logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Suede 12-03-26

Sonic Youth

Sonic Youth op automatische pilot

Geschreven door

Het was niet zozeer omwille van het feit dat Sonic Youth zeer rijkelijk putte uit hun nieuwste cd ‘The Eternal’, want dat vinden wij een prachtplaat, het was eerder de manier waarop waardoor wij een beetje op onze honger bleven zitten. Sonic Youth speelde weliswaar strak en snel maar ze kleurden te veel binnen de lijntjes, op een paar uitzonderingen na zoals in “Death valley 69” helemaal op het einde, maar toen was het kalf al verdronken. Enige vormen van noise, feedback en lange gitaaruitspattingen, wat ons betreft Sonic Youth’s almachtige handelsmerk, werden volledig achterwege gelaten. En dat hadden wij nu echt niet verwacht.

Het bijzonder sterke album ‘The Eternal’ kreeg op het podium geen enkele meerwaarde, de songs werden gewoon (te) netjes gebracht en konden in de live uitvoering dan ook niet boven zichzelf uitstijgen. Let wel, een nummer als “Anti Orgasm” is en blijft absoluut fantastisch en was ook in de AB een hoogtepunt, net als het ingetogen “Shadow of a doubt”, één van de weinige oudjes die vanavond in de set mochten. Waarmee we maar willen zeggen : Niets was echt slecht, goeie songs blijven goeie songs, en zo heeft SonicYouth er wel een pak op hun palmares en ook in de AB was dit niet anders.
Na het concert wisselden gemengde indrukken elkaar af. Wij hoorden termen als ‘gecontroleerd’, ‘berekend’, ‘subtiel’ en ‘afgelijnd’. Afgelijnd ??? Als wij een afgelijnd concert willen dan zullen we wel naar fuckin’ Pink Floyd gaan kijken, maar van Sonic Youth verwachten we wilde gitaren die op geniale wijze naast de pot pissen. En wie enkele jaren geleden de woorden ‘gecontroleerd’ en ‘berekend’ met Sonic Youth in één hap in de mond durfde te nemen zag zijn kop algauw onder de guillotine belanden.

Dit was een concert die niet-Sonic Youth fans geweldig zouden vinden, maar als fan kunnen wij enkel maar ontgoocheld zijn, temeer daar wij de band een dik jaar geleden nog schitterend zagen scheuren op de Lokerse Feesten.
Wij vermoeden dat het in de AB wel hun bedoeling zal geweest zijn, eigenwijs als ze zijn, om eens een proper concertje te spelen. Voor hetzelfde geld trekken ze bij hun volgende doortocht terug alle registers open dat onze oren er drie dagen later nog zullen van piepen. Dat is ook de reden waarom we er de volgende keer terug bij zullen zijn. Want, dit mocht dan al een zeer propere Sonic Youth zijn, we hoeven toch nog niet echt te vrezen dat ze op één van de volgende edities van Night of The Proms zullen staan…

Organisatie: Live Nation

Nouvelle Vague

Nouvelle Vague gaven de perfecte sensuele (tong) kus

Geschreven door

Het Franse Nouvelle Vague zijn producers uit Parijs, Marc Collin en Olivier Libaux, die net zoals ik de jaren ’80 hebben meegemaakt en een zekere voorliefde behouden. Maar ik beluister eerder graag die platen terug en ga retrobands bekijken, terwijl zij als muzikanten al drie cd’s uitpakken met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die een prominente rol innemen. Er is oudgediende Melanie Pain (in glitterjurk), met haar broeierige, fluisterende sexy stem in navolging van de Cocorosie dames, die groots is in het lichtvoetig materiaal en er is de performster Nadeah Mirande (in avondjurk), een blonde diva, die als een bezetene kon tekeer gaan en grauw en grimmig kon uithalen … een podiumbeest … de lange blonde haren wild om zich heen slaand, wat de mannen hun fantasie op hol deed slaan … De dames voelden elkaar heel erg goed in hun wisselende en gevarieerde zang.
Op de recente Nouvelle Vague cd horen we minder de bossonova en reggae inslag. Een diepe contrabas, sfeervolle psychedelica toetsen, een tokkelende gitaar en bezwerende, zalvende drums vormden de toonaard en boden de ideale cocktailparty, die op de dansspieren inwerkte, opwindend en hitsig kon zijn en soms veel aan de verbeelding overliet …Letterlijk voelden we hun adem en knuffel, de ‘perfecte sensuele (tong) kus’ van hun recentste plaat.

In loungestijl opende het gezelschap met “So lonely” van The Police, die buiten de tekst, muzikaal moeilijk herkenbaar was. De danspasjes van de bevallige dames zagen we op “Master & servant” en “Ever fallen in love”. Verleidelijk klonken “Road to nowhere”, “Human fly” en “The guns of Brixton”. We voelden de zweetparels van de uitzinnige perform van Nadeah, die zich in de zaal smeet op de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to fuck”; het refrein werd eerst zachtjes, dan harder meegezongen. Een moment van rust ervaarden we door een beheerst gehouden “God save the queen”, gedragen door Melanie’s fluisterstem in een meezingdialoog, wat gevolgd werd door een schitterend origineel gecoverde versie van Madness’ “Grey day”, die qua act naar een soort duiveluitdrijving neigde. Om totaal loos te gaan, was nog een paaldanseres tekort op het podium.
Er viel naast de muzikale originaliteit veel te beleven op het podium. Een boeiende gig, die het dromerig met het meer uptempo werk afwisselde en verrassende wendingen bood: van “I just can’t get enough”, “Blister in the sun”, naar obscure versies van “All my colours” en “Parade” (van Magazine), tot een freefolkversion van “Friday night, saturday mornings” (van The Specials) en een waverockende “Dance with me”. “Love will us tear us apart” van Joy Division was de terechte afsluiter na anderhalf uur. De song klonk gaandeweg krachtiger en de dames lieten het publiek de ruimte om het refrein mee te zingen en de herkenbare sound mee te neuriën.

Ook de bis was om van te snoepen … een huiveringwekkende “Bela Lugosi’s dead” van Bauhaus, die de dreigende spanning en wave behield van het origineel , een groovy “Not knowing” en een ingehouden “Manner of speaking” (Tuxedomoon), op cello en akoestische gitaar.
Om maar even te zeggen hoe sterk en overtuigend Nouvelle Vague de gecoverde nummers verrassende, avontuurlijke en aangename wendingen gaf, van meezinghits tot van onder het stof gehaalde ‘80’s classics.

Ook de support mocht er best zijn …The Error Team, een trio op synths (Hammond), piano en drums, bracht de Nouvelle Vague’s bossonova , de latin/exotica van Gotan Project, de Cinematic Orchestra’s filmmusic en een ‘50’s jazzy boombal samen. Een instrumentaal uiterst beheerste lounge en easy listening …

Organisatie: Democrazy, Gent

Mika

The boy who knew too much

Geschreven door

De jonge 26jarige popartiest Michael Penniman (aka Mika), who knew too much, bezit alvast de kunst om aanstekelijke traditionele pophits te schrijven; ze zijn speels, onschuldig, vrolijk en optimistisch. De Britse artiest met Libanese roots scoorde een handvol commerciële nummers van z’n debuut ‘Life in cartoon motion’, waaronder “Love today”, “Grace Kelly”, “Real, take it easy” en “Lollipop”. Hij balanceert ergens tussen George Michael, Scissor Sisters, Queen, Elton John, Bee Gees en Abba.
’The boy who knew too much’ is geen herhalingstoets , maar een logisch vervolg, waarbij bruisende en sfeervolle pop probleemloos naast elkaar kunnen staan. En hij geeft ze zelfs een handige draai tussen dromen en dansen! “We are golden”, “Rain”, en “Blame it on the girls” zijn alvast drie schitterende openers van de nieuwe cd; “Touches me” rockt en “Toy boy” kon regelrecht uit een musical komen, en met songs als “I see you”, “One foot boy”, “By the time” en “Pick up off the floor” weet hij de gevoelige zieltjes te raken.
Kijk, dit is een echte ‘feel good’ en ‘pur sang’ popplaat, of hoe je erin slaagt met een eenvoudige aanpak grootse nummers te schrijven en grootse dingen te doen …

Monsters Of Folk

Monsters Of Folk

Geschreven door

Een sterke cohesie en kracht vormt de samenwerking tussen de songschrijvers M. Ward (She & Him), Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes, …). Het trio had in 2004 soms een paar gezamelijke optredens en vanuit die contacten begon het drietal deze optredens als de Monsters Of Folk. Naast hun eigen projecten en bands, doken ze vanaf dan regelmatig de studio in met Mike Mogis van het label Saddle Creek, die als producer en vierde bandlid fungeerde. Deze plaat kwam uiteindelijk tot stand, met een overbrugging van een goede twee jaar. Rustig werkten de heren, individueel – gezamenlijk, aan het materiaal. Hun americana/rootsrock doet denken aan de Traveling Wilburys (ook al zo’n vervlogen project) en Crosby, Stills, Nash & Young. Ook aan de hoes maak je onmiddellijk die link.
De songs krijgen een vervaarlijk monsterlijk hoge score; we horen pittig , gedreven songs , “Man named truth” en “Losin to head”, broeierig dromerig materiaal met een lichte groove als “Dear God”, “Say please” (de single), “Whole lotta losin’” en “Ahead of the curve”, en er zijn innemende ballads, die door de gitaarslides en steelpedal een hoge emofactor hebben, “The right place”, “Goodway”, “Temazcal”, “Magic marker” en “His master’s voice”.
Het weze duidelijk dat deze drie gerenormeerde artiesten deze stijl perfect beheersen, de songs vocaal, ofwel apart ofwel tesamen, zeggingskracht geven en aandachtig zijn voor allerlei subtiele geluidjes.
Grootse artiesten, die een uniek en gevarieerd plaatje uithebben … te koesteren dit ‘Monsters Of Folk’ project.

The XX

XX

Geschreven door

The XX is een jong Londens kwartet, 2 meisjes, 2 jongens, die zich in de spotlights plaatsten met hun ‘XX’ debuut. Ze maken deel uit van de huidige lichting The Maccabees, Chairlift, Big Pink en verder hebben ze een connectie met de groove van o.a. Hot Chip. Ze houden het op broeierig intense, intieme ‘darkwave’ songs. Fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. Een ‘pop noir’, die door ‘the less is more’ aanpak van minimalisme intrigerende, subtiele songs met een ingehouden spanning oplevert. Een boeiende sound dus. Het ‘spooky’ gitaarspel en getokkel, de prikkelende, gestripte synths en beats en de prachtduetten van Romy Madley Croft en Oliver Sim bepalen dit hemels debuut. De groep linkt aan het vroegere Young Marble Giants (een paar jaar geleden brachten ze nog de verzamel 3 cd ‘Colossal Youth’ uit - een terechte aanrader, trouwens!), halen elementen funk en r&b aan en zoeken het in de subtiliteit en finesse van Cocteau Twins sferen, een psychedelisch Stereolab en een donkere Chris Isaak.
Na de inleidende intro zijn er meteen prachtsongs “VCR”, “Crystalised”, “Islands” en “Heart skipped a beat” … intiem sfeervolle, emotievolle songs; na de tweede instrumental “Fantasy” hebben we in het tweede deel van de cd overtuigende, sterke songs als “Shelter” en “Basic space”.
Betoverend melancholisch plaatje van deze vier twintigers …

James Morrison

James Morrison: ‘Big it up for James’!

Geschreven door

Iedereen kent James Morrison waarschijnlijk wel van zijn doorbraakhits “You give me Something” en “Wonderful World”. Zelf zijn we hem nadien eerlijk gezegd wat uit het oog verloren maar dat zal wel aan ons liggen want een uitverkochte Ancienne Belgique illustreerde dat deze Engelsman ook in ons land een ruime aanhang kent.

In het voorprogramma etaleerde Selah Sue haar kunstjes. Op haar 20ste is zij momenteel nog 2 jaar jonger dan Morrison ten tijde van zijn debuutplaat dus in principe heeft deze sympathieke psychologie-studente een lichte voorsprong op hem. De vraag blijft echter of Selah Sue ooit een zelfde internationale doorbraak zal kunnen forceren. In België is zowat iedereen ondertussen sterk overtuigd van het feit dat ze er alleszins de capaciteiten voor heeft.
Het meisje met de nogal problematische initialen charmeerde het Brusselse publiek met haar complimentjes aan enerzijds ‘de liefste vrouw van de hele wereld’ (“Mommy”) en anderzijds James Morrison (die haar ook de voorgaande avond bij onze noorderburen een kans gaf als zijn voorprogramma). Ze stal voorts vele harten door ook een mondje Frans te praten om uiteindelijk als echte Belgische met het Engels als compromis op de proppen te komen.
Na “Black Part Love” meenden we dat het tijd werd om even de gitaar te stemmen want tijdens “Fyah Fyah” hoorden we meer dan één valse noot. Niet dat dit echt stoorde want Selah Sue tracht met opzet niet al te gepolijst te klinken. Een perfect gestemde gitaar zou in combinatie met haar karakteristieke stem trouwens als een tang op een varken slaan. Zoals gewoonlijk dreef ze haar hese stembanden frequent tot het uiterste. Het valt te betwijfelen of we dit als een goede gewoonte mogen bestempelen, haar stemdokter zal er ons inziens alleszins zijn bedenkingen bij hebben. Naar het einde van de 35 minuten durende set toe gooide ze het steeds meer over de “Raggamuffin’”-boeg om uiteindelijk (uiteraard met een vet Jamaïcaans accent) te besluiten met de woorden “Big it up for James!”.

Het gebeurt niet vaak dat een voorprogramma op meer dan een beleefd applausje kan rekenen, in het geval van Selah Sue waren de reacties echter zodanig enthousiast dat James Morrison zich achter de schermen vermoedelijk begon af te vragen of hij ook een dergelijk onthaal zou krijgen. Een klein half uurtje later werd hij meteen gerustgesteld want de stevige opener (“The only Night”) kon op de luidkeels geuite goedkeuring van het publiek rekenen. Een publiek dat trouwens in redelijk grote mate van het vrouwelijk geslacht was, iets wat ons nu ook niet zó erg verwonderde want uiteindelijk was het één van onze persoonlijke drijfveren om James Morrison te gaan bekijken….doch dit geheel terzijde want uiteraard kwamen we zoals steeds vooral voor de muziek. Nu we het daar toch over hebben: tot onze aangename verrassing swingde ook het tweede nummer, “Save Yourself”, meer dan behoorlijk. Daarna deed men het wat kalmer aan. Tijdens “Please don’t stop the Rain” liet Morrison zijn gitaar voor het eerst links liggen en deed hij ons qua gestes denken aan Chris Martin van Coldplay (waar hij met zijn korte coupe ook heel erg op lijkt…al zullen de dames op dit punt mogelijks van mening verschillen). Hierna bracht men een nieuw lied (vermoedelijk “Standing on the same Side” getiteld) dat met zijn orgel-intro en soulvolle zang een stevig gospel-tintje kreeg. Het mooi opgebouwde “Love is hard”, de openingstrack van het vorig jaar verschenen ‘Songs for you, Truths for me’, maakte duidelijk dat de ganse band in een goede vorm verkeerde. Na “You make it real” uitte de zanger expliciet zijn dankbaarheid voor de enthousiaste meute die vervolgens getrakteerd werd op wat sexy time aangezien de bekoorlijke achtergrondzangeres (Miss ‘Foxy’ Beverly Brown) even op de voorgrond mocht treden tijdens “Broken Strings”, een nummer dat voor Morrison een kleine hit werd in duet met de evenzeer bevallige Nelly Furtado. De hoofdrol die de gitarist in het bluesy begin van “If you don’t wanna love me” mocht spelen, klonk erg Jeff Buckley-achtig. Na die hemelse gitaarklanken trok James Morrison in deze erg retro klinkende soulsong vocaal alle registers open. Voor wie nog nooit het voorrecht had om hem te horen zingen: ook zijn stem is hemels en doet qua heesheid niet onder voor die van zijn voorprogramma. De daarop volgende steamy rocksound bracht de afwisseling die eigenlijk het gehele optreden kenmerkte. Ook de uitstekende geluidsmix en de knappe belichting verdienen trouwens een eervolle vermelding.
Als we toch een minpunt moeten vermelden, dan kiezen we voor het te lang uitgesponnen “Call the Police”. Dit lied omvatte wel uitstekend gitaarspel maar viel te zwak uit om minutenlang gerekt te worden middels o.a. geforceerde meezingmomenten. Gelukkig herpakte Morrison zich snel in een opnieuw naar gospel neigend “Precious Love”. De ‘one, two, three, four’ die de overgang naar het daarop volgende nummer verzorgde, klonk alsof Bruce Springsteen zelve “Born to run” aanhief. Spijtig genoeg serveerde James Morrison een veel makkere song dan die sublieme live-klassieker. Het concert eindigde wel goed met zijn eerste hit, het drie jaar oude “You give me Something”.
De bisronde werd afgetrapt met een eerbetoon aan Michael Jackson. Het breekbare “Man in the Mirror” kreeg een gepast sobere versie met enkel keyboards en Morrison zelf op akoestische gitaar. In “Fix the World up for you” mocht opnieuw de volledige band invallen. Voor de volledigheid merken we op dat die verdienstelijke band naast de keyboards-speler bestond uit een organist, een bassist, een drummer, de reeds herhaaldelijk vermelde gitarist en twee achtergrondzangeressen. Zoals verwacht koos Morrison als afsluiter voor “Wonderful World”, ’s mans grootste hit uit het succesvolle “Undiscovered” waarmee hij in 2006 debuteerde. Na afloop maakte de volledige groep enkele diepe buigingen en ging James Morrison uitgebreid handjes schudden met de fans die zich tot op de eerste rijen gewrongen hadden.

Velen zullen zich afkerig houden van James Morrison vanuit het door gebrek aan kennis gevoede vooroordeel dat deze jongeman enkel kleffe ballads brengt. Zelf kunnen we ook slechts zijn twee doorbraakhits mee neuriën en dienen we toe te geven dat die songs de muziekgeschiedenis niet echt ingrijpend veranderd hebben. Wie zich echter met een objectieve en open geest naar de Ancienne Belgique begaf, moest na afloop erkennen dat James Morrison met veel verbetenheid en vakmanschap een zeer degelijk en gevarieerd optreden kan geven. Jong en oud (we zagen niet enkel schoolmeisjes maar ook vele moeders en zelfs grootmoeders!) schonken hem een welverdiende staande ovatie, iets waar vele vernieuwende artiesten niet altijd recht op hebben.
Om Selah Sue te citeren: ”Big it up for James!”.

Organisatie: Live Nation

Athlete

Athlete: evenwichtige set van doorwinterde artiesten

Geschreven door

Als we de muziek van het sympathieke Britse kwintet horen, komen volgende zaken naar boven … Band met hitpotentie… radiovriendelijk, toegankelijk, neigende naar stadionrock … Coldplay, Snow Patrol, Keane en Doves. De band heeft totnutoe vier cd’s uit, waarvan ‘Beyond the neighborhood’ uit 2007 het minst sterk klonk. Maar ze bijten sterk van zich af op het recente ‘The black swan’, dat kwalitatief gerust naast de oudere ‘Vehicles & animals’ en ‘Tourist’ kan staan.
In Engeland zijn ze succesvol, bij ons loopt het veel minder vaart; de singles horen we regelmatig. Athlete is geen hype, nee, het is een bedreven band die de kunst heeft goede Britpop te produceren van dromerig, sfeervol, ontroerend en emotievol materiaal. Ze hebben met Joel Potts een sterke zanger.

Een goed gevulde Orangerie kon een evenwichtige band aan het werk zien die uit elke cd een handvol songs plukte en de huidige cd in de spotlights plaatste. We hoorden gevarieerd materiaal, waarvan de afsluitende song “Light the way” mag ingelijst worden als één van de meest melancholisch pakkende, breekbare songs van het moment. Het zijn doorwinterde artiesten, die zonder enige stress midden de set een stroompanne overwonnen door doodleuk twee songs akoestisch en niet versterkt te spelen. Potts zorgde voor een kampvuursfeertje en betrok onmiddellijk het publiek erbij door handclapping en obligate ‘oohoohs’. Een pluim!
Het nieuwe “Superhuman touch” opende, directe poprock, ondersteund door kleurrijke synths, die op de recente cd een belangvolle rol innemen. De daaropvolgende songs “You got the style”, “Shake those windows” en de oude single “Half light” hadden een intense opbouw, wisten meer aan te zwellen en klonken soms krachtiger. Het ingetogen “The black swan” was gericht aan z’n grootvader, die onlangs was overleden en heldheftig had gestreden in WO II. Na de sfeervolle, dromerige liefdessong “Tourist” viel bij aanvang van “One million” plots de stroom uit. Bij controle bleek er verlies te zijn op hun versterkers; Joel Pott was niet uit z’n lood te brengen en bracht een ‘all together’ gevoel in ‘een singalong’ van “One million” en “Wires”. Na een paar valse starts kon de band terug inspringen met de melodieus aanstekelijke “Westside”, “The outsiders” en “Magical mistakes” die net als bij een Keane bepaald werd door een beheerste dosis elektronica en beats. Athlete besloot krachtiger met “24 hours” en het melodieus broeierige “The getaway”, die op het eind een sterk meezinggehalte kreeg.
Door het speelse karakter en hun spontaniteit kon de groep rekenen op een warm onthaal. Twee toegiften kregen we nog na ongeveer anderhalf uur: een snedige, stevige versie van “Love comes rescue” en “Light the way”, de hartenbreker van het moment!

We hoorden een uiterst verzorgde set van een band, die het verdient naast de groten te staan. Waarschijnlijk zijn het nog te ‘ordinary guys’. Eén ding is wel zeker, Athlete is een kwalitatief sterke band die live staat als een huis …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel

Joan Baez

Joan Baez: the voice of an angel

Geschreven door

Joan Baez debuteerde als folkzangeres in 1959 op het Newport Folk Festival. Dit was de start van een lange carrière, die nog steeds voortduurt. Ze ontwikkelde zich langzaam meer als protestzangeres, en dat is ze nu nog steeds. Ze was betrokken bij alle belangrijke gebeurtenissen uit de sixties en later, en dat is geen understatement. Samen met Pete Seeger symboliseerde zij de stem van het volk in het protest tegen de Vietnamoorlog en de beweging voor burgerrechten. Ze nam deel in 1963 aan de mars op Washington, waar Martin Luther King zijn onsterfelijke “I Have a Dream…”-rede uitsprak.
Ze nam Bob Dylan mee op tour en lag daarmee aan de start van zijn schitterende carrière. De twee trokken heel veel samen op en zongen elkaars nummers. Ze inspireerde talloze andere muzikanten, zoals Led Zeppelin en The Animals, door nummers aan hen voor te stellen.

68 jaar oud is ze ondertussen, en nog steeds staat ze op de barricades, met Cesar Chavez, met Nelson Mandela, voor het Iraanse volk in hun vreedzaam protest…
Meer dan 50 jaar, 40 platen en talloze onderscheidingen en awards later, stond ze in de oude Stadsschouwburg in Brugge met haar groep.
En toch is ze weinig veranderd. Niet op gebied van ideeën, niet qua uitzicht. Natuurlijk is haar lange zwarte haar grijs geworden en kort geknipt. Maar haar belangrijkste attribuut, haar stem, heeft nog steeds niets aan kracht ingeboet: een krachtige sopraan met een natuurlijk tremolo en een bereik van drie octaven. Ze vertelde (ja, dat doet ze ook nog steeds heel graag) dat ze op een dag een uitgeputte Martin Luther King moest wakker zingen, omdat hij een toespraak moest houden. Op het einde van de song mompelde King: “I hear the voice of an angel” en sliep verder. Als iemand zoiets over zichzelf vertelt komt dat een beetje opschepperig over, maar van haar wordt dat getolereerd.

De oude Stadsschouwburg is het gedroomde decor voor zo’n concert: prachtige akoestiek, schitterende zaal waar iedereen dicht bij het podium zit. De groep van Baez bestaat uit vier heel goede muzikanten, die verschillende instrumenten bespelen. Zo kregen we piano, fiddle, mandolines, akoestische gitaren, accordeon, contrabas en percussie te horen, allemaal perfect gespeeld. Joan Baez zelf beheerst de akoestische gitaar volledig. Ieder nummer een andere, die dan ook nog rigoureus gestemd werd.
De grote dame begon heel ontspannen aan haar concert en vertelde dat ze tegenwoordig heel gelukkig is, op tournee met haar bandleden en met haar 96-jarige moeder. Ze had zelfs een dankwoordje in de drie landstalen en een pluim voor Brugge, waar het prachtig wandelen is. Zelfs ons klimaat kon haar niet tot negatieve uitspraken verleiden. Het is duidelijk dat ze een levensfase bereikt heeft die haar rust geeft, zonder de ongeduldigheid van de jeugd, maar met dezelfde gerijpte idealen.
“With God on our Side” van Dylan bracht het eerste kippenvel: even waren we terug jong in de vroege sixties. Een gospelsong en een Spaanse song boden dezelfde ingrediënten, die altijd in haar eigen songs opdoken: een grote liefdesgeschiedenis, die eindigt in tragedie en dood. Ze deed er zelf ironisch over, maar staat er wel zelf nog volledig achter.
Verder kregen we ook nog “Angelina” en “Joe Hill” in een wat swingende versie te horen. Tot ze alleen op het podium achterbleef en “Swing Low, Sweet Chariot” inzette. Na enkele maten stapte ze voor de microfoon en zong zonder versterking en begeleiding verder. Een innig mooi moment… Ze ging probleemloos over in “Blowing in the Wind”, een zoveelste hoogtepunt.
Na een staande ovatie kwamen de bisnummers: drie parels. “Love is just a Four-Letter Word” met groep, alleen met “Diamonds and Rust” uit 1975 (‘Well I'll be damned, here comes your ghost again’) en een a capella samenzang met alle bandleden.

Wie al dit moois ook wil meemaken krijgt nog één kans: volgende maand in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge ism Greenhouse Talent


Green Day

Green Day: Spektakel en Punkrock zonder scruples

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’, hun gig op Rock Werchter en eerste zaalconcert sinds mensenheugnis, was het Amerikaanse punkrocktrio Green Day (live met zes!), onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewezen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen; hun catchy, vaardig en gedreven geluid dompelden ze onder in een twee en half uur durend totaalspektakel … Amusement en show, zonder hun roots van punkrockers ook maar te verliezen… Hou er zelf maar eens de aandacht bij om te putten uit een rijkelijk gevulde carrière, het publiek op te jutten, in te gaan op reacties van de eerste rijen, ruimte te laten voor enkele jeugdige fans, speelse intermezzo’s toe te laten en alles te laten knallen met een (gezonde) dosis vuurwerk!

Net vóór de aanvang dwarrelde een reuzengroot (dronken) konijn rond op het podium en hitste de menigte op met ‘rock’n’roll high skools’ en ‘YMCA’s. Plots floepten de lichten uit, en stonden we aan de rand van een grootse stad van hels verlichte flatgebouwen, waarvóór de band Green Day stond. Het hyperkinetisch leuke gezelschap (aangevuld met een toetsenist en twee gitaristen (waarvan 1-tje schuin achter de boxen)), onder Billie Joe Armstrong, vloog erin met een paar songs van de recentste cd, “Song of the century”, “21st Century breakdown” en “Know your enemy”. ‘Punkrock without rules’, want Armstrong haalde er al iemand van het publiek bij om het feestje op gang te trekken … refreinen werden luidkeels meegezongen en de menigte zwaaide met de handen in de lucht. ‘A typical American show’, maar eentje die beheerst, doordacht en zonder scrupules was … Een klein jongetje mocht zich een moment een ‘groots artiest’ wanen aan de zijde van Armstrong.
Ze hielden het tempo met “Holiday” en “The static age” hoog. Met dezelfde positieve en enthousiaste ingesteldheid hoorden we meer gematigde versies van “Are we the waiting”, “St. Jimmy” en “Boulevard of broken dreams”, die naadloos in elkaar overgingen en intrigeerden dor een puike opbouw.
Tijd voor wat afkoeling en animatie, dacht Billie Joe dan … hij spoot de eerste rijen met een waterpistool en een tuinslang. Alsof dit nog niet genoeg was, gebruikte hij nog een wc rolschieter, schoot hij met een kanon t shirts het publiek in en knalde het op het podium met vuurwerk. Het gaf elan aan de snedige uptempo rockers “Hitching the ride”, “Welcome to Paradise”, “When I come around”, “Brain stew” en “Jaded”.
Op “Longview” werd een jonge gast uit het publiek heel even Billie Joe op zang, terwijl hij zich dan toelegde op z’n gitaarspel. Zonder podiumvrees zong onze vriend de tekst, wat luidkeels werd onthaald. Een stagedive maakte een eind aan deze sterrentocht ..  “Basket cage” volgde. Refererend aan de skapunk van Rancid (met blazer!), was er plaats voor een volgende medley op “She”; flarden “Stand by me”, “I can’t get no satisfaction” en “Shout” waren te horen. De huidige single “21 guns” en “Minority” besloten na twee uur het feestje en verve.
Ze breidden er in de bis nog een leuk vervolg aan en zweepten het publiek op met verrassende wendingen van “American idiot” en “Jesus of Suburbia”. Wat een apotheose! Groots vertoon van deze artiesten! Terecht kwam zanger/gitarist en frontman Billie Joe in de spotlights en zorgde met de akoestische versies van “Wake me up when september ends” en “Time of your life” voor kippenvelmomenten … Een heerlijk tokkelende gitaar en gevoelige vocals …, waarbij iedereen de refreinen meezong!

Green Day stond garant voor speelplezier en entertainment vol emotie. Doorwinterde punkrockers die weten wat ze willen en kunnen. Kortom, een viersterren concert ‘to remember’ van deze dolle bijna veertigers

Support was Prima Donna, die een half uur doorsnee American Rock speelde. Hun gig verbleekte na het muzikaal concept van Green Day …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Live Nation

The Cult

The Cult anno 1985, maar dan 25 jaar later

Geschreven door

1985… het jaar dat de BRT top 30 werd gedomineerd door Baltimora’s, Sandra’s, A-Ha’s en andere lichtverteerbare hitparadepulp. Liefhebbers van postpunk en gothrock hadden duidelijk weinig te zoeken in deze lijst, totdat plots in maart van dat jaar “She Sells Sanctuary” van The Cult even kwam ruiken aan de onderste regionen van de vaderlandse hitlijst. Deze killertrack met één van de meest mystieke gitaarintro’s uit de 80ies moest de aandacht vestigen op ‘Love’, het tweede en waarschijnlijk ook beste album van deze Engelse groep. Dankzij de unieke combinatie van Ian Astbury’s gekwelde vocals en Billy Duffy’s gotische gitaarlijntjes blijkt ‘Love’ een kwarteeuw later te zijn uitgegroeid tot één van de absolute klassiekers in het genre. Aan de vooravond van de 25ste verjaardag werd het album onlangs heruitgebracht in een geremasterde versie met allerlei extraatjes, en besloten de twee overgebleven originele leden Astbury en Duffy opnieuw de boer op te gaan met de integrale collectie ‘Love’ songs onder de arm. Het Belgische luik van de ‘Love Live’ tour bracht The Cult amper anderhalf jaar na hun vorige passage opnieuw naar de AB voor een niet van enig sentiment gespeende flashback naar 1985.

Lang geleden trouwens dat ik in een concertzaal nog eens werd geflankeerd door muffige T-shirts van Zodiac Mindwarp & The Love Reaction en Fields Of The Nephilim ... dat waren nog eens groepsnamen! Op de tonen van voodoo gezang en onder de troosteloze aanblik van een indiaan op het projectiescherm zette de vijfkoppige band het opzwepende “Nirvana” in. Meteen werd duidelijk dat Ian Astbury’s huilende strot bijzonder goed geolied bleek om dit openingsnummer uit ‘Love’ van de nodige dramatiek te voorzien. Een groot redenaar zal Astbury wel nooit worden, en als alternatief voor overbodige bindteksten verkoos de groep om elk nummer van passende visuals te voorzien. Zo kreeg het publiek een staaltje van Astbury’s uitgesproken fascinatie voor de indianencultuur tijdens één van de zeldzame rustpunten “Brother Wolf, Sister Moon”, en werd een reeks geweldloze wereldverbeteraars opgevoerd in het begeleidende filmpje van een begeesterend “Revolution”. Pathetisch of idealistisch, wat er ook van zij, de symbiose tussen muziek en beeld gaf het optreden wel een extra dimensie. Gitarist Billy Duffy van zijn kant kneep met schijnbaar achteloos gemak de meest loepzuivere akkoorden uit zijn parelwitte Gibson. Tijdens de intro van “The Big Neon Glitter” demonstreerde de blonde virtuoos dat hij eigenlijk niets hoeft te vrezen van The Edge in een robbertje echogitaar, en ontegensprekelijk de muzikale bezieler van The Cult is. De immer coole Duffy had tijdens de intro’s van “Rain” en “She Sells Sanctuary” al aan een halve noot genoeg om de AB keer op keer nabij het kookpunt te brengen, en hij genoot zichtbaar van de kunsten die de talrijke luchtgitaarvirtuozen in het publiek uithaalden tijdens deze gothrock classics. Met een kippevel versie van het profetische “Black Angel” werd het ‘Love’ album en meteen ook het eerste deel van de set besloten.
Na een korte pauze graaiden Astbury en Duffy vervolgens gretig uit de albums die na ‘Love’ The Cult langzaam maar zeker een mainstream publiek opleverden. Reeds vanaf de opvolger ‘Electric’ (’87) hadden de gothic invloeden plaats geruimd voor de rechttoe rechtaan party rock van AC/DC, maar ook na ruim twee decennia klinken “Electric Ocean” en vooral “Wild Flower” nog steeds onweerstaanbaar en werd hier en daar opnieuw de luchtgitaar boven gehaald. De hardste noten kreeg het publiek helemaal op het eind te kraken met het epische “Sun King” en vooral een ongemeen stevig “Rise” uit de onwaarschijnlijke comeback plaat ‘Beyond Good And Evil’ (’01). Met “Dirty Little Rockstar” probeerde The Cult twee jaar geleden zichzelf opnieuw uit te vinden maar mislukten daarin jammerlijk, en het nummer was meteen goed voor de enige valse noot van de avond.

Na ruim anderhalf uur werden de dolle dertigers en veertigers voor het huiswaarts keren nog getrakteerd op een rondje “Love Removal Machine”. En of ze tevreden naar vrouwlief, minnares, moeder, hond of PC konden terugkeren; het zal hen en ons immers worst wezen dat Astbury en Duffy wellicht nooit meer een tweede ‘Love’ op de wereld zullen loslaten. The Cult was vanavond een goed geoliede teletijdmachine waarin meer nog dan sentiment het gevoel van tijdloosheid overheerste.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 858 van 963