel een ferme schijf.

Pagina 841 van 963