logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Gavin Friday - ...

Mudhoney

Mudhoney: Punkrock van het betere allooi

Geschreven door

Mudhoney stond begin jaren 90 samen met Nirvana aan de wieg van de grunge scene in Seattle. Beide bands waren even belangrijk voor de grunge beweging, maar Mudhoney is in de underground scene blijven circuleren terwijl Nirvana ondermeer door toedoen van geldruikende businesslui tot wereldact werd gebombardeerd en nu letterlijk onder de grond zit.
In tegenstelling tot verwante bands als Pearl Jam en Soundgarden, wiens sound eerder gericht was op de oer-rock van Led Zeppelin en Black Sabbath, lagen de roots van Nirvana en Mudhoney duidelijk in de punkrock. Tot op vandaag is Mudhoney aan dat rauwe geluid trouw gebleven. De groep is gestaag de clubs blijven afschuimen en bleef ver weg van stadions en mega zalen. Ook op de festivals vond je Mudhoney steevast terug op de kleinere nevenpodia, daar stond je dan welgemutst met uw kop te schudden tussen de echte liefhebbers, die kerel links van u met een Melvins t-shirt, die rechts met één van Dead Moon.
Moet het gezegd dat Mudhoney zich thuisvoelt in een zaaltje als Minnemeers waar de toog zich op enkele meters van het podium bevindt en waar het bier van de muren druipt ?

Het concert kwam een beetje moeilijk op gang. De band putte voor de eerste vijf songs uit hun nieuwste -en wat ons betreft voortreffelijke-  album ‘The Lucky Ones’ en dat was niet bepaald waar de zaal zat op te wachten. Niet slecht maar een beetje braaf, dachten wij zo. Het bleek maar een opwarmingsronde.
Vanaf nummer zes, een ferm “You got it” (uit de prille beginperiode, toen ze hun haren nog niet wasten), plugde ook zanger Mark Arm zijn gitaar in en de groep was vanaf dan goed vertrokken voor een wervelend uurtje punkrock van het betere allooi, gevuld met een mooie greep uit hun 9 platen. Fel en verbeten waren de bloedende kronkel “Sweet young thing ain’t sweet no more” en de publiekslieveling “Touch me I’m sick”, die er met het elan van de vroege jaren keihard doorgeramd werd, punkrock it is.
Mark Arm ging heviger en agressiever zingen naarmate de set vorderde en dat resulteerde in een knallende finale. Helemaal op het eind blies Mudhoney er met een geweldige kwak “In and out of grace “ en “Hate the police “ door, twee uiterst gemene lappen uit hun klassieker van 1990 ‘Superfuzz bigmuff’ (rode draad doorheen dit optreden en dit jaar heruitgebracht, u weet wat u te doen staat), waarmee ze meteen een vettig punt zetten achter een fijn concertje. 

In het voorprogramma mochten de Gentse straathonden Kapitan Korsakov hun nieuwe cd komen voorstellen (het kreng was helaas na de persing in Duitsland blijven steken waardoor ze het niet konden verkopen aan de toog, balen is dat). Ze deden hun ding met veel power, energie, geschreeuw (echt gezongen werd er niet) en korte gemene harde stroomstoten van songs. Tamelijk luidruchtig, maar er zat iets in.

Organisatie: Democrazy, Gent

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …

Cascada

Evacuate the dancefloor

Geschreven door

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

Sunn O)))

Monoliths & Dimensions

Geschreven door

Het Amerikaanse Sunn O ))), Stephen O’Malley en Greg Anderson, masters of doom en dronetrips, bereikten met de vorige cd ‘Black one’ terecht een ruimer publiek. Hun hallucinante tranceachtige trips werden gestuurd en bepaald door logge, lome en repeterende, donkere ritmes van gitaar- bas feedbackgeraas en Moog synths, onder een muur van versterkers en pedaaleffects … Grensverleggend …doom en drones als kunstmuziek.
Op het recente ‘Monoliths & Dimensions’ staan vier indrukwekkende composities (een trip van ruim 50 minuten) van massief, slepende gitaardrones, ingevuld met keelgezangen, mannen – en vrouwen koren, blazers, violen en synths. Een verbluffend geheel …IJzingwekkend, ontroerend en filmisch.
Sunn O ))) staat garant voor avantgarde, een kruispunt van drone, modern klassiek, minimalisme en jazz. For fans of Earth, Oren Ambarchi, Eyvind Kang en Sun Ra…kwestie dat we deze bands niet zouden vergeten melden …

Editors

In This Light And On This Evening

Geschreven door

Zo fronsten we een paar keer flink de wenkbrauwen toen we “Papillon” voor het eerst hoorden. Een onherkenbare metamorfose van Editors. Het was snel duidelijk dat ze voor hun derde album de gitaren in een stoffig hoekje gezet heeft en ze voor een resem synthesizers inruilde. Het is niet de eerste band die dit doet (denk maar aan Franz Ferdinand), maar hier gaan ze wel heel drastisch te werk. Editors lijkt in het niets nog zoals op debuut ‘The Back Room’ of doorbraak ‘An End Has A Start’, bijna alsof het hier gaat om een totaal andere groep gaat (of misschien in extremis een zijproject van Tom Smith). De postpunk is hier nergens meer terug te vinden. Enkel de donkere ondertoon in muziek, tekst én stem is behouden. Joy Division meets Depeche Mode om het zo te stellen. De vorige sound was meer dan oké en het is jammer dat die al afgevoerd wordt. Tijden veranderen nu eenmaal. Of is het een poging om de fans van Interpol te sussen?
We betreurden de verandering zeker niet. Editors mag dan wel vriend en vijand verrassen, ze staan er wel als een huis met hun negen songs. Anders dan vorige albums draagt de stem van Smith het geheel meer. Zoals gezegd een overwegen donkere toon zoals te horen in “In This Light…”, “You Don’t Know Love” en “The Big Exit”. Huidige single “Papillon” klinkt dan nog het opgewekst van al. Overigens heeft dat nummer al geschiedenis geschreven door vanuit het niets op nummer 1 te komen in de Ultratop. Het kinderlijk aandoend deuntje in “The Boxer” klinkt in het begin nogal ridicuul, maar door de opbouw verdwijnt dat idee al snel. We verwachten dat “Bricks And Mortar” en “Eat Raw Meat = Blood Drool” nog in de hitlijsten zal geraken. Die nummers liggen gemakkelijk in het gehoor tussen al de zware kost. Afsluiter “Walk The Fleet Road” laat ons een laatste keer horen dat Smith ons moeiteloos laat meeslepen met zijn stem.
De fans zullen geschokt zijn en we weten nu al dat de meningen grondig verdeeld zullen zijn. Geef ze gerust een kans. Het kan geen kwaad toch?

The Jim Jones Revue

The Jim Jones Revue

Geschreven door

Als u uw rock’n’roll echt vuil, gortig en smerig wil dan moet je bij The Jim Jones Revue zijn, een bende vunzige rioolratten uit London die hun sporen verdiend hebben in de garage underground van Thee Hypnotics en Black Moses.
In amper 48 uren hebben zij op 4 sporen hun debuut op plaat gekwakt in een -hoe kan het ook anders- extreem rauwe en gure productie (Raw Power van The Stooges, iemand ?).
Jones zingt met het geweld van een op drift geslagen Little Richard, hij huilt en schreeuwt als vuile honden Lux Interior of Jon spencer. De sound is ruig als The Sonics en splijtend als MC 5. Een stel wilde gitaren barsten niet zelden uit hun voegen en een piano wordt op regelrechte Jerry Lee Lewis wijze zwaar gemolesteerd. In amper een half uurtje worden er aan een hels tempo tien ongeschoren gruizige lappen van songs doorgejaagd. Eigenlijk zijn het simpele -maar soms compleet ontspoorde- rock’n’roll songs voorzien van een ongezonde dosis buskruit.
The Jim Jones Revue staat voor vuile blues, gestoorde hard-rock, gemene rock’n’roll en de goorste garage-rock. Hoera !
Wat ons betreft is dit geweldige rioolrock. We just love it !

Sophia

Sophia: gelouterde ziel maakt van de Minnemeers een knusse huiskamer

Geschreven door

Welkom in de droefgeestige leefwereld van Robin Proper-Sheppard. De man overtuigt in giftig en pittig donker songmateriaal over de dramatiek in z’n ‘lief en leed’- relaties. De autobiografische pijn weet ons te pakken …”It hurt writing these fucking songs” .. en ‘de fucks’ vlogen ons tussen de nummers om de oren … de ’terneure’ stemming is z’n inspiratiebron, hij put er energie uit en het is z’n broodwinning. Gelukkig beschikt hij nog nét over die zelfrelativering in z’n zwaarmoedige teksten door een dosis luchtigheid aan de dag te leggen (waaronder vanavond met de Belgisch melocakes). Robin Proper-Sheppard houdt van z’n Belgisch publiek door een bijna twee uur durende set, waarbij hij putte uit de vijf herfstplaten; op het eind bracht hij ons in ontroering door een handvol intieme songs naakt, puur en oprecht te spelen op akoestische gitaar en een vervlogen strijker.

Heerlijk somber materiaal konden we dus horen, bepaald door (slide) gitaartokkels, steelpedal, piano, een spaarzame percussie, het strijkerensemble The Sophia Quartet en gedragen door mans emotievolle diep stem. Proper-Sheppard dompelde de anders zo rockende Minnemeers zaal om tot een knusse huiskamer om die broeierig sfeervolle songs optimaal tot hun recht te laten komen. De laatste jaren zijn de strijkers een constante factor geworden en zorgen in de set voor extra draagkracht door de mooie, aanzwellende partijen. Met negenen waren ze on stage.
In een intiem donker decor openden de dromerige “The sea” en “Swept back”. “Signs” werd gekenmerkt door een intense opbouw en een iets forsere aanpak. Je hoorde op het uiterst breekbare en sober gehouden “Ship in the sand” haast een speld vallen. Hier ontbrak een kamerlamp en een kaars nog … “Storm clouds” bood haast letterlijk het beeld golven en het klotsende water.
Het aandachtige publiek in een haast uitverkochte Minnemeers onthaalde onze gelouterde songwriter en z’n band erg warm. Sophia ging iets breder in een uitgesponnen “Desert song”, “Pace”, “Dreamin’” en “I left you”. De laatste twee ging naadloos in elkaar over. Toch durfde hij en z’n band krachtiger klinken, zoals op “Oh my love” en “obvious”. Traditiegetrouw besloot het broeierig opbouwende “The river song”, z’n eerbetoon aan z’n overleden soulmate Fernandez van The God Machine, na meer dan een uur de set.
Wat we in de ruime bis te horen kregen, was om te likkebaarden, ondanks de verlieservaringen en zelfbeklag, die hij probeerde te relativeren. Solo bracht hij beklemmende versies van “Lost en “Something”, met z’n band o.a. “If only” en tot slot haalde hij van onder het stof met een strijker op de achtergrond “Holidays are nice” en “Directionless” (voor z’n puber-ende dochter!).

We hadden te maken met intens doorleefde, hartbrekende songs. Proper-Sheppard schrijft z’n pijngevoelen van zich af; ze zijn nét de juiste impulsen om richting te geven aan z’n leven. We mogen dus blij zijn dat hij het op die manier kan doen, of we waren de man al (lang) kwijt gespeeld … Kortom, een kalm en sfeervol optreden om te koesteren …

Organisatie: Democrazy, Gent

Masters Of Reality

Masters Of Reality: Goss & co vegen alle stonerrock clichés van tafel

Geschreven door

Wie of wat was er eerst: de kip of het ei, God of de mens, Chris Goss of stonerrock? Als bezieler en enige constante factor van Masters Of Reality wordt zanger, gitarist en meesterproducer Goss tegen wil en dank opgevoerd als één van de founding fathers van de zogenaamde woestijnrock, terwijl zijn muzikale smaak heel wat verder reikt dan slepende gitaarrifs, diepe bassen en logge drums. Zo blijkt de inmiddels 50-jarige Amerikaan immers een fervente aanhanger van Cream’s psychedelische powerblues, heeft hij zijn bewondering voor The Beatles (met name John Lennon) nooit onder stoelen of banken gestoken, en is hij dikke maatjes met UNKLE brein James Lavelle met wie hij in 2007 het onbegrepen post-triphop meesterwerk ‘War Stories’ opnam. Masters of Reality is ontegensprekelijk het prototype cult band: ze worden op de voet gevolgd door een hondstrouwe aanhang, produceren tijdloze albums die verder voor geen meter verkopen en kunnen dus op weinig tot geen radio airplay rekenen. Op twee decennia tijd heeft de figuur van Chris Goss lichtjes mytische proporties aangenomen, een gevoel dat enkel maar wordt versterkt doordat het aantal optredens van Masters Of Reality op Belgische bodem gemakkelijk op één hand te tellen is. Het moet intussen van die ijskoude decemberdag in 2001 geleden zijn dat we Masters Of Reality nog eens aan het werk zagen in de inkomhal van het Gentse S.M.A.K.. Ter gelegenheid van de release van het zesde Masters Of Reality studioalbum ‘Pine/Cross Dover’ verkoos Goss ook deze keer Gent als locatie voor hun enige Belgische optreden wat De Vooruit afgelopen zondagavond aardig deed vollopen.

Het late night concert werd ruim na 23u op gang getrapt met “Absinthe Jim And Me” en “Dreamtime Stomp”, twee uitstekende nummers uit het jongste album die boven alles een onheilspellende en psychedelische sfeer uitademen. Het publiek bleef aanvankelijk wat onberoerd bij dit nieuwe materiaal en leek vooral onder de indruk van de imposante verschijning van Goss. Pas toen “The Blue Garden” brutaal werd ingezet kon het feest der herkenning echt beginnen. Dit nummer uit het inmiddels niet meer in de reguliere handel te verkrijgen Masters Of Reality debuut (’88) kan met zijn bombastische openingsrif en vocal harmonies gemakkelijk doorgaan voor de missing link tussen Black Sabbath en The Beatles, en prijkt als publiekslieveling al sinds jaar en dag op de live setlist van de groep. Goss bleef hierna de evergreens uit de Masters Of Reality catalogus kwistig in het rond strooien: het repetitieve “Deep In The Hole” kreeg een symfonische intro aangemeten, het tekstuele niemendalletje “V.H.V.” werd verheven tot een slepende bluesstandaard en “Third Man On The Moon” is nog steeds het beste nummer dat Led Zeppelin vergat te maken.
De innemende Goss leek zijn rol van retrorock peetvader overigens vrij ernstig te nemen. Hij zocht slechts met mondjesmaat contact met het publiek en liet vooral tijdens de meer complexe nummers uit ‘Pine/Cross Dover,’ zoals het psychedelische dub experiment “Worm In The Silk”, een heel geconcentreerde indruk. Vanwege hun laag instant classic gehalte haalden deze nieuwe nummers wat de vaart uit het optreden, maar fraaie versies van de oudjes “Doraldina’s Prophecies” en “Rabbit One” maakten dat de aandacht echter nooit lang verslapte. Midden in de set ging Goss zelfs helemaal op de rem staan tijdens een akoestisch intermezzo. Hierbij werd hij enkel begeleid door soulmate en drummer John Leamy, die voor de gelegenheid overschakelde op keyboards, en beide heren dwongen het publiek zonder veel moeite tot een bijna ijzige stilte. Met breekbare vertolkingen van “Lover’s Sky” en vooral “Hey Diana” kregen de verstokte Masters Of Reality adepten eindelijk ook eens een nummer te horen uit de minder bekende albums ‘Welcome To The Western Lodge’ (‘99) en ‘Give Us Barabas’ (’04).
De finale van de avond werd ingezet met “High Noon Amsterdam”, dat ook zonder het vocale gezelschap van de melancholische opperbrombeer Mark Lanegan moeiteloos overeind bleef. Goss kreeg vervolgens een akoestische 12-string in zijn magische handen gestopt, verloor zichzelf heel even in wat percussie gestoei met zijn maats, maar zette net op tijd de beginakkoorden in van “John Brown”. Indien er één nummer uit de Masters Of Reality catalogus als dronkemanslied kan worden bestempeld dan is dit het wel, en ook het publiek had dit begrepen en scandeerde vrolijk mee met Goss: “Holiday, holiday, I declare a holiday, no matter what the doctors say”.

Na een korte break verscheen de groep opnieuw voor één enkel bisnummer, maar wat voor één! Het retestrakke “She’s Got Me (When She’s Got Her Dress On)” werd ingeleid door een opzwepende jamsessie, en voor het eerst op de avond ontpopte de anders zo serene Goss zich warempel als volleerd publieksmenner. Het bleek een waardig slotakkoord van een ruim twee uur durende retrotrip waar moddervette blues, psychedelica, vintage Beatles en hardrock hand in hand gingen ... de stonerrock ver voorbij dus!

Het publiek werd eerder op de avond opgewarmd door een uitgelezen selectie local celebraties. Tussen de optredens door graaiden de als het DJ duo Janssen & Janssen vermomde Dewaele broertjes gretig in de stoffige platenbakken van papa Zaki. Het leverde een geslaagde trip down memory lane op die spijtig genoeg werd ontsierd door een overdosis aan decibels.

Diezelfde decibels waren er ook in overvloed tijdens de set van Drums Are For Parades, een Gents trio dat door Chris Goss wordt bestempeld als zijn favoriete Belgische band van het moment en dus maar wat graag in diens voorprogramma wou opduiken. De drie heren met baarden beschikken over een monsterachtige sound die op een goeie dag zelfs de Lange Wapper brug tot schroot kan herleiden, en daar ligt precies ook de zwakte van dit gezelschap. Vervaarlijk ogend en snoeihard, dat wel, maar achter hun granieten muur van stonerrock met verankeringen in noise en crossover schuilen momenteel te weinig beklijvende songs om behalve wat pijnlijke oorsuizingen echt indruk te kunnen maken op onze trommelvliezen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Under Byen

Underbyen - Danish Night - Underbyen, Our Broken Garden en Mads Langer

Geschreven door

’Eigenzinnigheid en experiment troef op Deense nacht’

Denemarken staat al jarenlang garant voor een van de meest inventieve en verfrissende muziekscènes binnen Europa. Beperkt door een kleine thuismarkt slaagt dit land er bovendien in om haar meest belovende bands succesvol te exporteren naar het buitenland. Zo strijkt op 26 november 2009 al voor het derde jaar op rij een rits veelbelovende Deense groepen neer in de Ancienne Belgique in het kader van ‘Spot On Denmark’. De ‘Danish Night’ in de Botanique bleek méér dan een opwarmertje te zijn.

Our Broken Garden
Bij onze aankomst in de Orangerie stierven juist de laatste woorden van singer songwriter Mads Langer weg. Het publiek in de zaal applaudisseerde beleefd en langdurig, waardoor we ons voor de zoveelste keer voornamen om de volgende keer toch wat vroeger te vertrekken thuis.
Crisis of niet, ieder jaar staat Denemarken bovenaan het lijstje van meest ontwikkelde landen in de wereld. Maar zoals Our Broken Garden klonk moet het leven er geen lachertje zijn. Reden daarvoor waren de prominente, melancholische cello en orgel die door ieder nummer spookten.  Bovendien wist ook gitarist Sören Bigum weinig vrolijke noten uit zijn treurig galmende instrument te toveren.
Nu, een gezonde dosis melancholie en zwaarmoedigheid is op zich geen enkel probleem. Sommigen durven er zich zelfs graag in wentelen, zeker wanneer de bladeren van de bomen beginnen te vallen. Een plaat als ( ) van Sigur Rós tovert ook niet direct een glimlach op je gezicht. Maar terwijl de nummers van deze IJslanders er stuk voor stuk in slagen om te overdonderen en te overrompelen, bleven die van hun voormalige kolonisatoren hopeloos in het luchtledige zweven. Enkel “When Your Blackening Shows” van het gelijknamige debuutalbum (verschenen op het uitstekende “Bella Union” label) wist echt te beklijven.
’Traag’ lijkt nog het beste woord om dit optreden te omschreven. Niet voor niets proberen platenverkopers deze groep aan de man te brengen onder het hokje ‘slowcore’. Drums of enige vorm van percussie waren nauwelijks aanwezig in de set, zodat het optreden futloos voortkabbelde naar het einde. Dat leek ook zangeres Anna Brönsted te beseffen. Tot twee keer toe verliet de frontvrouw met haar etherisch stemgeluid de piano om een draagbare drumcomputer te omgorden teneinde wat extra ritme en schwung in de set te pompen. Maar in combinatie met haar ABBA-achtig blauw mantelpakje, mikte dit eerder op de lachspieren dan op de heupen. Nog een geluk dat ze er ook zelf konden om lachen.

Under Byen
Een pak snediger en gevarieerder ging het er aan toe tijdens Under Byen (spreek uit: ‘Oh’nah Boon’, betekenis: ‘Below The City’). Geniet deze 8-koppige, multi-instrumentele band in thuisland Denemarken een ware cultstatus, dan blijft Under Byen in België tot op vandaag nog steeds een goed bewaard geheim.
Met ieder nummer dat verstreek werd steeds duidelijker hoe jammer dit wel is. Bijna anderhalf uur lang musiceerde Under Byen op het scherpst van de snee, waarbij geen enkel nummer klonk als het voorgaande. Een genrenaam, laat staan muzikale invloeden, op deze muziek plakken lijkt onbegonnen werk, al komt een kruisbestuiving van Tortoise, Motorpsycho, Mercury Rev en Björk misschien nog het dichtst in de buurt.
Under Byen stond op het podium met de attitude van een experimenteel jazzcombo, maar was er niet vies van om haar nummers op sleeptouw te laten nemen door een stuiterende hiphop beat of donkere oorden op te zoeken aan de hand van een huilende elektrische zaag of dreigende violen. Maar, die ingebakken hunker naar experiment zat een goede melodie nooit in de weg, wel in tegendeel!
Percussioniste Stine Sörensen mepte tijdens “Den her sang handler om at få det bedste ud af det” en  “Af samme stof som stof” op een smeedwerk van metalen buizen en ketels als betrof het een toegangsexamen voor plaatslager in de hoogovens van Arcelor Mittal. Voeg daar nog de bedwelmende, poëtische lyrics van zangeres Henriette Sennenvalt aan toe en je begrijpt dat het moeilijk was om niet overstag te gaan voor deze eigenzinnige band. Vraag ons trouwens niet wat de songtitels betekenen, bijdragen tot de ongrijpbaarheid van de muziek deden ze alleszins.
Het concert is de Botanique was het laatste van een Belgisch vijfluik in verschillende cultuurcentra. De kans dat Under Byen volgende keer met haar binnenkort te verschijnen nieuw album voor uitverkochte stadia speelt in ons land lijkt eerder klein. Daar was het concert te grillig en te eigenzinnig voor. Maar ons hoor je niet klagen. Dit is een band die je liefst wil koesteren en niet met teveel mensen wilt delen. En die je vooral zo vlug mogelijk opnieuw aan het werk wilt zien.

Organisatie: Botanique, Brussel

Joan As Police Woman

Joan As Police Woman: opmerkelijke covers en een voorsmaakje van nieuw werk

Geschreven door

Joan Wasser en België blijft een latrelatie om te koesteren. Samen met producer en multi-instrumentalist Timo Ellis zorgde Joan, in een minimalistische bezetting, voor een warm gevoel op een al even warme herfstavond. In de tussenperiode van haar tweede en derde eigen album bracht ze een coveralbum uit dat enkel te koop is tijdens de ‘Interpretation Domination’ concertreeks, een geslaagde marketingstunt die de Handelsbeurs aardig deed vollopen met fans van het eerste uur die hun limited edition exemplaar op de kop wilden tikken. Opmerkelijk was immers dat het hebbeding met de weinig originele naam ‘Cover’ massaal verkocht werd na het concert. Het werkstuk is een verzameling covers geworden over verschillende genres heen met opmerkelijk eigenzinnige interpretaties van Joan as Police Woman.

Joan vatte haar set rustig aan met een een pianonummer dat opgedragen werd aan Freddy Mercury. Ze beperkte verder, met o.a. “Start of My Heart” en het soulvolle “Save Me”, vroeger werk in de setlist en legde de nadruk op opmerkelijke bewerkingen van bestaande nummers en een voorproefje van nieuw te verschijnen materiaal. Met “Whatever You Like”, een hiphop-nummer van artiest T.I., toonde Joan haar van een stoere vrouwelijke kant. Verder in de set herhaalde ze dit nog eens door het hiphop-nummer “She Watch Channel Zero” van Public Enemy vakkundig te verbouwen tot een echt Joan as Police Woman nummer. Met de Jimi Hendrix-cover “Fire” begaf ze zich op glad ijs. Joan gaf er echter een bijzondere wending aan met zowel hoge als bezwerende uithalen. Knap om van deze oerklassieker iets te maken dat ons als Hendrix-fan van het eerste uur nooit tegen de borst heeft gestoot! Idem eigenlijk voor het bijna onherkenbare “Sweet Thing” vanop Bowie’s ‘Diamond Dogs’. De cover van Britney Spears’ “Overprotected” deed ons met verstomming slaan. Joan bewerkte dit eenvoudige popliedje met schijnbaar gemak tot een catchy rocksong. Verder hoorden we nog een gestripte, ietwat punky versie van “Sacred Trickster” van Sonic Youth en met als bijzondere afsluiter van de avond een naar ons gevoel als eerbetoon aanvoelend “Keeper of the Flame” van Nina Simone. Qua nieuw werk konden we kennis maken met de potentierijke ballade “Flash”, het funky “Be Nervous” en hartenwringer “The Human Condition” in de toegift.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pagina 859 van 963